Maandelijkse archieven: november 2016

Zelfstandigenaftrek: Het belang van een goede urenregistratie

Belasting betalen, je ontkomt er niet aan. Evenals particulieren dienen ondernemers met een eenmanszaak inkomstenbelasting te betalen. Er is alleen wel een verschil. Voor ondernemers wordt deze belasting alleen berekend over de behaalde winst in plaats van over het loon. Ondernemers kunnen aanspraak maken op verschillende aftrekposten die ze – onder bepaalde voorwaarden – van hun winst mogen aftrekken. Zo daalt het inkomen waarover belasting betaald moet worden. Wil je aanspraak maken op deze aftrekposten, dan speelt een goede urenregistratie hier een belangrijke rol in.

Wat is ondernemersaftrek?

Ondernemers hebben recht op diverse fiscale voordelen, wanneer zij aan een urencriterium van 1225 uur voldoen. Dit is ongeveer 23,5 uur per week. Deze voordelen worden ook wel de ondernemersaftrek genoemd. De ondernemersaftrek is een aftrekpost, die voor een ondernemer de fiscale (belastbare) winst verkleint. Dit bestaat weer uit verschillende aftrekposten zoals de meewerkaftrek, de stakingsaftrek, de startersaftrek en de zelfstandigenaftrek.

Wat is zelfstandigenaftrek?

Voor ondernemers met een eenmanszaak is zelfstandigenaftrek een belangrijke aftrekpost. Wanneer je als ondernemer voldoet aan het urencriterium, mag je aanspraak maken op deze aftrekpost. Voor het jaar 2016 bedraagt de zelfstandigenaftrek € 7.280 voor ondernemers, die nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt. De zelfstandigenaftrek mag uiteraard niet meer bedragen dan de fiscale winst. Het is daarnaast wel mogelijk om aanspraak te maken op een verhoging van de zelfstandigenaftrek met de startersaftrek. Deze aftrekpost bedraagt € 2.123. Je hebt alleen recht hierop indien je voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Je was in 1 of meer van de 5 voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer.
  • Je paste in die periode niet meer dan 2 keer zelfstandigenaftrek toe.

Wat heb je aan deze aftrekposten?

Wanneer ondernemers aan dit urencriterium voldoen, kunnen zij een fors bedrag van hun winst aftrekken. Het belastbaar inkomen gaat hierdoor dus een stuk omlaag, waardoor men in een zo laag mogelijke schaal geplaatst wordt. Dit heeft als resultaat dat de belasting die hier over betaald moet worden, zo laag mogelijk wordt gehouden. Wat natuurlijk financieel erg gunstig is.

Waarom is een goede urenregistratie zo belangrijk?

Door middel van urenregistratie wordt een verantwoording afgelegd over het aantal uren dat aan bepaalde taken is besteed. Wanneer urenverantwoording naar behoren wordt onderhouden en gehandhaafd binnen het bedrijf, zal het fungeren als een schriftelijk bewijs voor de tijd die is besteed aan die werkgerelateerde activiteiten. Een nauwkeurige urenregistratie is dus van belang om jezelf als zelfstandig ondernemer te verantwoorden tegenover de Belastingdienst, wanneer je aanspraak wil maken op deze aftrekposten. Er hoeft met dit bewijs namelijk uiteindelijk minder inkomstenbelasting betaald te worden.

Waarom online urenregistratie software?

Om accuraat de gewerkte uren bij te houden is een online urenregistratie systeem ideaal. Urenregistratie wordt steeds vaker online of via een app gedaan, omdat het een efficiënte, effectieve en overzichtelijke manier is om gewerkte uren te verantwoorden. Alle gegevens zijn hiermee overzichtelijk ingedeeld en gebundeld. Ook worden alle werkzaamheden secuur en vrijwel op de minuut bijgehouden met behulp van urenregistratie software. Daarnaast biedt een online urenregistratie de mogelijkheid om de urenadministratie te koppelen aan andere programma’s, zoals factuur- en boekhoudpakketten. Hierdoor kun je uren automatisch factureren en inboeken. Gebruik maken van urenregistratie software voorkomt ook dat er fouten worden gemaakt. Gegevens hoeven namelijk niet meer handmatig ingevoerd te worden. Het garandeert dus een nauwkeurige en overzichtelijke urenregistratie en het scheelt daarnaast een hoop extra werk.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

Bedrijfsleven ondervindt flinke hinder Wet DBA. Kwart stopt met inhuur zelfstandigen.

Een groot deel van opdrachtgevers van zelfstandige professionals is negatief over de gevolgen van de Wet DBA. Een kwart van de organisatie heeft al besloten om te stoppen met inhuren van zelfstandigen. Slechts 22% weet zeker door te gaan met het inzetten van zp’ers. 60% Vindt het nu lastigere om de juiste expertise naar binnen te halen. Dat zijn een aantal conclusies uit een onderzoek van The Future Group.

“Belastingdienst en Tweede kamer zitten niet op één lijn,” concludeert Bart Timmer, initiator van de Politieke Ronde Tafel en mede-oprichter van The Future Group. Aan die Tafel brengt Timmer bedrijfsleven en politiek bij elkaar. Er werd tijdens de laatste bijeenkomst doorgesproken over de resultaten van het onderzoek, waar ruim 400 bedrijven aan deelnamen. Tijdens dat gesprek bleek dat een overgrote meerderheid van aanwezige bedrijven nog voor de verkiezingen in maart 2017 reparatiewerk van de politiek verwacht. Er is vooral een roep om heldere regels vooraf.

Onderzoek wijst op de knelpunten in bedrijfsleven

Als input voor het gesprek tussen bedrijfsleven en politiek nam The Future Group ook een enquête af onder ruim 400 organisaties die regelmatig (hoger opgeleide) zelfstandige professionals inhuren.

Over de uitwerking van de wet DBA is men ronduit negatief. 69% denkt dat de wet gedoemd is om te mislukken. Slechts 13% vindt de modelovereenkomsten een vooruitgang ten opzicht van de VAR. Vrijwel alle bedrijven, maar liefst 91%, geeft aan dat wanneer de overheid c.q. de Belastingdienst achteraf toetst of er sprake is van een (fictieve) arbeidsrelatie,  bedrijven kiezen voor constructies waarin dergelijke risico’s worden  uitgesloten. Dat bevestigd het beeld dat organisaties risicomijdend zijn.

Over wat deze teneur tot gevolg heeft, is men klip-en-klaar:

  • Een kwart heeft het besluit al genomen om te stoppen met zelfstandigen, bij meer dan de helft wordt hier momenteel over gesproken. Slechts 22% geeft aan zelfstandigen zeker te blijven inzetten.
  • 67% van de bedrijven die deelname aan de enquête verwacht dat ze na 1 mei 2017 – wanneer de overgangsperiode naar de nieuwe wet DBA eindigt – minder zp’ers inhuren.
  • 60% van de bedrijven geeft aan dat ze door de veranderende wetgeving moeite hebben om de juiste expertise te vinden en/of te behouden.

“Specialisten zp’ers willen helemaal geen vast dienstverband! De wet DBA is daardoor een groot risico voor de continuïteit van ons bedrijf want we moeten ze wegzenden door deze wet en ze zijn al zo schaars”, zo stelde een van de deelnemers aan de discussie.

ONL voorman Hans Biesheuvel snapt de problemen waar het bedrijfsleven nu tegenaan loopt:  “Nederland is dicht geregeld, terwijl wendbaarheid nodig is. Het is onmogelijk om nog jaren vooruit te plannen en daarom is een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt noodzakelijk” Biesheuvel stelt dat er naast de loondienstmedewerker en de ondernemer een aparte status moet komen voor de zp’er, met een geheel eigen risicoprofiel.  80% van de opdrachtgevers vindt dat de Politiek er goed aan doet om zelfstandigheid een aparte status te geven.

VVD Tweede Kamerlid Erik Ziengs, die deelnam aan het gesprek, zegt dat hij zich zeer bewust van wat er zich momenteel afspeelt op de arbeidsmarkt: “We zullen goed moeten kijken naar de uitwerking van deze wet om te voorkomen dat zp’ers en bedrijven nog verder in de knel komen. Als dit niet werkt moeten we kijken naar andere oplossingen. Hier ben ik momenteel dagelijks mee bezig en daar zet ik mij in de Kamer voor in.”

Oplossingen

Tijdens de discussie bespraken de aanwezigen ook over mogelijke oplossingen, als alternatief of aanscherping van de Wet DBA.

  • 71% van de respondenten is het eens met VVD fractievoorzitter Halbe Zijlstra die vindt dat de Wet DBA van tafel moet, en de VAR-verklaring weer terug moet komen, als blijkt dat de Wet DBA niet werkt.
  • 67% is voorstander van het idee om te verkennen hoe echte ondernemers via een “toets op ondernemer schap” zekerheid vooraf kunnen krijgen zonder het gebruik van modelovereenkomsten. Steven van Weyenberg heeft namens D66 dit voorstel onlangs ook gedaan in de Tweede Kamer.
  • 80% van de bedrijven denkt dat de politiek er goed aan doet om zelfstandigen een aparte status te geven en zelfstandigheid formeel te erkennen als uitzondering op de loonheffingen (waarmee het risico op naheffingen verdwijnt).

Timmer: “De inzet van medewerkers zonder arbeidsovereenkomst moet mogelijk blijven indien aantoonbaar is dat men zelfredzaam en ondernemend is. Een ondernemerstoets op zelfredzaamheid maar niet in de zin van een middenstandsdiploma. Hier hebben organisaties en ‘arbeidsgevers’ behoefte aan. Maak een nieuwe groep fiscaal en arbeidsrechtelijk”.

De volledige conclusies van de enquête onder opdrachtgevers over de werking van de Wet DBA is hier te vinden: Enquête-TFG-onder-bedrijfsleven-wet-DBA-nov2016.pdf

 

Gevolgen Wet DBA voor bedrijfsleven

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 35s Reacties

Recruitment van vast en de inhuur van flex volledig integreren. Tja, waarom zou je het niet doen?

Ze vormen een gouden duo, maar dat betekent niet dat ze het altijd met elkaar eens zijn. Diana van der Boon en Wim van Nieuwenhuizen van WVN Consultancy delen vanaf nu op ZiPconomy hun kennis en expertise over de inhuur van externen. En dan gaat het natuurlijk ook over Total Workforce Management.

Want steeds meer organisaties roepen het, maar WVN Consultancy doet het: zorgen dat in organisaties de recruitment van vast en de inhuur van flex volledig integreren.

Geen aparte silo’s maar het centraal organiseren van ál het talent binnen de organisatie. Wim: “Tja waarom zou je het niet doen? De wereld vergaat natuurlijk niet als je niet meedoet, maar bijna iedere organisatie zal er beter van worden” Waarom Total Workforce Management in veel organisaties nog niet echt van de grond komt? Wim: “Je moet heel veel mensen in de organisatie erbij betrekken en meekrijgen. Bijna alle organisaties zien er de voordelen van in, maar het heeft vaak nog geen prioriteit.” Wat het een organisatie kan opleveren blijkt wel uit hun werk voor de Haagse Hogeschool.

Het begin

Diana van der Boon
Diana van der Boon

Even terug naar hoe het begon. Zij startte haar carrière bij Nètive, nu de grootste  VMS aanbieder in Nederland. Hij begon zijn carrière in de automotive sector voor hij een switch maakte naar de flexbranche en onder andere een MSP verzorgde van de Rijksoverheid. Ze hadden al eerder samengewerkt.

De Haagse Hogeschool bracht ze weer bij elkaar. Ze kwamen op het goede moment. De Hogeschool zocht een partner om de inhuur van externen te organiseren. Een partner die niet alleen adviseert maar ook uitvoert. Een die niet alleen personeel zoekt en inhuurt maar echt meehelpt capaciteitsvraagstukken op te lossen. WVN heeft toen naast het doorvoeren van een aantal vooruitstrevende oplossingen een flexdesk ingericht.

Wim: “Daarmee konden we ook de knip tussen flex en vast beslechten. Oftewel, verder kijken dan de contractvorm.” Ze ontwikkelden een technologie dat helemaal aansluit bij de recruitmentstrategie voor zowel vast- als flexwerkers waarmee ze Total Workforce Management meteen in praktijk brachten. Diana: “De uitgangspunten voor TWM zijn heel uiteenlopend. Een Hogeschool kiest voor betere integratie van flex en vast gericht op de beste mensen uit de arbeidsmarkt halen. Een bouwonderneming wil misschien meer controle over zijn uitgaven.”

Zzp of vast contract?

Het gebeurt vaak: een organisatie vraagt om een zzp’er of juist een vaste werknemer. Diana: “Als je dan vraagt ‘Waarom?’ weten ze dat niet.” De keuze voor vast of flex blijkt vaak vrij willekeurig. Maar wie op zoek is naar het beste talent moet volgens Diana voorbij die grenzen kijken. “Want je bent op zoek naar het beste talent, niet naar een contractvorm.” Wim: “Wie een dienstverband uitsluit, sluit misschien een talent uit en beperkt daardoor eigen mogelijkheden.” Om de beste sourcing strategie te bepalen hebben Diana en Wim een matrix ontwikkeld. Wim: “Met op de ene as de toegevoegde waarde en op de andere de duur van de opdracht.” Diana: “Je bepaalt niet vooraf welke contractvorm nodig is, maar je kadert wel de opties. Zo weet je welke kanalen je het best kunt inzetten bij je zoektocht.”

Meten is weten

Wim van Nieuwenhuizen

“Het is natuurlijk waanzin dat je iets doet omdat je het altijd al zo hebt gedaan, zonder dat je ooit hebt gemeten of dat beste methode is.” aldus Diana.” Volgens Diana en Wim moet je bijvoorbeeld meten hoe lang het duurt voordat een vacature wordt ingevuld, tegen welk tarief en niet onbelangrijk: het succes van een match – wat is de effectiviteit van een kandidaat? Daar wordt achteraf eigenlijk nooit naar gekeken. Wim: “Misschien is het werven via een kanaal duur maar blijkt dat via die weg wel de beste kandidaten binnenstromen.”

Diana: “Dan kun je een talentpool aanleggen met in de kern de mensen van topkwaliteit en de mensen die goed zijn.” Wim: “Stel, er moet bezuinigd worden, 20% van de werknemers moet eruit. Maar wie? Je zou zeggen dat de best presterende medewerkers moeten blijven, dan moet je wel weten wie dat zijn.” Diana: “Het begint met een nulmeting: dit is wat we nu doen en daar willen we over zoveel tijd staan. Zo ben je niet meer overgeleverd aan de waan van de dag en kun je zeker voor 75 tot 80% voorspellen wanneer je wie nodig hebt.”

Zo is het ontwikkelen van Total Workforce Management voor Diana en Wim een proces. Stap voor stap. Hun eigen visie en ervaring afstemmen met wat de klant wil en kan. En steeds de resultaten meten en bespreken.

Een uitgebreide beschrijving van de praktijkcase bij de Haagse Hogeschool is hier te lezen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Kannibaliseert de gig economie op vaste contracten?

vertrouwen-team-afstandEen vraag onder economen. kannibaliseert de gig economie, het aantal zelfstandigen die allerlei klussen doen op klusbasis, nu op de normale banen of wordt er gewoon veel meer werk gedaan dat anders niet of onbetaald zou worden gedaan?

Geen makkelijke vraag. Want voor beide is veel te zeggen en beiden klinken plausibel. Waarom zou je een dure kracht inhuren of full-time op de loonlijst zetten als je deze ook per rit (Uber) kan betalen? Maar het is niet te ontkennen dat er gewoonweg meer kleine klussen nu makkelijker gedaan worden door anderen (van klussen in huis tot zorg en van controle in winkels tot vervoer) die vroeger eenvoudigweg niet gedaan werden.

(meer…)

Geplaatst in Arbeidsverhoudingen, Beleid | 4s Reacties

Wat moet Wiebes direct doen om het DBA tij te keren? Belangenorganisaties en experts weten het wel.

De Wet DBA, kan in de huidige vorm de echte zzp’ers niet uit de groep schijnzelfstandigen filteren. Zoveel is nu wel duidelijk. Met de invoering van de Wet DBA is nu al een aanzienlijk aantal echte zelfstandigen de deur gewezen. Grote organisaties stoppen massaal met de inhuur van zzp’ers. Ze durven niet meer.

Staatssecretaris Wiebes ziet de ernst van de zaak in en heeft beloofd zo snel mogelijk met een plan te komen om deze kopersstaking een halt toe te roepen. Hij erkent dat de wet nu ook zzp’ers treft waarvoor de Wet DBA nooit bedoeld is geweest: “Zorgen zijn zeer herkenbaar, en daar moeten we wat aan doen. Mijn ambtenaren constateren dat opdrachtgevers veel strikter met de criteria omgaan dan nodig”.

De Staatssecretaris zou aanvankelijk eind december met een nieuwe voortgangsrapportage komen. Dat moment trekt hij naar voren. Hij komt deze maand nog met een brief.

Eén ding is duidelijk: er moet een speelveld komen waarbinnen glashelder is dat het inhuren van zzp’ers zonder risico kan. Wat móét en kán de staatssecretaris nu direct doen? ZiPconomy vroeg het de experts uit werkveld:

Denis Maessen, voorzitter PZO-ZZP

“Draagvlak onder de invoering van de Wet DBA daalt snel. PZO is van mening dat de invulling die nu door de Belastingdienst aan de wet wordt gegeven niet in lijn ligt met de uitgesproken intenties. Dat is ongewenst en dit vraagt nu om een stevige interventie van de staatssecretaris.

Het probleem is niet alleen van de heer Wiebes maar van het gehele Kabinet. Ook de vice premier zal een standpunt moeten innemen over de huidige ontwikkelingen en afstand moeten doen van de ongewenste uitwerkingen.

  • De overheden moeten laten zien dat het menens is en zetten om die reden hun contracten met zzp’ers na 1 januari door. Goed voorbeeld doet goed volgen.
  • Hanteer vanaf nu een andere en eigentijds begripsduiding die hoort bij het woord “gezagsrelatie”. De geest van de arbeidswet uit 1907 past niet langer bij de hedendaagse netwerkeconomie.
  • Alle tijdelijke inhuur van zzp’ers, zoals bijvoorbeeld bij vervanging wegens zwangerschap/ziekte dan wel pieksituaties, zijn legitiem in de zin dat de Belastingdienst daarin de tijdelijkheid van de inzet beoordeelt en niet de gezagsrelatie.
  • Er worden over de jaren 2017 en 2018 geen boetes uitgedeeld. Wel gele kaarten met die implicatie dat dan de ongewenste situatie binnen 4 weken beëindigd dient te zijn. Indien dat niet is gebeurd volgt een rode kaart en boete.
  • Belastingdienst zal deze beleidslijn volgen bij de beoordeling of er sprake is van een dienstbetrekking volgens de Wet op de Loonbelasting.
  • Om het draagvlak te vergroten zal de Belastingdienst zzp’ers moeten betrekken bij de beoordeling van de modelovereenkomsten.
  • Met deze beleidslijn zal er duidelijkheid worden gegeven over de mogelijkheid om zzp’ers in te zetten en wordt er invulling gegeven aan de wet zoals door alle partijen bedoeld.”

Piet Meij – Hoofd Sociaal Economische Zaken

“De NBBU heeft de Wet DBA altijd gezien als een second-best oplossing. Het is te gek voor woorden dat het invoeren van de wet DBA gepaard gaat met ongepaste onzekerheden voor zzp’ers en opdrachtgevers. In plaats van te kiezen voor het lapmiddel DBA, kan de Staatssecretaris beter accepteren dat de huidige infrastructuur op de schop gaat en werkenden in de toekomst aan de slag kunnen, zonder zich te hoeven bekommeren over zijn/haar status.

Mocht de Staatssecretaris persisteren en vasthouden aan de wet DBA, dan willen we in ieder geval op korte termijn bewerkstelligen dat via het inregelen van beheersmaatregelen, intermediairs die zzp’ers inhuren hun opdrachtgevers zekerheid kunnen geven. Uitgangspunt daarbij is dat in die gevallen waar bewust wordt gekozen voor ondernemerschap en waar op het toetsen van een aantal elementen, het ondernemerschap voldoende is aangetoond, er probleemloos met zzp’ers gewerkt kan worden.”

Josien van Breda-Hoekstra, directeur FNV Zelfstandigen

“Geachte heer Wiebes, mijn advies aan u is: Laat de wet DBA bestaan, maar haal alsjeblieft de druk van de modelovereenkomsten af. We verzuipen in de details en juridisch gehakketak op de vierkante millimeter. Terwijl de wet het woord deregulering in zich draagt. Zorg dus voor een paar heldere regels, die duidelijkheid brengen voor de meeste situaties en teruggaan naar de kern van de Wet DBA: duidelijkheid voor de zp’er en opdrachtgever en aanpak van schijnconstructies. Dan hou je nog maar een paar modelovereenkomsten over. In die paar heldere regels gaat het om tarief, duur en beschrijving van de opdracht. Zo is er een werkbaar raamwerk.

  • Prijs:  als het tarief van de zzp’ers 2 keer zo hoog is als het gebruikelijk loon van een werknemer, dan is hij in staat om voor een fatsoenlijk tarief uit te onderhandelen. Dat is een goed teken.
  • Duur: Hoe langer een opdracht, hoe meer het op een arbeidsovereenkomst gaat lijken. Hoe korter de opdracht, hoe aannemelijker dat het een opdracht is. Trek ergens een grens. Of dat nou bij 3, 6, 8, of 12 maanden is, maar geef duidelijkheid.
  • Beschrijving: deze moet gedetailleerd zijn, het moet gaan om iets met een begin en een eind, waarbij duidelijk is wat de zp’er komt doen en welke inspannings- of resultaatsverbintenis er is afgesproken.

Voldoe je aan alle drie de voorwaarden, dan is er sprake van een overeenkomst van opdracht. Natuurlijk moeten de drie criteria nog nader ingevuld worden, maar ik denk dat dit een werkbare route is en dat je zo de doelstellingen van de Wet DBA zult bereiken, zeker als er sectorale afspraken komen.”

Pierre Spaninks, zzp-expert

“Als staatssecretaris Wiebes echt wil voorkomen dat de inhuurstaking van opdrachtgevers een bloedbad aanricht onder zzp’ers, moet hij twee toezeggingen doen aan de kamer.

  1. dat het kabinet onverwijld komt met een AMvB of met een voorstel tot wijziging van de wet Loonbelasting, waarbij zelfstandigheid wordt erkend als uitzonderingsgrond voor de loonheffingen.
  2. dat de Belastingdienst geen naheffingen loonbelasting en premies zal opleggen aan opdrachtgevers totdat die erkenning in werking is getreden. Alleen zo krijgen opdrachtgevers het vertrouwen terug dat zij fiscaal veilig zaken kunnen doen met zzp’ers, en alleen zo komt de markt weer op gang.

Lees verder: http://pierrespaninks.nl/blog/tweede-kamer-help-de-inhuur-van-zzpers-weer-op-gang-te-krijgen/

Boris Emmering, Belastingadviseur Holla Advocaten

“Inspecteurs van de Belastingdienst houden nu vast aan de criteria: arbeid plus loon plus gezag is een arbeidsovereenkomst. Maar het ligt veel genuanceerder. Mijn suggestie is daarom: breng het DBA-beleid van de Belastingdienst in lijn met het arbeidsrecht en herijk de Handreiking DBA. Kijken naar het arbeidsrecht – wat zijn daar de criteria voor wel of geen dienstverband? In het arbeidsrecht staan alle handvatten om het aan te pakken.”

Maarten Post, voorzitter ZZP-Nederland

“Wiebes spreekt over “onbedoelde effecten” en zegt nu dat er meer nodig is dan alles nog eens uit te leggen. Eerst zien, dan geloven. Wij dagen deze VVD-staatssecretaris uit om het ondernemerschap niet langer te belemmeren, maar juist daadkrachtig te stimuleren. Het is van de gekke dat het ondernemerschap nog steeds niet wettelijk is verankerd en nog steeds wordt opgehangen aan het verouderde arbeidsrecht. Wij werken aan een voorstel, dat op korte termijn een einde kan maken aan de belemmering van ondernemers. Dan moet de politiek daar wel serieus naar kijken en ons niet nog eens opschepen met surrogaat-regelingen. Dat verdienen hardwerkende zelfstandigen niet.”

Jurriën Koops, directeur ABU

“Mijn suggestie: als we toch gaan sleutelen aan de wet DBA, doe het dan in één keer goed. Zorg ervoor dat de zelfstandige met een heldere definitie een eigen plek krijgt in ons bestel. Zorg in de tussentijd voor een tijdelijke oplossing om de rust en het vertrouwen weer terug te brengen in de markt. Bijvoorbeeld door te werken met uitzondering voor loonheffingen op basis van criteria zelfstandigheid – KvK, BTW, meerdere opdrachtgevers, tarief, aansprakelijkheid etc.”

Hugo-Jan Ruts, ZiPconomy

“In  mijn wat al te lange artikel  kwam ik uit om de oplossing om tijdelijk drie ‘interim-criteria’ te hanteren – in de lijn met rechters ook vaak hanteren:

  1. Opdrachten tussen een opdrachtgever en een (bij de KvK geregistreerde) zelfstandige van korter dan 500 uur per jaarvallen buiten het kader van de Wet DBA.
  2. Ook opdrachten met een uurtarief boven de 40 euro vallen buiten het kader van de Wet DBA.
  3. Stel verder de norm dat een zelfstandige maximaal twee jaar fulltime bij één enkele opdrachtgever mag werken zonder zijn (fiscale) status als zelfstandige te verliezen.

Zo ontstaat er een helder vrij speelveld (korter dan 500 uur en/of meer dan 40 euro) waarbinnen de normale regels omtrent vrij economisch verkeer tussen twee volwassen marktpartijen gelden. Eventueel vast te leggen met een ‘wilsverklaring’ in een contract.

Buiten dat speelveld is het grijze gebied: opdrachten blijven prima mogelijk, maar dan met een aantal extra afspraken, vast te leggen in modelovereenkomst inclusief de extra verantwoordelijkheid voor de opdrachtgever, zoals de bedoeling is van de Wet DBA. Voor opdrachten langer dan twee jaar kan je eventueel een ruling aanvragen bij de Belastingdienst.”

Geert Gladdines, Senior Beleidsmedewerker ONL

“Ons advies aan de Staatssecretaris is om de DBA op te schorten. Geef opdrachtgevers en opdrachtnemers de expliciete toezegging dat er geen boetes of naheffingen volgen voor iedereen die diensten aanbiedt of inhuurt vanuit een KvK-nummer. Liever een korte staat van wetteloosheid, dan permanente onrust in de economie en op de arbeidsmarkt. Zp’ers zien tienduizenden euro’s aan omzet verdampen. Dat moet stoppen. Als de rust is teruggekeerd kunnen we bij de formatie ook fundamentele hervormingen in het arbeidsrecht en de fiscaliteit doorvoeren. Specifiek voor zp’ers moet je dan denken aan een herijking van de bepalingen rondom de gezagsverhouding en een eigen grondslag voor zp’ers in de belastingen.

Rob de Laat, voorzitter Bovib

“Opdrachtgevers moeten weten waar zij aan toe zijn bij inzet van zzp’ers. Bezweringsformules als: ‘goedwillende ondernemers worden ontzien’, geven geen enkele zekerheid als daar geen heldere criteria voor worden geformuleerd. Wat is een ‘goedwillende’ ondernemer? Zijn er ook ‘kwaadwillende’ ondernemers?

In onze ogen is het doel van de wet DBA het bestrijden van uitbuiting en misbruik. Dit is vervolgens onder de noemer schijnzelfstandigheid een eigen leven gaan leiden, want ook schijnzelfstandigheid kent geen heldere definitie. Als we uitbuiting en misbruik als uitgangspunt nemen voor de beoordeling door de belastingdienst, dan zou de handhaving gericht moeten zijn op situaties waar de zzp-er duidelijk de benadeelde partij is. Vrije wil en gezond tarief zijn daarvoor de kaders. Dit is van begin af aan ons standpunt.

Wij begrijpen heel goed dat de wet DBA niet zomaar van tafel kan zonder een duidelijk alternatief. Een wetswijziging duurt te lang. Maar een heldere toezegging van de staatssecretaris (bij voorkeur middels een Algemene Maatregel van Bestuur) dat opdrachtgevers, intermediairs en  zzp’ers geen enkel fiscaal risico lopen indien:

  1. Er sprake is van wilsverklaring van de zzp’er dat deze als zelfstandige de overeengekomen opdracht wil uitvoeren
  2. Dat partijen (zzp’er, opdrachtgever, intermediair) uitdrukkelijk verklaren dat er geen sprake is van (de wens om te komen tot) werken in dienstbetrekking
  3. Inschrijving kvk en BTW nummer
  4. Dat het overeengekomen tarief voldoende is om daadwerkelijk als zelfstandig ondernemer te kunnen functioneren. Daarvoor moet een tarief grens bepaald worden. Voorzet: boven de 25, maar onder de 50 euro.
  5. Voor opdrachten die korter duren dan 8 maanden, met een tarief hoger dan 25 euro moeten punten 1 en 2 afdoende zijn.
  6. Onder het vastgestelde normtarief kan de wet DBA streng gehandhaafd worden. Dus modelovereenkomsten, beheersmaatregelen etc.
Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | 44s Reacties

Met drie interim-kaders kan Wiebes de kopersstaking ivm Wet DBA breken. De wijsheid ligt op straat.

De implementatie van de Wet DBA is vastgelopen. Onderschatting van de werkelijkheid op de arbeidsmarkt, de complexiteit van de mix van arbeids- en fiscale regels en een gebrek aan regie lijken de belangrijkste oorzaken.

Gevolg is dat de Wet DBA onevenredig veel zelfstandigen én organisaties raakt en er een kopersstaking is ontstaan. Om de gevolgen van die staking te breken, moet per direct worden ingegrepen. Dat kan. Er zijn uit het werkveld genoeg suggesties gedaan om dat mogelijk te maken.

Wat nu direct nodig is, is het creëren van een speelveld waarbinnen glashelder is dat het inhuren van zzp’ers zonder risico kan.

Dat kan door drie ‘interim-criteria’ te hanteren:

  1. Opdrachten met een uurtarief boven de 40 euro vallen buiten het kader van de Wet DBA.
  2. Opdrachten korter dan 500 uur per jaar vallen ook buiten het kader van de Wet DBA.  
  3. Stel verder de norm dat een zelfstandige maximaal twee jaar fulltime bij één enkele opdrachtgever mag werken zonder zijn (fiscale) status als zelfstandige te verliezen.

Zo ontstaat er een helder vrij speelveld (korter dan 500 uur en/of meer dan 40 euro) waarbinnen de normale regels omtrent vrij economisch verkeer tussen twee volwassen marktpartijen gelden. Eventueel vast te leggen met een ‘wilsverklaring’ in een contract.

Buiten dat speelveld is het grijze gebied: opdrachten blijven prima mogelijk. Maar dan met een aantal extra afspraken, vast te leggen in modelovereenkomsten. Inclusief de extra verantwoordelijkheid voor de opdrachtgever, zoals de bedoeling is van de Wet DBA. Voor opdrachten langer dan twee jaar kan dat eventueel via de aanvraag van een ruling door de Belastingdienst (bijv via een “beschikking (geen-)verzekeringsplicht”).  

speelveld-wet-dba

Met deze spelregels (en een paar aanvullende details die onderaan dit artikel staan uitgewerkt) kaders richt je de Wet DBA en andere handhavingsmogelijkheden van de Belastingdienst op de twee gebieden waar misbruik gemaakt wordt van zzp-constructies. :

  • Situaties waar zzp’ers gedwongen worden om in een schijnconstructie te werken (altijd: laag tarief plus langdurige relatie met een opdrachtgever)
  • Situaties waarin zzp’er zelf gebruik maakt van een schijnconstructie (zeer lange, fulltime, opdrachtrelatie met een opdrachtgever). Indien aanvullend nodig: scherp de controle op het onterecht ontvangen van zelfstandigenaftrek met name bij deze (goed te identificeren) groep aan.

99% van alle gevallen van schijnconstructies, die maatschappelijk ongewenst zijn en/of verstorend werken in de onderlinge concurrentieverhoudingen tussen zelfstandigen, kunnen zo gericht worden bestreden zonder dat goedwillende zelfstandigen en hun opdrachtgevers er last van hebben.

Dit is geen waterdicht systeem, het is een interim oplossing. Waarmee ondertussen gewerkt kan worden aan een duurzaam alternatief, waarin zowel de evaluatie van de Wet DBA en de bevindingen van de commissie Boot kunnen worden meegenomen.

Deze oplossingen komen niet uit de lucht vallen. De basis werd gelegd tijdens een bijeenkomst waar een flink aantal grote organisaties die zzp’ers inhuren aanwezig waren, verschillende zzp-organisaties, diverse intermediairs plus een flinke groep zelfstandigen. Die basis is nu aangevuld en aangescherpt met nieuwe suggesties die momenteel rondgaan o.a. in reacties op artikelen hier op ZiPconomy van organisaties als de FNV Zelfstandigen en de brancheorganisatie Bovib.

De voorgestelde criteria sluiten aan bij wat rechters vaak gebruiken bij het bepalen of iemand nu een ondernemer of een werknemers is. Ook zij houden meer rekening met de intenties. Deze criteria zijn ook niet discriminerend qua hoog/laag tarief en/of hoog/laag opleidingsniveau. Ze leggen wel de focus op risicogebieden van misbruik door zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers. Deze focus werd in de aanloop naar de Wet DBA ook bepleit door belangenorganisaties, maar verdween toen de Wet DBA in werking trad.

Voor de liefhebber licht ik toe waarom juist voor deze interventies te kiezen (en niet voor anderen voorstellen) waarbij ik eerst even een paar stappen terug ga om te analyseren wat nu eigenlijk het probleem was en is. (een PDF van dit gehele artikel is hier te vinden

Analyse en toelichting

Het mag duidelijk zijn dat het stelsel (arbeidsrecht, sociale zekerheid, fiscaal recht) de laatste 10-20 jaar onvoldoende is meegegroeid met de maatschappelijke praktijk. Door de VAR is dit lang verborgen gebleven. Door diezelfde VAR was effectieve bestrijding van oneigenlijk gebruik van het zzp-construct voor de fiscus onmogelijk.

Nu de VAR als deken is weggetrokken, wordt helder dat de markt behoefte heeft aan duidelijkheid, consistentie en duurzaamheid.

Een half jaar nadat de Wet DBA van kracht is gegaan, kunnen we de conclusie trekken dat de Wet DBA niet in deze duidelijkheid voorziet en zich veel te weinig richt op probleemgebieden. De Wet DBA is veel te generiek, terwijl de wet – zoals ook altijd bepleit wordt door de belangenorganisaties – zich moet richten op probleemgebieden.

Oftewel: de weeffouten moeten uit de Wet DBA. Echter voor een zo duurzaam mogelijke oplossing is ontwikkeling van het stelsel noodzakelijk. Dit is urgent, maar zal zeker tijd kosten. Meer tijd dan de markt nu kan verdragen.

De markt heeft nu heel hard duidelijkheid nodig. Interventies die voor opdrachtgevers glashelder moeten maken wat nog wél kan én die per direct in te voeren zijn. Zodanig dat de Wet DBA geen impact heeft in delen van de markt, waar hij ook niet voor bedoeld is. Zonder te ontkennen dat er in beperkte zin wel degelijk misbruik wordt gemaakt van zzp-constructies, soms door opdrachtgevers, soms door zelfstandigen.

Het grote probleem met de Wet DBA is dat het in de huidige manier van implementatie onvoldoende gericht is op die risicogroepen. Iets wat in aanloop van de Wet wel altijd bepleit is door brancheorganisaties. Daardoor raakt de Wet DBA veel grotere groepen zelfstandigen dan de bedoeling was en is.

Eerst maar even een aantal stappen de diepte in.

Wie zijn ‘de zzp’ers’

“1,1 miljoen zzp’ers zijn de dupe van de Wet DBA”, stond er onlangs in een opiniestuk. Dat is  een verkeerde voorstelling van zaken. Er komen momenteel veel zelfstandigen door de Wet DBA in de problemen. Maar het is wel belangrijk om een en ander in het juiste perspectief te blijven zien. De Wet DBA heeft te maken met zelfstandigen waarvan het mogelijk onduidelijk is of er wel of geen dienstverband is met een opdrachtgever. Er zijn ook allerlei type zzp’ers waar dat totaal niet voor geldt en die dus niets met Wet DBA van doen hebben.

  • 22% (CBS 2014) van de zzp’ers verkoopt producten en geen eigen arbeid.
  • Een behoorlijk percentage zzp’er levert (tijdelijke) diensten aan (veel verschillende) particulieren (cijfer onbekend).
  • Een behoorlijk percentage zzp’er levert diensten aan bedrijven, zonder dat iemand ook maar een vermoeden van een arbeidsrelatie heeft. Bijvoorbeeld omdat zo iemand volstrekt onafhankelijk en vanuit zijn eigen werkomgeving diensten levert (bijv. de boekhouder, maar dan niet iemand die als interim-boekhouder tijdelijk bij een organisatie werkt).
  • Een deel van de zzp’ers is bezig met een bedrijfje op te starten, en is zzp’er in afwachting van de groei om personeel aan te nemen.
  • Dan zijn er professionals die veel korte opdrachten uitvoeren, vaak bij verschillende opdrachtgevers, ook wel de ‘gig-workers’.  Die zouden volgens de geest van de Wet DBA (zie ook antwoorden van Wiebes aan de Tweede Kamer in de schriftelijke behandeling van de Wet DBA) buiten de Wet DBA moeten vallen (denk aan cameraman ‘Rein’). Maar hierover is zoveel ruis dat veel opdrachtgevers – onterecht – denken dat de Wet DBA ook over deze groep gaat, waardoor hier veel zzp’ers de gevolgen van de Wet DBA merken. Waarover later meer.

De groep zzp’ers waar we het wel over hebben zijn zzp’ers – zowel hoog als lager opgeleid – die ingehuurd worden door organisaties. Vaak voor een periode van 1 tot 36 maanden (soms langer). Vanwege hun specifieke expertise en/of vanwege de behoefte aan flexibele capaciteit. Mensen die gedurende de opdracht vooral ook bij de klantorganisatie actief zijn en waarvan het op het oog niet direct duidelijk is wat hen nu qua werkzaamheden onderscheidt van mensen in loondienst: de ‘zelfstandige interim professionals’.

Dit zijn in de regel de zzp’ers die nog ergens in een bureaula de VAR-wuo hebben liggen. Dat zijn er ongeveer 360.000. Dat je een VAR-wuo hebt, betekent zeker niet dat je automatisch ook ‘onder de Wet DBA valt’, maar het is een indicatie.

De Wet DBA gaat dus in ieder geval niet over alle zzp’ers, maar wel om een forse groep. Een deel van die groep ondervindt momenteel ernstige hinder van de Wet DBA terwijl ze niet onder de doelstellingen vallen.

(Ik weet het, door specialisten valt hier van alles op af te dingen, maar ik probeer het een beetje overzichtelijk te houden. En er zijn inderdaad ook mensen die zowel in de ene als de andere groep vallen).

Wet DBA gaat over schijnconstructies , niet gedwongen zzp’schap

Het draait bij de Wet DBA om het tegengaan van schijnconstructies rond zzp. Dat is wat anders dan gedwongen zelfstandigheid. Die twee worden nogal eens door elkaar gehaald en niet door de minsten. Zoals door Minister-President Rutte onlangs bij een ONL-bijeenkomst, door minister Asscher bij zijn presentatie van het IBO zzp rapport.

  • Bij een schijnconstructie doet iemand zich ten onrechte voor als zzp’er, en dus valt dus ook hij ten onrechte niet onder fiscale – en andere regels voor werknemers.
  • Een gedwongen zelfstandige is iemand die eigenlijk een baan wil en bij gebrek aan alternatief zzp’er is.

Schijnconstructie/schijnzelfstandigheid

Bij een zzp-schijnconstructie worden ten onrechte door werk-/opdrachtgever geen loonheffing en premies ingehouden en de zzp’ers maakt ten onrechte aanspraak op fiscale ondernemersvoorzieningen zoals de zelfstandigenaftrek. Volgens het (enige) uitvoerige onderzoek dat daar naar is gedaan ligt het percentage tussen de 2 en 17%, wat een flinke bandbreedte is. Maar goed, dat het binnen het huidige arbeidsrecht en fiscale regels rond ondernemerschap lastig is om te definiëren wat schijnconstructies zijn, dat wisten we vooraf al, en dat wordt nu ook wel erg duidelijk. Wat een schijnzelfstandige nu precies is, daar kunnen juristen hele congresdagen over vol praten. Een simpeler en meer gangbaar beeld van een schijnzelfstandige is iemand die langdurig, fulltime bij één organisatie actief is en werkzaamheden doet die niet wezenlijk anders zijn dan wat werknemers in loondienst doen.  De zzp-bouwvakker die al jaren maar voor één aannemer werkt (waar hij misschien vroeger in loondienst was) maar ook de IT-zzp’er die – tegen een prima tarief –  jaar in jaar uit gewoon in een team van één organisatie meedraait (ook niet zelden zijn oud-werkgever).

Dat schijnconstructies een ongewenst fenomeen is, daar zal niemand het over oneens zijn. Het oneigenlijk gebruik maken van fiscale voorzieningen (korter gezegd: belastingfraude), verstoort eerlijke concurrentie met andere zelfstandigen die wel volgens de regels werken en is misbruik door opdrachtgevers in met name kwetsbare groepen zzp’ers. Dit rijtje is nog wel uit te breiden.

Dat de VAR geen geschikt instrument is om dit tegen te gaan, daar zijn en waren bijna alle politieke partijen en zzp-vertegenwoordigers het over eens.

Gedwongen zelfstandigen

Daar schijnconstructies zijn er ook  gedwongen zelfstandigen. Daar gaat de Wet DBA niet over. Gedwongen zelfstandigen zijn mensen die uit nood zijn gaan zzp’en. Omdat ze geen werk in loondienst kunnen vinden, terwijl dat wel hun voorkeur heeft. Typisch profiel zijn vaak mannen boven de 50, zowel in blue- als whitecollar (van bouwvakker tot interim-manager). Een leeftijdsgroep die het slecht doet in de huidige arbeidsmarkt (al wordt dat beter). Maar ook in de media- en creatieve wereld zijn er veel, vanwege het overschot op de arbeidsmarkt van mensen met die expertise. En, een betrekkelijk nieuw fenomeen, de (niet zelden hoogopgeleide) starters op de arbeidsmarkt, die als zzp’er de eerste stappen op de arbeidsmarkt maken, in afwachting van iets vast. Necessity driven entrepreneurs wordt deze groep genoemd in het vakjargon. Een deel daarvan slaagt alsnog in het ondernemerschap en ontdekt na een paar jaar nooit iets anders gewild te hebben. Een deel vindt na een periode van zzp-schap wel een baan (dat is ook een verklaring van het hoge aantal ‘starters’ als ‘stoppers’ onder zzp’ers). Typerend voor deze categorie is vaak (zeer) lage tarieven.

Het percentage gedwongen zelfstandigen ligt volgens bureau Panteia (input voor IBO-zzp) op 17%. Recentelijk internationaal onderzoek van McKinsey legt het cijfer rond een kwart van alle zzp’ers (gemeten over een aantal westerse landen, niet Nederland). Andere onderzoeken komen op ongeveer hetzelfde percentage. Daarmee is het aantal gedwongen zelfstandigen dus zeer waarschijnlijk hoger dan het aantal schijnzelfstandigen.

Gedwongen schijnzelfstandigen

Er zit deels een overlap tussen deze twee groepen: dat zijn de gedwongen schijnzelfstandigen.

Er zijn mensen op de arbeidsmarkt die door een combinatie van arbeidsmarktfactoren (geen keus) en gedrag opdrachtgever gedwongen worden om in schijnconstructies te werken. Bijvoorbeeld de bouwvakker die ontslagen wordt en de dag daarna door dezelfde organisatie fulltime voor langere periode wordt terug ingehuurd als zzp’er. Maar dan zonder sociale zekerheid, zonder rechten en tegen een tarief waarvoor hij zich nauwelijks kan verzekeren. Vergelijkbare voorbeelden zijn er in de thuiszorg, vervoer en mediawereld. Of de Oost-Europeanen die met bussen naar Nederland gebracht werden, even een tussenstop maakten op een administratiekantoortje om een VARretje aan te vragen en dan ver onder CAO-loon aan de slag gingen. Gedwongen schijnzelfstandigen hebben in principe bijna allemaal een laag tarief, ze hebben immers ook geen onderhandelingsmacht. Niemand weet hoe groot deze groep is. Maar veel meer dan 2%-5% van de totale zzp-markt zullen dit er m.i. toch niet zijn.

De rest van de schijnzelfstandigen is daar niet toe gedwongen. Dat zijn situaties waarbij zowel de zzp’er als de opdrachtgever het wel prima vinden zo (of ze zijn zich niet bewust van feit dat het een schijnconstructie is). En een klein deeltje van deze zzp’ers dwingt feitelijk hun opdrachtgevers om in een schijnconstructie te werken. Een deel (ja, ja – vast een heel klein deel) van de IT’ers bijvoorbeeld die zich onmisbaar hebben gemaakt bij hun klant en ondanks jaarlijkse verzoeken van die klant weigeren om in dienst te komen. Met een tarief dat niet gehinderd wordt door CAO-afspraken plus de zelfstandigenaftrek, dat is wel zo aantrekkelijk.

Een groot deel van de gedwongen zzp’ers werkt niet in schijnconstructies maar hosselen (soms is het niet anders) noodgedwongen maar toch ‘als echte zelfstandigen’ opdrachten en opdrachtjes bij elkaar, in afwachting tot de mogelijkheid zich aandient om in loondienst te gaan.

En gelukkig is verreweg de grootste groep zelfstandigen en groot deel van de zelfstandige interim professionals noch schijnzelfstandige, noch gedwongen zelfstandig.

Wat is nu het probleem?

If it ain’t broke, do not fix it, schreef Prof Arjan van den Born over het thema schijnzelfstandigheid twee jaar geleden op ZiPconomy. Wat is nu eigenlijk het probleem?

In hoeverre bovenstaande twee punten, schijnconstructies  en gedwongen zelfstandigheid een probleem is haagt van je sociaal-maatschappelijke opvattingen.

De gedwongen zelfstandigen

Dat iemand zich gedwongen voelt om zzp’er te worden, is natuurlijk niet prettig. Al zullen er ook genoeg mensen zijn die zich gedwongen werknemer voelen, of zijn. Het standpunt dat iemand die weinig kansrijk is op de reguliere arbeidsmarkt via het zzp-schap actief bezig probeert te zijn (een uitkering is het alternatief) valt m.i. te verdedigen. Feit is ook dat in deze groep zzp’ers zijn die geen tot nauwelijks een inkomen op het bestaansminimum weten te verwerven. Omdat ze heel moeilijk aan een opdracht komen, in combinatie met soms schrikbarend lage tarieven. Zie de cijfers over armoede in deze groep zzp’ers.

Beleidsmaatregelen hiertegen, voor zo ver mogelijk en gewenst (afhankelijk van de maatschappijvisie) zullen vooral gericht zijn op de werk-/opdrachtgevers. In de partijprogramma’s voor 2017 wordt veelal gewezen op het verlagen van de drempel om mensen in dienst te nemen. Het invoeren van minimumtarieven voor bijvoorbeeld sommige kwetsbare sectoren wordt door geopperd als maatregel. Ook de huidige vorm van de zelfstandigenaftrek (vast bedrag) werkt voor sommige prijsconcurrentie in de lage tarieven regionen in de hand.

Deels uiterst gevoelige onderwerpen die we in dit kader nu even laten liggen (voer voor de formatie), immers  we raken af van het onderwerp af. De Wet DBA is niet bedoeld om gedwongen zelfstandigheid als zodanig aan pakken.

De gedwongen schijnzelfstandigen

Dat de gedwongen schijnzelfstandigheid een probleem is dat aangepakt moet worden, daar is zo beetje iedereen het wel over eens. Hier hadden alle politici het steeds over in de debatten in de Tweede Kamer. Dat dat moeilijk lukt via de oude VAR (=primair controle bij de zzp’ers) is ook wel evident. Dat bij deze groep met name de opdrachtgevers aangesproken moeten worden, wat met VAR niet kon en met de Wet DBA wel, is ook weinig omstreden.

De niet-gedwongen schijnzelfstandigen

Er is een groep zelfstandigen die – naar volle tevredenheid – langdurig (langer dan twee jaar, soms een veelvoud daarvan) fulltime bij één opdrachtgever werkt. Het is een groep dit niet tot nauwelijks in de debatten aan bod is gekomen. Het is een groep met vaak een heel behoorlijk uurtarief, ze zijn verre van zielig en niemand heeft er last vast, zo zou je zeggen.

In hoeverre dit ook echt een probleem is, dat hangt wederom van je politieke visie.

Deze mensen betalen geen sociale premies (en de opdrachtgever ook niet). “Nee, ze kunnen ook geen aanspraak op die sociale voorzieningen maken”, zullen sommigen zeggen. “Een collectief sociaal stelsel werkt alleen als ook de sterkere schouders hun (financiële) bijdrage aan dat stelsel leveren”, roepen anderen . Het lage percentage zzp’ers dat zich verzekert voor arbeidsongeschiktheid en niet spaart voor pensioen baart velen zorgen. Maar hier gaat we op korte termijn niet uitkomen. Ook dat is iets voor de formatie, met al dan niet een (verplichte deelname) aan een ministelsel en/of een opt-out regeling a la het plan van ONL, of een keuze uit alle tinten grijs die daar tussen liggen en mogelijke hervorming van de zelfstandigenaftrek.

Zo komen we op het volgende politiek gevoelige onderwerp. Je kan je afvragen in hoeverre deze groep schijnzelfstandigen terecht de € 7.280,- zelfstandigenaftrek en de 14% MKB-winstvrijstelling ontvangt. Immers wanneer je jaren achtereen bij één opdrachtgever werkt, dan ben je volgens de huidige fiscale regels (ook zonder de Wet DBA) geen ondernemer voor de inkomstenbelasting.

Het via de Wet DBA terugdringen van het aantal mensen dat op deze manier een zelfstandigenaftrek ontvangt is nooit heel expliciet als drijfveer van de Wet DBA genoemd. Maar ik verzeker u, genoeg politici en zeker belastingambtenaren die uitgerekend hebben wat  dit – met zeg 25.000 minder zzp’ers uit deze categorie – oplevert.

Ze zullen het niet hardop zeggen, maar zelfs bij D66 en de VVD (de enige twee politieke partijen die in hun verkiezingsprogramma echt volmondig voor behoud van de zelfstandigenaftrek zijn) komt het in hun strijd voor behoud van die aftrek politiek wel goed uit dat het aantal mensen die aftrek ontvangt, wat terugloopt. Zeker als dat mensen zijn waarvan het twijfelachtig is of ze die moeten krijgen (het was immers ooit een inkomensondersteunende maatregelen voor de sabbelende kleine zelfstandige).

Wanneer het grootste probleem van deze groep nu het onterecht ontvangen van de zelfstandigenaftrek is, dan kan je wel de vraag stellen of je deze groep nu moet aanpakken (als je dat al wilt) via de opdrachtgever, zoals de Wet DBA beoogt? Die opdrachtgever gaat immers niet over de belastingaangifte van de zzp’er. Het is ook niet primair de opdrachtgever die hier iets ‘fout’ doet of ergens misbruik van maakt (wat je bij gedwongen schijnzelfstandigheid wel kan stellen). En bovenal is de Wet DBA hier een onhandig indirect instrument voor; de toets op de ondernemerscriteria die in de VAR wel zat, is er juist uitgehaald.

De effecten van de  Wet DBA

Er zijn nu zeven meldpunten om klachten over de Wet DBA te verzamelen. Ik ben benieuwd wat daar voor harde feiten uitkomen. Maar ik heb wel een vermoeden dat het deze richting opgaat:

  1. De Wet DBA heeft beperkte impact op het meest urgente maatschappelijke probleem, namelijk de gedwongen schijnzelfstandige.
  2. De Wet DBA heeft een onevenredig effect groot effect op een deel van de hoogopgeleide zelfstandigen, waarvan voor een groot deel dit ook een onbedoeld effect is.

Punt 1 zegt ik met enige voorzichtigheid, omdat zzp’ers in deze groep mogelijk minder mondig zijn en ook afhankelijker zijn en dus ook minder hoog van de toren kunnen blazen. Wat ik wel weet en zie is dat er opdrachtgevers in dit segment zijn die hun hele businessmodel gehangen hebben aan schijnconstructies. Dat laten ze echt niet zomaar uit handen nemen. Het signaal dat er voorlopig niet gecontroleerd wordt, zal met name hier gehoord zijn.

Een ander element bij punt 1 is dat de hantering van de termen ‘geen gezag/vrije vervanging’ nu juist uitkomsten bieden voor een deel van de lagere betaalde functies. Het merkwaardige fenomeen doet zich nu voor dat het voor opdrachtgevers met relatief  eenvoudige (en laagbetaalde) opdrachten (een indicatie voor gedwongen schijnconstructies) het veel makkelijker is om een modelovereenkomst af te sluiten dan  de opdrachtgevers die ruime tarieven betalen voor zp’ers in het bovenste marktsegment.

Punt 2 is een verzameling van effecten. De recente inventarisatie op ZiPconomy onder grote opdrachtgevers maakt duidelijk dat ze  strikter de regels interpreteren dan Wiebes bedoeld heeft. Uit voorzichtigheid, en soms ook om het ze ook prima uitkomt (loondienst is vaak goedkoper in dit segment). Deels komt dit zeker ook door  de houding van een deel van zijn eigen ambtenaren bij de Belastingdienst, waar er zowel ‘rekkelijken’ als ‘preciezen’ zijn, die zo hun eigen interpretaties hanteren.  Het ontbreekt ten enenmale aan glasheldere criteria wat er nu nog wel kan en mag. Met name in dit segment geven termen als gezag en persoonlijke arbeid te weinig houvast.

Duidelijk is dat een deel van de zzp’ers die bij die organisaties niet verder kunnen dat niet kunnen omdat ze daar ook wel erg lang (jaren) achter elkaar één opdracht deden.  Dat kan gezien worden als een ‘gewenst effect’ van de Wet DBA. Mogelijk gaat dit om enkele tienduizenden zelfstandigen.

Het belangrijkste ongewenste effect van de Wet DBA is dat een deel van de opdrachtgevers niet in staat is (of wil zijn) om een onderscheid te maken tussen verschillende groepen zzp’ers. Gevolg: een deel van de opdrachtgevers dreigen nu de deur dicht te gooien voor alles wat met inhuur van zzp te maken heeft. Beeld is dat deze groep zelfstandigen aanzienlijk groter is dan de groep zzp’ers die terecht door de Wet DBA geraakt worden. Cijfers daarvan zijn niet exact bekend. Mogelijk gaat het hier om enkele tienduizenden zelfstandigen.

De oorzaak daarvan ligt bij de weeffouten die in de wet zitten, een ontkenning van de complexiteit van de werkelijkheid en het feit dat de communicatie van de Belastingdienst in eerste aanleg op de zzp’ers is gericht en niet op opdrachtgevers.

Interventies om kopersstaking op te lossen

Er wordt in de politiek, op het ministerie en bij lobbyorganisaties hard gewerkt om snel tot een interventie te komen die kopersstaking breekt. Wiebes kan met weinig anders naar de Kamer komen over een week of twee.

De kopersstaking wordt alleen gebroken als je rekening houdt met hoe opdrachtgevers denken en handelen in de praktijk.

Een punt dat daarbij miskend wordt is dat grote opdrachtgevers, als het gaan om dergelijke fiscale en HR-wetgeving, per definitie risicomijdend zijn. Je kan natuurlijk meer verantwoordelijkheid bij hen neerleggen, maar ze zullen de risico’s ook  per direct  wegorganiseren. Door dan maar helemaal niet meer in te huren, of risico’s elders onder te brengen. Bijvoorbeeld bij intermediairs. Daar kan je wat van vinden, dat is nu eenmaal de praktijk. Dat de Wet DBA “het proces van deintermediëring niet in de weg mocht staan”, zoals Wiebes in de Eerste Kamer stelde, is naïef.  De eis voor opdracht die via intermediairs opstellen (de 8 maanden norm ) die nu aanvullend gesteld is werkt uiteindelijk alleen maar in het nadeel van de zzp’ers.

De interventies moeten:

  • glashelder maken welke type opdracht onder verder nadenken nog wél ingevuld kunnen worden door zelfstandigen
  • ze moeten per direct in te voeren zijn, zodat opdrachtopgevers ook direct verlost zijn van hun onzekerheid.
  • ze moeten ook zodanig zijn dat de Wet DBA niet (meer) ingrijpt in een delen van de markt, waar hij ook niet voor bedoeld was.

De belangrijkste weeffouten in de wet zijn de – al eerder genoemde – onhanteerbare arbeidsrechtelijke termen van ‘gezag’ en ‘persoonlijke’. Met name in segmenten van de markt waar het maatschappelijk probleem van schijnzelfstandigheid beperkt is. Nog los van het feit dat specialisten stellen dat de simpele veronderstelling ‘geen gezag = geen dienstverband’ een te eenvoudige voorstelling van zaken is.

Ook het feit dat de ondernemersstatus van iemand helemaal geen rol meer speelt in de beoordeling wel/geen zelfstandige werkt verstorend. Er wordt nu puur gekeken naar de aard van de werkzaamheden. Wat betekent dat wanneer je iemand voor een dag inhuurt en die strikte instructies geeft (gezag) dat als een arbeidsrelatie beoordeeld kan worden. Dit is minder theoretisch dan het lijkt. Het lukt de Academische ziekenhuizen niet om een modelovereenkomst goedgekeurd te krijgen om huisartsen (die evident ondernemer zijn) voor een paar dagen per jaar in te zetten in het onderwijs aan huisartsen in spé. Voorgeschreven curriculum en vastgestelde lestijden is gezag en van vrije vervanging kan hier ook geen sprake zijn. Ja, de puristen zullen zeggen: doe een dienstverband van 5 dagen per jaar, maar welk doel dient dit?

De Deregulering van de Wet DBA bestond ook uit het idee dat marktpartijen, van zowel opdrachtgevers als opdrachtnemerskant gezamenlijk op brancheniveau modelovereenkomsten zouden uitonderhandelen. Dat is op een enkele branche na niet van de grond gekomen. Simpelweg om dat de zzp-markt nauwelijks georganiseerd is. Bestaande zzp-vertegenwoordigers hebben daar niet genoeg mensen voor, en in veel sectoren ook niet de legitimiteit. Dit overleg is op enkele plekken gekaapt door weinig zzp-gezinde vakbonden. Daarbij is er in veel sectoren helemaal geen level-playing field tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Gevolg: Meer dan 95% van alle ingediende modelovereenkomsten zijn opgesteld zonder vooroverleg met de wederpartij.

Interventies die niet gaan werken

Er zijn al de nodige suggesties gedaan, die mijns inziens voor nu niet gaan werken, al kunnen ze vaak wel een onderdeel van een duurzame oplossing zijn, die echter tijd vergt.

Opschorten Wet DBA. In de ijskast met de Wet DBA, terug naar de VAR. Zoals ONL voorstelt en ook de PVV bij motie. Ja, waarom ook niet, ben je geneigd te denken. Ten eerste lijkt me dit politiek onhaalbaar – al is dat niet zo’n sterk argument. Je kan je ook afvragen of dit niet nog meer onzekerheid oplevert, de geest is al uit de fles. Met opschorten ontken je ook dat er wel degelijk problemen zijn in sommige delen van de zzp-markt die aandacht behoeven. Er wordt zowel aan de opdrachtgeverskant (gedwongen schijnconstructies) als aan de zelfstandigen kant (deel niet-gedwongen schijnconstructies) misbruik van de regels gemaakt wordt. Te weinig ten opzichte de impact die deze manier van invoering van de Wet DBA heeft, maar te veel om niets te doen.

Verlenging transitie periode. Nu hebben organisaties tot 1 mei 2017 de tijd om hun zaken op orde te hebben. Verleng die periode is de gedachte, dan hebben organisaties langer de tijd om uit te zoeken wat kan en wat niet. Deze interventie is olie op het vuur. Wat het vooral verlengt is de periode van onzekerheid. Grote organisaties zijn al klaar, en we zien de effecten.

Aanpassing arbeidsrecht. Dat stelt onder andere Omtzigt (CDA) voor. Hij heeft natuurlijk gelijk dat het huidige arbeidsrecht in veel gevallen geen werkend kader is om de werkzaamheden van zzp’ers te beoordelen. Maar het is ondoenlijk om daar binnen een paar weken een klip en klaar antwoord op te geven. Het lijkt me ook juridisch dun ijs. Goed punt voor een duurzame oplossing, waarbij je je kan afvragen of je niet gelijk een sprong over het arbeidsrecht moet maken en (een deel?) van de zp’ers niet een aparte status moet geven (tussen werkgever en ondernemer). Puntje voor de formatie.

Ondernemerstoets. De lijn van D66. Het verwijderen van de ondernemerstoets in de Wet DBA werkt onduidelijkheid in de hand. Juist ook voor die groep ‘gig-workers’ voor wie de Wet DBA helemaal niet bedoeld is, maar nu wel met de gevolgen geconfronteerd worden. Zo’n toets – die er ook in België en de UK is – is een denkbaar onderdeel van een oplossing. Zie ook deze uitwerking van een ondernemertoets als alternatief voor de Wet DBA  (zie dit artikel op ZiPconomy van juni 2016, lees vooral ook de nuttige commentaren). Dit werkt alleen als die toets ook vooraf hard getoetst is. Anders is het net zo’n wassen neus als de VAR. Die toetsing is niet op korte termijn te realiseren. Zo is ook dit idee wel iets voor een duurzame oplossing (vooral simpel houden: drie criteria waar je aan moet voldoen en een paar aanvullende criteria. Voldoe je daar ook niet aan, dan weet je waar je aan toe bent), maar geen interventie die de markt op korte termijn vlot trekt.

Handhavingsstrategie bekend maken: de Belastingdienst maakt bekend welke sectoren gecontroleerd worden en welke niet. Het grootbedrijf wil gewoon ‘compliant’ zijn, ook als ze weten dat de controlekans bijna nul is. Dit lost niets op. Immers ook de uitspraken van Wiebes (en Rutte) dat er boetes volgens, hebben nauwelijks effect gehad op het gedrag van opdrachtgevers.

Invoering van een algemeen minimumtarief: Deze maatregel geeft ondernemers die ook evident geen schijnzelfstandigen zijn (bijvoorbeeld starters of bij pilotprojecten) te weinig ruimte en vrijheid en is zodoende ook te discriminerend en heeft (bij een wat hoger minimumtarief) een ongewenst schokeffect op de korte termijn.

Afwachten tot de uitkomsten van de Commissie Boot: De commissie Boot onderzoekt momenteel de juridische hardheid (vanuit arbeidsrechtelijke zin) van de huidige modelovereenkomsten. Staatssecretaris Wiebes lijkt geneigd om met nieuwe maatregelen te wachten totdat die commissie met haar rapport komt. Dat duur te lang, en waarschijnlijk is het oordeel van deze commissie ook te genuanceerd waardoor er niet de directe helderheid ontstaan die nodig is.

Wat dan wel?

Om te beginnen een beetje politieke moed. Ook  van Tweede Kamerleden die nu hoog van de toren blazen. Wees eerlijk naar een (klein) deel van de klagers die zich nu laat horen. Die hebben niets te klagen. Uit betrouwbare bron begreep ik dat er bijvoorbeeld bij de Gasunie na een de Wet DBA- audit bleek dat daar een zzp’er was die al 31 jaar alleen bij de Gasunie rondliep (het is extreem voorbeeld, maar langlopende opdrachten komen veel voor). De bedoeling van de Wet DBA is o.a. ook dat dit niet meer kan. Daar waren de fiscale ondernemersvoorzieningen niet voor bedoeld. In de huidige regels betekent langdurig werk voor één opdrachtgever dat je geen ondernemer bent.  Overigens zijn dit soort mensen hard nodig voor de organisaties, anders was het zzp-contract wel opgezegd. Dus een loondienstverband lijkt een keurige oplossing. Tja, je gaat wel wat meer belasting betalen.

En dan naar de oplossing. Een oplossing die recht doet aan de doelstellingen van de wet. Met oog voor de complexiteit van de werkelijkheid van werken in 2016.

Het gaat om primair om het bestrijden van echte schijnconstructies, wat zich kenmerkt door langlopende opdrachten bij één opdrachtgever aangevuld met het aanpakken van gedwongen schijnzelfstandigheid, opdrachten die gekenmerkt worden door lage tarieven.

  • Leg de verantwoordelijkheid voor schijnconstructies  bij de opdrachtgever neer (zoals nu gedaan is) indien er indicatoren aanwezig zijn voor een mogelijke gedwongen schijnzelfstandigheid. Namelijk tarief plus zeer lange duur relatie opdrachtgever en opdrachtnemer.
  • Leg de verantwoordelijkheid voor schijnconstructies bij de opdrachtnemer neer, indien er indicatoren zijn voor mogelijke vrijwillige schijnconstructie (namelijk  zeer lange opdrachtrelatie bij een opdrachtgever plus hoog tarief)
  • Creëer een helder speelveld (op basis van duur opdracht en hoogte tarief) waarbinnen het duidelijk is dat er een evidente klant-leveranciers verhouding is, die geen extra regelgeving rond fiscaliteit behoeft.
  • Buiten dat speelveld blijft het mogelijk om zaken te doen, maar wel met een aantal extra spelregels en controlemogelijkheden, die vastgelegd zijn de modelovereenkomsten.

Het hanteren van hoogte tarief en duur opdrachtrelatie plus de intentie van opdrachtgever/opdrachtnemer (vrijwilligheid) als eerst selectie sluit aan bij criteria die rechters regelmatig gebruiken om te beoordelen of iemand wel of niet ondernemer is. Met het hanteren van dergelijke criteria die te maken hebben met ‘hoog risico’ geef je ook focus op waar de pijn zit. Iets waar de zzp-organisaties ook altijd op aangedrongen hebben.

Dit speelveld en deze ‘knip’ is volgens mij te operationaliseren via twee heldere criteria. Voldoet een opdracht aan een of beide criteria, van hui buiten het kader van de Wet DBA:

  • Opdrachten tussen een opdrachtgever en een (bij de KvK geregistreerde zelfstandige) van korter dan 500 uur  vallen buiten het kader van de Wet DBA.

Dit is o.a. een oplossing voor alle ‘gig-workers’ (mensen die veel korte opdrachten doen), zelfstandigen die met alle plezier zwangerschapsvervanging doen, de praktijkprofessionals die een paar dagen per jaar onderwijs geven, maar ook de aannemer die om een opdracht af te krijgen voor een korte periode een paar extra handen inhuurt.

  • Opdrachten met een uurtarief (in contract vastgelegd contract met een bij de KvK geregisterde zelfstandige) boven een bepaalde grens vallen buiten het kader van de Wet DBA.

Qua hoogte kwamen we tijdens een ZiPconomy denktanksessie anderhalf jaar geleden op zo’n 40 euro per uur (een afgeleide van het minimumloon). Een sessie waar overigens veel opdrachtgevers, zelfstandigen, zzp bonden en bureaus aan deelnamen. Brancheorganisatie Bovib denkt aan een tarief tussen de 25-50 Euro. Mathijs Bouman noemde vorige week 80 euro (lijkt me wat hoog). FNV Zelfstandigen stelt tweemaal het bijbehorende CAO-loon voor (wat me voor een snelle interventie net iets te veel ruimte voor onduidelijkheid geeft).

Nee, dit is geen minimumtarief, dit is ook geen beperking dat een ondernemer niet zijn eigen tarief mag bepalen. Alle tarieven mogen. Alleen boven een bepaald tarief kan en mag je er van uit gaan dat er geen dwangmatige schijnzelfstandigheid is, waar de opdrachtgever op aangesproken moet worden. Onder een bepaald tarief werken kan nog steeds, maar dan via een modelovereenkomst.

Het werken met een KvK inschrijving is geen hard bewijs van ondernemerschap, maar het geeft enige grip (traceerbaarheid) en inzicht.

Aanvullende interventies:

  • Het voor het aanpakken van de werkelijke schijnende gevallen rond schijnzelfstandigheid ook primair de arbeidsinspectie in.
  • De werkelijkheid is dat sommige interim opdrachten nu eenmaal wat langer duren, zeker bij hoogwaardige kennisprojecten. Stel een norm dat een zelfstandige maximaal twee jaar fulltime bij een enkele opdrachtgever mag werken (> dan 80% omzet bij een opdrachtgever) zonder zijn zelfstandigheid te verliezen. Of dat nu via een intermediair is of niet, is niet relevant (laat dus ook die 8 maanden norm die alleen voor intermediairs geldt vallen).  In uitzonderlijke gevallen kan een de combinatie van opdrachtgever/opdrachtnemer toestemming voor uitzondering aanvragen bij de Belastingdienst (bijvoorbeeld met een ruling vooraf via aanvraag de ‘beschikking geen verzekeringsplicht’ ).
  • Mogelijk is het stellen van een maximum van twee jaar voldoende, maar scherp indien nodig de controle op onterecht ontvangen zelfstandigenaftrek aan, gericht op die groep met een (zeer) lange opdrachtduur bij een opdrachtgever plus een relatief hoog uurtarief. Maar dan bij de veroorzaker, dus de zelfstandige en niet via de opdrachtgever. Door – in eerste aanleg – simpelweg de aangifte aan te passen. Vraag niet bijvoorbeeld niet alleen naar aantal uren, maar bijv. ook het aantal opdrachtgevers en/of welk percentage omzet bij de grootste opdrachtgever wordt (en naam noemen) behaald. Kunnen deze eerste simpele criteria niet met ‘ja’ beantwoordt worden, kunnen aanvullende vragen gesteld worden (zie de eigen ondernemerstoets van de Belastingdienst en/of voorbeelden uit België of UK hieromtrent) of iemand toch ondernemer is.

Dit kan niet over de aangifte 2016 gerealiseerd. Geen ramp, doe het over 2017. Dan hebben zelfstandigen ook een jaar om de keuze te maken tussen een baan of echt te gaan ondernemen. De zelfstandigen over wie dit gaat, weten zelf dondersgoed over wel wie het  wel of niet in deze categorie vallen. Hun arbeidsmarktperspectief is in de regel ook prima,.

  • Verder behouden zelfstandigen hun recht – zoals ze dat nu ook hebben – om te allen tijde naar de rechter te stappen om te claimen dat de opdrachtrelatie toch een dienstverband is. In eerdere zaken laat de rechter daarbij de duur van de opdracht en hoogte van het tarief (hoog tarief, kleine kans op toekenning claim) een rol spelen. De Wet Aanpak Schijnconstructie blijft volledig van toepassing.
  • En terzijde: Accepteer alleen nieuw ingediende modelovereenkomsten indien de aanvrager overtuigend kan aantonen dat een van de 1500 (?) reeds goedgekeurde overeenkomsten niet voldoet (we schieten echt niets op met dit woud aan overeenkomsten) tenzij de overeenkomst echt een resultaat is uit een overleg tussen groepen opdrachtgevers en groepen zelfstandigen.

Afsluitend

Het maken van deze knip op basis van tarief en duur is zeker geen integrale duurzame oplossing voor alle vormen van schijnconstructies. Daarvoor is naar de toekomst toe een beter plan nodig.  Maar het creëert in ieder geval per direct een helder afgebakend speelveld waarbinnen opdrachtgevers weten dat ze – zonder dat ze het risico lopen  – via het normale, volwassen economische verkeer zaken kunnen doen met zelfstandig ondernemers.

Buiten dat speelveld van tarief en duur blijft het inhuren van zzp’ers en het werken als zelfstandige interim  prima mogelijk, maar dat met een aantal extra spelregels uit de modelovereenkomst.

Het is belangrijk om te noemen dat deze criteria en interventies niet discriminerend zijn op basis van tarief of op basis van hoog of lager opgeleid.

Het legt de verantwoordelijkheid daar waar die hoort. Bij gedwongen schijnconstructies  bij opdrachtgevers, bij mogelijk misbruik van  o.a. de zelfstandigenaftrek, bij de zelfstandigen zelf. En richt de focus om risico’-groepen, iets wat altijd al bepleit is door de zzp-vertegenwoordigers maar nu ontbreekt bij de huidige manier van implementeren van de Wet DBA.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 59s Reacties