Richting Freelancen – Op zoek naar jezelf en een freelance carrière (interview) Geplaatst 16 september 2014 door ZiPredactie Het boek Richting Freelancen, geschreven door Linda Poort, is sinds begin september verkrijgbaar. Dit inspirerende handboek is geschreven voor vrouwen die eraan denken te gaan freelancen, maar (nog) niet durven of niet precies weten hoe. Linda heeft het boek in eigen beheer uitgegeven. Ze is ook medeauteur van Het Freelancersalfabet, een boek dat in november uitkomt. Vertel eerst eens iets over het ontstaan van je boek Richting Freelancen “Vanaf april 2010 tot september 2012 schreef ik als redacteur artikelen voor De Wereld van IKKI, een carrièrewebsite voor hogeropgeleiden. Toen die website op 1 juli 2013 stilletjes gesloten werd, besloot ik mijn artikelen nieuw leven in te blazen”. Linda had echter meer dan 500 artikelen geschreven, dus er kwam wel wat voorwerk aan te pas. “Mijn focus lag het laatste jaar bij IKKI vooral op freelance, dus het was duidelijk dat ik die doelgroep als uitgangspunt zou nemen. Ik wilde echter niet simpelweg een stapel onafhankelijke blogs aanbieden. Dat leest niet lekker. Als lezer wil je meegenomen worden in een verhaal. Er moet structuur zijn, een duidelijk begin en einde, een doel, een reden waarom je het boek leest. Het bleek dat mijn artikelen vol stonden met tips voor startende freelancers die op zoek zijn naar zichzelf en een freelance carrière, dus de keuze om een handboek te schrijven, was snel gemaakt.” Als lezer wil je meegenomen worden in een verhaal De eerste reden van Linda om een boek uit te geven, was dus om te voorkomen dat al haar 500+ artikelen onzichtbaar zouden verdwijnen en zoals ze zegt: “Als een soort ode aan IKKI freelance”. Als tweede reden noemt ze vervolgens haar onderzoekende houding. “Ik probeer graag nieuwe dingen uit, gewoon om te zien hoe het me bevalt. Natuurlijk heb ik mezelf afgevraagd: ‘Is er nog wel plek op de markt voor mijn boek’, maar ik besloot al snel dat het me niet uitmaakte of het antwoord ‘Nee’ zou zijn. Inmiddels weet ik dat er nog voldoende ruimte is, er komen elk jaar weer nieuwe freelancers bij. Daarnaast biedt Richting Freelancen zoveel praktische tips en inspiratievolle bronnen, dat mijn handboek anders is dan alle andere boeken. Bovendien bieden de stukken fictie net dat beetje extra, de edge die je in huidige boekenmarkt nodig hebt. Heb je er daarom voor gekozen om stukken fictie op te nemen in je boek? “Storytelling is een krachtig middel om je boodschap duidelijker over te brengen, dat stip ik ook kort aan in Richting Freelancen. Maar het leek me vooral heel erg leuk. In de stukken fictie na elk hoofdstuk gaat Lyra op reis om te ontdekken wat ze wil met haar werkende leven, waarbij ze in de proloog al besluit om het pad richting freelancen te volgen. Als lezer leef je mee met het avontuurlijke verhaal en krijg je de tijd om wat je net geleerd hebt even in een andere context te zien. Het verhaal van Lyra beschrijft namelijk op een humoristische wijze wat er in het voorgaande hoofdstuk aan bod is gekomen.” De reis van Lyra is geschreven door een vriendin van Linda, in het dagelijks leven lerares op een basisschool. “Het is duidelijk dat het schrijven van fictie niet mijn sterkste kant is. Ik schrijf kort en krachtig en to the point in jip-en-janneketaal, terwijl goede fictie juist om uitgebreide verhaallijnen vraagt. Maar dat is niet erg, als freelancer moet je flexibel zijn, weten wat je wel en niet kunt en goed kunnen samenwerken.” Waarom heb je ervoor gekozen om je boek in eigen beheer uit te geven? “Eerlijk gezegd heb ik daar geen seconde over nagedacht. Zo moest het gewoon zijn. Ik ben graag onafhankelijk en had absoluut geen zin in de lange weg die je moet bewandelen om je boek bij een uitgeverij onder te brengen. Daarbij had ik al zo vaak gehoord dat uitgeverijen tegenwoordig niet meer zoveel voor je doen en zulke lange lijnen hebben, dat ik dacht dat ik het net zo goed zelf kon doen.” Bij de vraag of dat uiteindelijk ook zo bleek te zijn, geeft Linda een volmondig ja als antwoord, maar wel voegt ze eraan toe: “Het is jammer dat auteurs die worden uitgegeven bij een traditionele uitgeverij nog steeds hoger in aanzien staan dan schrijvers die zelf een boek uitgeven. Okee, de inhoud van een in eigen beheer uitgegeven boek is in principe niet gewaarborgd, maar als die inhoud goed blijkt te zijn, dan verdient een self-publishing schrijver eigenlijk juist meer waardering. Je wilt niet weten wat er allemaal bij komt kijken.” Als freelancer moet je flexibel zijn, weten wat je wel en niet kunt en goed kunnen samenwerken Toch is de derde reden van Linda om haar boek uit te geven de waardering die erbij komt kijken. “Let’s be honest, een boek uitgeven staat goed op je CV. En als zelfstandige heb je een goed CV nodig. Je solliciteert niet elke paar jaar op een nieuwe baan, je solliciteert elke paar maanden of zelfs weken op een nieuwe opdracht. Daarbij, mijn sterke punten zijn het schrijven van non-fictie en redigeren, structuur aanbrengen in teksten. Sales is, net als het schrijven van fictie, niet mijn sterkste kant. Mijn boek is nu onderdeel van mijn portfolio, een belangrijk stuk bagage in de koffer van een freelancer.” Op de vraag of dit boek slechts het begin is van een carrière als schrijfster, heeft Linda geen direct antwoord. “Behalve mijn medewerking aan Het Freelancersalfabet? Wie weet schrijf ik in de toekomst nog eens een boek over mijn verblijf in Macedonië, maar ik ga me nu eerst maar eens richten op betaalde opdrachten. Ik ben nu rijk in ervaringen, maar er moet ook brood op de plank komen.” Het boek Richting Freelancen is te koop op deze website en is ook verkrijgbaar als ebook. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags ondernemerschap, zipper | Laat een reactie achter
De werkgever als opdrachtgever: Roger Muys (PostNL) herdefinieert goed werkgeverschap. Geplaatst 15 september 2014 door ZiPredactie Roger Muys, HR-directeur van PostNL voorspelt het einde van het traditionele arbeidscontract. In een analyse in Management Scope betoogt hij een verregaande innovatie van arbeidsverhoudingen en de professionalisering van de omgang met flexibele arbeidskrachten. “Lenigheid, verandervermogen en flexibiliteit” zijn volgens Muys sleutelwoorden die een succesvolle relatie tussen werknemers en werkgevers in de huidige markt bepalen. In een veranderende tijd waarin zestigers langer doorwerken en Nederland bijna één miljoen zelfstandigen telt, is het van belang dat arbeidsverhoudingen opnieuw worden vormgegeven. Het vaste werknemerschap zal hierbij steeds vaker plaatsmaken voor de tijdelijke arbeidsovereenkomst. Muys ziet dat de matching tussen vraag en aanbod steeds complexer wordt. Goed opdrachtgeverschap Dit vraagt ook om een herdefiniëring van het begrip “’goed werkgeverschap”, stelt Muys. Aandacht voor de innovatie van arbeidsverhoudingen is er volgens hem in Nederland nog te weinig. Te vaak wordt goed werkgeverschap nog geassocieerd met “de beste werkgever”. In het huidige landschap vervult de werkgever echter steeds vaker de rol van opdrachtgever. De flexibilisering van arbeidsrelaties is terug te zien in een toename van juridisch lossere arbeidsvormen, door de inhuur van zelfstandigen, uitzendkrachten of seizoensmedewerkers. Van beide kanten neemt deze vraag naar flexibele arbeid toe. Vernieuwende en krimpende organisaties doen vaker beroep op de flexibele inzet van het arbeidspotentieel, waarbij met een minimale vaste kern wordt gewerkt. Voor de ‘klassieke’ werknemer zorgt een veranderende maatschappij voor een toenemende vraag naar wisselende inzetbaarheid. Muys noemt hier het overhevelen van zorgtaken van de overheid naar de burger als potentiële aanjager. Ook bij flex investeren in arbeidsrelatie en betrokkenheid Muys betoogt dat organisaties met name op sociaal gebied nog een “een flinke inhaalslag” moeten maken in hun visie op goed werkgeverschap. Hoe gaan werkgevers en werknemers om met vraagstukken rondom inkomenszekerheid, nu vaste contracten plaatsmaken voor flexibele en tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Volgens Muys ligt hier voor werkgevers een nieuwe uitdaging: wat kun zij aan hun personeelsbestand bieden, zodat mensen een normaal en duurzaam inkomen verwerven? Een goed antwoord op deze vraag komt wederom van twee kanten: “Werkenden zullen zich de komende jaren geleidelijk bewuster worden van afnemende zekerheid die bij klassieke arbeidsverhoudingen hoort. De werkgever zal bij het invullen van de behoefte aan resources steeds meer rekening moeten houden met gedeeltelijke beschikbaarheid van mensen.” Werkgevers moeten er tot slot voor waken naast goede arbeidsvoorwaarden ook het opdrachtgeverschap te faciliteren. Muys pleit ervoor ook bij tijdelijke werknemers te blijven investeren in goede arbeidsrelaties en betrokkenheid. “Als tijdelijkheid de standaard wordt, zal er een sterkere differentiatie ontstaan in investeringen in opleidingen en ontwikkeltrajecten: enerzijds functie-gebonden opleidingen en anderzijds employability-gerichte opleidingen. Goed werkgeverschap wordt een kwestie zowel van aantrekkelijk werkgeverschap als goed opdrachtgeverschap.” Lees het volledige artikel van Roger Muys op Management Scope. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags flexibel organiseren, goed opdrachtgeverschap, HR, organisatie ontwikkeling | Laat een reactie achter
De ondertussenheid Geplaatst 15 september 2014 door Bas van de Haterd Afgelopen week werd de trendrede voorgelezen. De jaarlijkse positieve kijk op de toekomst. Positief, maar met veel nuances en valkuilen. De tegenhanger van de troonrede. Er zit namelijk visie in. Het mooiste woord dat ik erin hoorde was de ondertussenheid. We zitten in een transitie. Sommige mensen noemen het een crisis. Een crisis kom je echter te boven en dan ga je door als vanouds. Na deze periode zal niets hetzelfde zijn. Het is dus een transitie. Een verschuiving van macht (van west naar oost zegt men wel). Maar ook een verschuiving van macht van instituten naar het individu. Van anonieme organisaties naar kleine coöperaties. Dat is wat we nu meemaken. Een periode waarin steeds meer mensen weten dat het oude niet meer stand gaat houden, maar dat we nog niet weten hoe het nieuwe er precies uit gaat zien. Daarom zitten we nu in de ondertussenheid. (meer…) Geplaatst in Visie | 1 Reactie
Wet Werk en Zekerheid werkt averechts. Geen vaste banen; meer verloop in flexibele schil. Geplaatst 12 september 2014 door ZiPredactie De Wet Werk en Zekerheid (WWZ) heeft tot doel flexibele arbeidskrachten meer zekerheid moeten krijgen over hun baan. HR-professionals verwachten niet dat dit ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Slechts een op de twaalf HR-professionals (8%) verwacht dat hun organisaties meer flexkrachten in vaste dienst gaat nemen. Ruim een op de drie HR-professionals (36%) verwacht bovendien meer verloop in flexibele arbeidskrachten door wijzigingen in de WWZ. Een op de acht HR-professionals denkt zelfs dat vaste contracten sneller worden beëindigd. Dat blijkt uit de ‘HR-Trends 2014-2015’, een jaarlijks onderzoek van HR- en salarisdienstverlener ADP Nederland, organisatieadviesbureau Berenschot en Performa Uitgeverij onder ruim 700 Nederlandse HR-professionals. “De Wet Werk en Zekerheid moet werkgevers stimuleren om flexwerkers eerder een vast arbeidscontract aan te bieden, maar bedrijven nemen juist maatregelen die leiden tot een sneller personeelsverloop binnen de flexibele schil. De Wet heeft daarmee een tegenstrijdig effect,” stelt Dik van Leeuwerden van ADP. 42% heeft geen flex-beleid Hoewel bedrijven verwachten dat het personeelsverloop onder flexibele arbeidskrachten toeneemt, zegt ruim vier op de tien HR-professionals (42%) geen beleid te hebben dat gericht is op de inzet van flexibele arbeidskrachten. Hierbij gaat het om richtlijnen die betrekking hebben op het selecteren, opleiden en ontwikkelen van personeel. Maar ook beleid rond evaluatie- en exitgesprekken of het structureel onderhouden van contacten ontbreekt vaak. Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags flexschil | 2s Reacties
“Fuck you money”. Goed opdrachtgeverschap en de pragmatische ZZP’er. Geplaatst 11 september 2014 door ZiPredactie Goed Opdrachtgeverschap: het zorgen voor de juiste randvoorwaarden waardoor de samenwerking met een interim professionals optimaal wordt. Wat vinden ZiP’ers zelf van ‘Goed Opdrachtgeverschap’ , wat ervaren ze? ZiPconomy laat elke week een zelfstandig interim professional aan het woord over dit thema. Deze aflevering Jan Maarten Fernig, een informatie-analist die graag resultaten boekt en in het ondernemerschap zijn vak terug vond. Wanneer is een opdrachtgever voor jou een Goede Opdrachtgever? “Als hij goed weet wat hij wil. En in de informatieanalyse kom je nog wel eens anders tegen.” Jan Maarten werkt meestal in een team van ICT’ers aan een verandering van een systeem. In de grote organisaties waar hij werkt, zijn vaak meerdere afdelingen betrokken die elk hun eigen belangen en invalshoeken hebben. Dat kan onduidelijkheden opleveren over het gewenste resultaat. Soms verandert de koers of wordt een project zelfs afgeblazen. Dat laatste overkwam hem jaren geleden bij een opdrachtgever in de financiële sector. “Dat project was zo groot dat niemand meer overzicht had. We wisten allemaal dat de gestelde deadlines niet gehaald konden worden, maar dat mocht niet hardop uitgesproken worden.” Na 1,5 jaar werd het project stopgezet. Jan Maarten was een half jaar eerder al gestopt. “Als je het geld hard nodig hebt, stop je minder snel” Hoe ga je om met die onduidelijkheid in een opdracht? “Je lacht erom. Je laat het van je afrollen. Het is een grote soap waar je in zit.” In die chaos probeer je toch bepaalde resultaten te boeken waarvan je weet dat die de tand des tijds zullen doorstaan. Het is ook interessant om eens te zien hoe het er in sommige bedrijven aan toe gaat. Onthutsend. Maar het verdiende goed. Goed Opdrachtgeverschap is ook dat ze op tijd betalen. Dat deed deze wel.” Het raakt Jan Maarten niet persoonlijk. Als externe is dat volgens hem makkelijker dan voor vaste medewerkers. Voordat hij ging ondernemen maakte hij in vaste dienst ook lastige projecten mee. “Ik voelde me toen veel meer onderdeel ervan. Dat was verschrikkelijk. Ik kon mijn werk niet goed meer doen en dacht: ik wil mijn vak terug.” Als zelfstandige kan hij zijn vak wel uitoefenen. Daarom zette hij in 2007 de stap om als zelfstandige aan de slag te gaan. “En als het echt te gek wordt, kan ik zeggen: beste heren, het was me een genoegen maar tot hier en niet verder.” Wanneer besluit je om te stoppen met een opdracht? “Als ik niet verder kan.” Zoals bij het eerder genoemde project in de financiële sector. “Ik had alles gedaan wat ik kon doen en moest voortdurend wachten op de rest van het project.” De opdrachtgever wilde graag dat hij bleef. Jan Maarten stopte toch. “Het was in 2008. Je had toen zo een nieuwe opdracht. Als je het geld hard nodig hebt, stop je minder snel.” Jan Maarten vertelt over het begrip Fuck you money, dat in die tijd onder externen bestond. “Fuck you money betekent dat je zo goed in de slappe was zit, dat je tegen een opdrachtgever kunt denken -want je zegt het natuurlijk niet hardop-: Fuck you, met je opdracht. Ik heb het niet nodig, ik vind de opdracht niet interessant en ik doe het dus niet.” “ICT is niet zo’n warme omgeving” Hoe komt een Goede Opdrachtgever met jou in contact? “Vroeger kreeg ik mijn opdrachten via grote intermediairs. Nu zijn er steeds meer organisaties die zelf een digitaal loket openen waar zzp’ers aanbiedingen kunnen doen. ”Dat werkt een stuk prettiger. De tarieven zijn beter en je kunt rechtstreeks afspraken maken met de opdrachtgever.” Bij NS werkte het ook zo en kon hij meteen aan de slag; logingegevens en toegangspasjes waren allemaal geregeld. Toch gaat het niet altijd zo voorspoedig. Bij een opdrachtgever in -wederom- de financiële sector liep het anders. “Ik was al geselecteerd en zelfs al gestart bij de opdrachtgever, toen ik de algemene voorwaarden voorgelegd kreeg. Daarin stond dat ik ieder kwartaal een accountantsverklaring zou moeten aanleveren van mijn aangifte omzetbelasting. Dat ging me te ver. Ze kiezen ervoor een zelfstandige in te huren, maar vervolgens bemoeien ze zich wel met je bedrijfsvoering.” Het was voor hem reden om de klus alsnog niet aan te nemen. “Er werkten daar toen veel externen dus die ondertekenen het blijkbaar allemaal. Bizar dat veel concullega’s dat slikken.” Hoe merk je dat een opdrachtgever je waardeert? “ICT is niet zo’n warme omgeving. Waardering wordt minder snel uitgesproken. Dat ben ik gewend.” Toch merkt hij tijdens het werk wel dat zijn resultaten gewaardeerd worden. Ook is hij een keer gevraagd voor een opdracht die voortbouwde op een project waar hij eerder aan had gewerkt. “Blijkbaar vonden ze dat goed. En bij de Belastingdienst draaien bijvoorbeeld nog rekenhulpen die ik jaren geleden ontworpen heb.” Bij diezelfde Belastingdienst heeft Jan Maarten destijds een masterclass gevolgd. “Die werd georganiseerd voor de afdeling waar ik werkte en externen waren ook welkom. Het leek me interessant, dus ik heb me ingeschreven.” Ook dat vindt hij een mooi voorbeeld van Goed Opdrachtgeverschap. (Wil je laten weten wat jij vindt van Goed Opdrachtgeverschap? Doe dan mee aan het onderzoek daarover van de Univ Tilburg. Zie deze pagina voor meer informatie en een korte vragenlijst) Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags goed opdrachtgeverschap, serie | Laat een reactie achter
Arjan van den Born: “Goed opdrachtgeverschap is net een stapje meer zetten dan waar je toe verplicht bent” Geplaatst 10 september 2014 door ZiPredactie Er is nog veel onbekend over goed opdrachtgeverschap, meent hoogleraar Ondernemerschap aan de Tilburg University Arjan van den Born. In samenwerking met ZiPconomy start hij een onderzoek naar hoe goed opdrachtgeverschap de prestatie van ZZP’ers kan beïnvloeden. ‘Bedrijven moeten investeren in ZZP’ers, en zich realiseren dat elke ZZP’er anders is.’ Voorbeelden van slecht opdrachtgeverschap zijn er genoeg. Van den Born somt op: midden in de opdracht de betaling stoppen omdat ‘het potje leeg is’, ZZP’ers al inhuren voor projecten die nog totaal niet goed geregeld zijn, ‘inkoop’ van interimmers op haast dezelfde manier waarop je een doos pennen zou inkopen. Containerbegrip Maar wat is dan goed opdrachtgeverschap? “Dat is echt een containerbegrip”, stelt Van den Born. “Ons onderzoek moet daar meer handen en voeten aan geven.” Naar goed werkgeverschap, over hoe werkgevers het beste met hun werknemers om moeten gaan, is veel onderzoek gedaan. Over goed opdrachtgeverschap, hoe opdrachtgevers het beste met ZZP’ers om moeten gaan, is nog veel onbekend. Van den Born gaat samen met ZiPconomy een onderzoek uitvoeren naar wat de elementen zijn van goed opdrachtgeverschap, en hoe deze de prestatie van de ZZP’er beïnvloeden. “Het onderzoek gaat deze week van start, en er wordt nog gezocht naar meer bedrijven en ZZP’ers die willen deelnemen. Iedereen die meewerkt krijgt uiteindelijk een rapportje, met zijn eigen resultaten in vergelijking met het gemiddelde.” Begin november worden de eerste resultaten verwacht. Hoe denkt Van den Born zelf over goed opdrachtgeverschap? “In het algemeen gaat het om net een stapje meer zetten dan waar je verplicht toe bent. En er vallen natuurlijk veel verschillende elementen onder.” Van belang is allereerst het tarief. “Ik sprak laatst een toneelknecht die 9 euro per uur verdiende als zelfstandige. Dat is natuurlijk belachelijk. Het tarief moet in elk geval zodanig zijn dat je er als zelfstandige geld van opzij kan leggen voor verzekeringen en pensioen.” Maar, op tarief moet je je volgens de hoogleraar zeker niet blindstaren. “Je moet elkaar wat gunnen”, stelt Van den Born. Bij afdelingen inkoop bij grote bedrijven gebeurt volgens hem echter vaak het omgekeerde. “Vanaf het jaar 2000 heeft inkoop steeds meer macht gekregen. Zij konden tarieven voor externen naar beneden brengen, en ontwikkelden gestandaardiseerde procedures. Duidelijk, dat wel. Maar tarief is niet het enige dat interessant is. Opdrachtgever en ZZP’er moeten ook een prettige relatie met elkaar kunnen opbouwen.” Standaard inkoopprocedure werkt innovatie tegen De inkoopprocedures bij grote bedrijven zijn volgens Van den Born gericht op minimale risico’s, wat leidt tot een gebrek aan maatwerk. “Om risico’s te vermijden huren ze alleen mensen in die al jarenlang ervaring hebben binnen dat werk. Terwijl ze beter zouden kunnen kijken naar motivatie. Iemand die minder ervaring heeft, maar enorm gemotiveerd is om het werk te doen, kan meer innovatie brengen dan iemand die het al jarenlang doet.” En dat terwijl bedrijven juist vaak externen inhuren om innovatie in hun organisatie te brengen, meent Van den Born. “Wanneer je externen inhuurt voor normale taken, als extra mankracht, dan is het niet zo’n probleem. Maar als een organisatie externen inhuurt voor innovatie, dan is een hoog niveau van engagement nodig. Je wil dat degene die je inhuurt zijn kennis deelt.” Dat engagement bereik je volgens hem niet wanneer de opdracht door de inkoopafdeling alleen ‘transactioneel’ geregeld wordt. “Als de opdrachtgever voor een dubbeltje op de eerste rij wil zitten, en niet investeert in een fijne relatie met de ZZP’er, dan is zo’n opdracht ‘puur transactioneel’. Als je niet in een ZZP’er investeert, dan zal hij ook niet in jou investeren. Dus dan zal hij zijn kennis niet graag met je delen, wat innovatie in de organisatie natuurlijk niet te goede komt.” Loyaliteit niet verwarren met retentie Maar waarom zou je als opdrachtgever investeren in een ZZP’er, die toch een paar maanden later weer weg is? Volgens Van den Born betekent het feit dat een ZZP’er de organisatie weer verlaat niet dat hij niet loyaal is. “Opdrachtgevers verwarren loyaliteit met retentie”, vindt hij. Een voorbeeld: “Stel, ik heb jaren een Volkswagen gereden, en ik ben er enorm tevreden over. Op een gegeven moment verdien ik veel geld, en ga ik een BMW rijden. Dat betekent niet dat ik niet loyaal ben aan Volkswagen. Want als mijn neefje 18 wordt zal ik hem zeker een Volkswagen aanbevelen, omdat ik daar zo’n goede ervaringen mee had. Het kan ook zo zijn dat ik al jaren een Volkswagen rijdt, maar er totaal niet tevreden mee ben. Ik heb alleen geen geld om een andere auto te kopen. Dat is retentie, geen loyaliteit.” Met andere woorden, het is voor bedrijven juist heel belangrijk om te investeren in een ZZP’er, en hem daardoor loyaal te maken. Zelfstandigen hebben over het algemeen een groot netwerk, en daardoor komt er altijd wel weer iets bij je terug. Een organisatie heeft er dus volgens Van den Born meer aan om te investeren in een gemotiveerde ZZP’er, dan in een ingeslapen medewerker die misschien helemaal niet loyaal is, maar alleen geen nieuwe stap wil of durft te zetten. “En wat opdrachtgevers ook vaak vergeten, is dat het voor een ZZP’er heel belangrijk is of een project slaagt of niet. Zij nemen dat mee in hun portefeuille, hun carrière kan ervan afhankelijk zijn. Vaste medewerkers hebben dat vaak iets minder. Die denken eerder ‘tja, het ene project lukt wel en het andere niet’.” ZZP’ers komen in verschillende soorten en maten Het belangrijkste dat opdrachtgevers zich volgens Van den Born moeten realiseren, is dat er verschillende soorten ZZP’ers bestaan. Dat begint zoals hierboven gezegd al bij de inhuur, maar loopt ook door binnen de opdracht, en zelfs erna. “Sommige ZZP’ers zullen het fijn vinden om na de opdracht bij de organisatie betrokken te blijven. Anderen misschien juist niet. ABN AMRO is daar bijvoorbeeld wel mee bezig, die kijken of ze een alumni-platform kunnen oprichten.” Sommige bedrijven denken volgens de hoogleraar wel na over goed opdrachtgeverschap, alleen komen de initiatieven daarvoor niet altijd overeen met wat ZZP’ers graag willen. “Veel bedrijven stellen hun interne opleidingen bijvoorbeeld ook open voor externen. Dat is zeker goed, maar niet essentieel in goed opdrachtgeverschap denk ik. Veel belangrijker is het om talent te zien en een kans te geven.” Ook kunnen bedrijven volgens hem bij het inhuren van externen meer denken in teams. “Dus niet: ik wil vanwege hun expertise Jantje hebben, en Pietje en Janneke. Maar kijken naar wat voor team je wil samenstellen: op basis van expertise én talent.” Wat kan ZZP’er zelf doen? Wat organisaties anders kunnen aanpakken is duidelijk, maar zelfstandigen hebben ook zelf een aandeel in goed opdrachtgeverschap, benadrukt Van den Born. “Veel ZZP’ers denken al snel, ‘klinkt interessant’, en springen dan in het diepe.” Dat kan goed uitpakken, maar ook juist niet. “Het loont om beter door te vragen naar jouw rol in een opdracht, zodat je ook echt weet of die opdracht bij jou past. Ook worden contracten vaak niet goed gelezen, waardoor je achteraf met dingen als een concurrentiebeding of intellectueel eigendom in de knoei komt.” Volgens Van den Born hoeft een ZZP’er zich niet afhankelijk op te stellen en alleen maar ‘ja en amen’ te zeggen. “Duidelijk zijn in wat je ambities zijn, en pro-actief samen de opdracht vormgeven.” Maar zelfs als ZZP’ers dat allemaal doen bestaan er nog veel voorbeelden van slecht opdrachtgeverschap, waar je als zelfstandige weinig aan kunt doen. In je eentje een rechtszaak beginnen tegen een groot bedrijf is vaak niet haalbaar. En naming en shaming is ook geen fijne optie omdat je dan een opdrachtgever kwijtraakt, die je misschien liever niet kwijt wil. Onderzoek Reden te meer om eens uitgebreid onderzoek te doen naar goed opdrachtgeverschap, en ook wat het organisaties kan opleveren als ze een ‘goede opdrachtgever’ zijn. Zou ‘slecht opdrachtgeverschap’ zo uit te bannen zijn? Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags goed opdrachtgeverschap, interview | Laat een reactie achter