I-deals als antwoord op individualiserende toekomst van arbeidsrelaties. Liveblog #3 #tvw15 Geplaatst 11 juni 2015 door Hugo-Jan Ruts Professor Aukje Nauta is geen onbekende voor wie ZiPconomy events afloopt. Zo was ze in november een van de keynote sprekers op ons seminar in de SER over goed opdrachtgeverschap. De insteek is nu anders, de boodschap blijft hetzelfde. Nauta pleit hartstochtelijk voor een nieuwe kijk op arbeidsrelaties. Ze dacht en schreef niet voor niets mee aan het pamflet Dutch Design, Zoeken naar nieuwe balans tussen flex en zekerheid. Optimistisch Nauta is optimistisch over de Toekomst van Werk. Ze ziet her en der voorbeelden waar er fundamenteel anders wordt nagedacht over werk, de nut daarvan, sociaal ondernemen, verdeling van welvaart. Zo las ze met veel plezier deze quote van Harry van de Kraats (voorzitter AWVN, zie hiernaast). Er is meer aandacht voor balans, minder hiërarchie, meer sociaal kapitaal. “Ik ben een naïeve optimist”, zegt Nauta. Maar ze denkt dat we nu toch echt aan het kantelen zijn. Technologie versnippert taken en handelingen, en dus is er een grote noodzaak tot uit samenwerken, integraal denken. . Een goed gesprek: I-deals Dat veel werk verdwijnt is duidelijk, zeker werk dat gemakkelijk gecodificeerd kan worden. Dat wil niet zeggen dat er geen werk meer voor deze mensen is. Althans, talent hebben ze genoeg. Dat talent zal alleen op een andere manier ingezet moeten worden. Werk moet dus meer afgestemd worden op de eigen unieke talenten van elk mens. Dat vraag om een gesprek tussen werkgever en werknemer. Individueel. En individueel afspraken maken. De i-deals. Een kernbegrip in het werk van Nauta. I-deals dragen aantoonbaar bij aan inzetbaarheid. Er ontstaat meer eigenaarschap van de eigen functie en ontwikkeling. Aandacht en maatwerk is belangrijk. Als het lukt om een ‘psychologisch contract’ goed te onderhouden door beloften na te komen, dan gaan mensen een stapje harder lopen voor de organisatie: ze vertonen dan ‘organizational citizenship behavior’. Kortom, de belangen van de organisatie waar wordt gewerkt worden beter behartigd. Andere vraag die Nauta stelt is: “Is het vaste contract nog wel sociaal?”. Een vraag die relevant is omdat nog maar 60% van alle mensen zo’n vast contract heeft. Ook dat vraagt om een ander denken over hoe we omgaan met contracten en hoe we de stap moeten maken van juridische contracten naar psychologische (individuele) contracten. Dit is het derde liveblog. Andere (live)blogs over dit seminar Toekomst van Werk, in het Eye in Amsterdam (georganiseerd door dNHacademy, HRcommunity & ZiPconomy) kun je lezen via de tag #Tvw2015 (en natuurlijk via twitter) Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags #Tvw15, anders organiseren, HR | Laat een reactie achter
Uitkomst Arbeidsmarktmonitor. Hoe ziet de arbeidsmarkt er in 2030 uit? Liveblog #2 #TVW2015 Geplaatst 11 juni 2015 door Hugo-Jan Ruts Als input voor het seminar Toekomst van Werk heeft Annet de Lange (lector Human Resource Management bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) de meningen van de meeste aanwezigen vandaag gepeild over hoe wat zij denken dat van belang is voor de arbeidsmarkt 2030. Met vragen als “wat weten we over of over we willen en kunnen doorwerken in de arbeidsmarkt 2030?” En “Welk arbeidsmarktbeleid past bij de arbeidsmarkt 2030?” Wat uitkomsten: Antwoord op de vraag “Welke maatschappelijke ontwikkelingen hebben volgens u een impact op de arbeidsmarkt in 2030?” Technologische innovatie (ja, zegt 92,4%) Flexibilisering van werk (79,7%) Vergrijzing (76,3%) Enkele andere resultaten: 48,7 van de deelnemers aan het onderzoek is het eens met de stelling dat het merendeel van het werk in 2030 wordt gedaan door machines. 66,7 denkt dat de maatschappelijke functie het belangrijkste van werk is (in 2030). 41% denkt dat werk socialer wordt, en minder economisch. Drie kwart denkt dat werk in 2030 sterk of in zeer sterke mate wordt gekenmerkt door flexibele werktijden. Basisinkomen, daar is 61,6 van de mensen gematigd positief over. Werkzekerheid op langer termijn: volgens 56% is daar geen sprake meer van. Werk aan de winkel voor overheid In een veel besproken FD interview stelde FNV voorman Ton Heerts dat het sociaal stelsel met de nieuwe ontslagwet ‘af is’. Daar vielen nog al wat mensen overheen. En terecht. We staan immers nog maar aan het begin van een fundamentele verandering van werk en hoe we werk gaat organiseren. Althans, dat zullen zeker ook de sprekers later op de dag duidelijk gaan maken. De Lange ziet een schone taak voor de overheid om te komen tot een nieuw sociaal bestel. Een bestel dat minder economisch gericht is en meer mensgericht. Een nieuw bestel dat antwoord geeft op een aantal trends uit dit onderzoek: Arbeid krijgt meer “persoonlijke” betekenis en is meer flexibel van aard Er is veel draagvlak (81% van de deelnemers onderzoek) voor een nieuw sociaal-economisch beleid Dat vraagt om nieuwe vormen als een basisinkomen, basiszorg en een leven lang leren. Toekomst voorspellen Waar Ten Bos het nog had over dat de toekomst voorspellen lastig is, wijst De Lange op Arthur C Clarke, die in de jaren ’60 het toch aardig op het juiste spoor zat. Andere (live)blogs over dit seminar Toekomst van Werk, in het Eye in Amsterdam (georganiseerd door dNHacademy, HRcommunity & ZiPconomy) kun je lezen via de tag #Tvw2015 (en natuurlijk via twitter) Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags #Tvw15, arbeidsmarkt, onderzoek | 1 Reactie
Toekomst van Werk : De geschiedenis leert dat arbeid overbodig wordt gemaakt. Liveblog #1 #tvw2015 Geplaatst 11 juni 2015 door Hugo-Jan Ruts We zijn een vast prachtige dag over de Toekomst van Werk begonnen. En dag vol inspirerende sprekers, maar zeker ook een mooi netwerk van een kleine 200 deelnemers. Een bont gezelschap, qua achtergronden, functies en organisaties. Voor wie interesse heeft in de wat vandaag besproken wordt, maar er niet bij kon zijn, proberen we u wat bij te praten via een aantal liveblogs vandaag. Deze zijn te volgen via #tvw15, wat gelijk ook de # is voor op twitter. Een dag als deze laten openen door managementfilosoof René ten Bos vraagt om wat lef. Geen hippe opwarmers aan de start van deze conferentie maar een stevige filosofische kost. Kern van het betoog van Ten Bos is dat technologie de ethiek (hier arbeidsethiek) dicteert. En niet andersom. De ethiek, het nadenken over werk hobbelt achter technologische ontwikkelingen aan. Dat is niet iets nieuws, maar dat is altijd al zo geweest. René ten Bos leert ons dat de geschiedenis leert dat arbeid overbodig wordt gemaakt. Voor de Grieken was dat het hoogste goed en een mooie uitkomst. Dat geeft een andere insteek als we denken over de gevolgen van robotisering. Wat zeker is dat technologie de mens gaat domineren. Dat vraagt om opnieuw na te denken over arbeidsethos. Wat is de plek van werk in de toekomst. Twee punten zijn voor Ten Bos essentieel om te verwerken in een nieuwe arbeidsethiek. Hoe verdelen we welvaart, in een tijd dat technologie wel voor iedereen is maar niet van iedereen. Daarbij moeten we afstappen van het idee dat de mens centraal staat. We weten al dat de mens niet het middelpunt van het universum is. Maar in het nadenken over de toekomst van werk staat de mens nog wel steeds centraal. Hoezo moet technologie per se ten dienste staan van de mens en zien we de mens niet meer als onderdeel van het geheel. Ten Bos is nog niet zo optimistisch als het gaat hoe er nieuwe banen gaan ontstaan die het verdwijnen van banen als gevolg van technologie gaat compenseren. Maar hij wijst er op dat iedere tijd heeft z’n eigen doembeelden heeft. ‘Waar de nood hoog wordt, groeit ook het reddende’ Rene ten Bos eindigt optimistisch ten aanzien van de toekomst van werk en technologie. Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags #Tvw15, anders organiseren | Laat een reactie achter
Dringende oproep aan Staatssecretaris Wiebes: Behoud de VAR! Geplaatst 11 juni 2015 door Gastblogger Kent u dat verhaal van de Beschikking Geen Loonheffing (BGL) die zou komen? Hij kwam niet! Tjako Streefland Hoe zat het ook al weer? De BGL moest de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) gaan vervangen. De VAR was op instigatie van politiek Den Haag reeds begonnen aan haar afscheidstournee. Na anderhalf decennium trouwe dienst zou de VAR plaats gaan maken voor de BGL. Hoewel de BGL al enige tijd langs de zijlijn aan het warmlopen was, bleef de definitieve wissel nog steeds uit. En van uitstel komt dikwijls afstel, nietwaar? Het met de nodige tamtam aangezegde wetsvoorstel BGL is onlangs afgeserveerd en naar de prullenbak verwezen. In plaats daarvan komt er een methodiek waarbij opdrachtgever en opdrachtnemer hun overeenkomst van opdracht voorleggen aan de Belastingdienst, teneinde deze een oordeel te laten vellen over het contract. Indien uit de overeenkomst geen inhoudingsplicht voor de loonheffing voortvloeit, zal de Belastingdienst dit schriftelijk bevestigen. Partijen kunnen hieraan zekerheid ontlenen voor een bepaalde duur, waarbij volgens de Staatssecretaris gedacht wordt aan een termijn van vijf jaar. In plaats van een maatwerkovereenkomst, kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer ook aansluiten bij een (sector)modelovereenkomst, die in het najaar zal worden gepubliceerd op de site van de Belastingdienst. Gebruikmaking van deze verbintenis voorziet in fiscale en sociaalrechtelijke zekerheid voor opdrachtgever en opdrachtnemer. Het is de bedoeling dat deze nieuwe systematiek per 1 januari 2016 wordt ingevoerd. Om de overgang naar de nieuwe wettelijke regeling zo soepel mogelijk te laten verlopen en rechtszekerheid te bieden aan zzp’ers die reeds over een VAR 2014 beschikken, is de VAR 2014, hangende de wettelijke behandeling, ook geldig verklaard voor het jaar 2015. De termijn van deze verlengde geldigheidsduur is afhankelijk gesteld van de besluitvorming in Den Haag. Vooralsnog weet de good old VAR niet van wijken. In het kort ga ik in op het begrip zzp’er, de VAR, de kansloos gebleken BGL en diens opvolger. Zzp’er Vandaag de dag is de zzp’er niet meer weg te denken uit het economisch verkeer. In 2014 kwamen er 50.000 nieuwe zzp’ers bij. Daarmee komt het totaal op circa 880.000 zzp’ers, zo blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel. Een verdubbeling (!) ten opzichte van vijf jaar geleden. Een definitie van de zzp’er is niet in de wet vastgelegd. De bekendheid van de zzp’er heeft een vlucht genomen dankzij de dienstensector. De zzp’er staat synoniem voor freelancer. Freelance is een benaming die voor het eerst gebruikt werd door Sir Walter Scott, in zijn beroemde ridderepos Ivanhoe. Sir Walter Scott beschreef in het verhaal een middeleeuwse huursoldaat wiens speer (‘lance’) niet aan enig landheer toebehoorde, maar zijn diensten beschikbaar stelde voor geld. Populair gezegd: een huurling. Later is de term in onze taal overgenomen en getransformeerd in een zelfstandige ondernemer zonder vast (dienst)verband. VAR De VAR stamt uit 2001. De VAR is een verklaring van de Belastingdienst die voor opdrachtgever en opdrachtnemer zekerheid vooraf verschaft over de fiscale en sociaal-zekerheidsrechtelijke kwalificatie van de arbeidsrelatie. De VAR kent vier verschijningsvormen: 1. winst (VAR-WUO), 2. loon (VAR-loon), 3. resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-ROW) en 4. inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico van een vennootschap (VAR-DGA). Feitelijk garanderen alleen de VAR-WUO en VAR-DGA fiscale amnestie voor de opdrachtgever. Kan een opdrachtnemer een VAR-WUO of VAR-DGA overleggen en wordt tevens voldaan aan de overige administratieve vereisten, dan heeft de opdrachtgever de zekerheid dat hij geen loonheffingen op het honorarium van de opdrachtnemer behoeft in te houden. Voor de opdrachtnemer is die zekerheid er ook, zij het dat deze begrensd is. In de situatie dat de feitelijke omstandigheden namelijk afwijken van de door opdrachtnemer in de VAR-aanvraag gepresenteerde omstandigheden, kan de Belastingdienst de VAR herzien. De uit deze herziening voorvloeiende naheffingen zijn voor rekening van de opdrachtnemer. BGL (oud) De BGL fungeerde enige tijd als de Kroonprins die was voorbestemd om de VAR op te volgen. Belangrijkste veranderingen van de BGL -die er nooit zal komen- ten opzichte van de VAR waren: één BGL tegenover de huidige vier VAR-varianten; introductie van een co-verantwoordelijkheid voor de opdrachtgever. Onderliggende gedachte: een verruiming van de handhavingsmogelijkheden voor de fiscus. Het bestrijden van schijnconstructies en vergroting van het handhavingsinstrumentarium is ook het Leitmotiv in het nu op tafel liggende alternatief voor de BGL. Het op 19 september 2014 ingediende wetsvoorstel Beschikking Geen Loonheffing ontmoette weinig enthousiasme bij de Tweede Kamer, die de behandeling van het wetsvoorstel dan ook tot nader order uitstelde. Ook werd de Staatssecretaris verzocht alternatieven voor de BGL te onderzoeken. Al snel kwam naar buiten dat een alternatief voorstel van zzp-organisaties in onderzoek was. Voorts vond overleg plaats met de organisaties die de alternatieven hadden aangedragen. Geen VAR, geen BGL, maar alternatief De BGL is inmiddels geschiedenis. Het wetvoorstel vond zijn Waterloo op 20 april jl. toen de Staatssecretaris per brief bekend maakte dat de BGL er niet ging komen. Het voorgestelde alternatief is nu om met modelovereenkomsten te gaan werken, ter vervanging van de naar de prullenmand verwezen BGL én de huidige VAR. Als op basis van een goedgekeurde modelovereenkomst door een opdrachtnemer werkzaamheden ten behoeve van zijn opdrachtgever worden uitgevoerd, dan is de opdrachtgever gevrijwaard van inhouding van loonheffingen. Biedt gebruikmaking van een modelovereenkomst geen soelaas, dan kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer ervoor kiezen een eigen overeenkomst ter goedkeuring voor te leggen aan de Belastingdienst. De garantie op het achterwege blijven van loonheffingen wordt naar verwachting voor een periode van vijf jaar verkregen, indien en zover de werkzaamheden conform de overeenkomst worden verricht. Uitspraken van de rechter kunnen aanleiding zijn om een eerder goedgekeurde overeenkomst voor de toekomst te herroepen. De modelovereenkomsten zullen naar verluidt met de nodige voortvarendheid worden ontwikkeld. Medio oktober zullen een veertigtal modelovereenkomsten op de site van de Belastingdienst zijn geplaatst. De modelovereenkomst is overigens niet voor iedere arbeidsrelatie het tovermiddel. Zeker als in ogenschouw wordt genomen dat veel intermediairs en opdrachtgevers gebruik maken van overeenkomsten die veel meer regelen dan louter de zelfstandigheid van de opdrachtnemer Ook kan het gaan om contracten die al jaren verankerd zijn in het verkeer tussen opdrachtnemer en opdrachtgever. Het voorleggen van een zelf geconcipieerde overeenkomst zal een behandelingstijd van zes weken met zich meebrengen aldus de Staatssecretaris. Heel wat anders dus dan de praktijk van de VAR-aanvraag, die in de regel binnen vijf werkdagen werd afgegeven. Het valt nog te bezien of die zes weken haalbaar zijn voor de Belastingdienst. De praktijk wijst uit dat sedert de Vinkenslag-affaire-u weet wel, die ondernemers die een ruling met de fiscus hadden gesloten over een belastingtarief van 3%- een verzoek om een standpunt regelmatig een bestendige bezigheid vormt. Daarbij heeft het verleden aangetoond dat de Belastingdienst niet altijd even goed raad weet met nieuwe werkprocessen. Beter ten halve gekeerd Waartoe dient deze structuurwijziging? Natuurlijk, schijnconstructies moeten worden bestreden. Ook valt er wat te zeggen voor de introductie van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor opdrachtgever en diens opdrachtnemer. Maar wordt hiermee een soepel economisch transactieverkeer tussen opdrachtgever en opdrachtnemer gediend? Is het middel niet erger dan de kwaal? En wat is die kwaal dan precies? Actal, het gezaghebbende adviescollege dat regeldruk toetst, stelt in een recente brief aan de Staatssecretaris deze vraag aan de orde en geeft aan dat de omvang van de problematiek van de schijnzelfstandigheid niet kan worden vastgesteld. Als gevolg daarvan is het niet mogelijk de proportionaliteit van de voorgestelde nieuwe regeling te toetsen. De Staatssecretaris schermt verder met lagere perceptiekosten, maar wederom Actal stipt aan dat de extra administratieve lasten van opdrachtgevers- en nemers niet zijn becijferd. Kortom: niet duidelijk is of het alternatief voor de BGL de in Den Haag zo begeerde sprong voorwaarts is. Tenslotte De zzp-ers zijn de smeerolie van onze bloeiende diensteneconomie. De grens tussen zelfstandige arbeid en werknemerschap kan nu eenmaal diffuus zijn. Het speelveld overziend, wettigt de vraag of we niet gewoon de VAR moeten houden. Zeker zolang niet duidelijkheid is wat de omvang het probleem van schijnzelfstandigheid is. De behandeling van de VAR ten burele van de Belastingdienst loopt in de regel als een trein. Met enkele aanpassingen moet het heel wel mogelijk de hoofddoelstellingen van het nu voorliggende wetsvoorstel –tegengaan van schijnzelfstandigheid én verbetering van de handhaving- goed te regelen. Dat moet wel aan de voorkant gebeuren, teneinde geen wissel te trekken op de rechtszekerheid van de bonafide opdrachtgever- en nemer. Dit kan bijvoorbeeld middels een set additionele vragen op het VAR-aanvraagformulier. Tegelijkertijd is het Kabinet druk doende met het ontwikkelen van beleid en regelgeving die de verschillen tussen zzp-ers en werknemers in fiscale zin te verkleinen. Actal geeft ook aan dat het verkleinen van fiscale prikkels een rol kan spelen in de bestrijding van de schijnzelfstandigheid. Dit alles in combinatie met een sterke VAR, verdient de voorkeur boven nieuwe regelgeving. Mr Tjako J.J.J. Streefland is fiscaal jurist en eigenaar van Taxpartners. Naast zijn fiscale advieswerk, is hij vaste columnist bij het blad Accountancy Vanmorgen en is hij gastcolumnist van Brainnet. Brainnet voert voor haar klanten het gehele inhuurproces uit in de rol van Managed Service Provider, Intermediair of Contractmanager. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags VAR, Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, zzp-beleid | Laat een reactie achter
Piketty: een lang verhaal, maar wel de moeite waard Geplaatst 11 juni 2015 door Bas van de Haterd Eindelijk heb ik Kapitaal in de 21e eeuw geluisterd van Piketty. Hoewel veel mensen er over praten hebben, iedereen denkt te weten wat deze man zegt, hebben maar weinigen het boek echt gelezen. Ik heb het als luisterboek wel geheel tot me genomen en ik kan u zeggen: dat is niet de beste ervaring. De inhoud is zeker wel relevant en ik denk dat er heel veel verkeerde interpretaties zijn in de media van wat Piketty zegt en schrijft. Iedereen die bezig is met politiek, met inkomensbeleid, maar ook met economie in zijn algemeenheid zou deze kennis tot zich moeten nemen. De inhoud: ja. Een luisterboek zou ik niet aanraden en het volledig boek is ook zware kost. Maar daarover later meer. (meer…) Geplaatst in Boeken | 3s Reacties
Interim markt anno 2015: Eigenzinnigheid wint het van kwaliteit Geplaatst 10 juni 2015 door Piet Hein de Sonnaville Afgelopen maandag publiceerde Schaekel & Partner haar 12de Interim Index. Het langstlopende onderzoek naar de markt voor zelfstandigen interim-managers en -professionals. Dat onderzoek laat een aantrekkende markt zien. Maar wel in een andere vorm dan voor de crisis. Een reflectie door Piet Hein de Sonnaville, een van de partners van Schaekel & Partners, en sinds 2000 actief in de wereld van tijdelijke managementposities. Markten worden slechter, markten herstellen. Het zijn de wetten die wij kennen, maar zagen wij ooit een situatie waarin zo snel sprake was van herstel? Vanuit onze dagelijkse praktijk hebben wij de afgelopen maanden een forse impuls van de vraag naar tijdelijk management waargenomen, maar nu is dit ook vanuit ons onderzoek in breder perspectief aangetoond. Alle markten verbeteren, over alle functiegebieden, een ongekende situatie. Het zal niet lang meer duren voordat de jaren geleden aangekondigde schaarste op de arbeidsmarkt echt goed zichtbaar wordt. Jonge, goed opgeleide consultants –ook goed zichtbaar in de cijfers van dit onderzoek- zijn gewild. Deze trend zal zich voortzetten, zo verwachten wij, naar de functionele managers en project- en programmamanagers, zeker in de markten die groot herstel kennen op dit moment. Steeds sterker is de trend waarneembaar dat projecten (grotendeels) door externen bemand worden. In de praktijk, zo ervaren wij, ook een geaccepteerd verschijnsel. Als er ergens een shift is te zien in de arbeidsmarkt, dan is het hier. De vraagzijde is gunstig gestemd, de tarieven stijgen, opdrachtduur wordt langer Het is een kleine stap om met deze cijfers in de hand, de analyse over de zelfstandige interim professional te maken. De vraagzijde is gunstig gestemd, de tarieven stijgen, opdrachtduur wordt langer, vaak zijn meerdere opdrachten gelijktijdig voorhanden en de mate van tevredenheid is toegenomen. Indicatoren die erop wijzen dat het klimaat om zelfstandig te worden, gunstiger is geworden. Aanbod (van werk) creëert vraag (van zelfstandigen). Wij verwachten dan ook dat het aantal zelfstandigen sterk zal stijgen de komende jaren. De opdrachtgever die mensen op vaste basis wil aantrekken, zal er niet aan ontkomen een passend aanbod naar hen te doen. Per saldo betekent dit dat arbeidsvoorwaarden wat zullen verbeteren, wetende dat met de ‘andere’ arbeidsmarkt – die van zelfstandigheid – geconcurreerd moet worden. En daar is de trend overduidelijk, zo blijkt uit dit onderzoek: de externe ziet een stijging van inkomsten als gevolg van meer werk en hogere tarieven. Is dat ernstig? Wij vinden van niet. De kloof tussen vast en tijdelijk werk in termen van beloning is te veel afgevlakt de afgelopen jaren. Risico en ondernemerschap mogen worden beloond. Sommige opdrachtgevers hanteren hiervoor aanvullende percentages van 10-20% ten opzichte van de kostprijs van de eigen medewerker. Zij zullen in deze sterk wijzigende markt andere normeringen moeten hanteren. De vraag herstelt, maar op een andere manier en andere vorm dan voor de crisis. Een alternatief voor menig opdrachtgever zou kunnen zijn te putten uit het grote reservoir oudere werknemers. En zo wordt de life cycle van de loopbaan uiteindelijk goed zichtbaar: exploreren (van kennis) in vaste dienst, exploiteren (van kennis) als zelfstandige en exporteren (van kunde) weer in vaste dienst. Deze driedeling is in dit onderzoek sterker waar te nemen. Interessant is te kijken waarom een organisatie mensen aantrekt. Nieuwe mensen worden aangetrokken omdat andere kwaliteiten nodig zijn en veel minder als gevolg van onderbezetting. Dit wijst ook op het ontstaan van andersoortige activiteiten in veel organisaties. De vraag herstelt, maar op een andere manier en andere vorm dan voor de crisis. Projecteren wij dit gegeven op de bestede tijd die door externen aan opleidingen gevolgd is, dan ontstaat een wat somberder beeld: een forse teruggang het afgelopen jaar. Niet onbegrijpelijk (men kon meer facturabel zijn na veel minder goede jaren), wel zorgelijk. Toch verandert niet alles snel. De wijze van afrekenen (op uurbasis) verandert wel wat (naar meer op resultaatfee), maar nog niet significant. Net als de regiefunctie van inhuur in organisaties, die redelijk constant op de plaatsen blijft waar die was. Eigenzinnigheid wint het van kwaliteit Wij onderzochten welke groeimodellen managers voor Nederland, de eigen organisatie en zichzelf toegepast willen zien. Hier komen boeiende analyses uit: Nederland als geheel zou meer uniciteit moeten zien te krijgen (Deens model) en veel minder moeten concurreren op basis van massa/volume. De eigen organisatie waarin gewerkt wordt zou meer vanuit functionele innovatie moeten werken (Duits model), terwijl men individueel minder op kwaliteit (Zwitser model) en meer op uniciteit moet acteren. Eigenzinnigheid wint het individueel van kwaliteit dus. Herkenbaar voor de externe manager. Die zal aan de hand hiervan zorg kunnen dragen voor de functionele innovatie binnen de organisatie waar hij/zij werkzaam is. Vooralsnog vindt dit vooral binnenshuis plaats. Het betrekken van organisaties uit andere sectoren bij verandering of innovatie gebeurt nog nauwelijks en dat is zorgelijk. Als er ergens een link met de externe –met zijn brede, branche overschrijdende kennis- ligt, dan is het hier wel. Dan kan ook de kritiek gepareerd worden dat externen niet of nauwelijks zorgen voor banengroei in de organisatie. Kansen voor de externe managers, die authentiek en ietwat eigenzinnig de organisatie kunnen meenemen door de buitenwereld te betrekken bij de zo nodige functionele innovatie. Als dit leidt tot banengroei, en waarom niet, dan kan –anders dan nu nog- gesteld worden dat de komst van een externe manager leidt tot meer banen in de eigen organisatie. Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags interim management, interim-managers, InterimIndex | Laat een reactie achter