Aantal ondernemers met bijna een miljoen gestegen sinds 2010. Wie zijn dat? Geplaatst 9 augustus 2024 door ZiPredactie In 2010 waren er in Nederland nog zo’n 1,5 miljoen ondernemers. In 2023 is dit aantal gestegen naar bijna 2,5 miljoen, blijkt uit de recentste cijfers van het CBS. Deze groei is deels te verklaren door de toename van de totale werkzame beroepsbevolking. Wel is het zo dat het aantal zzp’ers sneller stijgt dan het totaal aantal werkenden, zo blijkt uit het Grip op het zzp-dossier onderzoeksrapport van ZiPconomy. Ook het aandeel vrouwelijke ondernemers is gestegen: van 32 in 2010 naar 36 procent in 2023. Relatief waren er in de persoonlijke dienstverlening en kledingindustrie de meeste vrouwen actief. Het aandeel mannelijke ondernemers was het grootst in de dienstverlening delfstoffenwinning. Aantal jonge en oude ondernemers neemt toe Het aandeel ondernemers van 65 jaar en ouder is sinds 2010 gestegen van 6 naar 10 procent. Ook zijn er meer ondernemers van jonger dan 30 jaar bij gekomen: van 9 naar 15 procent. Wel is de gemiddelde leeftijd van ondernemers tussen 2010 en 2023 gelijk gebleven, die ligt rond de 46 jaar. De toename van het aantal jonge ondernemers wordt veroorzaakt doordat het aantal startende jonge ondernemers in alle jaren groter is dan het aantal stoppende jonge ondernemers. Het verschil hiertussen wordt vanaf 2010 elk jaar groter doordat het aantal jonge starters elk jaar toeneemt. In 2010 waren dat er nog 38 duizend, in 2023 104 duizend. Meer ondernemers met niet-Nederlandse herkomst De hoeveelheid ondernemers met een niet-Nederlandse herkomst is sinds 2010 toegenomen. Het aandeel ondernemers die zelf in het buitenland zijn geboren, is gestegen van 10 tot 16 procent. Het percentage ondernemers van de tweede generatie (in Nederland geboren, met ten minste 1 in het buitenland geboren ouder) is toegenomen van 7 procent in 2010 naar 12 procent in 2023. In 2023 had een derde van alle bijna 400 duizend in het buitenland geboren ondernemers een herkomst in een van de landen van de Europese Unie. De top 3 bestond uit Polen (35 duizend), Bulgarije (19 duizend), Duitsland (14 duizend). Iets meer dan de helft van de Poolse ondernemers werkte in de bouwnijverheid. Dat geldt ook voor de Bulgaren en in mindere mate voor de Roemenen. De belangrijkste sectoren voor Duitse en Belgische ondernemers zijn specialistische zakelijke diensten en gezondheids- en welzijnszorg. Turkije Turkije is in 2023 nog steeds het belangrijkste geboorteland van startende ondernemers die niet geboren zijn in een EU-land, net als in 2010 het geval was. Deze groep ondernemers is het vaakst actief in de bouwnijverheid. Ook landen van waaruit veel asielzoekers zijn opgenomen staan bij de belangrijkste herkomstlanden, zoals Syrië, Oekraïne, Afghanistan, Iran en Irak. Download hier het Grip op het zzp-dossier – Feiten en inzichten over zelfstandigen zonder personeel in 2023. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags CBS, cijfers, ondernemen | Laat een reactie achter
Startsalaris hoogopgeleiden stijgt bescheiden in 2024, blijft achter bij cao-lonen Geplaatst 7 augustus 2024 door ZiPredactie In het eerste kwartaal van 2024 steeg het gemiddelde startsalaris voor hoogopgeleiden met slechts 2,7%, terwijl de cao-lonen met 6,7% zijn verhoogd. Dat blijkt uit onderzoek van Magnet.me, een online carrière-netwerk. Lichte stijging startsalaris In het eerste kwartaal van 2024 steeg het startsalaris voor hoogopgeleiden met slechts 2,7% ten opzichte van het vorige jaar. Dit is lager dan de 6,7% CAO-stijging, maar in lijn met de inflatiecijfers van dezelfde periode. Het gemiddelde salaris voor hbo- en wo-starters bedraagt nu €2.916, tegenover €2.839 in dezelfde periode vorig jaar. Laurens van Nues, mede-oprichter en CEO van Magnet.me, legt uit: “Vorig jaar zagen we een flinke stijging van 9,3% in startsalarissen onder hoogopgeleiden door de dringende behoefte aan jong talent. Deze stijging was aanzienlijk hoger dan de CAO-stijging van 5,4% in dezelfde periode. Dit jaar zijn bedrijven minder ruimhartig met de salarisstijgingen voor starters, niet heel gek gezien de flinke correctie van vorig jaar”. Hoogst betaalde functies en sectoren Startende analisten verdienen gemiddeld het hoogste salaris, met €3.171 per maand. Jonge fiscalisten volgen met €3.162 per maand, terwijl engineers gemiddeld €3.156 ontvangen. De grootste salarisstijging was te zien bij financiële functies, met een toename van 10,6% vergeleken met vorig jaar. De best betalende sectoren blijven grotendeels hetzelfde als vorig jaar. De energiesector blijft aan de top met een gemiddeld startsalaris van €3.192 per maand, gevolgd door de overheid met €3.144. De advocatuur kent de grootste stijging, met een toename van 12% ten opzichte van het jaar daarvoor en sluit de top drie met een gemiddeld salaris van €3.094 per maand. Andere sectoren met aanzienlijke stijgingen zijn staffing (+ 10,5%) en IT (+ 9,4%). De top-10 startersbanen De best betaalde startersbaan is die van Graduate Quant Trader bij Da Vinci, met een gemiddeld salaris van €8.333 per maand. De tweede plaats wordt ingenomen door de Junior Planoloog bij de Gemeente Zoetermeer, met €5.621 per maand. De derde plaats gaat naar de Junior Fiscalist bij Countus, met een salaris van €5.016 per maand. Zie hieronder de tabel met de volledige top-10 startersbanen. De top-10 startersbanen Functietitel Bedrijf Salaris 1 Graduate quant trader* Da Vinci €8.333 2 Junior planoloog Gemeente Zoetermeer €5.621 3 Junior adviseur public affairs Gemeente Zwolle €5.009 4 Junior inspecteur binnendienst Gemeente Delft €4.537 5 Startend beleidsmedewerker economische zaken* Gemeente Veenendaal €4.537 6 Patent specialist Koppert €4.402 7 Graduate global markets BNP Paribas €4.298 8 Junior Procestechnoloog* Tata Steel €4.161 9 Junior primair engineer Alliander €4.000 10 Junior java developer Het Kadaster €3.392 Let op: Sommige werkgevers willen niet genoemd worden en zijn daarom niet opgenomen in de lijst. *Twee of meer functies bij deze werkgever hebben hetzelfde startsalaris. Bron: Magnet.me Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags Magnet.me, salaris, starters | Laat een reactie achter
Ondernemers positiever over ontwikkeling winstgevendheid Geplaatst 6 augustus 2024 door ZiPredactie Dat melden het CBS, KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw, MKB-Nederland en VNO-NCW. Bron: CBS In het tweede kwartaal is de winstgevendheid volgens ondernemers voor het eerst in ruim twee jaar verbeterd. In veel bedrijfstakken zagen ondernemers de winstgevendheid nog wel afnemen. Het ondernemersvertrouwen is gestegen, maar blijft nog licht negatief, en komt aan het begin van het derde kwartaal van 2024 uit op -3,4. Trendbreuk: minder vraag naar freelancers in het derde kwartaal Gecorrigeerd voor seizoenseffecten zijn er iets meer ondernemers waarbij de winstgevendheid is verbeterd dan verslechterd in het tweede kwartaal. Tussen de bedrijfstakken zijn echter grote verschillen. In de bouwnijverheid zijn ondernemers het positiefst en geeft per saldo bijna 12 procent aan dat de winstgevendheid is verbeterd. In de autohandel en -reparatie is het saldo van positief (bijna 9 procent) omgeslagen naar het meest negatief van alle bedrijfstakken (ruim -8 procent). In de bedrijfstak vervoer en opslag sloeg het negatieve saldo juist om naar positief en dit nam ook het sterkst toe. Stemming in flexbranche daalt Uit de Conjunctuurenquête blijkt dat de stemming onder ondernemers in de flexbranche minder is geworden. Na een forse piek in april sinds een dieptepunt in maart, daalt de stemming sindsdien langzaam. RIM, Bovib, NBBU, ABU en VvDN willen dat concept wet VBAR wordt aangepast: ‘Lost het probleem niet op’ Bron: CBS Twee op de drie ondernemers schrijven zwarte cijfers eerste halfjaar Bijna 65 procent van de ondernemers sloot het eerste halfjaar van 2024 met winst af. Ruim 11 procent maakte verlies en bijna 17 procent gaf aan geen noemenswaardige winst of verlies gemaakt te hebben. Ondernemers in de bouwnijverheid schreven met bijna 81 procent het vaakst zwarte cijfers, gevolgd door ondernemers in de delfstoffenwinning, de autohandel en -reparatie en de groothandel. Rechtszaak: interim-manager wordt niet ineens een werknemer In de bedrijfstakken cultuur, sport en recreatie en de detailhandel waren de bedrijfsresultaten het minst positief. In de cultuur, sport en recreatie was bijna 38 procent van de ondernemers winstgevend en leed bijna 24 procent verlies. Ondernemersvertrouwen opnieuw minder negatief Aan het begin van het derde kwartaal van 2024 is het ondernemersvertrouwen voor het derde kwartaal op rij licht gestegen (+2,6). Vanaf eind 2021 tot eind 2022 daalde de stemmingsindicator sterk tot -22,2. Sindsdien herstelde dit zich geleidelijk. Het ondernemersvertrouwen ligt op dit moment iets boven het gemiddelde (-4,0) van de reeks vanaf 2012. Ondernemers in meeste bedrijfstakken nog negatief gestemd In de meeste bedrijfstakken is het ondernemersvertrouwen dit kwartaal gestegen, maar nog wel negatief. Bij de bouwnijverheid, de groothandel en de vervoer en opslag is het vertrouwen relatief het sterkst toegenomen. Bij de cultuur, sport en recreatie en de zakelijke dienstverlening daalde de stemmingsindicator het sterkst. In de delfstoffenwinning zijn ondernemers het positiefst gestemd, gevolgd door ondernemers in de vervoer en opslag en de informatie en communicatie. Het ondernemersvertrouwen is in de landbouw, bosbouw en visserij het laagst. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Laat een reactie achter
Trendbreuk: minder vraag naar freelancers in het derde kwartaal Geplaatst 5 augustus 2024 door Freelance.nl Opdrachtgevers verwachten in juli, augustus en september minder opdrachten uit te zetten dan vorige periode. Dat komt deels door het seizoen: in de zomer is er traditiegetrouw minder werk. Daarnaast speelt de onduidelijkheid rondom de zzp-plannen van het nieuwe kabinet een rol. Minder opdrachten deze zomer Dit kwartaal verwacht 41% van de opdrachtgevers en intermediairs minder opdrachten uit te zetten, blijkt uit de nieuwste Freelance Markt Index (FMI). Dit is een kwartaalmeting over de ontwikkeling van het volume van tijdelijk werk in Nederland. De onderzoekers baseren zich op cijfers van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en interviews over de verwachtingen van intermediairs en opdrachtgevers op het Freelance.nl-platform. De meeste respondenten hebben ICT als expertisegebied. Afbeelding: 40,8% van de opdrachtgevers verwacht minder opdracht uit te zetten. Dit kwartaal verwacht slechts 25% meer opdrachten te plaatsen. Zo’n 60% van de intermediairs en opdrachtgevers denkt snel een goede kandidaat te vinden als ze die nodig hebben. Veel respondenten vinden freelancers via hun eigen netwerk. Als ze toch moeite hebben om iemand te vinden, zoeken veel respondenten eerst via hun eigen netwerkrelaties (81%), het platform Freelance.nl (74%) en LinkedIn (58%). Negatief gestemd Al met al zijn de opdrachtgevers van Freelance.nl komend kwartaal met een score van -15,2 negatief gestemd, schrijven de onderzoekers. Opvallend, want in het eerste kwartaal waren zij nog vol vertrouwen (+44). De onderzoekers vroegen ook waarom zij minder positief zijn. Dat komt vooral door seizoensinvloeden, de teruglopende economie en onduidelijkheden over de plannen van het nieuwe kabinet. Uit de enquête blijkt dat er een hoop onzekerheid is onder opdrachtgevers over de wet DBA. Ook diverse andere onderwerpen zoals AI en digitale veiligheid maken werkgevers onzeker. Respondenten hopen dat ondernemen wordt gestimuleerd en dat er goed gezorgd wordt voor zzp’ers. Flexibiliteit is essentieel Opdrachtgevers zijn vooral op zoek naar freelancers omdat zij flexibel zijn (46%). Zo’n 37% van de werkgevers zou liever vaste medewerkers aannemen, maar die zijn niet te vinden. Bij de keuze voor een kandidaat is de match met de organisatie erg belangrijk (40%). De skills en vaardigheden blijven de belangrijkste reden om een kandidaat geschikt te vinden. Verder zijn de persoonlijkheid van de kandidaat (24%) en de prijs (24%) van belang. Andersom vinden freelancers het vooral belangrijk dat opdrachtgevers en tussenpersonen transparant zijn (40%). Goede communicatie (28%) en inhoudelijke kennis (26%) spelen voor velen ook een rol. Afbeelding: dit vinden freelancers belangrijke eigenschappen van opdrachtgevers of intermediairs. Wil je meer weten? Download hier het volledige rapport. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags FMI, freelance, opdrachten | Laat een reactie achter
Temper- en Helpling-zaak tonen aan: onzelfstandige arbeid hoort thuis in een arbeidsovereenkomst Geplaatst 2 augustus 2024 door Maarten Tanja Eerst Helpling, het (inmiddels failliete) digitale prikbord voor schoonmaakhulpen. Vakbond FNV heeft de rechter gevraagd te bepalen dat er tussen Helpling en de schoonmakers sprake was van een reguliere arbeidsovereenkomst of een uitzendovereenkomst. In 2019 oordeelde de kantonrechter dat er sprake was van arbeidsovereenkomsten tussen de schoonmakers en de huishoudens (en Helpling dus slechts bemiddelaar was). In 2021 oordeelde het Gerechtshof in Amsterdam echter anders: Helpling en de schoonmakers hebben uitzendovereenkomsten, waarbij de huishoudens optraden als inlener. Begin deze maand kwam advocaat-generaal (AG) De Bock met haar advies aan de Hoge Raad: Helpling is geen uitzendbureau – ‘het oordeel van het hof dat sprake is van een uitzendovereenkomst kan niet in stand blijven’. In haar redenering maakt zij hierbij overigens een bijzondere juridische sprong. Volgens de Europese Uitzendrichtlijn moet de inlener een economische activiteit verrichten (en is een particulier huishouden dus geen inlener). Maar dit staat niet in de Nederlandse wetgeving (definitie uitzendovereenkomst). De AG vindt het onwenselijk dat dit uiteenloopt. Dus perkt zij de reikwijdte in tot zakelijke inleners. Ik begrijp de redenering, maar ze gaat daarmee op de stoel van de wetgever zitten en dat kan natuurlijk niet. Ik denk dan ook dat de Hoge Raad – uitspraak is (voorlopig) bepaald op 6 december 2024 – hier niet in mee zal gaan. Relevant is dat volgens de AG Helpling geen uitzendbureau is en er dus maar één optie resteert: er is sprake van een reguliere arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers. Zij zit daarmee op het spoor dat sprake is van onzelfstandige arbeid waarbij er geen gezagsrelatie is tussen schoonmaker en inlener, dus moet er wel sprake zijn van een gezagsrelatie (en dus arbeidsovereenkomst) tussen Helpling en de werkende. Dat er door rechters zo verschillend wordt geoordeeld in de Helpling-zaak geeft aan dat het beoordelen van platformwerk moeilijk is, waarbij de ene rechter de weegschaal naar de ene kant laat doorslaan en de andere naar de andere kant. Temper: slim opgezette constructie Dat blijkt wel uit de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam eerder deze maand: Temper is geen uitzendbureau. Ook hierbij heeft de vakbond FNV (en CNV) bij de rechter willen afdwingen dat de werkers geen zelfstandigen zijn maar uitzendkrachten van Temper. De rechter stopt echter bij het oordeel dat geen sprake is van een uitzendovereenkomst, omdat volgens de rechtbank geen sprake is van formeel werkgeversgezag van Temper. De werkelijke vraag – zijn deze werkers echt zelfstandig – wordt niet beantwoord. Temper, een platform voor klussen in de horeca, logistiek en detailhandel, is er wat mij betreft in geslaagd een slimme constructie op te zetten. Op precies de juiste onderdelen wordt het zelfstandig ondernemerschap benadrukt én – belangrijker nog – weet Temper zich in te houden in wat zij dwingend voorschrijft en regelt. De rechtbank heeft deze constructie gevolgd en het lijstje met punten afgewerkt die aantonen dat Temper geen uitzendwerkgever is. Zo ontbreken disciplinaire maatregelen vanuit Temper, is er geen verplichting voor de werkers om de werkzaamheden persoonlijk te verrichten (vrije vervanging) en er is geen rechtstreekse loonbetaling door Temper aan de werkers (dat doen de opdrachtgevers, via een derde). De afweging door de rechter van de plussen en minnen is in dit geval in het voordeel van Temper uitgevallen. Wat Temper doet is juridisch zuiver, maar de uitkomst strookt – als je uitzoomt – niet met wat er werkelijk gebeurt: het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van werk, dat vervolgens onder gezag van de inlener wordt verricht. Het is dan ook zeer de vraag hoe deze kwestie in hoger beroep uitvalt. Daarbij is nog het volgende van wezenlijk belang. De rechter zegt uitdrukkelijk niet dat de werkers zelfstandigen zijn en dat het volledige model van Temper klopt. De uitspraak van de rechter gaat over de constructie, niet over de inhoud. Door de goed opgezette constructie van Temper ligt echter het risico vooral bij de klanten van Temper en niet bij Temper zelf. Welke kant slaat de weegschaal uit? De link tussen beide zaken is dat er in beide gevallen iets wringt, namelijk dat sprake is van onzelfstandige arbeid die buiten de arbeidsovereenkomst wordt gehouden. En de redenering van AG De Bock (in de Helpling-zaak) is wat mij betreft geheel juist, dat onzelfstandige arbeid thuishoort in een arbeidsovereenkomst. Welke route of constructie je ook kiest, als een van de werkverschaffende partijen gezag houdt over het werk dat de werkende uitvoert, dan schrijft de wet dwingend voor dat die arbeid krachtens arbeidsovereenkomst wordt verricht. Die arbeidsovereenkomst bestaat dan hetzij met de inlener, hetzij met de uitlener. Afhankelijk van hoe je die rolverdeling duidt slaat de balans door naar de ene kant, een andere keer naar de andere kant. Daarmee blijft het bemiddelen van mensen die onzelfstandige arbeid verrichten én het inlenen daarvan risicovol, als dit niet wordt gedaan binnen het uitzendregime. Dat geldt nu al, maar zeker als vanaf 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium vervalt en de Belastingdienst weer boetes en naheffingen gaat opleggen bij schijnzelfstandigheid. Lees ook: ‘Als Temper geen uitzendbureau is, welk risico loopt de inlener?’ Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags arbeidsovereenkomst, belastingdienst, FNV, handhaving, Helpling, KHHW, Koster, Temper | Laat een reactie achter