Nieuw platform laat freelancers uitbetalen in… aandelen Geplaatst 23 februari 2018 door Peter Boerman Start-up Moeten we blij zijn met deze ontwikkeling? Dat valt te bezien. Je zou het een afgewenteld ondernemersrisico kunnen noemen. Maar positief geformuleerd kun je het ook als een avontuur zien. En misschien zal het in Nederland ook zo’n vaart niet lopen. Maar een opvallende nieuwkomer is Loom in elk geval wel. De start-up uit Austin, Texas, denkt een oplossing te kunnen bieden aan enerzijds arme starters die snel willen groeien en anderzijds freelancers die het leuk vinden om aan de basis te staan van misschien wel de volgende Uber, Airbnb of Facebook. Goede ideeën Het platform geeft hen de mogelijkheid deels eigenaar te worden van zulke bedrijven. Nu worden start-ups meestal gefinancierd door founders, in ruil voor aandelen. Met het geld van die founders worden dan freelancers gezocht om het idee in de praktijk tot wasdom te brengen. Wat Loom probeert te doen is die fase van geldschieters zoeken zoveel mogelijk uit het start-up-proces te halen, en freelancers direct in contact te brengen met mensen met goede ideeën. Projecten die nu bijvoorbeeld op het platform te vinden zijn, zijn die voor een back-end developer voor een webwinkel in wiet, die 10% in aandelen aanbiedt, naast een cash budget van 20.000 dollar. Andere mogelijke opdrachten worden soms alleen in dollars aangeboden, of soms alleen in aandelen, maar meestal ook in een combinatie van de twee. Dat komt, vertelt mede-oprichter Chase White, omdat de meeste freelancers het in de praktijk namelijk toch wel prettig vinden om op korte termijn enige (geldelijke) waardering voor hun werk te zien, terwijl ze tegelijk kunnen hopen op een veelvoud daarvan, mocht het bedrijf een succes worden. Groeien Volgens White lost Loom het probleem op dat veel start-ups niet weten hoe aan willige freelancers te komen, terwijl ze meestal best bereid zijn om aandelen weg te geven. Zo’n 15.000 freelancers (vooral developers) zijn inmiddels op het platform ingeschreven, en zo’n 1.000 startende bedrijfjes hebben er al projecten gepost. White: ‘Dit platform geeft niet-technische mensen de mogelijkheid om goede ideeën toch te laten ontstaan en te laten groeien, zonder dat het hen meteen geld kost.’ De website van Loom is zelf overigens ook op deze manier gebouwd: de ontwikkelaar ervan bezit nu 2% van de aandelen van het bedrijf (en is er momenteel zelfs ook CTO). Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags freelancer, start-ups | 3s Reacties
Man-vrouw verhouding: beloning naar werk Geplaatst 22 februari 2018 door Bas van de Haterd Verzoek vooraf: lees dit artikel goed en helemaal door voor je een mening vormt. Het is heel genuanceerd, behalve als je selectief leest. Er is een pay gap tussen mannen en vrouwen, maar die is niet altijd oneerlijk. Tenminste, als je gelooft zoals ik dat doe dat je moet belonen naar prestatie, niet naar inzet. De data die dit onderbouwd komt bij Uber vandaan, wat dit verhaal gezien Uber’s schandalig seksistische praktijken, extra pikant maakt. Deze data heeft echter niets te maken met de ranzige cultuur op hun kantoren, maar met chauffeurs. (meer…) Geplaatst in Beloning, discriminatie | Laat een reactie achter
Man – vrouw perceptie: lezingen en congressen Geplaatst 21 februari 2018 door Bas van de Haterd De foto hiernaast spreekt boekdelen. Ik zou hem niet moeten gebruiken, want hij versterkt onbewust het imago dat ik probeer te doorbreken. De man legt het even aan twee vrouwen uit. Dit soort beelden helpt bij de onbewuste vooroordelen over kwaliteiten van vrouwen, met alle gevolgen van dien. Recent laaide de aandacht weer op na een uitspraak van een professor die hoofd van een nieuw kankerinstituut is over vrouwelijke wetenschappers in de oncologie. Een aantal vrouwelijke wetenschappers schreef na aanleiding hiervan een stuk in het NRC (als je het niet mag lezen vanwege de irritante NRC blokkade na 5 artikelen, even op je telefoon of tablet openen, die 5 artikelen zijn per device). (meer…) Geplaatst in Beleid, discriminatie | Laat een reactie achter
Waarom speelt de kleurentheorie nog geen rol in onze selectie van talent? Geplaatst 21 februari 2018 door Magnit De een heeft het over de ‘DISC-methode’, de ander over Insights Discovery, weer een ander zweert bij de kleurentheorie van De Caluwé en Vermaak of Herrmanns ‘Brain Dominance Model’. Het zijn allemaal modellen die mensen indelen in verschillende kleurtypen. Kort gezegd staat ‘groen’ daarbij meestal voor de zorgzame, introverte, invoelende persoonlijkheid, ‘blauw’ voor de koele, rationele analyticus, ‘rood’ voor het impulsieve, extraverte, dominante winnaarstype, en ‘geel’ voor de inspirerende en creatieve ideeëngenerator. Sterk in opkomst Het lijken reuze handige handvatten om samenwerking te bevorderen. Niet zo vreemd dus dat ze sterk in opkomst zijn. Bijna elk team heeft inmiddels wel eens inzichtelijk gekregen welke types er met elkaar samenwerken, om zo wat meer onderling begrip te kunnen kweken. De kleurenmodellen mogen dan misschien wetenschappelijk (nog) niet onderbouwd zijn, zoals Patrick Vermeiren recent nog betoogde in een uitzending van BNR Werkverkenners, in de praktijk bewijzen ze elke keer hun waarde, aldus Sabina Ritsema-Branner in dezelfde uitzending. ‘Het maakt het makkelijker om met elkaar te communiceren. Het zorgt voor een gezamenlijke taal, zodat je elkaar beter begrijpt. Het is fijner om te zeggen: ‘Ik vind dat je nu nogal blauwig doet’ in plaats van dat je moet klagen dat iemand zo op de details zit.’ Waarom niet in selectie? Goed, de kleurenmodellen lijken dus in de praktijk goed te werken. Als een team eenmaal is samengesteld, helpen ze om het onderlinge begrip te versterken. Maar, zo kun je je afvragen, waarom worden ze dan zo weinig gebruikt in de fase ervóór, als een team wordt samengesteld? Tenminste; intern gebeurt het nog wel, maar extern nauwelijks. Of het nu om een vaste vacature of een interim opdracht gaat, zelden tot nooit zie je de vraag om een bepaald persoonlijkheidstype in de vacaturetekst. En omgekeerd is er ook bijna geen enkel LinkedIn-profiel te vinden waarop iemand zijn dominante kleur bekend maakt. ‘Ik denk dat de kleurenmodellen een nog onbekende parel voor recruiters zijn’, zei trainer Hans Zomer er recent over. ‘Terwijl ik ook geloof dat recruiters die de DISC-methodiek toepassen, nog succesvoller worden in het matchen.’ Als je weet welke kleur je kandidaat is, kun je er bijvoorbeeld je sollicitatie- of intakegesprek immers op aanpassen, zegt hij. Een kwestie van tijd? Zou het een kwestie van tijd zijn? Je zou kunnen verwachten dat hoe meer mensen getest zijn en zichzelf in een bepaalde kleurstijl weten te plaatsen, hoe meer deze terminologie gemeengoed wordt, en hoe meer het ook in selectie zal doordruppelen. Of zal toch Patrick Vermeiren gelijk krijgen en komen we erachter dat de kleurentheorie een niet-bewezen hype is, een trend die vanzelf weer zal overwaaien? Over enneagrammen en grafologen horen we de laatste tijd tenslotte ook weinig meer. Nog onontgonnen terrein De ‘wetenschap’ en ‘de praktijk’ zijn er ook nooit helemaal helder over wat nou het ideale team is. Moet je juist alle types erin hebben? Of juist mensen van zoveel mogelijk hetzelfde type? Is het wel zo slim een blauw type in een team van rode en gele mensen te introduceren? Of moet je dan juist weer voor een gele gaan? Dat maakt het niet makkelijker voor recruiters en hiring managers om hun voordeel met de theorie te doen. In die zin is het nog wel onontgonnen terrein. Maar als Ritsema-Branner gelijk heeft en de kleurenmodellen in de praktijk de communicatie daadwerkelijk verbeteren, dan kan het toch niet lang meer duren voordat vacatureteksten gaan vragen om ‘groene’ of ‘blauwe’ types, en ook op cv’s de dominante kleur wordt vermeld. Alles immers voor de perfecte match… Meer weten? tekst: Peter Boerman Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Brainnet, samenwerken | 1 Reactie
“Flexbedrijven zijn de leveranciers van vernieuwing.” Toch? Geplaatst 20 februari 2018 door Hugo-Jan Ruts Met gepaste trots presenteerde Han Mesters afgelopen vrijdag op een ABN Amro-bijeenkomst Ricardo Semler. Goeroe uit Brazilië. Groot geworden met bedrijven waar hiërarchie plaatsmaakte voor zelfsturing. Nog veel groter geworden met het vertellen van dat verhaal over de hele wereld. “Je kunt alle kansen die technologie biedt pas begrijpen en omarmen als je bestaande structuren afbreekt”, zo vertelt hij met overtuiging aan een volle zaal blauwe pakken. Met hetzelfde gemak als waarmee hij Apple afserveert als een in zichzelf gekeerde organisatie, met het in een gesloten cirkel opgetrokken hoofdkantoor als ultiem symbool daarvan, verklaart hij zowel de dood aan management als aan organisaties die georganiseerd zijn in de traditionele harkjes. Platte organisaties, veel eigen regie, veel zelf kunnen beslissen: het is de sleutel voor innovatie, houdt Semler zijn gehoor voor. Semler gesneden koek voor Nederland. Toch? Dat Semler vooral in Nederland populariteit geniet is misschien niet zo gek. Ons land, dat zijn koning ‘Willy’ noemt, kenmerkt zich immers door een afkeer van autoriteit. Het eigenwijze volkje achter de dijken neemt sowieso zijn eigen beslissingen. Die schrijf je niet de wetten voor, heet het in een bekend liedje. De platte organisatie past bij de polder. Toch? Semler heeft het in zijn verhaal nadrukkelijk over cultuur en de kracht van nieuwe mensen. Weg ook met de traditionele selectiemethodes, de deuren open voor nieuwsgierig talent. Laat hen vooral meelopen in plaats van selectiegesprekken te voeren. Laat iedereen zijn zegje doen. Rekruteren van het juiste talent, key bij cultuurverandering, key bij innovatie. Toch? In tijden van oprukkende technologie, ook in het werven en selecteren van personeel, ligt de toegevoegde waarde van bureaus er juist in om die vernieuwers naar binnen te halen. Toch? Innovatie in de polder? In de nazit met Han Mesters, sector banker van ABN Amro, komen zo her en der ook de twijfels. Mesters die, voor de plenaire speech, een uurtje met een select gezelschap kon sparren met de grootmeester himself, gelooft sterk in de filosofie van Semler. Maar, zegt hij ook: is er in Nederland toch niet gewoon nog steeds heel veel hiërarchie? En is de flexbranche wel innovatief genoeg om die vernieuwer te kunnen zijn? Stijgende omzetten en winsten verbloemen veel. Ondertussen gaat de disruptie door. Ricardo Semler en Han Mesters “Natuurlijk sluit zijn gedachtengoed aan bij de Nederlandse cultuur. Daarnaast zie je overal dat de nieuwe generatie, de millennials, juist datgene verlangt wat hij verkondigt.” Toch zijn ook in Nederland nog veel organisaties traditioneel georganiseerd, aangevoerd door bestuurders die nog weinig overtuigd zijn van de noodzaak tot verandering. Misschien is ons bedrijfsleven toch niet zo plat als bij een land als Nederland zou passen. Qua innovatie loopt het ook niet zo hard. Misschien heeft de crisis niet lang genoeg geduurd. Mesters: ”Ik noem het een slow trainwreck. Stijgende omzetten en winsten verbloemen veel. Ondertussen gaat de disruptie door.” Dat de juiste mensen werven en selecteren cruciaal is om de cultuur bij organisaties te veranderen, ook daar gelooft Mesters heilig in. “Nieuwe mensen voor wie het ego minder belangrijk is dan het belang van het bedrijf. De nieuwe generatie wil bij bedrijven werken die meer zijn dan een geldmachine. Ik denk dat in 2020 corporate citizenship wel eens heel belangrijk kan zijn om nog de juiste mensen binnen te halen.” “Bedrijven in de W&S- en flexbranche kunnen bij uitstek die leveranciers van vernieuwing zijn. Ze weten wat het jonge talent verwacht van organisaties, snappen wie kan bijdragen aan de benodigde cultuurverandering. Technologie kan binnenkort 90% van het selectieproces overnemen. De cultuurmatch wordt daarin steeds belangrijker. Ook dat kan deels met technologie. Wat rest is het lef hebben om als dat nodig is nu eens juist niet de profielen aan te bieden waar een opdrachtgever om vraagt, maar vanuit overtuiging een ander type voor te stellen”. Is de flexbranche zelf wel ‘plat’ genoeg om de juiste mensen te vinden? De vraag is of de bemiddelaars zelf wel innovatief genoeg zijn. Hebben ze geen last van een remmende voorsprong? Flex, van uitzenden tot interim-management, is in Nederland zo vanzelfsprekend dat het de noodzaak tot innoveren kleiner maakt. Moeten de bedrijven in de branche niet, zoals Semler betoogt, eerst zelf hun eigen bestaande structuren afbreken, voordat ze überhaupt kunnen zien welk nieuw type talent er rondloopt én nodig is voor hun klanten? Het cultuurprobleem dat een flink deel van corporate Nederland heeft, zie je ook terugkomen bij veel HR-dienstverleners. Mesters vreest dat in die stelling een kern van waarheid zit. “Het cultuurprobleem dat een flink deel van corporate Nederland heeft, zie je ook terugkomen bij veel HR-dienstverleners. De bureaus zitten gevangen in het oude systeem van volgen wat je klant wil. Verdienmodellen en beloningsstructuren lokken bij veel bureaus volume uit in plaats van de beste match te maken.” Zo houden de behoudende corporate en de bureaus in de W&S- en flexbranche elkaar nog even in een evenwicht. Tot de wal het schip keert bij gebrek aan fris talent van buiten, dat het momenteel meer en meer voor het uitkiezen heeft. Ego’s ondergeschikt aan het resultaat Vlak voordat Federer een paar deuren verderop zijn nummer 1-positie op de tennisranglijst weer opeist (over talent en innovatie gesproken, met het lef om aan het eind van zijn carrière van materiaal en tactiek te wisselen) eindigt het ABN Amro-seminar met een mooi voorbeeld hoe het ook kan. Het Dudok ensemble. Barstensvol met talent. Zorgvuldig samengesteld. Hardwerkend om de techniek onder de knie te krijgen. Vertrouwend op elkaar en de intuïtie om avond na avond een topprestatie af te leveren. En dat zonder dirigent. Vier toppers die hun ego ondergeschikt maken aan het gemeenschappelijk resultaat. Geplaatst in Toekomst van Werk | 2s Reacties
Ga niet flexwerken. Ga dynawerken! Geplaatst 19 februari 2018 door Wessel van Alphen DynaWorker Als je van mensen flexibiliteit verwacht, kom je van de koude kermis thuis. Mensen zijn namelijk in oorsprong niet flexibel, maar wel dynamisch. Elastiek is flexibel, maar dat wordt op een gegeven moment ‘moe’ en breekt, net zoals een paperclip. Aan flexibiliteit zit een eind. Dynamiek is oneindig, tijdloos en grenzeloos. In plaats van flexwerker gebruik ik daarom liever de term DynaWorker. DynaWorkers zijn professionals die zich er bewust van zijn dat er bepaalde randvoorwaarden nodig zijn om op de lange termijn fit, productief en creatief te zijn. Een van die voorwaarden is een boeiende werkomgeving, dus een werkplek waar je energie van krijgt. Ik was zelf ooit ook een flexwerker, toen heette dat nog freelancer. Ik had een topjob en kon vanuit huis werken, maar merkte dat na verloop van tijd ik steeds meer ging vereenzamen. Kreeg moeite me te concentreren op mijn opdracht en had een grote drang om onder de mensen te zijn, te communiceren, te ontmoeten en te werken in een omgeving waar ik me thuis voel, en niet in een saai kantoor of achter de keukentafel. Goede balans Kijk je naar de huidige bedrijfshuisvesting, dan zie je nog steeds dat men uitgaat van flexibiliteit gebaseerd op normen uit het jaar nul. Je komt naar kantoor, gaat zitten, doet je werk en om 5 uur ga je naar huis. Veel (flex)werkers zijn niet meer afhankelijk van een vaste werkplek om hun werk te doen. Dat klinkt ideaal, maar door de omstandigheden waaronder ze nu werken, is de kans groot dat ze vroeg of laat vastlopen. Wat nodig is om dit te voorkomen, is een goede balans en dynamiek in hun werkomgeving. Voor DynaWorkers is gezond leven een andere belangrijke pijler. Immers, er is verband tussen de prestaties op je werk en je leefstijl. Het is daarom belangrijk om niet bij uitzondering te bewegen, maar met regelmaat. Net zoals dat het relevant is om er een gezond eetpatroon op na te houden. In de afgelopen jaren heb ik keihard gewerkt, maar zit nog steeds vol energie. Dat komt omdat ik rekening hou met alle omgevingsfactoren die voor een goed evenwicht zorgen. Een moderne werkomgeving moet dat aan werkenden bieden. DynaHouse DynaHouse, een initiatief van De Staffing Groep, is een nieuwe trend in bedrijfshuisvesting. DynaHouse is voorzien van alle ingrediënten die nodig zijn om vorm te geven aan een dynamische workflow. Met gevarieerde (samen)werkplekken, deskbikes, staand vergaderen, sfeervolle vergaderruimtes, onderscheidende ontvangstruimte, auditorium, biologische lunches en volop ruimte om te groeien, of juist te krimpen. Daarnaast ontzorgt DynaHouse op ieder gebied, zodat een dynaworker zich helemaal kan focussen op waar hij of zij die dag mee bezig wil zijn. Zelfstandige dynaworkers vinden hier hun ideale werkplek. Bedrijven hebben minder eigen vierkante meters nodig doordat hun medewerkers niet naar ‘kantoor’ hoeven, maar in DynaHouse kunnen werken en, bovendien van alle faciliteiten gebruik kunnen maken op het moment dat zij dat nodig hebben. En iedereen is welkom. Werkplekken als een service, de nieuwe trend. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags DynaHouse, dynamisch werken, ITStaffing, vitaliteit | Laat een reactie achter