Zzp’ers in de bouw gooien tarief fors omhoog. Wie volgt? Geplaatst 7 februari 2018 door Peter Boerman De meeste zzp’ers in de bouw vragen nu 2 tot 4 euro per uur meer dan vorig jaar, blijkt uit een enquête die Zelfstandigen Bouw recent onder haar leden heeft gehouden. Dat komt neer op een stijging in het tarief van 8 tot 10 procent. ‘De tarieven zijn terug op het niveau van voor het uitbreken van de crisis in 2009.’ Dat een fors deel van de markt zo’n grote stap in het tarief durft en weet te maken is wel opmerkelijk. Het zegt ook wel wat over de marktsituatie in de bouw. “Zzp’ers hadden wel een inhaalslag te maken”, zegt voorzitter Charles Verhoef, voorzitter van Zelfstandigen Bouw in reactie op de tariefstijging. “In de crisisjaren zijn de tarieven hard gekelderd. Nu zijn ze terug op het niveau van voor het uitbreken van de crisis in 2009.” Komt het ook elders voor? De vraag is of zulke massale stijgingen ook in andere sectoren voorkomen. In zijn recente blog Opdrachtverlenging? Tarief omlaag! constateerde Hugo-Jan Ruts onlangs dat tariefsverhogingen tíjdens de looptijd van een opdracht eerder uitzondering dan regel zijn. Maar de krapte in de arbeidsmarkt, zoals die in de bouw nu zichtbaar is, wordt bijvoorbeeld in de IT natuurlijk ook goed zichtbaar. De tarievendruk die ook daar de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden, zal er momenteel waarschijnlijk ook weer een draai maken. Maar hoe het verder zit? Goede cijfers zijn schaars, weet bijvoorbeeld ook Geert-Jan Waasdorp, directeur van de Intelligence Group, en 12 februari spreker in de Webinar Week over de ‘blackbox van flextarieven’. “Er zitten veel componenten aan tarieven”, zegt hij. “Krapte op de arbeidsmarkt is er één, maar ook de duur van de opdracht of de regio waar het werk is. En niet te vergeten hoe uniek de skills zijn die gevraagd worden oftewel: hoe makkelijk de ene zzp’er is in te wisselen voor een ander.” ‘Als prijzen van zelfstandigen meebewegen met algemene lonen, komt de politieke discussie over vast/flex ook weer in een ander daglicht te staan.’ Voor zzp’ers én opdrachtgevers is het essentieel dat er meer zicht komt op prijsontwikkeling, zegt hij. “Maar ook voor de politiek. Als prijzen van zelfstandigen meebewegen met cao’s en algemene lonen, dan komt de politieke discussie over vast/flex ook weer in een ander daglicht te staan.” De diversiteit in tarief is groot Niels Huismans van FastFlex ziet ook in dat je zzp-tarieven moeilijk over één kam kunt scheren. “De diversiteit is erg groot. Om tot een echt goede benchmark te komen moet je onder andere rekening houden met branche, de soort organisatie, de functie of rol, de senioriteit, de mate van specialisatie, de gevraagde ervaring en de gevraagde vaardigheden. Ook de mate van verantwoordelijkheid van daadwerkelijk resultaat beïnvloedt het tarief, dus of je puur alleen ‘uren maakt’ of dat je ook echt afgerekend wordt op je resultaten.” “Over het algemeen” ziet Huismans ook dat de tarieven de afgelopen periode gestegen zijn. “Het aantrekken van de economie, de markt en de beginnende schaarste zijn daar belangrijke drivers van”, zegt hij. Met name bij de echte specialistische IT-functies, en de white-collar hoogopgeleide professionals ziet hij een “significante” tariefsstijging. “Ondanks dat veel van deze professionals hun tarieven behoorlijk hebben zien dalen in de crisisjaren gaat dit over gehele andere tarieven dan bijvoorbeeld zzp’ers in de zorg of de bouw. Meer dan driekwart van deze functies zit boven de 70 euro per uur.” ‘Zzp’ers zijn tenslotte ondernemers’ Ook Bertrand Prinsen van Labor Redimo vindt het niet terecht om over één trend in het tarief te spreken. Ook tijdens de crisis gingen immers bepaalde tarieven omhoog. Denk aan de Agile coaches, of specialistische technische functies. En ook nu is het beeld lang niet overal hetzelfde. Hét zzp-tarief bestaat niet, aldus Prinsen, die met Labor Redimo ruim 60 organisaties adviseert over gedifferentieerde richtlijntarieven en prijsafspraken. “Er is een zeer verschillend beeld per sector, inhuursegment en senioriteit.” Al erkent hij ook meteen dat er nu “in meerdere inhuursegmenten” de tarieven stijgen. Gezonde marktwerking, zegt hij. “Zzp’ers zijn tenslotte ondernemers.” Wat hij nadrukkelijk níet herkent, wil hij wel toevoegen, is dat bedrijven erop uit zijn om zzp’ers uit te knijpen. “Dat hoor je wel in de politiek, maar dat is volgens ons een frame, dat niet gesteund wordt door de praktijk.” Nu niet, maar ook niet in crisistijd. “De meeste zzp’ers verdienen én verdienden meer dan de CAO-lonen, ook tijdens de crisis.” En terecht, zegt hij, gezien de risico’s die ze als ondernemer lopen en de sociale voorzieningen die ze zelf moeten regelen. ‘De meeste zzp’ers verdienen én verdienden meer dan de CAO-lonen, ook tijdens de crisis.’ Dat het in de bouw nu heel hard omhoog lijkt te gaan, noemt Prinsen overigens “een inhaalslag”. De achterstand was daar wat groter, dus lopen ze nu ook weer sneller in. “Bureaus en zzp’ers houden zelfverzekerd vast aan hun minimale tarieven.” Bouw is geen vetpot Ondanks de inhaalslag die zzp’ers in de bouw weten te maken mag het tarief wat Verhoef betreft nog wel een tandje hoger. Daar is zeker ruimte voor, zegt hij, als je het afzet tegen het inkomen van bouwvakkers in loondienst. “Slechts 35% van de zelfstandige vakmannen zit op een tarief dat gelijkwaardig is aan het cao-loon.” ’40 euro per uur heb je toch minimaal nodig wil je ook pensioen opbouwen en je verzekeren.’ Verhoef heeft dan ook geen boodschap aan klachten dat zzp’ers met hun tariefeisen de woningbouw in gevaar brengen. Een tandje hoger is volgens hem echt geen overbodige luxe. Meer dan de helft van de vakmannen hanteert een tarief van nog geen 40 euro per uur. “En 40 euro per uur heb je toch minimaal nodig wil je ook pensioen kunnen opbouwen, je kunnen verzekeren voor arbeidsongeschiktheid en geld kunnen reserveren voor slechte tijden.” Meer weten? Op 12 februari geeft Geert-Jan Waasdorp tijdens de Webinar Week een webinar met de titel: “Meer regie op tarieven van ZZP’ers. De blackbox van flextarieven voor het eerst geopend”. Zie hier voor meer informatie Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags onderhandelen tarief, tarief, tarieven | Laat een reactie achter
Hoe zorg je dat bij een aanbesteding echt de beste aanbieder wint? Geplaatst 6 februari 2018 door Hugo-Jan Ruts Veel organisaties kiezen ervoor om de inhuur van interim professionals onder te brengen bij een externe partij, en vaak zelfs bij meerdere. Dat kan een MSP zijn, een master vendor of een aantal voorkeursleveranciers. De keuze uit de vele aanbieders van dit soort diensten gaat bij overheden via een Europese aanbestedingsprocedure. Ook profitbedrijven gebruiken hiervoor vaak een vaste procedure om te komen tot de beste partijen die een organisatie mogen ondersteunen om aan het beste extern talent te komen. Een papierberg voor de een, een kans om je te onderscheiden voor de ander. Duidelijke professionalisering gaande De afgelopen jaren is er duidelijk een professionalisering in de manier waarop organisaties externen inhuren. Stap voor stap is dat minder een puur inkoopproces geworden. Meer oog voor kwaliteit, meer oog voor HR en recruitment en de onderlinge klik en vertrouwen ten aanzien van de samenwerking tussen opdrachtgever en leveranciers mag wel degelijk een rol spelen. Toch lijkt er nog een wereld te winnen rond aanbestedingsprocedures. Niet alleen het inkoopproces is geprofessionaliseerd, maar ook het invullen van de aanbestedingsformulieren aan de andere kant. Met het gevaar dat er een papieren werkelijkheid ontstaat. Een aantal jaar geleden zei 90 procent van alle aanwezige inkopers op een seminar van Harvey Nash al het gevoel te hebben dat inschrijvers vaak een wel heel rooskleurige voorstelling van de werkelijkheid geven. Ook had 58 procent het gevoel dat inschrijvers op aanbestedingen hun beloftes niet konden waarmaken. Twee experts aan het woord. Eén, Patrick Hendriks, vanuit het perspectief van een aanbestedende organisatie en een ander, Thijs Maters, vanuit het perspectief van een leverancier. Veel papieren exercities Die meningen zullen de afgelopen jaren niet echt veranderd zijn, denkt Maters, die bij Harvey Nash zelf bij veel aanbestedingen betrokken is. “Veel aanbestedingen die wij tegenkomen zijn voornamelijk papieren exercities”, zegt hij. “Het gaat er vooral om hoe goed inschrijvers hun verhaal op papier kunnen zetten. En die zogeheten bid-teams kunnen zich op de vragen uitleven, omdat de beantwoording niet controleerbaar is, ofwel niet gecontroleerd wordt.” Zelfs als een contract eenmaal gegund is, houden opdrachtgevers niet altijd bij of de gemaakte beloftes ook worden nagekomen, ziet hij. “Het contractmanagement is in de loop der jaren iets beter geworden, maar niet veel. Wij houden zelf accuraat onze performance bij. Dat is al geen gemeengoed onder leveranciers. Gemiddeld genomen hebben opdrachtgevers nog minder beeld bij de prestaties van de verschillende leveranciers.” Jammer, zegt hij, “want monitoren is niet echt moeilijk. En je wilt toch weten of de afspraken –de KPI’s – die je aan het begin met elkaar maakt nagekomen worden?” Stap voor stap professioneler Waren aanbestedingen van externe inhuur een aantal jaar geleden nog puur op de laagste prijs gericht, tegenwoordig komt er steeds meer oog voor kwaliteit, meer oog voor HR- en recruitment-aspecten en de onderlinge klik en vertrouwen. Het proces is stap voor stap minder puur door inkoop gedreven, en wordt steeds professioneler. Maar ook leveranciers hebben dat in de gaten. En vullen dus steeds strategischer de aanbestedingsformulieren in. HR-inkoopspecialist Patrick Hendriks pleit daarom voor opname van een ‘verificatie-gesprek’ in de procedure. “In zo’n gesprek kun je toetsen of wat op papier staat in de praktijk ook kan worden waargemaakt. Daarbij stellen we de eis om te kunnen praten met de mensen in de uitvoering, in plaats van met de commercieel verantwoordelijken”. WEBINAR: “Professioneel inhuren start bij een professioneel RFP (praktijkscase) Op 12 februari (11:30 uur) discussiëren we tijdens een webinar verder over dit thema met Patrick Hendriks en Thijs Maters. Daarin nemen we graag ook uw mening mee. Aanmelden voor die web-discussie kan via deze website ‘Afbreuk aan het vertrouwen’ Hendriks begeleidde diverse aanbestedingen rondom alle inhuur van externen, zowel IT- als non-IT personeel, onder meer bij Essent. Volgens hem horen aanbiedende leveranciers die niet concreet zijn en zelfs een loopje met de waarheid nemen lager te scoren in een eindbeoordeling. “Het doet namelijk afbreuk aan het vertrouwen.” Hij denkt dat een organisatie wel degelijk veel kan controleren. “Al moet je dat dan wel van tevoren goed in de planning van je procedure meenemen. Bij Essent hebben we bijvoorbeeld ook – zeer waardevolle – referentiegesprekken gehouden. Ik begrijp eigenlijk niet waarom dat niet bij veel meer aanbestedingen gebeurt. Je wilt toch niet alleen uit de eigen mond van de leveranciers horen wat hun performance is?” Praktijkcase als proof of the pudding Naast referentie- en verificatiegesprekken pleit hij ook voor een praktijkcase als ‘proof of the pudding’. Bij Essent was dat bijvoorbeeld een ‘proeve van bekwaamheid’, waarbij een aantal geselecteerde bureaus een lastig in te vullen profiel voor een interim professional toegestuurd kregen. Daarmee kon de aanbestedende partij niet alleen het resultaat bekijken, maar ook de stappen die de leverancier maakt om tot dat resultaat te komen. “Eigenlijk heel simpel, maar het geeft wel veel inzicht”, aldus Hendriks. “Het laat ook meteen zien hoe de opdrachtgever zelf werkt”, vult Maters hem aan. “Hoe concreet zijn ze in hun aanvragen? Hoe open staan ze voor feedback? Kun je wel in contact komen met de hiring manager? Dat zijn wel de punten waar je als leverancier het verschil kunt maken.” Inzicht in tarieven Een punt waar dat verschil van oudsher al wel gemaakt wordt, zijn natuurlijk de tarieven. Maar ook daar is nog wel verbetering mogelijk, constateert Maters. “Aanbestedingen vergelijken leveranciers vaak op de marge die zij berekenen tussen het eindtarief – wat de klant betaalt – en het tarief dan de interimmer krijgt. Dat is niet altijd even logisch”, zegt hij. “Er is immers geen één-op-één-relatie tussen de marge en het eindtarief, de uiteindelijke out-of-pocket-kosten van de klant. Daarnaast is het verschil tussen 5 en 10 euro marge percentueel vele malen groter dan het verschil tussen 80 en 85 euro eindtarief. Dat heeft een onevenredig groot effect op de score op de factor prijs.” En dat terwijl je met lage marges, maar hoge eindtarieven, als aanbesteder – althans financieel – niet veel opschiet, benadrukt Maters. “Bovendien is het de vraag wie de marge betaalt. De opdrachtgever voor het vinden van de kandidaat? Of de kandidaat voor het vinden van een opdracht?” Hoewel het tarief uiteindelijk niet al te zwaar meewoog in de besluitvorming, kreeg bij de aanbesteding bij Essent zowel het tarief als de bureaumarge extra aandacht, vult Hendriks aan. En dat gebeurde bij zowel de praktijkcase als de referentiegesprekken. Meer weten? Meer weten over hoe een goede aanbesteding in te richten en hoe daar als leverancier mee op te gaan? Volg 12 februari om 11.15 het webinar “Professioneel inhuren start bij een professioneel RFP (praktijkcase) met Patrick Hendriks en Thijs Maters. Er is dan ook ruime gelegenheid om vragen te stellen en eigen ervaringen in te brengen. In het webinar “Meer regie op tarieven van ZZP’ers. De blackbox van flextarieven voor het eerst geopend” op dezelfde dag gaat Geert-Jan Waasdorp dieper in op de opbouw van tarieven van zelfstandigen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags aanbestedingen, inhuur, RFP | Laat een reactie achter
Hoe blijf je bij met alle ontwikkelingen in #HRTech? Geplaatst 5 februari 2018 door Peter Boerman HRTechReview.nl Er is bijna geen HR-proces te bedenken of er zijn wel softwareleveranciers die claimen het te kunnen automatiseren. Van werving en selectie tot roosterplanning, en van medewerkersonderzoeken tot strategische personeelsplanning. En dan gaat die ontwikkeling ook nog eens steeds sneller. ‘Partijen die 5 jaar geleden op een zolderkamer begonnen, zijn nu opeens een wereldspeler’, vertelt Mark van Assema, HR-projectleider op IT-gebied en adviseur over Total Workforce Management. In 2017 heeft hij de site HRTechReview.nl opgericht, bedoeld om objectief inzicht te geven in de #HRTech-markt in Nederland. Woensdag 14 februari is hij bovendien dagvoorzitter en eerste spreker in de Webinar Week, op een dag die helemaal in het teken staat van HR-technologie. Uitdaging bij vast/flex Volgens Van Assema hebben veel organisaties vooral een uitdaging waar het gaat om de systemen voor het vaste en voor het flexibele personeel. Dat zijn nu nog vaak gescheiden werelden, merkt hij in de praktijk. ‘Voor vaste medewerkers heb je een Applicant Tracking Systeem (ATS) en een salarisadministratie, voor flexibele medewerkers heb je intermediairs met hun software of een Vendor Management Systeem (VMS), waarin je de leveranciers beheert. De kerndata in die twee type systemen is in basis anders; medewerkers versus leveranciers. De technologieaanbieders moeten dan ook kiezen: of ze houden beide systemen apart en koppelen hooguit in beperkte mate, of ze integreren beide systemen volledig tot één systeem.’ Hoe gaan VMS-partijen hiermee om? De in Nederland actieve VMS-partijen gaan hier nu inderdaad verschillend mee om, ziet Van Assema. ‘Sommige partijen kiezen bewust voor een focus op de inhuurmarkt, zoals SAP Fieldglass, Beeline/IQnavigator, Connecting-Expertise en ProUnity. Andere VMS-partijen gaan ook in zekere mate de kant van recruitment voor vaste medewerkers op, zoals Nétive, Agile-1 en PeopleFluent.’ Voor meer informatie hierover verwijst Van Assema naar het VMS-rapport van Flex-Beheer en The Flex Academy. ‘Hierin staat op functioneel niveau welke processen de VMS-partijen in hun nieuwste versies ondersteunen.’ Hoe gaan ATS-partijen hiermee om? Ook bij de ATS-partijen is flexibele inhuur nog behoorlijk onderbelicht, constateert Van Assema. ‘In Nederland zijn al meer dan 35 ATS-partijen actief. Sommigen bestaan al járen. Maar slechts een paar daarvan, zoals Carerix, HR Office en Connexys/Bullhorn, zijn nu de flexwerkers aan het integreren.’ Van Assema, die zelf een IT-achtergrond heeft, pleit er juist voor alle werkenden in de systemen gelijk te behandelen, ongeacht hun contractvorm. Via innovatieve HR-technologie kunnen deze werkenden zich dan allemaal ontwikkelen naar een volgende stap, zegt hij. ‘Waar worden zij blij van? Dát zou de vraag moeten zijn die centraal staat bij de keuze van alle HR-technologie.’ Waar vind je de beste bronnen? In het webinar op 14 februari gaat Van Assema onder meer dieper in op de specifieke vraag die voorafgaat aan je keuze voor HR-technologie, en geeft hij een overzicht van de beste bronnen met informatie over HR-technologie. Op 15 februari (14:30 uur) is er tijdens een ander webinar een discussie met o.a. Mark Bassie over de vraag “Is er nog toekomst voor MSP’s gezien de technologische ontwikkelingen bij VMS’en en inhuurplatformen?“ Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags HR-technologie, HRTechReview | Laat een reactie achter
Nieuwe baan: algoritme auditor Geplaatst 5 februari 2018 door Bas van de Haterd Een nieuwe baan: de algoritme auditor. Deze baan zal naar verwachting redelijk snel verschijnen, als ze er al niet zijn onder andere namen. Het doel van de baan: het beoordelen of algoritmes doen wat ze behoren te doen en binnen de wet blijven. Dit is een functie die zowel technisch als op gebruikersniveau uitgevoerd moet worden. Het testen is immers niet alleen de code, maar ook de uitkomsten. (meer…) Geplaatst in nieuwe banen | Laat een reactie achter
Verschil inkomen tussen zzp en werknemer in 10 jaar tijd nauwelijks veranderd Geplaatst 2 februari 2018 door Hugo-Jan Ruts ‘Flex’ drukt lonen, stuwt winsten, zo kopt NRC naar aanleiding van een rapport van De Nederlandse Bank. “DNB nam acht bedrijfstakken onder de loep. Hoe groter de groei van het aantal flexkrachten in een sector, zo vonden de rekenaars van DNB, hoe kleiner het deel van de totale verdiende koek dat naar werkenden gaat. Een groter deel gaat dan naar winsten van bedrijven.” Ik wil die correlatie niet direct ter discussie te stellen. Maar sommige commentatoren suggereren dat deze trend onder andere komt doordat ‘flex’ steeds goedkoper wordt. Daar zet ik, voor wat betreft de zzp’ers, wel vraagtekens bij. Flex bestaat in deze context uit drie componenten. Tijdelijke contracten Inhuur via uitzending/detachering Zzp. Dan blijkt dat de groep ‘flex’ via tijdelijke contracten plus uitzending harder groeit dan het totaal aantal zzp’ers. En waarbij ook nog maar eens opgemerkt dat het aantal zzp’ers dat je kunt toerekenen tot ‘de flexschil’ (=ingehuurd worden door opdrachtgevers, als alternatief [met uiteenlopende motieven] voor een werknemer) beperkt is. Zie ook het diagram hier rechts, die verder staan toegelicht in dit artikel. Inkomensontwikkeling gelijk Gelukkig is het CBS druk bezig om de indeling van haar statistieken te verfijnen, zodat we eventueel ontwikkelingen qua inkomen ook per groep kunnen zien. Vooralsnog moeten we het met inkomenscijfers doen van ‘alle zzp’ers’. Als je uit statline van het CBS het Gemiddeld persoonlijk primair inkomen (dat is: het persoonlijk bruto-inkomen verminderd met premies inkomensverzekeringen met uitzondering van premies volksverzekeringen) van werknemers en zzp’ers in de afgelopen 10 jaar naast elkaar zet, dan valt toch vooral op dat de ontwikkelingen tussen die twee niet echt anders zijn. Bij de zzp’ers is er vooral een (flinke) dip te zien in de crisisjaren, een dip die vooral ook zal komen voor minder gewerkte uren dan (veel) lagere tarieven. Die dip is ondertussen al weer flink gecorrigeerd. Het verschil tussen deze twee groepen in inkomen in 2014 (meest recente cijfers) iets kleiner (6,7%) dan in 2005 (9,5%). Ik durf wel de veronderstelling aan dat anno 2018 dat verschil, gezien de groeiende vraag, de krapte op de arbeidsmarkt en (tot nog toe) beperkte groei van de salarissen, alweer een stuk kleiner is geworden. Zonder vermindering met de premies zijn de inkomensverschillen groter, maar de trend is gelijk (de ontwikkeling gaat gelijk op). Vergelijking van inkomens is overigens lastig, zeker om daarmee dan weer een relatie te leggen met ‘kosten’. Goed onderzoek naar uurtarieven (waaraan je de werkgeverskosten kunt relateren) onder zzp’ers is er niet. In een Amerikaans onderzoek kwam naar voren dat het gemiddeld (jaar)inkomen van enkele freelancers lager ligt dan vergelijkbare werknemers, maar dat het inkomen per (declarabel) uur juist weer hoger lag. Meer weten? Op 12 februari geeft Geert-Jan Waasdorp tijdens de WebinarWeek een webinar met de titel: “Meer regie op tarieven van ZZP’ers. De blackbox van flextarieven voor het eerst geopend”. Zie hier voor meer informatie Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags CBS, tarieven | Laat een reactie achter
Vrijdagondernemerstip. De beste manieren om zelf te boekhouden als zzp’er Geplaatst 2 februari 2018 door Arjan Nieuwbeerta Wil jij als zzp’er zelf je boekhouding bijhouden? Hoe begin je daar dan mee? Om te beginnen kun je kiezen tussen het bijhouden van je administratie in Excel of met een boekhoudprogramma. Beide keuzes hebben zo hun voor- en nadelen. Welke manier van boekhouden past het best bij mij? Dat is een vraag waar veel ondernemers mee rondlopen. Waarom boekhouden met Excel? Als zzp’er is het aan het begin meestal niet nodig om te investeren in boekhoudsoftware. Doordat je nog niet zo’n ingewikkelde boekhouding hebt, kun je dat eenvoudig zelf doen in Excel. Het voordeel daarvan is dat je perfect inzicht hebt in jouw administratie. Zo heb je dankzij gratis software een prima beeld van de financiële gezondheid van jouw onderneming. De voordelen van boekhouden met Excel Op de meeste desktop is het Office-pakket geïnstalleerd. Excel maakt onderdeel uit van dat pakket, waardoor het erg toegankelijk is. Mocht jouw desktop niet beschikken over Excel, dan kun je gratis gebruik maken van Google Spreadsheets. Een ander voordeel aan Excel is dat je het kunt inrichten zoals jij dat wilt. Maar als je liever begint met een opzet, dan zijn er op internet veel verschillende boekhoud templates te vinden. Op die manier kun je direct beginnen met jouw administratie. De nadelen van boekhouden met Excel Aan het gebruik van Excel zijn ook een aantal nadelen verbonden. Mocht jij jouw boekhouding willen bijhouden in Excel, dan is de nodige kennis van formules wel vereist. Bij de meeste boekhoudsoftware worden berekeningen automatisch gemaakt, maar in Excel zal je dat zelf moet regelen met een formule. Daarnaast kost het opzetten en onderhouden van je administratie in Excel erg veel tijd. Ook al maak je gebruik van een template, je moet nog steeds veel gegevens handmatig invullen. Naast dat het invullen een hoop tijd kost, is de kans op het maken van een fout groter. Eén foutje kan jouw hele boekhouding onbruikbaar maken. Waarom boekhouden met een boekhoudprogramma? Zie jij het niet zitten om alles handmatig in te vullen in Excel? Dan biedt boekhoudsoftware uitkomst. Een boekhoudprogramma vraagt om een kleine investering, maar je krijgt er ook een hoop voor terug. Het eerste voordeel is dat je, in tegenstelling tot Excel, weinig tot geen kennis nodig hebt van boekhouden. Het enige dat jij hoeft te doen is gegevens invoeren, de software doet de rest. Hierdoor bespaar je een hoop tijd en verklein je de kans op fouten. Daarnaast is de BTW-aangifte doen via de trage site van de Belastingdienst ook verleden tijd. Zoals gezegd worden veel taken geautomatiseerd in een boekhoudprogramma, zo ook het berekenen van de BTW. Een groot voordeel hiervan is dat je direct aangifte kunt doen vanuit het programma, dat kan al met slecht één druk op de knop. De software heeft immers alles al voor je berekend. Maak je al gebruik van andere administratieve software? Of ben je van plan om dit in de toekomst te gaan doen? In dat geval is het zeker verstandig om te kiezen voor een boekhoudprogramma. Je kunt de verschillende software namelijk aan elkaar koppelen. Daardoor worden er nog meer processen geautomatiseerd en profiteer jij van meer tijdwinst! Mobiele boekhoud app Ben je vaak op pad? Geen probleem! Veel boekhoudsoftware werkt online in de cloud. Het enige dat jij nodig hebt is een laptop en werkende internetverbinding. Om het nog toegankelijker te maken, bieden veel programma’s een mobiele app. Daarmee kun je zelfs op je smartphone of tablet je boekhouding bijhouden, ideaal toch? Het laatstgenoemd voordeel, leidt ook tot het eerste nadeel van een boekhoudprogramma. Doordat je met een boekhoudprogramma in de cloud werkt, heb je wel altijd een internetverbinding nodig om bij jouw gegevens te kunnen. Maar maak je geen zorgen. Nederland kent een hele hoge internetdichtheid, dus dit zal bijna niet voorkomen. Een ander nadeel aan het gebruik van software, is dat het geld kost. De meeste programma’s vereisen een eenmalige of maandelijkse betaling. Gelukkig kan je de kosten door de extra tijdwinst die een boekhoudprogramma oplevert snel terugverdienen. Welke manier van boekhouden past het beste bij jou? Hopelijk heb je na het lezen van de voor- en nadelen van beide opties al een beter idee welke manier van boekhouden het beste bij jou als zzp’er past. Om de keuze voor jezelf makkelijker te maken kun je jezelf een aantal vragen stellen. Wat vind ik belangrijk? Ben ik bereid om geld te betalen voor software? Ben ik vaak onderweg? Wil ik de mogelijkheid hebben om meerdere administratie software aan elkaar te koppelen? Dat zijn slechts enkele vragen om tot de juiste manier van boekhouden te komen. Kies jij voor een boekhoudprogramma of doe je toch liever je boekhouding in Excel? Mocht je nog twijfelen, dan kan je altijd gebruik maken van een gratis proefperiode van boekhoudsoftware. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags boekhouden | Laat een reactie achter