"Exploring the future of work & the freelance economy"

Column Linde Gonggrijp: ‘Naar moderne verhouding opdrachtgever – ZZP’er. ICT als voorbeeldsector’

De ICT-sector is al een jaar of twintig koploper op het gebied van zzp’ers. In die hoek van de economie zag je de opkomst van professionals die er voor kozen om op basis van hun vakmanschap zelfstandig ondernemer te worden het eerst. Inmiddels bestaat rondom dat fenomeen in de ICT-sector een volledige keten die zich bezighoudt met het inzetten van zelfstandige professionals. Tussen de opdrachtgevers en de zelfstandige professionals bewegen zich tal van organisaties die een rol spelen in het bij elkaar brengen van voorhanden werk en degene die dat kan gaan doen. We zien bemiddelaars, detacheerders, uitzendbureau, payrollers en dienstverleners die soms in combinatie met elkaar de zakelijke relatie tussen de zzp’er en de opdrachtgever regelen. Inderdaad, dat doen ze niet voor niets en dat maakt de zzp’er er voor opdrachtgevers ook niet goedkoper op. Het komt ook nog wel eens voor dat er een directe overeenkomst wordt gesloten tussen een opdrachtgever en een zzp’er, maar dat gebeurt niet erg vaak.

Huidige verhoudingen ingewikkeld en nodeloos duur

Waarom doen we toch zo ingewikkeld en waarom maken we het dus nodeloos duur? Voor een deel ontstaat er ruimte voor al die tussenpersonen omdat opdrachtgevers geen zin hebben om met al die individuele zelfstandigen die ze willen inzetten zelf uitgebreid per project te gaan onderhandelen. Voor een ander deel is er een rol voor de tussenlaag omdat de wet en regelgeving helemaal niet aansluit bij deze ontwikkeling op de arbeidsmarkt. Dat betekent dat het rechtstreeks aangaan van een overeenkomst met een zzp’er vaak als een risico wordt ingeschat en dat er daarom voor wordt gekozen om het via een contractmanagement partij, een detacheerder, een uitzender of een payroller te laten lopen.

VAR voldoet voor alle partijen niet goed

Het middel dat de overheid heeft ontwikkeld om opdrachtgevers duidelijkheid te geven over de vraag of ze te maken hebben met een ‘echte’ zelfstandige, de Verklaring Arbeids Relatie (VAR), voldoet in de praktijk niet goed. Dat heeft twee oorzaken. Om te beginnen heeft de overheid de vraag naar zo’n verklaring en dus de groei van het aantal zelfstandigen zonder personeel zwaar onderschat. Toen de regeling werd ingevoerd in 2001 verwachtte men 1500 tot 2000 aanvragen per jaar. Men dacht het met een eenvoudig geautomatiseerd procesje af te kunnen. Hoe anders bleek de praktijk. In 2010 heeft de Belastingdienst 419.000 VAR-verklaringen afgegeven. Inmiddels volledig automatisch, maar ook – vanwege de aantallen – ongecontroleerd. Pas achteraf wordt bekeken of iemand wel de ‘goede’ van de vier soorten VAR heeft gekregen en dat kan grote gevolgen hebben voor zowel de zzp’er als de opdrachtgevers. De huidige VAR geeft dus geen absolute zekerheid.

Daarnaast werkt de VAR regeling niet goed omdat het aanvraagformulier door veel starters als een cryptogram wordt ervaren. Boven het formulier hangt de geest van een geheime zoektocht van de Belastingdienst naar de vraag of de aanvrager toch niet gewoon een ‘fictieve werknemer’ is waarvoor de opdrachtgever gewoon werknemerspremies zou moeten inhouden. Wie een of twee kruisjes verkeerd zet loopt een niet gering risico dat hij niet als ondernemer wordt erkend en dus niet als zzp’er aan de slag kan. Daar komt nog bij dat de achteraf beoordeling van de aanvraag gebeurt door individuele regionale belastinginspecteurs met veel ruimte voor persoonlijke interpretatie. Dat draagt niet bij aan de rechtszekerheid.

Nieuwe afspraken nodig voor moderniseren arbeidsmarkt

Dat ‘fictieve werknemerschap’, ook wel het fictief dienstverband genoemd, is een van de grootste hobbels die moet worden opgeruimd om tot een betere werking van de arbeidsmarkt voor zelfstandige vakmensen te komen. We hebben nog steeds te maken met het ontbreken van een eenduidige definitie voor zelfstandige professionals in onze wet- en regelgeving. De Belastingdienst hanteert een andere definitie dan het UWV. De huidige onduidelijkheid over de regels vormt daar een rem op het verder kunnen moderniseren van de arbeidsmarkt, sociale arrangementen en op het versterken van sociale- en werkzekerheid van medewerkers en zelfstandige ict professionals. De onduidelijkheid maakt ook de rol van al die tussenpersonen onnodig groot. Daarom zijn alle betrokkenen op dit moment op initiatief van FNV

Zelfstandigen samen aan het nadenken hoe het anders en beter zou kunnen. Er wordt naar vijf dingen gekeken:

  1. Een overzichtelijk systeem van contractuele regelingen in de ICT dat wederzijdse flexibiliteit  faciliteert.
  2. Systemen voor levenslang leren, zowel voor medewerkers als voor zelfstandige professionals.
  3. Actief arbeidsmarktbeleid voor meer flexibiliteit
  4. Een herijkt sociaal zekerheidsstelsel en een stelsel van verzekeringen dat past bij die dynamische arbeidsmarkt
  5. Een eenduidige juridische positie van zelfstandige ICT professionals.

Sjonge, hoor ik sommigen mompelen, dat lijkt wel belangenbehartiging. Inderdaad, welbegrepen eigenbelang maakt dat je soms samen optrekt om iets te kunnen bereiken waar je allemaal wat aan hebt. Werknemers noemen dat een vakbond, werkgevers hebben daar hun verenigingen voor en zzp’ers hebben ook hun zaakwaarnemer, zoals FNV Zelfstandigen. Wordt vervolgd.

Linde Gonggrijp was tussen mei 2008 en maart 2014 directeur van FNV Zelfstandigen. In die functie gaf ze leiding aan deze organisatie die de belangen behartigt van ruim 14.000 zzp’ers in de sectoren Diensten, Groen, Handel, ICT, Industrie, Vervoer en Zorg en was ze lid van de SER. Bekijk alle berichten van Linde Gonggrijp

2 reacties op dit bericht

  1. Linde,

    Dat lijkt me een goed initiatief. Ik hoorde laatst een analyses van arbeidsmarktproblemen in Spanje. Een rigide arbeidsmarkt daar lijkt tot een zeer hoog aantal tijdelijke contracten. Met als gevolg niemand meer investeert in opleidingen en heel veel mensen onder hun niveau werken. De arbeidsmarkt in Nederland is gelukkig al veel flexibeler, mede door het hoge aantal ZZP’ers. Dat is een voorsprong, maar we moeten er inderdaad voor oppassen dat de transactiekosten tussen vraag en aanbod niet te hoog wordt en vooral ook dat er oog blijft voor opleidingen. De verantwoordelijkheid voor opleiding ligt m.i. bij de zelfstandige, het belang van opleidingen ligt bij zowel de zelfstandige als de opdrachtgevers (en de bij de slimme bureaus).

    Hou ons op de hoogte van de ontwikkelingen en zodat ook andere branches van deze pilot kunnen leren.

    Hugo-Jan

  2. Hugo-Jan,

    Opleiding en zichtbaar maken van talent is een belangrijk aandachtspunt. Daar hebben wij als belangenbehartiger een rol in te spelen.Ook vanuit onze plek binnen de FNV kunnen we dit agenderen. Wat we ook willen realiseren is dat het gemakkelijk wordt , van “positie” te veranderen; van zelfstandigen naar loondienst bijvoorbeeld. Regels en CAO’s zijn veel te rigide.

    Wordt vervolgd!

    Linde