Maandelijkse archieven: april 2025

Zelfstandigenwet of VBAR? Twee visies op de toekomst van zzp-beleid

Na jaren van discussie liggen er nu plots twee wetten op tafel die duidelijkheid moeten geven over de vraag óf en wanneer een organisatie een zzp’er mag inhuren. Het kabinet houdt vast aan de VBAR. Vier partijen – waaronder regeringspartij VVD – zien daar niets in en hebben een alternatief gelanceerd: de Zelfstandigenwet.

Van beide varianten weten we nog niet exact hoe de beoordelingscriteria eruit gaan zien. Uiteindelijk zullen die in de praktijk misschien niet eens zo heel erg verschillen. Maar het startpunt van de VBAR en de Zelfstandigenwet is wel wezenlijk anders. Borduur je voort op de huidige jurisprudentie, waarin het er toch vooral op neerkomt dat je moet aantonen dat iemand géén werknemer is? Of ontwikkel je een nieuwe wet, waarbij de eerste vraag is: ben je aantoonbaar zelfstandig ondernemer? Die toets wordt gevolgd door een werkrelatietoets om te beoordelen of sprake is van leiding en toezicht.

In ZiPtalk vroegen we aan Wim Arie van Zelderen, beleidsadviseur bij FNV Zelfstandigen (waar 10.000 zzp’ers lid van zijn)  en Cosmas Blaauw, oprichter van coöperatie SharePeople (waar 15.000 zelfstandigen bij zijn aangesloten) naar hun eerste reacties. 

De Zelfstandigenwet: “Voor wat, hoort wat”

Cosmas Blaauw (SharePeople) is uitgesproken positief over het idee achter de Zelfstandigenwet. Volgens hem biedt deze wet eindelijk de duidelijkheid die zzp’ers en opdrachtgevers al jaren missen. “Het grote voordeel van deze wet zit in de duidelijkheid, de duidelijkheid die je vooraf kan geven,” zegt hij. Waar de VBAR vooral voortborduurt op bestaande rechtspraak en achteraf toetst, biedt de Zelfstandigenwet volgens Blaauw een heldere toets vooraf: ben je een zelfstandige of niet?

Blaauw noemt het voorstel de “voor-wat-hoort-wat-wet“. Ook dat vindt hij erg sterk. Onderdeel van de zelfstandigentoets is immers dat ondernemers moeten aantonen dat zij een adequate voorziening hebben voor arbeidsongeschiktheid en pensioen.

Vrijheid en verantwoordelijkheid

De verantwoordelijkheid bij de zelfstandigen neerleggen om goede voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid te treffen, is volgens Blaauw een snellere weg dan de door het kabinet aangekondigde basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ). Die is er volgens hem zeker niet vóór 2030: “UWV en de Belastingdienst kunnen dat werk niet aan.”

Ook Wim Arie van Zelderen (FNV) vindt het opnemen van eisen rond arbeidsongeschiktheid en pensioen een positief punt in de Zelfstandigenwet. “Zelfstandigheid komt niet vrijblijvend. De wil om zelfstandig te werken is belangrijk, maar daar hoort noblesse oblige bij,” stelt hij. Maar, zegt hij er in één adem bij: “Vervolgens wordt het wel ongelooflijk flinterdun hoe dat geconcretiseerd wordt, die eisen. En dan begin ik alweer bijna volledig af te haken.” Hij ziet meer in de route van de VBAR: “De andere weg is wat mij betreft ook begaanbaar. ‘Werknemer tenzij’ is prima begaanbaar. In de zin van: in de basis heb je de beschermingen die ons collectieve stelsel je aanbiedt.

Noodzakelijke duidelijkheid

Dat er duidelijkheid nodig is, daar zijn de heren het over eens. Maar over het hoe en wat niet.

Duidelijkheid is heel wenselijk,” vindt Van Zelderen. “We komen uit een periode van extreme onduidelijkheid. We hadden een handhavingsmoratorium, dus de overheid handhaafde niet en maakte de regels niet duidelijker. De meeste duidelijkheid die we nu hebben, hebben we te danken aan de FNV. Het zijn de casussen die wij voor de rechter brachten, waardoor de Deliveroo-criteria tot stand zijn gekomen.” Daarop voortbouwen – zoals de VBAR doet – heeft duidelijk de voorkeur voor Van Zelderen.

Blaauw ziet juist dat die huidige jurisprudentie en de beperkte handhaving leiden tot terughoudendheid bij opdrachtgevers. “Die denken: dit mag ik niet, want dit is vervanging, dit is inbedding… en dus zeggen ze: je moet bij mij in loondienst.” Het gevolg? Verstarring van de arbeidsmarkt, minder autonomie voor zelfstandigen én meer uitval: “Als we deze mensen nu terugduwen – al die zzp’ers in de zorg, in het onderwijs – dan vallen ze uit. Ze worden ziek.

Het wil er bij hem ook niet in waarom je niet als zzp’er – naast andere opdrachten – iemand tijdelijk zou mogen vervangen, bijvoorbeeld tijdens zwangerschapsverlof.

Van Zelderen nuanceert dat beeld: “Deze discussie is voor een kleine groep mensen die voornamelijk in de zakelijke dienstverlening langduriger werkt voor één opdrachtgever.” Een zwangerschapsvervanging is, als het werk gelijk is aan dat van een werknemer, volgens hem ook gewoon een tijdelijke baan – maar dan wél in loondienst.

Voor Van Zelderen staat vast dat er binnen de zekerheid van een vast contract veel meer mogelijk is als het gaat om autonomie en eigen regie. Daarin ziet hij ook een rol voor de vakbond, bijvoorbeeld door dit in cao’s te regelen. “Het is ongehoord dat er instellingen zijn die aan hun zzp’ers wél toestaan om flexibel te kiezen, maar aan werknemers niet. Goed werkgeverschap is een van de dingen die je ook keihard nodig hebt in deze zich herschikkende markt.

Kiezen

VVD, D66, CDA en SGP werken momenteel verder aan hun voorstel voor de Zelfstandigenwet en zoeken breder draagvlak. Het kabinet heeft aangekondigd om voor de zomer met een nadere uitwerking van de VBAR te komen. Het is dan aan de Tweede Kamer om een voorkeur uit te spreken. De beide gasten van ZiPtalk hebben die voorkeur al. 

Blaauw wil via de Zelfstandigenwet ruimte voor de ondernemer – met bijbehorende verantwoordelijkheden. “Met die VBAR zie ik niet heel veel veranderingen. Dat wordt weer eindeloos juridisch getouwtrek. Er blijft veel onzekerheid. Dan ben je als zzp’er in de ene opdracht wel werknemer, en in de andere opdracht ineens weer niet.

Van Zelderen maakt een andere keuze: “We vinden in de VBAR een aantal dingen die we prettig vinden. De VBAR is gestuurd op de jurisprudentie die er al is. Het is een wet die voldragener is en sneller ingevoerd kan worden, omdat er al veel stappen zijn gezet.” In het initiatiefwetsvoorstel – de Zelfstandigenwet – ziet hij vooral een vertragende werking. Ook het rechtsvermoeden binnen de VBAR, waarbij onder een bepaald tarief sneller een dienstverband aangenomen mag worden, is voor de FNV een belangrijk punt.

Luister het gehele gesprek met Cosmas Blaauw (SharePeople) en Wim Arie van Zelderen (FNV Zelfstandigen) terug op Spotify of bekijk het hier.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 8s Reacties

Zzp’ers maakten in 2024 wat minder uren. Maar nog steeds veel meer dan werknemers

Zelfstandigen maakten in 2024 iets minder uren dan in 2023. In totaal werkten ze gemiddeld 1.790 uur. In 2023 was dat nog 1.822. Dat blijkt uit recente data van het CBS. Werknemers in loondienst werkten in 2024 gemiddeld 1.371 uur. Een kleine stijging ten opzichte van 2023 (1.370) maar flink minder dus dan zelfstandigen.  

Bij uren van de zelfstandigen, zowel met en zonder personeel, gaat het zowel om declarabele uren als niet declarabele uren, die bijvoorbeeld worden besteed aan administratie, acquisitie of productontwikkeling. DGA’s worden in deze statistiek als werknemer gezien. 

Per week werkten zelfstandigen in 2024 34,4 uur per week. Dat aantal ligt wat onder het gemiddelde van de afgelopen 15 jaar (35,2) uur. In die periode zijn mannen minder gaan werken, vrouwen wat meer.  

Mannen onder de zelfstandigen werken nog steeds wel flink meer dan vrouwen: 40,5 uur ten opzichte van 27,7 uur bij vrouwen. Het verschil wordt wel iets kleiner. Hetzelfde beeld zien we bij werknemers. Ook daar werken mannen (29,6 uur per week in 2024) dan vrouwen (22,8), al zijn de verschillen hier wel flink minder dan bij zelfstandigen. 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 3s Reacties

Gemeenten zetten rem op vacatures in de schaduw van ‘ravijnjaar’ en wet DBA

Het aantal geplaatste vacatures bij gemeenten is in het tweede halfjaar van 2024 met 8,4 procent gedaald ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Vooral in het vierde kwartaal was sprake van een scherpe afname (-16%). Daarmee is een trendbreuk zichtbaar: na jaren van groei zet nu een daling in. Gemeenten anticiperen mogelijk op het zogenaamde ‘ravijnjaar’ in 2026, waarin bezuinigingen op het gemeentefonds worden doorgevoerd.

Dat blijkt uit de nieuwe Vacaturemonitor over het tweede halfjaar van 2024 van A&O fonds Gemeenten. De Vacaturemonitor brengt elk halfjaar de ontwikkelingen op de gemeentelijke arbeidsmarkt in beeld.

Ravijnjaar werpt schaduw vooruit

Gemeenten – met name kleinere en middelgrote – zijn terughoudender met het uitzetten van nieuwe vacatures. Ook blijft een groot aantal vacatures langer openstaan, wat de noodzaak voor nieuwe plaatsingen vermindert. Daarnaast speelt de invoering van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) mogelijk een rol. Deze zorgt ervoor dat gemeenten zelfstandigen eerder in dienst nemen zonder daarvoor formele vacatures uit te zetten.

Uitzonderingen

Er is in vrijwel alle provincies een daling te zien van het aantal vacatures, met uitzondering van Groningen (+35%) en Drenthe (+12%). Deze stijging houdt verband met de hersteloperatie rondom de aardgaswinning en het insourcen van diensten door de gemeente Groningen. Opvallend is ook de stijging van vacatures voor trainees en stagiairs. Gemeenten anticiperen hiermee op de vergrijzing en investeren in jong talent.

Creatieve oplossingen in krappe markt

Ondanks de daling in vacatures laten gemeenten zien dat er volop beweging is in de aanpak van personeelsvraagstukken. Gemeente Almere organiseerde een ‘Jobfest’ om op een laagdrempelige manier nieuw personeel aan te trekken, terwijl Groningen inzet op visuele storytelling via testimonials. Ook alternatieve wervingskanalen en strategische keuzes, zoals het aannemen van junioren en het behouden van AOW-gerechtigde medewerkers worden ingezet.

Lees ook:

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Tweede Kamer stemt in met toelatingsstelsel (Wtta)

De Tweede Kamer heeft dinsdag 15 april ingestemd met het Wetsvoorstel toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Het wetsvoorstel gaat door voor behandeling in de Eerste Kamer. Een invoeringsdatum is nog niet bekend. Die wordt naar verwachting voor het eind van deze maand bekendgemaakt.

Hoe ziet de Wtta eruit?

De wet houdt een toelatingsstelsel in voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen, zoals detacheerders, maar ook bureaus die bijvoorbeeld IT of financiële experts ‘ter beschikking stellen’. Deze uitleners mogen alleen op de markt opereren als ze zijn toegelaten en moeten zich onderwerpen aan periodieke controles. Als blijkt dat het certificaat onterecht is verleend of niet meer wordt voldaan aan het normenkader, kan het worden geschorst of ingetrokken.

Om toegelaten te worden, moeten bedrijven voldoen aan een aantal eisen die samen het “normenkader” vormen. Naast de eisen van het bestaande SNA-keurmerk, zijn er aanvullende eisen aan onder meer gelijke beloning en huisvesting. Bovendien moeten bedrijven een verklaring omtrent het gedrag (VOG) indienen en een waarborgsom van 100.000 euro overmaken. Na de toelating krijgen bedrijven periodieke controles op het normenkader door private instellingen. De kosten daarvan moet de sector zelf dragen.

Boetes en handhaving

De Wtta gaat ook zorgen ook voor strengere handhaving. De Arbeidsinspectie krijgt de bevoegdheid om boetes op te leggen bij overtredingen. Tot aan de invoering van de wet stelt de minister extra middelen beschikbaar voor de Nederlandse Arbeidsinspectie om misstanden in de uitzendsector op te sporen en aan te pakken. Hiermee kan de Arbeidsinspectie haar capaciteit uitbreiden. Ook verhoogt de minister de boetes voor ernstige overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Boetes voor werkgevers kunnen straks oplopen tot € 11.250 per overtreding. 

Ook de inleners krijgen onder de Wtta meer verantwoordelijkheid. Uit onderzoek van de Arbeidsinspectie bleek dat het illegaal tewerkstellen van arbeidsmigranten financieel voordeel oplevert, zelfs als de werkgever hiervoor een boete krijgt. In de nieuwe uitzendwet wordt het net ook hier strakker aangespannen. Inleners mogen alleen in zee gaan met uitleners die toegelaten zijn en riskeren een boete als ze de fout ingaan.

De wet Bibob moet voorkomen dat toelating wordt misbruikt voor criminele doeleinden. De minister van SZW krijgt de mogelijkheid om een toelating te weigeren, schorsen of in te trekken wanneer er een ernstig risico bestaat dat deze wordt gebruikt voor strafbare feiten.

De minister overlegt met werkgeversorganisaties, vakbonden, SNA, SNCU, de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst over publiek-private samenwerking en betere gegevensuitwisseling. Door samenwerkingen moeten misstanden in de sector effectiever worden aangepakt.

Uitzendverbod voor sector

Een opvallend amendement dat tijdens de behandeling werd aangenomen kwam van de GL/PvdA, waarin zij vragen een uitzendverbod expliciet in de wet op te nemen. Daarmee komt een sectoraal uitzendverbod een stapje dichterbij. Volgens de indieners wordt het tijd voor een uitleenverbod in de vleessector. “We hebben het de minister met ons amendement makkelijk willen maken om een dergelijk verbod in te stellen.” Het is nu al mogelijk om per algemene maatregel van bestuur (AMvB) nadere regels, inclusief een verbod, in te stellen voor uitlenen in een sector. Als de minister overgaat op een uitzendverbod, moet hij dit nader uitwerken en motiveren in een besluit.

In het amendement is geregeld dat de inwerkingtreding van het voorgestelde verbod eerder kan plaatsvinden dan andere onderdelen van de wet. De indieners stelden als datum 1 juli 2025 voor.

Wijzigingsvoorstellen voor uitzonderingen

Het wetsvoorstel is omstreden vanwege de brede reikwijdte. Behalve uitzenden geldt de wet ook voor detacheerders, buitenlandse uitleners die in Nederland arbeidskrachten ter beschikking stellen, in- en doorleners, payrollers en bedrijven die arbeidskrachten uitlenen als nevenactiviteit. Detacheerders en IT-consultants, sectoren niet worden geassocieerd met uitbuiting, lobbyden om buiten het stelsel gehouden te worden. Maar zij kregen bij de minister nul op het rekest. We hebben het stelsel bewust breed gehouden, om waterbedeffecten en ontduiking te voorkomen, zei hij herhaaldelijk.

Het wetsvoorstel  kende aanvankelijk slechts enkele uitzonderingen, zoals intraconcerne en collegiale uitleen (zonder winst), en een ontheffingsregeling voor ondernemingen die in geringe mate arbeidskrachten ter beschikking stellen.

Tijdens de behandeling zijn diverse amendementen aangenomen om sectoren toch uit te zonderen. SW-bedrijven, bedrijven die BBL-trajecten verzorgen en de beveiligingsbranche blijven in het wetsvoorstel buiten het toelatingsstelsel. Ook een motie om welwillend om te gaan met verzoeken tot uitzonderingen werd aangenomen.

Overgangsregeling

Omdat er in de begintijd te weinig inspectiecapaciteit is, komt de minister met een overgangsregeling voor bedrijven die al het SNA-keurmerk hebben. Zij hoeven bij hun eerste aanvraag niet te voldoen aan het normenkader. Uitgezonderd van de waarborgsom zijn uitleners die bij de inwerkingtreding van de wet vier jaar arbeidskrachten hebben uitgezonden en een “schone verklaring” van de Belastingdienst kunnen overleggen.

Ook is er een overgangsregeling voor uitleners die tijdig toelating hebben aangevraagd, maar die bij de invoering van toelatingsplicht buiten hun schuld nog niet hebben verkregen.

Registratie BRP

Een heet hangijzer tijdens de behandeling was de inschrijving van arbeidsmigranten in de basisregistratie personen (BRP). Arbeidsmigranten uit de EU schrijven zich vaak in als niet-ingezetenen (RNI). Pas na vier maanden geldt de verplichting om zich in te schrijven in de BRP. Maar die inschrijving blijft vaak achterwege.

Dat heeft verschillende redenen. Migranten kennen de weg niet, durven het niet uit angst om rechten in het thuisland te verspelen of mogen het niet van hun verhuurder of (malafide) uitzendbureau. Ze weten soms ook niet welke nadelen er kleven aan het niet-ingeschreven staan. Wie werkloos raakt en niet als ingezetene is geregistreerd, heeft bijvoorbeeld geen recht op bijstand en kan zijn zorgverzekering verliezen.

Het aanjaagteam van Emile Roemer adviseerde in 2020 om juiste registratie van arbeidsmigranten onderdeel te maken van de certificering. Minister Van Hijum deed dat niet uit vrees een papieren tijger op te tuigen. “Dat kan altijd nog”, zei hij tijdens de behandeling van de WTTA. “Die mogelijkheid zit gewoon in de wet.”

In het wetsvoorstel is voor uitleners wel een zorgplicht opgenomen over correcte registratie van arbeidskrachten in de Basisregistratie Personen (BRP). Deze zorgplicht bestaat uit een bevorderings- en vergewisplicht, plus de optie om zo nodig een meldplicht in te voeren. Maar die zorgplicht was in het wetvoorstel niet gekoppeld aan de controles in het kader van de certificering.

Voor GL-PvdA en ChristenUnie ging dat niet ver genoeg. In een amendement pleitten zij ervoor de zorgplicht voor registratie in de BRP wel te koppelen aan het normenkader. Het voorstel werd aangenomen, dit tegen de zin van minister Van Hijum. Hij waarschuwde om het normenkader niet nog verder vol te hangen en de uitzenders nog verder te belasten.

Reactie ABU

In een eerste reactie noemde Tugba Karabulut, programmamanager marktregulering bij brancheorganisatie ABU, de aanname door de Tweede Kamer een mijlpaal. Maar ze had ook enkele bedenkingen. “Het zal duidelijk zijn dat wij niet blij zijn met sommige aanpassingen, zoals de sectorale uitzonderingen en de uitbreiding van het normenkader met een extra verplichting voor de registratie van arbeidsmigranten. Dit zijn aanpassingen die in de voorbereiding van het wetsvoorstel bewust niet zijn opgenomen, omdat ze het gelijke speelveld ondermijnen en ineffectief zijn. We zijn bovendien teleurgesteld dat in het wetsvoorstel expliciet is opgenomen dat een uitzendverbod tot de mogelijkheden behoort. We zullen dan ook blijven uitleggen waarom een uitzendverbod niets doet verdwijnen, behalve het draagvlak voor de Wtta.” 

Meer weten?

Experts praten je bij over het laatste Wet TTA nieuws (en hoe je je als ondernemer kunt voorbereiden op deze belangrijke verandering) tijdens de het FlexNieuws Top 100 live event op 20 mei.

 

Meer lezen:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | 1 Reactie

Van onderbuik naar onderbouwd: zo vind je de beste kandidaat

Bij Flextender helpen we organisaties elke dag de juiste mensen te vinden. Niet op onderbuikgevoel, maar op basis van data. Want data maakt zichtbaar wat gevoel soms vertroebelt. En goede keuzes beginnen met een realistisch beeld van de markt.

Inmiddels werken we met gegevens van ruim 45000 leveranciers en zzp’ers. Die data geven ons inzicht in wat een marktconform tarief is, hoelang het gemiddeld duurt om iemand met een bepaald profiel te vinden – en soms ook: of dat profiel überhaupt bestaat. Want ja, de zoektocht naar het ‘schaap met vijf poten’ komt nog altijd voor.

Onze consultants combineren deze data met hun ervaring. Vaak zien ze meteen of een aanvraag haalbaar is. Maar het helpt enorm om dat ook met cijfers te kunnen onderbouwen. Daarnaast laten we met onze data ook zien wat er binnen organisaties zelf gebeurt. Hoeveel externen worden er ingehuurd? Voor hoeveel uur, tegen welk tarief, en sluit dat aan bij het beleid? Steeds vaker zien we dat organisaties – vooral in de publieke sector – minder afhankelijk willen zijn van externe inhuur. Juist dan is het belangrijk om precies te weten waar je staat.

Vooruitkijken helpt

Datagedreven werken gaat niet alleen over terugkijken, maar ook over vooruitzien. In plaats van pas in actie te komen als de nood hoog is, maken we steeds vaker jaarplanningen met onze opdrachtgevers. Zo kunnen we vroegtijdig meedenken – en soms zelfs alvast beginnen met zoeken, nog vóór de druk toeneemt.

Soms betekent dat: laat dat wo-diploma los en kijk juist naar iemand met hbo-niveau en relevante ervaring. Of: verken in plaats van Noord-Holland de markt in Utrecht voor die specifieke IT’er.”

Onze data laat ook zien: snelheid telt. Zeker bij inhuuropdrachten is het cruciaal om kandidaten snel duidelijkheid te geven. Wordt iemand binnen twee dagen na sluiting van de termijn uitgenodigd voor een gesprek, dan is de kans groot dat hij of zij nog beschikbaar is. Wacht je vijf dagen? Dan is de meerderheid alweer weg.

Wat professionals echt belangrijk vinden

Een ander waardevol inzicht dat data biedt: wat de professional zelf zoekt. Flexibiliteit, hybride werken, inspirerende werkomgeving, minimale reistijd of gewoon een goed uurtarief. Met die kennis kun je je als opdrachtgever onderscheiden – misschien wel belangrijker dan ooit.

Onze kracht zit niet alleen in de cijfers, maar vooral in hoe we die vertalen naar de praktijk. De publieke sector heeft een eigen dynamiek en specifieke spelregels – en die kennen wij als geen ander. Omdat onze data precies is toegespitst op deze sector, kunnen we gericht en relevant adviseren.

Wanneer een overheidsorganisatie minder budget heeft om externen in te huren, is dat misschien niet direct in ons voordeel. Maar ook dan denken we graag mee in wat wél kan. Want we willen niet alleen de enige onafhankelijke MSP van Nederland zijn, maar vooral een échte kennispartner die aantoonbaar waarde toevoegt.

Want eerlijk is eerlijk: pas als je echt weet wat er speelt, kun je met vertrouwen vooruit. En daar helpen wij graag bij.


Hoe zou het met de MSP-spelers in België en Nederland gaan in deze tijd van transitie, technologische versnelling, en grote onzekerheid? Hoe ervaren zij de vele turbulenties in de arbeidsmarkt en de onvoorspelbare economie? Wat zijn de uitdagingen waarvoor zij staan en hoe spelen ze daarop in? Je leest het in dit zesde onderzoekrapport naar MSP-aanbieders in Nederland en België.

Geplaatst in Column, Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Verhoging minimumloon zet zzp-tarief rechtsvermoeden op 37 euro

32,24 euro. Dat bedrag stond ooit in de eerste conceptversie van de Wet VBAR. Wie als zelfstandige een uurtarief krijgt onder dat tarief, kan gemakkelijker rechten als werknemer opeisen. Dit is het rechtsvermoeden deel van de VBAR. Onder dat gedrag gaat een rechter ervan uit dat iemand werknemer is, tenzij de werkgevende (opdrachtgever) kan aantonen dat iemand toch echt als zelfstandige gezien moest worden. 

In een nieuwere conceptversie van de Wet VBAR staat omschreven dat het genoemde bedrag altijd naar boven toe wordt afgerond. Zo werd het 33 euro. 

Maar, zo staat in de memorie van toelichting beschreven, het bedrag groeit mee met het wettelijk minimumloon. Nu is dat minimumloon de afgelopen tijd best flink gestegen. Bij de oorspronkelijke berekening werd uitgegaan van het minimumloon op 1 juli 2023. Met het huidige minimumloon ligt de grens al op 36 euro. Op 1 juni 2025 gaat het wederom omhoog. Naar 14,40 per uur wel te verstaan. Wanneer we dat bedrag doorrekenen, dan komt het uurloon rechtsvermoeden op 37 euro per uur uit. 

Het kabinet wil graag dat de VBAR op 1 januari 2026 van kracht wordt. Dan zal ook het minimumloon weer hoger komen te liggen. Als het boven de 14,70 komt, dan gaat het uurtarief rechtsvermoeden naar de 38 euro.     

Uit onderzoek van “Karakteristieken en tarieven zzp’ers’ van SEO blijkt dat tarieven rond dit tarief het meest voorkomen.

Invoering onzeker

Overigens is de invoering van de VBAR nog geen gelopen koers. Over dit rechtsvermoeden deel is weinig politieke discussie, over het VBA deel (verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie) des te meer. De suggestie om de wet op te knippen zodat het rechtsvermoeden deel in ieder geval door kan gaan, wordt vooralsnog door minister Van Hijum genegeerd.  

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 10s Reacties