De ‘ZZPE’ (ZZP-entiteit) als oplossing voor het Wet DBA-debacle? Geplaatst 23 november 2016 door Niels van Berkel De Wet DBA is in de ijskast gezet. Of althans de handhaving daarvan. Staatssecretaris Wiebes gaat op zoek naar een nieuwe manier hoe hij zelfstandigen binnen in het arbeidsrecht krijgt. De vraag is of dat gaat lukken. Ondertussen weten we dat de ingezette flexibilisering een logisch proces is. Het dient een doel voor zowel werkgevers als professionals. Het loondienstverband voldoet simpelweg in veel gevallen niet aan de wens van vraag en aanbod. Flex-vraag en flex-aanbod moeten makkelijk met elkaar in zee kunnen gaan waarbij op een faire manier sociale premies en belasting wordt betaald. In plaats van te denken in bestaande kaders, kunnen we beter naar iets nieuws. Voer de ‘ZZPE’ in. Daar kunnen opdrachtgevers dan zonder risico zaken mee doen. Een nieuwe entiteit voor de bewuste zelfstandige Ik denk dat we toe zijn aan de volgende stap. Laat de ‘gewenst zelfstandige’ een keus maken voor een nieuw te definiëren ZZP-entiteit, de ‘ZZPE’ (denk een BV-light of eenmanszaak plus). Een keus ook voor een vooraf bepaalde methode van belasting- en sociale premiebetaling. Zowel in relatie tot de officiële opdrachtnemer, de ZZPE, als de privé persoon die de opdrachten vanuit de ZZPE uitvoert. In een regulier loondienstverband betalen werkgever en werknemer immers allebei sociale premies en belastingen; de werkgevers- en werknemersbijdrage. In het geval van de ZZPE spreken we af dat de ZZPE 50% van het equivalent van de gezamenlijke werkgevers- en werknemersbijdrage van een regulier loondienstverband aan belasting en premies afdraagt. Deze afdracht kan jaarlijks op basis van de winst van de ZZPE worden bepaald. Voorheffing kan plaatsvinden over daadwerkelijk gefactureerde uren maal tarief. De uitgestelde 50% aan premie-en belastingbetaling wordt verrekend indien winst vanuit de ZZPE als inkomen naar privé wordt gehaald. Dividenduitkering is niet mogelijk (dat is een verschil met de reguliere BV). De actuele IB-schijven kunnen daardoor als referentie voor de bepaling van de ZZPE-afdrachten blijven dienen. De belasting- en premiedruk kan zo mee-ademen met de situatie van de ZZPE-ondernemer. Deze ondernemer kan bijvoorbeeld besluiten om, in plaats van een bepaald bedrag aan omzet (winst) als inkomen naar privé te halen, de resterende 50% binnen de ZZPE te investeren in opleidingen, een website, een laptop, kantoor etc. Van bruto loon in regulier dienstverband of van ZZPE-winst naar netto inkomen gerekend, betaalt dan iedereen per saldo uiteindelijk min of meer hetzelfde aan belasting en premies. ZZP(E)’ers kunnen dan (bijna) net zo goed als reguliere werknemers worden verzekerd. Dat is aan actuarissen om te berekenen. Een zeker ondernemersrisico houdt immers automatisch in dat een deel van de uitgestelde 50% per saldo om allerlei redenen nooit afgedragen wordt. Dat geld is dan echter niet netto in privé gebruikt maar is nog geïnvesteerd in de ZZPE’s. Noodzakelijk in het kader van invoering van de ‘ZZPE’: De ZZPE heeft een KvK inschrijving en een BTW nummer De ZZPE is opdrachtnemer: er bestaat vooraf helderheid inzake premie en belastingplicht. Is impliciet een wilsverklaring en verklaring dat geen loondienstverband wordt beoogd. De ZZPE kan geen dividend uitkeren, winst kan alleen als inkomen naar privé worden gehaald. De ZZPE kan alleen als opdrachtnemer dienen bij een uurtarief vanaf € 25,- Beperking van de zelfstandigenaftrek (ZTA) naar gelang het uurtarief x gewerkte uren = omzet toeneemt. Aan de hand van IB-schijven: Over omzet tot aan < 36%-grens van IB schijf wordt 100% ZTA genoten Over omzet tussen 36% > 52% IB schijf wordt nog 50% van de ZTA genoten terwijl Over omzet > 52%-schaal geen zelfstandigenaftrek meer genoten wordt. Op deze manier komt de ZTA terecht bij diegenen die de stimulans het meeste nodig hebben en is misbruik hiervan voorbij. Als de politiek dit leuk uitwerkt dan hebben we voor invoering in 2018 de oplossing te pakken 😉 Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags planet interim, verkiezingen 2017, Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie, Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 19s Reacties
Waarom Uber en de gig economie geweldig is voor laaggeschoolden Geplaatst 23 november 2016 door Bas van de Haterd Uber en de ‘gig economie’ zijn controversieel. Uber chauffeurs moeten in de UK gezien worden als werknemers en er is (slecht) Amerikaans onderzoek dat aantoont dat het vaste banen kost. Afgezien van de vraag of we zouden moeten streven naar ‘vaste banen’ en of dat mensen wel gelukkig maakt, is er ook veel te zeggen over de kansen die deze manier van werken biedt. Met name voor de laaggeschoolden. Laat ik beginnen met een disclaimer. Ik zeg niet dat het allemaal hosanna is en er niet ook veel misstanden zijn. Misstanden die we moeten aanpakken, net als de misstanden bij slechte werkgevers aangepakt zouden moeten worden. Ik wil in dit artikel de nadruk leggen op de mogelijke positieve effecten, met name op een zeer specifieke groep: de heel laag geschoolden. (meer…) Geplaatst in Apps, Arbeidsverhoudingen, Beleid | 4s Reacties
“Waarom steunt de Commissie Boot de modelovereenkomsten?” Geplaatst 22 november 2016 door Boris Emmerig Fiscalist Boris Emmerig (Holla Advocaten) is een van de best ingevoerde juristen op het gebied van de Wet DBA. Vanzelfsprekend ploos hij de brief van Staatssecretaris Wiebes over de Wet DBA van afgelopen vrijdag uit. Maar extra belangstelling heeft hij voor de uitkomsten van de Commissie Boot. De commissie die het stelsel van modelovereenkomsten analyseerde en toetste aan het arbeidsrecht, het hele fundament onder de Wet DBA. Die commissie is niet mild in zijn oordeel. Naast zijn commentaar op de brief en het rapport Boot, heeft Emmerig beiden samengevat in een serie overzichtelijke slides (zie onderaan artikel). Aanbevelingen Commissie Boot De Belastingdienst krijgt er van de Commissie Boot wel heel hard van langs. Zo zijn mensen volgens Boot op het verkeerde been gezet als ze een algemeen model hebben gebruikt. Bovendien is de Belastingdienst volgens de commissie niet consistent, de rechtsgelijkheid is niet gewaarborgd, men past het civiele toetsingskader niet goed toe, men is te streng, er is geen duidelijkheid over toetsing achteraf, geen eenduidig criterium voor toetsing overeenkomsten, de Wet DBA is ambivalent en voldoet niet aan de doelstellingen etc. etc. Met zulke conclusies (zie ook de slides) begrijp ik eigenlijk niet dat men dan toch adviseert om door te gaan met het systeem van modelovereenkomsten. Boot somt in het rapport ook de nodige criteria op om te bepalen of iemand nu wel of niet in dienstbetrekking werkt. Dit ook als reactie op het feit dat de commissie de huidige benadering van de Belastingdienst – door sec gebruik te maken van de termen ‘gezag’ of ‘vrije vervanging’ te eenzijdig vindt. Die opsomming is relevant, omdat het hanteren van dergelijke criteria richting kan geven aan de benodigde aanpassing van de huidige aanpak. Wiebes heeft aangegeven dat hij op zoek gaat een andere aanpak, maar of en welke aanbevelingen hij van de Commissie Boot nu precies overneemt, is nog onduidelijk. Nog veel vragen over de voortgangsrapportage De brief van Wiebes zelf bevat nog de nodige vragen. Zo is de precieze status van de verlenging van het implementatiejaar mij onduidelijk. Wiebes heeft het over een “educatieve controle” die niet leidt tot naheffingen en boetes, maar waarbij alleen maar wordt gezegd dat men de werkwijze en/of de overeenkomst dient aan te passen. Als dat zo is, dan is de “repressieve handhaving” vanaf 1 januari 2018 helemaal niet repressief en krijgen alle goedwillenden nog één keer een vrijkaartje. Ik vind de brief tegenstrijdig op dit punt. Ook is de route voor de ‘herijking’ van de criteria niet duidelijk. Stel nu eens dat de herijking van het begrip “gezagsverhouding” nog niet op 1 januari 2018 is afgerond, hoe liggen de kaarten dan? Allereerst lijkt mij dit bepaald geen ondenkbaar scenario. Na de verkiezingen in maart is een lange kabinetsformatie niet uitgesloten. Bovendien is een meer concrete of andere invulling van het begrip “gezagsverhouding” geen eenvoudige operatie. Betekent het laatste citaat van Wiebes nu dat aan de bovenkant van de arbeidsmarkt pas handhaving plaats gaat vinden zodra het begrip “gezagsverhouding” anders of concreter is ingevuld en niet al vanaf 1 januari 2018 als dat laatste moment eerder in de tijd ligt? Ook op dit punt vind ik de brief tegenstrijdig. Tot slot er is nog het begrip “kwaadwillenden”. Wiebes schort de handhaving van de Wet DBA in ieder geval tot 1 januari 2018 op. Maar niet voor de kwaadwillenden. Een deel van de definitie die hij geeft staat tussen haakjes: “Kwaadwillend is de opdrachtgever of opdrachtnemer die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).” Hoe zit dat, is iemand pas kwaadwillend als er een oneigenlijk financieel voordeel wordt behaald en/of het speelveld op een oneerlijke manier wordt aantast of hoeft niet aan deze voorwaarden voldaan te zijn? Ten tweede, zijn dit cumulatieve voorwaarden of is het al voldoende als aan één van de voorwaarden is voldaan? Die onduidelijkheid wordt veroorzaakt door het gebruik van de en/of-formulering. De arbeidswetgeving is helemaal niet oud In de Tweede Voortgangsrapportage DBA van Wiebes wordt gesteld dat, nu de automatische vrijwaring van de VAR is verdwenen, de bestaande arbeidswetgeving – uit 1907 – complex blijkt te zijn. Voorts wordt gesteld dat vanwege de vrijwarende werking van de VAR veel opdrachtgevers en opdrachtnemers zich niet hebben verdiept in de arbeidswetgeving en de ontwikkelingen in de jurisprudentie op dat terrein. De hernieuwde kennismaking met het arbeidsrecht bevalt niet iedereen en dat leidt tot onvrede. Het kabinet stelt nu voor om de criteria “vrije vervanging” en “gezagsverhouding” te herijken en te onderzoeken hoe aan deze criteria een concretere of andere invulling moet worden gegeven. Deze invulling dient beter aan te sluiten bij het huidige maatschappelijke beeld van een arbeidsverhouding. Ik heb merk hierbij het volgende op. Het is een simplificatie van de werkelijkheid dat de bestaande arbeidswetgeving uit 1907 stamt. Dat geldt voor de definitie van de arbeidsovereenkomst zoals opgenomen in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek, maar er is sinds 1907 zeer veel veranderd in en toegevoegd aan de arbeidswetgeving en er is heel veel jurisprudentie gewezen die de criteria “vrije vervanging” en “gezagsverhouding” nader duiden. Dat de huidige kaders niet iedereen bevallen en dat dit tot onvrede leidt, is geen reden om wetgeving aan te passen en mag dat op zichzelf ook nooit zijn. Bovendien is het helemaal niet nodig om de wetgeving aan te passen, want uit de op basis daarvan gewezen jurisprudentie vloeien bruikbare criteria voort aan de hand waarvan een arbeidsverhouding gekwalificeerd kan worden. Het rapport van de commissie-Boot geeft een uitstekend overzicht hiervan. Ook is van belang dat het nagenoeg onmogelijk is om een definitie van met name het gezagscriterium in een wettelijke bepaling vast te leggen. De praktijk is daarvoor veel te divers en er is geen eenduidig maatschappelijk beeld van een arbeidsverhouding. Vakbonden zien dat bijvoorbeeld heel anders dan zzp’ers. Heeft Belastingdienst moeite met modern arbeidsrecht? Naar mijn mening is een belangrijke verbetering te boeken als de Belastingdienst zich in de uitvoering van de Wet DBA veel meer dan nu rekenschap gaat geven van het gemoderniseerde arbeidsrecht. De Commissie Boot schrijft niet voor niets dat het mogelijk is om binnen het bestaande wettelijk kader tot een zodanige aanpassing van de uitvoering van de Wet DBA te komen dat veel beter aan de doelstellingen daarvan wordt voldaan. De reden hiervoor is dat de Wet DBA feitelijk geen (nieuw) specifiek wettelijk kader kent. In mijn eigen woorden, zou niet ook eens de vraag mogen worden gesteld of de Belastingdienst niet uitgaat van een verouderde opvatting van het arbeidsrecht (arbeid + loon + gezag = arbeidsovereenkomst) en of het niet juist de Belastingdienst is die moeite heeft met de hernieuwde kennismaking met het arbeidsrecht? De Belastingdienst heeft immers de afgelopen tien jaar ook niets gedaan om het gebruik van de VAR dat frauduleus of te kwader trouw was, te bestrijden. Wiebes en zijn 2e voortgangsrapportage WET DBA plus rapport Boot from ZiPconomy Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 35s Reacties
Pieter Omtzigt (CDA): “Wet DBA Brief Wiebes geeft adempauze, maar maatregelen zijn onduidelijk” Geplaatst 22 november 2016 door Pieter Omtzigt Staatssecretaris Wiebes en Minister Asscher hebben de handhaving van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (ZZP-wet) opgeschort voor goedwillende bedrijven tot ten minste 1 januari 2018. Ze gaan nu studeren op oplossingen en komen na de verkiezingen van 15 maart 2017 met voorstellen. Dit biedt voor een aantal zzp’ers een adempauze maar de maatregelen zijn onduidelijk en te laat. Het is onduidelijk wanneer je in de ogen van de belastingdienst een goedwillende zzp’er of bedrijf bent. In belastingwetten komt de term ‘goedwillende’ ook nooit voor. En al vanaf april stellen we Kamervragen over de vraag: wanneer ben je zzp’ers? Daarop kwamen zeer, zeer gecompliceerde antwoorden. Geen simpel tijdscriterium bijvoorbeeld. In september stelde het CDA per motie voor om de arbeidswetgeving te veranderen op het punt van persoonlijke arbeid. Toen zei Wiebes in de plenaire kamer dat we een 107 jaar oude wet niet even moesten veranderen. En nu gaat de regering er zelf kennelijk beginnen om dat te onderzoeken. Dat hadden ze afgelopen maanden echt al moeten doen. Op verzoek van het CDA komt er de komende drie weken een plenair debat met Wiebes en Asscher. Voor die tijd zullen we nog een hoorzitting in de Kamer houden. In dat debat in december zal ik ten minste vragen om de problemen van deze nieuwe wet spoedig op te lossen. Als we dat niet doen, hebben we in april/mei dezelfde paniek en kopersstaking bij opdrachtgevers van zzp’ers als die we nu zagen. Deze regering lijkt zich er al even niet van bewust te zijn dat het hier gaat om broodwinning van een heleboel gezinnen. Daar kun je niet zo lichtzinnig mee omgaan. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie | 38s Reacties
Nuttige handreiking van Wiebes voor de zelfstandige professional Geplaatst 22 november 2016 door Ewoud de Ruiter Hoewel Staatssecretaris Wiebes heeft laten weten dat handhaving van de Wet DBA voorlopig wordt opgeschort is er nog veel onrust bij zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers. Want wat betekent zijn toezegging in de praktijk? En wanneer is een opdrachtgever of opdrachtnemer bijvoorbeeld ‘kwaadwillend’ – de groep die volgens Wiebes niet gespaard zal worden. Afgelopen vrijdag kwam Wiebes met zijn brief aan de kamer waarin hij ingaat op de problemen die opdrachtgevers en –nemers ervaren bij de inhuur van zp’ers met de Wet DBA. Met het vervallen van de VAR-verklaring vinden partijen het lastig om de werkrelatie te duiden: is er wel of niet sprake van een loondienstbetrekking? Om de partijen tegemoet te komen heeft Wiebes aangekondigd dat de Wet DBA zeker tot 1 januari 2018 niet gehandhaafd zal worden. Tot die tijd wordt gewerkt aan een nadere invulling van de begrippen ‘gezagsrelatie’ en ‘vrije vervanging’, zodat partijen beter kunnen beoordelen of er wel of niet sprake is van een loondienstbetrekking. Maar wat betekent deze toezegging in de praktijk? Wiebes balanceert op een slap koord met de toezeggingen over de handhaving van de Wet DBA: enerzijds is de var-verklaring afgeschaft om effectiever te kunnen optreden daar waar met schijnzelfstandigen wordt gewerkt. Anderzijds wil hij de inhuur van zp’ers zo min mogelijk frustreren. Daarbij mag hij de teugels qua handhaving op het gebied van de loonheffingen ook niet te veel laten vieren. Als hij niets doet komt de inning van de loonheffingen in het gevaar. Dus helemaal niets doen kan hij ook niet. De evident kwaadwillende wordt niet gespaard Wiebes waarschuwt wel in zijn brief: ‘Echter, voor de groep evident kwaadwillenden zal de Belastingdienst met ingang van 1 mei 2017 starten met een (repressief) handhavingsbeleid. Voor deze groep geldt dus geen verlengde implementatietermijn.’ Wat die groep evident kwaadwillende zijn wordt in een bijlage bij de brief toegelicht: ‘Kwaadwillend is de opdrachtgever of opdrachtnemer die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).’ Een voor de praktijk lastig werkbare definitie. Wiebes gebruikt het wordt ‘opzettelijk’. Als we kijken naar de mogelijkheid voor de Belastingdienst om bij naheffing van loonheffingen boetes op te leggen, wordt als voorwaarde gesteld dat er sprake moet zijn van (voorwaardelijke) opzet. Daar komt de Belastingdienst naar haar mening al snel aan toe, als er ten onrechte geen loonheffingen zijn ingehouden, waar dat volgens de Belastingdienst wel had gemoeten. Bijvoorbeeld bij de inhuur van zp’ers. Moet je tot de conclusie komen dat alleen als een naheffingsaanslag met boete opgelegd kan worden er sprake is van de kwaadwillende opzet die Wiebes noemt? Dat als de boete in bezwaar of beroep vernietigd wordt, de naheffingsaanslag ook vernietigd moet worden? Het lijkt mij zeker een standpunt dat het innemen waard is, maar of het in de praktijk ook zo zal werken? Opdrachtgever en –nemer behouden hun verplichting om de Wet DBA goed toe te passen Wat kunnen opdrachtgevers en –nemers nu doen? Ze zullen in ieder geval de verplichting houden om hun werkrelatie vooraf te beoordelen, dat vast te leggen in de administratie en vervolgens gebruik maken van een modelovereenkomst wanneer getwijfeld wordt over de arbeidsrelatie: wel of niet een loondienstbetrekking? Op die manier is het risico dat de Belastingdienst na de uitspraken van de Staatssecretaris van Financiën Wiebes met succes naheffingsaanslagen zal opleggen, kleiner geworden. In mijn ogen heeft de brief van Wiebes niets veranderd voor de dagelijkse praktijk. Met de toezegging dat alleen gehandhaafd wordt bij evident kwaadwillenden blijft de status quo bestaan. Voor opdrachtgevers blijft de onduidelijkheid bestaan over wie nu als kwaadwillende gezien moet worden. Hoogopgeleide professional – zp’er krijgt een voor hen waardevolle toezegging Voor een grote groep zp’ers is een handreiking opgenomen in de brief, die naar mijn mening meer houvast biedt dan de toch enigszins vage toezegging van hiervoor over de handhaving. Het gaat om de professional aan de bovenkant van de arbeidsmarkt die worstelt met het begrip ‘gezagsverhouding’. Voor deze groep zelfstandige professionals, die worden ingehuurd voor een specifiek project, waarbij voor de opdrachtgever het eindresultaat telt en het aan de professional is om het eindresultaat te bereiken zal geen handhaving plaatsvinden. Deze toezegging geldt tot het moment waarop nieuwe begrippen zijn vastgesteld voor het criterium ‘gezagsverhouding’. Tot die tijd lopen professionals niet aan tegen naheffingen en boetes. Dat is een handreiking waar in de praktijk mee gewerkt kan worden. Voor de professionals denk ik dan onder andere aan IT-deskundigen die op projectbasis werken. Dit is een groep die al veel last heeft ervaren van de Wet DBA, hopelijk komen ze met deze toezegging sneller weer aan het werk. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 8s Reacties
Nieuw beroep: reserve-onderdeel ontwerper Geplaatst 21 november 2016 door Bas van de Haterd produEen nieuw beroep voor de (nabije) toekomst: de reserve onderdeel ontwerper. Dit beroep ontstaat door een aantal ontwikkelingen. Namelijk de opkomst van de 3D printer, gecombineerd met de drang naar duurzaamheid en het repareren van producten in plaats van ze weggooien. Dit beroep zit tussen 2 beroepen in die ik in mijn ‘10 banen die verdwijnen & 10 banen die verschijnen‘ heb beschreven: de 3D designer en de reparateur. (meer…) Geplaatst in nieuwe banen | Laat een reactie achter