Maandelijkse archieven: december 2025

Raad van State oordeelt hard over wetsvoorstel aov-zzp: ‘onuitvoerbaar’

De Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) concludeert dat het wetsvoorstel voor een basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) niet tot nauwelijks uitvoerbaar is. Zeker niet zolang de problemen in de uitvoering van de WIA voor werknemers nog niet zijn opgelost. De RvS adviseert het wetsvoorstel niet in te dienen bij de Tweede Kamer. In plaats daarvan vindt de RvS het verstandiger om het verzekeren van zelfstandigen mee te nemen in een bredere herziening van de WIA.

Met de BAZ wil het kabinet komen tot een basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen: een apart stelsel naast de bestaande regeling voor werknemers. Voor zelfstandigen zou er een publieke basisverzekering komen, uitgevoerd door het UWV. Zelfstandigen kunnen echter ook kiezen voor een private verzekering via een opt-outregeling.

De Afdeling concludeert dat het wetsvoorstel niet of nauwelijks uitvoerbaar is, zeker zolang de problemen in de uitvoering van de WIA niet zijn opgelost. Daarom luidt het advies aan de regering om deze problematiek eerst op korte termijn aan te pakken door de WIA sterk te vereenvoudigen. 

UWV kan wet er niet bij hebben

Volgens de Afdeling advisering van de Raad van State maakt de voorgestelde basisverzekering het stelsel van de sociale zekerheid complexer, zowel door het aparte stelsel als door de opt-outregeling. “Het is juist wenselijk dat dit stelsel wordt vereenvoudigd. Wet- en regelgeving die steeds complexer wordt, zorgt voor steeds grotere problemen bij burgers en bij uitvoeringsinstanties. Dit geldt in het bijzonder voor het UWV en de Belastingdienst, die de basisverzekering moeten gaan uitvoeren. Beide uitvoeringsorganisaties kampen momenteel al met grote beperkingen in de uitvoering.”

Het UWV kampt momenteel met grote achterstanden en heeft eerder al aangegeven voorlopig geen ruimte te zien om de BAZ uit te voeren.

Doelen worden slechts deels bereikt

Daarnaast vindt de RvS dat de gemaakte keuzes bij de vormgeving van de basisverzekering ervoor zorgen dat de doelen van inkomenszekerheid en een gelijker speelveld voor werkenden slechts gedeeltelijk worden bereikt. “Door de combinatie van een relatief lage uitkering en een wachttijd van twee jaar leidt de basisverzekering maar in beperkte mate tot een adequate inkomensvoorziening voor zelfstandigen. Ook blijven de verschillen tussen werkenden groot in hun bescherming tegen het risico op arbeidsongeschiktheid,” aldus het advies.

Terug naar tekentafel 

Daarmee concludeert de RvS dat het kabinet terug naar de tekentafel moet: “Vanwege het belang van een begrijpelijke en uitvoerbare verzekering die voor zelfstandigen voldoende meerwaarde heeft, adviseert de Afdeling om het voorstel opnieuw te bezien. Dit kan in samenhang met of volgend op de noodzakelijke herziening van de WIA. Een integrale benadering van aanpassingen aan de WIA en dit wetsvoorstel ligt hierbij in de rede.”

Het tijdig indienen van een wetsvoorstel die arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen regelt is overigens een van de mijlpalen in het Herstel en Veerkrachtplan. Als het Nederland niet lukt voor augustus 2026 een wet aangenomen te hebben, dat loopt het kabinet mogelijk een deel van 600 miljoen Europees geld mis.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 2s Reacties

Direct sourcing ook via Freelance.nl voor opdrachtgevers én MSP/brokers

Zzp-opdrachtensite Freelance.nl wil alle actuele opdrachten voor freelancers in Nederland verzamelen. Met ruim 50.000 opdrachten per jaar en meer dan 300.000 aangesloten freelancers is het platform marktleider voor deze doelgroep. Een groot deel van de opdrachten komt nu via intermediairs en brokers, maar er is een groeiend aantal opdrachten rechtstreeks van opdrachtgevers, ook wel direct sourcing. Hoe ziet het platform die ontwikkeling naar de toekomst toe?

Directe opdrachten leveren meer kandidaten op

In gesprek met Robert-Jan Klomps, CCO van Freelance.nl, spreken we over zijn toekomstvisie op het gebied van direct sourcing. ‘Direct sourcing’ is een vakterm voor het rechtstreeks (direct) vinden (sourcen) van freelancers door de opdrachtgever, zonder tussenkomst van een zzp-bemiddelaar. 

Freelance.nl biedt een overzicht van de Nederlandse inhuurmarkt, met opdrachten van zowel opdrachtgevers als brokers en intermediairs. Het doel is om freelancers een zo volledig mogelijk overzicht te bieden en hen te helpen bij het vinden van de juiste opdracht. Dit kan zowel rechtstreeks als via een intermediair, aangezien opdrachtgevers er soms bewust voor kiezen om dit uit te besteden. 

Wat hierbij wel opvalt, is dat opdrachten van opdrachtgevers gemiddeld twee keer zoveel reacties van kandidaten opleveren, waaruit je kunt opmaken dat freelancers graag rechtstreeks schakelen met opdrachtgevers. Freelance.nl wil dit dan ook zo goed mogelijk faciliteren en het nog makkelijker maken om opdrachten te plaatsen op de website.

Rechtstreekse opdrachten nog relatief klein aandeel

Het is nu al mogelijk om via het platform dit soort rechtstreekse opdrachten te plaatsen, waar ruim 1.000 opdrachtgevers per jaar gebruik van maken. Als een zzp’er op zoek is naar een rechtstreekse opdracht, kan via het filter ‘geplaatst door’ de optie ‘intermediairs uitsluiten’ worden aangevinkt. Direct sourcing is in de basis dus al mogelijk.

Daar waar freelancers zoeken voor zzp-bemiddelaars corebusiness is en zij dus veel opdrachten per jaar hebben te plaatsen, heeft een gemiddelde opdrachtgever een stuk minder freelancers nodig en zijn de aantallen daar dus lager. Andersom zien we nu ook vaak meerdere zzp-bemiddelaars die dezelfde opdracht van één opdrachtgever delen, waardoor sollicitanten ook verspreid reageren. Hoe de aantallen echt in elkaar zitten, is daardoor niet helemaal helder.

‘Direct’ kan ook via een MSP/broker

Voor velen, vooral freelancers, blijft de terminologie die de flexbranche hanteert verwarrend. Dat is een complex verhaal, maar hierbij een vereenvoudigde opsplitsing in de drie soorten partijen via wie je een opdracht kunt vinden, niet zijnde de opdrachtgever zelf:

  • Detacheerders: leveranciers met mensen in loondienst, die worden gedetacheerd bij een opdrachtgever.
  • (Zzp-)bemiddelaars: leveranciers die zzp’ers zoeken en voor hen bemiddelen bij opdrachtgevers en daarmee ook letterlijk meestal midden in de keten zitten.
  • MSP/brokers: leveranciers naar wie opdrachtgevers hun inhuur ‘uitbesteden’, via een tender of aanbestedingsprocedure. Deze zoeken dan bij de vorige twee typen leveranciers naar kandidaten óf ze zoeken zelf rechtstreeks naar zzp’ers namens de opdrachtgever.

Vanuit de ogen van freelancers zou die derde partij een vertegenwoordiger van de opdrachtgever moeten zijn, want die opdrachtgever zal dan niet zelf opdrachten in de markt zetten. Opdrachten via zo’n MSP/broker zijn in feite dus ook ‘rechtstreeks’ en kunnen dus mee in de scope van direct sourcing. Deze direct sourcing is voor zo’n MSP/broker ook een andere dienstverlening dan alleen contracteren, en als het goed is krijgen ze van de opdrachtgever een hogere fee voor die wervings- en selectietaken.

Direct sourcing via een MSP/broker uit naam van de klant kan en gebeurt wel, maar is nu nog niet te onderscheiden op Freelance.nl, want ook de MSP/broker wordt gezien als ‘intermediair’.

Rechtstreeks opdrachten plaatsen vanuit ATS

Om die toekomstvisie rond direct sourcing technisch mogelijk te maken, zijn twee stappen nodig. De eerste stap is het aansluiten bij zogenaamde multiposters: tools waarmee je eenvoudig bij veel verschillende vacaturesites tegelijk kunt posten. Freelance.nl heeft alle grote multiposters van Nederland, zoals Recruitment Technologies, Vonq en Broadbean, al aan hun platform gekoppeld.

De tweede stap is het rechtstreeks koppelen met ATS’en van opdrachtgevers zelf. Freelance.nl zit nu midden in deze stap en binnenkort zullen de eerste koppelingen, zoals met Recruitee en Carerix, beschikbaar komen. Andere veelgebruikte ATS’en zullen daar snel op volgen. Je kunt dan als recruiter net zo makkelijk als een vaste vacature naar Indeed of LinkedIn ook een freelance opdracht naar Freelance.nl doorplaatsen.

De meeste moderne ATS’en hebben namelijk al de mogelijkheid om freelance opdrachten te ondersteunen. Naast een maandsalaris kun je bijvoorbeeld ook een uurtarief invullen en niet alleen een startdatum maar ook een einddatum. In deze handleiding kun je lezen wat ervoor nodig is om opdrachten op je werkenbij-pagina te krijgen. Voor Freelance.nl heb je precies dezelfde informatie nodig, dus post je die opdrachten net zo makkelijk bij hen door.

Direct sourcing voor betere prijs-kwaliteitverhouding

Een belangrijk argument voor opdrachtgevers om hiermee aan de slag te gaan, is de prijs-kwaliteitverhouding. Een zzp-bemiddelaar brengt een fee per uur in rekening. Die fee is niet altijd bekend bij de zzp’er en/of de opdrachtgever, maar die is er natuurlijk wel. Voor deze fee helpt de intermediair bij het vinden van een geschikte kandidaat. Bij direct sourcing valt die fee weg en kun je als opdrachtgever wellicht voor hetzelfde tarief dat jij betaalt een betere freelancer vinden. Of je vindt dezelfde freelancer die je via de bemiddelaar had gekregen, maar dan wel goedkoper.

Weinig argumenten dus voor opdrachtgevers en MSP/brokers om niet morgen al via Freelance.nl met direct sourcing te beginnen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 1 Reactie

Het Herstel- en Veerkrachtplan, nieuwe zzp-wetgeving en € 600 miljoen Europees geld. Hoe zat het ook alweer?

“Het wetsvoorstel Vbar is onderdeel van het Nederlandse HVP (Herstel- en Veerkrachtplan, red.) (…) Dit betekent dat de Wet Vbar op zijn laatst op 31 augustus 2026 gepubliceerd moet zijn in het Staatsblad om een korting (oplopend tot € 600 miljoen) te vermijden. Spoedige parlementaire behandeling is daarom van groot belang.”

Dat standpunt herhaalde minister Paul (SZW) nog maar eens in een brief aan de Tweede Kamer. Maar wat was ook alweer dat HVP? Wat heeft Nederland daarin nu precies beloofd om in aanmerking te komen voor geld van de Europese Commissie?

Aanleiding HVP

In de nadagen van de coronapandemie was het beeld dat Europa stevige investeringen nodig had om de economie weer een impuls te geven. De Europese Commissie had daar meer dan 700 miljard euro voor beschikbaar. Om in aanmerking te komen voor een deel van dat geld kon elk land eigen plannen indienen, die moesten bijdragen aan structurele en duurzame verbetering van de economie. Immers: de wereld na covid zou nooit meer hetzelfde zijn.

Het totaal aan plannen van een land staat omschreven in een Herstel- en Veerkrachtplan. Een HVP werd ingediend en beoordeeld door de Europese Commissie (EC). Na goedkeuring door de EC kan het land aan de slag. Bij het behalen van de doelstellingen en deadlines uit het HVP kan een land een betalingsverzoek indienen om alvast een deel van de aan het HVP gekoppelde gelden (Herstel- en Veerkrachtfaciliteit) te ontvangen. De laatste deadline is 31 augustus 2026.

Het Nederlandse HVP

Het door de Nederlandse regering en door de Tweede Kamer goedgekeurde HVP is een document van 410 pagina’s. Het bestaat uit 21 hervormingsplannen en 28 investeringen. Bij het uitvoeren van al die plannen binnen de gestelde deadline kan Nederland aanspraak maken op maximaal 5,4 miljard euro. Een deel daarvan heeft Nederland ondertussen al ontvangen. Een eerste betaalverzoek van 1,3 miljard is in mei 2024 ingediend en goedgekeurd.

Het Nederlandse plan bestaat uit zes prioriteiten: het bevorderen van de groene transitie, het versnellen van de digitale transformatie, het verbeteren en verduurzamen van de woningmarkt, het versterken van de gezondheidssector, het aanpakken van agressieve belastingplanning en witwassen en het versterken van de arbeidsmarkt, pensioenen en toekomstgericht onderwijs.

Die zes prioriteiten zijn opgeknipt in 21 hervormingsplannen en 28 investeringen. “Met deze hervormingen en investeringen richten we ons niet alleen op het directe herstel na de pandemie, maar bereiden we ons ook voor op de uitdagingen van morgen. Zo draagt het plan bij aan een veerkrachtig, groen en digitaal Nederland”, schreef het kabinet in de toelichting op het HVP.

Nauwelijks nieuwe plannen

Wie echter door de lijst van maatregelen binnen deze – en andere – prioriteiten loopt, zal één ding opvallen: het totaal aan 49 plannen en investeringsvoorstellen bestaat voor een zeer groot deel uit voorstellen en investeringen die Nederland toch al van plan was uit te voeren. Een pragmatische manier om 5,4 miljard euro aan Europees geld binnen te halen.

Concreet: het versterken van de arbeidsmarkt

Een van de zes genoemde prioriteiten uit het HVP gaat over het versterken van de arbeidsmarkt. Het kabinet schreef daar destijds over: “Constaterende dat de economie, en daarmee ook de aard van ons werk, verandert door de uitwerking van de coronapandemie, digitalisering en globalisering, heeft het kabinet besloten een aantal grote hervormingen in de arbeidsmarkt door te voeren.”

Het gaat daarbij om zaken als verbetering van het pensioenstelsel, het versterken van bestaanszekerheid en het bevorderen van kansengelijkheid. De voorstellen daarin zijn ook grotendeels bestaand beleid, zoals bijvoorbeeld de plannen voor het nieuwe pensioenstelsel. Dat geldt ook voor het rijtje plannen die te maken hebben met zzp. Bij het realiseren van die plannen kan Nederland aanspraak maken op 600 miljoen euro.

In het HVP staan deze punten, en ook die waren op het moment van indienen al onderdeel van staand beleid:

  1. Verlaging van de zelfstandigenaftrek
  2. Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (AOV ZZP)
  3. Aanpak schijnzelfstandigheid

De afbouw van de zelfstandigenaftrek was al in gang gezet; die doelstelling is dus ook gehaald. Met betrekking tot de AOV: het wetsvoorstel voor de BAZ (basisverzekering zelfstandigen) ligt bij de Tweede Kamer.

Blijft over: de aanpak van schijnzelfstandigheid.

HVP-acties voor de aanpak van schijnzelfstandigheid

Voor de aanpak van schijnzelfstandigheid zijn drie mijlpalen benoemd. De letterlijke tekst:
i. Het ministerie van Financiën en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid delen vóór december 2022 een plan met de Tweede Kamer voor verbetering en intensivering van de publiekrechtelijke handhaving.
ii. Afschaffing van het handhavingsmoratorium uiterlijk in Q2 2026.
iii. Uiterlijk in Q2 2026 is wetgeving die de beoordeling van arbeidsrelaties faciliteert en daarmee bijdraagt aan het tegengaan van schijnzelfstandigheid, gepubliceerd in het Staatsblad en in werking getreden.

Ook hier geldt: dit waren geen nieuwe plannen of ideeën; alle drie waren al beleidsvoornemens. De punten i en ii zijn netjes op tijd gehaald. Blijft over punt iii.

De toelichting daarop: “Er wordt gewerkt aan wet- en regelgeving die de onduidelijkheid rondom de beoordeling van arbeidsrelaties vermindert en het grijze gebied verkleint. Dergelijke regelgeving kan, via een rechtsvermoeden, ook werkenden in een meer kwetsbare positie ondersteunen in het gemakkelijker opeisen van hun rechtspositie. Als mijlpaal voor het verduidelijken van wet- en regelgeving rondom de beoordeling van arbeidsrelaties wordt opgenomen dat uiterlijk in Q2 2026 wetgeving wordt ingediend bij de Tweede Kamer die dit ten doel heeft.”

Huidig beleid en de HVP-gelden

Terug naar de Kamerbrief en de oproep tot spoedige behandeling van de Vbar.

Twee dingen daarover:
In het HVP staat dus niet letterlijk dat de Vbar af moet zijn. Wel dat wetgeving af moet zijn. Dat kan dus ook een ander wetsvoorstel zijn of een sterk aangepast voorstel. Of mogelijk alleen het R-deel (rechtsvermoeden) van de wet. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat een heel ander voorstel (zoals bijvoorbeeld de Zelfstandigenwet) nooit op tijd klaar zal zijn om de deadline te halen.

Mocht de deadline van publicatie van een wet(swijziging) op 31 augustus 2026 niet gehaald worden, dan haalt Nederland een deel van de mijlpalen met betrekking tot de arbeidsmarkthervormingen niet. Maar een deel ook wel. Nederland loopt dan niet 600 miljoen mis, maar een deel daarvan.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 10s Reacties

Rapportage Belastingdienst handhaving schijnzelfstandigheid: 800 bedrijfsbezoeken, arbeidsmarkteffect zichtbaar

Het kabinet publiceert hernieuwd handhavingsplan, wil door met Vbar en ziet effecten: meer zzp’ers overstappen over naar loondienst.

De Belastingdienst heeft dit jaar 842 bedrijven bezocht om na te gaan of zij voldoen aan wet- en regelgeving rond schijnzelfstandigheid. Bij 237 bedrijven is gestart met een boekenonderzoek. Dat is een zwaardere controle; een bedrijfsbezoek geldt als een meer oriënterend gesprek waarna bijvoorbeeld een waarschuwing kan worden gegeven.

Het effect van de intensivering van de controles en alle communicatie over het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 is ook terug te zien in arbeidsmarktcijfers. Het aantal zzp’ers daalt. Dat – en meer – schrijven minister Paul en staatssecretaris Heijnen in een brief aan de Kamer.

Inzet Belastingdienst

Zoals afgesproken heeft de Belastingdienst 80 fte ingezet op de handhaving schijnzelfstandigheid. Dat verloopt volgens de bewindspersonen volgens planning.

Het aantal bezoeken is – zoals vooraf ook aangekondigd – niet toegenomen. Wat veranderd is, is de eventuele consequentie van een onderzoek. Vanaf 2025 kunnen er weer naheffingen worden opgelegd; na 2026 kan er weer worden beboet.

2024 2025 (tot en met oktober)
  Totaal Onderhanden Afgedaan Totaal Onderhanden Afgedaan
Bedrijfsbezoeken 1115 370 745 842 436 406
Boekenonderzoeken 312 176 136 237 127 110
Aanwijzingen 20 nvt nvt Nvt
Verzoek beoordelen Modelovereenkomsten 166 63 103 nvt nvt Nvt
Verzoeken verzekeringsplicht 305 42 263 269 74 195


In de brief staat uitgelegd dat de medewerkers van de Belastingdienst een groot deel van hun tijd bezig zijn met uitleg en informatie, om zo opdrachtgevers te ondersteunen bij het beoordelen van de arbeidsrelatie en het goed toepassen van fiscale regels. Het blijkt dat opdrachtgevers na zo’n bedrijfsbezoek vaak vrijwillig besluiten om de processen rondom het inhuren van arbeidskrachten te versterken. In dat geval vindt er geen boekenonderzoek plaats, mogelijk wel een extra bezoek om te controleren of de intenties ook zijn omgezet in daden.

Zachte landing

Het kabinet bevestigt dat de periode van een ‘zachte landing’ aan het einde van dit jaar afloopt. De Tweede Kamer verzocht eerder om het in 2025 nog een beetje rustig aan te doen. Daarom begint de Belastingdienst dit jaar in principe met een oriënterend bedrijfsbezoek.

Na 1 januari wordt dat anders. Vanaf dan kunnen er weer boetes worden opgelegd en zal sneller worden gestart met een meer formeel boekenonderzoek.
Eerder dit jaar nam de Kamer een motie aan om de periode van de zachte landing te verlengen. Het kabinet gaf snel daarna aan die motie niet te zullen uitvoeren, omdat dat “goed gedrag ontmoedigt” en juist partijen bevoordeelt “die geen werk hebben gemaakt van de aanpak van schijnzelfstandigheid”.
Het kabinet laat in haar brief weten vast te houden aan dat standpunt.

Communicatie

Paul en Heijnen leggen in de Kamerbrief verder uit dat bij beide ministeries het besef aanwezig is dat er behoefte blijft aan meer informatie. Naast de lopende communicatiecampagnes heeft de Belastingdienst daarom toch ook weer apart Handhavingsplan Arbeidsrelaties 2026 opgesteld, met de titel ‘Handhaven volgens de normale regels.”  Na 2026 moet alles weer ‘normaal’ zijn en is een en ander geïntegreerd in de regulering handhaving

Verder wordt in de brief verwezen naar de website ‘hetjuistecontract.nl’. Daar zijn nieuwe praktijkvoorbeelden uit sectoren aan toegevoegd. Het gebruik van de webmodule is afgenomen; de bewindspersonen weten niet waardoor dat komt.

Nieuwe wetgeving

Naast handhaving en communicatie is en blijft er behoefte aan nieuwe wetgeving. Het kabinet zet daarom de Vbar door. Deze wet, die bestaande rechterlijke uitspraken moet codificeren, moet voor de markt, de uitvoeringsorganisaties en de rechtspraak inzichtelijker maken wanneer als zelfstandige of als werknemer kan worden gewerkt.

Binnen de Tweede Kamer is er weinig enthousiasme voor die wet. VVD, D66, CDA en SGP kwamen al met een alternatief – de Zelfstandigenwet – maar dat voorstel is nog verre van gereed.

Arbeidsmarkteffecten

De effecten van het beleid meetbaar maken is lastig, zo schrijven de bewindspersonen. Maar door verschillende methoden te gebruiken ontstaat wel een beeld. Analyses op basis van administratieve data (zoals KVK), fiscale aangiften en de Enquête Beroepsbevolking laten namelijk allemaal in meer of mindere mate zien dat zelfstandigen vaker overstappen naar loondienst. Vooral rond eind 2024 is een sterke toename te zien van zzp’ers die hun inschrijving beëindigen en binnen enkele maanden in loondienst gaan werken, zo valt te lezen. Ook zelfstandigen die hun onderneming aanhouden maar minder omzet draaien, bouwen hun zzp-activiteiten vaker af en breiden hun uren in loondienst uit.

Deze trend wordt bevestigd door fiscale gegevens: de groep zzp’ers die minder omzet behaalt en tegelijkertijd meer uren in dienstverband werkt, groeit gestaag sinds 2024. Tegelijkertijd wordt de groep zelfstandigen die juist meer omzet draait en minder afhankelijk is van loondienst kleiner. Uit de Enquête Beroepsbevolking blijkt bovendien dat steeds meer mensen hun hoofdbaan verschuiven van zelfstandigheid naar loondienst, wat erop wijst dat het zwaartepunt van hun werkinkomen vaker bij een werkgever komt te liggen dan in de eigen onderneming.

Op 18 december spreken de twee bewindspersonen met de Tweede Kamer over het handhavingsbeleid en de gevolgen daarvan.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 7s Reacties

Zelfstandigen bouwen via SharePeople in 6 jaar miljoenenvangnet op

Meer dan 15.000 zelfstandig ondernemers ondersteunen elkaar bij ziekte door inkomensondersteuning, beterschapswensen en advies om gezond te blijven ondernemen. In zes jaar tijd zijn er via SharePeople 550.000 donaties ter waarde van ruim 32 miljoen euro gedaan. 

“Wij stellen 180.000 keer per jaar de vraag ‘Hoe gaat het met je?’. Deze vraag stellen we namelijk iedere maand aan alle deelnemers bij het donatieverzoek dat ze per mail ontvangen,” vertelt Cosmas Blaauw, initiatiefnemer van SharePeople.

Met die donatie van gemiddeld 59 euro, ondersteunen ze een zieke mede-ondernemer die ook lid is van SharePeople. “En, heel bijzonder,” zegt Blaauw. “Een deel van de ondernemers doet niet alleen die donatie maar wenst de collega-ondernemer ook beterschap met een berichtje. Dat laat zien dat onze leden zich echt verbonden voelen met elkaar.”

Weinig aandacht voor eigen gezondheid

Bij SharePeople merken ze dat ondernemers naast zekerheid ook behoefte hebben aan ondersteuning. Veel zelfstandig ondernemers richten zich sterk op hun bedrijf, maar besteden soms minder aandacht aan hun eigen gezondheid. 

Werkdruk, onzekerheid en het ontbreken van een vangnet kunnen het zelfstandig ondernemerschap kwetsbaar maken. Hiervoor is inkomenszekerheid bij ziekte, preventieve begeleiding, persoonlijke aandacht en een netwerk van andere ondernemers van belang.

“Wij zien ondernemen als een totaalplaatje,” zegt Blaauw. “Niet alleen de cijfers van je bedrijf tellen, maar ook hoe het met jou als mens gaat. Gezond ondernemerschap begint bij balans, rust en vertrouwen. Daar is in het domein van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen nauwelijks oog voor.”

Hulp van Adviseur Werkvermogen

Elke deelnemer die ziek wordt, krijgt bij SharePeople een vaste Adviseur Werkvermogen die samen kijkt naar herstel en inzetbaarheid. De adviseur stemt de begeleiding af met andere specialisten, zodat de ondersteuning goed aansluit. “Zzp’ers zijn vaak geneigd alles alleen te doen,” zegt Blaauw. “Onze adviseurs zorgen dat ze dat niet hoeven.”

Landelijk blijkt dat steeds meer zelfstandigen last hebben van psychosociale klachten, en ook bij SharePeople is dit merkbaar. Ongeveer één op de drie ziekmeldingen heeft te maken met stress- of burn-outklachten. “Juist dan is het fijn dat je bij ons vanaf de eerste ziektedag direct begeleiding krijgt. Onze Adviseurs Werkvermogen staan dicht bij de leden en snappen wat hen drijft,” vertelt Blaauw.

 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | Laat een reactie achter

Nederlandse arbeidsmarkt onder de loep: inzichten uit de Preadviezen 2025

De Nederlandse arbeidsmarkt lijkt op het eerste gezicht gezond: sinds 2018 ligt de werkloosheid onder de vijf procent. Toch zijn er serieuze uitdagingen, zoals lage productiviteitsgroei en kwetsbare groepen die moeilijk aan werk komen. Dat concluderen Pieter Gautier en Paul Muller (UvA) in de Preadviezen 2025 van economenvereniging KVS op Economisch Statistische Berichten (ESB). Hun bijdrage zoomt in op de rol van flexwerk, ontslagbescherming, migratie en mobiliteit om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken.

Flex meer vast, vast meer flex

De discussie over flexwerk staat hoog op de agenda. Het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers, dat vlak voor de val van het kabinet-Schoof bij de Tweede Kamer werd ingediend, beoogt tijdelijke contracten minder flexibel te maken. Zo zouden nulurencontracten vervangen worden door contracten met een minimum en maximum aantal uren, de keten van tijdelijke contracten verlengd worden van zes maanden naar vijf jaar, en uitzendkrachten dezelfde arbeidsvoorwaarden krijgen als vaste medewerkers.

Nederland kent volgens de OESO relatief weinig bescherming voor flexwerkers, terwijl vaste contracten juist goed zijn beschermd. Dit verklaart volgens Gautier en Muller, waarom het aandeel tijdelijke contracten in Nederland in 2024 meer dan twee keer zo hoog was als het OESO-gemiddelde van elf procent. Tegelijkertijd stijgt sinds 2017 het aantal vaste contracten, vooral door krapte op de arbeidsmarkt en het aantrekken van werknemers met betere arbeidsvoorwaarden.

Ontslagbescherming: dubbel effect

Ontslagbescherming beïnvloedt werkloosheid op macroniveau nauwelijks, maar wel de dynamiek tussen werk en werkloosheid. Strenge bescherming kan werkgevers terughoudend maken bij het aannemen van nieuw personeel, vooral kwetsbare groepen zoals jongeren en migranten.

Ook heeft ontslagbescherming volgens de auteurs een effect op productiviteit. In landen met strikte regels duurt het langer voordat werknemers en banen optimaal gematcht zijn. Innovatie en de inzet van risicovolle technologieën worden ontmoedigd omdat het moeilijker is te stoppen met een project en personeel elders te plaatsen. Bovendien investeert flexwerkpersoneel minder vaak in bedrijfsspecifieke kennis en vaardigheden, waardoor productiviteit lager blijft. 

Een sterke tweedeling tussen vast en flex kan daarnaast leiden tot ‘verkeerde banen’: mensen blijven langer in een baan zitten die niet goed bij ze past. Immers: een nieuwe baan begint meestal met een tijdelijk contract en het is dus onvoordelig om een reeds bestaand vast contract op te geven. 

Hoogopgeleide migranten als productiviteitsmotor

De krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt vraagt om extra mensen. Hoogopgeleide migranten spelen hierin een belangrijke rol. Sinds de jaren zestig stimuleert Nederland de instroom via belastingvoordelen zoals de zogeheten dertigprocentsregeling. Onderzoek toont dat deze regeling effectief is: vereenvoudiging van de regeling door de invoering van een inkomensondergrens in 2012 leidde tot een toename van migranten met midden- tot hoge inkomens, terwijl versobering in 2019 de instroom weer deed afnemen.

Kritiek op de regeling richt zich op solidariteit binnen de EU en mogelijke concurrentie tussen lidstaten. Een mogelijke oplossing is om de regeling exclusief te richten op migranten van buiten de EU, waardoor een ‘race-to-the-bottom’ wordt voorkomen.

Kwetsbare groepen en arbeidsongeschiktheid

Tijdelijke contracten en precaire arbeid hangen samen met hogere kans op ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Bij jongeren met psychische problemen en flexibele contracten leidt dit tot een sterke toename van WIA-instroom. Het is niet zo dat werknemers met een slechte gezondheid vaker een tijdelijk contract krijgen of dat tijdelijke contracten de kans op ziekte vergroten. Het probleem lijkt te liggen in het gebrek aan begeleiding tijdens de ziekteperiode: omdat het contract tijdens ziekte meestal afloopt, blijft de werkgeversrol beperkt en stagneert re-integratie. Juist binnen beroepen waar relatief weinig vacatures beschikbaar zijn, is de kans op een WIA-aanvraag groter. 

Het recente adviesrapport Toekomst van het arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS, 2024) benadrukt dat werkgevers een cruciale rol spelen bij het voorkomen van instroom in de WIA. Waar mogelijk moet het voor werkgevers eenvoudiger worden om mensen met een beperking in dienst te nemen. Door aangepast werk en re-integratie te faciliteren, kunnen werkgevers arbeidscapaciteit behouden. Preventieve maatregelen, zoals een gezonde werkomgeving, verkleinen de kans op langdurige uitval.

Beroepsmobiliteit: kansen voor flexwerkers

Veranderingen op de arbeidsmarkt, zoals energietransitie, vergrijzing en technologische ontwikkelingen als AI, maken beroepsmobiliteit belangrijker dan ooit. Zelfs op een krappe arbeidsmarkt bestaan er nog kansarme beroepen en kwetsbare groepen. Levenslang ontwikkelen en mobiliteit tussen sectoren zijn essentieel, maar gebrek aan informatie vormt een barrière. Digitale arbeidsmarktinformatie en aanbevelingssystemen kunnen hierbij helpen. Werkzoekenden kunnen gericht vacatures vinden en beter inschatten welke overstap kansrijk is. De kern is dat één maatregel niet alle problemen oplost. Belangrijk is dat ondersteuning specifiek gericht is op kwetsbare groepen: langdurig werklozen, mensen met een beperking of werkzoekenden in aflopende sectoren, zo besluiten de twee wetenschappers. 

Samenvattend is recent beleid om flexibele contracten vaster te maken goed te verdedigen, maar maakt dit het nog wenselijker om vaste contracten minder vast te maken. Daardoor kan ook de arbeidsproductiviteit omhoog, net als door het bevorderen van kennismigratie. Door werknemers meer mogelijkheden te bieden om tijdens ziekte in een aangepaste rol weer aan het werk te gaan en werkzoekenden te ondersteunen om een overstap van kansarme beroepen naar kansrijke beroepen te maken, wordt de positie van deze kwetsbare groepen verbeterd.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | Laat een reactie achter