Maandelijkse archieven: augustus 2016

Zzp’ers nog steeds beschouwd als minderwaardige arbeidskracht. Met alle economische gevolgen van dien.

De politiek lijkt er ook met de nieuwe wet DBA niet in geslaagd om de verschillen tussen vaste werknemers en flexwerkers zuiver te definiëren. Met de introductie van de wet DBA is een einde gekomen aan de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Er was veel kritiek op de VAR, onder meer omdat die in de praktijk niet goed past bij de feitelijke rol en positie van zzp’ers.

Ook in de nieuwe wet wordt helaas teruggevallen op gekunstelde schijnformuleringen, die in de praktijk door hun onduidelijkheid onvermijdelijk tot problemen gaan leiden. Wat mij betreft is het inmiddels onbegrijpelijk dat zzp’ers – juridisch en feitelijk – niet de status krijgen die zij verdienen. Een status die aansluit bij de realiteit van het economisch verkeer. Wetgeving die tot op heden werd geformuleerd en geïmplementeerd lijkt vooral ingegeven door de angst voor misbruik en schijnconstructies. In de praktijk wordt echter in een ruime meerderheid van de gevallen netjes gewerkt met meer dan redelijke uurtarieven en wordt wet- en regelgeving gerespecteerd en nageleefd.

Ingewikkelde constructies

Wij zien nu al in de praktijk dat de grootste werkgevers van ons land zich het hoofd breken over hoe zij moeten omgaan met de nu ontstane situatie. Zij zitten helemaal niet te wachten op ingewikkelde constructies en worden in een positie gedwongen waarbij het bijna gevaarlijk is om mensen in te huren. Terwijl zij in veel gevallen nu juist keihard mensen nodig hebben. Het behoeft geen toelichting dat een sfeer van achterdocht en angst bij het mobiliseren en inrichten van een optimale en noodzakelijke workforce (macro)economisch zeer onwenselijk is. De politiek heeft momenteel de schijn tegen dat zij bang zijn voor ondermijning van het bestel, door de steeds groter wordende groep zelfstandigen die geen premies afdragen. Dat is erg kortzichtig. Laten we eens kijken naar de realiteit.

Drivers seat

In veel sectoren waar een grote en toenemende behoefte aan hoogopgeleide specialisten is, zitten zzp’ers momenteel in de drivers seat. Zij kiezen zeer bewust voor een zelfstandig bestaan, met de vrijheid en fiscale voordelen die daarbij horen, maar ook met de risico’s die zij zelf bereid zijn te dragen. Wat we collectief lijken te vergeten is dat het diezelfde zzp‘ers zijn die Nederland een enorme voorsprong geven ten opzichte van andere landen. Het is juist de flexibiliteit van een groot deel van de beschikbare professionals die ons in staat stelt te anticiperen op veranderende omstandigheden en behoeften. Het is niet overdreven te stellen dat we een stuk verder van huis waren geweest als wij sinds het begin van de mondiale crisis niet hadden kunnen leunen op de inzet van die enorme groep zelfstandigen.

Tijd voor actie

Wat er ook met de wet DBA weer gebeurt is het framen van zzp’ers als minderwaardige werknemers. Het is opvallend hoe weinig partijen daar nu nog tegen in het geweer zijn gekomen. Stilte voor de storm wellicht? Laten we het hopen, want het is echt tijd voor actie.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 1 Reactie

People before strategy

16860171_sEnige tijd geleden was ik op de HR directors conference en het adagium daar was “People before Strategy”.

Het maakt niet uit hoe goed, of slecht, je strategie is, als je de verkeerde mensen hebt, heb je er niets aan.

Mensen maken je organisatie. Punt. Geen mits, geen maar. Mensen maken natuurlijk ook de strategie, die mensen noemen we vaak management of directie. Mensen vertalen die strategie, dat heet middle management. Mensen bepalen de beloning en beoordeling, een combinatie tussen HR en Middle Management. Mensen voeren die strategie uit. De ‘gewone’ werknemer. Hoewel ik management en in de meeste gevallen directie ook ‘gewone werknemers’ vind.

(meer…)

Geplaatst in Beleid | Laat een reactie achter

Alles wordt anders – Hoe robots, 3D-printers, kunstmatige intelligentie en nog vier technologieën ons leven zullen veranderen

Een golf van technologische vernieuwing staat op het punt ons te overspoelen en daarbij onze maatschappij, ons leven en ons werken ingrijpend te veranderen. Robots, 3D-printers en kunstmatige intelligentie: het komt er allemaal aan. De vraag is slechts of het een welvarend en creatief Athene oplevert, of een naargeestig en verpauperd Oude Pekela.

Binnen tien tot twintig jaar is onze maatschappij onherkenbaar veranderd. Nieuwe technologieën als bijvoorbeeld medische genetica zullen ervoor zorgen dat we langer en gezonder leven. Nanotechnologie, synthetische biologie en 3D-printen zorgen voor een overvloed aan nieuwe producten. Robots doen vrijwel al het werk voor ons, maar zorgen er ook voor dat talloze mensen hun baan verliezen. Dat heeft enorme maatschappelijke gevolgen.

‘Politici, beleidsmakers, ondernemers maar ook burgers mogen hun kop niet in het zand steken voor deze ontwikkelingen. Dit is groter dan de meeste mensen denken,’ waarschuwt arbeids- en organisatiepsycholoog Dik Bijl naar aanleiding van zijn nieuwe boek Alles wordt anders.

Geen sciencefiction

We onderschatten volgens Bijl het tempo en de invloed van nieuwe technologieën, van humanoïde robots tot nanotechnologie. Veel uitvindingen zijn geen sciencefiction meer, maar nu al werkelijkheid. Printers die je huis printen, nanobijen in je bloedbaan die kanker genezen en humanoïde robots die je oude moeder verzorgen, het komt er binnenkort aan. Er is al software die perfect medische diagnoses kan stellen en zelfrijdende auto’s kun je ook in Nederland al op de weg zien rijden.

Massaal banenverlies

Recent ontstond maatschappelijke ophef over het verdwijnen van winkelketen V&D, waarbij meer dan tienduizend mensen hun baan verloren. ‘Dat is nog niets,’ zegt Bijl. De ontwikkelingen gaan snel, en ze zullen nog veel sneller gaan, voorspelt hij. ‘Ik ben positief over de technologische ontwikkelingen zelf, maar ik vraag me echt af of de maatschappij er klaar voor is. We hebben meer dan honderdduizend taxichauffeurs en vrachtwagenchauffeurs, beseffen zij dat dat ze straks geen werk meer hebben? En wat moeten al die duizenden hoogopgeleide juridisch medewerkers doen als software met kunstmatige intelligentie veel beter informatie in jurisprudentie blijkt te kunnen vinden dan zij?’

Onderzoekers zijn verdeeld over het aantal banen dat zal verdwijnen, voegt hij er ironisch aan toe: ‘Ze twijfelen helaas niet tussen veel of weinig, maar of het veertig of zeventig procent wordt. Wat het aantal ook wordt, het zal hoe dan ook een schok geven.’

Basisinkomen

Bijl noemt zichzelf geen doemdenker, maar ook geen techno-optimist. ‘Ik weet niet of deze nieuwe technologieën een welvarend Athene zullen opleveren of een Oude Pekela met uitzichtloosheid, lethargie, afhankelijkheid, criminaliteit, vlucht in alcohol en repressie. Laat ik zeggen dat ik gematigd optimistisch ben. Maar wat ik zeker weet is dat we er goed over moeten nadenken en de juiste keuzes moeten maken.’

Alles wordt anders – Hoe robots, 3D-printers, kunstmatige intelligentie en nog vier technologieën ons leven zullen veranderen wordt uitgegeven door Uitgeverij Haystack. Het boek kost 20 euro en is onder andere hier verkrijgbaar

Geplaatst in Toekomst van Werk, ZP en Ondernemen | Tags , | 1 Reactie

Kan je nieuwe banen creëren?

16890013_sRecent kreeg ik van twee verschillende futuristen, die ik beide heel erg respecteer en veel als inspiratiebronnen beschouw de vraag: kan je eigenlijk nieuwe banen creëren in jouw optiek? Eén van de twee was zelf ervan overtuigd dat het niet kon, maar benieuwd naar mijn mening omdat ik als futurist me heb toegelegd op werk en de arbeidsmarkt.

Mijn antwoord is: ja, je kan nieuwe banen creëren en ja, daar kan de maatschappij / overheid een rol in spelen.

(meer…)

Geplaatst in nieuwe banen, Visie | 4s Reacties

Hoe trek je de beste freelancers aan?

Wat kunnen bedrijven doen om topcreatieven of andere talentvolle externen aan zich te binden? Het boek Agile Talent is een handreiking voor bedrijven om het beste talent aan te trekken, te managen, te motiveren én te behouden. Auteurs Jon Younger en Norm Smallwood ontdekten de cruciale succesfactoren.

Om te beginnen, eerst een aantal frustraties van organisaties over externen.

De Top 5 klachten:

  1. Het is moeilijk experts te vinden die bij onze cultuur passen
  2. Externen kennen onze business onvoldoende om iets toe te kunnen voegen
  3. Externen zijn vaak te abstract in hun benadering
  4. Externen zijn onvoldoende betrokken bij de organisatie
  5. Externen komen eerder met standaard oplossingen want ze kennen onze specifieke problemen niet

Externen kennen ook zo hun frustraties als het om opdrachtgevers gaat. De Top 5 klachten over bedrijven:

  1. Organisaties zijn traag in het nemen van beslissingen
  2. Organisaties zijn te complex
  3. Interne werknemers werken niet hard genoeg
  4. Het is lastig een leidinggevende te spreken
  5. Begeleiding is onvoldoende, te weinig overeenstemming

Wat kunnen organisaties doen om aantrekkelijker te worden voor de toptalenten van buitenaf? Hoe word je het soort organisatie waartoe talent als een magneet naar toe getrokken wordt? Voor hun boek hielden de auteurs onderzoek en interviews onder honderden freelancers en leidinggevenden. Ze ontdekten de factoren voor een geslaagde samenwerking tussen organisatie en freelancer.

Strategisch

Weet de organisatie wáár en in welke gebieden flexibel talent nodig is? Wordt er op de juiste manier gebruik gemaakt van deze talenten? Doen ze werk dat belangrijk is voor de organisatie? Weet het bedrijf doelen en rollen duidelijk te maken aan het talent? Wordt de externe kracht goed begeleid? Is er voldoende tijd, budget en informatie om uiteindelijk een goed resultaat neer te zetten? Worden bij veranderingen plannen en budget bijgesteld zodat externen niet het gevoel hebben te worden uitgebuit?

Performance

Hierbij gaat het er om dat de organisatie een plan kan omzetten in concrete opdrachten binnen een realistisch tijdsbestek. Zijn verwachtingen over de performance duidelijk voor zowel flexibele krachten als interne collega’s? Hoe vaak wordt de performance beoordeeld en wordt er goede feedback gegeven? Is die feedback in balans of alleen gericht op problemen en fouten? Neemt de organisatie ook verantwoordelijkheid hierin of worden alle problemen ‘over de schutting’ gegooid? En als er problemen opdoemen, hoe snel en effectief grijpt de organisatie dan in?

Relatie

Kijkt de organisatie behalve naar technische expertise van het externe talent ook naar de culturele match? Wordt de externe in het diepe gegooid of goed geïntroduceerd in de organisatie en bij de mensen met wie ze werken? Hoe snel en goed worden conflicten opgelost? Zijn externen betrokken en toegewijd, worden ze goed geïnformeerd, wordt er rekening met ze gehouden en worden ze met respect behandeld? Of worden ze aan hun lot overgelaten?

Administratie

Is de organisatie zo ingericht dat de samenwerking met het externe talent goed verloopt? Of worden ze gezien als een noodzakelijk kwaad? Is de organisatie bureaucratisch in de manier van omgang met de externe? Is het contractuele proces ingewikkeld en langdurig? Worden regels en beleid goed gecommuniceerd? Krijgt de externe een eerlijke betaling? Ziet het bedrijf een externe als binnendringer of als welkome collega?

Verrassing! Het blijken dezelfde factoren te zijn als voor het bouwen van goede relaties met interne, fulltime werknemers. Oftewel performance management, effectieve werkrelaties en goede en transparante administratieve procedures zijn dé factoren voor tevreden werkrelaties, of het nu gaat om vaste werknemers of flexibel talent.

 

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags , , | 7s Reacties

Ard-Pieter de Man: ‘Consultancy her-uitvinden’

Kennis is breder beschikbaar dan ooit, en kenniswerk automatiseert in rap tempo. Dat zet druk op het vak van de consultant. Vertrouwde namen uit de adviesindustrie verdwijnen, game changers komen op. Deze ontwikkeling biedt echter ook nieuwe mogelijkheden. Daarover gaat Nieuwe business modellen in consulting: Changing the Game van Ard-Pieter de Man, Marguerithe de Man (geen familie) en Annemieke Stoppelenburg.

Wat is de drijvende kracht achter de nieuwe business modellen in de consulting waar uw boek over gaat?

Dat zit hem vooral in de veranderende economie. En dan met name in de trend dat we steeds meer kunnen en steeds meer doen met IT en big data. Consultants hebben van begin af aan over de mogelijkheden geadviseerd. Maar zelf, in hun eigen business, hadden ze er eigenlijk nooit veel mee gedaan. Dat die ontwikkeling ook voor hun consequenties heeft, begint nu pas door te dringen.
Hoe komt het, dat consultants nu pas beginnen na te denken over wat ze zelf kunnen met IT en met big data?

In het laatste hoofdstuk, Transitie van een sector, proberen we daar een antwoord op te vinden. Maar dat is nog best lastig. Ook in andere sectoren zie je dat men nieuwe technische mogelijkheden aanvankelijk alleen maar gebruikt om bestaande processen te optimaliseren. In een later stadium gaat men die processen pas fundamenteel ‘heruitvinden’ en de volledige potentie benutten van de techniek. Vergelijk het met de wetenschappelijke uitgeverijen, die nu pas beginnen over te schakelen van print op digitaal. Dat had vijftien jaar geleden ook al gekund.

Echt nieuwe kansen liggen in data-gebaseerd adviseren

Waar zit voor consultancies de werkelijke potentie van IT, waar liggen voor hen die kansen?

Dat IT en big data heel goed te gebruiken zijn voor zaken als kennisuitwisseling, is inmiddels wel doorgedrongen. Echt nieuwe kansen liggen in data-gebaseerd adviseren. Daarvan staan hele mooie voorbeelden in ons boek, zoals van Transparency Lab dat het onderzoeksdeel van adviesprocessen automatiseert. Met de tools die daaruit voortkomen kun je met evenveel gemak de arbeidsbeleving van verpleegkundigen meten als de kwaliteit van scholen. Als je zulke onderzoeken een paar jaar achter elkaar uitvoert, bouw je een database op waaruit je steeds weer kennis uit kunt putten.

Wat is de grootste verrassing die u bent tegengekomen bij de research voor dit boek?

Dat was de mate waarin adviesbureaus zich nu al laten afrekenen op basis van performance. Ze experimenteren met risicodeling, ze nemen deel in het bedrijf of in het project van de klant. Dutch bijvoorbeeld helpt coöperaties op te zetten rond duurzame thema’s. Daar krijgen ze dan aandelen in, daar ontvangen ze dividend op, en een deel van hun vergoeding komt als achtergestelde lening op de balans van de klant.

de echte grensverleggende ideeën ontstaan bij de kleinere spelers.

U laat daar een aantal interessante cases van zien, en daarbij viel het me op dat het eigenlijk allemaal kleine of middelgrote consultancies zijn, niche players. Is dat waar de vernieuwing vandaan komt, en niet van de grote namen?

Wat je ook in andere sectoren ziet: de echte grensverleggende ideeën ontstaan bij de kleinere spelers. Die experimenteren toch wat makkelijker. Een Rebel Group is daar een goed voorbeeld van. Ondertussen zijn er ook bij de grote bureaus wel degelijk veranderingen gaande. Ook bij een Capgemini zie je dat ze zich vaker laten betalen op basis van performance en minder op uurtje-factuurtje.

U behandelt een aantal kenmerken van nieuwe business modellen in consulting: hyperspecialisatie, instant consulting, diversificatie van inkomstenbronnen, risicodeling, samenwerking tussen bureaus, et cetera. Welke daarvan zijn het belangrijkst?

Ik zou zeggen: het deel dat wordt gedreven door kennis. Dat is een echte aanjager van vernieuwing. Kennis wordt steeds meer openbaar, komt voor iedereen beschikbaar, is niet meer te monopoliseren, is niet meer op basis van schaarste te vermarkten – en dus moet je wat anders gaan doen. Met als goede tweede die instant consulting, de versnelling in het adviesproces waarbij je direct waarde moet laten zien. Vooral de combinatie van die twee aspecten is heel krachtig.

Als we zeggen dat kennis niet meer uniek is en dat IT en big data leidend worden, betekent dat dan dat de traditionele consultant met zijn diepgaande kennis van een functie of een branche nu verdrongen wordt door de analist die slim datasets kan samenstellen en die daarin snel kan zoeken?

Verdringing, dat weet ik niet. Je ziet wel steeds meer adviesbureaus die zulke dataspecialisten inzetten. Maar of de vertrouwde vakspecialist dan verdwijnt? De noodzaak blijft om vanuit die data de vertaalslag te maken naar de individuele organisatie. Daar heb je toch net weer wat andere mensen voor nodig, die dat aanvoelen.

Dat raakt dan weer aan het hoofdstuk over de revival van de interne adviseur. Die heeft de afgelopen jaren niet bepaald bovenaan gestaan in de pikorde van de consultancy, maar als ik het goed begrijp pleit u voor een herwaardering?

Ja, die interne adviseurs zijn cruciaal, in twee opzichten. Een: zij moeten ervoor te zorgen dat de oplossingen die extern worden bedacht ook echt ‘landen’ binnen de organisatie. Twee: zij moeten de resultaten van al die over elkaar heen buitelende verandertrajecten allemaal netjes bij elkaar brengen, zodat het niet alle kanten op schiet. Dat is nogal wat. Ik zie inderdaad een omslag in de waardering van de interne adviseur. In die rol wil je hele goeie mensen hebben, deels ook met een ander en zwaarder profiel dan voorheen.

U geeft zelf aan dat u dit boek heeft geschreven voor adviseurs. Die komen vast ook helemaal aan hun trekken. Maar waar blijft de klant? Hoe kan die profijt trekken van de trends die u beschrijft?

Klanten vinden in het boek aanknopingspunten om een betere deal te krijgen. Vaak beseffen ze nog niet wat er allemaal mogelijk is. Ze blijven met ‘ouderwetse’ vragen komen, zoals ‘Doet u mij maar een nieuw strategisch plan’. In plaats van bijvoorbeeld: ‘Hoe kunnen we de data van onze klanten omzetten in kennis en die optimaal benutten voor onze bedrijfsprocessen?’ Een zelfde soort conservatisme zie je ook in de afrekenmodellen. Niet iedere klant durft het aan om een externe consultant te laten participeren. Ze weten wel dat het kan, maar geven toch de voorkeur aan een vast bedrag. Dat geeft dan toch een gevoel van zekerheid.

(Dit interview is eerder verschenen om www.managementboek.nl

 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 1 Reactie