Aantal freelancers in Vlaanderen groeit flink. Klappen door corona, maar positief over de toekomst. Geplaatst 6 oktober 2020 door ZiPredactie Om dé Belgische freelancer te bepalen hanteert Unizo drie criteria: je bent ondernemer zonder personeel (ongeacht de juridische vorm van de onderneming), je levert hoofdzakelijk zakelijke diensten binnen een B2B-context en je werkt met tijdelijke contracten. Op basis van deze voorwaarden filtert Unizo de freelancers uit de grote groep zelfstandige ondernemingen. Top drie freelance-activiteiten In het onderzoek onderscheidt Unizo zes categorieën waar binnen freelancers actief zijn. Van alle freelancers werkt 80% in consultancy, technische & ICT-opdrachten of intellectuele opdrachten. Onder consultancy (32%) valt bijvoorbeeld marktonderzoek, marketing, communicatie, HR, management en finance & accounting. Technische of ICT-opdrachten (31%) omvatten o.a. architectuur, installateur, mechaniek, engineering, logistiek, applicaties of websites. Intellectuele opdrachten (22%), daaronder verstaan we onder meer opleiding, administratie, copywriting, grafische vormgeving of tolk. De tarieven per categorie verschillen flink, zo vertelt het rapport ons. Voor consultancy-opdrachten vraagt 68% van de freelancers een tarief tussen 71 en 90 euro per uur. Voor intellectuele opdrachten vraagt 75% dan weer eerder een tarief tussen 51 en 70 euro per uur. Freelancers met technische of ICT-opdrachten hebben een gemiddeld tarief van 64 euro per uur. Nederland kent in de officiële statistieken niet de hier gebruikte van ‘freelancer’. Het CBS onderscheidt wel de zelfstandigen ‘eigen arbeid’ (diensten) en ‘producten’, ongeveer een 80/20 verhouding. In de Zelfstandigen Arbeid Enquête van het CBS/TNO geeft 3 op de 10 ‘zelfstandigen eigen arbeid’ aan uitsluitend of vooral voor particulieren te werken. 53% werkt voor bedrijven/organisaties en 17% zegt de omzet gelijk te verdelen over bedrijven en particulieren. Van alle zzp’ers in Nederland voldoet dus zo’n 55% aan deze ‘freelance’ definitie die Unizo gebruikt. Waar in Vlaanderen het aantal freelancers sinds 2017 dus met 17% toenam, groeide deze groep in Nederland in dezelfde drie jaar met zo’n 8%. Het aantal freelancers – als percentage van de beroepsbevolking – ligt in Vlaanderen lager dan in Nederland, maar groeit dus wel veel harder. België kent ten opzichte van Nederland veel minder fiscale voordelen voor freelancers en freelancers betalen in België ongeveer 25% van hun omzet aan premies voor sociale zekerheid. Wakker liggen door gebrek aan nieuwe opdrachten en corona Uit het onderzoek van Unizo blijkt dat meer dan 36% van de Belgische zzp’ers zich zorgen maken over het inkomen. En die kopzorgen zijn gestegen in 2020 tegenover 2019: vorig jaar was dit nog 20%. De grootste zorg blijft voor de helft van de freelancers het vinden van freelanceopdrachten en de steeds goedkoper wordende freelancetarieven (24%). En met het oog op de coronacrisis blijkt die zorg niet onterecht. Van de werkgevers geeft 61% namelijk aan minder beroep te doen op freelancers dan initieel voorzien bij het begin van 2020. Meer dan driekwart stelt dat opdrachten uitgesteld werden en 44% moest opdrachten of samenwerkingen stopzetten omwille van sluiting. 35% kiest voor kostenbesparing door minder met freelancers samen te werken. De coronacrisis trekt zijn sporen, zoveel is duidelijk. Lees ook: En toen kwam corona: 5 freelancers getuigen In Nederland voelen de zzp’ers de klappen die de coronacrisis uitdeelt (vooralsnog) minder. Uit onderzoek van de Nederlandse Kamer van Koophandel (KvK) blijkt dat een derde van de ondervraagde zzp’ers vindt dat de coronacrisis weinig impact heeft gehad op de werkzaamheden. 37% van deze groep stelt dan ook net zo door te kunnen werken als voor de coronacrisis. Een oorzaak hiervan kan te maken hebben met het verschillende coronabeleid van beide landen. Zo kunnen Nederlandse werkgevers met een omzetverlies van ten minste 20% terugvallen op de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (de NOW-regeling), om zo in loonkosten van hun vaste als flexibele personeel te kunnen blijven voorzien. In België is er geen NOW-regeling, maar kan een werkgever een beroep doen op een versoepeld ontslagrecht (het deeltijdontslag), waarbij het aantal werkuren van een werknemer verminderd wordt. Een voorwaarde is wel dat de werkgever eerst zijn contract met flexwerkers en freelancers beëindigd om in kosten te besparen. En dat voelen de Belgische freelancers. Maar wie dacht dat freelancers in 2020 massaal de handdoek in de ring zouden gooien, heeft het bij het verkeerde eind. Het onderzoek toont aan dat de freelancers resoluut vooruitkijken. Slechts 3% heeft plannen om in de toekomst terug in loondienst te gaan. 63% hoopt binnen de 5 jaar nog actief te zijn als freelancer. 19% stelt zelfs een onderneming met personeel voorop. Sterker nog, 85% van de freelancers zegt eenduidig: “Met alles wat ik nu weet, zou ik nog steeds de sprong wagen als freelancer.” Meer inzicht in de resultaten van het onderzoek? Lees hier het volledige Freelancer Focus 2020. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Corona, Nextconomy, zzp | Laat een reactie achter
Regering Trump komt met nieuwe richtlijnen werknemer-freelancer. ‘Meer duidelijkheid voor werknemer, meer ruimte voor zelfstandig ondernemer’ Geplaatst 5 oktober 2020 door Hugo-Jan Ruts Het Amerikaanse ministerie van Werkgelegenheid kondigt een nieuw beoordelingskader aan om onderscheid te maken tussen werknemers en freelancers. Handelsminister Eugene Scalia: “Het doel van dit voorstel is duidelijkheid en consistentie aanbrengen in de regels die bepalen wie als zelfstandige (‘independent contractor’) kan werken.” Het nieuwe beoordelingskader moet duidelijk maken welke werkenden vallen onder de “Fair Labor Standards Act” (de federale arbeidswetgeving, red.). Scalia: “Tegelijkertijd respecteren we de wensen van andere werkenden om vrijheid en ondernemerschap na te streven, passend bij de positie van zelfstandigen.” Nieuw beoordelingskader Het voorstel is nog niet af, maar de bedoeling is wel duidelijk. Het ministerie wil straks onderscheid maken tussen werknemers en zelfstandig ondernemers op basis van de volgende punten: Een ‘economische test’ die uitwijst of de werkende financieel afhankelijk is van één opdrachtgever; Een toets op twee kernelementen van ondernemerschap, namelijk de mate waarin iemand zelf kan bepalen hoe hij z’n werk doet en in hoeverre hij financieel risico loopt; Drie aanvullende criteria, namelijk hoeveel kennis je nodig hebt om het werk uit te voeren, de mate van tijdelijkheid in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en in hoeverre het werk onderdeel is van de reguliere bedrijfsvoering. Het ministerie benadrukt dat de feitelijke situatie leidend zal zijn bij de beoordeling, niet wat er contractueel is afgesproken. Geen nieuwe wet Het gaat hierbij niet om nieuwe wetgeving. Het ministerie wil bestaande regels vertalen naar criteria op basis waarvan opdrachtgevers kunnen bepalen of ze voor een opdracht een freelancer mogen inhuren. Dat is ook het doel van de Nederlandse webmodule, die binnenkort getest wordt als pilot. Ook in dit geval gaat het niet om nieuwe regels, maar om een manier om bestaande wetgeving en jurisprudentie om te zetten naar hanteerbare criteria. Federaal versus staten De Verenigde Staten kent zowel federale arbeidswetgeving als wetgeving die per staat geldt. Zo heeft de staat Californië sinds 1 januari 2020 strenge regels om te bepalen wanneer je freelancers mag inzetten. Freelancers moeten aan drie voorwaarden (A, B, C) voldoen voordat ze een opdracht als zelfstandige mogen uitvoeren: ze bepalen zelf hoe en wanneer ze werken, ze doen niet hetzelfde werk dat werknemers in loondienst verrichten bij hetzelfde bedrijf en ze werken ook voor andere opdrachtgevers. Aanleiding voor die nieuwe wetgeving waren platformen als Uber en Lyft, waarvan de taxi-chauffeurs als freelancer werken. Schijnzelfstandigen en geen echte ondernemers, zo vinden veel politici in de Amerikaanse staat. Weerstand tegen AB5 De AB5-wet werd vorig jaar ingevoerd en riep al snel veel weerstand op, vooral onder freelancers die in heel andere beroepsgroepen werken dan de taxibranche. Bijvoorbeeld onder consultants, journalisten of musici. Daarom is de wet onlangs aangepast (zie hier) en aangevuld met 75 uitzonderingen. Ook handelsminister Eugene Scalia heeft kritiek op de wet, schrijft hij in een opiniestuk op Fox Business. Met de nieuwe beoordelingskaders wil hij het daarom weer wat makkelijker maken voor bedrijven om freelancers in te huren. Maar zelfs als het voorstel van Scalia wordt uitgewerkt en aangenomen, is het niet meer dan een steuntje in de rug van bedrijven als Uber en Lyft. De AB5-wetgeving in Californië prevaleert namelijk boven de federale beoordeling. Op 3 november stemmen inwoners van Californië wel over een voorstel voor een verdere versoepeling van de AB5 wet. Lees ook : Alle verschillende criteria van de Amerikaanse Belastingdienst, Min van Werkgelegenheid en de staten naast elkaar. David Weil, hoofd van de arbeidsinspectie onder president Barack Obama, vindt dit voorstel een veel te simpele voorstelling van zaken. In een reactie in de New York Times heeft hij het over ‘cherry picking’. “Zoals vastgesteld door het Amerikaans Congres en vele rechters moet je kijken naar alle factoren [red. bij de beoordeling of iemand zelfstandig ondernemer mag zijn]. Het is juridisch onjuist om er een paar criteria uit te kiezen. Zo werkt het niet.” Het ministerie publiceert binnenkort een uitgewerkt voorstel van het nieuwe beoordelingskader. Daarna hebben het publiek en belanghebbenden 30 dagen de tijd om op het voorstel te reageren. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags AB5, Verenigde Staten, verkiezingen, zelfstandigen | 3s Reacties
“Als zzp’er ben je alles: van conciërge tot CEO” Geplaatst 2 oktober 2020 door ZZP Café Volgens de laatste cijfers van het CBS zijn er ongeveer 1,1 miljoen zzp’ers in Nederland. Waarom kozen zij voor het ondernemerschap? Voor Sjanne Marie van den Groenendaal, docente personeelswetenschappen aan Universiteit Tilburg en sinds een jaar zzp’er, was de aanleiding de positieve ervaring van andere ondernemers. Van den Groenendaal: “Ik heb onderzoek gedaan naar de loopbaanontwikkeling van zzp’ers. Na gesprekken met meer dan honderd zelfstandigen besloot ik om ook zelfstandig ondernemer te worden.” Positieve verhalen in overvloed, dus. Waarom is de beeldvorming van zzp’ers dan vaak zo negatief? “Er zijn veel fabels over zelfstandigen, terwijl de meeste zelfstandig ondernemers bewust gekozen hebben om voor zichzelf te beginnen” stelt Hugo-Jan Ruts. Zo laten cijfers van het CBS zien dat de belangrijkste redenen om te starten als zzp’er nieuwe uitdagingen (39%), flexibiliteit (30%) en autonomie (29%) zijn. Gedwongen ondernemerschap, dus zzp’er worden vanuit negatieve startmotieven, staat helemaal onderaan het lijstje. Bas van Spreeuw, interim-directeur en dagvoorzitter, is sinds een jaar weer zzp’er. Net als veel zzp’ers, ziet hij autonomie als zijn belangrijkste drijfveer: “Je eigen keuzes maken en daar de gevolgen van dragen, of het nou grote of kleine keuzes zijn, daar kan ik echt van genieten.” Je eigen keuzes maken en daar de gevolgen van dragen, daar kan ik echt van genieten Nadelen Natuurlijk zitten er ook nadelen aan het zelfstandig ondernemerschap. “Je moet de dingen rondom het ondernemen net zo serieus organiseren als het vak waar je voor staat,” aldus Van Spreeuw. Op tijd factureren, bonnetjes goed bijhouden: het genereert geen inkomen, maar is bijna net zo belangrijk als het werk wat je doet. Van Spreeuw: “Je bent gewoon conciërge tot en met CEO, en alles verdient evenveel aandacht”. Voor Van den Groenendaal is de financiële onzekerheid nu nog een heikel punt: “Ik sta nog helemaal aan het begin, en mijn partner is ook zzp’er. Dat is toch spannend.” Zij werkt naast haar ondernemerschap dan ook nog parttime bij Universiteit Tilburg: hybride ondernemerschap voor financiële zekerheid. Een veilige keuze, maar ook niet alles. “Het verhindert je vliegende start,” aldus Van den Groenendaal. “Je kunt je er makkelijk achter verstoppen: ik heb geen tijd om er volledig voor te gaan, ik heb nu genoeg geld, dus die klus kan volgende maand ook.” Volgens cijfers van het CBS zijn de belangrijkste redenen om te starten als zzp’er het beginnen van een nieuwe uitdaging (39%), flexibiliteit (30%) en autonomie (29%). Vijfenvijftig procent van de zzp’ers is na vijf jaar geen zzp’er meer. In 2019 startte 80% van de zzp’ers vanuit positief startmotief. 12% omdat ze geen baan konden vinden, 0% omdat dat moest van hun werkgever (CBS/TNO) Kiezen om gekozen te worden Je hebt de knoop doorgehakt en besloten om voor jezelf te beginnen. Waar moet je dan op letten? “Een grote valkuil is te lang bij je oude baas blijven hangen,” aldus Ruts. Als ondernemer moet je de onzekerheid op durven zoeken. Ruts: “Als je het netwerk vanuit een vaste positie heel klein houdt, kom je daar moeilijk buiten”. Zo blijf je hangen in dat wat je al kent, terwijl het gros van de zzp’ers aangeeft ondernemer te zijn geworden voor juist die nieuwe uitdagingen.” Geen duidelijke focus hebben is ook een heikel punt, aldus Van Spreeuw. Als beginnend ondernemer wil je misschien veel verschillende opdrachten aannemen. Heel leuk en divers, maar zo verlies je je hoofdzaak uit het oog. Van Spreeuw: “Je wordt zelfstandig ondernemer om eigen baas te zijn, en als je die focus verliest, gaan externe factoren de agenda weer bepalen.” Sjanne Marie van den Groenendaal erkent dit. “Uit onderzoek blijkt dat zzp’ers die consciëntieus en doelgericht zijn meer succes hebben dan de ondernemers die meerdere paden bewandelen”. Dit levert een bijzondere paradox op, omdat juist de mensen die toe zijn aan nieuwe uitdagingen zzp’er worden en een hekel hebben aan de vaste kaders. Zzp’ers die consciëntieus en doelgericht zijn hebben meer succes dan de ondernemers die meerdere paden bewandelen Wel is het belangrijk dat je naast je specialisme ook generieke vaardigheden ontwikkelt. Weet waar je goed in bent, maar weet ook dat je meerdere dingen kan. Ruts vergelijkt het met een etalage: “Zet je specialisme in de etalage, hou het een tijdje vast, maar op een gegeven moment is het ook weer tijd voor iets nieuws. Ondernemen is en blijft een ontwikkeltocht.” Lees ook : 10 tips om een vliegende start te maken (door Sjanne Marie van den Groenendaal) Netwerken, netwerken, netwerken En dan een van de belangrijkste bezigheden van de zzp’er: acquisitie. Hoe krijg je de klussen waar je naar op zoek bent? “Ik ben begonnen door gewoon iedereen te bellen,” aldus Van Spreeuw. “Uiteindelijk krijg je altijd een naam, en kom je echt wel aan tafel.” Netwerken dus: een veelgebruikt, maar geschuwd woord. “Veel mensen vinden het eng en niet leuk, maar het hoeft niet heel spannend te zijn,” aldus Van den Groenendaal. Je hoeft niet heel extravert te zijn om goed te zijn in netwerken. “Een berichtje op LinkedIn of een leuke opmerking op Twitter is ook heel waardevol.” Een laatste tip voor een vliegende start in het ondernemerschap? Vertrouw op jezelf en act before you’re ready. Strand niet in het denken, maar ga het avontuur aan. Van den Groenendaal: “Gewoon doen.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ondernemerschap, zzp, zzpcafe | Laat een reactie achter
Johan Zwemmer (Commissie Borstlap) ‘Detacheerder is werkgever, geen flexleverancier’ Geplaatst 1 oktober 2020 door Arthur Lubbers Zwemmer deed de uitspraak afgelopen maandag tijdens de bijeenkomst ‘Dialoog over detachering’ in het Haagse Nieuwspoort, georganiseerd door de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). Via YouTube konden VvDN-leden de discussie volgen tussen hun voorzitter Maikel Pals, Johan Zwemmer, Hugo-Jan Ruts (ZiPconomy) en de Tweede Kamerleden Hilde Palland (CDA) en Gijs van Dijk (PvdA). VvDN-voorzitter Pals kwam onlangs met forse kritiek op Borstlap omdat die volgens hem in zijn aanbevelingen voorbij gaat aan detachering. “Als er één bedrijfstak is waar de nieuwe waarden van Borstlap – zekerheid aan werknemers en investeren in hun ontwikkeling – al sinds jaar en dag centraal staan, is dat de detacheringsbranche. Het is mooi dat ze detacheren als blauwdruk nemen, maar in de uitwerking zien wij detachering nergens terug. Alsof wij geen duurzame werkgevers zijn.” Lees ook: ‘Borstlap, waar blijft detacheren?’ Probleem is dat op dit moment een goed wettelijk kader voor detachering ontbreekt, legt Pals uit. “Voor de wet zijn wij uitzenders (en vallen wij onder de WAADI), maar dat zijn wij natuurlijk niet. In de verengde discussie over flex gaat het over ziek en piek voor uitzenden – en dat doen wij nou juist niet.” Binnen de voorstellen van Borstlap zou detacheren volgens Pals dan ook niet op rijbaan drie (uitzenden) thuishoren, maar op z’n minst ‘een eigen rijstrook’ moeten hebben. Geen gerommel met contractvormen Daar wil Johan Zwemmer (Commissie Borstlap, docent en onderzoeker Arbeidsrecht aan de UvA) niets van weten. “Ga niet focussen op een rijbaan erbij, dat leidt alleen maar tot meer gerommel met contractvormen”, die juist daar een eind aan wil maken. “Binnen de flexsector is een vertroebeling van specialismen, met in de periferie allerlei contractvormen, waarbij mensen wel bij een bedrijf werken maar daar niet in dienst zijn. Dat heeft geleid tot een wildgroei in atypische arbeidsrelaties.” Niet voor niets is de Commissie Borstlap daarom met het voorstel voor drie rijbanen gekomen; iemand is werknemer (1e rijbaan), zelfstandige (2e rijbaan) of uitzendkracht (3e rijbaan). Zwemmer: “Bij onze analyse van de arbeidsmarkt is het moeilijk iedereen tevreden te houden. Maar wij gaan uit van vijf bouwstenen, met drie rijbanen. Dus als er iets moet veranderen, kom dan met suggesties die daarbinnen passen.” Detacheerder hoort op rijbaan één “Als de detacheerder zich specifiek richt op zijn expertise – het opleiden en inzetten van (aankomend) specialisten – dan valt die onder rijbaan één en is hij dus gewoon een werkgever”, stelt Zwemmer. Vrij geïnterpreteerd moet het bij detacheren dus in de kern gaan om het voorzien in een behoefte (inhuur expertise) die een opdrachtgever zelf niet kan vervullen. Bijvoorbeeld: de gedetacheerde die bij Philips werkt staat op loonlijst van Brunel (die als ‘gewone’ werkgever op rijbaan één thuishoort). Brunel als detacheerder levert een dienst (expertise) die Philips niet zelf in huis heeft. Dus de detacheerder moet niet alleen maar mensen leveren maar echt die toegevoegde waarde bieden. Dat is lang niet altijd het geval, zegt Zwemmer, die in de praktijk wel voorbeelden is tegengekomen waarbij de detacheerder hier niet aan voldoet. “Veel mensen bij detacheerders zijn feitelijk uitzendkrachten, en die hebben dan niet de rechtsbescherming van een gedetacheerde.” Het is volgens hem ook belangrijk dat je niet alleen op papier belooft zo te werken, maar dit in praktijk ook waarmaakt. Want die praktijk wordt gecontroleerd door de Belastingdienst of uitvoeringsinstantie (bijvoorbeeld om te beoordelen of je terecht niet in sector 52 bent ingedeeld waarvoor een hogere Whk-premie geldt.) Maikel Pals reageert daarop door de te wijzen op de strenge eisen die aan VvDN-leden worden gesteld. “Wij maken geen gebruik van uitzendconstructies, de meeste gedetacheerden zijn vast in dienst en detacheerders investeren minimaal 3% in opleiding en ontwikkeling.” Grens detacheren en uitzenden De grote vraag is ‘wanneer is iets detacheren volgens de definitie van Zwemmer en wanneer niet?’ Het is in de praktijk lastig aan te geven waar de grens ligt, zo blijkt ook uit de reactie van de aanwezige detacheerders. Karin van der Gragt van YoungCapital NEXT vraagt; “Wanneer ben je een specialist? Wij hebben veel jonge professionals, die wij opleiden en die als trainee bij een klant worden geplaatst om daar het vak te leren. Dat hoort bij core business.” Volgens de redenering van Zwemmer moet die trainee op de werkvloer eigenlijk worden opgeleid door een andere (senior) gedetacheerde, niet door de opdrachtgever. Ook Jochem Kentgens (Quotratio) verwacht dat dit in werkelijkheid niet zo eenvoudig is. “Hoe verhoudt zich de praktijk tot wat wij hier nu vinden? Wanneer ben je werkgever in rijbaan één? Geldt dat ook nog als je tien jonge professionals ergens plaatst? Of val je dan onder rijbaan drie (uitzenden). Dat wordt nog spannend.” Modernere gezagsverhouding Heikel punt in de discussie blijft ook de gezagsverhouding. Volgens Zwemmer moet hier op een ‘modernere manier naar gekeken worden’. Als voorbeeld noemt hij een gedetacheerde schilder: ‘De opdrachtgever mag wel zeggen ‘het moet rood worden’ (opdracht), maar niet zeggen ‘je moet van onder naar boven schilderen, anders gaat het spetteren’ (expertise) – dat moet de detacheerder (als werkgever) doen.” Ook dat wordt lastig in de praktijk, weet Pals. “Natuurlijk is er sprake van gezag bij de opdrachtgever. Een gedetacheerde die bij een bank werkt heeft daar wel een manager die ergens een handtekening onder moet zetten.” Hugo-Jan Ruts (ZiPconomy) voorziet dan ook in de praktijk nog wel serieuze obstakels. “Wat als de opdrachtgever, gedetacheerde en detacheerder alles volgens de richtlijnen van Borstlap afspreken en dan komt een externe instantie (Belastingdienst) en die zet er achteraf een (andere) stempel op? “De aanbevelingen van Borstlap moeten door de politiek dus wel vertaald worden naar heldere criteria waarvan het voor de detacheerder duidelijk is dat hij daaraan voldoet.” CDA: op hoofdlijnen eens met Borstlap Beide aanwezige politici zijn positief over detacheren. “Detacheren hoort in rijbaan één, dat is nu bevestigd (door Zwemmer)”, zegt Hilde Palland (CDA), die aangeeft wat de status van de politieke discussie op dit moment is. “We hebben een debat op hoofdlijnen gehad, de uitvoering moet nog komen. Hoe we dit gaan implementeren hangt ook van de jurisprudentie af. Dat bepaalt mede de uitwerking van de wet- en regelgeving.” Palland onderschrijft de uitgangspunten van Borstlap. “Er is een wirwar aan flexcontracten, gestuurd op (lagere) kosten. Er is een race naar de bodem gaande. Daar wil Borstlap een eind aan maken. En dat is goed. We moeten terug naar hoofdbanen; flex is mogelijk, maar wel binnen de rijbanen.” Dat ‘flex duurder’ wordt vindt Palland prima. “Flex moet ook duurder zijn.” Maar het probleem van flex zit dus niet bij detachering, stelt zij. “Gedetacheerden zijn minder kwetsbaar dan bij andere flexvormen.” PvdA: ‘blijf weg bij uitzenden’ Gijs van Dijk (PvdA) zit vrijwel op één lijn met zijn CDA-collega. Ook hij hekelt de concurrentie op prijs op de arbeidsmarkt. “Wij willen een einde aan de uitdijende flex, waarbij steeds meer mensen (ook zzp’ers) moeilijk rondkomen. Die flexvormen willen we niet meer terugzien. Concurrentie op kwaliteit prima, concurrentie op prijs op de arbeidsmarkt niet.” Van Dijk vindt net als Borstlap dat uitzenden moet worden beperkt tot ‘ziek en piek’. Als het aan de PvdA ligt, wordt uitzenden dus hard aangepakt. “Het is nu een wild west. Uitzenden is te veel gericht op het drukken van de prijs (van arbeid). Daarin willen we de komende tijd veel verbieden of veranderen.” Het advies van Van Dijk aan detacheerders is dan ook. “Detacheerders kunnen beter wegblijven van uitzenden. Detacheerders die echt expertise inbrengen, prima. Maar we moeten voorkomen dat detachering misbruikt wordt voor concurrentie aan de onderkant van de arbeidsmarkt. We willen dat detacheerders zich echt gaan richten als volwassen werkgever. Het is nu nog een grijs gebied.” Eigen voorkeur contractvorm Een kritische kanttekening kwam van Hugo-Jan Ruts. Steven van Weyenberg (D66) kon vanwege coronaquarantaine niet bij de discussiemiddag zijn. Daarom haalde Ruts het standpunt van D66 maar aan dat er ruimte moet zijn voor de eigen voorkeur bij contractvormen. Ruts: “De plannen van Borstlap gaan volledig voorbij aan de eigen wil der partijen en dus aan de behoefte van de werkende.” Maar Johan Zwemmer is ook hierin heel strikt. “Geen partij-autonomie. Als je dat gaat doen, is het hek van de dam, dat werkt constructies in de hand. Nederlandse ondernemers zijn heel creatief in het bedenken van constructies. D66 wil vooraf duidelijkheid, de overheid geeft een stempel en dan is het Oké. Maar dat kan niet. Borstlap pleit voor achteraf beoordelen van de arbeidsrelatie. En zo moet het.” Detachering als winnaar uit de discussie? “Stikstofverantwoord 100 km per uur in rijbaan één. Zou dat een goede uitkomst zijn voor detacheerders?”, vroeg discussieleider Maarten Bouwhuis. “Prima”, antwoordde Maikel Pals. “Met de nodige aanpassingen moet dat lukken.” Maar zover is het nog lang niet. Daarvoor is een ander wettelijk kader nodig (detacheren valt nu onder de WAADI), moeten we uitspraken van de Hoge Raad afwachten (jurisprudentie) en moet de politiek met nieuwe wetgeving komen. Volgens Hilde Palland (CDA) is te veel haast niet gewenst: “We kunnen dit niet er even doorjassen. Daarvoor moet onder meer het arbeidsrecht worden aangepast. Ik zou ook liever eerst de jurisprudentie hierover willen afwachten.” Gijs van Dijk (PvdA) had graag gezien dat er al wel knopen zouden zijn doorgehakt: “Partijen zijn het over veel onderdelen eens, dus zouden we nu al maatregelen kunnen nemen. Ik hoopte dat dat ook zou gebeuren, mede door de coronacrisis. Maar jammer genoeg is de discussie nu onderdeel geworden van de formatie en inzet van de verkiezingen.” Detacheerders moeten dus geduld betrachten. Maar als deze lijn wordt doorgevoerd en detachering inderdaad in rijbaan één komt, dan zou detacheren wel eens als grote winnaar uit de bus kunnen komen in de hele flexdiscussie. Lees hier: Actieve VvDN zet detachering op de kaart Een integrale opname van de bijeenkomst is hieronder terug te kijken: (fotografie: o.a. Michel Heerkens Fotografie) Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Borstlap, Detacheren, VVDN | 11s Reacties
Zelfstandig ondernemers zijn gelukkiger dan werknemers, maar moeten extra oppassen in coronatijd Geplaatst 1 oktober 2020 door Claartje Vogel “Zzp’ers en kleine bedrijven hebben we eruit gefilterd, want die tillen het werkgeluk flink omhoog”, zei psycholoog Arie Pieter Veldhoen van de Monitor Groep tijdens de presentatie van het Onderzoek Werkgeluk 2020. De Monitor Groep onderzoekt sinds 2018 jaarlijks hoe gelukkig Nederlandse werkenden zijn. Dat doet het bureau in opdracht van Happy Office en de Gelukkig Werken Academy, twee organisaties die bedrijven helpen om gelukkiger te werken. Zzp’ers zijn absoluut gelukkiger dan werknemers, dat zien we al jaren Gemiddeld een 8 Een gemiddelde werknemer geeft zijn werkgeluk dit jaar een 7,3. Een zzp’er beoordeelt zijn werkgeluk met een 8. “Zzp’ers zijn absoluut gelukkiger dan werknemers, dat zien we al jaren”, zegt Onno Hamburger, oprichter van de Gelukkig Werken Academy. “Hoe groter de organisatie, hoe ongelukkiger de medewerker. We zien een lineair verband. Zelfstandig ondernemers zijn gemiddeld het meest gelukkig en werkenden in een grote, hiërarchische organisatie het minst.” Hamburger is psycholoog en als lector Duurzaam Werkgeluk verbonden aan de SDO Hogeschool voor Moderne Bedrijfskunde. Hij doet onderzoek naar allerlei typen bedrijven en werkenden: van multinationals tot startups en van directieleden tot freelancers. Autonomie en competentie Hoe komt het dat zzp’ers meer werkgeluk ervaren? “Dat heeft te maken met allerlei factoren, de voornaamste is autonomie”, legt Hamburger uit. “Iemand met veel autonomie bepaalt zelf hoe hij zijn werk doet. Ondernemers zijn daar een prachtig voorbeeld van.” En volgens Hamburger is zelf bepalen hoe je werkt, de basis van werkgeluk. De tweede belangrijke factor is ‘competentie’. “Daarmee bedoel ik dat je doet waar je goed in bent en daarvoor waardering krijgt. Dat is vaker het geval bij zzp’ers dan bij werknemers. Een ondernemer richt zich meestal op waar hij goed in is en wordt ingehuurd voor zijn specifieke kennis en vaardigheden.” Extravert, gefocust en doelgericht Anders dan vorige jaren, was het Onderzoek Werkgeluk 2020 ook gericht op de effecten van persoonlijkheid. “Wie extravert, gefocust en doelgericht is ervaart over het algemeen meer werkgeluk”, zegt Hamburger. “Dat is ook zo bij werknemers binnen een organisatie. Maar wat je ziet is dat zzp’ers over het algemeen vaker deze eigenschappen bezitten.” Zelfstandigen zijn ook minder gevoelig voor negativiteit, ziet Hamburger. “Ook dat draagt bij aan hun werkgeluk”, zegt hij. “Een zzp’er is dapper: die heeft het risico genomen om voor zichzelf te beginnen. En tegenvallers horen erbij als ondernemer. Hij kan daarmee omgaan, of heeft dat gaandeweg geleerd.” Zo ziet hij dat bestuurders en hooggeplaatste directeuren ongeveer even hoog scoren op werkgeluk als zelfstandig professionals. “Net als zzp’ers, hebben ze autonomie, uitdaging en ruimte om te bepalen hoe ze hun werk doen.” Ondernemerschap binnen grote organisaties Organisaties kunnen wel wat leren van zzp’ers, zegt de werkgelukexpert. “Vaak geldt: hoe groter de organisatie, hoe minder autonomie en leiderschap”, zegt hij. “Binnen hiërarchische organisaties wordt vaker voor je bepaald wat je moet doen. Dat maakt mensen minder gelukkig, gemotiveerd en betrokken. Als werknemers binnen een organisatie ondernemender mogen zijn, worden ze gelukkiger.” Hoe zit dat met zelfstandig professionals die opdrachten doen voor grote organisaties? “Dat heb ik niet onderzocht, maar ik ken wel een hoop van zulke ondernemers”, zegt Hamburger. “Ook een zelfstandige in een grote organisatie functioneert autonomer dan een werknemer. Zo’n ondernemer staat emotioneel gezien iets verder af van het bedrijf. Terwijl een werknemer al gauw het gevoel heeft dat hij zich maar moet schikken, weet een zzp’er dat hij ieder moment weg kan.” Eenzaam tijdens de crisis De vrijheid van de zzp’er maakt hem ook kwetsbaar. Zelfstandige professionals lopen iets meer kans op eenzaamheid tijdens de coronacrisis dan werknemers. “Zowel werknemers als zzp’ers missen verbinding tijdens de crisis”, zegt Hamburger. “Binnen werken managers eraan om teamleden toch bij elkaar te krijgen, een zzp’er moet het zelf organiseren. Vooral voor de meer introverte zzp’er kan dat best een uitdaging zijn.” Ga toch op zoek naar anderen, tipt de psycholoog. “Ga in gesprek met je klanten of zoek eens wat andere ondernemers op”, zegt hij. “En heb het dan niet alleen over werk, maak het informeel. Vraag hoe het gaat met de ander. Je mist nu de netwerkborrels en de praatjes bij de koffieautomaat en op den duur heeft dat een negatieve invloed op je werkgeluk.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags cijfers, goed opdrachtgeverschap, ondernemen, onderzoek, werkgeluk, zzp | 4s Reacties