Maandelijkse archieven: augustus 2011

Overheid verder op slot voor ZZP’ers en andere externen. Is er nog ruimte voor innovatief organiseren?

Gemeenten gaven in 2010 25% minder uit aan externen, blijkt uit onderzoek van het A+O Fonds. Eerder werd al duidelijk dat ministeries minder externen inhuren. Het lijkt er op dat deze trend zich doorzet. De SP bepleit een verdere afname van 40% van externe inhuur. In tijden van bezuinigingen lijkt dat logisch.

De weinig populaire vraag blijft of dit verstandig is?

Trend bij gemeentes

Het A+O fonds doet jaarlijks onderzoek naar het personeelsbeleid binnen gemeenten. Op verzoek van de sociale partners werd binnen dat onderzoek, de Personeelsmonitor 2010,  dit jaar specifiek ook aandacht besteed aan de inhuur van externen (zie pagina 47-50). Uit het onderzoek onder bijna 200 gemeentes blijkt dat het bedrag dat uitgegeven is aan externe inhuur (exclusief uitbesteding taken) in 2010 lag op 16% van de totale loonsom. Dat cijfer lag over 2009 op 20%. De daling was het grootst bij de grotere gemeenten. Bij gemeenten onder de 20.000 inwoners is het percentage nog wat gestegen.

Bij een uitsplitsing van de cijfers blijkt dat meer dan de helft van dit bedrag (54%) uitgegeven wordt aan tijdelijke vervanging. Piek & ziek dus, plus (nog) niet vervulde functies. Dat percentage komt mij tamelijk hoog over. Je zou zeggen dat dit soort flexibiliteit ten dele ook intern te organiseren moet zijn, al dan niet via inter-gemeentelijke samenwerking.

46% van de uitgaven aan externen wordt uitgegeven aan specialisten. Hierbij gaat het dus om taken en functies die bewust niet worden uitgevoerd door medewerkers in eigen loondienst. Het gaat hierbij dus om een bewuste keuze om tijdelijke kennis binnen te halen. Koploper hierbij is ICT, dat 16% van alle kosten voor externen opsoupeert.

(Bron: A+O Fonds Gemeenten, Personeelsmonitor 2010) 

Helaas is in het onderzoek niet meegenomen wat het aandeel van ZZP’ers is binnen deze groep ingehuurde externen. Al dan niet rechtstreeks ingehuurd. Uit een eerder onderzoek van het A+O fonds, onder een beperkte groep gemeenten, bleek dat gemeenten relatief weinig met ZZP’ers werken. Ongeveer 2%, terwijl 9% van de Nederlandse beroepsbevolking ZZP’er is.

Beperkte registratie, weinig beleid?

De monitor van het A+O fonds laat verder zien dat tweederde van de gemeenten een centrale registratie van externe inhuur heeft. In 2009 lag dat cijfer nog op 56%.  Alhoewel dit percentage dus duidelijk gestegen is, blijkt dat veel gemeenten niet in staat zijn een goede uitsplitsing te geven (zoals in bovenstaande tabel) van welke diensten ze precies inhuren en met welke motief (vervanging of kennis). Dit suggereert op zijn minst dat er ook niet direct beleid is voor welke taken wel en voor welke geen externen worden ingehuurd.

Daar wringt mijn inziens de schoen.

Maximeren uitgaven externen, betere kwaliteit?

De SP was er bij monde van Kamerlid Ronald van Raak als de kippen bij om naar aanleiding van dit onderzoek te pleiten om de zgn. ‘Roemer-norm’ (maximaal 10% van de loonsom uitgeven aan externen) ook op gemeenten toe te passen (De Roemer-norm is genoemd naar een motie van Emile Roemer, die wel is aangenomen in de Tweede Kamer, maar vervolgens niet is uitgevoerd door het kabinet). Voor Van Raak ligt er een rechtstreekse relatie tussen een daling van de uitgave aan externen en een stijging van de kwaliteit van het bestuur. Ik lees in zijn blog geen verdere onderbouwing noch bewijs van deze stelling.

Een ander perspectief: De helft van alle beleidsambtenaren (in loondienst) van de gemeente Amsterdam woont niet in de stad zelf. Dat zegt mij nog niets over hun kwaliteit of betrokkenheid. Toch zegt iets me dat je met het betrekken van lokale ZZP’ers en andere externen (crowdsourcing) bij beleidsontwikkeling en –uitvoering zo maar eens een betere, innovatievere en effectievere overheid krijgt. En je verkleint ook de afstand tussen overheid, burgers en (lokaal) bedrijfsleven.

Gemeente met visie moet zelf keuzes kunnen maken

Ik snap best de roep op het terugdringen van de uitgaven aan externen in deze tijden van bezuinigingen. Sterker nog, ik vind dat een gemeente (net als alle andere organisaties overigens) altijd kritisch moet zijn omtrent het werken met externen. Zowel qua kosten als qua effectiviteit, interne samenhang, opbouwen kennis, continuïteit. Het werken met (veel) externen heeft zijn voor- en nadelen. Daar moet je als organisatie goed over nadenken en een visie op hebben. Met de regelruimte om te kiezen of, waar en hoeveel je met externen werkt.

Uiteindelijk gaat het er toch om dat een gemeente (en andere overheden) kiest (voor ons als burgers) voor een manier van organiseren van de taken die de beste kwaliteit oplevert tegen de laagste kosten. Ik sprak onlangs met een directeur van een grote gemeente die mijn inziens op een verstandige en moderne manier projectmatig werkte, met een gerichte inzet van externen. Hij vertelde, zuchtend, dat het politiek niet meer haalbaar was om op deze manier te werken. Zonder ‘onderscheids des project’ zat de deur voor externen volledig op slot.

Het grote gevaar voor het hanteren van een vaste (maximale) norm voor inhuur is dat er alleen maar gekeken wordt naar dat getal en niet meer naar de beste (kwalitatief, financieel) manier van organiseren.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 2s Reacties

De professional op het witte paard. Zeven handvatten voor het inhuren van professionals.

Jaarlijks worden door overheid en bedrijfsleven vele miljarden euro’s uitgegeven aan inhuur van professionals. De tevredenheid over die uitgegeven miljarden is echter vaak gering. Hoe dat kan en hoe het anders moet, daarover gaat het boek ‘De professional op het witte paard’ van Edwin Martherus, Marco Plasier en Achraf Talhaoui.

‘De professional op het witte paard’ raakt aan een belangwekkend thema. Wie herkent het niet? Al die inhuur van mensen waarbij je je achteraf afvraagt… wat hebben ze gedaan en wat heeft het nu daadwerkelijk opgeleverd? Onderzoek wijst uit dat de gemiddelde inhuur maar een magere voldoende krijgt: een 6,8. Dat betekent onvermijdelijk dat er naast een paar dikke voldoendes veel onvoldoendes worden uitgedeeld. De auteurs hebben zeker een punt door te stellen dat inkoop een hele ondoorzichtige rol vervult bij het inhuren van capaciteit. Eigenlijk zou inkoop – net als bij potloden en pennen – na moeten denken over wat de wensen zijn, wie het levert en wat de toegevoegde waarde is. Maar die vraag wordt zelden hardop gesteld. Het is vaak de lijnmanager die een ‘vriendje’ kent of een inhuurkracht die ‘de vorige keer goed werk heeft geleverd’. De validiteit achter die opmerking is vaak ver te zoeken. En als een manager iemand inhuurt, zal hij maar zelden zeggen dat een project niet goed is afgerond. Begin- en eindsituatie worden vaak ook niet gedefinieerd en zo is er nogal wat loos met inhuur. Zowel voor IT-specialisten als strategie- en adviesconsulenten. Er wordt dan ook een treurige conclusie getrokken in ‘De professional op het witte paard’: eigenlijk is niemand echt tevreden over de ingehuurde professionele dienstverlener.

Het probleem lost zich dus vanzelf op, zou je denken. De crisis zorgt er immers voor dat menig zzp’er thuis zit omdat bedrijven weer meer zelf gaan doen. De auteurs verlossen ons van dit sprookje. De vraag naar professionele inhuur blijft, en als de rookwolken rond de crisis zijn opgetrokken, zal die vraag zelfs alleen maar groter worden. En dus bieden de auteurs handvatten hoe je een goede professional inhuurt. Zeven in totaal. De eerste is: creëer een sense of urgency. Tweede succesfactor is: definieer de heldere behoefte aan professionele dienstverlening. Organiseer ook informatievoorziening door inkoop, bepaal de inkoopstrategie per type dienstverlening, realiseer zogenaamde smart buys, monitor de toegevoegde waarde, voer de regie en borg opgedane kennis in de organisatie.

Refererend aan de titel van het boek, is het natuurlijk de vraag of die professional op het witte paard te vinden is, of dat het een sprookje is waarvan de uitkomst op papier mooi is, maar toch altijd imaginair. Hoe vind je in het woud van professionals nu de goede? Volgens de auteurs is die professional op het witte paard echt wel te vinden, en hoeft dat ook niet zo heel moeilijk te zijn. Volg de zeven handvatten en je bent al een heel eind. Wel zit er – zoals in de meeste sprookjes – een figuurlijk giftig appeltje verborgen in het boek. De auteurs hebben een bedrijf dat actief is in de match van vraag en aanbod van professionals, of het inrichten van een goede organisatie rondom inhuur. Op pagina 91 gaan ze net even een stap ter ver in het promoten van de eigen business. Dat smaakt niet helemaal goed. Maar voor wie die hap overleeft of negeert, rest een zeer belangrijke boodschap: veel inhuur gaat mis en dat is doodzonde. En het kan dus anders, zoals dit sprookje ons leert.

Deze recensie van Ronald Buitenhuis is eerder verschenen op Managementboek.nl  Het boek ‘De professional op het Witte Paard’ kost € 25,95 (e-book € 14,95) en is hier te bestellen.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter