Geef bemiddelingsbureau exclusiviteit bij invullen interim opdracht. Beter resultaat en een stuk goedkoper! Geplaatst 30 juni 2011 door Hugo-Jan Ruts Zo ongeveer 40% van alle interim opdrachten wordt ingevuld via een van de vele bemiddelingsbureaus die Nederland rijk is. Het is al weer even geleden, maar toen ik zelf nog bij een bemiddelingsbureau werkte, had je nog wel eens een ‘exclusieve’ opdracht. Jij was het enige bureau dat de opdracht had om een interimmer te zoeken. Vaak omdat je al een goede relatie had met de opdrachtgever, vaak ook omdat ingezien werd dat het inzetten van meerdere bureaus feitelijk niet heel veel meer waarde heeft. Immers: bureaus vissen in dezelfde vijver. Een gespecialiseerde interimmer met een bepaalde expertise en branchekennis staat bij alle relevante bureaus ingeschreven. Nu goed, ‘das war eimal’. Tegenwoordig is het eerder regel dan uitzondering om een opdracht bij 4-5 bureaus uit te zetten. Risico spreiding, lagere kwaliteit en duurder Die bureaus gaan als een gek rennen. Snelheid is noodzaak. Immers vaak is het ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Niet de beste beschikbare interimmer krijgt de opdracht, maar de snelst gevonden geschikte interimmer. Het ontbreken van exclusiviteit in combinatie met het gehanteerde ‘no cure, no pay’ principe veroorzaakt dat een consultant van een bureau zijn aandacht moet verdelen over meerdere opdrachten, over meerdere kansen. De consultant doet dus aan risico spreiding, dat kan haast niet anders. Spreiding van aandacht verlaagt wel de kwaliteit van de zoektocht naar de beste interimmer voor de opdracht. De gewenste snelheid kan ook zorgen voor een hogere prijs per uur, immers er wordt onvoldoende gezocht naar een gelijkwaardige, maar goedkopere oplossing. Partnership met bureau zorgt voor lagere kosten Het inzetten van meerdere bureaus voor eenzelfde opdracht kan leiden tot een lager tarief, omdat er een groter gevoel van concurrentie is. Maar die prijsdruk, daar kan een enkel bureau ook voor zorgen. Als daar goed op gestuurd wordt, met inzicht in hun business model en met begrip voor de belangen van het bureau. Wanneer je als opdrachtgever meerdere bureaus inzet, dan lijdt dat tot een hogere marge dat het bureau in rekening brengt. Het gemiddelde tarief van bureaus dat ze inhouden per gewerkt uur van de interimmer die via hun geleverd is, ligt op zo’n 25% (al staat dat behoorlijk onder druk). Een te hoog tarief, vinden veel interimmers en opdrachtgevers. Maar die bureaus moeten ook ergens van ‘leven’. Wanneer opdrachten steeds bij 4-5 bureaus worden uitgezet, daalt de slagingskans per opdracht van een bureau fors. Vanwege de ‘no cure, no pay’ constructie moeten de kosten van het bureau wel op die ene wel gescoorde opdracht worden afgewenteld. Ze kunnen dus haast niet anders dan die hoge marge in rekening brengen. Tenzij ze anders kunnen werken. Het inzetten van meer bureaus leidt dus niet, of nauwelijks, tot prijsconcurrentie tussen de bureaus. Geef je een bureau wel exclusiviteit (en dan ook echt), dan zou dat bureau wel gek zijn om niet (vooraf) akkoord te gaan met een fors lager bureau marge. Immers, liever vooruitzicht op de zekerheid van 15% marge, dan de onzekerheid van misschien 25%. Het levert voor een bureau een stuk gezondere bedrijfsvoering op (voor wie dat doorrekent: er zijn dan minder bureaus nodig. Dat kan geen kwaad, de goede bureaus blijven over). Bij deze werkwijze wordt de prijserosie minder afgewenteld op de interimmers, wat een winst is. De opdrachtgever betaalt minder bureau marge, dus is voordeliger uit en hij krijgt een gemotiveerde consultant die zijn vak goed kan uitoefenen (kwaliteit), met een gezond verdienmodel voor het bureau waar hij werkt. Win-win-win. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags bemiddelingsbureau, inkoop | 8s Reacties
Inzet externen: vind de balans tussen kosten, opbrengsten en risico’s. Geplaatst 28 juni 2011 door Piet Hein de Sonnaville Veel organisaties werken met externen, sommige structureel met percentages die oplopen tot 20%. De discussies of dit een last of juist een zegen is, gaan alle kanten op. Feit is dat nogal wat organisaties niet goed omgaan met de inzet van zzp’ers en omgekeerd, de laatste heeft niet altijd de commitment naar de organisatie die er zou moeten zijn. Flexibilisering van de arbeid blijft een gevoelig onderwerp. Er zijn voor partijen zowel positieve als negatieve kanten. Toch is de trend naar flexibilisering onmiskenbaar en niet meer te stoppen. Nu dit een feit is, is de vraag aan de orde hoe organisaties die veel met externen werken deze zo goed mogelijk kunnen inzetten. Hier liggen grote kansen voor organisaties die met een flexibele schil werken. Immers, de tarieven liggen lager van de externen die tot deze schil behoren. In feite wordt een deel van het ondernemerschap ingewisseld tegen werkgarantie. Sleutelrol voor de HRM-manager Wij voorzien binnen afzienbare termijn dat een tussenmodel zal gaan ontstaan van ‘near employees’: mensen die verbonden zijn aan organisaties zonder op de payroll te staan. Het zijn zelfstandigen die sterke banden hebben met een organisatie en andersom. Er wordt in elkaar geïnvesteerd. Sommige voorzieningen (denk aan pensioenvoorzieningen) gaan aan hen voorbij, andere (opleidings- en begeleidingsprogramma’s) worden gedeeld. De vaste schil leert van de tijdelijke en omgekeerd. Loopbaanontwikkeling kan van de ene naar de andere schil gaan, zonder dat medewerkers verloren gaan voor de organisatie. Een goed en gestructureerd programma hiervoor heeft grote voordelen voor alle partijen. De term ‘goed opdrachtgeverschap’ komt naar boven naast het bestaande ‘goed werkgeverschap’. Hier ligt volgens ons een sleutelrol voor de HRM manager. Goed opdrachtgeverschap betekent ook dat externen zich betrokken voelen bij de organisatie waarin zij werken. Periodiek beoordeeld worden, toegang hebben tot relevante gegevens en weten wat wanneer van hen verwacht wordt. Ook op dit terrein is nog een weg te gaan voor menig opdrachtgever. De balans kosten/baten zal snel in positieve zin omslaan indien (geringe) investeringen hierin gedaan worden. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Flexibele schil, goed opdrachtgeverschap, inhuur, inkoop | 3s Reacties
AFM: Gebreken in arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Ook voor ZZP’ers. Geplaatst 27 juni 2011 door PZO De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft vandaag het onderzoek gepubliceerd naar het uitkeringsgedrag van verzekeraars bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV). PZO heeft het afgelopen jaar medewerking verleend in dit onderzoek. Conclusies rapport AOV’s voldoen lang niet altijd aan de eisen die ondernemers aan de producten stellen. Verzekeraars moeten daarom volgens de AFM meer aandacht besteden aan de ontwikkeling van hun producten en het klantbelang. De AFM doet in haar eindrapport Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen diverse aanbevelingen aan verzekeraars om hun producten te verbeteren. Verwachtingen consument Uit een verkennende analyse blijkt dat niet alle producten in deze categorie voldoen aan de eisen die een consument zou mogen stellen. Het merendeel van onderzochte verzekeraars biedt AOV-producten aan met een dusdanig uitgeklede dekking dat deze zeer weinig toegevoegde waarde bieden voor de klant. Zoals AOV’s die grote aantallen medische aandoeningen standaard uitsluiten, of de duur van de uitkering sterk beperken. Daarnaast nemen verzekeraars nauwelijks verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de adviseurs met wie ze samenwerken. AOV’s zijn impactvolle en ingewikkelde producten waarbij een zware zorgplicht op de schouders van zowel adviseurs als verzekeraars rust, zo stelt de AFM De AFM verwacht wel dat verzekeraars stappen zullen zetten die leiden tot toegankelijke producten met toegevoegde waarde en kwalitatief goede distributie. Een goed proces bij de ontwikkeling van producten moet voorkomen dat slechte producten worden aangeboden. Uit het onderzoek blijkt ook dat de informatieverstrekking aan consumenten nog te wensen overlaat. Zo staan in geen van de onderzochte brochures alle relevante productkenmerken beschreven. De consument heeft uitleg van deze productkenmerken nodig om het product te doorgronden en te kunnen beoordelen. Ook is de informatie in brochures en polisvoorwaarden vaak niet begrijpelijk, bijvoorbeeld door het gebruik van onduidelijke termen en jargon. Kwaliteit adviseurs Gezien de vaak complexe voorwaarden en de tekortschietende informatieverstrekking zijn consumenten in grote mate afhankelijk van de vakbekwaamheid en ervaring van de adviseur. Daarom vindt de AFM het van belang dat er door alle partijen meer eisen gesteld worden aan de kwaliteit van de adviseur. Bovendien resulteert de wijze waarop verzekeraars adviseurs belonen in een prikkel voor de adviseur om een dure AOV af te sluiten, ook als dit niet in het belang van de klant is. Verzekeraars betalen circa 18% van de premie uit als provisie, ongeacht de hoogte van de premie. De AFM is dan ook, net zoals PZO, voorstander van het voorgestelde provisieverbod, dat onder andere gaat gelden voor AOV’s. Oordeel PZO PZO herkent absoluut de geluiden en klachten van ondernemers die terug komen in de analyse van de AFM, het is daarom goed dat de AFM aan de zijde staat van de zelfstandige ondernemers. Ook is het is positief dat de AFM de verzekeraars wijst op concrete verbeterpunten, zodat de producten beter aan kunnen gaan sluiten bij de behoeften van de ondernemers. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags zzp | Laat een reactie achter
Visie op Groene energie Geplaatst 27 juni 2011 door Hugo-Jan Ruts De laatste trend die ik wil bespreken in de onmiskenbare trends is die van duurzame energie. Duidelijk één die volgens mij door niemand betwist zal worden dat we daar naar toe gaan, waarbij enkel de vraag is: wat is duurzaam. Laat ik beginnen te zeggen dat kernenergie niet duurzaam is wat mij betreft. Het geeft misschien geen CO2, maar wat we met het afval moeten doen weet niemand. Dat is dus niet duurzaam. (meer…) Geplaatst in Beleid | 1 Reactie
Column Linde Gonggrijp: ‘Naar moderne verhouding opdrachtgever – ZZP’er. ICT als voorbeeldsector’ Geplaatst 23 juni 2011 door FNV Zelfstandigen De ICT-sector is al een jaar of twintig koploper op het gebied van zzp’ers. In die hoek van de economie zag je de opkomst van professionals die er voor kozen om op basis van hun vakmanschap zelfstandig ondernemer te worden het eerst. Inmiddels bestaat rondom dat fenomeen in de ICT-sector een volledige keten die zich bezighoudt met het inzetten van zelfstandige professionals. Tussen de opdrachtgevers en de zelfstandige professionals bewegen zich tal van organisaties die een rol spelen in het bij elkaar brengen van voorhanden werk en degene die dat kan gaan doen. We zien bemiddelaars, detacheerders, uitzendbureau, payrollers en dienstverleners die soms in combinatie met elkaar de zakelijke relatie tussen de zzp’er en de opdrachtgever regelen. Inderdaad, dat doen ze niet voor niets en dat maakt de zzp’er er voor opdrachtgevers ook niet goedkoper op. Het komt ook nog wel eens voor dat er een directe overeenkomst wordt gesloten tussen een opdrachtgever en een zzp’er, maar dat gebeurt niet erg vaak. Huidige verhoudingen ingewikkeld en nodeloos duur Waarom doen we toch zo ingewikkeld en waarom maken we het dus nodeloos duur? Voor een deel ontstaat er ruimte voor al die tussenpersonen omdat opdrachtgevers geen zin hebben om met al die individuele zelfstandigen die ze willen inzetten zelf uitgebreid per project te gaan onderhandelen. Voor een ander deel is er een rol voor de tussenlaag omdat de wet en regelgeving helemaal niet aansluit bij deze ontwikkeling op de arbeidsmarkt. Dat betekent dat het rechtstreeks aangaan van een overeenkomst met een zzp’er vaak als een risico wordt ingeschat en dat er daarom voor wordt gekozen om het via een contractmanagement partij, een detacheerder, een uitzender of een payroller te laten lopen. VAR voldoet voor alle partijen niet goed Het middel dat de overheid heeft ontwikkeld om opdrachtgevers duidelijkheid te geven over de vraag of ze te maken hebben met een ‘echte’ zelfstandige, de Verklaring Arbeids Relatie (VAR), voldoet in de praktijk niet goed. Dat heeft twee oorzaken. Om te beginnen heeft de overheid de vraag naar zo’n verklaring en dus de groei van het aantal zelfstandigen zonder personeel zwaar onderschat. Toen de regeling werd ingevoerd in 2001 verwachtte men 1500 tot 2000 aanvragen per jaar. Men dacht het met een eenvoudig geautomatiseerd procesje af te kunnen. Hoe anders bleek de praktijk. In 2010 heeft de Belastingdienst 419.000 VAR-verklaringen afgegeven. Inmiddels volledig automatisch, maar ook – vanwege de aantallen – ongecontroleerd. Pas achteraf wordt bekeken of iemand wel de ‘goede’ van de vier soorten VAR heeft gekregen en dat kan grote gevolgen hebben voor zowel de zzp’er als de opdrachtgevers. De huidige VAR geeft dus geen absolute zekerheid. Daarnaast werkt de VAR regeling niet goed omdat het aanvraagformulier door veel starters als een cryptogram wordt ervaren. Boven het formulier hangt de geest van een geheime zoektocht van de Belastingdienst naar de vraag of de aanvrager toch niet gewoon een ‘fictieve werknemer’ is waarvoor de opdrachtgever gewoon werknemerspremies zou moeten inhouden. Wie een of twee kruisjes verkeerd zet loopt een niet gering risico dat hij niet als ondernemer wordt erkend en dus niet als zzp’er aan de slag kan. Daar komt nog bij dat de achteraf beoordeling van de aanvraag gebeurt door individuele regionale belastinginspecteurs met veel ruimte voor persoonlijke interpretatie. Dat draagt niet bij aan de rechtszekerheid. Nieuwe afspraken nodig voor moderniseren arbeidsmarkt Dat ‘fictieve werknemerschap’, ook wel het fictief dienstverband genoemd, is een van de grootste hobbels die moet worden opgeruimd om tot een betere werking van de arbeidsmarkt voor zelfstandige vakmensen te komen. We hebben nog steeds te maken met het ontbreken van een eenduidige definitie voor zelfstandige professionals in onze wet- en regelgeving. De Belastingdienst hanteert een andere definitie dan het UWV. De huidige onduidelijkheid over de regels vormt daar een rem op het verder kunnen moderniseren van de arbeidsmarkt, sociale arrangementen en op het versterken van sociale- en werkzekerheid van medewerkers en zelfstandige ict professionals. De onduidelijkheid maakt ook de rol van al die tussenpersonen onnodig groot. Daarom zijn alle betrokkenen op dit moment op initiatief van FNV Zelfstandigen samen aan het nadenken hoe het anders en beter zou kunnen. Er wordt naar vijf dingen gekeken: Een overzichtelijk systeem van contractuele regelingen in de ICT dat wederzijdse flexibiliteit faciliteert. Systemen voor levenslang leren, zowel voor medewerkers als voor zelfstandige professionals. Actief arbeidsmarktbeleid voor meer flexibiliteit Een herijkt sociaal zekerheidsstelsel en een stelsel van verzekeringen dat past bij die dynamische arbeidsmarkt Een eenduidige juridische positie van zelfstandige ICT professionals. Sjonge, hoor ik sommigen mompelen, dat lijkt wel belangenbehartiging. Inderdaad, welbegrepen eigenbelang maakt dat je soms samen optrekt om iets te kunnen bereiken waar je allemaal wat aan hebt. Werknemers noemen dat een vakbond, werkgevers hebben daar hun verenigingen voor en zzp’ers hebben ook hun zaakwaarnemer, zoals FNV Zelfstandigen. Wordt vervolgd. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags arbeidsmarkt, maatschappij, vakbond, VAR, zipper | 2s Reacties
Visie op biotechnologie Geplaatst 23 juni 2011 door Hugo-Jan Ruts In de derde ontstopbare trend wil ik het hebben over biotechnologie. Nu ben ik niet de grootste expert op dit gebied (net zo min als dat ik dat was op het biologische voedsel of de 3D printer die ik eerder beschreef), maar een paar richtingen staan denk ik wel redelijk vast. Als Nederland hebben we hier al een behoorlijke historie op, waarbij het gevoerde beleid vanuit de overheid veel mooie bedrijven om zeep heeft geholpen. We hadden een aantal koplopers, nu gebeurt het in de VS en doet Nederland niet meer mee als het gaat om de biotech in de farmaceutische industrie. Er is echter meer. (meer…) Geplaatst in Beleid | Laat een reactie achter