“Goed opdrachtnemerschap is vooral jezelf blijven en alleen beginnen aan een opdracht je die ook echt begrijpt” Geplaatst 19 april 2016 door AIM4 Wat is goed opdrachtnemerschap? Wat is goed opdrachtgeverschap? Een succesvolle interim opdracht staat en valt natuurlijk bij een goede relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Niet dat ze het elkaar (te) gemakkelijk moeten maken. Integendeel. Een goed interim manager weet te werken op het snijvlak van de kritische buitenstaander en de betrokken businesspartner van zijn/haar opdrachtgever. In navolging van het ZiPconomy onderzoek naar goed opdrachtgeverschap starten we met een nieuwe serie interviews met interim-managers. Centraal daarin: wat verwacht je als interim-manager van je opdrachtgever om je opdracht succesvol te kunnen uitvoeren. En – bovenal – wat doe jij zelf om er voor te zorgen dat je van de opdrachtgever krijgt wat je nodig hebt. Of te wel: wat is voor jouw goed opdrachtnemerschap? In deze aflevering aan het woord: Wouter van Rosmalen Wat is voor jou goed opdrachtgeverschap, wat is goed opdrachtnemerschap? Opdrachtgever dient de missie, strategie of bedrijfsdoelstellingen duidelijk en helder te bespreken. En daarna aangeven hoe de opdracht hier binnen past. Dan ontstaat de juiste context van de opdracht en is een goede opdrachtomschrijving minder belangrijk. Vaak is de opdrachtomschrijving of incompleet of wordt er al een verwachte uitkomst beschreven die uiteindelijk niet correct aansluit met de strategie van de organisatie. Daarnaast moet de opdrachtgever goed aangeven wat het mandaat is van de interimmanager en dit ook communiceren binnen de organisatie. De interimmanager moet dit mandaat ook volledig oppakken en hier naar acteren. Structureel overleg met de opdrachtgever inplannen Ikzelf beoordeel altijd eerst of ik de missie, strategie van het bedrijf ondersteun en of de opdracht daar goed inpast. Als ik de opdracht dan aanneem kan ik deze heel goed plaatsen in de strategie van het bedrijf en stuur ik het proces alsof het mijn eigen bedrijf is. Ik kijk altijd organisatiebreed, dus over de grenzen van mijn opdracht. Als ik aspecten tegen kom die in mijn ogen besproken of aangepakt moeten worden terwijl deze niet binnen mijn opdracht vallen, zal ik dit direct bespreekbaar maken met de opdrachtgever en uitleggen waarom hier mee aan de slag gegaan moet worden. Ik acteer dus altijd in het belang van het bedrijf en niet alleen van de opdracht. Dat is in mijn ogen goed opdrachtnemerschap. Welke factoren zijn voor jou bepalend om tot een goede interim opdracht te komen? Van belang is goed begrijpen wat de strategie van het bedrijf is en wat jouw opdracht c.q. rol daarbij is. Helder met de opdrachtgever het tijdpad in kaart brengen en als interimmer zo goed mogelijk proberen aan te geven wat wel en niet haalbaar is binnen dit tijdspad. Structureel overleg met de opdrachtgever inplannen en afspraken maken wat tijdens dit overleg besproken wordt. Op deze manier blijft er aansluiting tussen opdrachtgever en interimmanager wat met name van groot belang is bij langlopende opdrachten. Aspecten die buiten de opdracht vallen, en gesignaleerd worden tijdens de opdracht, dienen open en helder met de opdrachtgever besproken kunnen worden. Ondanks dat dit soms confronterend voor de opdrachtgever is moet dit gedaan worden want het gaat tenslotte om het bedrijfsbelang. Afhankelijk van het type opdracht, de opdracht goed afronden en kort rapporteren richting de opdrachtgever. Als ik een functie bekleed en die functie moet ingevuld worden, dan wil ik altijd betrokken worden bij het wervingsproces en tijd krijgen om de kandidaat in te werken. Op die manier is er een goede overdracht zodat borging van de in gang gezette veranderingen ontstaat. Ik maak daarna altijd nog een document met aandachtspunten voor de opdrachtgever zodat hij een handvat heeft om het traject en de nieuwe medewerker verder te managen. Een goede relatie met je opdrachtgever is essentieel. Toch moet je hem/haar ook scherp houden en met een been buiten de organisatie staan. Eens? En hoe doe jij dat? Volledig mee eens. De organisatie huurt mij in voor een opdracht, maar ik kijk altijd organisatiebreed. De toegevoegde waarde is de ‘frisse blik’ van buiten op de organisatie. Ik doe dat vaak door het proces van het bedrijf te vergelijken (zonder waarde oordeel) met andere bedrijven of processen zodat de opdrachtgever beter inzicht krijgt in zijn eigen bedrijf. Blijf altijd jezelf Een tevreden opdrachtgever of een geslaagde opdracht. Heeft daar wel eens spanning tussen gezeten bij je en hoe ging je daar mee om. Heeft bij mij nog nooit spanning tussen gezeten, kan in mijn optiek ook niet. Mijn opdrachtgevers zijn meestal directies of dga’s met een bepaalde visie of strategie. De opdracht is daar altijd een afgeleide van. Een opdracht kan niet geslaagd zijn om een of andere reden, maar dan is dat altijd in lijn met het bedrijfsbelang. Alles op alles zetten om een opdracht geslaagd te krijgen terwijl dit niet in het bedrijfsbelang is, geeft een ontevreden opdrachtgever. Sterker nog, geeft blijk van ernstig tekort aan bedrijfseconomische inzicht van de interimmanager. Samenvattend: wat is voor jou de kern van goed opdrachtnemerschap? Blijf altijd je zelf, speel nooit een rol en begin alleen aan een opdracht als je die ook echt ‘begrijpt’. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags AIM4, goed opdrachtnemerschap, interimmanagement | Laat een reactie achter
Hoe gaat technologie gaat helpen met een volgende stap in netwerken? Geplaatst 19 april 2016 door Mark van Assema In de serie artikelen over HR Tech World in London wordt in dit artikel dieper ingegaan op netwerken, zowel het werkwoord als het zelfstandig naamwoord. De grootste zakelijke speler in deze hoek, LinkedIn, was niet aanwezig. Wel waren er een aantal kleinere partijen en startups op dit vlak te vinden en kwam het onderwerp in verschillende presentaties aan de orde. Zo kwam een van de grootste netwerken ter wereld langs, die van de Amerikaanse defensie. Het klinkt zo logisch, iedereen doet het toch al Er wordt inderdaad heel wat af genetwerkt in de wereld, zo ook natuurlijk op deze conferentie in Londen. Peter Hinssen van Nexxworks helpt startups door ze te koppelen aan andere bedrijven in hun netwerk. Dave Bartell, marine officier in het Amerikaanse leger, begint zijn eigen bureau om veteranen via het veteranennetwerk aan een nieuwe baan te helpen. Hij kwam hierop uit eigen frustratie in het vinden van een nieuwe baan. Alle recruitment technologie geeft zoveel volume op de arbeidsmarkt oplevert dat de specifieke persoonlijke eigenschappen van veteranen teveel ondersneeuwen. We gebruiken tegenwoordig wel meer technologie om te netwerken dan 10 jaar terg. Van generieke technologie en social media, zoals Google, Facebook, WhatsApp en LinkedIn, tot aan specifieke HR technologie, zoals via een ATS. Een berichtje sturen naar een oud collega op LinkedIn om je in contact te brengen met iemand is weliswaar netwerken, maar had net zo goed via een belletje, WhatsApp bericht of in een live gesprek bij de borrel kunnen gebeuren. Daarin brengt de technologie zelf nog niet zoveel toegevoegde waarde, dat is alleen maar technologie om te communiceren. De vraag waarop ik bij HR Tech een antwoord zocht, is hoe technologie ons gaat helpen met een volgende stap in netwerken. De kracht van technologie om meer uit netwerken te halen moet komen uit de hoek van Analytics of van meer intelligente software. Waar blijft die technologie? Eerst eens kijken naar de puur technische netwerk tool TrustSphere. Deze tool meet in feite maar één ding; de kracht van relaties tussen mensen in hun netwerk als zodanig benoemd als ‘relationship analytics’. Hiermee wordt onderkend dat het in een netwerk niet zozeer gaat om wíe je kent, maar om hoe goed je die persoon kent. De tool kan data halen uit allerlei systemen waarin mensen met elkaar samenwerken, met vaak als basis de emailserver, maar ook bijvoorbeeld het CRM systeem (Customer Relationship Management). Het meet het aantal en de snelheid van interacties tussen mensen. Dus des te vaker je communiceert met iemand en hoe sneller iemand reageert, hoe krachtiger de relatie. Veel data die je vervolgens wel heel goed moet analyseren om de bloeiende privé relatie tussen twee collega’s te scheiden van zakelijke kennis. Zo vond een gebruiker dat verkopers met een sterk intern netwerk beter presteren dan verkopers met alleen een breed extern netwerk. In de presentatie van Glassdoor komt het onderwerp netwerken zijdelings langs. Deze site heeft reviews van kandidaten en medewerkers van organisaties, over hun eigen organisatie, ook handig voor zelfstandig professionals. In hun presentatie wordt ingegaan op het belang van de juiste bron van kandidaten. Opvallend hierin is de paradox in de hoek van de employee referrals, kandidaten aanbevolen vanuit je netwerk. De kans op het krijgen van een baan (en daarin succesvoller zijn en langer te blijven zitten) is bij referrals het best ten opzichte van alle andere bronnen. Echter in omvang van kandidaat bronnen is referrals slechtst 10% en is nu de grootste bron online solliciteren, met nu 42%. Technologie oplossingen in de recruitment hoek waren in absolute aantallen het ruimst vertegenwoordigd op beursvloer van HR Tech, gevolgd door de complete HR suites en de Analytics oplossingen. Op het gebied van referrals was er slechts één partij aanwezig, Rolepoint. Ze bieden verschillende recruitment oplossingen, allemaal rond het onderwerp employee referral. Deze infographic van hun case bij KPMG toont hoe ze in de hoek van technologie consultants met referrals succesvol zijn. Klinkende cijfers zo te zien. Op dit gebied was zoals gezegd LinkedIn, met hun product LinkedIn Referrals, niet aanwezig. Zelf hoor en zie ik in Nederland hier weinig over, net als over geavanceerde netwerk technologie in het algemeen. Netwerken is voorlopig nog mensenwerk De vraag kant, ook wel ‘de business’, onderkent de kracht van netwerken. Waarom zijn er dan niet meer HR Tech oplossingen op het gebied van netwerken? Mijn conclusie voor de middellange termijn is dan ook dat HR technologie nog weinig voor echt netwerken wordt ingezet en dat dit voorlopig gewoon mensenwerk blijft. Misschien is de menselijke kant in het netwerken wel zo complex dat het niet te automatiseren valt. Lees meer over HR & Tech en de HRtechWorld conferentie ook in deze speciale editie van het ZiPmagazine! Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags HR Tech | Laat een reactie achter
Staatssecretaris Wiebes en zijn eigen Belastingdienst hanteren verschillende criteria rond (schijn)zelfstandigheid. Geplaatst 18 april 2016 door Hugo-Jan Ruts De Belastingdienst hanteert bij de interpretatie van de Wet DBA veel stringentere criteria dan Staatssecretaris Wiebes in kamerdebatten heeft toegelicht. Zo lijkt de Belastingdienst tijdelijke vervanging voor zelfstandigen onmogelijk te willen maken. Doe je als interimmer hetzelfde werk als een werknemer? Dan ben jij ook werknemer. Met wat horten en stoten gaf de Belastingdienst vorige week een Webinar over de Wet DBA voor opdrachtgevers. In die uitzending werd voor het eerst openbaar en expliciet duidelijker hoe de Belastingdienst zelf omgaat met criteria welke situaties nu wel of niet als zelfstandig worden beoordeeld. Zo werd duidelijk hoe de Belastingdienst aankijkt tegen ‘tijdelijke vervanging’. Een zelfstandige die tijdelijk wordt ingezet op een reguliere functie. Voor zwangerschapsvervanging bijvoorbeeld (dat geval werd besproken), maar die casus is eenvoudig door te trekken naar een overbruggingsopdracht (totdat een vast iemand is gevonden) of ziektevervanging. De heren van de Belastingdienst zijn uitgesproken. Wanneer iemand een reguliere functie vervult en hetzelfde werk doet als anderen in loondienst, dan is zo iemand in de regel niet zelfstandig maar is er een arbeidsrelatie. Een lijn die overigens consequent is met het standpunt dat de Belastingdienst achter de schermen hanteert in de overleggen met brancheorganisaties en inhurende organisaties. Opvallend is dat dit standpunt fors scherper is dan wat Staatssecretaris Wiebes altijd heeft doen voorkomen. Criteria schijnzelfstandigheid Wiebes Wiebes heeft het in debatten voor de Wet DBA altijd gehad over de 2 tot 15% schijnzelfstandigheid die via de Wet DBA bestreden kon worden. Daar was niemand op tegen. Die cijfers komen uit dit rapport. Wellicht goed om nog eens de criteria er bij te halen uit dat rapport en wat volgens de onderzoekers bepaalt of er wel of niet sprake is van schijnzelfstandigheid: Een beperkt aantal opdrachtgevers op jaarbasis (drie of minder); Het uitsluitend werken via een bemiddelingsorganisatie; De werktijden worden door de opdrachtgever bepaald; De zzp’er voelde zich beperkt tot redelijk beperkt in de planning en uitvoering van de opdracht. Bij deze criteria ontbreekt nadrukkelijk de vergelijking met werkzaamheden die ook door mensen in loondienst gedaan worden. Dat is niet zo heel gek. Ik zat in de expertmeeting van dat rapport. Bij die meeting werd aanvankelijk wel genoemd dat wanneer iemand gelijksoortig werk doet als iemand in loondienst, dat automatisch schijnzelfstandigheid betekent. Maar op basis van reacties uit die expertmeeting werd dat criteria maar snel van tafel gehaald. Immers: dan zou het percentage schijnzelfstandigheid wel eens fors boven de 50% uit komen, en dat was nu ook weer niet de bedoeling (uiteindelijke concludeerden de onderzoekers: “De omvang van schijnzelfstandigheid is om die reden niet nauwkeurig vast te stellen” – pagina 135). Staatssecretaris Wiebes noemde in Kamerdebatten dan ook andere criteria dan wat zijn eigen inspecteurs nu in de praktijk gebruiken. Zo zei hij tijdens het finale debat in de Eerste Kamer “Je bekijkt of er volgens de modelovereenkomst gewerkt wordt, bijvoorbeeld als het gaat om de gezagsrelatie en de vrijheid van werken. Wie bepaalt de inzet? Is er een eigen planning? Wordt er ingeroosterd? Zijn er eigen investeringen, busjes of wat dan ook? Hoe zit het met vervanging?” De automatische conclusie dat wanneer iemand hetzelfde werk doet als iemand in loondienst hij/zij geen zelfstandige is, ontbreekt hier. Ik heb het hem ook nooit horen noemen. Politiek oordeel nodig Het inzetten van zelfstandigen als tijdelijke vervanging (zwangerschap, ziekte, overbrugging totdat vacature is ingevuld) of capaciteitsvraag (even wat extra mensen nodig) komt zeer veel voor. Lastig om een inschatting te maken, maar met een beetje goede wil gaat het daarbij zo om de helft van de groep zelfstandigen die opdrachten bij opdrachtgevers doen. Dus honderdduizenden, om te beginnen die honderden zzp-ICT’ers die momenteel bij de Belastingdienst zelf werken. Met uit uitsluiten van tijdelijke vervanging heeft de Wet DBA een fors grotere impact op de zzp-markt dan wat Wiebes in de toelichting in de Kamer heeft kenbaar gemaakt. Het inzetten van zzp’ers voor tijdelijke vervanging was met de VAR nooit een probleem. Daar nu anders tegen aankijken, inclusief de gevolgen die dat heeft voor zzp’ers en organisaties , dat mag natuurlijk een standpunt zijn. Maar dan wel graag na een politieke uitspraak en niet als conclusie van de ambtenaren van de Belastingdienst. Dat vindt Wiebes trouwens zelf ook. In de commissievergadering over de Wet DBA in de Tweede Kamer maakte hij duidelijk dat het aan de Tweede Kamer is om de grenzen te bepalen wat nu wel en wat nu niet kan rond inzet zelfstandigen. Hij refereerde aan discussies over zorgverleners (Kamer wilde meer ruimte voor zelfstandigen) en PostNL (Kamer wilde minder ruimte voor inzet zzp’ers). “De politiek bepaalt de grenzen en de Belastingdienst voert het uit,” aldus Wiebes. Nu, mogelijk voelt de politiek zich aangesproken om in deze duidelijkheid te verschaffen. Zowel voor opdrachtgevers als voor opdrachtnemers. Daarbij kunnen ze eventueel ook nog refereren aan de uitspraak van Wiebes in de Eerste Kamer: “Er is een kennelijke behoefte van opdrachtgevers en opdrachtnemers aan flexibiliteit en vrijheid. Daar verandert de afschaffing van de VAR inherent niets aan.” Naschrift: Dit artikel leidde tot kamervragen voor Steven van Weyenberg (D66), zie hier voor de vragen en antwoord Wiebes Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 22s Reacties
Inhuur en de Wet DBA. Wat gaan de grote opdrachtgevers doen? Geplaatst 15 april 2016 door Stef Witteveen Enkele weken voordat de Wet DBA echt ingaat, is nog niet duidelijk hoe de grotere opdrachtgevers van zzp’ers met de nieuwe regelgeving om zullen gaan. Veel intermediaire partijen zijn actief in overleg met de Belastingdienst en kiezen voor werkbare modelovereenkomsten maar de meeste grote inleners hebben nog geen definitieve keuze gemaakt. Onder het oude regime konden inleners hun risico’s nog afwenden door met een tussenpartij te werken maar dat zal vanaf 1 mei niet zomaar meer kunnen. Intermediairs Intermediairs kunnen met de zzp’ers een zogenaamde ‘tussenkomst-modelovereenkomst’ sluiten maar daar zal hoe dan ook in staan dat er bij de inlener niet onder leiding en toezicht kan worden gewerkt. Indien er bij controle door bijvoorbeeld de Belastingdienst in de feitelijke werksituatie toch werkgeversgezag wordt geconstateerd, zal de intermediair als werkgever van de zzp’er kunnen worden aangemerkt. Noch de intermediair, noch de zzp’er, noch de inlener zal dat risico graag lopen omdat de consequenties van een dergelijke situatie niet meer op een ander zullen zijn af te wentelen. De tussenbureaus zullen daarom, naast die ‘tussenkomst-modelovereenkomst’, nog een overeenkomst met de inlenende partij moeten sluiten waarin leiding en toezicht in de feitelijke werksituatie wordt uitgesloten. Staatssecretaris Wiebes is hierover onlangs bij de beantwoording van vragen aan de Tweede Kamer, heel duidelijk geweest. Indien het voor de inlener mogelijk is om werkgeversgezag in de werksituatie uit te sluiten, is dit geen probleem maar in veel gevallen betekent dit dat oude gewoontes op de werkvloer zullen moeten veranderen. Bij grote werkgevers in bijvoorbeeld de financiële dienstverlening, de bouw of bij de overheid, zijn deze veranderingen niet altijd gemakkelijk door te voeren. Steeds vaker hoor je in de markt dat zzp’ers bij deze grotere opdrachtgevers nu onder leiding en toezicht werken. Burgerlijk Wetboek gaat weer prevaleren boven fiscale regels Met de invoering van de Wet DBA wordt eigenlijk een soort bypass van de Arbeidswet afgeschaft want daar heeft de VAR de afgelopen 10 jaar voor gezorgd. Nu de Belastingdienst weer zal gaan controleren op de al lang bestaande en ongewijzigde wetgeving, zal het Burgerlijk Wetboek weer gaan prevaleren boven de contractuele en fiscale wet- en regelgeving. Er blijven nog voldoende mogelijkheden over om het personeelsbestand flexibel in te richten maar oplossingen zonder nadelen bestaan niet meer. Het lijkt erop dat veel zzp’ers met een éénmanszaak hun fiscale faciliteiten zullen moeten opgeven om hun opdrachtgevers nog te kunnen vrijwaren. Wellicht zijn de grote opdrachtgevers bereid om (een deel van) die netto inkomsten achteruitgang te compenseren door het tarief van hun zzp’ers wat te verhogen. Dat zou niet onredelijk zijn. Welke mogelijkheden heeft een opdrachtgever nu feitelijk nog? Hieronder staan de vier opties schematisch weergegeven met alle consequenties per optie. Afhankelijk van de specifieke situatie in de praktijk, kan elke belanghebbende daaruit een keuze maken. Sleutel ligt bij grote inleners Gedurende de implementatieperiode tot 1 mei 2017 zal er nog veel gezocht worden naar de randen van de wetgeving en wellicht gaat er nog een nieuwe gedoogconstructie voor zzp’ers en hun opdrachtgevers ontstaan in de komende maanden. Tot nu toe handelt de Belastingdienst consequent naar de letter en geest van de Wet DBA zoals uit alle tot nu toe gepubliceerde modelovereenkomsten blijkt. De sleutel voor een nieuwe omgang met freelancers ligt naar mijn smaak nu bij de grotere inleners en waarschijnlijk zullen zij naar een zo duurzaam mogelijke oplossing gaan. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 2s Reacties
De Waarde van de ZP’er deel III: Groei aantal zelfstandigen creëert werkgelegenheid en gaat niet ten koste van aantal vaste banen. Geplaatst 14 april 2016 door De Waarde van de ZP'er De zelfstandig professional mag zich verheugen op een groeiende aandacht van politici, opiniemakers, experts en columnisten. Of zp’ers daarbij altijd naar waarde wordt ingeschat is de vraag. In een mooi serie met stevige artikelen onder de titel ‘De waarde van de zp’er’ gaan Liesbeth Ruoff en Niels Huismans op zoek naar het antwoord op wat is de werkelijke waarde van de zp’er is. In deze derde aflevering onderzoeken ze de volgende stelling centraal: De groei van het aantal zelfstandigen creëert nieuwe werkgelegenheid en is niet ten koste gegaan van het aantal vaste medewerkers. Vaste banen en vaste zelfstandigen Wanneer het over zzp’ers gaat valt vaak het argument dat “vaste plekken ingeruild worden voor zzp’ers”. Deze opmerking hebben we zelf getoetst bij de ondernemer/zelfstandige met ons onderzoek naar ‘de waarde van de zp’er’. Allereerst de resultaten van jullie, lezers van ZiPconomy. In de vorige poll luidde de stelling: voor mijn werkzaamheden hebben mijn opdrachtgevers geen medewerkers in huis met de juiste competenties. Een kleine meerderheid, 54 %, was het er geheel mee eens en 7 % geheel mee oneens. 39% zat er tussenin. Officiële cijfers geven het volgende beeld: Het IBO onderzoek (IBO Zelfstandigen Zonder Personeel, april 2015, gepubliceerd oktober 2015, pag. 1) , stelt dat “Het aantal zelfstandigen zonder personeel op de Nederlandse arbeidsmarkt het laatste decennium met bijna 50 procent is toegenomen terwijl de werkzame beroepsbevolking redelijk stabiel is gebleven” . De laatste gegevens van het CBS (maart 2016) laten zien dat tussen 2007 en 2015 bijna 500 duizend vaste banen verdwenen zijn. Tegelijk is het aantal tijdelijke banen met 390 duizend en het aantal zelfstandigen met 235 duizend toegenomen. Je zou dus kunnen stellen dat er ruim 100 duizend banen zijn bijgekomen. Van de groep die begon in een flexibele rol lukt het 40% om na 5 jaar in vaste dienst te komen. Ruim 14 % is na die tijd nog als zelfstandig professional aan de slag volgens de cijfers van het CBS. In ons eigen onderzoek (1000 respondenten) werkt de meerderheid (65 %) langer dan 5 jaar als zelfstandige, deze mensen vallen binnen de groep die door het CBS als zp’er worden gerekend. Van deze groep geeft bijna 12 % aan dat hij/zij iemand vervangt. En maar liefst 83 % geeft aan te werken op projectbasis. Slechts 20 % wordt op een vaste basis ingehuurd en zou dus een plek kunnen bezetten, die eigenlijk ook door een vast werknemer ingevuld kan worden. Beweegredenen zelfstandigen Om meer inzicht te krijgen in de beweegredenen van onze respondenten en te onderzoeken of ze verplicht een vaste plek moesten verlaten hebben we gevraagd naar de redenen om als zelfstandige aan de slag te gaan: Voor de meerderheid is ‘zelfstandigheid / onafhankelijkheid’ de belangrijkste reden om als zp’er aan de slag te gaan. Slechts een klein percentage geeft aan geen andere optie te hebben gehad. Opmerkingen die de respondenten bij de vragen konden plaatsen ondersteunen het idee dat zp’er worden voor hen niet een verplichte actie vanuit de werkgever of de markt was, maar een gewenste keuze. We laten de onderstaande reacties zien omdat we niet kunnen en willen stellen dat de 1000 respondenten representatief zijn voor de ruim 1 miljoen zelfstandigen. Wel zijn het respondenten die de moeite hebben genomen een enquête in te vullen. Het geeft ook aan dat ze bewust de enquête hebben ingevuld en iets wilden zeggen. De onderstaande rij toont een selectie van de opmerkingen: Afwisseling en variatie Gefrustreerd in vaste baan Ander soort arbeid Bredere kennis ontwikkelen in vakgebied Zelf je opdrachtgevers kiezen en kwaliteitsniveau van je dienstverlening bepalen Willen creëren. Omdat ik het talent heb om zelfstandig te werken Doen wat ik graag doe Raar dat die er niet bij staat, maar inhoudelijk precies doen wat ik in wilde, combi design en communicatie Mogelijkheid om inhoudelijk mijn eigen koers te volgen Een combinatie van alle bovenstaande redenen Gaan doen waar ik in geloof en gelukkig van word Wonen in mooiere omgeving Proactief bijblijven in vakgebied Vaste baan heeft geen toegevoegde waarde Persoonlijke groei Mogelijkheid om inhoudelijk nieuwe loopbaanstap te zetten (starten als coach) Opdrachten met de juiste ‘fit’ Zelfontplooiing Geen gezeur meer over reorganisaties en andere HR aangelegenheden. Ik krijg geen vaste baan meer vanwege mijn medisch dossier Idealisme Hobby De nieuwe stelling De nieuwe stelling, als input voor het volgende artikel over de Waarde van de ZP’er De Waarde van de ZP’er: ZP’ers worden ingezet op opdrachten waar anders denken en doen en vernieuwing cruciaal zijn. Waarom dan die opmars van zelfstandigen en groei inhuur? Wat kunnen dan wel redenen zijn dat zelfstandigen binnen organisaties de afgelopen jaren zo’n opmars hebben kunnen maken en organisaties vaker kiezen voor de inhuur van zelfstandigen? Natuurlijk kunnen we er niet omheen dat een eerste reden een financiële kan zijn. Want als je als organisatie wel een opdracht hebt maar er geen fulltime werk van kan maken of dat er slechts sprake is van een tijdelijke rol, ga je kijken of je de vraag in de flexibele schil kunt oplossen. Bovendien is het soms ook gewoon goedkoper en efficiënter om een zp’er in te zetten. Ook kan er door constant wijzigende marktomstandigheden alleen met zeer korte cyclische budgets gewerkt worden. Ook dat is een reden om te kiezen voor een zp’er. Annet Aris schreef in haar column in het FD van 1o maart over de gemiddelde leeftijd van een bedrijven nu en vroeger. Zij citeerde Richard Foster die voor zijn boek Creative Disruption een analyse maakte van de leeftijd van S&P 500-index. Wat blijkt: in 1962 waren de bedrijven gemiddeld 55 jaar in 2012 is dit nog maar 18 jaar. Aris schrijft verder: “Op het moment dat bedrijven aan hun levenseinde zijn is er een natuurlijk drang om op zoek te gaan naar nieuwe spannende activiteiten die nog wel groeien. Een bedrijf dat vastloopt bezit niet altijd over de juiste vaardigheden en ervaring om de business optimaal te leiden. Als we deze constatering van Aris koppelen aan onze vraag naar redenen van inzet is dit misschien ook een reden. Organisaties ontslaan nog niet hun vaste medewerkers, die zorgen voor de “ongoing business” maar deze bedrijven zijn wel op zoek naar medewerkers met andersoortige expertise. Juist in de tijd van onzekerheid kan dit een reden zijn om gebruik te maken van de tijdelijke of unieke expertise, beschikbaar in de pool van de zelfstandigen. Nieuw organiseren leidt tot meer zelfstandigen Een andere reden om de groei van zelfstandigen te verklaren ligt misschien bij de grote belangstelling die in Nederland ontstond rondom het boek van Hamal en Prahalad “De strijd om de toekomst”. Zij stellen daarin: dat bedrijven nieuwe markten moeten creëren, in plaats van steeds te herstructureren. Zij kunnen dat doen door de regels van het spel te veranderen in een bestaande bedrijfstak, de grenzen van de bedrijfstak te verleggen door nieuwe toepassingen te bedenken van bestaande producten, of door geheel nieuwe bedrijfstakken te creëren. Het lijkt erop dat Nederlandse organisaties dit boek hebben geadopteerd en die nieuwe paden zijn gaan bewandelen. Dit deden ze in een tijd van onzekerheid en met veel veranderingen in de markten om hen heen. Die bedrijven wilden niet al te veel risico lopen. Voor die nieuwe paden maakten zij gebruik van zelfstandigen. Uit dit zelfde boek is eveneens het begrip ontstaan van de ‘kern competenties’. Volgens dit begrip moeten organisaties vaste arbeidsrelaties aangaan met resources -mensen- die belangrijk zijn voor de kerncompetenties zoals cultuur en winstgevendheid van een organisatie. Resources, die niet tot de kern behoren, kun je met andere arbeidsrelaties aan de organisatie binden onder andere door activiteiten uit te besteden of bijvoorbeeld door het inhuren van zelfstandigen. Ook dit begrip kan verklaren waarom bedrijven voor sommige activiteiten de voorkeur zijn gaan geven aan zelfstandigen. Die groei van zelfstandigen creëert zelf overigens weer een nieuwe markt: een markt van locaties als Seats2meet, Spaces en HNK. Hun business model is het zijn van een ontmoetingsplaats ván en vóór zelfstandigen. “Hey! Today there are 116 people working in our location. You can meet people with knowledge about: coaching, wordpress and communicatie” meldt Seat 2 Meet real time op haar website. Binnen deze locaties kunnen zelfstandigen sparren met andere zelfstandigen én nieuwe kennis opdoen én een eigen netwerk van zelfstandigen opbouwen. Blij zijn met zelfstandigen Wat al deze mogelijke redenen voor de groei van het aantal zp’ers laten zien is dat het gerelateerd kan zijn aan positieve ontwikkelingen in de markt en bovendien nieuwe markten creëert. Is het niet onze minister-president die zei dat we ons positief als land ten opzichte van de andere Europese landen onderscheiden in ons economisch herstel na de crisis? Zouden we in Nederland dus juist niet blij moeten zijn met het feit dat… we een arbeidsmarkt hebben laten ontstaan waarin een grote groep als zelfstandigen aan de slag konden én wilden gaan we hierdoor een veel lager werkeloosheidspercentage hebben dan vele landen om ons heen en dat bedrijven door het inzetten van een flexibele schil sneller veranderingen konden invoeren? Dit was ook de 5e conclusie van het IBO : Zzp’ers zorgen – samen met flexibele werknemers – voor aanpassingsvermogen bij bedrijven en in de economie… Er ontstaat waarschijnlijk extra werkgelegenheid, deels doordat de zelfstandigen tegen lagere kosten kunnen of willen werken. Om dit laatste punt te ondersteunen: in een artikel in Elsevier van 12 maart 2016 staat Linda Woudstra centraal in De Mens Achter. Zij richtte in 2001 regeltante.nl op. De laatste vraag in dit artikel luidt: U zegt dat u niet rijk wordt van regeltante.nl. Wat is uw drijfveer? Woudstra antwoordt: zoveel mogelijk mensen aan het werk houden en daarmee de lokale economie versterken.” Samenvattend Samenvattend kunnen wij in relatie tot onze stelling De groei van het aantal zelfstandigen creëert nieuwe werkgelegenheid en is niet ten koste gegaan van het aantal vaste medewerkers zeggen: Er is in een tijd van crisis nieuwe werkgelegenheid ontstaan. Zelfstandigen kiezen vaak zelf voor de rol en nemen de bijkomende financiële risico’s voor lief, deze wegen op tegen het plezier van onafhankelijkheid. Bestaande bedrijven hebben veranderingen mede door het inzetten van externen kunnen doorvoeren. (Eerder afleveringen uit deze serie zijn hier terug te lezen) Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Waarde van de ZP'er, zzp-beleid | 8s Reacties
De Belastingdienst faalt hopeloos in communicatie richting opdrachtgevers. Zzp’ers de klos. Geplaatst 13 april 2016 door Hugo-Jan Ruts Nog 17 dagen en alle VAR’s kunnen de prullenbak in. Dan treedt de Wet DBA in werking die op een geheel andere manier het verkeer tussen opdrachtgevers en de zp’ers die ze inhuren moet gaan reguleren. Een operatie die in potentie het hele landschap van ingehuurde zp’ers flink kan opschudden, omdat het risico op naheffing nu bij de opdrachtgever komt te liggen. Met veel koudwatervrees tot gevolg. Staatssecretaris Wiebes sust graag alle onrust weg met bemoedigende woorden dat het er alleen maar eenvoudiger op gaat worden. De werkelijkheid is anders. Voorlichting alleen aan zzp’ers… Aan de Tweede Kamer heeft Wiebes herhaaldelijk beloofd fors in te zetten op voorlichting. Groot probleem is dat al die communicatie inspanningen gericht zijn op de zelfstandigen zelf. Zij hebben (althans wie een VAR had) een brief gekregen. Alle informatie op de website van de Belastingdienst over de Wet DBA staat onder het kopje ‘voor zzp’ers”. De factsheet op de website van de Belastingdienst is primair gericht op de opdrachtnemers. Zo ook alle informatie op de website ‘het ondernemersplein’ van de overheid. Onder het kopje ‘Vanaf 1 mei moet u het volgende doen” staat “Bedenk samen met de opdrachtgever of u een modelovereenkomst nodig hebt.” Inderdaad, zelfstandige professionals zijn ook ondernemer. Maar waar blijft de informatievoorziening naar de inhurende opdrachtgevers? En ja! Daar was dan de eerste stap. Een webinar voor opdrachtgevers. 12 april om 11.00 uur. Jammer alleen dat die vanwege hostingsproblemen in het water viel en niet door ging… Het is haast komisch, als het niet zo treurig was. Of erger, gevaarlijk voor veel zzp’ers. …maar opdrachtgevers zijn de baas Dat alle communicatie gericht is op zzp’ers, suggereert dat het de zzp’ers zijn die zelf kunnen regelen of er wel of niet met een modelcontract gewerkt gaat worden en zo ja, met welke en op welke manier. Maar dat is natuurlijk een grote misvatting van Staatssecretaris Wiebes en zijn Belastingdienst. Heel veel van de zzp’ers waar we het in het kader van de Wet DBA over hebben zijn volledig afhankelijk van hoe hun opdrachtgevers omgaan met de Wet DBA. Er is geen onderlinge afstemming. Het is voor zzp’ers afwachten hoe stafafdelingen bij die opdrachtgevers – waar ze nooit mee spreken – reageren op het toegenomen risico. En de trend lijkt duidelijk: een gebrek aan goede informatie, onzekerheid over hoe de Belastingdienst spelregels gaan hanteren en her en der opgejaagd door adviezen van (huis)juristen doet veel opdrachtgevers momenteel besluiten om de deur voor zzp’ers voorlopig simpelweg maar eens dicht te houden. Tot nader orde. Veel opdracht op het spel De brancheorganisatie Bovib voorspelt na onderzoek bij klanten van haar leden dat er mogelijk 150.000 zzp’ers hun opdracht kwijt kunnen raken. Een conservatieve schatting noemen ze dat zelf. Fiscalist Elmer van Lienen (PWC) had het vorige week over 400.000 zzp’ers waarvan nog vastgesteld moet worden door organisaties of ze nu wel of niet als zelfstandigen door kunnen werken. Uit een onderzoekje van Randstad blijkt dat ruim 70% van ondernemingen een hoger risico op boetes en naheffingen bij zzp-inhuur voorziet. Wellicht het grootste probleem is het grote verschil tussen de ‘niets aan de hand’ toon van Wiebes en zijn communicatiemensen en de (wat ik begrijp) veel weerbarstigere houding van diegene die gaan over het beoordelen van voorgelegde modelcontracten. Waar Wiebes het heeft over een paar procent van de zzp’ers die schijnzelfstandig zijn, hanteren zijn ambtenaren een veel strakkere definitie en zitten ogenschijnlijk meer op de Asscher-lijn: iedereen weer terug in vaste dienst. Lekker overzichtelijk (zo wordt bijvoorbeeld tijdelijke vervanging door zelfstandige onmogelijk). Dat mag natuurlijk een standpunt zijn, maar wees er dan duidelijk over. Vannacht om 02:19 uur kwam er een mailtje binnen. Het Webinar staat nu online (al liep deze website vanochtend weer vast). Een aantal mensen hebben hard doorgewerkt. Maar webinar of niet, het is een druppel op een gloeiende plaat. De communicatie is te laat, te mager, te dubbelzinnig, te vaag en bovenal gericht op het verkeerde publiek. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | 4s Reacties