SP heeft weinig plannen voor (of tegen) de zzp Geplaatst 13 oktober 2016 door Hugo-Jan Ruts SP Tweede Kamerlid Farid Bashir was in het laatste Tweede Kamer debat over de wet DBA maar al te trots dat zijn partij in juni 2015 als enige partij tegen de Wet DBA had gestemd. Bashir stelde dat “de echte zelfstandigen “de pineut zijn” van de Wet. ”We zien onzekerheid onder zelfstandigen die niet worden ingehuurd en die bang zijn om niet meer aan de bak te komen.” Steun uit onverwachte hoek, want dezelfde SP hielp, onder invloed van de FNV, de coalitie in de Eerste Kamer aan een meerderheid. Het wekte in ieder geval wat extra nieuwsgierigheid wat de SP voor zzp´ers in petto heeft in haar verkiezingsprogramma. Nu, in het programma `Nu Wij’ staat feitelijk bitter weinig over die zzp’er. De enige paragraaf over zzp’ers: “We willen voorkomen dat mensen gedwongen als zelfstandige aan de slag moeten, zoals in de bouw of de zorg voorkomt. Voor ZZP’ers verbeteren we de sociale zekerheid, onder meer door een goede verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. ZZP’ers kunnen zich daarbij verzekeren via de WIA, onder dezelfde voorwaarden als werknemers.” Of het hier om een verplichte verzekering gaat, zoals GroenLinks en het CDA voorstellen, is niet duidelijk. De SP wil de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek verhogen, wat voor sommige zzp’ers goed nieuws kan zijn. “Ter stimulering van het kleinbedrijf worden de lasten verlaagd” staat verder te lezen, al is niet duidelijk wat dit nu precies betekent. De voor de SP tekenende ingrijpende belastingplannen zullen voor verschillende groepen zzp’ers heel anders uitpakken. Over een eventuele hervorming van de zelfstandigenaftrek is niet veel te vinden. ZiPconomy brengt alle standpunten van de verschillende politieke partijen tijdens dit verkiezingsseizoen bijeen, onder andere via dit speciale ZiPdossier: Verkiezingen 2017 Geplaatst in ZP en Politiek | Tags verkiezingen 2017 | Laat een reactie achter
CDA: alleen zelfstandigenaftrek voor wie pensioen opbouwt. Geplaatst 12 oktober 2016 door Hugo-Jan Ruts Het CDA wil zelfstandigen alleen nog het recht geven op een volledige zelfstandigenaftrek wanneer die zelfstandigen voldoende geld opzij zetten voor pensioen en overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsverzekering. “Alleen zo behouden we de solidariteit tussen generaties, kernwaarde van ons pensioenstelsel” zo stelt het CDA. Deze duidelijke stellingname staat te lezen in het verkiezingsprogramma van het CDA, dat vanochtend is gepresenteerd. In het hoofdstuk ‘Eerlijke economie’ pleit het CDA ook voor één (verplichte) basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden, inclusief zzp’ers. Tweedeling tegengaan Een centraal thema in het programma Keuzes voor een beter Nederland is dat het CDA de tweedeling tussen verschillende bevolkingsgroepen wil tegengaan. Mensen met en zonder vaste baan is voor de christendemocraten zo’n tweedeling. Het staat er niet expliciet, maar voor het CDA is de vaste baan ‘de hoeksteen van de samenleving’. “Een baan staat voor meer dan een goed salaris: werk zorgt voor uitdaging, nieuwe sociale contacten, inspiratie en ontwikkeling. Een vaste aanstelling geeft bovendien vertrouwen en zekerheid in de toekomst. Juist dat vertrouwen staat voor veel mensen op de tocht.” “Wij vinden de zekerheid van een vast contract belangrijk, zeker nu we zien dat op de arbeidsmarkt een ongelijk speelveld is ontstaan tussen werknemers in vaste dienst en zzp’ers. De eerste betalen voluit mee aan de collectieve voorzieningen van onze verzorgingsstaat, terwijl zzp’ers vaak aanzienlijke fiscale kortingen krijgen zonder mee te betalen aan collectieve regelingen voor ziekte en arbeidsongeschiktheid.” Voor het CDA is de ongelijkheid tussen vaste en flexibele contracten een serieus probleem voor de arbeidsmarkt. “Een kleine groep zzp’ers geniet van de voordelen van een flexibel contract, maar verpleegkundigen, metselaars of kantoorpersoneel zien hun banen verdwijnen waarna zij als flexwerker hetzelfde werk gaan doen. Deze ‘gedwongen’ ZZP’ers verliezen meer zekerheden dan ze aan vrijheid winnen.” Om die ongelijkheid te overbruggen willen we duurzame arbeidsrelaties bevorderen en de doorgeschoten flexibilisering keren. Juist in een eerlijke economie is een duurzame relatie tussen werkgever en werknemer een gezamenlijk belang dat bijdraagt aan de wederzijdse betrokkenheid, loyaliteit en productiviteit. Collectieve basisverzekering. Zelfstandigenaftrek alleen bij pensioenopbouw De eerste stap naar een eerlijke arbeidsmarkt is de introductie van één basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden. Zowel mensen met een vast als met flexcontract dragen daar financieel aan bij en kunnen bij arbeidsongeschiktheid een beroep doen op deze regeling. “De eerste stap naar een eerlijke arbeidsmarkt is de introductie van één basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden” zo staat in het programma te lezen. “Zowel mensen met een vast als met een flexcontract dragen daar financieel aan bij en kunnen bij arbeidsongeschiktheid een beroep doen op deze regeling.” Dit is geen nieuw plan. Bij de lancering van deze gedachte werd duidelijk dat dit ook voor zzp’ers geldt. Het CDA kiest ook voor een koppeling tussen de zelfstandigenaftrek en de opbouw van pensioen. “We kiezen voor het behoud van de solidariteit tussen generaties als kernwaarde onder ons pensioenstelsel. Hieruit volgt een verplichting voor alle werknemers van een bedrijf of een bedrijfstak om mee te doen aan een pensioenregeling. Daarom kiezen wij ervoor dat ZZP’ers alleen de volledige zelfstandigenaftrek krijgen als zij een minimumbedrag opzij leggen voor hun eigen pensioenvoorziening. Die aftrek was ooit bedoeld om tegemoet te komen aan de extra kosten van het ondernemerschap en dus moet die daar ook aan worden besteed. Dat creëert het broodnodige gelijke speelveld tussen werkenden met verschillende contractvormen.” Daarbij rekken ze het begrip ‘pensioen’ overigens ook opvallend flink op: “Daarnaast vinden wij dat een pensioen alleen een echt pensioen is als je ook een dekking hebt voor arbeidsongeschiktheid en overlijden.” Het CDA kiest ook voor collectiviteit: “Op die manier delen we met elkaar de risico’s, wordt iedereen beschermd bij arbeidsongeschiktheid en overlijden en behoudt iedere werknemer aanspraak op een pensioen, hoe oud iemand ook wordt. Deze collectiviteit en solidariteit biedt ook een belangrijk schaalvoordeel bij het beleggen.” Het CDA wil het ondernemers gemakkelijker maken om personeel in dienst te nemen. De verplichte doorbetaling bij ziekte moet fors teruggebracht worden. De SER broedt momenteel op advies waarin deze verkorting is gekoppeld aan een verplicht collectief stelsel waar ook zzp’ers onder vallen. De uitkomsten van de WWZ worden ‘averechts’ genoemd en moeten dus worden aangepast. Over de Wet DBA rept het CDA overigens niet. Duidelijk keuze Politieke partijen staan voor de keuze of ze zzp’ers nu zien als zelfstandige ondernemer of als zelfstandig werkende. En of ze met sociale voorzieningen collectiviteit of individualiteit centraal stellen. Ze moeten een positie nemen in het – al eerder gebruikte – schema zoals dat hier rechts staan. Het CDA maakt daar met deze standpunten in ieder geval expliciete keuzes en komt – anders dan de VVD vorige week – met concrete voorstellen. ZiPconomy brengt alle standpunten van de verschillende politieke partijen tijdens dit verkiezingsseizoen bijeen, onder andere via dit speciale ZiPdossier: Verkiezingen 2017 Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags verkiezingen 2017, zelfstandigenaftrek, zzp-beleid | 4s Reacties
Die ‘verpleegster’ in het ziekenhuis. Hoezo geen zelfstandig ondernemer? Geplaatst 12 oktober 2016 door Lex Tabak Ze worden er met regelmaat met de haren bijgesleept in het debat rondom de Wet DBA. ‘Verpleegsters’ in het ziekenhuis zouden geen zelfstandigen kunnen zijn. Als je dat maar vaak genoeg zegt, dan blijft het vanzelf wel plakken, zo moet de redenatie van Wiebes zijn. Maar helaas. Het fenomeen heet ‘zelfstandig verpleegkundige’ en zij moet aan meer regelgeving voldoen dan welke zzp’er ook. Het vak leent zich derhalve uitstekend voor een leven als zelfstandige. De groep professionals die in de zorg kiest voor een zelfstandig bestaan groeit sterker dan welke andere zzp groep dan ook. Terecht. De zorg is uniek De zorg is een branche als geen ander. Dat heeft alles te maken met het feit dat het een sector is die met publiek geld wordt gefinancierd en over heel kwetsbare mensen gaat, namelijk mensen die ziek zijn en/of niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. De ‘klant’ is voor een zorgprofessional om die reden niet alleen de ‘cliënt’ of ‘patiënt’. Het regelgevend kader dat rondom die relatie hangt tussen professional en zorgvrager vergt veel. Zo is er de Inspectie voor de Gezondheidszorg die iets te vinden heeft over de kwaliteit van zorg. Dit is een partij die in het meest ernstige geval een zorgaanbieder kan dwingen tot sluiting. Tarieven voor zorg worden vastgesteld door de Nederlandse Zorgauthoriteit. Kaders voor kwaliteit worden door het Zorginstituut opgesteld. Commerciële opdrachtgevers heten in de zorg zorgverzekeraars en mogen landelijk samenwerken in een ‘belangenorganisatie’ die Zorgverzekeraars Nederland heet. Dat doet iets met marktmacht. Daarnaast is er een ‘beroepsorganisatie’ die iets te vinden heeft van de wijze waarop de verpleegkundige zijn of haar vak uitvoert. Daarnaast is het afbreukrisico in deze sector hoog, aangezien de Nederlandse samenleving iets vindt van slechte zorg. Kunt u een andere branche noemen waar zoveel partijen iets te vinden hebben over de wijze waarop een opdracht wordt vervuld? De kwaliteitswet: ook voor zzp’ers Sinds 1 januari 2016 is er een nieuwe kwaliteitswet van kracht. Deze Wet Kwaliteit Klachten en Geschillen in de Zorg geeft zzp’ers voor het eerst een zelfstandige plek in het bestel. De zelfstandig verpleegkundige heeft daarmee een wettelijke verantwoordelijkheid gekregen om veilige en kwalitatief goede zorg te leveren. Los van wat de arts daarvan vindt of de instelling waar de zelfstandige voor werkt. Een zzp’er is daarmee evenveel zorgaanbieder voor de wet als een traditionele organisatie dat is. Dat wil zeggen dat een zzp’er vanuit het perspectief van de wetgever aan dezelfde eisen dient te voldoen als een ziekenhuis. Hoe kun je ‘gezag’ ontvangen als de opdrachtgever en zzp’er exact dezelfde wet kwaliteitswet dienen op te volgen die in alle opzichten gáát over de uitvoer van de opdracht? Dezelfde wetgeving voor zowel zzp’er als ziekenhuis. Dat klinkt eenvoudig, maar is niet gemakkelijk in de praktijk. Want alle partijen die ik eerder noemde hebben dus direct of indirect ook iets te vinden van die zzp’er. Daarnaast is de Wkkgz een ‘kaderwet’, dus het veld mag deze inkleuren. De zzp’ers in de zorg zijn echter tot op heden niet verenigd in een specifieke brancheorganisatie, dus een samenwerking om wetgeving handen en voeten te geven ontstaat tot op heden niet. Daar liggen kansen en daar wordt inmiddels ook aan gewerkt, maar we hebben ondertussen wel te maken met een erfenis uit het verleden. De Wet DBA ontstond in de zorg Het dossier van de zzp’er in de zorg is al vele jaren oud en evenveel jaren problematisch. In de tien jaar dat ik er van dichtbij bij betrokken ben, is precies dat regelgevende kader wat om de zorg heen hangt, het voornaamste probleem geweest. De opdrachtgever moést wel sturing geven aan de zzp’er, want de regelgeving was voor de opdrachtgever dusdanig zwaar dat deze niet anders kon dan nauwgezet aanwijzingen geven aan de zzp’er, zo luidde het oordeel van de fiscus. Daarnaast maakten zzp’ers in de zorg traditioneel gezien veel gebruik van bemiddelende partijen, wat ook de perceptie op het ondernemerschap niet ten goede kwam. Meer dan honderd rechtszaken zijn er gevoerd tussen de Belastingdienst en zzp’ers over deze onderwerpen. Een onderwerp dat van ondergeschoven belang werd op het moment dat de eerste modelovereenkomst ontstond. De eerste modelovereenkomst ooit was een gecombineerde poging van FNV Zelfstandigen en (zorg)branche organisatie BTN. Een heel specifieke modelovereenkomst voor een heel specifiek lid van BTN. Deze modelovereenkomst bleek in de praktijk voor veel partijen in de zorg niet bruikbaar, maar dat maakte de betrokken partijen niet zo heel veel uit. Het was voor de FNV de start van de goed nieuwsshow die modelovereenkomsten heette. Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en slechts enkele modelovereenkomsten rijker voor de zorgsector. De Belastingdienst worstelt met haar interpretatie van opdrachtnemerschap binnen modelovereenkomsten in de zorg. Gelukkig hebben we op het vlak van IB ondernemerschap in de zorg sinds 1 januari 2016 iets belangrijks gewonnen binnen de fiscale wetgeving: de nieuwe kwaliteitswet. Het 11e criterium Met de kwaliteitswet Wkkgz heeft de zzp’er in de zorg een elfde ondernemerscriterium te pakken. De sectorspecifieke eisen die zelfstandige professionals in de zorg dienen te hanteren, vragen veel van de individuele zzp’er. Zoveel, dat er naar mijn mening na uitwerking daarvan, van ‘gezag’ over de uitvoering van de opdracht (zorg verlenen) geen sprake meer kan zijn. De opmerking dat ‘verpleegsters’ geen ondernemer kunnen zijn voor de Inkomstenbelasting is om die reden onterecht. Sectorspecifieke eisen zijn nergens zo zwaar voor een zzp’er in de zorg. Het is daarom hopelijk slechts een kwestie van tijd voordat Wiebes de soundbite ‘verpleegster is geen ondernemer’ laat varen. Lex Tabak , expert op het vlak van ZZP-erschap in de zorg Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, zorgsector, zzperindezorg | 8s Reacties
De 4e Industriële Revolutie en de gevolgen voor flex/werk Geplaatst 11 oktober 2016 door Magnit Het is oktober, en we laten de late, fraaie zomer van 2016 langzaam maar zeker achter ons. Maar op de arbeidsmarkt is ’t hoogseizoen: het aantal werkzame personen is al 7 kwartalen op rij gegroeid, na een krimpperiode van maar liefst 10 kwartalen. De werkloosheid is daarom alweer gedaald van 7,9% begin 2014 naar 5,9% afgelopen zomer. Inmiddels ontstaat er zelfs alweer krapte op delen van de arbeidsmarkt. Onder hoogopgeleiden is de werkloosheid nog maar 4,5%. En van de 25- tot 35-jarige hoogopgeleiden is zelfs nog maar 3,7% werkloos. Dat klinkt als 2007-2008! De vraag naar technici en ict’ers is hoger dan het aanbod aankan. (Onder laagopgeleiden was de werkloosheid nog bijna 12½%!) En de verwachting is dat de economie en daarmee de vraag van organisaties naar arbeidskrachten voorlopig op een beheerst tempo verder groeien. Technologische ontwikkelingen, globalisering en individualisering zullen samen uitmonden in een enorme transformatie. Maar onder de oppervlakte van die schijnbaar rustig-positieve ontwikkeling rommelt het. We staan aan de vooravond van de 4e Industriële Revolutie (sommigen spreken van de 3e Industriële Revolutie, of van de 2ndMachine Age – de boodschap is: revolutie). Technologische ontwikkelingen en twee andere grote krachten zullen samen uitmonden in een enorme transformatie. Eerst ‘de’ technologie. Dankzij het draadloze mobiele internet in de cloud, digitalisering, de smartphone, wearables en andere sensoren gaan technologieën als big data, machine learning, internet of things, kunstmatige intelligentie, augmented reality, robotisering, chat, virtual assistants en automation enorme impact hebben op alle facetten van onze businessmodellen en de organisatie en van ons werk & privé. Vraag maar eens aan Siri wat zij ervan vindt. Tegelijk groeit het aantal technologische innovaties op de terreinen van de circulaire (waaronder ook de deeleconomie kan worden geschaard) en de bio-based economie. In de afgelopen vijf jaar hebben we de eerste ‘disruptors’ en gesneuvelden al gezien – Amazon, Apple, Facebook, Google, Uber, Nokia, Kodak, V&D, Oad – en dit is pas het begin. Globalisering De tweede belangrijke kracht is globalisering. De afgelopen decennia zijn steeds meer landen deel gaan nemen aan de wereldeconomie en de wereldhandel. Daardoor zijn grotere buitenlandse markten ontstaan naast grotere concurrentie en goede mogelijkheden voor outsourcing: er ontstonden enorme, complexe waardeketens, sterke groei, lagere kosten en prijzen en hogere winsten. Die globalisering gaat, onder druk van de toegenomen geopolitieke onrust, het gegroeide zelfbewustzijn van steeds meer landen, de grote nationale structuurverschillen en de nieuwe technologische mogelijkheden, een andere, meer multipolaire / multiregionale en minder groeibevorderende vorm krijgen. Individualisering Tot slot de derde ingrijpende kracht: de individualisering. Dankzij de toenemende toegang tot en transparantie van alles en de gegroeide welvaart en kennis zijn mensen – burgers, consumenten en werk-/opdrachtnemers in één – zelfbewuster geworden. Ze willen zelfstandigheid, erbij horen, meedoen, meedenken, mee creëren, betrokken worden, vermaakt worden, verwend worden, persoonlijk behandeld, in hun kracht gezet, verrast en uitgedaagd worden. Privé/werk-balans, zelfsturing, variatie, groeien, een missie en betekenisvol zijn en dit alles 24/7/52. ‘Het’ middensegment verdwijnt, iedereen wordt z’n eigen, veeleisende midden-niche. Werk verschijnt, verandert of verdwijnt. De wereldbevolking van nu 7,3 miljard mensen zal nog groeien naar 9 miljard in 2050. Maar Europa zal krimpen van 743 miljoen naar 709 miljoen mensen, met een 15% kleiner wordende beroepsbevolking. Want het aantal 70plussers ontploft van 91 naar 145 miljoen, dus van 12% van de Europese bevolking naar 20%, terwijl tegelijk het aantal jongeren langzaam maar zeker zal afnemen van 117 naar 109 miljoen. Nederland doet mee in die Europese ontwikkeling van krimpende, vergrijzende bevolking. Groeit of krimpt de werkgelegenheid? Natuurlijk hebben deze drie enorme krachten een revolutionaire impact op ons werk en hoe we organiseren. Om in te zoomen op werk – zal de werkgelegenheid onder invloed van de technologische ontwikkelingen groeien of krimpen? Werk verschijnt, verandert of verdwijnt. Volgens een raming van het World Economic Forum zal 60% van de mensen die de komende 10 jaar gaan studeren een vak gaan uitoefenen dat nu nog niet bestaat. In Nederland zien we vandaag al dat de werkgelegenheid ongeveer op het niveau van het najaar van 2008 ligt. In het jaar dat de Lehmann Brothers implodeerden en de Grote Recessie uitbrak. Tegelijk zijn er 450.000 meer hoogopgeleiden gaan werken, bijna compleet ten koste van laagopgeleiden. Vooral (vaste) banen in de industrie, in administratieve beroepen, in de agrarische sector en in de logistiek zijn verdwenen. Daar stond groei in de zorg, in de ICT en in dienstverlenende en commerciële beroepen tegenover. De hardst getroffen functie is die van de administratief medewerker: daarvan zijn er sinds de val van Lehmann zo’n 175.000 verdwenen. Die ontwikkelingen zullen (ook wereldwijd) doorzetten. En tegelijk zien we dat in de landen met de grootste robot-dichtheid (Japan, Zuid-Korea en Duitsland) de werkloosheid het laagst is. Zachte en harde competenties In ieder geval hebben we in de nieuwe wereld mensen met nieuwe bekwaamheden en andere vaardigheden nodig, mensen met een T-profiel. Enerzijds gaat het om (nieuwe) inhoudelijke vakbekwaamheid (de staande ‘poot’ van de T), anderzijds (de liggende balk van de T) om een set van ‘zachte’ competenties – zoals sociale en creatieve vaardigheden, optimisme en veerkracht – en ‘harde’ competenties, zoals mathematische, analytische en projectmanagement-vaardigheden. Uit onderzoek is gebleken dat zowel die zachte als die harde competenties belangrijker zijn in beroepen die de laatste jaren en decennia zijn ontstaan en belangrijker zijn geworden. Uitdaging om mensen te vinden en binden Als we nietsdoen zullen sommige mensen de boot gaan missen, en anderen worden onmisbaar. Er zal simultaan schaarste en overschot bestaan, een kwalitatieve mismatch die nu dus al in de werkloosheidscijfers zichtbaar is, in Nederland en over de hele wereld. Dé sectoren en beroepsgroepen die in ons land de komende jaren onder invloed van de drie grote krachten met krapte zullen worden geconfronteerd: ICT, techniek, bouw, specifieke logistieke beroepen, specialistische financiële beroepen, onderwijs, specialistische zorgberoepen, coachende managers. Maar ook vakkenvullers en verkopers – retailberoepen waar relatief veel jongeren werken en relatief weinig wordt ingezet op binding en aanstekelijk werkgeverschap. Grofweg zal het voor de helft van alle functies moeilijk zijn om goede mensen te vinden en te binden. Een luide schreeuw om flexibiliteit Begrijpelijk dat sinds enkele jaren de begrippen disruptie & innovatie en agility & wendbaarheid tot het standaard management-jargon zijn gaan behoren. In een complexe, vaak moeilijk te overzien- en voorspelbare, turbulente wereld klinkt de luide schreeuw om flexibiliteit. Sinds de val van Lehmann is het aantal flexwerkers in ons land, bij een per saldo ongeveer gelijk gebleven werkgelegenheid, met liefst 25% gegroeid. Internationaal gezien hebben wij een grote flexschil en een extreem snelle flex-groei. De flexschil, gedefinieerd als alle werknemers zonder vast contract plus uitzendkrachten plus zzp’ers, omvat nu 34% van alle werkenden, toen was dat nog 27%. Inzoomend blijken er enorme verschillen tussen bevolkingsgroepen te bestaan. Van de laagopgeleiden is nu liefst 44% flex (toen: 34%), van de middelbaar opgeleiden 33% (toen: 26%) en van de hoogopgeleiden ‘maar’ 29% (toen: 23%). Sinds eind 2014 lijkt de flexibilisering onder hoogopgeleiden overigens weer wat terug te lopen, terwijl die van middelbaar opgeleiden nog doorgaat en die van laagopgeleiden zelfs stevig groeit. Internationaal gezien hebben wij een grote flexschil en een extreem snelle flex-groei. Flexibilisering lijkt nog de enige logische constante. Afgelopen voorjaar rapporteerde ons CBS over een onderzoek onder al die flexwerkers: 20% doet dat met plezier, 80% niet. Uit onderzoek dat Panteia begin dit jaar publiceerde, blijkt dat innovatieve bedrijven net zoveel en mogelijk zelfs iets minder flexwerkers gebruiken dan andere. De fundamentele vraag is: pakken we, met deze enorme contractuele flexibiliteit, de gigantische uitdagingen aan die de volgende industriële revolutie ons voorschotelt? Hoe blijven we futureproof met flex? En hoe houden we Nederland en flex futureproof? Wim Davidse Toekomstverteller Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags anders organiseren, flexmarkt | Laat een reactie achter
Zzp’ers waren toch de helden van de 21e eeuw? Geplaatst 10 oktober 2016 door Jurriën Koops ‘De kleine zelfstandige is de held van de economie van de 21e eeuw’. Nee, dit is geen reclame voor PZO of FNV Zelfstandigen. Het is ook geen verkiezingsslogan van D66. Het is de eerste zin uit het verkiezingsprogramma van de PvdA over zzp’ers in 2012. U leest het goed. ‘De held’ het staat er echt, lees het maar na. Het kan verkeren. Vier jaar verder is de kleine zelfstandige verworden van held tot schlemiel. Van vrije vogel tot fiscale uitvreter. Waren het toen nog de ‘helden’ die Nederland door de crisis sleepten, nu is de zelfstandige in de beeldvorming verworden tot de uitgebuite pakketbezorger in het witte busje. De zzp’er gaat de politieke gemoederen stevig bezighouden. Het huidige kabinet kwam er ondanks een glashelder IBO-advies niet uit. Wel introduceerden ze de Wet DBA, maar de vraag is of die wet het tot het einde van de verkiezingscampagne houdt. Zzp’er moet aantonen dat hij géén werknemer is. Dat is de wereld op zijn kop. Het is goed dat de zzp’er zo prominent op de politieke agenda staat. De arbeidsmarkt verandert fundamenteel en daar zullen we de inrichting van ons sociale stelsel op moeten aanpassen. Om te beginnen door de zelfstandige een eigen plek in ons bestel te geven. Nu ben je zzp’er door aan te tonen dat je géén werknemer bent. Dat is de wereld op zijn kop. Daar hoort ook een discussie bij over rechten en plichten en het speelveld voor alle werkenden. Want er zijn wel degelijk zzp’ers die extra bescherming nodig hebben. Net zo goed als er werknemers zijn die minder bescherming nodig hebben. Wat te denken van een pensioenplicht voor alle werkenden tot een bepaalde inkomensgrens met een vrije keuze qua uitvoerder. Daarboven is iedere werkende vrij zich aanvullend te verzekeren. Zo’n zelfde uitgangspunt kan gelden voor inkomensderving als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Benieuwd wat de politiek gaat brengen. De term helden zal wel niet meer gebruikt worden. Jurriën Koops, directeur ABU Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags ABU, verkiezingen 2017, zzp-politiek | 5s Reacties
VVD heeft in programma niet veel spannends in petto voor de zelfstandige professional Geplaatst 7 oktober 2016 door Juliette de Swarte Lijsttrekker Mark Rutte heeft vanochtend het verkiezingsprogramma voor de VVD gelanceerd. Zoals bij alle partijen waren we nieuwsgierig naar wat de VVD voor de zelfstandigen in petto heeft. Nu, dat is niet veel verrassends. Veel vrijheid, geen verplichte verzekeringen, aanpak van schijnzelfstandigen zonder dat het de echte ondernemer in de weg zit. Standpunten De VVD start de paragraaf ‘Werk’ met de constatering dat er door starre wet- en regelgeving steeds minder vaste banen worden aangeboden. Daardoor kan de toekomst onzeker worden. Terwijl er juist behoefte is aan werkzekerheid. “Werkzekerheid waarbij je niet noodgedwongen zelfstandig of flexibel moet werken, maar ook niet in een vast contract wordt gedwongen als je juist behoefte hebt aan flexibiliteit. En waarbij er altijd steun voor je is wanneer het even tegenzit en je onverhoopt niet aan de slag kunt.” Voor de VVD moet het vaste contract weer aantrekkelijker worden, onder andere door cao’s niet meer bindend te verklaren en afscheid nemen gemakkelijker te maken. Daarbij moet het weer mogelijk worden om langer via tijdelijke flexcontracten te werken, als reactie op de bekritiseerde WWZ. Over de ‘ondernemers zonder personeel (zzp’ers)’ schrijft de VVD dat zij meer ruimte verdienen: “Een groeiende groep mensen wil namelijk juist niet in dienst van een bedrijf zijn en begint daarom als zzp’er bewust voor zichzelf. Als je bewust kiest voor zelfstandigheid, moet je natuurlijk zo veel mogelijk ruimte krijgen. Want met minimale verplichtingen heb je maximale ruimte om te ondernemen.” De VVD wil geen verplichte verzekeringen voor bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid. “Als zzp’er moet je daarom ook zelf kunnen bepalen waarvoor én hoe je je wilt verzekeren. Voor wie dit zelf wil regelen, is er de zelfstandigenaftrek.” Die koppeling tussen de zelfstandigenaftrek en niet mee doen aan sociaal stelsel is historisch gezien niet juist, maar wordt vaker gemaakt. “De Belastingdienst moet zekerheid en duidelijkheid bieden en schijnzelfstandigheid aanpakken, maar echte ondernemers vooral niet in de weg zitten. Wij willen dat voor zowel de opdrachtnemer als de opdrachtgever vooraf duidelijk is onder welke voorwaarden de opdrachtnemer als zzp’er aan de slag kan.” Dit lijkt een reactie op de Wet DBA. Anders dan D66 (die pleiten voor een simpele opvolger van de VAR) een weinig concreet voorstel, maar dat is ook niet erg onlogisch. Immers het is de eigen Staatssecretaris die met de DBA is gekomen. Braaf lijstje Al met al een tamelijk braaf, voorspelbaar en niet al te concreet lijstje. Geen echte ideeën hoe nu de zelfstandige professionals een plek te geven in het speelveld tussen werkgevers en werknemers, noch een reactie op de knelpunten aangegeven in het IBO-zzp rapport. Tekenend is dat deze rubriek standpunten in het rubriekje ‘Werk’ staat en niet bij ‘ondernemerschap’. Maar goed, dat doen alle partijen. ZiPconomy gaat de standpunten van de verschillende politieke partijen tijdens die verkiezingsseizoen bijhouden, onder andere via dit speciale dossier. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags verkiezingen 2017 | 7s Reacties