"Exploring the future of work & the freelance economy"

“Kosten zzp’ers in verpleeg- en thuiszorg rijzen de pan uit.” Klopt dat?

Een verhaal over gestegen kosten extern personeel in de zorg blijkt net iets ingewikkelder. Een ZiPconomy factcheck.

“Kosten zzp’ers in vvt rijzen de pan uit” kopte Skipr, het blad voor beslissers in de zorg, op 11 juli. VVT staat voor de verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg. Het artikel was voor PvdA Kamerlid John Kerstens aanleiding Kamervragen te stellen. “Vaak bij minister De Jonge aangedrongen op inzicht in de kosten van zzp-ers in de zorg. Heeft-ie niet, zegt-ie. Kijk: Intrakoop doet z’n huiswerk voor ‘m. Conclusie: kosten exploderen en veel minder geld over voor cao’s dan beweerd” schrijft hij op twitter.

Maar klopt dit?

Onderzoek

Skipr schrijft in haar artikel onder andere dat “de kosten van de externe inhuur van personeel in de verpleging, verzorging en thuiszorg (vvt) vorig jaar met 19 procent zijn gestegen tot 931 miljoen euro. Een groot deel van die sterk toegenomen externe inhuur komt voor rekening van mensen die eerder in loondienst waren”. Skipr meldt overigens ook dat de financiële positie van de VVT zorgorganisaties vooruit is gegaan.

Bron van dit bericht is een analyse van de jaarverslagen van 477 vvt-organisaties door Intrakoop en Verstegen accountants en adviseurs. Intrakoop schrijft op hun eigen site dat “de kosten van inhuur van extern personeel laten een forse toename van 18,6% zien tot € 931 miljoen. Dat is 8% van de totale personeelskosten. De totale personeelskosten komen in 2018 uit op € 12 miljard, een stijging van 4,4% ten opzichte van 2017.”

In het rapport staat verder te lezen dat  “de sector kampt met een tekort aan goed opgeleide medewerkers door een complexere zorgvraag en een toename van het aantal cliënten. Het vangt de personeelskrapte deels op door de inzet van extern personeel. Een deel van deze externe inhuur betreft bovendien medewerkers die eerder in loondienst waren. De vraag naar personeel is zo hoog, dat een deel van de medewerkers in de sector aan de slag gaat als zzp-er om zo meer zeggenschap te hebben over de invulling van de werkzaamheden en een hogere vergoeding te bedingen. Deze laatste ontwikkeling drijft de kosten voor de sector verder op.”

Geen uitsplitsing van kosten beschikbaar

We gaan er vanuit dat de het onderzoek naar externe inhuur, PNIL (Personeel Niet In Loondienst) in het zorgjargon, klopt. Maar aan welke vormen van externe inhuur wordt dat dan uitgegeven? Immers, naast zelfstandigen zonder personeel, kunnen de extra handen aan het bed ook ingehuurd worden via uitzendbureaus, detacheerders of andere vormen van externe arbeid.

Navraag bij Intrakoop maakt duidelijk dat bij hen niet bekend is aan welke vormen van externe arbeid dat bedrag wordt uitgegeven. “Zorginstellingen moeten in de jaarverantwoording aan het Ministerie van VWS (DigiMV) aangeven waar ze hun geld aan uitgeven. Daarin wordt een onderscheid gemaakt tussen personeel in loondienst, zelfstandige personeelsleden (geen gezagsverhouding) en ingehuurde personeelsleden (uitzendkrachten)”, aldus een woordvoerder van Intrakoop. “Helaas worden deze vragen door de diverse organisaties minder goed ingevuld. Ze worden overgeslagen en niet juist ingevuld, een enkeling vult ze wel goed in. Heel moeilijk dus om daar een goed en onderbouwd oordeel over te geven over hoe de uitgaven aan externen is opgebouwd.” Intrakoop brandt de vingers niet aan een inschatting.

Intrakoop kan dus, anders dan wat John Kerstens veronderstelt dus ook geen uitsplitsing geven aan welke vormen van externe inhuur het geld is uitgegeven. En dus ook niet bevestigen dat dat geld vooral besteed wordt aan inhuur van zzp’ers.

Meer zzp’ers in de zorg

Uit de KVK cijfers is bekend dat het aantal zzp’ers in de zorg groeit en wat harder dan het gemiddelde. Aanleiding om nog eens verder navraag te doen.

“Wij herkennen ons in het beeld dat de kosten voor PNIL sterk toenemen”, zegt Lex Tabak van SoloPartners, de brancheorganisatie voor zzp’ers in de zorg. “We zien bureaus die flex-werkers in de zorg leveren in sterke mate groeien en we zien veel nieuwe initiatieven ontstaan.”

“Daarnaast stromen er 1.200 zorg zzp’ers per maand in bij de Kamer van Koophandel en deze gaan deels aan het werk in de flexibele schil van zorgorganisaties. Het beeld dat de stijgende kosten aan PNIL zuiver aan de zzp’er gehangen kan worden is echter te kort door de bocht. PNIL bestaat uit uitzendkrachten, zorgverleners die gedetacheerd worden en daarnaast ook zzp’ers. Die drie groepen lopen door elkaar heen en het komt geregeld voor dat zorgorganisaties niet precies weten of ze een gedetacheerde kracht, een uitzendkracht of een zzp’er voor zich hebben werken.”

Tabak heeft verder nog een interessante aanvulling: “Belangrijker dan te weten welke vormen van externe inhuur ingezet worden, is de vraag waarom zoveel zorgprofessionals kiezen voor een rol als flex kracht en waarom moeilijk vervulbare vacatures moeilijk vervulbaar blijken te zijn. Het zou de sector sieren als men niet meer zou wijzen naar ‘de zzp-er’ als oorzaak voor stijgende kosten, maar zichzelf vragen stelt over waarom zij inmiddels zo aangewezen is op PNIL.”

Conclusie

De kop in Skipr sluit niet direct aan op de conclusies uit het rapport en is op zijn minst wat voorbarig te noemen. Dat een ‘groot deel’ van de kosten wordt uitgegeven aan personeel dat eerder in loondienst was, staat niet in het onderzoek te lezen, noch dat het hierbij om zzp’ers gaat.

De veronderstelling van Kerstens dat er nu duidelijkheid is omtrent een uitsplitsing van de kosten van extern personeel klopt niet.

Feit is dat het aantal zzp’ers in de zorg behoorlijk groeit. De veronderstelling dat een deel van de groeiende uitgaven aan extern personeel inderdaad besteed wordt aan het inhuren van zzp’ers lijkt juist. Dat kan je – in een krappe arbeidsmarkt – zien als een manier om invulling te geven aan de ambities voor ‘meer handen aan het bed’.  Maar de uitstroom van vast personeel naar vormen van flexibele arbeid, waaronder zzp, en daarmee een soort van ‘gedwongen opdrachtgeverschap’ (organisaties willen niet direct zzp’ers inhuren, maar schaarste dwingt ze daar toe) lijkt in dit deel van de zorgsector ook een indicatie te zijn dat er meer aan de hand is. Naast een vaak betere vergoeding als flexkracht (al dan niet als zzp’er), wordt er regelmatig gewezen op de hoge werkdruk, veelheid van administratieve verplichtingen en een gebrek aan zeggenschap over de invulling van de eigen  werkzaamheden als push-factoren waarom zorgwerknemers de overstap naar het zzp-schap maken.

Kortom: we gaan niet zo ver om de kop in Skipr als geheel als ‘onwaar’ te bestempelen. De werkelijkheid achter de kop is wel een stuk complexer dan op het eerste gezicht lijkt.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

3 reacties op dit bericht

  1. Dit klopt als een bus. Personeel gaat weg omdat ze nu alle open diensten moeten invullen tegen slechte voorwaarden. Als ze als zzper werken kunnen ze de diensten blijven draaien en de open diensten overslaan omdat ze zelf kunnen kiezen wanneer en waar ze werken. Verder zijn ze niet 24/7 beschikbaar voor hun werkgever. Deze kan ze in loondienst oproepen wanneer dat uitkomt. Ze hebben meer vrije tijd en krijgen voor minder of dezelfde arbeid een hogere vergoeding. Hebben de keuze vrijheid hoe ze hun tijd indelen en welk werk ze verrichten.
    De instellingen moeten zich afvragen waarom mensen zzper worden terwijl men vroeger toch voor een vast contract ging.

  2. Ik heb geen zicht op het hele veld/landelijk wat de gemiddelde uur vergoeding is.
    Ik weet alleen dat ik, en vele honderden collega zzp’ers werkzaam in de 24u terminale thuiszorg in het noorden vh land een gemiddeld uurtarief van 19€ kunnen bedingen.
    Dat lijkt me dus niet echt de kostenpost te verklaren.

    • Het tarief inclusief btw zit in de randstad op het dubbele (39-41). Dit is doorgaans het tarief voor MBO geschoold personeel en zonder ORT. Voor HBO geschoold personeel zit je veel hoger.