Leidinggeven aan jezelf en je zelfstandige onderneming Geplaatst 17 februari 2010 door Arjan van den Born Steeds meer management consultants en interim managers beginnen ‘voor zichzelf’. Zij kiezen voor een zelfstandig bestaan als ondernemer in plaats van hun vak uit te oefenen in dienstverband als partner of werknemer. De ontwikkeling van de carrière komt volledig in eigen handen en is niet meer afhankelijk van het beleid van een bureau. Om succesvol te zijn, zal de zelfstandige leiding moeten geven aan zichzelf als persoon én als onderneming. Voor veel zaken moet de zelfstandige nu zelf sturen en kan zij niet meer terugvallen op de collega’s, kennis, accountmanagement of andere zekerheden van een bureau. In dit artikel zullen we de succesfactoren van de zelfstandige belichten en ingaan op de betekenis daarvan voor het leidinggeven aan jezelf. De succesfactoren zijn afgeleid van enkele theoretische raamwerken en de dilemma’s waar zelfstandigen mee te maken krijgen bij het leidinggeven aan zichzelf. Wij maken hierbij onderscheid tussen de begrippen zelfleiderschap en zelfmanagement. Leidinggeven aan jezelf is een proces waarbij je jezelf aanspoort om jezelf en je omgeving telkens op een nieuwe manier te zien; jezelf als het ware opnieuw uitvindt. Het doel hierbij is om meer uit jezelf te halen dan je zelf voor mogelijk houdt. Onder jezelf managen verstaan we het continu sturen van jezelf zodat je de eigen doelen nastreeft en haalt, maar ook niet meer dan dat. De aloude woorden van het orakel van Delphi; ‘Ken Uzelf’(gnothi seauton) zijn hierbij nog steeds van kracht. Daarom zullen wij in het slot van dit artikel onszelf blootgeven en kort vertellen over onze dilemma’s en de wijze waarop wij onze carrière proberen vorm te geven. Een zelfstandige stuurt de carrière op inkomen, professionaliteit en relaties Zelfstandigen zetten voor zichzelf doelen op drie verschillende gebieden; inkomen, professionaliteit en relaties. Alle zelfstandigen opereren binnen deze driehoek, dat wil zeggen dat zij opdrachten beoordelen op basis van hun bijdrage aan deze drie doelen. Natuurlijk wil elke zelfstandige bij voorkeur een opdracht die financieel aantrekkelijk is, die professioneel uitdagend is en die tot goede en langdurige relaties leidt. Maar in de praktijk stelt elke zelfstandige zijn eigen prioriteiten tussen deze drie gebieden en zal hij of zij bij het binnenhalen van een opdracht soms water bij de wijn moeten doen. Het is niet altijd eenvoudig om het carrièresucces van een zelfstandige te bepalen. Of iemand succesvol is, hangt immers af van het behalen van de doelen die men met het zelfstandig bestaan wilde bereiken. Daarbij zegt de buitenkant maar bitter weinig over het bereikte succes. Die zegt niets over de tegenslagen die overwonnen zijn of het geluk dat men onderweg heeft gehad. Bovendien ziet de buitenwereld vaak alleen het geldelijk geluk en niet de persoonlijke opoffering op andere gebieden die daar soms mee gepaard is gegaan. Managen van jezelf – balanceren op vier assen Welke carrièredoelen je ook nastreeft als zelfstandige, het najagen van je doelen gaat altijd gepaard met het verliezen en weer terugvinden van een bepaald evenwicht. Een typische zelfstandige zoekt daarbij de optimale balans op vier verschillende assen. Op elk van deze assen moet de zelfstandige zichzelf leiding geven én zichzelf managen. Deze vier assen zijn: 1) de balans tussen werk en privé, 2) de balans tussen verbondenheid en verlatenheid, 3) de balans tussen differentiatie en specialisatie en 4) de balans tussen exploitatie en exploratie. Figuur: De balansen van de zelfstandige De eerste as gaat over de balans tussen privé en werk. In de praktijk blijkt deze balans lastig te bewaken. Er komen opdrachten die niet bij je gewenste tijdsbesteding passen, maar die je soms toch moet of wilt aannemen. Dit kan zijn omdat je er veel geld mee verdient, het een aantrekkelijke opdracht is uit professioneel oogpunt of omdat je de relatie al lang kent en deze niet wil teleurstellen. De tweede as representeert de balans tussen verbondenheid en verlatenheid. Elke zelfstandige heeft in beginsel voor zelfstandigheid gekozen en zal een bepaalde vorm van verlatenheid niet als een probleem ervaren. Niettemin zijn wij allen sociale wezens en is een bepaalde mate van menselijke interactie wenselijk. Ook vanuit professioneel oogpunt is die interactie belangrijk om jezelf scherp te houden. Zelfstandigen zie je dan ook weer samenwerkingsverbanden organiseren om verbondenheid te creëren. Zo ontstaan netwerkorganisaties zoals de partnerschappen en coöperaties die opereren onder één merknaam en samen de winst verdelen en de lossere verbanden die onder meerdere merknamen opereren en alleen samenwerken met netwerken, kennisdeling of intervisie. Ook kan de zelfstandige kiezen voor een duidelijke carrière als éénpitter. Verbondenheid met anderen kan dan ontstaan door binnen opdrachten samen te werken met klanten en andere zelfstandigen. Een derde as is de as tussen differentiatie en specialisatie. Wil een zelfstandige opvallen in een concurrerende omgeving waarin gevraagd wordt om een helder profiel, dan zal hij of zij zich moeten specialiseren. Het nadeel van specialisatie is echter dat de markt waarop je opereert steeds kleiner wordt en daarmee ook risicovoller. Tot slot is er de balans tussen exploitatie en exploratie. Als je een kunde goed beheerst, dan kun je deze blijven uitoefenen. Het nadeel is echter dat er al snel veel andere zelfstandigen zich dit kunstje zullen eigen maken en de concurrentie zal dan sterk toenemen. Daarom is het ook belangrijk om jezelf steeds te vernieuwen door te investeren in opleiding, vernieuwende opdrachten, interessante samenwerkingsverbanden en innovatie. Het nadeel daarvan is dan dat deze investeringen veel tijd en geld kosten en dat het niet zeker is dat deze investeringen uitbetalen. Balanceren is kwetsbaar Als zelfstandige ben je continu gedwongen om je balans te zoeken, te bepalen of te hervinden. Natuurlijk is die balans afhankelijk van het type markt waarop je opereert. Wij gaan hier nu niet verder op in, maar vinden het hier interessanter om in te gaan op de persoonlijke keuzen van de zelfstandige. Soms zal je ontdekken dat je de balans voor een langere periode hebt verloren. Dit is niet erg, het is zelfs niet meer dan normaal dat een zelfstandige op verschillende momenten zijn evenwicht (enigszins) verliest. Bijvoorbeeld als een zelfstandige ouder wordt en merkt dat een groot deel van het netwerk met pensioen gaat. Balanceren is ook nodig bij een lange periode zonder betaalde opdracht. Dat kan angst en onzekerheid genereren. Het is van groot belang dat de zelfstandige voor zichzelf nagaat waarom het evenwicht verloren is gegaan. Is de oorzaak tijdelijk, of zit de oorzaak dieper? Soms kun je kortstondig je evenwicht verloren hebben. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien een opdracht groter en complexer is dan je had voorzien. Dan zal niet alleen de balans tussen privé en werk verstoord raken, maar je zult waarschijnlijk ook te weinig investeren in je netwerk en je kennis. Herken je dit, dan moet je leren jezelf te managen. Soms zit de oorzaak van de disbalans echter dieper. Het kan ook zo zijn dat de markt waarop je opereert of je persoonlijke omstandigheden sterk veranderen. In dat geval moet je echt jezelf opnieuw uitvinden en is leiderschap vereist. Je moet dan jezelf diep in je ogen durven aankijken en eerlijk bepalen of jij nog wel voldoende bij de markt past of dat je een nieuwe uitdaging moet zoeken. Dit is een hele klus, want dit betekent in de regel het opbouwen van een nieuwe propositie en een nieuw netwerk en daar gaan vaak jaren overheen. Toch is het belangrijk dat je als zelfstandige eerlijk naar jezelf bent en gedegen analyseert wat je omgeving van je vraagt en hoe jij daar aan kan bijdragen. Als je dat niet doet zal de angst en onzekerheid die gepaard gaat met de disbalans er toe leiden dat je elke opdracht die langskomt aanneemt. Er ontstaat zo een vicieuze cirkel waarin je als zelfstandige steeds verder afkomt van je carrièredoelen. Balans vinden kan een eenzame activiteit zijn voor een zelfstandige. Wij denken dat een zelfstandige aan kracht wint door de omgeving te betrekken bij het balanceren en dus iets van verbondenheid te zoeken. Klanten, oud collega’s, vrienden, andere zelfstandigen kunnen helpen bij het scherp krijgen en houden van de prioriteitstelling tussen inkomen, professionaliteit en relaties en van de balans op de vier assen. Dat vereist kwetsbaarheid van de zelfstandige omdat je je eigen gevoelens, keuzes en waarden moet blootgeven. Mede daarom geven wij beiden enkele persoonlijke voorbeelden over de wijze waarop ieder van ons probeert de eigen carrière vorm te geven. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ondernemerschap, zipper | Laat een reactie achter
De terugkeer van de zzp-er op de arbeidsmarkt Geplaatst 17 februari 2010 door Arjan van den Born Een van de meest opvallende recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in het afgelopen decennium is de opkomst van de zelfstandige zonder personeel (zzp-er) of freelancer. Steeds meer bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd door zzp-ers in plaats van door werknemers met een vast dienstverband. Dit heeft potentieel een enorme impact op de verhouding tussen werkgevers en werknemers en de betekenis van collectieve arbeidsovereenkomsten. Deze opkomst moet niet worden onderschat; nu al zijn er verschillende beroepen en industrieën waarin het aantal freelancers vele malen groter is dan het aantal werknemers. Zo heeft de vaste dienstbetrekking al ruim baan gemaakt voor de flexibele freelancer in veel creatieve sectoren, maar ook in verschillende traditionele sectoren is het aandeel van de zzp-er substantieel (bijvoorbeeld in de bouw waar het aandeel freelancers meer dan 40 procent is). Dit artikel beschrijft kort de diepere oorzaken van het toenemende belang van zzp-ers en probeert aan de hand daarvan aan te geven wat de betekenis is voor de arbeidsmarkt. Twee tegenovergestelde overtuigingen Door het ontbreken van feitelijk en gefundeerd praktijkonderzoek vertegenwoordigt de huidige literatuur over freelancers twee fundamenteel tegengestelde overtuigingen. Allereerst is er de positieve opvatting van freelancen. Volgens deze overtuiging biedt een eigen onderneming kansen voor zelfontplooiing, autonomie en creativiteit. Freelancen geeft individuen de vrijheid om te ontsnappen aan de gevangenissen waartoe vele organisaties zijn verworden. Freelancen is volgens deze opvatting de natuurlijke habitat voor kennis om tot volle bloei te komen. De groei van het aantal zelfstandigen wordt in deze visie vooral veroorzaakt door werknemers die bewust voor autonomie, vrijheid en creativiteit kiezen (pull factors). De negatieve visie op freelancen benadrukt het schadelijke potentieel van freelancen. Volgens deze theorie is freelancen niet meer dan een kostenbesparingsactie van grotere bedrijven die mensen berooft van waarborgen en secundaire voordelen en mensen kwetsbaar maakt voor marktveranderingen (push factors). De mens wordt zo gemarginaliseerd tot bron van arbeid. De groei van het aantal zelfstandige professionals wordt in deze visie veroorzaakt doordat organisaties ondernemingsrisico’s afwentelen op werknemers door contracten aan te bieden zonder secundaire arbeidsvoorwaarden of enige vorm van zekerheid. De werkgevers hebben primaire arbeidskrachten voor secundaire prijzen. Volgens deze overtuiging hebben freelancers zelf geen keus en zijn zij `gedwongen zelfstandigen’ of `schijnzelfstandigen’. Wellicht ligt de waarheid ergens in het midden. Blanchflower (2004) concludeert daarbij dat zelfstandigen onder hoge druk staan, hun werk stressvol vinden, vaak uitgeput thuiskomen en van de zorgen soms slecht kunnen slapen. Maar ook dat zelfstandigen duidelijk gelukkiger zijn met hun leven en carrière dan werknemers en bovendien meer controle hebben over de invulling van hun leven. Een goede analyse van de toekomst van de zpp-er en de impact daarvan op de arbeidsmarkt begint met een gedegen besef van het verleden. Het is van belang om te realiseren dat het fenomeen freelancer helemaal niet nieuw is, maar juist heel erg oud. Volgens Wikipedia werd het begrip freelancer voor het eerst gebruikt in 1819 door Sir Walter Scott in zijn roman Ivanhoe om een middeleeuwse huursoldaat te beschrijven. Hoewel het begrip zzp-er destijds niet bestond waren in middeleeuwse tijden bijna alle individuen zzp-er, of ze nu bakker, leerlooier of uitbater waren. Zelfs tot in de recente geschiedenis was het aandeel van zzp-ers onvoorstelbaar hoog. Zo lag in de meeste Westerse economieën het aandeel van zzp-ers in de beroepsbevolking aan het einde van de 19e eeuw nog boven de 40 procent. Dit geeft al aan dat de opkomst van de werknemer in de 19e en 20ste eeuw eigenlijk de uitzondering is en niet de regel. De terugkeer van de zzp-er mag daarom ook geen verrassing zijn. Deze opkomst van de werknemer loopt parallel met de destijds toenemende schaalvergroting van ondernemingen. Vanaf de middeleeuwen en zeker na de uitvinding van de stoommachine werden ondernemingen steeds groter. Steeds meer taken werden gemechaniseerd en later geautomatiseerd. Wat er ook in de afgelopen twee tot drie eeuwen gebeurde, steeds meer activiteiten werden binnen grote organisaties uitgevoerd en steeds minder activiteiten werden door kleine zelfstandige ondernemers verricht. Aan dit proces van continue schaalvergroting lijkt echter in de laatste twee decennia van de 20ste eeuw langzaam een einde te zijn gekomen. Bedrijven worden voor het eerst in honderden jaren weer kleiner en ook worden steeds meer bedrijfsactiviteiten uitgevoerd door zelfstandige ondernemers in plaats van grote organisaties met werknemers. Steeds meer taken worden uitbesteed aan kleine gespecialiseerde bedrijven (Jacobides, 2006). Waar industrieën vroeger werden gedomineerd door grote verticaal geïntegreerde bedrijven zijn industrieën nu meer een lappendeken van toeleveranciers en klanten die steeds meer op basis van gezamenlijke standaarden samenwerken. De vraag is of we, nu we weer terug gaan naar kleinere organisaties, ook weer teruggaan naar meer flexibele arbeidsrelaties in plaats van vaste langdurige dienstverbanden. Vier redenen sterk groep zelfstandige professionals De economische theorie die verklaart waarom sommige activiteiten binnen grote organisaties door werknemers worden uitgevoerd en andere activiteiten door vrije ondernemers op een markt is de zogenaamde transactiekosten theorie. Op basis van deze theorie zijn er vier redenen te vinden waarom het aantal zelfstandige professionals zo sterk is gegroeid in de afgelopen twee decennia: De komst van het internet heeft geleid tot lagere transactiekosten. Het is door het internet mogelijk geworden om overal in de wereld échte deskundigen te zoeken, te vinden en deze vervolgens in te huren voor een fractie van de kosten van vóór het internet tijdperk. Het is daarom nu veel gemakkelijker voor een organisatie om zich te baseren op het marktmechanisme dan in het pre-internet tijdperk. De toegenomen standaardisatie van bedrijfsoplossingen sinds de jaren ’80 door procesherontwerp, standaard technologieën (Windows, ERP, CRM) en uitbesteding hebben het belang van bedrijfsspecifieke kennis verminderd. Sectorkennis en vakspecifieke kennis zijn tegenwoordig veel belangrijker. Dit heeft ervoor gezorgd dat kenniswerkers veel eenvoudiger kunnen jobhoppen van bedrijf naar bedrijf. De miniaturisatie van technische oplossingen heeft de macht van het individu verhoogd. Activiteiten waarvoor vroeger een veelheid aan capaciteiten nodig was (bijvoorbeeld unieke combinaties van verschillende vakmensen, veel financieel kapitaal en toegang tot cliënten) kunnen nu door één of slechts enkele professionals worden uitgevoerd. Dit zijn zowel eenvoudige activiteiten zoals de functie van secretaresse die steeds verder onder druk komt door de opkomst van emailen mobiele telefoon als zeer complexe activiteiten , zoals het onderzoek naar medicijnen of het ontwerpen van grote gebouwen, die tegenwoordig ook steeds vaker door slechts één persoon met behulp van zeer gespecialiseerde software worden uitgevoerd. Door de groei van de kenniseconomie neemt het belang van flexibiliteit en innovatie toe. Flexibiliteit van arbeidkosten wordt belangrijker in de kennissector omdat bijna alle kosten personeelskosten zijn. Dit in tegenstelling tot de industriële sector waar een significant deel van de kosten vast is. Innovatie wordt ook belangrijker in de zeer competitieve kenniseconomie. Organisaties die werken met freelancers zijn innovatiever en flexibeler. Het gebruiken van freelancers verhoogt het innovatievermogen van een organisatie doordat het steeds nieuwe en wisselende combinaties van individuen mogelijk maakt en zo kennisoverdracht en kenniscreatie stimuleert. Door mensen met verschillende achtergronden met elkaar in contact te brengen wordt het pallet aan capaciteiten en het innovatievermogen vergroot. Het werken met freelancers is zo te vergelijken met de campussen op universiteiten waar de combinatie van universitaire kennis en hoogtechnologische ondernemingen ook tot steeds meer innovatie en hogere productiviteit moet leiden. Naast de bovenstaande theoretische argumenten zijn er nog een tweetal aanvullende redenen te geven voor de snelle terugkeer van de zzp-er op de arbeidsmarkt. Ten eerste beperkt de toenemende vergrijzing de bedrijfsrisico’s voor kleine zelfstandigen. Individuen kunnen immers altijd terugkeren naar een vast dienstverband. Ten tweede zorgt de globalisatie voor een snelle toename van het aandeel van de dienstensector in Nederland. Dit is juist een sector waarin flexibele arbeidsrelaties belangrijk zijn. De vraag is of deze terugkeer van de zpp-er op de Nederlandse arbeidsmarkt nu ‘slecht’ is voor individu, onderneming en de samenleving. In beginsel moet deze vraag met nee beantwoord worden, aangezien de terugkeer van de flexibele arbeidsrelatie gewoon meer keuze geeft, zowel aan individu als aan onderneming. Zo kiezen individuen tegenwoordig steeds vaker bewust tussen zelfstandig ondernemerschap en het vaste dienstverband, afhankelijk van de eisen en wensen op dat moment in hun carrière. Veel hoogopgeleide vrouwen met pasgeboren kinderen kiezen voor een vaste baan omdat zij daarvoor een sociaal vangnet terug krijgen (o.a. in de vorm van een vergoeding voor de kinderopvang), maar als zij later opgroeiende kinderen hebben, kiezen ze liever voor het zelfstandig ondernemerschap. Niet alleen omdat je als freelancer flexibeler bent bij het indelen van de werkweek, maar ook omdat je als freelancer parttime kunt werken aan uitdagende klussen zonder aan carrière perspectief te verliezen. Het freelancen past zo perfect in de transitionele arbeidsmarkttheorie. Ook voor veel ondernemingen is de extra keuzemogelijkheid die de opkomst van de zzp-er biedt van groot belang. Bedrijven kunnen zo kennis van individuen inhuren zonder de kosten structureel te verhogen. Afhankelijk van de marktvorm, de aard van het productieproces en het bedrijfsmodel is een organisatie met enkele of vele freelancers optimaal voor de onderneming. Opkomst van de zpp-er niet alleen maar positief Natuurlijk is de opkomst van de zpp-er niet alleen maar positief. Zo wijst de opkomst van de zzp-er ook op samenleving waarin het individu steeds belangrijker wordt. Een belangrijke trend daarin is dat individuele prestaties steeds meer geëvalueerd en gepubliceerd worden. Waar tot voor kort slecht de prestaties van ondernemingen werden gepubliceerd (o.a. door de consumentenbond), worden nu steeds vaker de prestaties van individuen gepubliceerd. Zo worden in de Verenigde Staten niet alleen de prestaties van ziekenhuizen gepubliceerd bij bepaalde operaties, maar ook de prestaties van de individuele chirurgen. Ook in Nederland is deze trend al zichtbaar en niet tegen te houden. Natuurlijk weten we dat binnen bedrijven werknemers al regelmatig geëvalueerd worden, op periodieke tijdstippen en na projecten, maar de opkomst van internetsites (bijvoorbeeld werkspot.nl) laat zien dat de trend naar individuele prestatiemeting pas aan het begin staat van een lange vlucht. Dit is wellicht begrijpelijk omdat prestaties in een kenniseconomie steeds meer worden bepaald door de kennis en ervaring van individuen, maar het risico hiervan is dat het belang van de sociale context daardoor schromelijk wordt onderschat. Een sterke en innovatieve kenniseconomie moet gebaseerd zijn op een samenleving waarin onderling vertrouwen en een gevoel van gedeelde identiteit centraal staan. De belangrijkste uitdaging voor de toekomst ligt daarom in het combineren van de nieuwe flexibele arbeidsrelaties en sociale netwerken op een zodanige wijze dat onderling vertrouwen en een gevoel van gedeeld identiteit centraal staan. Deze nieuwe flexibele oplossingen hoeven daarbij niet per definitie slechter te zijn dan de starre arbeidsrelatie van het verleden. Recente boeken in de Nederlandse managementliteratuur zoals ‘Hoe word ik een rat?’ van Joep Schrijvers (2002) of ‘Kantoorlog’ van Martijn Vroemen (2005) geven al aan dat organisaties lang niet altijd de sociale omgeving scheppen die nodig is voor individuen om tot bloei te komen. Wat dat betreft is de vrijheid en flexibiliteit die gepaard gaan met het zzp-schap een groot goed. Maar we moeten ook niet de illusie hebben dat het vrijgeven van de markt per definitie zal leiden tot een innovatieve kenniseconomie. De Amsterdamse taxioorlog heeft daarbij wel bewezen dat de pure vrije markt lang niet altijd goed functioneert. Zowel vragers als aanbieders hebben soms behoefte aan een mate van regulering in de vorm van bijvoorbeeld certificering en kwaliteitsgaranties zoals deze al decennialang bestaan bij de traditionele vrije beroepen (artsen, notarissen, advocaten). Door de opkomst van de zzp-er krijgt de arbeidsmarkt een alternatief erbij dat slim moet worden ingezet waar dat tot optimaal nut van organisatie en individu leidt. De marktparadox is daarbij dat juist duidelijke en afgedwongen collectieve afspraken nodig zijn om individuen optimaal te laten functioneren. Jones wijst daarbij op de aantrekkelijkheid van deze hybride besturingmodellen die tussen organisaties en markten in staan. Om deze hybride vernieuwende arbeidsmarkt te realiseren, is het wel zaak dat partijen boven dogma’s uitstijgen en per beroepsgroep bekijken wat de optimale marktvorm is en welk besturingsmodel en vorm van regulering daarbij past. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags arbeidsmarkt, zipper | Laat een reactie achter
Helft nieuwe banen VS naar externen Geplaatst 10 februari 2010 door Hugo-Jan Ruts In het NRC las ik onlangs een artikel over de arbeidsmarkt in Japan. De Japanse arbeidsmarkt is de afgelopen jaren fors geflexibiliseerd. Een derde van de beroepsbevolking heeft geen vast contract. Arbeidsmarktdeskundigen verwachten dat dat percentage verder zal stijgen tot 40 procent van de beroepsbevolking. Het deed me denken aan een uitspraak van Gary Mathiason, topman bij Littler, het grote kantoor op het gebied arbeidsrecht. Hij voorspelde dat wanneer het economisch herstel in de VS zich gaat vertalen naar meer werkgelegenheid (en de recente cijfers wijzen daar al wel op de helft van de nieuw gecreëerde banen naar ‘externen’ gaat. De ‘contingent workforce’ noemen ze dat daar: de optelsom van uitzendkrachten, freelancers, consultants, IT-ers, interim-managers, projectleiders en ander personeel dat als zelfstandige, via pay-rolling of als medewerker van een extern bureau wordt ingehuurd. In beide landen is er nog al wat op de arbeidsmarkt veranderd in de afgelopen 10-15 jaar. Japan stond lang bekend als het land waar er simpelweg geen werkloosheid was. Althans officieel. Bedrijven hadden de sociale verplichting overtollig personeel in dienst te houden of zelfs te nemen. Na de diepe en lange economische crisis in de jaren negentig werd de arbeidsmarkt radicaal geflexibiliseerd. Forse groei freelancers in VS In de VS is de arbeidsmarkt altijd al erg dynamisch geweest. Fire & hire is veel gebruikelijker. Dat maakt ook dat men minder met externen hoefde te werken. De ommekeer kwam met de (vermeende) Millenniumproblematiek. Daarvoor waren veel en vooral tijdelijk expertise nodig. Daarbij werd outsourcing van niet-kernactiviteiten de trend. Opvallend is dat in de VS het aantal freelancers, juist ook op ‘professionals’ niveau, de afgelopen jaren fors gegroeid is. Zo rond de 8% werkt nu als zelfstandige ‘contracter’ en wordt, al dan niet via bureaus, ingehuurd. Deze manier van werken bestond tot vroeger in de VS nauwelijks (uitgezonderd de entertainment-sector). Die trend was al ingezet ruim voor de bankencrisis en heeft dus niets te maken met het gebrek aan vaste banen of de ontslaggolf. Verwacht wordt wel dat op termijn structureel 25% van de arbeidsplaatsen bij Amerikaanse bedrijven door externen ingevuld worden. Aanpassingen binnen organisaties nodig Het werken met zo veel externen en op continue basis vergt vanuit organisaties natuurlijk wel een forse inspanning, zowel vanuit inkoop, juridisch, HR en IT oogpunt. De hele industrie rondom het inzetten van tijdelijke professionals en managers groeit in de VS dan ook hard. Denk aan matchingsystemen, internet-sites, bemiddelingsinitiatieven en contractmanagement-systemen. Mocht Nederland op dat terrein al een voorsprong hebben, dan wordt die snel goedgemaakt. En Nederland? Het CBS meldt ondertussen dat het aantal ZZP-ers in Nederland voor het eerst sinds jaren daalt. Hier en daar wordt dat uitgelegd als een keerpunt in de groei van het aantal freelancers. Dat lijkt me geen terechte conclusie. Het begrip ZZP veel te algemeen om daarmee uitspraken te doen over het ondernemerschap in Nederland of de flexibilisering van arbeid op professionals niveau. Belangrijker is de stuwende kracht van zowel de vraagkant (opdrachtgevers) als de aanbodkant (freelancers) veel te groot is. Ongetwijfeld probeert een deel van de interimmers nu te schuilen onder het relatief veilige dak van een arbeidsovereenkomst. Daarmee is er nog geen trendbreuk. Ik denk dat we in veel sectoren binnen afzienbare tijd op dezelfde percentages zitten als in de VS verwacht wordt. Met alle gevolgen voor organisaties van dien. Positieve gevolgen overigens, mits alle aspecten van het werken met veel externen goed gemanaged wordt. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags arbeidsmarkt, cijfers, marktontwikkeling | 1 Reactie
Weer nieuw internet platform voor interim-managers: Planet Interim Geplaatst 5 februari 2010 door Hugo-Jan Ruts Nederland is weer een internet platform voor interimprofessionals en hun opdrachtgevers rijker. PlanetInterim werd als kerstkindje net voor de jaarwisseling stilletjes live gezet. De site bevindt zich nog steeds in de beta-fase, dus voor een inhoudelijke review is het nog wat vroeg. Wel alvast wat achtergrond informatie. Planet Interim is opgezet door Niels van Berkel, die zijn sporen in de interimindustrie verdiend heeft door verblijf van een kleine 10 jaar bij Michael Page. Van Berkel is duidelijk over zijn doelstellingen: “Planet Interim heeft als missie de versnipperde interim markt transparant te maken voor interim professionals, hun opdrachtgevers en bemiddelaars. Ook de micromarkt van een individuele interim vacatures wordt transparant gemaakt via de mogelijkheid om opdracht te plaatsen.” Al veel sites Nu is PlanetInterim niet bepaald het eerste internet initiatief op het gebied van het bemiddelen van interim-managers en interim-professionals. Zowel kleine initiatieven, vaak opgezet door interimmers zelf, als grotere, gestart door ‘grote jongens’ als VNU, ABNAMRO of Achmea/Manpower. Dat er zo veel initiatieven zijn, is niet zo heel verwonderlijk. Een conservatieve schatting is dat bemiddelingsbureaus per jaar zo’n 400 miljoen aan omzet (marge tussen verkoop en inkooptarief) ontvangen doordat zij vraag en aanbod bij elkaar brengen. Overigens, de ambitie om een grote rol te spelen in de directe bemiddeling tussen opdrachtgevers en interimmers heeft nog niemand kunnen realiseren. Planet Interim doet een nieuwe poging. Optelsom van diverse concepten Goed beschouwd is de site een optelsom van reeds beproefde concepten waarvan andere sites gebruik maken. Er wordt een database met profielen van interimmers aangelegd. De site biedt daarbij de mogelijkheid om referenties van die kandidaten te checken. Voor verschillende beroepsgroepen komen er aparte communities. Voor aangesloten interimmers zijn op verschillende onderdelen inkoopvoordelen. Met spidering worden zo’n 35 sites van bureaus en jobboards afgestruind. Daarmee wordt een overzicht gegenereerd van actuele opdrachten die op internet te vinden zijn. Deze service wordt op andere sites ook aangeboden. Som moet je er voor betalen (bijv. 1001 managers), anderen zijn weer verre van volledig (b2You). Hier valt nog wel wat te winnen. Voor interimmers is het natuurlijk erg prettig om een verzamelsite te hebben, dat levert gelijk veel trafic op. Maar de informatie moet dan wel betrouwbaar en volledig zijn. Het blijkt ook voor Planet Interim een hele toer om dat op orde te krijgen, maar dat wordt gezien als kinderziektes. “De spidering vindt in eerste instantie automatisch plaats, waarbij de herkenningsgraad steeds beter zal worden en de interim opdrachten automatisch in de juist mandjes vallen. Voordat de opdrachten naar de site worden doorgezet vindt er een handmatige controle plaats”, legt Niels van Berkel uit. Offertebedrag interimmers zichtbaar Deze spidering wordt door Van Berkel alleen gezien als extra service. “Het is natuurlijk wel een doel van Planet Interim om een groot aantal direct geplaatste interim opdrachten te kunnen bieden”. Meest in het oog springende feature van dat deel van de site is dat interimmers straks kunnen gaan zien voor welke tarieven concullega’s zich hebben aangeboden voor bepaalde opdrachten. Bezoekers kunnen namelijk voordat ze zelf op een opdracht reageren zien wat het tot dan toe laagste, hoogste en gemiddelde uurtarief is van diegenen die al gereageerd hebben. Van Berkel: ‘Een betere prijsvorming is het gevolg doordat de ‘black-box’ wordt opgeheven. Uiteraard blijft de kwalitatieve keuze van de opdrachtgever over, maar dat blijft in alle gevallen zo. Interimmers die bewust een hogere opdracht neerleggen moeten simpelweg een betere aansluiting met de opdracht hebben”. Het lijkt mij een gewaagd idee. Transparantie is natuurlijk mooi. Voor de opdrachtgever lijkt het wellicht prettig om zo druk op de prijs te krijgen, maar ik ben benieuwd welke (ongewenste) dynamiek hier gaat ontstaan bij iets wat toch vooral op een veilig lijkt. Overigens houden de ambities hier niet op. Een Engelstalige site is in de maak en er komt ook een mobile versie. Internet speelt nog kleine rol in interimmarkt Zoals in het begin gezegd, de site bevindt zich nog in de bèta-fase. Het nodige werkt nog niet naar behoren, al is er het nodige verbeterd sinds de lancering. Voor een definitief oordeel over de site wacht ik dus nog een paar weken. Wel is duidelijk dat de site veel onderwerpen naast elkaar biedt. Dat maakt zowel de structuur van de site als de propositie naar de markt er naar mijn idee niet helderder op. Er is veel geïnvesteerd in de techniek van de site. Riskant omdat het velen niet is gelukt een grote marktpositie te veroveren. Internet speelt nog een zeer bescheiden rol va n interimmers. Zoals ik aleerder concludeerde komt dat doordat de inkoopkant van opdrachtgevers nog onvoldoende is georganiseerd voor online matching van interimmers (Marktplaats. nl van UWV is een uitzondering op die regel en in zeker zin Associates ook ) en omdat de markt blijkbaar nog behoefte heeft aan een persoonlijke intermediair. Maar een keer komt de omslag en gaat internet een grotere rol spelen in de match tussen interimmer en opdrachtgever. Planet Interim is er (bijna) klaar voor, vraag is of de markt klaar is (en zit te wachten op) Planet Interim. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags jobboard | Laat een reactie achter