Waarom FNV Zelfstandigen blij is met het pensioenakkoord Geplaatst 20 juni 2019 door FNV Zelfstandigen ‘Het was megaspannend,’ vertelt An-Akh Zaldoc, die namens FNV Zelfstandigen lid is van het Ledenparlement van FNV. ‘De druk was zaterdag best heel groot. Want al was de uitslag van het referendum heel duidelijk en overtuigend, we hebben toch discussie moeten voeren met de tegenstanders. Juist omdat de uitslag zo duidelijk was, duurde die discussie heel kort. Het was een opluchting dat meer dan 76% van de leden voor heeft gestemd.’ An-Akh is heel enthousiast over de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering, vertelt hij: ‘Er komt eindelijk een aov met een acceptatieplicht en een premie die vergelijkbaar is met wat werknemers nu betalen voor een aov. Wanneer je nu als zzp’er een aov afsluit, betaal je 3 keer zoveel en dat wordt straks veel minder en betaalbaar voor elke zelfstandige. Daarnaast is in dit pensioenakkoord ook voor zelfstandigen geregeld dat ze vroeger met pensioen kunnen en dus -net als werknemers- eerder aow krijgen.’ Stuurgroep In de FNV is een stuurgroep geformeerd die gaat praten over de invulling van het pensioenakkoord. In die groep moet consensus zijn over elke vervolgstap die gezet wordt. Als FNV Zelfstandigen maken we daar natuurlijk ook deel van uit en praten en beslissen we mee. Met betrekking tot de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering komt er een groep, waarin de sector zelfstandigen vertegenwoordigd is. Er wordt niet vóór ons beslist, maar we gaan vanuit de sector zelfstandigen zélf meebeslissen. Dat geldt voor elk onderdeel, overal zitten we aan de knoppen.’ Meepraten We hebben als zelfstandigen best een grote stem, zegt An-Akh: ‘Zeker wanneer het om onderwerpen gaat die ons als zelfstandigen raken. We praten mee over de wetgeving, vanuit een centraal punt in de stuurgroep, maar ook via vertegenwoordigers van onze sector en vanuit de input die we van onze leden krijgen.’ Verplichte aov Minister Koolmees wil dat de plannen in 2020 verder uitgewerkt worden. An-Akh: ‘De commerciële verzekeraars hebben al gezegd dat ze geen mogelijkheid zien voor een verplichte aov. Dat moet dus een publiekrechtelijke- of een volksverzekering worden, die waarschijnlijk via het UWV gaat lopen. En natuurlijk gaan we het daarbij hebben over de opt-out regeling voor mensen die op een andere manier al voldoende kapitaal hebben geregeld waarmee ze eventuele arbeidsongeschiktheid kunnen dekken. Ik ben zelf lid van een broodfonds en heb 4 weken wachttijd voordat die gaat uitbetalen. Na twee jaar houdt de betaling bij ziekte voor mij op. En zo werken alle broodfondsen. Daarom zal een broodfonds nooit een vervanging zijn voor een aov voor langdurige arbeidsongeschiktheid. Hoe die kaders er precies uit gaan zien, weten we nog niet. Daar moeten we het over gaan hebben.’ Meer weten? Geplaatst in ZP en Politiek | Tags aov | 5s Reacties
Onderzoeksrapport ‘Candidate Experience en ZP’er’ gepresenteerd op HR Horizon Geplaatst 19 juni 2019 door ZiPredactie ZiPconomy deed in opdracht van Brainnet onderzoek naar ‘de candidate experience en de zelfstandige professional’. Tijdens HR Horizon gaf Hugo-Jan Ruts een workshop waarin hij de resultaten van het onderzoek toelichtte. Ook lag er voor de aanwezigen een exemplaar klaar van het rapport. Reden om beide thema’s (candidate experience en zp’er) aan elkaar te koppelen was voor ZiPconomy ten eerste de constatering dat alles wat relateert aan het ontwikkelen van een goed werkgeversmerk steeds meer in de aandacht staat onder invloed van schaarste op de arbeidsmarkt, toenemend belang van het aantrekken van de beste m/v voor de job, etc. en ten tweede de toenemende rol van ‘flex’ in de totale workforce. Om je totale workforce als werkgever/opdrachtgever te optimaliseren moet je zowel vast als flex optimaal kunnen inzetten. Dat kan alleen als je alle HR-tools en instrumenten (inclusief candidate experience) voor flex net zo goed inzet als voor vast. Candidate experience voor externen blijft achter Tijdens de workshop ging Hugo-Jan Ruts in op de voornaamste conclusies uit het onderzoek. Het belang van een goede candidate experience wordt door Nederlandse werkgevers/opdrachtgevers breed onderkend. Vrijwel alle (grote) organisaties zetten actief in op het optimaliseren van hun candidate experience, maar bij de uitwerking zijn ze vaak sterk gericht op de interne medewerker. Veel organisaties hebben een goed ingerichte experience voor kandidaten voor vaste functies; voor flex is de experience vaak nog veel meer ad hoc en minder uitgewerkt. Deze constatering werd door de zaal, voornamelijk gevuld door HR-professionals en verantwoordelijken voor inhuur, herkend. “Wij zijn ook erg gericht op de arbeidsmarkt voor vaste medewerkers”, zei een van de aanwezigen: “Ik denk dat we beter gebruik kunnen maken van zp’ers en dat we onze candidate experience meer kunnen richten op deze groep. Wat ons vooral tegenhoudt is tijd. Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Stap voor stap moeten we het oppakken.” Hugo-Jan Ruts Ruts ging in op een aantal voorbeelden van organisaties die al goed hebben nagedacht over het werkgeversverhaal richting zelfstandigen, waaronder Philips en Unilever. ‘Die laatste zet key deliverables bij een opdracht’, laat Ruts zien: ‘Dat is dus puur op de output gericht, en dat spreekt zp’ers aan.’ Websites van opdrachtgevers Op 17 van de 31 onderzochte werken bij-sites staat geen enkele vermelding over of voor zelfstandigen. Dat is niet slim. Je zet als organisatie al een grote stap als je de zelfstandige laat zien dat hij welkom is in je organisatie; soms zit dat eenvoudigweg in een heldere vermelding, die aantoont dat je als zelfstandige welkom bent en gewaardeerd wordt: ‘Als interim professional voeg je met jouw expertise en persoonlijkheid waarde toe aan ABN AMRO. Je werkt aan specialistische opdrachten die impact hebben op de organisatie en bent vanaf dag één onderdeel van het team.’ Ook een transparant proces, bijvoorbeeld zoals FrieslandCampina doet in de vorm van een heldere beschrijving (in stappen) van het proces, verbeteren de candidate experience. Sommige organisaties bieden zp’ers de kans om zich aan te melden voor een talent pool of om via de werken bij-site te reageren op een opdracht. Dat is een keuze, maar geen must. Als de organisatie die keuze maakt, moet van tevoren goed worden stilgestaan bij het belang om ook goed te kunnen opvolgen. Mensen die zich in een talent pool hebben ingeschreven en vervolgens nooit iets horen kunnen daardoor immers teleurgesteld raken. Rol van bureaus Wat een aantal organisaties goed doet op de werken bij-site, is een heldere vermelding van de MSP waarmee wordt samengewerkt, zodat kandidaten zich daar kunnen aanmelden. De rol van de leverancier kan ook worden versterkt door goed in gesprek te gaan met de MSP of leverancier, over de verwachtingen met betrekking tot het (gebruiken van het) opdrachtgeversmerk en de wijze waarop de cultuur van de opdrachtgever wordt uitgedragen. Het belangrijkste is een proactieve houding, adviseert Hugo-Jan Ruts de zaal: “Ga met je zp’ers in gesprek en vraag hen wat ze goed vinden aan de candidate experience en wat ze beter zouden willen. En doe eens een vlootschouw onder flex, net als je bij vast bent gewend. Stel jezelf de vraag welke zelfstandigen je nu in huis hebt, welke zelfstandigen je niet hebt maar wel zou willen hebben en wat het profiel is van de gewenste zp’ers in je organisatie. Zijn de zelfstandigen in jouw organisatie ‘near employees’ of mensen die echt als ondernemer willen worden aangesproken? Die vraag stellen is net zo belangrijk als hem beantwoorden, want zodra je een goed beeld hebt van je eigen zp’ers kun je van daaruit gaan werken aan de candidate experience.” Voor het onderzoek interviewde ZiPconomy opdrachtgevers (vooral grote corporates) en deskundigen geinterviewd, werd deskresearch gedaan en werd een groot aantal recruitment-sites vergeleken. De voornaamste tips aan opdrachtgevers die uit het onderzoek komen zijn: 1) Stel actief de vraag: welk type zp’er wil ik aantrekken en besteed veel aandacht aan het ‘kennen’ van uw zp’er (die verschilt per organisatie) 2) train uw eigen professionals die bij de werving betrokken zijn (een senior kandidaat wil bijvoorbeeld een spannend gesprek en geen oppervlakkig sollicitatiepraatje) 3) Optimaliseer het proces, wees transparant, zorg dat de stappen helder beschreven zijn en de kandidaat weet wat hij/zij kan verwachten 4) Benut feedback en benut data (met inzet van recruitment analytics; veel organisaties onderschatten het belang van goede feedback: wat vond de kandidaat van het wervingsproces, welke verbetersuggesties heeft hij?) Het rapport ‘De Candidate Experience en Zelfstandige Professionals’ is een uitgave van ZiPconomy in opdracht van Brainnet. U kunt hier een exemplaar bestellen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Brainnet, candidate-experience, HRHorizon, onderzoek | Laat een reactie achter
Ondernemers uiten zorgen in brief aan Koolmees over pensioendeal Geplaatst 18 juni 2019 door ZiPredactie Ondernemersorganisatie ONL voor Ondernemers, branchevereniging Bovib, ondernemerscollectief The Future Group en de Werkvereniging maken zich grote zorgen over het principeakkoord over de vernieuwing van het pensioenstelsel. Dat schrijven zij in een open brief aan Wouter Koolmees, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarin vinden zij onder andere de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zzp’ers een merkwaardig voorstel. Zeker voor in een pensioenakkoord. Dit hoort volgens hen uitsluitend over pensioenen te gaan. ZZP’ers niet gehoord Daarbij vinden zij dat zzp’ers niet gehoord zijn tijdens de onderhandelingen. Net als het MKB en de jongeren. Aan de onderhandelingstafel werden de 60-plussers het beste vertegenwoordigd waardoor zij vrezen dat de rekening uiteindelijk bij de ondernemers en de jongeren komt te liggen. ‘Wij willen een plek aan tafel,’ zegt ONL-voorzitter Hans Biesheuvel. ‘Veel ondernemers, zoals zzp’ers, praten niet mee. Zij moeten zelf kunnen kiezen hoe ze hun financiële vangnet willen inrichten. Hulp van de overheid is welkom, maar wij zijn tegen verplichten.’ Daarnaast vinden zij dat concrete maatregelen uitblijven. De uitwerking van positieve voorstellen, zoals het verlagen van de pensioenleeftijd voor mensen met een zwaar beroep, blijft uit. Wat is bv. een zwaar beroep? Er staan nog veel losse eindjes in dit principeakkoord. Zij geven daarbij de minister mee dat niet alleen de sociale partners, maar ook deskundigen mee kunnen denken bij de transitie. Een stuurgroep die uitsluitend bestaat uit een selecte groep van sociale partners, waarmee het kabinet het proces wil vervolgen, vinden zij niet gewenst. Petitie Werkvereniging is een petitie gestart tegen de verplichte AOV. ONL steunt dit initiatief. Al meer dan 16.000 zelfstandigen hebben de petitie ondertekend. De organisaties drukken de minister op het hart dat een verplichte AOV niet zal aansluiten bij de veranderende arbeidsmarkt. Het is volgens veel zelfstandigen wenselijk om sociale zekerheden te koppelen aan het individu en niet aan de contractvorm. Brief ONL voor Ondernemers -brief_minister_principeakkoord_pensioen_juni2019 Geplaatst in ZP en Politiek | Tags aov, bovib, Koolmees, onl, WerkVereniging | 2s Reacties
Vrije keuze om te onderhandelen? Geplaatst 18 juni 2019 door Peter Van den Bunder Vrije vogels of de vogelvrijen. De tijd van de stereotype beelden van zzp’ers is wel zo’n beetje voorbij. Tegelijkertijd blijven zzp’ers een beetje ‘een vreemde eend in de bijt’ die je niet makkelijk in een hokje stopt. Zzp’ers hebben werknemers- en ondernemerskenmerken – ze worden dan ook aan werkgevers- en werknemerszijde vertegenwoordigd bij de SER. En hun dubbele inborst maakt ze – tot nu toe – een lastige categorie om beleid voor te maken. Tot nu toe, want dat laatste kan veranderen door het Mededingingsbeleid aan te passen, zodat zzp’ers ook onbelemmerd collectief kunnen onderhandelen. De machtsverhoudingen zijn nu scheef. En dat raakt zelfstandigen in veel sectoren. Boeren, geconfronteerd met inkoopovermacht van grote supermarkten. Journalisten en fotografen die door concentratievorming een klein aantal grote uitgeefconcern tegenover zich zien. Fysiotherapeuten versus zorgverzekeraars. En niet zelden is het de overheid zelf, die zich als monopolist gedraagt tegenover zzp’ers, waardoor bijvoorbeeld tolken en vertalers in de knel komen. Natuurlijk moeten we daarbij nadenken over randvoorwaarden. We moeten consumenten beschermen tegen het samenspannen van zzp’ers en er mogen geen kartels ontstaan. Maar het is unfair om zzp’ers niet de mogelijkheid te bieden samen op te trekken tegen al te grote inkoopmacht van opdrachtgevers. Eerder noemde de SER de positie van werkenden in de culturele en creatieve sector zorgwekkend. Dat hangt samen hun zwakke onderhandelingspositie. Als zzp’ers zonder dreiging van kartelboetes collectief mogen onderhandelen, is dat een stap in de goede richting. Die vrijheid draagt bij aan een gelijk speelveld. En aan een meer volwaardige sociale dialoog voor zzp’ers. Laat zzp’ers dus vrij in hun keuze om zich te organiseren! (Deze column is eerder verschenen in het SER-magazine) Geplaatst in ZP en Politiek | Tags mededinging, tarief | Laat een reactie achter
WEC roept op tot sociale innovatie op ILO Conferentie Geplaatst 18 juni 2019 door Arthur Lubbers De huidige dynamische, onvoorspelbare arbeidsmarkt vraagt van mensen dat zij flexibel zijn, kunnen wisselen van werk en van contractvorm. Voor deze noodzakelijke transitie is meer sociale innovatie hard nodig, zo stelt de World Employment Confederation (WEC), de wereldwijde brancheorganisatie van bemiddelingsbureaus. “De arbeidsbemiddelingssector werkt al jaren aan het toekomstbestendig maken van verschillende vormen van werk. Maar dat kunnen we niet alleen. Voor eerlijk en fatsoenlijk werk moeten beleidsmakers de randvoorwaarden scheppen. En het is aan de International Labour Organization (ILO) om sociale partners en overheden bij elkaar te brengen om mensen te ondersteunen bij het aanpassen aan de veranderende arbeidsmarkt, ongeacht hun contractvorm”, zegt Annemarie Muntz (voorzitter van de WEC). Drie acties De WEC roept de ILO dan ook op haast te maken met sociale innovatie door de volgende drie acties te ondernemen: 1. Maak sociale innovatie onderdeel van het arbeidsmarktbeleid. Zoals in het manifest No future of work without social innovation is beschreven vraagt flexibilisering van arbeid om nieuwe sociale vangnetten. Sociale partners en beleidsmakers moeten meer samenwerken om innovatieve oplossingen te bedenken voor werk, scholing en sociale zekerheden. Jochem de Boer, global public affairs manager (WEC), zegt in een toelichting: “Doel van sociale innovatie is om mensen het vertrouwen te bieden om te wisselen van werk. Veel mensen willen meer dynamiek en regie in hun carrière. Maar de werkenden van nu zullen ook vaker in hun loopbaan confronteert worden met verandering: op het gebied van de benodigde skills, invulling van een baan of een sector die totaal verandert of misschien zelfs verdwijnt. Daar moet arbeidsmarktbeleid op worden afgestemd.” 2. De ILO Conventie 181 moet in meer landen worden geïmplementeerd. Dit biedt op internationaal niveau het kader voor private arbeidsbemiddeling en bescherming voor werkenden en werkzoekenden. “Deze combinatie is cruciaal voor het organiseren van verantwoorde arbeidsmarkttransities. Juist nu we weten dat wisselen van werk en contractvormen gaat toenemen, is een goed wettelijk kader voor arbeidsbemiddeling van fundamenteel belang. Dit kader geldt nu in 33 landen. Dat is te weinig. Wij roepen de ILO op om meer te doen om landen te stimuleren Conventie 181 te implementeren”, stelt De Boer. 3. Er moeten meer middelen en programma’s komen om effectieve publiek/private samenwerking te realiseren. Politiek en de marktsector moeten samen optrekken om mensen in staat te stellen om de transitie te maken op de veranderende arbeidsmarkt. De Boer: “Gelukkig gebeurt dit in Nederland al veelvuldig, denk aan het UWV dat samen met uitzendbureaus en de ABU specifieke samenwerkingen aangaat. Dat is hard nodig over de hele wereld; de publieke middelen moeten besteed worden aan de werkzoekenden die dit het hardst nodig hebben. Samenwerking tussen publieke en private arbeidsbemiddelaars versterkt de synergie en verbetert de dienstverlening aan werkenden in transitie.” Juist nu we weten dat wisselen van werk en contractvormen gaat toenemen, is een goed wettelijk kader voor arbeidsbemiddeling van fundamenteel belang. VN-organisatie ILO De International Labour Organization (ILO) is kort na WOI (in 1919) opgericht met als doel om wereldwijd te zorgen voor sociale vrede en rechtvaardigheid. In het streven naar goed arbeidsmarktbeleid en fatsoenlijke arbeidsstandaarden brengt de ILO sociale partners en overheden samen om tot gemeenschappelijke afspraken te komen. Bij de organisatie, die sinds 1946 onder de VN-vlag opereert, zijn 187 landen aangesloten, waaronder Nederland. ILO Conference De ILO Conference is de grootste bijeenkomst over werk wereldwijd. Meer dan 5.700 afgevaardigden – van werkgevers- en werknemersorganisaties en vertegenwoordigers van overheden – bezoeken momenteel de ILO Conference in Geneve, die van 10 tot en met 21 juni duurt. Wereldleiders als de Franse president Macron en de Duitse bondskanselier Angela Merkel spreken onder meer op deze internationale conferentie over de toekomst van werk. Verwacht wordt dat er aan het einde van de ILO Conference op 21 juni een gemeenschappelijke verklaring komt. De Boer ziet dit met spanning tegemoet. “Er wordt druk onderhandeld en overlegd. Er is natuurlijk veel verschil van inzicht, denk alleen al aan de discussie over arbeidsmarktplatformen in Nederland. Maar ik hoop dat ze eruit komen, dat geeft ook Nederland houvast om de eigen positie te bepalen in de nieuwe wereld van werk.” Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags sociale innovatie, WEC | Laat een reactie achter
Matthew Taylor: “Radicale hervormingen nodig om te komen tot nieuw sociaal evenwicht” Geplaatst 17 juni 2019 door Hugo-Jan Ruts Tijdens het OESO Forum deelde Matthew Taylor zijn uitgesproken ideeën over de maatschappelijke veranderingen die noodzakelijk zijn om het welzijn van toekomstige generaties te borgen. Het debat waarin Taylor het woord voerde werd ingeleid met ‘grootse woorden’: Verschuivingen in het politieke landschap, globalisering, digitalisering, klimaatverandering, vergrijzing en de snelheid waarmee deze trends zich ontwikkelen, testen de weerbaarheid van onze sociale structuur. Dat vraagt om een reflectie op hoe menselijke waarden, ethiek en aspiraties ons binden: In wat voor een samenleving willen we leven? We moeten komen tot een nieuw ‘societal contract’, luidde een van de conclusies van het debat: een maatschappelijk contract dat verder gaat dan het sociaal contract. Een contract waarbij niet alleen sociale rechten en verplichtingen zijn opgenomen, maar dat er ook voor zorgt dat milieu-, ethische en culturele dimensies meer prioriteit krijgen. Wat moet dan het evenwicht zijn van de gedeelde verantwoordelijkheden tussen alle spelers die zich inzetten voor een bloeiende samenleving, met inbegrip van regeringen, werkgevers, werknemers, het maatschappelijk middenveld en burgers? Hoe ziet – kortweg – het nieuwe maatschappelijke systeem van de 21ste eeuw eruit? Tot zover de setting waarin Matthew Taylor het woord voerde. Taylor is voorzitter van het Britse RSA (Royal Society for the encouragement of Arts, Manufactures and Commerce). Hij is ook auteur van een boeiende studie, in opdracht van de regering May, over de moderne arbeidsmarkt en de plek van bijvoorbeeld platformen daarin. Met als hoofdaanbeveling dat er vooral aandacht moet zijn voor de ‘kwaliteit van werk’ in plaats van sec werkgelegenheid. De ideeën die hij uitsprak, hadden de vorm van een soort mini-college, waarbij hij eerst een aantal grondbeginselen besprak: Individuen worden gemotiveerd door drie basisprincipes : autonomie (vrijheid), vakmanschap (expertise) en verbondenheid (waarden) Beleid werkt als drie dingen goed gaan: het ontwerp, de legitimiteit (eerlijk, dat mensen het snappen) en de implementatie. Organisaties die succesvol zijn, zijn dat vanwege het juiste leiderschap, gemeenschappelijkheid (visie, gedeelde waarden) en een cultuur waar mensen ruimte en vertrouwen krijgen, risico’s durven nemen. Creative communities with a cause, zoals Charles Leadbeater dat noemt. Wanneer je vervolgens kijkt naar hoe je veranderingen teweeg kunt brengen in de maatschappij, bij organisaties, en hoe je mensen kunt motiveren voor die verandering, dan kom je volgens Taylor op drie mogelijke strategieën: Vanuit gezag, hiërarchie: veranderingen afdwingen van autoriteit of expertise Vanuit solidariteit: gedeelde waarden, mensen die ergens bij horen Vanuit individualisme: maximale ruimte voor het individu Voor complexe maatschappelijke veranderingen is het nodig om de twee hierboven genoemde rijtjes van drie beginselen te combineren. Dit is zowel lastig als noodzakelijk. Lastig, vooral ook omdat de beginselen per punt al tegenstrijdig kunnen zijn, laat staan onderling. Individualisme anno 2019 De huidige tijd kenmerkt zich volgens Taylor door drie punten: De populariteit van het individualisme Het verlies van legitimiteit van autoriteiten, in de politiek, wetenschap, het maatschappelijk middenveld, waardoor ze in staat van verwarring verkeren Een afnemende solidariteit Lang is het antwoord van neoliberale leiders hierop geweest om de ruimte voor individuen en individuele bedrijven steeds groter te maken. Vanuit de gedachte dat toenemende economische groei die individuen gelukkig maakt en met het geld dat die groei oplevert, de nadelige effecten afgekocht kunnen worden. “Waar we nu mee zitten is een groot solidariteitstekort” stelt Taylor. Geen verbondenheid met een groter goed, opkomen voor eigen belangen in plaats van gedeelde belangen, geen bereidheid meer iets kwijt te raken ten faveure van een groter ideaal. Populisme, links of rechts, erkent en herkent dat solidariteitstekort nadrukkelijk, maar geeft er geen antwoord op. Aan de linkerkant van de politiek wordt de nadruk gelegd op economische ongelijkheid, de macht van het grootbedrijf. Aan de rechterkant op de natiestaat, het groepsgevoel, ergens bij willen horen. Omdat ze daarmee slechts de eisen van hun eigen achterban centraal stellen (ongelijkheid, nationalisme) geven ze geen antwoord op de bredere solidariteitswens. Er is meer nodig. Een nieuw sociaal evenwicht vraagt om het heruitvinden van solidariteit, op een manier die niet tegenstellingen uitvergroot, maar mensen bij elkaar brengt. Het vraagt om het herdefiniëren van de term individualisme. Om het bedenken van nieuwe modellen voor (zelf)ontplooiing, die verder gaan dan puur economische termen en consumentisme. Een totaal herontwerp van ons stelsel om te komen tot een nieuw sociaal evenwicht. Maar niet via een big-bang. Dat werkt volgens Taylor niet. Wel via experimenten, stap-voor-stap, en via een agile manier van organiseren: “What we have at the moment is a solidarity deficit. What we need is a new social equilibrium. To achieve this systemic change, we need to be agile and adaptive: Think like a system, act like an entrepreneur.” Taylor besloot zijn mini-college met de opmerking dat een OESO conferentie nog wel de minst logische plek was om dit soort veranderingen tot stand te brengen. Commissie Borstlap Daags nadat ik Taylor bij de OESO zag, zat ik met een aantal experts bij de Commissie Regulering van Werk. De commissie onder leiding van Hans Borstlap, die voor het eind van het jaar het kabinet moet adviseren of en hoe ons stelsel van wetgeving, sociale zekerheid en ons fiscaal stelsel aangepast moeten worden om klaar te zijn voor de arbeidsmarkt van morgen. Het bruggetje tussen de uitdaging waar die commissie voor staat en het verhaal van Taylor is snel gemaakt. Technologie, globalisering, Europa, demografie, individualisering roepen immers ook hier nieuwe vragen op. We weten dat organisaties niet meer voor lifetime employment kunnen of willen zorgen. De overheid ervaart zijn beperkingen in de maakbaarheid van de samenleving. Het sociaal stelsel kraakt, zowel qua structuur als qua financiën, en de arbeidswetgeving loopt achter op de werkelijkheid. Duurzame inzetbaarheid wordt meer een individuele verantwoordelijkheid, maar de bereidheid om aan scholing te doen daalt. De behoefte aan een vernieuwd stelsel dat antwoord geeft op deze trends én zorgt voor meer sociale cohesie, is begrijpelijk. Aan de commissie Borstlap de schone taak hier voorstellen voor te doen. De grootste uitdaging ligt mijns inziens niet eens zo zeer op de inhoud (daarover is veel meer overeenstemming dan soms lijkt) maar op twee andere punten, punten die juist Taylor noemt: Hoe zorg je voor voldoende legitimiteit (kunnen begrijpen), dat mensen zich verbonden voelen (gehoord voelen), hoe zorg je voor implementeerbaarheid (nadenken over slim ontwerp), dus hoe zorg je er op die manier voor dat je tegenstellingen overbrugt in plaats van vergroot? Solidariteit rond arbeidsongeschiktheid afdwingen met een verplichte verzekering en via een heel ander dossier lijkt me nu net niet hoe het moet. Naar verluid is de commissie Borstlap ook not-amused dat hier het gras voor haar voeten is weggemaaid. Hoe zorg je voor een nieuwe balans tussen individualiteit en collectiviteit, zonder de positieve verworvenheden van dat individualisme te niet te doen? Dat werkenden meer eigen verantwoordelijkheid (willen) nemen rond hun employability is een van de antwoorden op de wereld van morgen. Dat is geen argument om niet ook oog te hebben voor de scherpe randjes en nadelen van zo’n geïndividualiseerde arbeidsmarkt, maar het vraagt wel om een slim antwoord, zodat je het kind niet met het badwater weggooit. Te hopen is dat de politiek na het rapport de handschoen durft op te pakken (wat het na uitbrengen van het IBO zzp rapport niet heeft gegaan). Een open debat hierover dus en niet vanuit de schuttersputjes van de traditionele standpunten. Daar zijn we wel aan toe en het is nodig. Te hopen is bovendien, dat de politiek – in de wetenschap dat een ‘grand new design’ niet werkt – het lef heeft om de ruimte te scheppen voor experimenten. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags Commissie Borstlap, Taylor | 3s Reacties