Steekt Wiebes zijn hoofd in het zand? Geplaatst 18 oktober 2016 door Gastblogger De Belastingdienst heeft zo juist haar meldpunt Wet DBA geopend om te horen of de Wet DBA ongewenste effecten heeft. Dat lijkt hard nodig, want volgens cartoonist Stef Ringoot is de Staatssecretaris steeds vaker op het strand te vinden… Stef Ringoot Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | Laat een reactie achter
Belastingdienst opent haar Meldpunt Wet DBA Geplaatst 18 oktober 2016 door ZiPredactie Gisterenavond is het Meldpunt Wet DBA van de Belastingdienst live gegaan. Staatssecretaris Wiebes kondigde de website al aan. Hij wil zo de “onbedoelde effecten op de arbeidsmarkt” door de Wet DBA in kaart brengen. “Op basis van de meldingen inventariseren de ministeries van Financiën en SZW de knelpunten. De knelpunten pakken zij samen met branche- en belangenorganisaties op”, zo staat op de website te lezen. In het laatste Kamerdebat erkende Wiebes dat er mogelijk meer knelpunten zijn dan verwacht, al geeft hij aan geen idee te hebben hoeveel zzp’ers er last hebben van de veranderde wetgeving. Op de website kunnen zowel zelfstandigen, opdrachtgevers als intermediairs hun knelpunten opgeven. Wiebes zal de uitkomsten daarvan ongetwijfeld gaan verwerken in zijn volgende voortgangsrapportage naar de Kamer, die uiterlijk 12 december moet verschijnen. De Kamer wil ook nog voor het kerstreces een debat over die rapportage. De hoeveelheid en aard van de klachten zal ongetwijfeld een rol spelen in de toon van dat debat. Vooralsnog lijkt het opschorten van de Wet geen optie. Waarschijnlijker is het dat de implementatieperiode, die loopt tot 1 mei 2017, wordt opgerekt tot eind 2017. Eenvoudige website Het doen van een melding gaat tamelijk eenvoudig, zonder al te veel nuance. Zo krijgen zelfstandigen deze vragen te zien plus het verzoek de melding kort te omschrijven. Na het doen van een melding krijgt de indiener een keurig mailtje. De website is niet bedoeld als ‘vraag & antwoord’-site. “Als u een melding doet, krijgt u geen persoonlijke reactie: het meldpunt is bedoeld voor de inventarisatie van knelpunten” zo geeft de Belastingdienst nadrukkelijk aan. Anders dan aanvankelijk gemeld, kunnen de knelpunten anoniem opgegeven worden. Het idee dat een melding gekoppeld moest worden aan een BSN-nummer is, mede naar aanleiding van kritische geluiden uit de Kamer, verdwenen. Rob de Laat, voorzitter van brancheorganisatie van intermediairs en brokers, de Bovib, vindt dat het belangrijk is om feiten te verzamelen. “Natuurlijk is het prima dat men inziet dat het niet goed gaat. Wij zullen onze Bovib leden oproepen om gefundeerd meldingen te doen. We hopen alleen wel dat ook opdrachtgevers en zzp’ers zelf gaan reageren.” Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 3s Reacties
Flex én zeker! Naar een nieuw stelsel met een eigen plek voor zelfstandigen. Geplaatst 17 oktober 2016 door Magnit ‘Wie zichzelf kan redden, moet je niet willen redden, want dan is de kans groot dat hij juist verdrinkt.’ Dat stellen Anne Meint Bouma (directeur Brainnet) en Pierre Spaninks (ZZP-expert). In dit artikel schetsen zij de ontwikkeling van de flexmarkt en pleiten zij voor aanpassing van het stelsel van sociale zekerheid, zodat dit niet alleen tegemoetkomt aan de behoeften van werknemers en werkzoekenden maar ook aan die van zelfstandigen, die soms meer en soms minder verdienen. Bij het horen van het woord ‘flexibilisering’ denken we vrijwel meteen aan het verdwijnen van vaste banen van mensen in loondienst en het opkomen van lossere arbeidsrelaties op basis van tijdelijke contracten of zelfstandigheid. Deze ontwikkelingen zouden worden gedreven door de drang van werkgevers om mensen uit te persen door steeds minder voor werk te betalen. Flexibilisering zou ook bevorderd worden door wet- en regelgeving. Enerzijds maakt wet- en regelgeving het relatief duur om mensen in vaste dienst te hebben, anderzijds is het relatief goedkoop om flexwerkers of zelfstandigen in te schakelen. Zorgen Flexibilisering geeft aanleiding tot zorgen bij mensen die hun vaste baan zien verdwijnen en bij mensen die er niet in slagen de vaste baan te krijgen waar ze op hadden gehoopt. De zorgen gaan uiteindelijk om het toekomstperspectief dat mensen hebben en om (on-)zekerheid over hun inkomen. De zorgen zijn begrijpelijk en gerechtvaardigd. Het sociale stelsel zoals wij dat kennen met zijn collectieve verzekeringen en pensioenen is opgebouwd vanuit een solidariteitsprincipe. In de tijd waarin het sociale stelsel is ontwikkeld, was een baan voor het leven de norm. Een tijdelijk contract was een overgangsfase voor wie nog zich nog moest bewijzen. Zelfstandigheid gold als uitzondering waar alleen hoogopgeleide professionals met een zekere maatschappelijke status zich wel bij voelden. Rechts en links Zorgen zien ook we terug in de discussie zoals die de laatste jaren steeds indringender wordt gevoerd in de politieke arena en aan de sociaaleconomische ronde tafel. De rollen zijn verdeeld langs de vertrouwde scheidslijnen van ‘rechts’ en ‘links’. ‘Rechts’ verdedigt de vrijheid van de ondernemer om zijn organisatie zo in te richten dat daar maximaal waarde wordt gecreëerd voor de aandeelhouders. ‘Links’ komt op voor het inkomen en de bescherming van de werknemer. De georganiseerde belangenbehartiging van de zelfstandige, voor zover die van de grond komt, aarzelt tussen beide posities. Diepe flexibilisering Behalve flexibilisering waarbij kostenoverwegingen de boventoon voeren, is er nog een ander type flexibilisering gaande. Dit duiden wij aan als ‘diepe flexibilisering’. Diepe flexibilisering wordt gedreven door twee fundamentele bewegingen: een sociale en een economische. De sociale beweging gaat over de verandering van mensen. Mensen leven langer, zijn tot op hoge leeftijd vitaal, zijn hoger opgeleid dan ooit tevoren, verlangen ruimte om te worden wie ze zijn en willen op een verantwoorde manier hun eigen leven vormgeven. Aan hun werk en aan hun werkomstandigheden en –omgeving, stellen deze mensen steeds hogere eisen. We zien ook dat zij steeds meer de behoefte hebben zichzelf te organiseren. Zij willen relevant werk doen, met anderen samenwerken aan uitdagende opdrachten en zelf verantwoordelijk zijn voor de indeling van hun tijd. Vastigheid doet er dan minder toe. Voor sommigen is een baan voor het leven een droom, voor anderen een nachtmerrie. Of we dat nou ‘emancipatie’ noemen of ‘individualisering’ of ‘hedonisme’: de geest is uit de fles. En welk deuntje we ook spelen op de toverfluit, hij gaat er niet meer in terug. Economische ontwikkelingen vragen om adaptieve organisaties Die sociale ontwikkeling loopt voor een groot deel parallel aan en staat in voortdurende wisselwerking met een economische ontwikkeling. Om succesvol zaken te kunnen (blijven) doen, moeten bedrijven zich snel kunnen aanpassen aan veranderingen in de markt. Het type organisatie waar we van oudsher mee vertrouwd zijn, is niet altijd in staat het snel te veranderen. Hiërarchische organogrammen, staf- en lijnafdelingen, gedetailleerde functiebeschrijvingen, vooraf uitgestippelde carrièrepaden en collectieve arbeidsovereenkomsten kunnen innovatie en groei in de weg staan. Steeds maar blijven reorganiseren is alleen al vanwege de kosten geen werkbare oplossing meer. We zien onder meer als reactie daarop de arbeidsmarkt veranderen vanuit vraagkant én vanaf aanbodzijde. Een mix aan arbeid In die complexe wisselwerking is de afgelopen twee, drie decennia een mix ontstaan van vaste en flexibele arbeid. Daarbij is er een uitgebreid palet aan bijzondere arbeidsrelaties die variëren van allerlei vormen van dienstbetrekkingen: vaste banen, tijdelijke arbeidsovereenkomsten, uitzenden, detachering, payroll tot de samenwerking met zelfstandigen buiten loondienst (zelfstandige professionals, interimmanagers, freelancers). Wat we nu zien aan organisaties met een vaste kern en een flexibele schil daaromheen, is het zoveelste stadium in de evolutie van de (arbeids-)organisatie. Voor nu (of was het alweer voor gisteren?) biedt die even soelaas. De wereld staat niet stil, markten en technologieën veranderen, mensen blijven zich ontwikkelen, en organisaties kunnen niet anders dan in die veranderingen meegaan. Een organisatie moet niet ‘kunnen veranderen’ maar moet ‘verandering zijn’ Vanwege de voortdurende ontwikkelingen waar we maar beter van kunnen profiteren dan eraan proberen te ontsnappen, willen ondernemers idealiter hun organisatie ontwerpen vanuit die verandering. Ze willen niet dat de organisatie ‘kan veranderen’, ze willen dat de organisatie ‘verandering is’. Als we vanuit dat perspectief inzoomen op het verschijnsel van flexibilisering van de arbeid, dan zien we de sociale en economische ontwikkeling op een waarde(n)volle manier bij elkaar komen. Technologie In de nabije toekomst zullen steeds meer sectoren afhankelijk worden van processen die grotendeels of zelfs helemaal ‘web-based’ zijn. De technologische trend voedt het vermogen van organisaties sneller en beter data te analyseren en daar handelingsgericht conclusies uit te trekken: sneller meten, sneller weten, beter vooruitkijken, gerichter plannen en beter werken. In sommige sectoren is het nu al de norm dat services ‘real time’ mee-ademen met vraag en aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief. Denk aan koplopers als Alibaba, Airbnb en Uber. Maar ook de financiële dienstverlening en de zakelijke dienstverlening gaan die kant op. Dat vraagt van organisaties én van mensen een ongelooflijk adaptievermogen. Extra handjes en hoofdjes Traditioneel werden zelfstandigen en freelancers vooral ingeschakeld als er tijdelijk behoefte was aan extra handjes en hoofdjes. Dat past bij flexibilisering waarbij om de staande organisatie heen een flexibele schil gecreëerd wordt. Probleem daarbij is dat tekortkomingen gewoon kunnen blijven bestaan en zelfs ernstiger kunnen worden. Bovendien lopen organisaties bij het creëren van die flexibele schil op tegen de starre grenzen van wet- en regelgeving. De meerwaarde van zelfstandige professionals zit in hun hart De echte meerwaarde van zelfstandige professionals zit hem niet in extra handjes en hoofdjes, maar in hun hart. De organisatie van de toekomst – die dus niet verandert maar die zelf verandering is – moet het hebben van het karakter van zzp’ers, hun motivatie, hun aanpassingsvermogen, hun normen en waarden, hun creativiteit en hun innovatief vermogen. Bedrijven en instellingen die succesvol willen zijn en blijven, moeten zich zo organiseren dat zij ook in hun vaste kern ‘entrepreneurial’ worden. Innige samenwerking met zelfstandige professionals, is daar een uitstekend middel voor. Samen invulling geven aan ‘goed opdrachtgeverschap’ én ‘goed opdrachtnemerschap’ is daarbij cruciaal. Die verantwoordelijkheid voor elkaar hebben zij niet alleen gedurende de opdracht, maar ook in periodes tussen opdrachten in. De opgave om entrepreneurial te worden geldt nadrukkelijk ook voor de werknemer in loondienst. Continue scholing, mobiliteit en duurzame inzetbaarheid zijn daarbij belangrijke aandachtspunten. De zelfstandige als klapstoeltje op de arbeidsmarkt heeft afgedaan Slimme organisaties spreken zelfstandige professionals nu al aan op hun innerlijke drijfveren. Op basis daarvan creëren ze een duurzame relatie met hen, ook in de perioden dat zij niet voor de organisatie werkzaam zijn. Het gaat hierbij om veel meer dan flexibele werktijden en een marktconforme beloning. Minstens zo belangrijk zijn de ‘fit’ tussen de zelfstandige en de organisatie. De mogelijkheden voor professionele en persoonlijke ontwikkeling, toegang tot netwerken en niet in de laatste plaats de zingeving. De slimste organisaties zijn ondertussen de zelfstandige professionals zelf, die steeds minder vaak ‘eenpitter’ zijn en die steeds vaker met elkaar samenwerken in al dan niet geformaliseerde verbanden. Vanuit die basis ontplooien ze zichzelf, ontwikkelen ze diensten en producten en bouwen ze aan hun relaties met de markt. De zelfstandige die je als een klapstoeltje tevoorschijn kunt halen als je hem nodig hebt en weer weg kunt bergen als je hem niet meer nodig hebt, is alweer afgedaan. Technologie, organisatie en persoonlijke motivatie In onze ogen schiet de analyse uit de Macro Economische Verkenning 2016 (MEV) dat ‘flexibilisering’ in Nederland vooral gedreven zou worden door de wet- en regelgeving en door het beleid van de overheid, tekort. Die kijkt namelijk niet verder dan de oppervlakkige flexibilisering door substitutie en niet op de diepe flexibilisering die ontstaat in de wisselwerking tussen technologie, organisatie en persoonlijke motivatie. Opmerkelijk genoeg stelt het Centraal Planbureau (CPB) – dat voor de MEV tekent – wel dat zelfstandigen bewust kiezen voor een ondernemend bestaan. Een bedreiging voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën Vanuit de visie dat flexibilisering uitsluitend wordt ingezet om kosten te besparen en ter vervanging van vaste banen, kijken de politiek en de sociale partners naar de toekomst van het belastingstelsel en de sociale zekerheid. Flex, en dan met name in de zzp-vorm, zou een bedreiging vormen voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en voor het draagvlak van het sociale stelsel, in plaats van dat het kansen oplevert voor innovatie, voor groeien een duurzame toekomst. Hoe sociaal is het, om de illusie van zekerheid in stand te houden? Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat ‘de polder’ in een reflex teruggrijpt op het ideaal van de vaste baan en op de sociale arrangementen die daarbij hoorden. Denk aan de collectieve verzekeringen waar iedere werkende premie voor moet betalen en trekkingsrechten in opbouwt tot collectieve (liefst gegarandeerde) pensioenen waar iedere werkende verplicht aan opbouwt. Tegenstelling vast en flex Wat diezelfde polder zich niet altijd lijkt te realiseren, is dat veel banen die tien jaar geleden nog ‘vast’ leken nu al niet meer bestaan en dat ze nooit meer terug zullen komen. Hoe sociaal is het om de illusie van zekerheid bij mensen in stand te houden? Om te doen alsof de overheid die banen zou kunnen scheppen? Om te doen alsof ze die banen zouden kunnen houden als ze zich maar bleven bijscholen? De politiek staart zich blind op de tegenstelling tussen vast en flex. Gegeven de economische, technische én sociale ontwikkelingen zou die tegenstelling in de reële economie alleen maar overbrugd kunnen worden met draconische maatregelen die onvermijdelijk ten koste gaan van de concurrentiekracht en de economische groei. Schijnzekerheid voor de werknemer Het kabinet stimuleert zogenaamd ondernemerschap, maar houdt er feitelijk een heel andere koers op na. Door de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) krijgen werknemers al na twee jaar een vast contract. Dit is echter schijnzekerheid voor de werknemer. Met name kleinere werkgevers kunnen de kosten en risico’s van de Wwz niet dragen en kiezen ervoor om mensen niet in vaste diensten te nemen. De verwachte toename van het aantal banen in 2016 komt voor een belangrijk deel in de vorm van uitzendwerk. Ondertussen zijn werkgevers gelijktijdig significant meer gaan betalen voor de Ziektewet, WW, pensioenen et cetera. Dit alles zorgt ervoor dat bedrijven minder snel nieuwe mensen in dienst nemen. Toekomstbestendig sociaal stelsel Naar onze stellige overtuiging is een andere tegenstelling dan ‘vast versus flex’ veel belangrijker voor de toekomst van onze samenleving. De economie verandert steeds sneller en de arbeidsmarkt biedt steeds minder zekerheden. In die wereld ontstaat een kloof tussen degenen die zich door hun persoonlijkheid (aanleg, ambitie, motivatie) en door hun opleiding kunnen redden en degenen die zich niet op eigen kracht in handhaven, hetzij tijdelijk en overkomelijk hetzij permanent en definitief. De werkelijke opgave, voor wie het sociale stelsel toekomstbestendig wil maken, is om degenen die zich op eigen kracht kunnen ontwikkelen en ontplooien daar royaal de ruimte voor te geven. Daarnaast is het belangrijk om degenen die, om welke reden dan ook, zichzelf niet kunnen redden te ondersteunen. CASE: DE ECONOMISCHE EN SOCIALE POSITIE VAN DE ZZP’ER De politiek maakt zich steeds meer zorgen om de inkomens, de verzekeringen en de pensioenen van zzp’ers. Het persoonlijk inkomen van een zzp’er zou gemiddeld tien procent lager liggen dan dat van een werknemer. Slechts twintig procent van de zzp’ers zou zich hebben verzekerd tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid. En maar liefst tien procent van de zzp’ers zou te weinig pensioen opbouwen om later nog een beetje uit de voeten te kunnen. Navrant daarbij is dat alle ruim een miljoen zzp’ers daarbij over een kam worden geschoren, terwijl in 2015 misschien wel de voornaamste conclusie van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek ZZP was dat ‘de zzp’er’ niet bestaat en dat er sprake is van een grote diversiteit. Op de onderzoeken waar deze cijfers op zijn gebaseerd valt nog wel wat af te dingen. Toch wijzen ze wel allemaal in dezelfde richting. Een deel van de zzp’ers is niet economisch zelfstandig. Als de politiek zich daar zorgen over maakt, is dat terecht. De hamvraag is natuurlijk: wat doe je eraan? Wij zien twee oplossingsrichtingen. Oplossingsrichting 1: voorwaarden creëren De eerste oplossingsrichting gaat over het creëren van voorwaarden waardoor zzp’ers zich wél kunnen redden. Je kunt ook een stelsel optuigen van inkomensondersteuning, verzekeringen en pensioenen waaraan je zzp’ers verplicht deel te nemen. Bij de kabinetsformatie van 2012 liet de VVD het zzp-beleid over aan de PvdA. Daardoor zijn er de afgelopen vier jaar allerlei maatregelen genomen die zzp’ers eerder aan banden leggen dan stimuleren. Soms gebeurt dat openlijk, zoals in het geval van staatssecretaris Van Rijn die niet wil dat gemeenten nog langer zzp’ers inschakelen voor de thuishulp. Vaker gebeurt het bedekt, zoals in het geval van staatssecretaris Wiebes wiens wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (wet DBA) het inhuren van zzp’ers bemoeilijkt. Als gevolg van dit restrictieve beleid, slagen steeds minder zzp’ers erin de kost te verdienen en maatregelen te nemen die nodig zijn om risico’s te managen. Hun zelfredzaamheid neemt af. De behoefte aan een vangnet wordt alleen maar groter. Als we op deze weg verder gaan, leidt dat er onvermijdelijk toe dat een groot deel van de zzp’ers in de bijstand terechtkomt en dat degenen die overblijven moeten werken met de handen op de rug gebonden. De weldenkende en goedbedoelende meerderheid van beleidsmakers en politici zal dat niet willen. Oplossingsrichting 2: De wet DBA intrekken en komen tot een eenduidige definitie van het begrip ‘zelfstandige’ Stel eens en voor altijd vast wanneer een zzp’er echt een zelfstandig ondernemer is en leg dat vast in een wettelijk kader. De 500.000 mensen die zich als zzp’er volledig richten op hun eigen bedrijf, kunnen we met een gerust hart als zodanig beschouwen. Vrijwaar opdrachtgevers die met erkende zelfstandigen werken van naheffingen voor loonbelasting en premies, zodat zij zekerheid vooraf hebben. Vraag starters bewijs van hun zelfstandigheid en geef hen voorlopig toegang tot fiscale ondernemersfaciliteiten. Als na drie jaar vast is komen te staan dat zij daadwerkelijk een onderneming hebben opgebouwd waarmee zij zich kunnen bedruipen, krijgen zij definitief toegang tot die faciliteiten. Zo niet, dan gaan zij vanaf dat moment weer inkomstenbelasting betalen als particulier. Leg de definitie van het begrip zelfstandige wettelijk vast in zowel het fiscaal recht als het arbeidsrecht. In alle daarvan afgeleide regelgeving moet het begrip zelfstandige op dezelfde eenduidige manier worden gehanteerd. Er zal enige tijd overheen gaan voordat deze maatregelen handen en voeten hebben gekregen. We willen voorkomen dat er in die tijd tienduizenden mensen onnodig langs de kant komen te staan, misschien wel definitief. Daarom pleiten wij ervoor om zelfstandig ondernemerschap tot uitzonderingsgrond verklaren op de plicht voor de werkgever om loonheffingen en premies af te dragen voor mensen die in een dienstverband werken. Het kabinet kan bij wijze van spreken morgen al met een simpele Algemene Maatregel van Bestuur zijn intentie materieel maken dat er door de afschaffing van de Verklaring Arbeidsrelatie niets verandert voor de ‘echte zelfstandige’. Op deze manier doorbreken we de huidige impasse rond de inhuur van zzp’ers en herstellen we het vertrouwen dat grote en kleine ondernemers nodig hebben om productief met elkaar samen te werken. Dan kunnen de zzp’ers die nu geen opdrachten meer krijgen weer gewoon aan het werk, winst maken en belasting betalen. Wie zichzelf kan redden, moet je niet willen redden, want dan is de kans groot dat hij juist verdrinkt. Sociale zekerheid voor werknemers, werkzoekenden en zelfstandigen Sociale zekerheid voor alle werkenden was de eerste stap in de ontwikkeling van ons stelsel. De tweede stap is om het stelsel van sociale zekerheid zo aan te passen dat het niet alleen tegemoetkomt aan de behoeften van werknemers en werkzoekenden maar ook aan die van zelfstandigen, die soms meer en soms minder verdienen. Dat lijkt een hele opgave, maar moeilijk hoeft dat niet te zijn. We hebben al een basisverzekering tegen ziektekosten. We hebben al een Wet Langdurige Zorg. We hebben al een Algemene Ouderdomswet. Drie wettelijke regelingen waar iedere Nederlander verplicht premies voor betaalt, inkomensafhankelijk, ook de zzp’er. Verhoog die premies en uitkeringen zodat voor iedereen een aanvaardbaar minimumniveau is gegarandeerd. En laat wie meer kan én wil zich vrijwillig bijverzekeren. Deze moderne vorm van solidariteit zorgt er niet alleen voor dat alle werkende Nederlanders bij tegenspoed terug kunnen vallen op een voor ieder gelijke solide basis, maar laat tegelijk ruimte voor eigen verantwoordelijkheid. Zo overstijgen we de klassieke tegenstelling tussen links en rechts, die al lang niet meer productief is. Lef, durf, aanpassingsvermogen én realiteitszin Er zullen best haken en ogen zitten aan deze oplossingen en er zullen ongetwijfeld overgangsmaatregelen nodig zijn. Al was het alleen maar om te voorkomen dat de vele zelfstandigen die wél zelf iets geregeld hebben voor eventuele arbeids-ongeschiktheid en de oude dag, met dubbele lasten worden opgezadeld. Maar dit is wel de kant die we op moeten, anders raken we de voordelen van flex kwijt en maken we de schaduwkanten alleen maar groter. Anne Meint Bouma is directeur van Managed Service Provider Brainnet. Brainnet is Initiatiefnemer van EerlijkeFlex.nl. Dit is een online denktank waarop experts, wetenschappers, filosofen, trendwatchers en inleners uit verschillende branches hun visie geven op de steeds flexibeler wordende arbeidsmarkt. Het doel is te komen tot een duurzame ontwikkeling van de flexmarkt. Pierre Spaninks is ZZP-expert. Hij onderzoekt de rol van zelfstandige professionals in economie en samenleving. Daar spreekt, schrijft en adviseert hij over. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags verkiezingen 2017, zzp-beleid | 9s Reacties
De Wet DBA maakt meer kapot dan je lief is Geplaatst 16 oktober 2016 door Gastblogger Sinds 1 mei wordt zzp’end Nederland geacht te werken met het begrip modelovereenkomst. Al voor de invoering hiervan werd duidelijk dat er grote problemen aan het ontstaan waren: opdrachtgevers bleven verre van zzp’ers met als gevolg dat veel zelfstandigen nu zonder werk zitten. Recentelijk heb ik een aantal artikelen gelezen die wellicht indicatief zijn, maar niet als zodanig worden benoemd. Meer bijstandsaanvragen Het eerste artikel gaat over het aantal bijstandsaanvragen door ondernemers. Met name sectoren waarin traditioneel veel zzp’ers werkzaam zijn als zorg en ICT zijn zwaar getroffen. Dit werd geweten aan het overschot aan aanbieders en daardoor te lage tarieven. Ik weet uit ervaring dat dit in de ICT zeker niet het geval is, normaalgesproken is dit een van de beter betaalde zzp-sectoren. De enige reden dat deze zelfstandigen in de bijstand terechtkomen is niet tariefgebonden maar het feit dat de opdrachtenstroom is opgedroogd. Zakelijke dienstverlening ingestort Het tweede artikel gaat over de arbeidsmarkt: de zakelijke dienstverlening is volledig ingestort. Naar mijn mening kan ook dit fenomeen mede worden toegeschreven aan de wet DBA. Omdat bedrijven bang zijn om zzp’ers in te huren komen veel projecten bij gebrek aan uitvoerenden op de plank terecht. Hetzelfde gebeurt normaal gesproken in tijden van crisis, zij het dat het dan gewoonlijk om budgettaire redenen gebeurt. Omdat deze projecten niet meer worden gestart komen dus ook andere medewerkers in de problemen, want geen omhanden werk. Wet DBA: kanon op een mug schieten De gevolgen van dit kortzichtige stukje overheidsbemoeienis beginnen nu dus ook zichtbaar te worden buiten de *afgesloten wereld van de zzp’ers*. De arbeidsmarkt is een geleidelijk geëvolueerd proces waarbij de meeste partijen op correcte wijze met elkaar omgaan. Het geeft dan als overheid geen pas om met een kanon op een mug te gaan schieten teneinde bepaalde ongewenste praktijken aan te pakken. De hoeveelheid collaterale schade die je dan aanricht kan leiden tot zeer ernstige gevolgen voor de lange termijn. Met betrekking tot een heel andere zaak die momenteel zeer actueel is (in casu de vertrekregeling bij de Belastingdienst), zei de heer Wiebes zelf al: “De besluitvorming was te haastig en onzorgvuldig”. Misschien had hij dat ook moeten zeggen over genoemde wet DBA, maar daartoe lijkt hij vooralsnog niet bereid. Hopelijk worden er na het herfstreces naar aanleiding van voorliggende cijfers en feiten nogmaals stevige vragen gesteld in de kamer die tot herziening van dit gedrocht nopen. De wet DBA maakt nu meer kapot dan men tot dusverre heeft willen inzien of toegeven… Erwin van Boven, ICT consultant Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 1 Reactie
ChristenUnie wil VAR terug. En verplichte verzekering voor zzp. En hervorming zelfstandigenaftrek? Geplaatst 14 oktober 2016 door Hugo-Jan Ruts De VAR moet terugkomen. De Wet DBA de prullenbak in. En er moet een verplichte collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering op minimumniveau voor zzp’ers komen. Plus mogelijk een hervorming van de zelfstandigenaftrek zodat zzp’ers minder op tarief kunnen concurreren met personeel in loondienst. Dat zijn de belangrijke punten voor zelfstandige professionals uit het verkiezingsprogramma ‘Hoopvol realistisch’ van de ChristenUnie, dat vanmiddag is gepresenteerd. Het is een mix van maatregelen waarvan de een met wat meer enthousiasme zal worden ontvangen in de zzp-gemeenschap dan de ander. Een mix ook waarbij de ChristenUnie net andere keuzes maakt dan andere partijen tot nu toe gedaan hebben. Zo vindt de ChristenUnie het opbouwen van pensioen een verantwoordelijkheid van de zzp’ers, waar het CDA pensioenopbouw wil koppelen aan de zelfstandigenaftrek. VAR terug: zelfstandigenaftrek op de schop Een onderdeel uit het programma dat door een deel van de zzp’ers met tevredenheid ontvangen zal worden is herinvoeren van de VAR. “De nieuwe regeling met modelcontracten is een forse stap terug, nodeloos complex en bureaucratisch. Met een beperkte aanpassing van de oude VAR-regeling had schijnzelfstandigheid ook beter gehandhaafd kunnen worden” zo staat te lezen in het programma. “Een effectieve aanpak van schijn-zelfstandigheid en fiscaal gedreven ondernemerschap begint met het verkleinen van het verschil in belastingdruk tussen werknemers en ondernemers.” Aan dit punt zitten consequenties die wellicht minder goed vallen bij zzp’ers. Het woord zelfstandigenaftrek neemt de ChristenUnie hier – net als eerder GroenLinks – niet expliciet in de mond. Maar het lijkt er op dat deze zet neerkomt op een hervorming van de zelfstandigenaftrek. Daarnaast wil de CU de belasting op arbeid fors verlagen. Verplichte deelname collectieve arbeidsongeschiktheid Het verkleinen van de verschillen tussen werknemers en (zelfstandig) ondernemers wil de ChristenUnie ook bereiken door aanpassingen rond verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid. “Veel zelfstandigen zonder personeel zijn nauwelijks verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid of ziekte. Naast het feit dat dit grote risico’s met zich meebrengt, maakt dit ZZP’ers ook goedkoper dan werknemers. Hierdoor ontstaat er een ongewenst, ongelijk speelveld op de arbeidsmarkt. De ChristenUnie is daarom voor een verplichte verzekering voor ZZP’ers voor arbeidsongeschiktheid en ziekte – met een wachttijd van 8 weken – die een inkomen op het bestaansminimum garandeert. ZZP’ers kunnen zich bijverzekeren tot de hoogte van hun inkomen.” Ook GroenLinks en het CDA hebben ideeën in deze richting. Het treffen van een pensioenregeling vindt de ChristenUnie overigens de eigen verantwoordelijkheid van de ZZP’er. Verder staat ook in dit programma het standaardzinnetje “minder vast maken van vaste en minder flex maken van flex-ontracten”. Dat is voor de CU een effectievere manier voor de bestrijding van schijnzelfstandigheid dat de Wet DBA. Ze willen “Lagere werkgeverslasten, zodat het aantrekkelijker wordt personeel in (vaste) dienst te nemen. Minder risico’s afwentelen op de werkgever, zodat het ook daardoor aantrekkelijker wordt personeel in vaste dienst te nemen. De huidige verplichting om werknemers twee jaar loon door te betalen bij ziekte willen we voor kleinere bedrijven verkorten naar één jaar.” Tot slot wil de CU “MKB-bedrijven in de praktijk meer mogelijkheden geven bij overheidsaanbestedingen en moeten alle overheden er zorg voor dragen dat het papierwerk daarbij tot een minimum wordt beperkt.” In het ZiPdossier ‘Verkiezingen 2017’ verzamelen we artikelen over alle programma’s en onderliggende visies van politieke partijen en experts over de belangrijkste zzp-dossiers. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags verkiezingen 2017 | Laat een reactie achter
Waar moet je op letten bij het voorleggen van een modelovereenkomst? Geplaatst 14 oktober 2016 door Ewoud de Ruiter Partijen kunnen hun arbeidsverhouding op verschillende manieren vormgeven. Daardoor zal het op voorhand niet altijd duidelijk zijn of sprake is van een dienstbetrekking. Als partijen twijfelen over de arbeidsrelatie, kunnen ze een modelovereenkomst voorleggen aan de Belastingdienst. Een groot aantal van de voorgelegde voorovereenkomsten krijgen uiteindelijk niet de gevraagde goedkeuring van de Belastingdienst. Waar moet je op letten bij het voorleggen van een modelovereenkomst, zodat je een snelle goedkeuring van de Belastingdienst kunt verwachten? De modelovereenkomst is bedoeld om de feiten vast te leggen waaronder gewerkt wordt. Als volgens de in de overeenkomst vastgelegde feiten is gewerkt, lopen opdrachtgever en –nemer geen risico’s op naheffingen van loonheffingen. Voorop staat dat er dus geen sprake mag zijn van een loondienstbetrekking, pas dan kom je toe aan het gebruik van de modelovereenkomst. Bij de beoordeling van de overeenkomst let de Belastingdienst zowel op de instructies over de werkinhoud (materieel gezag) als de instructies op de overige aspecten (formeel gezag). Als niet is voldaan aan één van de drie voorwaarden: werkgeversgezag, arbeid persoonlijk verrichten en het betalen van loon is er geen sprake van een loondienstbetrekking. Variant “vrije vervanging” Als vrije vervanging wordt vastgelegd in de modelovereenkomst, kan op een eenvoudige manier gerealiseerd worden dat er geen sprake is van een loondienstbetrekking. Zodra er objectieve criteria worden opgenomen, waar de vervanger aan moet voldoen is oplettendheid geboden. De objectieve voorwaarden mogen verband houden met de concrete arbeidsprestaties maar mogen geen noodzakelijk verband houden met de persoon van de vervanger. Is dat wel het geval, dan kan de Belastingdienst de gewenste zekerheid niet altijd vooraf geven. Niet in alle gevallen zal het mogelijk blijken om voor de variant vrije vervanging te kiezen. Dan moet er voor de modelovereenkomst geen werkgeversgezag gekozen worden. Het uitsluiten van de verplichting tot loonbetaling lijkt mij in de meeste gevallen een utopie. Variant “geen werkgeversgezag” De modelovereenkomsten waarin is vastgelegd dat geen sprake is van werkgeversgezag vereist extra oplettendheid. Waar moet nu op gelet worden? Van belang is om de aard en inhoud van de opdracht zo goed mogelijk te beschrijven. Gebeurt dat niet, dan is het risico groot dat de Belastingdienst de modelovereenkomst niet zal kunnen beoordelen en dus geen zekerheid vooraf kan geven. De Belastingdienst kan dan geen uitspraak doen over de vraag of aanwijzingen en instructies binnen “het kader van de opdracht” zullen blijven. Als ervoor gekozen wordt om alleen een aanwijsbaar resultaat van een opdracht vast te leggen, zal dat eerder tot de conclusie leiden dat er geen sprake is van een gezagsverhouding. Beoordeling Belastingdienst Bij de beoordeling door de Belastingdienst zijn er 3 conclusies mogelijk: Er is geen sprake van een dienstbetrekking (loondienst): de opdrachtgever hoeft geen loonheffingen in te houden en te betalen, tenzij er sprake is van een fictieve dienstbetrekking. Dat moet de opdrachtgever zelf nagaan. Er is wel sprake van een dienstbetrekking (loondienst): de opdrachtgever moet loonheffingen inhouden en betalen. De Belastingdienst kan niet beoordelen of er sprake is van een dienstbetrekking (loondienst): de overeenkomst laat beide mogelijkheden open. Alleen in het 1e geval heb je vooraf de zekerheid dat er geen sprake is van een echte dienstbetrekking, zolang je werkt volgens de modelovereenkomst. In de andere 2 gevallen kun je de modelovereenkomst aanpassen en opnieuw laten beoordelen. De vraag is wel of bij een latere controle, de Belastingdienst niet het standpunt zal innemen dat er volgens de in eerste instantie voorgelegde afgekeurde overeenkomst is gewerkt. Bij de uitvoering van de werkzaamheden zal er dan extra aandacht moeten worden besteed om in voldoende mate vast te leggen dat inderdaad volgens de latere goedgekeurde overeenkomst is gewerkt. Mocht de Belastingdienst achteraf komen controleren, dan kunnen eventuele andersluidende standpunten van de Belastingdienst weerlegd worden. Als voorgaande punten worden meegenomen bij het opstellen van de modelovereenkomst, zal de kans groter zijn dat de modelovereenkomst word goedgekeurd. Ook het risico op latere naheffingen zal worden verkleind omdat de modelovereenkomst inhoudelijk van betere kwaliteit is. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | Laat een reactie achter