Maandelijkse archieven: juli 2018

Na de Deliveroo-zaak is één ding helder: de politiek is aan zet

Veel sneller dan velen verwachtten kwam de kantonrechter op maandag naar buiten met een uitspraak in wat wel ‘de zaak Deliveroo’ is gaan heten. Die uitspraak, kort samengevat: Deliveroo stond in zijn volste recht om zijn bezorgers als zzp’ers te behandelen, in dienst nemen hoeft niet. Van ‘schijnzelfstandigheid’ is geen sprake: het werk is voor de zelfstandige wel degelijk anders dan voor de bezorger die nog in loondienst was. En zolang de betrokkenen dat weten en ermee instemmen, kunnen ze ook niet achteraf claimen dat ze eigenlijk toch in loondienst hadden horen te zijn. Dan had je als bezorger maar niet met de nieuwe voorwaarden moeten instemmen, zegt de rechtbank vrij onomwonden. Daar was je dan immers zelf bij.

Veel media-aandacht

De uitspraak kreeg bijzonder veel media-aandacht (het zal iets met komkommertijd zijn). Toch mag hij ook weer niet zo heel veel verwondering wekken. Wie had eerlijk gezegd echt verwacht dat de rechtbank anders zou beslissen? Had de rechtbank dan de opdrachtgever met terugwerkende kracht moeten ‘veroordelen’ tot een dienstverband voor de betrokkene, terwijl diegene zelfs drommels goed wist waar hij aan begon en zich daar ook mee akkoord toonde? Het zou een vreemde figuur gegeven hebben als de rechter dat akkoord nu ineens ongeldig zou verklaren. Een vreemde figuur met verre reikwijdte bovendien.

Het venijn zit in de staart

Nee, het echte venijn van de uitspraak van de rechter zit – zoals wel vaker – in de staart. Daar maakt hij namelijk duidelijk dat de PvdA, samen met de FNV een van de ondersteuners van het proces tegen Deliveroo, aan het verkeerde adres is met zijn klacht. De PvdA moet zelf aan de bak, zo zegt de rechter min of meer tussen neus en lippen door. Letterlijk staat er te lezen:

Het moge zo zijn dat in het huidige arbeidsrecht geen rekening is gehouden met de uit de (relatief) nieuwe platformeconomie voortkomende arbeidsverhoudingen. Dat maakt echter nog niet dat de onderhavige beslissing tot dusdanig onaanvaardbare resultaten leidt, dat de redelijkheid en billijkheid tot rechterlijk ingrijpen noopt. Wanneer het ongewenst wordt geacht dat werkplatforms als Deliveroo dergelijke overeenkomsten aanbieden, zal de wetgever daartegen maatregelen moeten treffen.

Oftewel: PvdA, als je de huidige Deliveroo-constructie niet wilt, dan zul je moeten zorgen dat je een meerderheid in de Tweede Kamer vindt die dit wil tegengaan. En zul je ook de verantwoordelijk minister moeten aanmanen om snel met de benodigde en aangekondigde nieuwe regels te komen. Dan moet je in de Tweede Kamer het debat voeren over hoe je het wél wil. Je moet dan helemaal niet hopen op ‘rechterlijk ingrijpen’. Dan ben je als politiek zelf aan zet om mee te helpen het ‘verouderde arbeidsrecht’ nieuw leven in te blazen.

Lees ook:

Foto boven via Môsieur J. (wikipedia)

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter

Heeft Nederland behalve schijnzelfstandigen nu ook schijnwerknemers?

Het veelbesproken Uniforce-concept draait om de zogeheten Declarabele Uren B.V. (DUBV). Wie voor Uniforce kiest, richt samen met de Uniforce Groep zo’n DUBV op. Hij of zij gaat vervolgens in loondienst voor deze B.V. werken en is daar voor 80% aandeelhouder, directeur en bestuurder. Op het loon dat de B.V. uitbetaalt worden loonheffingen ingehouden.

Het is een constructie die al jaren erkend is door de Belastingdienst. Zo schreef de fiscus in een brief van 17 december 2014:
Op basis van de statuten, (…) de uitvoeringsovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst moet (…) worden aangenomen dat de Uniforcer ter zake van zijn dienstbetrekking bij de DUBV verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen.

De met de Belastingdienst afgesloten vaststellingsovereenkomst, in combinatie met de door Uniforce afgegeven “Verklaring Uniforce Registratie” (de VUR-verklaring) geeft opdrachtgevers de zekerheid vooraf dat zij niet worden gezien als inhoudingsplichtige. Dat is de DUBV immers al. De DUBV draagt alle loonbelasting én premies af voor de werknemer, zoals een uitzendbureau of detacheerder dat ook doet voor haar werknemers.

In tegenstelling tot wat weleens wordt gedacht, is iemand die volgens het Uniforce-concept werkt dus geen zelfstandig ondernemer, maar een werknemer. De Belastingdienst hoeft daarom ook niet te controleren op ‘schijnzelfstandigheid’. Van een werknemer(achtige) die zich presenteert als ondernemer is immers geen sprake: de Uniforcer presenteert zich als een werknemer en was dat naar de mening van Belastingdienst ook.

Belastingdienst zegt de overeenkomst met Uniforce op

Waar komt dan nu toch de ophef vandaan? Die is terug te leiden tot een brief van de Belastingdienst, van 9 april 2018, waarin de vaststellingsovereenkomst met Uniforce wordt opgezegd.

In die brief staat als motivatie:

  1. De overeenkomst is overbodig geworden omdat de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder gewijzigd is;
  2. De mogelijkheid van opzegging is nadrukkelijk opengehouden;
  3. Voor de wettelijke vrijwaring van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) is een systematiek van optionele voorwaardelijke goedkeuring in de plaats gekomen. De systematiek waarbij op voorhand zonder beoordeling van de onderliggende arbeidsverhouding een vrijwaringsverklaring voor alle opdrachtgevers van de Uniforcers wordt verstrekt (een collectieve arbeidsrelatie), past niet in de systematiek van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA);
  4. Uit onderzoeken zou blijken dat de feitelijke gang van zaken sterk afwijkt van de kwalificatie van de arbeidsverhouding in de vaststellingsovereenkomst. De Belastingdienst schrijft dat een groot deel van de Uniforcers rechtstreeks of via tussenkomst in dienstbetrekking is bij de opdrachtgever;
  5. De vaststellingsovereenkomst voortzetten leidt tot een ongelijk speelveld ten opzichte van opdrachtgevers die nog zekerheid moeten verkrijgen over hun inhoudingsplicht.

De rechter gaat mee in de argumenten van de Belastingdienst

De rechter gaat mee in de stelling van de Belastingdienst dat de overeenkomst opgezegd kan worden in verband met de Wet DBA. Naar het oordeel van de rechter wordt in de nieuwe systematiek niet langer op voorhand een collectieve vrijwaring verstrekt.
Niet valt in te zien waarom ten aanzien van Uniforcers een uitzondering moet worden gemaakt, aldus de rechter. Daarmee heeft de Belastingdienst vooralsnog een zwaarwegende reden voor opzegging en is Uniforce een redelijke termijn gegund met het voorstel om de vrijwaring alleen nog te laten gelden als toetreding tot de regeling vóór 1 mei 2018 geformaliseerd is.

Uniforce gaat in hoger beroep

Uniforce heeft tegen de uitspraak van de rechter inmiddels hoger beroep aangetekend. Dat betekent dat nog eens kritisch naar de overwegingen van deze rechtbank zal worden gekeken. Bij die overwegingen zijn namelijk best wat kanttekeningen te plaatsen:

1. Werkt de Uniforcer wel in een dienstbetrekking bij haar opdrachtgevers?

Volgens de rechtbank is de achtergrond van deze vaststellingsovereenkomst om het bestaan van een dienstbetrekking vast te leggen . De overeenkomst heeft daarmee sterk het karakter van een bewuste standpuntbepaling van de Belastingdienst. Zo’n standpuntbepaling kan niet zomaar gewijzigd worden. De aangevoerde redenen om de overeenkomst op te zeggen, zeggen niets over het al dan niet bestaan van een dienstbetrekking in de Uniforce B.V. Ook niet als de Belastingdienst inmiddels van mening is dat het eerder ingenomen standpunt tegenwettelijk was.

De rechter lijkt haast op voorhand de suggestie voor ‘waar’ aan te nemen dat een groot deel van de Uniforcers nu in een dienstbetrekking bij haar opdrachtgevers werkt. Maar zo’n dienstbetrekking kan de rechter alleen achteraf vaststellen, aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden. Het ligt voor de hand dat de rechter eerst die stelling onderzoekt voordat hij concludeert dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. De normen waaraan het bestaan van een dienstbetrekking moet worden getoetst, zijn sinds het sluiten van de overeenkomst overigens niet gewijzigd.

2. Is eigenlijk wel sprake van wijziging in wet- en regelgeving?

Ook over het oordeel dat sprake is van een wijziging van wet- en regelgeving valt te discussiëren. Zowel vóór als na de Wet DBA beoordeelt de Belastingdienst namelijk (individuele) arbeidsrelaties. Het enige inhoudelijke verschil is dat voor zekerheid vooraf eerst een VAR-beschikking aangevraagd moest worden en dat de beoordeling nu plaatsvindt aan de hand van modelovereenkomsten. In de uitspraak neemt de rechter aan dat er voorheen geen integrale toetsing van de werkelijke situatie op dat moment was. Feitelijk kan dat inderdaad zo zijn, maar daarmee komt slechts vast te staan dat de Belastingdienst zelf tekortgeschoten is bij de beoordeling van VAR-aanvragen. Dat de Belastingdienst modelovereenkomsten tegenwoordig strenger beoordeelt, is een aanpassing van de eigen werkwijze . Maar individuele beoordeling was altijd al de wettelijke systematiek en standpuntbepalingen zijn er ook altijd geweest (ook voor ‘collectieve’ situaties).

3. Gaat de rechter niet op de verkeerde stoel zitten?

De rechter gaat mee in de stelling van de Belastingdienst dat de beëindiging van de vaststellingsovereenkomst de situatie gelijktrekt voor alle opdrachtnemers. Daarmee wekt de rechter de suggestie dat ook hij vindt dat sprake is van concurrentievervalsing. Maar dit mag voor de rechter geen argument zijn. Dat had de Belastingdienst dan moeten afwegen voordat zij de overeenkomst sloot. Nu ontstaat het beeld dat de Belastingdienst naderhand van mening is veranderd over hoe een arbeidsrelatie moet worden beoordeeld. Het is evident dat een standpuntverklaring van de Belastingdienst altijd een concurrentievoordeel geeft bij de uitleg van complexe wetgeving.

4. Uniforce reageerde wél op een voorstel van de Belastingdienst

In de uitspraak staat dat Uniforce niet gereageerd heeft op de door de Belastingdienst voorgestelde overgangsregeling. Dat lijkt niet juist, want Uniforce heeft wel degelijk een brief van de Staatssecretaris van Financiën ontvangen waarin hij instemt met een andere overgangsregeling dan het voorstel van de Belastingdienst. Dat is vreemd. De rechter gaat hier echter niet op in.

5. Kan de Belastingdienst de vaststellingsovereenkomst wel per direct opzeggen?

Het belang van Uniforce bij deze uitspraak is zeer groot. Van de ene op de andere dag verliest de organisatie haar goedkeuring vooraf voor nieuwe situaties en de opzegging zorgt voor negatieve publiciteit. Is dit een redelijke belangenafweging geweest van de rechter? Heeft de rechter niet al te lichtvaardig geoordeeld dat de Belastingdienst de overeenkomst per direct kan opzeggen?

Met deze uitspraak krijgen we in Nederland te maken met een nieuw begrip. Naast ‘schijnzelfstandigen’ lijken we nu ook ‘schijnwerknemers’ te hebben. Kennelijk is het volgens de rechter mogelijk om gelijktijdig twee dienstbetrekkingen te hebben voor dezelfde werkzaamheden. Eén dienstbetrekking bij de DUBV, waarbij loonbelasting en premies worden afgedragen, waarbij overigens gewoon aan de werkgeversverplichtingen wordt voldaan en waarvan de realiteitswaarde eerder al door de Belastingdienst is erkend en een dienstbetrekking bij de opdrachtgever. Moet de opdrachtgever bij ‘schijnwerknemers’ voor hetzelfde werk nógmaals loonheffingen inhouden en afdragen? Hebben we dan straks ook modelovereenkomsten nodig voor werken in loondienst?

Jasper Commandeur, fiscaal jurist Brainnet BV

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 29s Reacties

Rittenregistratie: zo doe je dat handig

Stel je bent tot de conclusie gekomen dat je zakelijke ritten moet bijhouden. Bijvoorbeeld omdat je wilt aantonen dat je minder dan 500 privé-kilometers maakt, of omdat je de zakelijke kilometers wilt kunnen aftrekken. Maar hoe ga je die ritten precies bijhouden?

Het kan heel simpel handmatig onder elkaar in een tekst- of Excel-bestand. Maar dit is niet voor iedereen de meest praktische oplossing. Gelukkig zijn er verschillende rittenregistratie-methoden beschikbaar. De meest voorkomende varianten op een rijtje.

In Excel

We willen hier zeker niet Excel (of het vergelijkbare Numbers voor Mac) afkraken of voor iedereen afraden. Het kan prima werken en een geschikte keuze zijn, bijvoorbeeld voor wie niet zo veel ritten maakt om te registreren, of bij wie het om ritten gaat die feitelijk allemaal hetzelfde zijn. Daarmee is de foutmarge minimaal en de arbeidsintensiviteit ook. Excel kan voldoende overzichtelijk zijn en voor wie er al mee bekend is: er is geen nieuw leerproces of installatie van nieuwe software nodig.

Met software of een app

Verschillen de details van de ritten veel van elkaar, en heb je veel om bij te houden, dan kan het raadzaam zijn om je registratie via software of een app te laten verlopen. Voer de vereiste gegevens in en de software – of de app– ordent en presenteert ze op een overzichtelijke manier. Je moet nog steeds de data zelf invoeren, maar dit gebeurt op een heel gebruiksvriendelijke manier, zonder zelf formules toe te passen en nauwgezet naar de structuur van het document te kijken.

Wel is het vaak zo dat de data van de kilometerregistratie-software in de cloud wordt opgeslagen en verbinding met internet noodzakelijk is om de rittenadministratie te kunnen doen of inzien. Hoewel er nog maar weinig plekken in Nederland zijn zonder internet, kan dit goed zijn om te weten.

Automatische rittenregistratie, via GPS-kastje

Voor wie zelfs de rittenregistratie-software te veel gedoe is, bestaan er ook speciale GPS-kastjes voor in de auto, die de details van ritten live en automatisch bijhouden. Geen gehannes meer met een notitieblokje in de auto, maar het kastje aanzetten, en misschien even een knop indrukken om aan te geven of het een zakelijke of privé rit betreft, en je kunt gaan! Bij thuiskomst hoeven gebruikers alleen nog de data uit te lezen op de computer, te exporteren naar Excel en kunnen zich vervolgens weer bezighouden met nuttiger dingen.

Overigens zijn die kastjes niet gratis en kosten meestal een kleine 200 euro, maar deze kleine investering scheelt werk.

Registreer automatisch met smartphone app

In smartphones zit toch ook (vaak) GPS? Klopt! En als een smartphone nauwkeurig kan navigeren, zou deze ook ritten kunnen registeren. Sinds enige tijd kan dit ook in de praktijk. Er zijn verschillende aanbieders van apps die -net als met zo’n GPS-kastje- op de smartphone ritten bijhouden. Ook dit is niet gratis (er zijn abonnementskosten). Bovendien staat dit systeem nog in de kinderschoenen, maar zou wel eens de ultieme rittenregistratie-oplossing kunnen zijn. Goed om te overwegen wat de voor- en nadelen zijn.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

ING-onderzoek over inkomen zelfstandigen gaat helemaal niet over uurtarief

Het Economisch Bureau van de ING kwam deze week met een onderzoek over de beloning van zelfstandigen. De conclusie: zelfstandigen profiteren qua inkomen sterker van de economische groei dan werknemers. Interessant rapportje. Dapper ook. Inkomens van werknemers en zelfstandigen vergelijken blijft namelijk appels met peren vergelijken.

Data versnipperd

Data over zelfstandigen blijven versnipperd en niet altijd even eenduidig uit te leggen. Het kabinet laat niet voor niets momenteel door het SEO onderzoek doen naar de inhuur-uurtarieven van zelfstandigen. Dit naar aanleiding van de plannen om ‘inhuurtarief’ een rol te laten spelen bij de beoordeling of iemand wel of niet als een zelfstandige ingehuurd kan worden.

Het persbericht over het ING-rapport deed het deze week in elk geval goed in de media en vond gretig aftrek. Zo ook trouwens hier op ZiPconomy. De uitleg en duiding van die cijfers leverde echter wel behoorlijk wisselende conclusies op. Termen als ‘uurloon’ (NU) en ‘vergoeding per uur’ (FD) worden gebruikt. De term zelfstandigen maakte vaak ook al snel plaats voor zzp’ers. En vervolgens kun je dan met de duiding ook alle kanten op (‘Zzp zijn spekkopers’, Telegraaf).

De ‘Vereniging van Tilburgse Economen’ maakte het waarschijnlijk wel het bontst met deze tweet:

Dat er situaties zijn waarin je mogelijk kan spreken van ‘uitbuiting’ wil ik niet bestrijden. Maar ook op de rest van de tweet valt het nodige af te dingen, ook als voorbeeld hoe ook anderen soms verkeerde conclusies trekken uit dat ene persbericht.

De verkeerde conclusies op een rij

Ik zet het even op een rij:

  • Ten eerste gaat het onderzoek over ‘zelfstandigen’. Dat is wat anders dan zzp’ers. Goed, van alle zelfstandigen is zo’n driekwart zzp’er, maar er zijn ook andere groepen, die soms trouwens flink minder inkomen hebben.
  • Het woord ‘uurtarief’ suggereert dat zelfstandigen per definitie ingehuurd worden door bijvoorbeeld bedrijven. Onder de zelfstandigen zitten echter ook flinke groepen die helemaal geen uurtarief hebben. Denk aan alle winkeliers, webshops en andere vormen van ‘zelfstandige – producten’. Deze zelfstandigen zitten trouwens wel in het onderzoek.
  • Het onderzoek gaat namelijk helemaal niet over ‘uurtarief’, maar over ‘inkomen’. En dat dan gedeeld door het aantal ‘gewerkte uren’. In die gewerkte uren zitten ook niet-declarabele uren. Administratie, acquisitie, netwerken, reistijd, opleiding, vakontwikkeling, enzovoort. Een zelfstandige die heel hard bezig is met een nieuwe opdracht verkrijgen maakt veel uren, zonder inkomen. Zo kan je ‘inkomen per gewerkt uur’ soms flink dalen, terwijl je uurtarief  misschien wel gelijk blijft.
  • Uit ander onderzoek blijkt dat dat het tarief dat opdrachtgevers betalen die zzp’ers inhuren (nogmaals, maar deel van de markt) met maar 1,5% is gestegen. Het inkomen van zelfstandigen stijgt waarschijnlijk vooral omdat ze meer declarabele uren hebben.
  • Om precies te zijn heeft ING het over “Het gemengd inkomen van zelfstandigen, ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid, bestaat uit winst en loon die in de hoedanigheid van ondernemer zijn verdiend als ook in mindere mate inkomen uit verhuur van woningen en het inkomen dat verdiend wordt in de grijze en illegale economie.” Tja, vertaal dat maar eens naar een ‘uurtarief’.
  • Groot verschil tussen het inkomen van een zzp’ers die wel met een (uur)tarief werken en dat ‘uurtarief’ is dat het bij ‘inkomen’ gaat om – kortweg –  omzet minus kosten. Kosten die rechtstreeks verband kunnen houden met de opdracht (bijv. materialen, reiskosten) maar ook indirecte kosten als (arbeidsongeschiktheid)verzekeringen en pensioenvoorziening.
  • Waar mogelijk zullen zelfstandigen in een jaar met een betere omzet juist in dat jaar ook meer kosten (willen) maken. De omzet stijgt, maar het inkomen blijft stabieler.
  • De bruto beloning van werknemers zoals de ING die gebruikt is dan weer: “het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers en werknemers”. Dus waar in de cijfers van ING bij de werknemers de kosten voor sociale premies voor bijvoorbeeld de AOV in het ‘uurloon’ zitten, zitten die kosten voor zelfstandigen (als ze een verzekering hebben) er juist niet in. Over appels en peren gesproken.
  • En dan nog de belastingen. Alle genoemde bedragen zijn ‘brutobeloningen’. Oftewel: de beloning voordat iemand belasting betaalt. Door de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling is de belastingdruk bij een deel van de zelfstandigen een stuk lager dan werknemers. Met name voor inkomens onder modaal is dat verschil in belastingdruk fors. Dat betekent dat de verschillen tussen wat werknemers en zelfstandigen met de wat lagere inkomens uiteindelijk netto verdienen aanzienlijk kleiner is dan de 26% waar de Tilburgse economen het over hebben.
  • De zelfstandige met een inkomen (dus omzet minus bedrijfskosten) van 25 euro per uur (zie tweet) heeft bijv. 1.400 declarabele uren per jaar heeft, haalt een ‘winst uit onderneming‘ van 36.400 euro en houdt daar netto bijna 32.000 euro aan over. Zo’n twintig procent boven het netto modaal inkomen van werknemers.

Dit rapport zegt dus weinig over uurtarieven

Kortom : de in het ING rapport genoemde cijfers hebben dus betrekking op het bruto inkomen van alle zelfstandigen per het totaal aantal gewerkte (declarable en niet-declarable) uren. Dat is dus heel wat anders dan het tarief dat opdrachtgevers betalen om zzp’ers in te huren. Laten we op basis van deze cijfers dáárover dan ook maar geen conclusies trekken.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 1 Reactie

Altijd de juiste uitzendkracht leveren, zo doe je dat

In vroeger tijden was het uitzendbureau een soort bliksemafleider van de economie. Zat de economie in de lift, dan hadden veel bedrijven extra mensen nodig en daarvoor wendden ze zich gauw tot het uitzendbureau. Dat bureau ging vervolgens op zoek en presenteerde daarna de beste kandidaat; iedereen tevreden.

Maar die tijden zijn veranderd. De schaarste op de arbeidsmarkt is nu zo groot geworden dat ook het uitzendbureau niet meer altijd durft te garanderen iemand te kunnen leveren. In een recent rapport van ABN Amro meldt bijna 60 procent van de uitzendbureaus dat het personeelstekort voor hen een belangrijke belemmering is voor de groei. De onderzoekers berekenen dat door de schaarste de bureaus in Nederland gezamenlijk ongeveer een half miljard euro hebben misgelopen.

Enter the Master Vendor

Het uitzendbureau, kortom, redt het ook niet meer in zijn eentje. Maar is daar dan geen oplossing voor?

Nou, een totale oplossing voor de schaarste is er natuurlijk niet. Maar wel is de trend te zien waarin organisaties werken met een zogeheten ‘Master Vendor’, waarbij één uitzendbureau als hoofdaannemer optreedt en vervolgens met andere bureaus samen probeert elke vraag van de klant te faciliteren. In principe wordt daarmee dus de vijver van potentieel talent vergroot. Door de handen ineen te slaan zorg je zo in elk geval dat je een veel groter bereik hebt. Kun je zelf als uitzendbureau geen kandidaat voor een bepaalde opdracht vinden? Dan kun je het in elk geval bij de partners proberen.

Klinkt eenvoudig? De praktijk is vaak wel weerbarstig. Nog steeds zijn kandidaten het kapitaal van een uitzendorganisatie. Die deel je natuurlijk niet zomaar even met je concullega, ook al kun je daarmee misschien nieuw werk binnenhalen. Maar what’s in it for them?

Je moet de ander wat gunnen

Als master vendor beloof je jouw klant dat je altijd de juiste persoon weet te vinden. Heb je hem of haar niet zelf in je digitale kaartenbak staan, dan vind je de ideale kandidaat wel bij een ander. Maar om die ander mee te krijgen in jouw belofte, moet je hem af en toe wel iets gunnen. Hen niet alleen als terugvaloptie beschouwen als je er zelf niet uitkomt, maar als serieuze partner meenemen in het hele proces. Een succesvol master vendor is juist géén organisatie die zelf als eerste de krenten uit de pap vist, maar een organisatie die wel de regierol op zich neemt, maar tegelijk beseft dat krenten er zijn om te delen.

Daarvoor moet je natuurlijk wel goed in kaart hebben wat je zelf kunt, en waar andere bureaus jou kunnen aanvullen. Daarvoor heb je een systeem nodig dat data verzamelt over eerdere ervaringen. En trouwens, dat niet alleen, je hebt ook een systeem nodig dat aanvragen van de klant snel kan doorzetten naar de juiste kanalen bij je mede-leveranciers. Een soort controlekamer, met andere woorden, van waaruit je alle opdrachten kunt beheren, van aanvraag tot facturatie aan toe. Als je dat voor elkaar weet te krijgen, bewijs je als master vendor je toegevoegde waarde. Dan kun je ook in tijden van schaarste je belofte naar de klant waarmaken: altijd en overal de juiste kandidaat op de juiste plek weten te vinden.

Dit is de eerste in een serie artikelen over VMS’en en technologie om flexibele arbeid te organiseren. 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Freelancen als bijbaan: dé trend voor de toekomst?

MBO partners, een van de grootste dienstverleners voor opdrachtgevers van freelancers in de VS, laat elke jaar een ‘foto’ maken van het Amerikaanse ‘freelance landschap’. Dit stevige onderzoek is recent voor de achtste keer gehouden. En mede door die herhaling krijg je een aardig beeld van de trends in de VS.

De VS is Nederland natuurlijk niet…

Ik schreef al eerder: de VS is Nederland natuurlijk niet. Zo kent het land kent een heel andere dynamiek in de arbeidsmarkt (je komt er bijvoorbeeld makkelijker van vast personeel af). Ook is er andere wetgeving (in veel staten is het lastig freelancers inzetten) en zijn de arbeidsvoorwaarden anders (veel minder vakantie bijvoorbeeld, en minder mogelijkheid parttime te werken). Ten slotte is er ook een heel ander fiscaal regime, dat zorgt voor andere drijfveren van groei of krimp in het aantal freelancers.

Maar toch is het interessant

Toch geeft een dergelijk onderzoek altijd weer even food-for-thought. Om maar een paar belangrijke cijfers uit dat onderzoek te noemen:

  • Het aantal ‘fulltime zelfstandigen’ (minimaal 15 uur per week, gemiddeld: 35 uur per week) is (wederom) gedaald.
  • Het aantal ‘parttime zelfstandigen’ (minder dan 15 uur per week) is gedaald.
  • Het aantal ‘af-en-toe independents’ (minimaal een keer per maand) groeit tamelijk spectaculair door: 16% méér ten opzichte van 2017, en 34% méér ten opzichte van 2016. Deze groep vormt nu een derde van alle zelfstandigen.

Deels omdat het moet, deels omdat het kan

Zo kloppen dus alle verhalen dat het aantal freelancers in de VS hard doorstijgt. Maar het gaat dan dus vooral om mensen die dat freelancen erbij doen. Oftewel: af en toe een klus. Deels omdat het ‘moet’, als noodzakelijke bijverdiensten, maar vooral ook: omdat het ‘kan’.

Het percentage zelfstandigen in de VS dat liever een baan heeft is overigens ook verder gedaald, al ligt dat cijfer van ‘gedwongen zelfstandigen’ nog wel fors hoger dan in Nederland.

In Nederland ongekende dynamiek

Over Nederland gesproken: de laatste KvK-cijfers over het afgelopen half jaar laten een ongekende dynamiek zien in de zzp-wereld. Nog nooit waren er zoveel starters. Aan de andere kant waren er ook nog nooit zoveel stoppers. En ook onder de zzp’ers in Nederland groeit vooral het aantal ‘parttime zelfstandigen’, deels zijn dat ook de ‘af-en-toe’-zelfstandigen.

In België: tot 500 euro geen belasting

België kent al een apart statuut voor ‘zelfstandigen in bijberoep’. Daar is net deze week een nieuw statuut bijgekomen: ‘Plussen’. Dat statuut biedt werknemers, zelfstandigen en gepensioneerden de mogelijkheid tot 500 euro per maand bij te verdienen zonder daarover belastingen te moeten betalen of sociale bijdragen (wat zelfstandigen in België ook doen). Dit geldt overigens alleen voor “verenigingswerk, diensten van burger aan burger of activiteiten in de deeleconomie.”

In België speelt onder andere dat het land een relatief hoog percentage ‘inactieven’ heeft. Deze maatregel, en eerdere maatregelen ter stimulering van het starten als zelfstandigen, zal daarmee hoogstwaarschijnlijk verband houden.

Is hosselen de toekomst?

Is ‘hosselen’, inkomsten genereren uit verschillende bronnen, een baan, af en toe een klus en dan misschien ook nog wat werk via deelplatformen als Airbnb, daarmee het beeld van de toekomst?  Die conclusie is misschien nog wat al te vroeg.

Het lijkt er in elk geval wel op dat het voor een groeiend aantal ‘werkenden’ aantrekkelijk is om (af en toe) een ‘klus’ ernaast te doen. Lekker concreet, een afgebakende taak, afgerekend worden op output in plaats van input, met veel zelfstandigheid en vrijheid. Kom daar maar eens om bij de gemiddelde baan.

Geen enkele werknemer meer

In The Economist van vorige week stond een essay over hoe een (fictief) adviesbedrijf over 10 jaar geen enkele werknemer meer heeft, maar alles binnen het bedrijf heeft opgeknipt in taken en klussen die vervolgens ‘in de markt’ gezet worden in de pool van freelancers (zijnde de ex-werknemers).

Zo ver zie ik het voor de meeste bedrijven, en werkenden, voorlopig echter niet komen. Dat het nuttig is om meer te denken ‘in taken dan in banen’, zoals Kevin Wheeler onlangs bepleitte, daar kan ik me dan wel weer iets bij voorstellen.

Voordelen voor de arbeidsmarkt

Freelance bijklussen heeft overigens ook wel voordelen voor de arbeidsmarkt, denk ik. Als vorm van loopbaanmanagement bijvoorbeeld: geef mensen de ruimte dingen naast hun reguliere baan te doen en ze blijven zich ontwikkelen. Ook als manier om aan het juiste talent te komen kan het zijn kracht bewijzen. Want naast de traditionele tweedeling ‘vast of zelfstandig’ komt er blijkbaar een groeiende tussengroep.

Dat vraagt de nodige creativiteit in het vinden en benaderen van juist dat deel van de arbeidsmarkt. Door opdrachten nu eens echt als opdrachten te zien, bijvoorbeeld, in plaats van als ‘tijdelijke banen’. Plus: mogelijk andere contract- en beloningsvormen.

Het lijkt me ook een trend waarmee de beleidsmakers in Den Haag rekening moeten houden. Bijvoorbeeld om de vaak gevreesde webmodule voor alle opdrachten tussen de 18 en 75 euro per uur alleen in te zetten bij wat langer lopende opdrachten en niet voor korte klussen.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | 1 Reactie