Analyse CBS cijfers: minder zelfstandigen, minder uren. Vooral in publieke sector. Geplaatst 2 mei 2025 door Hugo-Jan Ruts In het eerste kwartaal van 2025 is het aantal (werkzame) zelfstandigen verder afgenomen. Zij werkten ook minder uren. De daling is het grootst in de publieke sector, zo blijkt uit een analyse van de meest recente data van het CBS. Volgens het CBS telde Nederland in het eerste kwartaal van 2025 1.787.000 zelfstandigen, met en zonder personeel (ruim driekwart daarvan is zzp’er). Dat is 1,4% minder dan een jaar geleden. Het totaal aantal uren dat zelfstandigen werkten (zowel declarabel als niet-declarabel) daalde zelfs iets sterker: 2,3%. Met name in het laatste kwartaal nam het aantal zelfstandigen sterk af: een daling van 45 duizend of de wel 2,5% (deze CBS-cijfers zijn gecorrigeerd voor seizoensinvloeden). Er zijn duidelijke verschillen per sector zichtbaar. De publieke sector (overheid, zorg en onderwijs – al valt daar ook commercieel onderwijs onder) kende de sterkste daling: 9% minder dan een jaar terug. De zorgsector daalde met 8%. Alleen al in het afgelopen kwartaal nam het aantal zelfstandigen actief in de zorg met 4,8% af. In de sector Zakelijke Dienstverlening – waar vaak interim-managers en interim-professionals onder vallen – is het aantal zelfstandigen (op jaarbasis) stabiel gebleven. In de Bouw nam het aantal zelfstandigen met 2% af (tov jaar terug) en 3,2% ten opzicht van vorig kwartaal. Meer ‘banen’ voor werknemers, maar grotere daling onder zelfstandigen Ook het aantal ‘banen’ voor zelfstandigen daalde (wanneer een zelfstandige meerdere activiteiten verricht, telt het CBS dit als meerdere banen). In het eerste kwartaal hadden alle zelfstandigen samen 2,5 miljoen banen, 52 duizend minder dan in het laatste kwartaal van 2024. Daarentegen nam het aantal banen voor werknemers juist toe: 37 duizend meer dan in het laatste kwartaal van 2024. Maar dat is dus minder dan de daling van het aantal banen voor zelfstandigen. Per saldo is het totale aantal banen in het afgelopen kwartaal gedaald. Ook het totaal aantal zelfstandigen daalde (min 45 duizend) sterker dan het aantal werknemers steeg (plus 33 duizend). Handhaving, maar er is meer De daling die de CBS laat zien in de afgelopen kwartalen, is duidelijk. Maar het gaat ook geleidelijk. Het is bovendien relevant om te constateren dat er weliswaar sprake is van een afname, maar dat deze beperkt is. Er zijn en blijven immers nog steeds veel zelfstandigen actief. De handhaving op schijnzelfstandigheid zal ongetwijfeld een van de oorzaken zijn van de daling van het aantal zelfstandigen. Met name in de publieke sector – waaronder de zorg en bijvoorbeeld de kinderopvang – wordt die aangescherpte handhaving ook gebruikt als instrument bij een al langer bestaande wens om minder met zzp’ers te werken. Daarbij zijn de sectoren ook door het kabinet zelf als speerpunt benoemd qua handhaving. Naast veranderend beleid rond de inhuur van zzp’ers spelen ook andere factoren een rol. De krapte op de arbeidsmarkt is het afgelopen jaar flink afgenomen (het niet kunnen vinden van personeel in loondienst is een belangrijke reden om zzp’ers in te huren). Binnen met name de overheid spelen bovendien bezuinigingen een rol. Tot slot koelt de economie af en is de geopolitieke situatie op zijn zachtst gezegd turbulent. Ook dat zijn factoren die de vraag naar zelfstandig werkenden beïnvloeden. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Laat een reactie achter
De 5 mythen over online platformen Geplaatst 1 mei 2025 door Sepp Haans Mythe 1: Een platform (laten) ontwikkelen duurt lang Dit is verleden tijd. Samen met House of Covebo bouwden we namelijk in slechts 6 weken de eerste versie van online marktplaats Aanpakkers.nl! En zelfs met zo’n eerste versie, die voorziet in de belangrijkste functionaliteiten, genereert House of Covebo al inkomsten door de binnenkomende leads. Het platform zet hiermee de nieuwe standaard voor zzp-bemiddeling in de bouw en techniek. Bovendien verzamelt House of Covebo meteen waardevolle inzichten voor verdere ontwikkeling van het platform en werkt ze daarmee aan een sterk merk. Mythe 2: De markt is te verzadigd om nog een nieuw platform op te zetten Je zou kunnen denken dat het geen zin meer heeft om zelf nog een platform voor jouw markt te ontwikkelen, omdat er al meerdere grote platformen actief zijn. Maar ook dit kunnen we voor je ontkrachten. We zien dat grote spelers langzaam hun marktaandeel verliezen, omdat kleinere, niche-gerichte platformen hun doelgroep beter begrijpen en effectiever bereiken. En een bijkomend voordeel is dat – door deze grote platformen – mensen inmiddels wel bekend zijn met het gebruik ervan en het principe snappen. Scheelt jou weer een deel uitleg en validatie. Laat je dus niet misleiden door deze grote spelers, want zij creëren juist ruimte voor nieuwe platformen. Ook vanwege marktontwikkelingen ontstaan er telkens kansen voor nieuwe platformen. Kijk bijvoorbeeld naar verduurzaming. Nu helemaal hot and happening. Platformen bieden hier enorme kansen. Onze klant Madopt spotte een kans en besloot samen met ons een circulaire bouwmarktplaats te ontwikkelen die bijdraagt aan de verduurzaming van de bouw in Nederland. Mythe 3: Een platform laten ontwikkelen kost veel geld Ja, natuurlijk kost een platform ontwikkelen geld. Maar het levert ook geld op. Vaak wordt vergeten om de uitgaven van een platform in relatie te zetten tot de businesswaarde die het voor de organisatie oplevert. Een platform draagt tenslotte bij aan de groei van jouw organisatie. Want als de kosten voor het platform groeien, dan groeit jouw bedrijf en succes daarin mee. Dit is áltijd het uitgangspunt. Zo ook voor onze klant Appjection, een bedrijf dat onterechte parkeer- en verkeersboetes aanvecht. De mijn-omgeving die we samen bouwden heeft geresulteerd in een gestroomlijnder proces en een hogere klanttevredenheid, waardoor er meer boetes worden verwerkt en ingediend. Zonder het platform hadden ze niet zoveel boetes als nu kunnen behandelen, wat hen uiteindelijk veel extra inkomsten heeft opgeleverd. Niet voor niets starten wij een samenwerking altijd met het in kaart brengen van de potentie van jouw platform(-idee) en de businesscase die daarbij hoort. Zodat alles wat je toevoegt aan je platform uiteindelijk meer business waarde creëert voor jouw organisatie. Hoe we dit voor één van de succesvolste platformen van Nederland deden, lees je in de case over Young Ones. Mythe 4: Voor een platform heb je grote volumes vraag en aanbod nodig Deze horen we misschien wel het meest, maar hij klopt niet. Platformen kunnen juist heel waardevol en disruptief zijn in nichemarkten waar de volumes van nature kleiner zijn. Een mooi voorbeeld is onze samenwerking met Vriens Archeo Flex voor het platform Erfgoed Werkt.nl, dat specialisten in de erfgoedbranche eenvoudig koppelt aan zzp-klussen. Dit is super niche en de aantallen zijn niet enorm. Waarom het toch werkt? Omdat Vriens haar nichemarkt door en door kent. Ze begrijpt exact welke behoeften de doelgroepen hebben en hoe ze deze het beste bereikt. Daarom zijn de activatiekosten en operationele kosten hier veel lager dan voor het bereiken van grote, meer verzadigde markten. Bovendien kan je organisatie door middel van een platform gemakkelijker een community opbouwen met kandidaten en klanten, waardoor de activatiekosten nog lager worden. Door een community te bouwen, bouw je langdurige relaties op en keren mensen terug bij jouw organisatie. En dan zijn grote volumes helemaal niet noodzakelijk. Mythe 5: Je hele IT-landschap moet op de schop als je een platform ontwikkelt Dat hoeft niet. Je kunt ook aanpassingen doen binnen je huidige IT-landschap. Samen inventariseren we welke systemen en/of softwareoplossingen nodig zijn om tot een platform te komen. Meestal zijn er mogelijkheden voor standaardoplossingen, waar je de gebruikersomgeving tegenaan bouwt. Het platform dient dan als ‘stekker’ die bestaande systemen aan elkaar koppelt en de belangrijkste data- en waardestromen inzichtelijk zijn. Dat maakt je organisatie wendbaar omdat je makkelijk en snel kunt inspelen op marktontwikkelingen. Het platform voor Compagnon koppelden we bijvoorbeeld met haar bestaande ATS, website en administratiepakket. Het is dus niet vanzelfsprekend dat je hele IT-landschap op de schop moet als je een platform wil ontwikkelen. Als organisatie kies je zelf jouw strategie om een platform te ontwikkelen. Lees hier meer over de verschillende strategieën: build, belong of buy. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags freshheads, online platformen | Laat een reactie achter
“Nederland kan leren van de duidelijke sectorale zzp aanpak in België en Zwitserland” Geplaatst 1 mei 2025 door HeadFirst Group Haar aanbeveling: combineer internationale vergelijking met sectorale precisie om het Nederlandse arbeidsrecht toekomstbestendig te maken. In gesprek met Oifik Youssefi van HeadFirst Group licht Nienke haar drijfveren, bevindingen en aanbevelingen toe, en reflecteert ze op de recente jurisprudentie rond Deliveroo en FNV/Uber. Oifik: Wat maakte de kwalificatie van een arbeidsrelatie voor jou een interessant onderwerp om je masterscriptie aan te wijden? Nienke: Ik volgde een schrijfvak tijdens mijn master Arbeidsrecht en kon verschillende thema’s kiezen. Platformarbeid en de kwalificatievraag spraken me meteen aan, vooral na het Deliveroo-arrest. Terugkijkend las ik een aantekening van mijn professor over het onduidelijke gewicht van het element ondernemerschap als contra-indicatie bij het kwalificeren van een arbeidsrelatie. Vanaf dat moment wist ik: hier wil ik me in vastbijten, want dit speelt op dit moment aan alle kanten van de arbeidsmarkt. Oifik: Hoe luister jij naar de beantwoording van de prejudiciële vragen in de zaak FNV/Uber? Nienke: De uiteindelijke uitspraak verbaasde me niet; vooral de bevestiging dat mijn scriptie geen cruciale fouten bevatte, was een opluchting. Het laat zien dat academische analyses kunnen aansluiten bij wat de Hoge Raad op dit terrein beslist. Saillant detail: mijn scriptiebegeleider was Gerrard Boot, die namens het Hof van Amsterdam de prejudiciële vragen stelde aan de Hoge Raad in de zaak FNV/Uber, Stefan Sagel was mijn tweede lezer en hij trad als advocaat op namens Uber in diezelfde zaak. Oifik: In hoeverre leefde dit thema onder je medestudenten en docenten? Nienke: Er was zeker aandacht: andere studenten keken naar herkwalificatie vanuit het perspectief van de sociale zekerheid of fiscale gevolgen. Mooie van dit thema is dat iedereen andere accenten plaatst in de benadering. Die diversiteit onderstreept dat er nooit één eenduidige oplossing is. Oifik: De zwaarte van dit thema is niet aan iedereen besteed; sommigen noemen het zelfs hierom een taai en saai onderwerp. In hoeverre kan je je daarin vinden? Nienke: Saai is het absoluut niet. Het mooie van dit thema en überhaupt van thema’s in het juridisch domein is de veelzijdigheid ervan: in ons allereerste studiejaar leren we dat ‘het afhangt van de omstandigheden van het geval’ de kern is van elk juridisch vraagstuk. Per casus, per sector en per jurisprudentie kunnen dezelfde feiten immers totaal verschillend worden beoordeeld. Zowel de Europese Unie als nationale wetgevers blijven nieuwe handvatten aanreiken, maar uiteindelijk blijft het altijd maatwerk. Oifik: Gelet op die veelzijdigheid, hoe heb je je onderzoek juridisch afgebakend? Nienke: Mijn startpunt waren de prejudiciële vragen in de FNV/Uber-zaak zelf. Ik heb geprobeerd die systematisch te beantwoorden aan de hand van de jurisprudentie en wetgeving in de vijf geselecteerde landen. Oifik: Hoe heb je de vijf landen gekozen en wat viel op in hun benaderingen? Nienke: België en Duitsland kozen zich vanzelf vanwege geografische nabijheid en juridische systeemgelijkenis met Nederland. Frankrijk en Spanje door hun rijke proceduregeschiedenis rond platformwerk, en Zwitserland omdat het buiten de Europese Unie valt maar wel Europese impact ondervindt. Opvallend is hoe elk land verschillende gewichten toekent en andere invalshoeken heeft: België kijkt nadrukkelijker naar het zelfstandig ondernemerschap, Duitsland naar de inbedding in de organisatie, Frankrijk naar de afwezigheid van ondergeschiktheid, Spanje in mindere mate naar ondernemerschap versus gezag, en Zwitserland splitst de criteria tussen het socialezekerheidsrecht en het arbeidsrecht. Oifik: Wat kan Nederland leren van deze buitenlandse benaderingen? Nienke: Het Belgische sectorale systeem biedt houvast en helderheid: per sector gelden specifieke richtlijnen en specifieke criteria. Zwitserland toont hoe je socialezekerheidsrecht en arbeidsrecht strategisch kunt opsplitsen, waardoor je per domein andere accenten kunt leggen. Die voorbeelden helpen om in Nederland maatwerk te legitimeren en tegelijkertijd consistente kaders te behouden. Oifik: Opmerkelijk aan het publieke debat rondom de kwalificatietoets is de positie van academici: hoe kijk je naar de actievere rol van hen in dit debat? Nienke: Ik juich het toe. Dankzij kritische wetenschappers blijven de wetgever (politiek) en rechtspreker (rechters) scherp. De Deliveroo- en Uber-zaken zijn voorbeelden van hoe platformbedrijven ontwikkelingen in gang zetten die pas juridisch vitaal worden zodra de gevallen omvangrijker zijn. Academici vormen zo een belangrijke schakel tussen praktijk en recht. Oifik: Hoe verschilt juridisch onderzoek in de praktijk van wat je op de universiteit leert? Nienke: Tijdens mijn stage bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de zomer van 2024 merkte ik hoe wetgeving in de Haagse sfeer tot stand komt. Bij een advocatenkantoor, waar ik eind vorig jaar stageliep, zag ik juist dat praktische toetsbaarheid centraal staat. Op de universiteit leer je ideale kaders; in de praktijk moeten die werkbaar zijn en rekening houden met politieke en economische realiteiten. Oifik: Hoe kijk jij nu, na het schrijven van je scriptie, anders naar de discussie over flexwerk en schijnzelfstandigheid? Nienke: Mijn blik is gekleurd door begrip voor zowel zzp’ers als werkgevers. Ik zie nu scherper welke rechten en plichten er spelen en wanneer iemand onbewust in een schijnzelfstandigheidssituatie belandt. Dat maakt me kritischer, maar ook realistischer over de noodzaak van heldere en duidelijke criteria. Oifik: Terugkomend op de ‘taai- en saaiheid’ van dit thema. Hoe kan dit onderwerp laagdrempeliger worden gebracht naar mensen toe die hier wel te maken mee krijgen maar zich inhoudelijk niet bezighouden ermee? Nienke: Door de rechten van zzp’ers en werknemers concreet te verduidelijken. Veel mensen weten niet dat ze bij spitsuren van schijnzelfstandigheid juist meer rechten krijgen. Duidelijke voorbeelden – zoals een Deliveroo-biker die aanspraak kan maken op transitievergoeding – maken de complexiteit tastbaar en relevant. Dit interview maakt deel uit van een reeks van HeadFirst Group, waarin het Public Affairs-team de afgelopen weken meerdere experts heeft geïnterviewd die nauw betrokken zijn bij onderwerpen rondom zzp’ers en de arbeidsmarkt. De serie bestaat uit zes interviews, die de komende weken gepubliceerd zullen worden. Heb je vragen over de interviewreeks? Neem dan gerust contact op met het team via publicaffairs@headfirst.nl. Lees ook dit interview uit de serie: Advocaat Joost van Ladesteijn: “Er wordt te veel aandacht gegeven aan de hooligans op de arbeidsmarkt in plaats van de supporters” Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags HeadFirst Group, Terugblik op het zzp-dossier 2024. Het jaar door de ogen van | Laat een reactie achter