Controleren interimmers met BV via webmodule niet mogelijk. Of is het ‘niet nodig’? Geplaatst 14 januari 2021 door Hugo-Jan Ruts Opdrachtgevers kunnen vanaf nu via de online Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie controleren of ze voor een bepaalde opdracht een interim professional kunnen inhuren. De webmodule blijkt echter niet geschikt die check te doen in het geval dat de betreffende interim professional een BV heeft. Of is het simpelweg niet nodig om interimmers met een BV te checken? We vroegen het aan een aantal experts. Vooropgesteld: de webmodule is momenteel een pilot en geen definitief instrument. Het is en wordt ook niet verplicht om van de webmodule gebruik te maken. Reden te meer overigens om kritisch te kijken naar deze webmodule. Lees meer over de webmodule op deze pagina. Rechtspersoon of natuurlijkpersoon De eerste vraag (1.1) van de webmodule luidt : Sluit u een overeenkomst af met een natuurlijk persoon om werkzaamheden uit te voeren? Met de antwoordopties : 0 Ja 0 Nee, ik sluit een overeenkomst af met een rechtspersoon Een rechtspersoon is bijvoorbeeld een BV of een coöperatie; bij een ‘natuurlijk persoon’ moet je denk aan een eenmanszaak, vof of maatschap. Een ruwe schatting is dat ongeveer 20 procent van de zelfstandigen zonder personeel een BV hebben. Wie voor die optie ‘rechtspersoon’ kiest krijgt als reactie : “Gaat u een overeenkomst aan met een rechtspersoon, dan gaat u een overeenkomst aan met het bedrijf. Er ontstaat dan geen arbeidsrelatie.” Als er ‘geen arbeidsrelatie’ kan via een BV, kan er dus nooit achteraf een probleem ontstaan wanneer je een interimmer inhuurt? Nu, die suggestie wekt deze opmerking wellicht, maar zo eenvoudig is het niet. ‘Door BV heen kijken’ Na verschillende bekende rechtszaken, bijvoorbeeld over een TV presentator of een directeur bij een thuiszorg instelling, is vast komen te staan dat bij de beoordeling van of er nu wel of niet een arbeidsrelatie is, ‘door de BV heen gekeken wordt’. ‘Werken via je eigen BV bij een opdrachtgever is niet de methode om buiten loondienst te blijven bij de opdrachtgever’ vertelde de Belastingdienst in 2016 in onderstaande video. Dit naar aanleiding van de Wet DBA. Is werken via je eigen BV de oplossing om buiten loondienst bij je opdrachtgever te werken? Bekijk nu de video #DBA pic.twitter.com/pLBXNqC0NY — Belastingdienst (@BDzakelijk) September 7, 2016 Toenmalig staatssecretaris Wiebes antwoordde in Kamervragen van Pieter Omtzigt (CDA) naar aanleiding van deze video ook duidelijk: “Iemand die persoonlijk verplicht is om de arbeid te verrichten en onder werkgeversgezag staat, is ook een werknemer als hij via zijn eigen BV werkt. Deze video is gemaakt, omdat de Belastingdienst in de praktijk ziet dat het gebruik van een eigen BV ten onrechte wordt gepropageerd als mogelijkheid om de fiscale gevolgen van een dienstbetrekking te ontlopen.” Er lijkt weinig aanleiding om te veronderstellen dat deze zienswijze nu anders is. Onjuiste voorstelling van zaken De stelligheid van de toelichting in de webmodule wekt ook verbazing bij deskundigen. “De basis van de beoordeling hier aan de orde, dient zich naar mijn mening te richten op de beoordeling van de werkrelatie tussen de opdrachtgever en de werkende. De wijze waarop de werkende zich laat inhuren, via zijn eigen BV, via een bemiddelingsbureau of een eenmanszaak is niet relevant voor beoordeling van de te beoordelen arbeidsrelatie” zegt Joop der Weduwen, auteur van het boek “Vogelvrij verklaard. Het arbeidsrecht van de zzp-er.” “De webmodule kan in plaats van aan te geven dat er geen arbeidsrelatie ontstaat, beter aangeven dat de arbeidsrelatie waarbij een rechtspersoon als opdrachtnemer optreedt, buiten het beoordelingsbereik van de webmodule valt vanwege de opzet daarvan. Dat is een antwoord dat meer recht doet aan de realiteit” vindt fiscalist Boris Emmerig. Lastig Een woordvoerder van het Ministerie van SZW erkent dat er in “voorkomende gevallen” door een BV heen gekeken wordt. “De vragenlijst voor de webmodule leent zich er niet voor om te beoordelen of door een BV heen gekeken kan worden, onder andere omdat uitsluitend die vragen gesteld worden die ook voor de opdrachtgever bekend worden verondersteld.” Hier knelt het feit dat in de webmodule maar naar een beperkt deel de casus gekeken wordt. Diverse deskundigen die door het ministerie werden geraadpleegd bij de voorbereiding van de webmodule wezen ook op het feit dat een goede beoordeling, zonder inzicht in de ondernemerstatus van de interimmer, niet goed mogelijk is (zie hier). Dat het ministerie stelt dat in het geval van een BV het nodig is om naar alle omstandigheden te kijken maar bij een eenmanszaak niet, klinkt niet zo consequent. Emmerig wijst er op dat beleidsmakers steeds gezegd hebben dat de ‘holistische visie’ die rechters hanteren (dus alle aspecten meewegen) het uitgangspunt voor de webmodule vormt. “Dat betekent dat gekeken moet worden naar alle van belang zijnde omstandigheden. Uit het antwoord voor SZW blijkt dat de webmodule er zich niet voor leent om te kijken naar alle omstandigheden die van belang zijn om te beoordelen of door een BV heen gekeken kan worden. Dat standpunt kan en mag natuurlijk worden ingenomen, maar de vraag ligt dan wel op tafel of de webmodule wel de holistische visie als uitgangspunt hanteert. In mijn visie blijkt uit de reactie van SZW dat dit niet het geval is.” Volgens Emmerig wordt er met name niet gevraagd naar omstandigheden die betrekking hebben op het ondernemerschap van de opdrachtnemer. “In het algemeen is het zo dat indicatoren pro-ondernemerschap tegelijkertijd indicatoren contra-dienstbetrekking opleveren. Dat constateerde onder meer de Commissie-Boot.” Der Weduwen vermoedt dat men bij de opzet van de webmodule tegen zoveel problemen aangelopen is, dat voor het gemak een probleem alvast van tafel is gehaald, namelijk degene die binnen een BV werkt. De woordvoerder van het ministerie sluit een reactie af met “de webmodule kan bij inhuur van een BV geen oordeel geven.” Die uitspraak past beter bij de juridische werkelijkheid dat wat de webmodule nu vermeldt. Het hebben van een BV was, en is, geen garantie dat er geen dienstbetrekking geconstateerd kan worden. Lees voor meer details en achtergrond ook: De wet DBA en de eigen BV. Hoe zit dat nu precies Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags BV, wet dba | 5s Reacties
Partijprogramma PVV over arbeidsmarkt en economie: klassiek links over werknemers, meer corona steun voor ondernemers Geplaatst 13 januari 2021 door Hugo-Jan Ruts Het verkiezingsprogramma van de PVV was in 2016 nog erg beknopt. Het paste op één pagina. Hierin was geen ruimte voor onderwerpen zoals de arbeidsmarkt, flexwerken en zzp’ers. In 2021 heeft de PVV het verkiezingsprogramma uitgewerkt tot 52 pagina’s, waarvan drie pagina’s over economie, inkomen en pensioen. De gedachte erachter blijft hetzelfde. Extreemrechts, maar economisch links Als politieke partij valt de PVV niet in één hoek te plaatsen. Waar de partij sociaal-maatschappelijk het meest ‘rechts’ is, kleurt de partij wat betreft economie juist links. Rode draad is verzet tegen immigranten; de partij komt op voor de autochtone arbeidersklasse: hoger minimumloon, lagere huur, niet aan de ontslagvergoeding en -regels komen, afblijven van de pensioenleeftijd. Klassiek linkse opvattingen, die ze in de Kamer niet zelden effectiever weten te formuleren dan concurrent (op dit thema) SP. Coronasteun De PVV hamert op coronasteun, juist ook voor de kleine ondernemer. “Zolang de coronacrisis duurt, moeten ondernemers en werknemers financieel worden geholpen. Bij 100% sluiten, 100% vergoeding voor de kosten.” Zelfstandige ondernemers moeten volledig worden gecompenseerd voor omzetverlies. Van de effecten van corona wordt door de PVV geen rooskleurig beeld geschetst. “Zelfstandigen worden in de steek gelaten”, staat in het programma. Eenzijdig beeld van zelfstandigen Het verkiezingsprogramma schetst scenario’s van mensen die aan het eind van de maand geen boodschappen meer kunnen betalen, en spreekt daarmee een specifieke doelgroep aan. “Hardwerkende ondernemers moeten hun winkel of restaurant van de ene op de andere dag sluiten.” Hiermee zoekt de PVV aansluiting bij traditionele zelfstandige ondernemers, zoals horecabazen en winkeleigenaren. Aan moderne zzp’ers, vaak hogeropgeleid en uit eigen keuze flexibel, besteedt de partij geen expliciete aandacht. Een van de punten in het PVV-programma, is het tegengaan van de ‘doorgeschoten flexibilisering’ van de arbeidsmarkt. Waarin de arbeidsmarkt precies is doorgeschoten en hoe ver, wordt niet duidelijk. Ook doet de PVV geen concrete voorstellen hoe deze flexibilisering kan worden tegengegaan. Arbeidsongeschiktheidsverzekering niet verplicht Voor zzp’ers moet er een betaalbare verzekering voor arbeidsongeschiktheid komen en een betaalbare pensioenregeling. De PVV wil deze verzekeringen niet verplichten. Hiermee komt de PVV zowel tegemoet aan zzp’ers die graag betaalbaar hun voorzieningen regelen als aan zzp’ers die geen verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering nodig hebben. Weinig concreets voor zzp’ers In het hoofdstuk ‘Uw economie, inkomen en pensioen’ zit de PVV wat in de spagaat van bescherming van de werknemer en aandacht voor de (klassieke) ondernemer. Zo moet de ontslagvergoeding blijven, maar zwijgt de partij over een mogelijke versoepelingen van het ontslagrecht of bijvoorbeeld het beperken van de periode van doorbetaling bij ziekte. Punten die wat betreft de commissie Borstlap het werkgeverschap weer aantrekkelijker moet maken. Over het onderwerp ‘vervanging Wet DBA’, relevant voor de groep ‘nieuwe zelfstandigen’ (term CBS), die geen producten maar diensten verkoopt, laat de PVV zich niet uit. Ook in de afgelopen vier jaar hebben we de PVV over dat onderwerp niet echt gehoord. Op 17 maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. In aanloop naar de verkiezingen besteedt ZiPconomy aandacht aan de visies van de verschillende politieke partijen en de beloftes in hun verkiezingsprogramma’s op het gebied van de arbeidsmarkt en zelfstandigen. Klik hier voor een overzicht. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags PVV, TK2021 | 3s Reacties
ChristenUnie sluit aan bij de Commissie Borstlap: vast contract als norm Geplaatst 13 januari 2021 door Claartje Vogel In het conceptverkiezingsprogramma besteedt de ChristenUnie veel aandacht aan economie en de arbeidsmarkt. Het uitgangspunt van de partij is dat ‘het vrijemarktkapitalisme voor een deel is losgeslagen van zijn ankers’. CU wil de arbeidsmarkt en het belastingstelsel daarom hervormen. Het moet een stuk eerlijker en eenvoudiger, vindt de partij. Zelfstandigenaftrek Daarom wil CU af van alle verschillende toeslagen, in plaats daarvan moet er één basiskorting komen. Die is afhankelijk van het inkomen en de gezinssamenstelling. Ook de arbeidskorting en ondernemersregelingen moeten verdwijnen. CU wil één ‘werkendenkorting’. De mkb-winstvrijstelling blijft deels bestaan, maar de zelfstandigenaftrek wordt afgeschaft. Volgens de partij moet de arbeidsmarkt ‘rechtvaardiger’ worden. CU wijt de groei van het aantal zzp’ers en flexwerkers aan de huidige regels in het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en de fiscaliteit. Onrechtvaardig, vindt de partij. ‘Een duurzame relatie tussen een werkgever en een werknemer geldt voor ons als uitgangspunt’, staat in het partijprogramma. CU wil ‘een eind maken aan de cultuur van uitbesteden en tijdelijke vluchtige contracten’. Commissie Borstlap: vaste contract als norm De partij sluit zich naar eigen zeggen aan bij het advies van de Commissie Borstlap. Het vaste contract wordt weer de norm, met binnen dat contract meer ruimte voor flexibiliteit. Werkgevers krijgen flexibiliteit op basis van bedrijfseconomische omstandigheden. ‘Denk hierbij aan een jaaruren-contract of aan een 80-20 verhouding: 80% van een contract voor onbepaalde tijd is vast, 20% is flexibel. In slechte tijden biedt dat ruimte voor werktijdverkorting en dus lagere loonkosten, in goede tijden ruimte voor extra beloning, bijvoorbeeld in de vorm van winstdeling.’ Werknemer, tenzij Net als in het advies van de Commissie, pleit CU voor drie ‘rijbanen’ voor werkenden: vast, uitzend en zzp. “Om misbruik en schijnzelfstandigheid tegen te gaan, kiezen we voor het uitgangspunt ‘werknemer, tenzij’.” Voor dat onderscheid wil de partij ‘heldere, begrijpelijke en handhaafbare scheidslijnen’. Waar die precies liggen, maakt CU niet concreet in het verkiezingsprogramma. In elk geval moeten de regels voor uitzendwerk strenger worden. Een werkgever mag daar alleen gebruik van maken bij tijdelijk werk. Verder wil CU de uitzendvergunning herintroduceren om misstanden te voorkomen. AOV, pensioen en cao-afspraken voor zzp De partij pleit voor een verplichte, betaalbare arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden, dus ook voor zzp’ers. Daarnaast moeten zzp’ers het recht krijgen om pensioen op te bouwen bij een pensioenfonds. Ook wil de partij dat het mogelijk wordt om in cao’s afspraken te maken over minimumtarieven voor zzp’ers ‘om oneigenlijke concurrentie te voorkomen’. Op 17 maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. In aanloop naar de verkiezingen besteedt ZiPconomy aandacht aan de visies van de verschillende politieke partijen en de beloftes in hun verkiezingsprogramma’s op het gebied van de arbeidsmarkt en zelfstandigen. Klik hier voor een overzicht. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags ChristenUnie, CU, TK2021 | 3s Reacties
Forum voor Democratie is (toch) tegen verplichte verzekeringen voor zzp’ers Geplaatst 13 januari 2021 door Claartje Vogel Forum voor Democratie (FvD) wil zzp’ers niet verplichten om zich te verzekeren en pensioen op te bouwen. In het concept partijprogramma benadrukt de partij hoe belangrijk zzp’ers zijn voor de economie. “FVD is voor flexibilisering van de arbeidsmarkt. De wetgeving moet zodanig worden aangepast dat zzp’ers met vertrouwen kunnen doen waar ze goed in zijn.” Daarom wil FvD zelfstandig ondernemers meer vrijheid geven. Ook wil de partij fiscale regelgeving makkelijker maken met een hogere belastingvrije voet voor zzp’ers. Regeling vergelijkbaar met de VAR In elk geval moet de wet DBA onmiddellijk afgeschaft worden, staat in het plan van Forum. “Het gedreig met boetes en naheffingen heeft opdrachtgevers massaal afgeschrikt om met zzp’ers in zee te gaan”, staat in het programma. “Dit destructieve beleid moet onmiddellijk stoppen!” De partij wil terug naar ‘een overzichtelijke en effectieve regeling, vergelijkbaar met de VAR’. Dat is opvallend, want vier jaar geleden benadrukte FvD nog dat de partij in elk geval ‘geen terugkeer naar de VAR’ wilde. Wat we ons hier nu precies bij moeten voorstellen wordt uit het programma niet duidelijk. FvD heeft zich in de afgelopen vier jaar niet laten zien in debatten en commissievergaderingen over de vervanging van de Wet DBA. Oneerlijke concurrentie De standpunten in het hoofdstuk ‘zzp’ van het verkiezingsprogramma lijken verder heel erg op die uit het vorige partijplan. Net als vier jaar geleden is de partij tegen oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. “Door het vrij verkeer en de open grenzen binnen de EU is er sprake van ‘social dumping’”, schrijft FvD. “Goedkope arbeid die door mensen uit met name Oost-Europa in Nederland wordt uitgevoerd. Een voorbeeld is de bouw en de transportsector.” De partij wil dat al het werk in Nederland wordt uitgevoerd onder dezelfde voorwaarden en belastingregels. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering Het stemgedrag van Forum kwam afgelopen kabinetsperiode niet helemaal overeen met de zzp-standpunten. In het oude en het huidige verkiezingsprogramma staat dat de partij zzp’ers ‘niet wil dwingen om aan verplichte (pensioen)verzekeringen deel te nemen’. Toch stemde FvD in 2019 voor een motie van de SP om te komen tot een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Die motie haalde overigens geen meerderheid. Waarom de partij voor deze motie stemde, is niet duidelijk. Op herhaalde verzoeken voor een toelichting is geen reactie gekomen. Op 17 maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. In aanloop naar de verkiezingen besteedt ZiPconomy aandacht aan de visies van de verschillende politieke partijen en de beloftes in hun verkiezingsprogramma’s op het gebied van de arbeidsmarkt en zelfstandigen. Klik hier voor een overzicht. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Forum voor Democratie, FvD, TK2021 | 1 Reactie
De webmodule, 10 opdrachten en de uitkomst. Een analyse. Geplaatst 12 januari 2021 door Hugo-Jan Ruts Gisteren is de pilot met de webmodule gestart. Opdrachtgevers kunnen via een online vragenlijst duidelijkheid krijgen over de vraag of zij voor een bepaalde opdracht een zelfstandige mogen inhuren. Na het beantwoorden van maximaal 38 vragen, krijgt een opdrachtgever één van drie mogelijke uitkomsten: De opdracht kan inderdaad door een zelfstandige worden uitgevoerd. De opdrachtgever ontvangt daarvoor een ‘opdrachtgeversverklaring’. Na de pilotfase geeft die opdrachtgeversverklaring ook zekerheid vooraf. Er is een ‘indicatie dienstbetrekking’. Waarschijnlijk kan onder de aangegeven omstandigheden niet met een zelfstandige gewerkt worden. Dus zaak om die manier van samenwerken te veranderen, iemand in dienst te nemen, of te werken met een uitzendbureau of via detachering. Er is geen oordeel mogelijk. De opdracht zit in het grijze gebied van wat wel en niet mag. De vragen en de wegingsfactoren zijn al ruim acht maanden bekend. Na beoordeling van de versie van gisteren, blijkt dat de vragen plus de wegingsfactoren niet veranderd zijn. Op een enkele plek is de volgorde veranderd en soms is de formulering licht aangepast. We hebben tien veelvoorkomende opdrachten ingevoerd, met de onderstaande uitkomsten. Deze analyse is niet nieuw. We hebben het in juni 2020 al eerder gedaan en gepubliceerd. Omdat de vragen en wegingsfactoren van die versie van de webmodule niet zijn veranderd, blijven de resultaten hetzelfde. Lees ook: Webmodule zzp start vandaag: dit moet je weten over deze pilot Wegingsfactoren De 38 vragen hebben elk een wegingsfactor. Sommige vragen wegen duidelijk zwaarder dan andere vragen. Vaak heeft dat te maken met hoeveel vrijheid de zelfstandige heeft om de opdracht uit te voeren. Ook speelt mee hoe vervangbaar hij is en hoe lang de opdracht duurt (inzet per week, lengte opdracht). Elke vraag kan een aantal ‘strafpunten’ opleveren: Als hij minder dan 45 punten scoort, dan kan een opdrachtgever de vrijwarende opdrachtgeversverklaring krijgen. Bij meer dan 70 punten volgt het oordeel ‘indicatie dienstbetrekking’. Tussen de 45 en 70 punten wordt geen oordeel gegeven. Dus heeft de opdrachtgever ook geen zekerheid. Zzp’ers vrezen dat opdrachtgevers dan het zekere voor het onzekere nemen en dus geen zzp’ers durven in te zetten. Puzzelen Het wordt voor opdrachtgevers (en zelfstandigen) dus puzzelen: hoe blijven we onder die 44 punten? Waarbij opgemerkt dat een opdrachtgeversverklaring alleen een vrijwaring geeft als er in de praktijk ook daadwerkelijk gewerkt wordt conform de gegeven antwoorden. De vragen plus wegingsfactoren zijn terug te vinden in dit document van het ministerie. Bij veel vragen is het eenvoudig om er geen strafpunten voor te krijgen. Bijvoorbeeld vragen over doorbetaling bij ziekte. Andere zijn met goede afspraken op te lossen. De cruciale vragen zijn de volgende: 1.5 Inspanningsverlichting of resultaatsverplichting: 5 punten als er een inspanningsverplichting is. Veel opdrachten voor zelfstandigen die langdurig ingehuurd worden, zijn nu nog vaak op basis van een inspanningsverplichting. 2.10 Binnen een periode van 6 maanden voor opdrachtgever gewerkt hebben in loondienst is 10 punten, als zelfstandige 5 punten. 2.11 Indien de zelfstandige zich niet echt vrij mag laten vervangen of dat de vervanger moet komen uit een groep die al bekend is bij opdrachtgever: 10 punten. (Voor veel opdrachtgevers van kenniswerkers een lastig punt om te ontlopen). 2.13 Opdracht vanwege ‘piek of ziek’ (of lastig in te vullen vacature): 10 punten. 2.14 Werkzaamheden zijn wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering: 10 punten/ Let wel, de Belastingdienst vindt al heel snel iets een wezenlijk onderdeel van bedrijfsvoering. Fiscalist Boris Emmerig (zie dit artikel) zet overigens flinke vraagtekens zijn de onderbouwing van dit punt, 2.16 Interimmer geeft leiding aan werknemers: 5 punten 2.18 Wordt (of werd) hetzelfde werk ook door werknemers in organisatie gedaan: 10 punten 2.21 Ontvangt de interimmer ongeveer evenveel (of minder) beloning als de werknemer: 5 punten (dat zal bij veel kenniswerkers geen probleem zijn). 2.23 Geef je instructies/aanwijzing omtrent wijze van uitvoering opdracht: 10 punten 2.35 Opdrachtgever is aansprakelijk voor schade: 10 punten (vooral voor kennis intensievere projecten ligt het risico hoger, dus lastig om puur bij de zelfstandig neer te leggen). Tot slot is er nog een vraag waarbij het aantal punten afhankelijk is van de combinatie tussen de lengte van de opdracht en de inzet per week. Die wordt zo geteld: Langer dan twee jaar en meer dan 24 uur: 10 punten Meer dan 32 uur en tussen de 6-12 maanden : 8 punten Dit werkt verder als een glijdende schaal. Waarbij minder dan 4 uur per week of korter dan 3 maanden nooit strafpunten oplevert. De webmodule is nu een als pilot. Opdrachtgevers zijn niet verplicht om de webmodule te gebruiken als ze zzp’ers willen inhuren. De modelovereenkomsten (Wet DBA) blijven gewoon van kracht, mits ze tijdig worden verlengd. Een versie van de webmodule voor inhuur via bureaus (tussenkomstmodel) is nog niet voorhanden. Casussen Wat betekent dit nu voor een aantal concrete situaties? We zetten een tiental voorbeelden op een rij: A. IT-professional die meedraait op vaste afdeling. 11 maanden, 36 uur per week. Geen vrije vervanging (10 strafpunten), wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering (10), invulling lastige vacature (10 vanwege krapte op de arbeidsmarkt), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10). Lengte/inzet: 8 punten. Dat zijn dus al 58 punten. Geen opdrachtgeversverklaring dus. Oplossen van vrije vervanging biedt hier geen soelaas. Verder geldt voor dit soort zzp’ers vaak geen resultaatsverplichting. En daarmee komen ze in het grijze gebied en dat betekent onzekerheid voor opdrachtgevers. B. Interim-HR voor zwangerschapsvervanging op een afdeling. 4 maanden, 20 uur per week. Wezenlijk onderdeel (10), inzet vanwege ‘piek of ziek’ (10), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10), inzet/lengte (1). 41 punten. Maar vaak zal zo iemand zich niet vrij kunnen laten vervangen en is het lastig om met een resultaatsverplichting te werken. Daarmee kom je op 61 punten. Diep in het grijze gebied dus. Als risico voor fouten niet bij interimmer ligt, ga je over de 70 punten grens heen. C. Interim-manager voor reorganisatie. 18 maanden, 36 uur per week. Geen vrije vervanging (10), wezenlijk onderdeel (10), geeft leiding (5), duur/inzet (10), geen resultaatsverplichting (lastig bij zo’n opdrachten: 5 strafpunten). Dat zijn dus 40 punten. Het kan dus, ook als de opdracht nog wat langer duurt. Het moet dan wel ook echt om een unieke veranderopdracht gaan, geen overbrugging totdat een vacature is ingevuld. Een addertje onder het gras: interim-managers werken relatief vaak vanuit een BV (vanwege fiscaal voordeel en mogelijk vanwege risico’s). De webmodule is niet geschikt voor controleren van situatie waarin de interimmer met een BV werkt (zie hier voor uitleg) D. Zzp-journalist als flex-onderdeel van een redactie. Langer dan een jaar, 16 uur per week. Geen vrije vervanging (10), wezenlijk onderdeel (10), niet uniek (10), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10), geen resultaatsverplichting (10), inzet/duur (5). Geen hogere beloning dan werknemer (5). Dat is al 70 punten. Is opdrachtgever (de krant) aansprakelijk voor schade vanwege bijvoorbeeld onjuistheden? Vast. 10 punten extra. Dat geeft een duidelijke indicatie van dienstbetrekking. E. Recruiter tijdelijke uitbreiding recruitmentafdeling. 6 maanden, 30 uur per week. Wezenlijk onderdeel (10), aanleiding is ‘piek’ (10), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10). Zonder vrije vervanging en zonder resultaatsverplichting kan opdrachtgever hier geen opdrachtgeversverklaring voor krijgen. F. Zelfstandig IC-verpleegkundige vanwege coronapiek. 6 maanden, 36 uur per week. Geen vrije vervanging (10), wezenlijk onderdeel (10), ‘piek’ (10), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10), instructies (10). Duur/inzet (5). Dan zitten we al aan de 65 punten. Het ziekenhuis is vast ook aansprakelijk voor schade en herstel (15 punten extra). Daarmee niet als zzp’er. G. Invaller in orkest. Eenmalig. Geen vrije vervanging (10), wezenlijk onderdeel (10), ‘piek/ziek’ (10), kennis ook bij anderen aanwezig (10), werknemers doen hetzelfde werk (10), geen hogere beloning (5). 55 punten. Instructies? Beetje onduidelijk hier. Afgelopen zes maanden eerder ingevallen? Dat levert 5 punten extra op. Zeker geen opdrachtgeversverklaring, maar ook nog niet direct een aanwijzing dienstbetrekking. H. Pizzabezorger bij Deliveroo Wel vrije vervanging, wel resultaatsverplichting (geen bezorging is geen geld), geen instructies, zelfstandige is waarschijnlijk aansprakelijk voor schade (is een verzekering voor), en omdat Deliveroo geen bezorgers in dienst heeft, dus ook daar geen strafpunten voor. Inzet/duur levert max 1 punt op, immers voor velen is het een bijbaan of wordt het tijdelijk gedaan. Vrijheid om te werken wanneer je wil zit in het model van Deliveroo. Wel strafpunten voor wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering (10, al zal Deliveroo mogelijk stellen dat ze een IT bedrijf zijn), niet uniek (10 strafpunten voor vraag 2.13 maar ja, eigenlijk ook geen piek en ziek, dus misschien wel 0 punten), geen ‘hogere beloning’ (5) en wellicht vanwege ‘kennis ook bij anderen aanwezig’ (10). Ook wanneer riders niet bij KVK ingeschreven staan of geen BTW in rekening gebracht wordt, dan zou het zo maar kunnen dat Deliveroo hier gewoon een zelfstandigenverklaring voor gaat ontvangen. Overigens wil het Kabinet wel onderzoeken in hoeverre platformen niet aan de WAADI moeten voldoen, de regelgeving voor uitzenders. I. Ontwerpen huisstijl, eenmalig. Een korte opdracht, waarvan duidelijk is dat die expertise niet in huis is en geen wezenlijk onderdeel is van het bedrijf. Dat levert geen tot nauwelijks strafpunten op. Typisch een opdracht waarvoor je eigenlijk helemaal geen webmodule hoeft in te vullen. J. Columnist van een krant. Al jarenlang, tussen de 4 en 16 uur per week. Iemand heeft wel unieke kennis, maar geen vrije vervanging (10), wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering (10), werknemers doen (ongeveer) hetzelfde werk (10), lengte/inzet: 5 punten. 35 punten. Aansprakelijkheid voor vervolgschade van inhoud column kan nog een dingetje zijn (5 punten). Is zo iemand herkenbaar als werkende voor de krant? Tja, kan nog vijf strafpunten opleveren. Komt hij op de redactieborrels? Het is onduidelijk of hier een opdrachtgeversverklaring uit rolt. Gewenste of ongewenste uitkomst? Bovenstaande voorbeelden laten zien dat het voor interim-professionals, ongeveer 30% van alle zzp’ers, weleens lastig kan worden om aan opdrachten te komen. Zeker als het kenniswerkers zijn die zich nu eenmaal niet makkelijk kunnen laten vervangen. Deze groep, die tijdelijke opdrachten doet, vaak bijna fulltime en langer dan drie maanden, zit veelal in het ‘grijze gebied’. Dat kan opdrachtgevers – net als bij de invoering van de wet DBA – huiverig maken om hen in te huren op het moment dat de webmodule ook de norm gaat worden voor beoordeling van de arbeidsrelatie. De combinatie van de vragen over ‘piek/ziek’, wezenlijk onderdeel bedrijfsvoering en ‘doen werknemers hetzelfde werk’ lijken eigenlijk alle drie naar ongeveer hetzelfde te vragen. Dat leidt ertoe dat je ook al snel 30 strafpunten verzamelt. De opdrachtgeversverklaring lijkt gereserveerd voor die professionals die iets ‘unieks’ doen. Wat anderen in de organisatie niet doen of kunnen. Dat zal voor veel van die 300.000 zelfstandig professionals lastig zijn om hard te maken. Tenzij de werkzaamheden zo generiek zijn, dat er geen instructies nodig zijn en het simpel is om je vrij te laten vervangen. Zoals pizza’s bezorgen. Met de webmodule lijkt het Deliveroo-spook dus nog niet gevangen. Let wel: dit is nog maar een pilot. De bewindslieden hebben bij de lancering van de webmodule nadrukkelijk aangegeven om al tijdens de pilot met het werkveld in gesprek te gaan over het feit of dit soort uitkomsten ook maatschappelijk gewenst is. Uit onderliggende stukken, die ZiPconomy opvroeg na een WOB-procedure, bleek al eerder dat arbeidsrechtdeskundigen onderling flink van mening verschillen over hoe bepaalde casussen beoordeeld moeten worden. Nu wijkt hun mening ook regelmatig af van wat er nu uit de webmodule komt (zie dit artikel) In de zomer van 2021 wordt de werking van de webmodule en de uitkomsten geëvalueerd. Dan wordt er besloten over de eventuele definitieve inzet van de webmodule. We zitten – naar verwachting – dan ook nog midden in de formatie van een nieuw kabinet, wat ongetwijfeld ook zijn invloed zal hebben. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Webmodule | 9s Reacties
Webmodule zzp start vandaag: dit moet je weten over deze pilot Geplaatst 11 januari 2021 door Hugo-Jan Ruts De testfase van de webmodule is maandag begonnen. Via deze online vragenlijst kan een opdrachtgever te weten komen of hij voor een opdracht een zzp’er mag inhuren. De vragenlijst is te vinden op startvragenlijst.nl/pilotwba . De vragenlijst is bedoeld voor opdrachtgevers, niet voor zelfstandigen zelf. De webmodule invullen is niet verplicht. Aan de uitkomst kan ook gedurende de pilot-fase nog geen rechtszekerheid ontleend worden. Het invullen kost volgens de toelichting ongeveer 45 minuten. De huidige modelovereenkomsten, die gekomen zijn sinds de wet DBA, blijven gewoon van kracht. Het handhavingsmoratorium van de wet DBA is ook verlengd tot na de evaluatie van deze pilot. De ministeries van Sociale Zaken en Financiën hebben de tool gebouwd op basis van de huidige wetgeving, uitspraken in rechtszaken en gesprekken met experts. Er staan dus geen nieuwe criteria in. De webmodule is momenteel alleen te gebruiken voor situaties waarin een opdrachtgever rechtstreeks een zelfstandige in wil huren. Een variant voor (tussenkomst)bureaus is nog niet voorhanden. Lees meer in dit ZiPconomy dossier: In 15 vragen en antwoorden alles over de Webmodule Lees ook: 10 veel voorkomende opdrachten & de uitkomst van de webmodule Buiten dienstbetrekking of niet Nadat de opdrachtgever de vragenlijst heeft ingevuld, krijgt hij één van deze drie antwoorden: De opdracht kan buiten dienstbetrekking worden verricht. Indicatie dienstbetrekking: er zijn sterke aanwijzingen dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Geen oordeel mogelijk: Op grond van de gegeven antwoorden is niet duidelijk of er sprake is van werken buiten dienstbetrekking of van werken in dienstbetrekking. Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) schreef eerder al dat de webmodule in deze pilotfase bedoeld is als ‘voorlichtingsinstrument’. De tool moet opdrachtgevers helpen zich aan de regels te houden. Wanneer er een ‘indicatie dienstbetrekking’ volgt uit de webmodule, dan moet de opdrachtgever de opdracht duidelijk anders vormgeven en de relatie met de zzp’er anders inrichten of er voor kiezen iemand via een andere contract vorm (dienstverband, uitzendcontract, detachering) aan te nemen. Opvallend genoeg geeft de webmodule aan dat wanneer er iemand ingehuurd wordt die een BV heeft, de webmodule niet hoeft te worden ingevuld. Volgens de toelichting kan er dan ‘geen arbeidsrelatie’ ontstaan. Dat lijkt in tegenstelling met eerdere rechtszaken waarbij ‘door een BV-constructie‘ heen gekeken wordt. Opdrachtgeversverklaring Als de testfase is afgelopen en de webmodule definitief wordt ingevoerd, dan geeft de tool wel zekerheid vooraf. Zo is het plan van dit kabinet. Als uit de vragenlijst blijkt dat de opdracht door een zzp’er uitgevoerd mag worden, dan krijg je een ‘opdrachtgeversverklaring’. Die verklaring geeft opdrachtgevers de zekerheid dat ze geen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen hoeven te betalen, mits de webmodule naar waarheid is ingevuld en mits in de praktijk ook gehandeld wordt conform hetgeen is ingevuld. Tijdens deze pilotfase kan nog geen juridische status worden ontleend aan de uitkomst. De webmodule kan ook alleen anoniem ingevuld worden. Uitkomsten kunnen dus ook niet gebruikt worden voor handhaving. Tussenkomst en evaluatie Het kabinet wil deze periode ook benutten om een breed maatschappelijk gesprek te voeren over de wijze waarop we nu werken, welke klussen wel en niet door een zelfstandige zouden moeten worden gedaan en over mogelijke knelpunten in de regelgeving, zo schrijft het kabinet. “Dit gesprek zou vorig jaar plaatsvinden maar is door de coronacrisis stil komen te liggen en wordt vanaf januari 2021 weer opgepakt.” De pilot is ook bedoeld om naar de ervaring van de invullers te kijken. “Uw gebruikerservaring bepaalt mede of de webmodule wordt ingevoerd”, zo staat bij de toelichting te lezen. Na de pilotperiode van zes maanden wordt de webmodule geëvalueerd. Het kabinet wil die evaluatie in september/oktober met de Tweede Kamer bespreken. Het kabinet bekijkt dan of de online tool behulpzaam genoeg is in de strijd tegen schijnzelfstandigheid. Of de webmodule uiteindelijk wordt ingevoerd, hangt ook af van ‘de mogelijkheden voor handhaving, misbruikrisico’s en de gevolgen voor de uitvoeringsinstanties’. Bureaus die zzp’ers bemiddelen, kunnen de webmodule nog niet gebruiken. De vragenlijst voor ‘tussenkomst‘ is namelijk nog niet af. Het kabinet werkt sinds zijn aantreden aan nieuwe wet- en regelgeving rond zzp’ers. De pilot van de webmodule zou dit najaar al beginnen, maar liep vertraging op. Ondertussen is de tool wel getest en aangescherpt, voordat de pilot begon. Dat gebeurde in het voorjaar van 2019. Experts die naar 84 proefcasussen keken – zo kwam naar voren via documenten die ZiPconomy verkreeg na een WOB-procedure – waren het vaak oneens over de uitkomst. PZO benadrukt: invullen is niet verplicht Directeur Margreet Drijvers van Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) vreest dat de pilot tot onrust leidt bij opdrachtgevers. “Daardoor komen opdrachten van zelfstandigen op de tocht te staan en dat kunnen we juist in deze onzekere tijd niet gebruiken”, zegt ze. Ze denkt dat het voor veel ondernemers ingewikkeld is om alle vragen in te vullen. “Laat duidelijk zijn dat het vooral geen verplichting is,” benadrukt ze. “Zelfs voor experts is en blijft het vaststellen van de arbeidsrelatie lastig. Het is dan ook zeker niet de bedoeling dat opdrachtgevers weer op kosten worden gejaagd door hier hulp bij in te roepen.” Ook Bovib en I-ZO Nederland, brancheorganisaties van bemiddelaars, zijn weinig enthousiast over de webmodule. Volgens hen is de webmodule te complex. Handhaving Na de pilot met de webmodule beslist het kabinet wanneer de Belastingdienst gaat handhaven op schijnzelfstandigheid, schreef de minister eerder. Dat zal volgens hem “op z’n vroegst 1 oktober 2021” zijn. In de tussentijd blijft de Belastingdienst advies geven aan opdrachtgevers en zal de fiscus handhaven bij ‘kwaadwillendheid’. In principe gebeurt dat al sinds oktober 2019. Zie ook : Q&A van SZW/FIN Geplaatst in ZP en Politiek | Tags pilot, Webmodule, wet dba | 10s Reacties