Nieuwe Flex-index: Branche ervaart veel onzekerheid bij klanten en geeft de toekomst mager 6je. Geplaatst 15 mei 2013 door Hugo-Jan Ruts De FlexVertrouwenIndex, een nieuw initiatief van Dzjeng (Wim Davidse) & het bemiddelingsbureau FaseVijf, laat zien dat flexbureaus licht positief zijn over hun eigen toekomst. Tegelijkertijd constateren ze dat werkgevers – hun opdrachtgevers – nog erg onzeker zijn over diezelfde toekomst. De flexbureaus verwachten dat hun opdrachtgevers meer personeel nodig hebben en die behoefte vooral invullen met tijdelijk werknemers. Ze willen daar gemiddeld minder voor betalen. De bureaus ervaren in sectoren als de techniek en zorg krapte op de arbeidsmarkt. Tja, heel verrassend zijn deze uitspraken niet. Maar dat zou natuurlijk ook een beetje gek zijn bij een Index. De werkelijke waarde van de index zal in de toekomst moeten gaan blijken wanneer verschillende cijfers met elkaar vergeleken kunnen worden en mogelijk trends zichtbaar worden. Wat dieper in de cijfers worden verschillen tussen sectoren wat beter zichtbaar. Achterliggende cijfers De index laat – meer in detail – de volgende cijfers zien: 1. Gemiddeld geeft de flexbranche de toekomst een 6,1 Kleine, middelgrote en grote bureaus geven de toekomst ongeveer hetzelfde cijfer. Er bestaat ook geen verschil tussen bureaus als wordt gekeken naar het beroepsniveau waarvoor zij bemiddelen. Bureaus die vooral gericht zijn op werving & selectie geven de toekomst met een 5,8 een wat lager cijfer, bureaus met een combinatie van flex-producten in hun dienstenassortiment zien de toekomst met een 6,3 rooskleuriger tegemoet. Bureaus die (vooral) bemiddelen voor transport en logistieke logistieke beroepen of voor economische beroepen zijn met gemiddeld een 5,7 duidelijk minder hoopvol gestemd. Bureaus die personeel leveren aan Vervoer en opslag of aan Overheden zijn geven de toekomst een 5,9. De bureaus die bemiddelen naar leidinggevende functies zijn met gemiddeld een 7,1 het meest enthousiast over de toekomst. 2. Enorme onzekerheid over de toekomst, lichte stijging van de werkgelegenheid verwacht, vooral vraag naar tijdelijk personeel Ondernemersklimaat – maar liefst 75% ervaart onzekerheid bij klanten, per saldo ervaart slechts 2% (zeer veel) pessimisme bij klanten. Werkgelegenheid – 48% verwacht gelijkblijvende werkgelegenheid bij werkgevers in Nederland, per saldo verwacht 4% een stijging van de werkgelegenheid. Vraag naar (tijdelijke) werknemers – 38% verwacht dat de vraag naar tijdelijke werknemers door werkgevers gelijk zal blijven, per saldo verwacht 19% (lichte) groei van de vraag. Margepercentage – 55% verwacht dat de marge op geleverde tijdelijke werknemers gelijk zal blijven, per saldo verwacht 31% een daling van de marge. 3. Krapte op de arbeidsmarkt ervaren door ruim een kwart van de flexbureaus 54% ervaart geen krapte en stelt dat er voldoende geschikte kandidaten beschikbaar zijn. Bovendien stelt 19% dat er (zeer) veel geschikte kandidaten beschikbaar zijn. Dit laatste geldt vooral voor transport-, opslag en logistieke beroepen, in vervoer en opslag en bij grote bemiddelaars. Zelfs nu ervaart 27% dat er te weinig geschikte kandidaten beschikbaar zijn. Deze krapte geldt vooral voor technische en medische beroepen, in de zorgsector en bij kleine bemiddelaars. Achtergrond index Deze gegevens komen dus uit de eerste FlexVertrouwenIndex van Dzjeng en FaseVijf. Volgens deze bureaus ervaart de flexbranche als één van de eerste sectoren wat er in de economie en op de arbeidsmarkt gaat gebeuren. Door juist in deze sector een onderzoek te doen geeft – volgens de initiatiefnemers – de FlexVertrouwenIndex een goed geïnformeerde vertrouwen in en gevoel over de toekomst van de economische groei in de komende 6 maanden. De eerste meeting werd in maart-april 2013 uitgevoerd. Aan het onderzoek, dat elk kwartaal wordt uitgevoerd, hebben 240 vertegenwoordigers van flexbureaus deelgenomen. Zij representeren alle bureau-formaten en zijn samen gericht op alle mogelijke beroepsgroepen en bedrijfssectoren. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags bemiddelingsbureau | Laat een reactie achter
Vertrouwen is geld Geplaatst 15 mei 2013 door Bas van de Haterd Eerder schreef ik hier al een blogje over vertrouwen dat het nieuwe geld is. Dit ging er om hoe digitaal vertrouwen mij ertoe verleid om op platformen als Elance meer te betalen voor diensten. In mijn leesweek heb ik ook, eindelijk, the speed of trust van Stephan MR Covey gelezen. Of eigenlijk geluisterd, want ik heb het als luisterboek op mijn ipad gezet en in de auto op de heenreis naar mijn leesweek geluisterd. Ik heb hem al ooit horen spreken, dus het was niet heel vernieuwend, maar daarmee is het verhaal niet minder waar. (meer…) Geplaatst in Boeken | Laat een reactie achter
Leren of creperen. Vergrijzende gemeenten en de vraagstukken van morgen. Geplaatst 13 mei 2013 door Joop Vorst “Expertise daar gaat het steeds meer om. Gij zult ontwikkelen. Dat wordt steeds scherper. En dat heeft niets met leeftijd te maken” (Jeroen Pepers directeur van A&O fonds Gemeenten 2013) Gemeenten hebben niet alleen nu te maken met grote veranderingen en ingewikkelde vraagstukken maar dat zal in de komende jaren niet anders worden. Om hier goed mee om te gaan wordt een grote claim gelegd op de kwaliteit van de grote groep snel vergrijzende ambtenaren. Ambtenaren met veelal lange dienstverbanden waarbij routine en het werken binnen al lang bestaande werkwijzen als regel hun referentiekader vormt. In de loop van de jaren hebben velen in deze groep zich dan ook ontwikkeld tot ‘routineridders’. Een kenmerk van door routine gedreven mensen is dat zij moeilijk kunnen inspelen op de veranderingen die de omgeving stelt. Dit omdat veranderingen ingaan tegen de ontwikkelde routine, zekerheden en betekenisgeving van het werk en de functie. Wat gemeenten in de nieuwe situatie juist veel meer nodig hebben zijn mensen die zich kenmerken door improvisatie, het ontwikkelen en toepassen van nieuwe kennis, het doorbreken van bestaande kaders/zekerheden en een focus op samenwerking, flexibiliteit en vernieuwen op basis van creativiteit. Verstandig personeelsbeleid zou zijn om hierop op tijd te anticiperen. Maar binnen gemeenten blijkt, op enkele uitzonderingen na, daar nauwelijks sprake van te zijn. Zo wordt de vraag: ‘Wat hebben we straks aan kennis nodig?’ nauwelijks gesteld, laat staan dat gemeenten bezig zijn met de omscholing van ambtenaren om te voldoen aan de nieuwe eisen. Daarmee lopen gemeenten met open ogen in de fuik van hun eigen falende beleid. Nu al blijkt dat onvoldoende deskundigheid van ambtenaren een van de grootste oorzaken is van problemen van burgers met de overheid. Tij keren niet eens zo moeilijk Wat kunnen gemeenten doen om het tij op tijd te keren? Deze vraag beantwoorden is eigenlijk helemaal niet zo moeilijk. Maak een eenvoudig strategisch opleidingsplan en blijf bij het maken daarvan niet te lang hangen. Want de verandering is er vaak eerder dan de strategie. Het gaat erom dat een paar duidelijke realistische doelen worden gesteld en dat men daarbij een koers uitzet om die doelen te bereiken. Gemeenten beschikken over uitgebreide personeelsinstrumenten die de ontwikkeling van medewerkers kunnen stimuleren en faciliteren. Het punt is alleen dat het gebruik van veel van die instrumenten wel met de mond wordt beleden maar in de praktijk niets voorstelt. Wanneer leidinggevenden beginnen deze instrumenten consequent en goed te gebruiken dan wordt snel duidelijk wat er op team- of individueel niveau moet gebeuren. Dit betekent het serieus uitvoeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken. Het betekent ook dat het opstellen van Persoonlijke Ontwikkel Plannen en het nakomen van de gemaakte afspraken geen vrijblijvende zaak, zoals nu te vaak het geval is, maar ‘serious business’ is. Het zijn van medewerkers van routineridders en vertellers hoe het vroeger allemaal beter was kan ook eenvoudig worden doorbroken door hen kennis te laten maken andere werkgebieden en werkwijzen. Dat kan door het doorlopen van stages en als het maar even kan ook buiten de gemeentelijke organisatie. Zo worden ook niet alleen best-practices van elders in de organisatie geïntroduceerd maar kunnen die best-practices worden gebruikt voor het ontstaan van better-practices in de eigen organisatie. Organiseer groepjes van mensen met een zo groot mogelijke spreiding in leeftijd, professionele achtergrond, plaats in de formele hiërarchie én ervaring om in een action learning aanpak vraagstukken aan te pakken. Wissel de personele bezetting van die action learning groepen als er iets nieuws wordt aangepakt, zodat men elkaar leert kennen en weet wie men waarvoor moet hebben. In het verlengde daarvan: organiseer veel meer werk in projectvormen en in co-creatie met bedrijven buiten de gemeentelijke organisatie. Zo ontstaat niet alleen nieuwe kennis maar wordt bestaande kennis verrijkt en gedeeld. Het zal niet alleen extra kwaliteit maar ook veel arbeidssatisfactie opleveren en het creperen van veel ambtenaren in hun werksituatie voorkomen. Deze maatregelen hoeven niet veel extra geld te kosten want de instrumenten zijn er al. Het is vooral een kwestie van het goed en consequent gebruik maken van de bestaande instrumenten, open staan om van elkaar te leren en om ook eens ‘buiten de deur te kijken’. Daardoor kunnen de ‘routineridders’ van vandaag weer de ‘sterren’ van morgen in de organisatie worden. Niet alleen zullen ambtenaren daar baat bij hebben maar ook burgers. (Dit artikel is ook verschenen in het VNG Magazine) Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Politiek | Tags organisatie ontwikkeling, overheid | 6s Reacties
Doe het op je eigen manier Geplaatst 13 mei 2013 door Bas van de Haterd Anything you want van Derek Sivers heb ik geluisterd op de terugweg van mijn leesweek uit Frankrijk. Het was een mooie afsluiter met een mooi, persoonlijk verhaal. Ik ben gek op persoonlijke verhalen, het geeft namelijk een heel realistisch beeld (het is echt gebeurt, het werkt dus echt zo, het kan dus ook zo), maar het geeft ook een beeld van 1 individu. Derek geeft niet aan dat het ‘de manier’ is, je kan eruit halen wat je wilt. Daarom deel ik hier regelmatig ook mijn persoonlijke ervaringen, als ik kan, zodat je daarmee kan doen wat je wilt. Je kan daar je eigen lessen uit trekken. Zo ook uit zijn ervaring met CDbaby. Een bedrijf dat hij als muzikant op heeft gezet uit pure hobby en uiteindelijk voor zo’n 22 miljoen heeft verkocht. (meer…) Geplaatst in Boeken | Laat een reactie achter
Eenvoud op Vrijdag. Ga je mee, Kleine Beer? Kinderboek als inspiratiebron voor verandertraject. Geplaatst 10 mei 2013 door Alles draait om Eenvoud (Dit is de derde bijdrage in de reeks ‘Eenvoud op Vrijdag’ waarin elke vrijdag een auteur laat zien welke persoonlijke aanpak hij/zij heeft ontwikkeld. Alle artikelen uit deze reeks zijn hier te vinden. Het onderstaande artikel is ook als pdf te downloaden.) Verandertrajecten. Medewerkers zitten er vaak niet op te wachten. Toch is hun betrokkenheid, hun kennis nodig. Hoe krijg je ze mee wanneer ze hun eigen werkwijze ingrijpend, en op gedrongen, moet veranderen. Bijvoorbeeld bij de invoering van e-HRM. Een traject met beren op de weg. Dat vraagt om een verrassende inspiratiebron en een onorthodoxe aanpak. Moderne technologie als noodzakelijk kwaad Met moderne technologie kan kennis zonder tussenkomst van een materiedeskundige toegankelijk worden gemaakt. Een voorbeeld op HR-terrein is het ontsluiten van rechtspositiekennis of informatie over organisatiebeleid, via intranet. Ook in andere sectoren zijn er voorbeelden te vinden: of je nu informatie over een reis per OV zoekt, de polis van de ziektekostenverzekeraar wilt raadplegen: er bestaan kennisbanken waarin de nodige informatie is opgeslagen en die 24/7 beschikbaar zijn. E-HRM houdt in dat operationele werkprocessen worden geautomatiseerd en dat kennis in een begrijpelijke en toegankelijke vorm voor medewerkers beschikbaar is. In het gemeentelijke onderdeel waar ik als projectleider E-HRM aan de slag ging, was het invoeren van E-HRM onontkoombaar omdat zij als onderdeel van een concern, niet zelf kon besluiten over het implementeren van het systeem. Het betrof een opgedrongen, ingrijpende verandering in de werkwijze. De organisatie kent geen integraal management (er zijn geen lijnmanagers) en de afdeling P&O heeft een prominente rol in de personeelsontwikkeling en -begeleiding. Medewerkers worden vanaf de eerste stap in de organisatie nauwgezet gevolgd en hebben een eigen verantwoordelijkheid om bij de directie aan te geven wanneer zij denken aan een loopbaanstap toe te zijn. De ontwikkeling wordt gemeten met een systeem van 360° feedback en betrokkenheid van ervaren project-managers. De P&O-ers bouwen dit beleid steeds verder uit en zijn uitstekend op elkaar ingespeeld om de bijbehorende activiteiten uit te voeren. P&O verzorgt daarnaast basisprocessen, zoals salarismutaties, indiensttredingen en de toekenning van toelagen. De P&O-ers verwachten dat er minder werk zal overblijven na invoering van het E-HRM systeem en zien op tegen de extra werkdruk die de invoering met zich meebrengt. De toezegging dat er geen gedwongen ontslagen zullen vallen, neemt de onrust niet weg. De aanpak met de P&O-ers Het accepteren van een verandering brengt onzekerheid met zich mee. In de eerste periode werden dan ook geregeld vragen gesteld en problemen opgeworpen. Hoewel duidelijk was dat er geen capaciteitsvermindering zou plaatsvinden schatte een aantal P&O-ers in dat er toch minder werk zou overblijven. Ook hadden zij tal van: ‘hoe gaan ze dit oplossen, hoe gaat dat werken?’-vragen. Het voorbereidingstraject zou een half jaar in beslag nemen en de invoering ging per ‘Big Bang’. Ik zag aankomen dat dit een lange en spannende periode zou zijn voor de P&O-ers, gezien de onzekerheden en de extra energie die zou worden gevraagd tijdens het proces. Bovendien verwachtte de directie dat de winkel tijdens de verbouwing open bleef. De praktijk: beren op de weg Het E-HRM-project leidde in de startfase de aandacht nogal af van de gebruikelijke werkzaam-heden. Om die aandacht te kanaliseren bedacht ik het volgende: Ik legde een flip-overvel plat op de reeks lage kasten in het midden van de afdeling, tekende er een afbeelding van een lampje op en legde er stiften bij. Ik vertelde de P&O-ers dat ‘lampje’ stond voor: een opwelling, een idee, iets wat je je afvraagt of een helder moment. Ik vroeg de P&O-ers alle gedachten en vragen die bij hen opkwamen over het E-HRM-project op het vel te noteren. Als projectleider had ik ook nog de nodige vragen en ik deed de aftrap door mijn vragen op te schrijven. In de loop der weken ontstond een kleurrijk geheel van handschriften van de P&O-ers. Ik weerstond de verleiding direct antwoord te geven als ik het antwoord op één van de opmerkingen wist; het was van belang dat er van alles gespuid kon worden en die ‘flow’ niet te doorbreken door meteen met oplossingen of door mij juist verworven inzichten te komen. Na een paar weken kwamen nauwelijks meer nieuwe teksten meer bij. Nadat ik zelf de punten had toegevoegd die essentieel waren voor het slagen van het project, zag ik het voor me: hier stonden in allerlei handschriften en kleuren de ‘beren op de weg’. Misschien is dit het punt dat de lezer veronderstelt dat mijn P&O-achtergrond mijn gedachten zouden laten uitgaan naar het boek: ‘Beren op de weg, spinsels in je hoofd’ van Theo IJzermans. Het boek van IJzermans biedt handvatten om beter om te leren gaan met spanning en onrust via de methode Rationele Effectiviteitstraining (RET). Dit was inderdaad het geval maar in tweede instantie dacht ik terug aan twee kinderboeken die ik heb voorgelezen: ‘Welterusten, Kleine Beer’ en ‘Ga je mee, Kleine Beer?’ De essentie van deze boeken is dat Grote Beer Kleine Beer geruststelt door geduldig in te gaan op de vele vragen die het beertje heeft over alle nieuwe ervaringen die het opdoet. Ik voelde mezelf zowel Grote Beer als Kleine Beer, ik had als projectleider nog een paar grote beren op mijn pad en moest ook de P&O-ers meekrijgen. Eén van mijn Grote Beren betrof het koppelen van het integraal management-uitgangspunt van het systeem en de wijze waarop deze organisatie werkte. Ik had te maken met een directie die projecten onder zich had en een P&O-afdeling die de medewerkers begeleidden en adviseerden. De overige medewerkers waren projectmanagers. Hier moest een oplossing voor worden bedacht in verband met de in te richten autorisatiestructuur. De oplossing was vanuit het systeem en het concern gezien onorthodox. De P&O-adviseurs hadden allen een groep medewerkers als account en bedienden zo de gehele organisatie. Zij kregen de autorisatie die normaal gesproken bij managers ligt. Met de directie werden de afspraken die er al lagen over besluitvorming rond medewerkers herzien en voor de nieuwe werkwijze geschikt gemaakt. Hoe dan ook, beide boeken hadden ‘Beren ‘ als thema, ik kwam zodoende op het idee om een Berenboek te maken. Het Berenboek De vellen met de opmerkingen en kleuren en mijn eigen ‘beren’ vroegen om ordening. Ik maakte een Berenboek. Dit was een notitie met als ondertitel: ‘Vragen, risico’s en maatregelen voor de overgang naar het E-HRM systeem.’ In het boek waren de organisatievraagstukken gelabeld onder het kopje: ‘Grote Beren’. Als deze kwesties niet werden opgelost kon de invoering van E-HRM niet succesvol plaatsvinden. De overige opmerkingen van het Lampje-vel kwamen, u raadt het al, als Kleine Beren in het boek. Het Berenboek werd in de diverse overleggen besproken en kreeg door de speelse titel een zekere bekendheid, ook in de directe omgeving van het project. Het leidde tot een beeld dat de problemen hanteerbaar waren geworden en dat er een goed overzicht van bestond. Resultaten Door het Berenboek kon de verwachting dat de winkel gewoon open bleef tijdens de verbouwing worden ingelost; de P&O-ers konden zich weer beter concentreren op de dagelijkse werkzaamheden; De laatste uren voor de ‘Big Bang’ waren enorm spannend; doordat alle grote en kleine beren waren opgepakt en omgezet in oplossingen was er toch de zekerheid dat het aan de voorbereiding niet had gelegen; Het Berenboek droeg bij aan de gedachte dat E-HRM de P&O-ers niet alleen maar overkwam maar dat hun deskundigheid had bijgedragen aan een goede implementatie; Kennis en inzichten van alle P&O-ers konden worden losgeweekt in relatie tot het veranderingsproces; De titel ‘Berenboek’ werd als speels en grappig ervaren en kreeg een positieve klank in het ingrijpende veranderingsproces; De uitstraling van het ‘Berenboek’ was dat er stevig gewerkt werd aan een goede introductie van de veranderingen. Het draagvlak voor de onorthodoxe oplossing voor de niet-integraal werkende organisatie zal er mogelijk door vergroot zijn; Gaandeweg het invoeringstraject was te merken dat er nog amper een beer(tje) bijkwam en er steeds meer beren afgevinkt konden worden. Het Berenboek was de bevestiging dat er zaken op te lossen waren en dat daar ook aandacht voor was. Een paar tips Gebruik deze aanpak als de betrokkenheid groot is en er veel ervaring is met de lopende processen; Onderbreek het noteren van gedachten en vragen niet door mondeling vast antwoorden te geven. Het is beter om het proces te laten lopen tot er nauwelijks of niets meer bijkomt; Toon belangstelling als projectleider voor wat er wordt opgeschreven, waardeer dit en vraag eventueel om een toelichting. Wilma Vloon Wilma Vloon (1960, www.wilmavloon.nl of zie linkedin) studeerde Pedagogiek aan de UVA, deed een postdoc-opleiding Personeelswetenschappen aan de RUG en is sinds kort gecertificeerd Vertrouwenspersoon Ongewenste Omgangsvormen. Wilma doet als ervaren P&O-er opdrachten voor de gemeentelijke overheid en is extern vertrouwenspersoon bij een kinderopvangorganisatie. Wilma heeft een passie voor amateurmuziek en cultuureducatie. Dit komt tot uitdrukking in projecten waarbij zij (amateur)stichtingen adviseerde en ondersteunde bij het maken van een toekomstplan, cultuureducatie organiseerde voor het primair onderwijs in Amsterdam en voor een kinderopvangorganisatie. Zij is hoornist bij een amateurorkest en heeft bestuursfuncties bij verschillende landelijke en lokale organisaties die zich bezig houden met amateurmuziek (www.knfm.nl; www.artsoul.nl; www.zfc-zaandijk.nl). Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags eenvoud op vrijdag, interim management, interimmanagement | 1 Reactie
Modern naoberschap, lessen voor Nederland? Geplaatst 8 mei 2013 door Bas van de Haterd Als Brabander heb ik niet direct een band met de achterhoek, behalve dat ‘helden’ als Robert Gesink en Guus Hiddink er vandaan komen weet ik er eigenlijk niets van. Vroeger dacht ik altijd dat het een andere naam voor Twente was. Toen Linda me vertelde dat ze een boek ging schrijven over modern Naoberschap dacht ik dan ook: het gaat over goed voor je buren zorgen, met nieuwe media. Niet helemaal dus, want ik heb weer iets geleerd uit dit boek over de geschiedenis van Nederland. (meer…) Geplaatst in Boeken | Laat een reactie achter