Between houdt koers in woelige markt Geplaatst 23 juli 2019 door Arthur Lubbers De flexbranche is een sector waar je vaak toevallig in moet rollen. Dat geldt ook voor Rein Buijtelaar. Zijn studententijd in Groningen was fantastisch, zijn studie verliep minder florissant. Tijdens zijn studie Economie kwam hij niet verder dan het behalen van de propedeuse en aan fiscale economie gaf hij ook de brui omdat dit ‘waanzinnig saai’ was. Hij stond voor de keuze óf een opleiding tot croupier in het casino en in het nachtleven blijven hangen – hij had als student al een bijbaantje als taxichauffeur – óf een opleiding tot applicatieprogrammeur volgen. Het werd het laatste. Buijtelaar ging na deze opleiding onder meer bij het Randstad Rekencentrum aan de slag, maakte Goldschmeding in de praktijk mee, en later volgde de overstap naar Ordina, waar Buijtelaar in contact kwam met zijn latere compagnon Menno Nieuwpoort. “Bij Ordina Finance zaten wij een beetje tussen de steeds wisselende directies en de professionals die daar werkten in. Eigenlijk hadden we daar al een soort bemiddelende rol.” Start Between dankzij ABN AMRO Rein Buijtelaar Buijtelaar en Nieuwpoort zijn uit Ordina gestapt en met hun eerste flexbedrijf in de ict, ‘TopFicie’, gaan pionieren. “We namen mensen in vaste dienst, maar behandelden hen als zzp’ers, met eigen verlies- en winstrekening. En dus met mooie bonussen. Dat liep erg goed, tot de internetbubbel knapte en wij KPN Telecom als grote klant verloren.” Inmiddels waren zij in gesprek met ABN AMRO, dat werkte met meer dan 160 leveranciers van tijdelijk ICT-personeel en dat terug wilde brengen naar minder dan 10. “Dat was voor ons hét moment. We hebben Between Staffing opgericht (2000, red.) en zijn de inhuur gaan kanaliseren voor ABN. Daarmee waren wij een van de eerste partijen die rechtstreeks zaken deed met de eindklant. Daarvoor was de markt zo georganiseerd dat partijen die met zzp’ers werkten met name aan de system integrators leverden.” Eigen bedrijf teruggekocht Opvallend, in 2005 verkochten Buijtelaar en Nieuwpoort (de meerderheid van hun aandelen in) hun bedrijf Between (en TopFicie) aan het Franse Devoteam, een grote Franse ict-dienstverlener. “Daarmee kreeg Between ook toegang tot de overheidssector. Devoteam had in Nederland een broker-contract met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.” Between groeide hard, maar het businessmodel (veel omzet, lage marges) paste niet echt in de bedrijfsvoering van het Fransen. En dus kochten beide oprichters in 2017, twaalf jaar na de verkoop, hun bedrijf weer terug door een meerderheidsbelang van 65% te nemen. Die terugkeer lijkt opvallend, maar volgens Buijtelaar valt dat wel mee. “We zijn nooit echt weggeweest. We hebben alleen een tijdje onder Franse vlag gevaren, maar volgden altijd al onze eigen koers.” Grote opdrachtgevers Inmiddels is Between Staffing uitgegroeid tot een belangrijke speler in de bemiddeling van ICT-professionals. Vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam, waar 60 mensen werken, zijn via Between dagelijks 4.000 professionals aan de slag. Het bedrijf mag steeds meer grote opdrachtgevers bij de overheid (ministeries) en het bedrijfsleven (onder meer ING) tot zijn klantenkring rekenen. Zo werd 1 juli bekend dat Between opnieuw voor vier jaar tijdelijk IV-personeel mag leveren aan het Ministerie van I&W, Ministerie van Financiën en Algemene Zaken. Ook heel recent, Between heeft de aanbesteding gewonnen bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), waarvoor het een van de partijen is die de komende vier jaar ICT-personeel mag leveren. Schaalgrootte nodig Between sloeg in 2017 een grote slag op de inhuurmarkt voor IT-professionals door FastFlex over te nemen, een concurrent die vooral sterk is in contractbeheer. Buijtelaar over de reden van de overname: “FastFlex heeft een mooi complementair klantenportfolio. Dit was voor ons dé kans om onze schaalgrootte verder te vergroten. Dat maakt ons veel aantrekkelijker voor leveranciers, zzp’ers en klanten.” De inhuurmarkt wordt sowieso gekenmerkt door consolidaties. Ook de concurrentie van Between groeit hard, met grote spelers als Brainnet en HeadFirst Group, waarbij HeadFirst en Source na hun fusie in 2017, vorig jaar zowel branchegenoot Myler als Staffing MS is overgenomen. Buijtelaar schrikt niet van de groei van de concurrentie. “Wij doen niet anders, wij blijven ook om ons heen kijken. Door meer schaalgrootte te creëren, kun je meer geld steken in innovatie, zoals wij bijvoorbeeld doen met ons platform Jobcatcher. Verder proberen wij alles te automatiseren wat je maar kunt automatiseren. Als een professional bij ABN AMRO zijn urenstaat invult, moeten wij dat hier niet nog eens gaan inkloppen, daar moet een automatische koppeling voor komen. Daardoor krijgen onze mensen meer tijd om met klanten en leveranciers te communiceren. Dus automatiseren maakt het werk eigenlijk persoonlijker.” Broker, MSP of consultancy? Voor Buijtelaar gaat het er niet om de grootste te worden in de markt. “Wij willen vooral de beste HR-dienstverlener in de IT zijn. Als je met mooie, geautomatiseerde oplossingen naar klanten kunt gaan, word je vanzelf de snelste groeier. Waar wij naar streven is schaalbare dienstverlening. Voor de ene klant doen wij alleen contractmanagement – dat kan uitgroeien naar search of MSP, maar dat hoeft niet –, voor een andere doen wij alleen payrolling en voor weer een andere klant treden wij op als MSP.” Op de vraag of Between vooral moet worden gezien als broker of MSP, kan Buijtelaar dan ook niet een eenduidig antwoord geven. “Wij doen aan zp-bemiddeling en contractbeheer. Maar we hebben net een opdracht gegund gekregen bij een grote overheidsklant waarbij wij de regie hebben om 40 SAP-specialisten te leveren. Die specialisten leveren wij in samenwerking met Deloitte, Cap Gemini, Conclusion en Ordina. Dat valt eigenlijk onder consultancy. En voor klanten als SVB, het CBS en sommige gemeenten zijn wij meer een MSP.” Het geeft aan hoe diffuus de markt is. Wat Buijtelaar wil met Between is in die diffuse inhuurmarkt de verschillende vormen van hr-dienstverlening (schaalbare dienstverlening) uitbouwen. Binnen de IT, dat al 90% van het portfolio uitmaakt, maar ook in sectoren als finance, secretarieel, juridisch en engineering. Meer overnames In 2018 behaalde Between Staffing Group, dat bestaat uit Between Staffing, Yellow Friday en FastFlex, een omzet van 413,5 miljoen euro. De enorme omzetgroei (+80% op jaarbasis) is natuurlijk grotendeels toe te schrijven aan de overname van FastFlex. Dit jaar wil Buijtelaar dat Between Staffing autonoom verder groeit naar een omzet van 480 miljoen euro. Dat is dus zonder mogelijke acquisities, die overigens wel degelijk tot de mogelijkheden behoren, geeft Buijtelaar aan. “We kijken naar verbreding van onze dienstverlening. Wij willen ook actief zijn in disciplines in de inhuurmarkt waarin we nu nog niet zitten, ook om synergie met bestaande business te creëren. En we zien vast en flex naar elkaar toe bewegen; we willen ook in ‘iets in vast’ gaan doen. En we overwegen om overname(s) te doen in België en we kijken ook naar Scandinavië.” Meer overnamenieuws uit de inhuurmarkt voor IT-professionals zal dan waarschijnlijk ook niet lang op zich laten wachten. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags between, Staffing | Laat een reactie achter
ACM en tariefafspraken, weinig nieuws onder de zon Geplaatst 23 juli 2019 door Hugo-Jan Ruts Zelfstandigen kunnen collectief afspraken maken over hun beloning om aan een minimuminkomen te komen. Dat staat dinsdag in de ‘concept-Leidraad tariefafspraken zzp’ers’ van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Er komt alleen ruimte voor tariefafspraken voor wat de ACM ‘zij-aan-zij’ werkers noemt (doen gelijk werk als werknemers). De tariefafspraken mogen ook niet verder gaan dan het niveau nodig om aan het bestaansminimum te komen. De Mededingingswet geldt alleen voor zij-aan-zij” zzp’ers De ACM schrijft in een toelichting dat zzp’ers die “zij-aan-zij” werken met één of meer werknemers en in de dagelijkse gang van zaken niet te onderscheiden zijn van die werknemers, voor dat werk geen “onderneming” zijn in de zin van de Mededingingswet. Het kartelverbod geldt dan niet voor deze zelfstandige. Zij mogen voor dat werk samen afspraken maken over hun beloning. Dat mag ook in het kader van een cao. Overigens sluit deze interpretatie van de ACM aan bij haar standpunt van 2,5 jaar geleden. Tarief voor bestaansminimum Afspraken over een tarief mogen voor de ACM niet verder gaan dat een tarief dat een bestaansminimum moet garanderen. Alleen dan is het volgens de ACM niet in strijd met het kartelverbod. “De afspraak moet de sociale bescherming van zzp’ers verbeteren, en mag niet verder gaan dan voor dat doel noodzakelijk is.” Vorige week bepaalde het Europese Hof van Justitie nog dat Duitse afspraken voor minimumtarieven voor architecten (die een stuk hoger liggen dan het bestaansminimum) strijdig zijn met EU regels rond vrij verkeer van diensten. Het Kabinet wil in 2021 wettelijk een minimumtarief voor zzp’ers van 16 euro per uur gaan invoeren. Dat tarief is afgeleid van de armoedegrens. Het bestaansminimum ligt daar wat boven. Verder schrijft de ACM dat ze in de periode voor invoering van het minimumtarief geen boetes zal opleggen bij afspraken tussen zzp’ers om dit minimumtarief nu al te realiseren. Wie is ‘zij-aan-zij’ zzp’er ? De bepaling wie nu zij-aan-zij zzp’er is, kan nog voer voor discussie zijn. In de leidraad haalt de ACM een aantal (bekende) voorbeelden naar boven. Een orkestremplaçant is dat voor de ACM wel, een vertaler niet. Een freelancer die werkt op een redactie wel, maar een onderzoeksjournalist niet. Over het veel gebruikte voorbeeld van de pakketbezorger schrijft de ACM: Een pakketbezorger werkt voor één grote bezorgdienst. Hij was eerst in vaste dienst bij de bezorgdienst, maar werkt nu als opdrachtnemer. De bezorgdienst werkt alleen nog maar met opdrachtnemers en heeft geen bezorgers in vaste dienst. Voor de pakketbezorger is er niet veel veranderd sinds hij zelfstandige is. Anders is wel dat hij de pakketjes rondbrengt met een eigen busje. De bezorgdienst bepaalt het tarief dat hij krijgt per pakketje, wanneer hij de pakketjes moet afleveren en welke kleding hij moet dragen en hoe zijn bus eruit moet zien bij het rondbrengen van de pakketjes. De pakketbezorger werkt niet zij-aan-zij met andere werknemers in vaste dienst. De bezorgdienst heeft namelijk geen werknemers in vaste dienst en de pakketbezorger bezorgt de pakketjes met zijn eigen busje. Het is echter niet uitgesloten dat de bezorger op basis van directe toetsing aan de criteria uit het arrest FNV KIEM toch geen onderneming is in de zin van de Mededingingswet. Gezien de beperkingen die de ACM meegeeft en de lage organisatiegraad van zzp’ers, zullen maar een heel beperkt aantal zelfstandigen iets gaan merken van deze mogelijkheid. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ACM, minimumtarief | Laat een reactie achter
Marktomstandigheden voor freelancers blijven gunstig Geplaatst 22 juli 2019 door ZiPredactie Ondanks politieke perikelen rondom zelfstandig ondernemerschap blijft de freelancemarkt gunstig. Ruim de helft van de organisaties (52%) verwacht zelfs meer freelance opdrachten uit te zetten. Dat blijkt uit de Freelance market Index (FMI) van Freelance.nl, een platform voor tijdelijk, projectmatig werk in Nederland. De FMI is een indicator arbeidsmarktklimaat voor freelancers, gebaseerd op ABU- en CBS-cijfers, aangevuld met een telefonische enquête onder circa 150 opdrachtgevers (bedrijven en intermediairs). Gunstig klimaat voor freelancers De FMI laat al langere tijd een stijgende lijn zien. Eind 2018 voorspelde de index gouden tijden, met zelfstandig werkende IT’ers als onbetwiste kopgroep. Echter, begin 2019 leek de conjunctuur volgens CBS-cijfers te verslechteren en noteerde de uitzendsector voor het eerst sinds lange tijd dalingen in zowel de omzetcijfers als de gedeclareerde uren. Bovendien bleven onheilsberichten over mogelijk stringentere wetgeving (Wet DBA, red.) de gemoederen bezighouden. Signalen deden vrezen voor een kentering in het freelance-klimaat in het tweede kwartaal van dit jaar. De cijfers bewijzen echter het tegendeel. De FMI komt in het tweede kwartaal namelijk uit op een score van 114. Dat is weliswaar een daling ten opzichte van het eerste kwartaal van dit jaar (score: 121), maar dit duidt nog altijd op een gunstig arbeidsmarktklimaat voor freelancers. Meer freelance opdrachten uitzetten Hoewel er iets meer duidelijkheid is rondom het zelfstandig ondernemerschap, blijft de gewenste zekerheid over arbeidsrelaties met freelancers nog steeds ver te zoeken, maar dat lijkt het bedrijfsleven niet te deren. Van de opdrachtgevers die elk kwartaal voor de FMI geënquêteerd worden, verwacht 52% in het tweede kwartaal meer freelance opdrachten uit te zetten dan in het eerste kwartaal van 2019. 30% laat weten dat het bestaande hoge opdrachtenvolume stabiel blijft. Slechts 19% van de respondenten verwacht een lichte teruggang in het uitzetten van opdrachten, vooral toe te schrijven aan de afronding van grotere projecten. Criteria bij keuze freelancer De belangrijkste redenen voor organisaties om te kiezen voor een freelancer (en niet voor een werknemer) zijn volgens de respondenten van het onderzoek flexibiliteit, capaciteit, ervaring en kwaliteit. Opvallend is dat kosten hierbij slechts door enkele respondenten wordt genoemd als overweging. Welke freelancer wordt gekozen, hangt vanzelfsprekend af van criteria als kwaliteit, expertise, ervaring en tarief. Maar ook soft skills en de persoonlijke match bepalen of een organisatie een freelancer geschikt vindt. Krapte arbeidsmarkt In tegenstelling tot de dalende trend in de uitzendbranche blijven freelance kenniswerkers gewild. Dat neemt niet weg dat de schaarste aan personeel een uitdaging blijft, ook in het zzp-arbeidsmarktsegment. De helft van de opdrachtgevers geeft aan het moeilijk (48%) tot zeer moeilijk (3%) te vinden om gekwalificeerde kenniswerkers te vinden om opdrachten in te vullen. Bron: Freelance.nl Kanttekening die bij dit onderzoek moet worden geplaatst is dat het platform freelance.nl qua type opdrachten vooral voorziet in opdrachten in de ICT (57%) en management en organisatie (35%). De uitkomsten hebben dan ook vooral betrekking op freelance kenniswerkers in deze sectoren. Geplaatst in Professioneel inhuren | 1 Reactie
BNR: “12.600 zzp’ers de bijstand in vanwege ziekte”. Dat lijkt niet te kloppen. Geplaatst 19 juli 2019 door Hugo-Jan Ruts Daar gaan we weer, denkt u wellicht bij deze nieuwe ZiPconomy Factcheck. Daar gaan we weer, kwam ook bij mij op toen ik gisteren op BNR een bericht las dat er jaarlijks 12.600 zzp’ers de bijstand in stromen vanwege ziekte. Dat kan simpelweg niet waar zijn, was het eerste wat bij me op kwam. Niet omdat zzp’ers immuun zijn voor ziektes of dat ze hun financiën zo goed op orde hebben dat ze nooit bijstand nodig hebben. Zeker niet. Maar het aantal leek me onwaarschijnlijk. Dus op zoek naar de bron. BNR had de cijfers opgevraagd bij het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf. Aanleiding was dat de groep zzp’ers die ziek zijn en een bijstandsuitkering krijgen, ‘onmiddellijk zou profiteren van de arbeidsongeschiktheidsverzekering die het kabinet straks verplicht wil stellen voor alle zzp’ers’, aldus het bericht. Han Dieperink, directeur van het IMK, kwam in de uitzending de cijfers toelichten. Hij stelde daarbij dat deze 12.600 mensen gemiddeld 10.000 euro aan bijstand krijgen. En dat dat de maatschappij volgens hem dus jaarlijks zo’n 126 miljoen euro kost. Onderzoek naar bedrijfsbeëindiging In de uitzending werd niet echt duidelijk waar deze cijfers op gebaseerd zijn. Dus namen we contact op met Han Dieperink. Hij zegt dat hij de cijfers baseert op dit onderzoek van EIM/Panteia (Bangma en Bruins) uit 2010. “Daaruit blijkt dat 14% van de bedrijfsbeëindigingen het gevolg zijn van ziekte (13% tot 55jr en 16% ouder dan 55jr). Die ratio loslaten op de 90.000 bedrijfsbeëindigingen uit 2018 betekent 14% van 90.000 is 12.600 bedrijfsbeëindigingen vanwege ziekte” aldus Dieperink. Als we naar die bron terug gaan dan vallen wel een paar zaken op. Het gaat om bedrijfsbeëindigingen wegens ‘ziekte of privéomstandigheden’ (wat de relatie tot de AOV zoals in het bericht wordt gezegd, toch wat anders maakt). In het onderzoek wordt verder opgemerkt dat het beëindigen van een bedrijf nog niet wil zeggen dat iemand stopt met ondernemen. In het onderzoek staat niets over dat deze groep vervolgens bijstand aanvraagt. Het gaat om een onderzoek onder het klein bedrijf, wat niet hetzelfde is als zzp. Deze cijfers doortrekken naar de stelling dat in 2018 12.600 zzp’ers hun bedrijf hebben beëindigd vanwege ziekte, lijkt me iets te kort door de bocht. Krijgt deze groep dan ook een bijstandsuitkering? Een nog veel belangrijkere vraag is of deze zzp’ers (er zijn ongetwijfeld zzp’ers die door ziekte hun bedrijf moeten stoppen) vervolgens ook een bijstandsuitkering aanvragen en krijgen? We hebben in Nederland de BBZ (Besluit bijstandverlening zelfstandigen), wat zo ongeveer een overbruggingskrediet is voor zelfstandigen in financiële nood. Maar daar hebben we het niet over. Volgens een toelichting van Dieperink aan ZiPconomy gaat het volgens ‘niet-levensvatbare’ zzp-bedrijven. En daar is de BBZ volgens hem niet voor. Dat klopt (volgens dit CBS onderzoek maakte in 2015 een kleine 10 duizend zzp’ers gebruik van de BBZ en gemiddeld 8 duizend van de bijstand). Krijgt deze groep zzp’ers die moet stoppen met ondernemen vanwege ziekte dan een ‘gewone’ bijstandsuitkering, zoals Dieperink stelt? Wie weet vinden ze wel een baan, gaan met pensioen of hebben een andere bron van inkomen. Immers 60% van de zzp’ers heeft volgens de Zelfstandigen Arbeid Enquête een verzekering of andere eigen financiële voorziening als hij/zij ziek wordt. Bij die ZAE cijfers is nog niet meegenomen dat er ook nog een partnerinkomen kan zijn. Een bijstandsuitkering krijg je meestal niet als je vermogen hebt, een uitkering van een verzekering krijgt en is ook nog eens afhankelijk van het inkomen van je partner. Dieperink geeft aan dat hij geen aparte cijfers heeft omtrent de instroom in bijstand van zieke zzp’ers. “Het betreft een inschatting op basis van onze eigen ervaringen bij zelfstandigen, die een BBZ-krediet aanvragen, maar daarbij worden afgewezen op basis van niet-levensvatbaarheid van hun onderneming. Ik zou graag meer data willen hebben rond bedrijfsbeëindiging, maar moet het hiermee doen.” Dat is dus wel erg dun ijs. Hij erkent dat er ook andere bronnen van inkomen kunnen zijn waardoor iemand geen BBZ en laat staan bijstand aanvraagt. Wel verwijst hij naar hetzelfde onderzoek met daarin het cijfer dat “14% van de onderzochte groep in een uitkeringssituatie zit”. Maar dat cijfer gaat over alle zzp’ers in dat onderzoek en niet die zieke zzp’ers. Plus het gaat om allerlei uitkeringen, ook WW, WAO, WIA, Wajong, zo staat op pagina 23 van dat rapport te lezen. Ongefundeerd Of er in 20181 12.600 zzp’ers hun bedrijf hebben beëindigd vanwege ziekte is dus nog maar de vraag. Dat deze groep vervolgens geen inkomen meer heeft wordt niet onderbouwd. Dat de groep zonder inkomen sowieso een bijstandsuitkering is onjuist. Kortom: het BNR bericht dat er in 2018 12.600 ex-zzp’ers vanwege ziekte in de bijstand terecht zijn gekomen is ongefundeerd. Werkende armen, zzp’ers met een laag verdienvermogen (worden ze arm omdat ze zzp’er zijn, of worden ze zzp’er omdat ze arm zijn?), kwetsbare zzp’ers zonder verzekering; het zijn serieuze en hardnekkige problemen die eerlijke en zuivere cijfermatige analyses verdienen. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags aov, factcheck, interimkompas | 2s Reacties
Europees Hof zet streep door minimumtarieven voor Duitse architecten Geplaatst 18 juli 2019 door ZiPredactie De minimumtarieven die in Duitsland gelden voor architecten zijn in strijd met de EU dienstenrichtlijn. In een uitspraak heeft het Europees Hof van Justitie de Europese Commissie in het gelijk gesteld. In een in 2015 opgestarte procedure stelde de Commissie dat tariefafspraken een schending zijn van de dienstenrichtlijn. De EC wil zo het recht op vrije vestiging in Europa onder freelancers beschermen. De vergoedingsregeling voor architecten en ingenieurs (HOAI) werd in 2013 in Duitsland van kracht. Minimumtarieven zijn nodig om de kwaliteit te bewaken, zo was het argument. Dat argument is nu van tafel geveegd door het Hof. Nederland De zaak doet denken aan discussies in Nederland over een algemeen minimum tarief voor zzp’ers en de roep om in bepaalde sectoren aanvullende tariefafspraken te maken. Minister Koolmees verdedigde onlangs in de Kamer zijn keuze voor een laag minimumtarief met als argument dat het zijn inschatting is dat alleen een tarief dat gekoppeld is aan de armoedegrens door het Europees Hof gebillijkt wordt. Vakbonden en de linkse oppositie pleiten voor een hoger minimumtarief. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Koolmees, minimumtarief, tarief | Laat een reactie achter
“Kosten zzp’ers in verpleeg- en thuiszorg rijzen de pan uit.” Klopt dat? Geplaatst 18 juli 2019 door Hugo-Jan Ruts “Kosten zzp’ers in vvt rijzen de pan uit” kopte Skipr, het blad voor beslissers in de zorg, op 11 juli. VVT staat voor de verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg. Het artikel was voor PvdA Kamerlid John Kerstens aanleiding Kamervragen te stellen. “Vaak bij minister De Jonge aangedrongen op inzicht in de kosten van zzp-ers in de zorg. Heeft-ie niet, zegt-ie. Kijk: Intrakoop doet z’n huiswerk voor ‘m. Conclusie: kosten exploderen en veel minder geld over voor cao’s dan beweerd” schrijft hij op twitter. Maar klopt dit? Onderzoek Skipr schrijft in haar artikel onder andere dat “de kosten van de externe inhuur van personeel in de verpleging, verzorging en thuiszorg (vvt) vorig jaar met 19 procent zijn gestegen tot 931 miljoen euro. Een groot deel van die sterk toegenomen externe inhuur komt voor rekening van mensen die eerder in loondienst waren”. Skipr meldt overigens ook dat de financiële positie van de VVT zorgorganisaties vooruit is gegaan. Bron van dit bericht is een analyse van de jaarverslagen van 477 vvt-organisaties door Intrakoop en Verstegen accountants en adviseurs. Intrakoop schrijft op hun eigen site dat “de kosten van inhuur van extern personeel laten een forse toename van 18,6% zien tot € 931 miljoen. Dat is 8% van de totale personeelskosten. De totale personeelskosten komen in 2018 uit op € 12 miljard, een stijging van 4,4% ten opzichte van 2017.” In het rapport staat verder te lezen dat “de sector kampt met een tekort aan goed opgeleide medewerkers door een complexere zorgvraag en een toename van het aantal cliënten. Het vangt de personeelskrapte deels op door de inzet van extern personeel. Een deel van deze externe inhuur betreft bovendien medewerkers die eerder in loondienst waren. De vraag naar personeel is zo hoog, dat een deel van de medewerkers in de sector aan de slag gaat als zzp-er om zo meer zeggenschap te hebben over de invulling van de werkzaamheden en een hogere vergoeding te bedingen. Deze laatste ontwikkeling drijft de kosten voor de sector verder op.” Geen uitsplitsing van kosten beschikbaar We gaan er vanuit dat de het onderzoek naar externe inhuur, PNIL (Personeel Niet In Loondienst) in het zorgjargon, klopt. Maar aan welke vormen van externe inhuur wordt dat dan uitgegeven? Immers, naast zelfstandigen zonder personeel, kunnen de extra handen aan het bed ook ingehuurd worden via uitzendbureaus, detacheerders of andere vormen van externe arbeid. Navraag bij Intrakoop maakt duidelijk dat bij hen niet bekend is aan welke vormen van externe arbeid dat bedrag wordt uitgegeven. “Zorginstellingen moeten in de jaarverantwoording aan het Ministerie van VWS (DigiMV) aangeven waar ze hun geld aan uitgeven. Daarin wordt een onderscheid gemaakt tussen personeel in loondienst, zelfstandige personeelsleden (geen gezagsverhouding) en ingehuurde personeelsleden (uitzendkrachten)”, aldus een woordvoerder van Intrakoop. “Helaas worden deze vragen door de diverse organisaties minder goed ingevuld. Ze worden overgeslagen en niet juist ingevuld, een enkeling vult ze wel goed in. Heel moeilijk dus om daar een goed en onderbouwd oordeel over te geven over hoe de uitgaven aan externen is opgebouwd.” Intrakoop brandt de vingers niet aan een inschatting. Intrakoop kan dus, anders dan wat John Kerstens veronderstelt dus ook geen uitsplitsing geven aan welke vormen van externe inhuur het geld is uitgegeven. En dus ook niet bevestigen dat dat geld vooral besteed wordt aan inhuur van zzp’ers. Meer zzp’ers in de zorg Uit de KVK cijfers is bekend dat het aantal zzp’ers in de zorg groeit en wat harder dan het gemiddelde. Aanleiding om nog eens verder navraag te doen. “Wij herkennen ons in het beeld dat de kosten voor PNIL sterk toenemen”, zegt Lex Tabak van SoloPartners, de brancheorganisatie voor zzp’ers in de zorg. “We zien bureaus die flex-werkers in de zorg leveren in sterke mate groeien en we zien veel nieuwe initiatieven ontstaan.” “Daarnaast stromen er 1.200 zorg zzp’ers per maand in bij de Kamer van Koophandel en deze gaan deels aan het werk in de flexibele schil van zorgorganisaties. Het beeld dat de stijgende kosten aan PNIL zuiver aan de zzp’er gehangen kan worden is echter te kort door de bocht. PNIL bestaat uit uitzendkrachten, zorgverleners die gedetacheerd worden en daarnaast ook zzp’ers. Die drie groepen lopen door elkaar heen en het komt geregeld voor dat zorgorganisaties niet precies weten of ze een gedetacheerde kracht, een uitzendkracht of een zzp’er voor zich hebben werken.” Tabak heeft verder nog een interessante aanvulling: “Belangrijker dan te weten welke vormen van externe inhuur ingezet worden, is de vraag waarom zoveel zorgprofessionals kiezen voor een rol als flex kracht en waarom moeilijk vervulbare vacatures moeilijk vervulbaar blijken te zijn. Het zou de sector sieren als men niet meer zou wijzen naar ‘de zzp-er’ als oorzaak voor stijgende kosten, maar zichzelf vragen stelt over waarom zij inmiddels zo aangewezen is op PNIL.” Conclusie De kop in Skipr sluit niet direct aan op de conclusies uit het rapport en is op zijn minst wat voorbarig te noemen. Dat een ‘groot deel’ van de kosten wordt uitgegeven aan personeel dat eerder in loondienst was, staat niet in het onderzoek te lezen, noch dat het hierbij om zzp’ers gaat. De veronderstelling van Kerstens dat er nu duidelijkheid is omtrent een uitsplitsing van de kosten van extern personeel klopt niet. Feit is dat het aantal zzp’ers in de zorg behoorlijk groeit. De veronderstelling dat een deel van de groeiende uitgaven aan extern personeel inderdaad besteed wordt aan het inhuren van zzp’ers lijkt juist. Dat kan je – in een krappe arbeidsmarkt – zien als een manier om invulling te geven aan de ambities voor ‘meer handen aan het bed’. Maar de uitstroom van vast personeel naar vormen van flexibele arbeid, waaronder zzp, en daarmee een soort van ‘gedwongen opdrachtgeverschap’ (organisaties willen niet direct zzp’ers inhuren, maar schaarste dwingt ze daar toe) lijkt in dit deel van de zorgsector ook een indicatie te zijn dat er meer aan de hand is. Naast een vaak betere vergoeding als flexkracht (al dan niet als zzp’er), wordt er regelmatig gewezen op de hoge werkdruk, veelheid van administratieve verplichtingen en een gebrek aan zeggenschap over de invulling van de eigen werkzaamheden als push-factoren waarom zorgwerknemers de overstap naar het zzp-schap maken. Kortom: we gaan niet zo ver om de kop in Skipr als geheel als ‘onwaar’ te bestempelen. De werkelijkheid achter de kop is wel een stuk complexer dan op het eerste gezicht lijkt. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags factcheck, solopartners, zorgsector | 3s Reacties