Nee FNV, niet minder flex is gewenst, maar juist: méér flex!

Hugo-Jan Ruts door
10 reacties
Nee FNV, niet minder flex is gewenst, maar juist: méér flex!

De vakbond zou werkenden niet afhankelijker, maar juist onafhankelijker moeten maken. Daarom moet de bond eens stoppen met schoppen tegen de flexibilisering. Column Hugo-Jan Ruts.

‘Werkgevers, stop flexwerk, anders volgen er acties’, zo dreigde FNV-voorzitter Han Busker gisteren in het AD. De boodschap van de grootste vakbond van Nederland is niet bepaald nieuw. Voor de FNV is er maar één soort werk ‘echt’, en dan zijn: vaste banen. En dan het liefst ook banen met een dikke cao. Wat vast is, moet je ook met veel zekerheden en regels vast houden. En daarvoor mag dus blijkbaar de oorlog aan flexwerk worden verklaard.

Ik snap de FNV-zorgen over het groeiend aantal flexwerkers wel. Maar de houding van de bond in dit debat is wel érg traditioneel, en getuigt van weinig realiteitszin en visie. Als ze niet uitkijken, dreigen ze daarmee ook nog eens in eigen voet te schieten.

Want de begrippen ‘werkgever’ en ‘werknemer’ zijn op zich natuurlijk al niet erg 21ste eeuws. Maar door de tegenstelling tussen de twee begrippen nog eens te vergroten (waar de vakbond misschien alle baat bij heeft), groeit de  afhankelijkheid van werknemers alleen maar. Terwijl we dat nu juist níet nodig hebben in een economie waarbij zowel organisaties als individuen weerbaar en wendbaar moeten zijn.

Terechte discussie

Natuurlijk, de discussie over de schaduwzijden van groeiende flexibilisering is terecht en moet ook worden gevoerd. Zelfs de conservatieve regering in de UK speculeert druk over een minimumtarief voor freelancers. Er ligt een rapport klaar om gaten in de wetgeving te dichten. Die reparaties zijn bedoeld om het werkgevers minder makkelijk te maken om flex vooral in te zetten als besparing op kosten en verantwoordelijkheden.

In Nederland kun je je daarnaast zorgen maken over de hoeveelheid mensen die eigenlijk wel een vast contract willen, maar die het moeten doen met een nuluren-, oproep- of andere flexcontract, dat nauwelijks zekerheid biedt over de inkomsten op korte termijn. Voor de duidelijkheid: juist deze groep is hard gegroeid de afgelopen jaren. Harder dan het aantal zelfstandigen, dat als zzp’er zijn inkomen vergaart.

Van deze zelfstandigen heeft namelijk nog niet eens 1 op de 10 liever een (vaste) baan in loondienst, meldt het CBS. En ook jongeren blijken tegenwoordig niet meer zo nodig op een vast dienstverband te zitten wachten.

De vinger op de verkeerde zere plek

En dan komt daar dus nu ineens de FNV, die ervoor pleit flexwerk en zelfstandigheid dúúrder te maken, en vaste contracten goedkoper. En zo niet: actie!

Een benadering die voorbij gaat aan de – onontkoombare en onomkeerbare – noodzaak én wens tot meer flexibiliteit en daarom getuigt van weinig visie. De FNV benoemt een reëel discussiepunt, maar legt de vinger op de verkeerde zere plek.

We hadden hier gisteren een aardig artikel van de BBC over waarom het fenomeen ‘baan’ steeds zeldzamer wordt. LinkedIn-CEO Reid Hoffman stelde dat in dit interview ook als eens. De trends in die artikelen gaan niet over het opheffen van het dienstverband, maar om het herdefiniëren van het concept van de vaste baan, met zijn uitgebreide functiebeschrijvingen, dichtgetimmerde loongebouwen (alsof het leven zo voorspelbaar is) en – als het aan de vakbonden ligt – vuistdikke cao’s. Allemaal gericht op het creëren van zekerheid. Of beter gezegd: schijnzekerheid.

Zo werkte het wellicht in lang vervlogen tijden, toen de wereld nog overzichtelijk en voorspelbaar was. Zowel qua werk, als qua economie en wereldorde. Werkgevers waren de vijand en hadden alle macht. De werkgever gaf werk, met bijbehorende instructies. De werknemer voerde dat gedwee uit.

Zzp’ers: de meest geëmancipeerde werknemers

Maar de bedrijven die nog steeds zo werken, sterven vanzelf uit. Het zijn de dinosaurussen van deze eeuw. Moderne werkgevers snappen dat het nu anders moet, en werknemers werken inmiddels ook al lang anders. In die zijn veel werknemers een stuk geëmancipeerder dan de vakbond denkt. In die zin wordt het ook hoog tijd dat de FNV eens luistert naar haar eigen (vertrekkende) directeur van FNV Zelfstandigen Josien van Breda, die eens stelde dat zzp’ers de meest geëmancipeerde werknemers zijn. Zij zijn immers diegenen zich hebben los geworsteld van werkgevers en eigen regie willen en kunnen nemen over hun loopbaan. Je zou bijna zeggen: wat wil je nog meer… ?

Het doet me denken aan 1909, toen SDAP-oprichter Frank de Goes zich zorgen maakte over het groeiend aantal ‘onzelfstandigen’, toen hij zag dat steeds meer mensen bij een baas in dienst traden.

De wereld is nogal onvoorspelbaar

Belangrijker nog is de veranderende economie. Globalisering, robotisering, technologie, kunstmatige intelligentie, vergrijzing, verjonging, noem het maar op. Gekoppeld aan sterk wisselende geopolitieke verhoudingen leidt er toe dat we in een VUCA-wereld leven: snel veranderend, onzeker, complex en dubbelzinnig. Met andere woorden: nogal onvoorspelbaar.

Op die onvoorspelbaarheid is maar één antwoord: flexibiliteit. Nee, niet in de zin van meer flexcontracten. Maar wel in de zin van: flexibel kunnen organiseren en flexibel zijn in je werk. Geen bedrijf is over 30 jaar nog hetzelfde, geen baan is over 30 jaar nog hetzelfde. Dat vraagt aanpassingsvermogen en flexibiliteit. Dat is niet eenvoudig. Ook niet altijd leuk. Maar vaak wel. En het is ook noodzakelijk. Daarin hebben organisaties wat te doen. Daarin hebben individuen wat in te doen. En dus ook werkgevers- en werknemersorganisaties.

‘Houden jullie ze arm, houden wij ze afhankelijk’

Er zitten nu mensen in een vaste baan, beschermd door de vakbonden met stevig uitonderhandelde voorwaarden. Terwijl we weten dat die baan er straks simpel weg niet meer is. Daar helpt geen vakbondsactie tegen. Daarmee kom je dan misschien nog wel in de pers, maar de langetermijntrend stop je er niet mee. En het verdwijnen van die baan is echt niet alleen de schuld (én de verantwoordelijkheid) van alleen de werkgever.

In de middeleeuwen schijnen de kerk en de adel een afspraak te hebben gehad: “Houden jullie ze dom, dan houden wij ze arm”. Soms lijkt het er op dat de FNV en VNO-NCW daarop een variant hebben bedacht: “Houden jullie ze arm, dan houden wij ze afhankelijk”.

Dringend nieuwe concepten gewenst

Het hele idee van de vaste baan verdwijnt. De vakbond zou er goed aan doen dat te beseffen en mee te denken in nieuwe concepten, waarbij werkzekerheid belangrijker is dan baanzekerheid. Daarbij past ook een actieve (en vaak: actievere) houding van de werkenden zelf.

De vakbond moet werkenden niet afhankelijker, maar juist onafhankelijker maken. Zorg er dus liever voor dat die werkenden in hun kracht komen en klaar zijn voor de (onzekere) toekomst. Dat is wat anders dan mensen een schijnzekerheid van vaste banen voor het leven voor te spiegelen.

Hugo-Jan Ruts

Over Hugo-Jan Ruts

Hugo-Jan Ruts is ‘editor-in-chief’ en uitgever van ZiPconomy.

Bekijk meer artikelen van Hugo-Jan Ruts >

Reacties

  1. Analyse lijkt me correct.
    Voor het organiseren van bestaanszekerhieid is er een alternatief: basisinkomen!
    Voor velen is dat een brug te ver , maar sereiues er over nadenken is inmiddels wel erg nuttig!

  2. Helemaal eens, Hugo-Jan. Het moet niet meer gaan over vaste contracten óf flex-contracten, dat is een gevaarlijke verenging van de broodnodige discussie naar een gesprek over het vakbondsverzet tegen aversieve flex.
    De Nederlandse flexschil omvat nu zo’n 35% van alle werkenden. Is dat veel? Internationaal gezien zeker. Dus naar minder flex? Of toch niet? Op grond van data van CBS, CPB, Ecorys en ADP kan gesteld worden dat 55% van de Nederlandse werkers flex wil! Helaas is maar 14% van alle werkenden een blije flexer. Kansen en uitdagingen zat dus.
    Tegelijk zorgen ingrijpende trends van de 4e Industriële Revolutie onvermijdelijk voor meer flex. Natuurlijk moet het ook gaan over verantwoordelijke flex (eerlijke flex), maar dat is iets anders dan vast. En het moet zeker gaan over futureproof focus én wendbaarheid, over interne én externe mobiliteit, over multi-inzetbaarheid en employagility. En over continue bij- en omscholing. Over bevlogen werkers en aanstekelijke werk- en opdrachtgevers, die met hun futureproof serviceconcepten een mooie rol spelen op het wereldpodium.
    Er is schreeuwend behoefte aan een moderne, holistische, stimulerende, gedeelde visie op succesvol ondernemen, mooi werk & aanstekelijk organiseren, plus de daarbij behorende nieuwe principes.
    Op naar de grote mogelijkheden en strategische waarde van flex, voor een workforce in flow – flex 2 energize!

  3. Hieruit blijkt maar weer dat FNV zelfstandigen een tegenstelling is en dat de FNV dat zelf nog niet begrijpt.

  4. FNV leert het paternalisme niet af. Ze zou er beter aan doen de zelfredzaamheid en de eigen verantwoordelijkheid van mensen te stimuleren. Maar ja, je kunt politieke bloedlijnen nu eenmaal niet ontkennen.

  5. Als sociaal ondernemer zonder steun van wat dan ook moeten wij juist het hebben van flex. Het FNV, CNV, UWV weten totaal niet wat het is om in 2017 sociaal ondernemer te zijn binnen een op en neer gaande markt, wat in de zomer “hot “is, en in de winter drama. We vechten nog steeds tegen de prijzen aan. Wij krijgen geen steun van een bank, UWV, de staat, of wat dan ook. Daarom flex, ik ben sociaal ondernemer, http://www.dovekwasten.nl

  6. Het wordt een beetje eentonig, zo. Wat over de nadelen van de baan wordt gemeld gaat alleen over de cao, en dus over de rol van de vakbonden, en niet over de arbeidsrelatie uit het arbeidsrecht. Nogal eenzijdig, vind ik. Bovendien wordt de mantra over flexibiliteit en aanpassingsvermogen een beetje sleets. Waarom niet eens wat aandacht voor flexibiliteit en oordeelsvermogen? Ik geef toe, oordeelsvermogen kost tijd en tijd is schaars. Maar is dat een argument of een omstandigheid? Het laatste, denk ik, maar in dit artikel geldt het eerste. Jammer

    • Beste Ton, dank voor je reactie. Ik snap niet alles wat je schrijft, maar met name niet wat je bedoel met “aandacht voor flexibiliteit en oordeelsvermogen?” Kan je toelichten?

      • Dag Hugo-Jan
        Oordeelsvermogen is iets dat we leren, aan de hand van onderwijs en opvoeding, opleiding en onderzoek, en ervaring. Het kost tijd om het op te bouwen. Flexibiliteit heeft geen tijd voor die opbouwtijd, flexibiliteit moet snel, en eist aanpassingsvermogen – ook als dat ten koste gaat van oordeelsvermogen. Als je iets moet beoordelen – zeg een contract of een polis-aanbod of een privacyreglement van Google etc. – dan kost dat tijd en die tijd heb je steeds minder. Daarom pas je je maar aan en gaat akkoord. Ik vind dat een dubieuze ontwikkeling en een unfaire ook want een éénpitter legt het altijd af tegen een grotere tegenspeler die het werk kan verdelen, die veel meer informatiebronnen in korte tijd kan mobiliseren en analyseren enz. enz.

  7. Een vaste baan wordt ten onrechte verheerlijkt. De helft van de mensen verlangt naar zinvoller werk, maar zolang het enige perspectief voor velen een armoedig zzp bestaan is, verandert er niets. Maak de sociale zekerheid niet afhankelijk van het soort contract, maar persoonsgebonden. Pas dan kun je eerlijke keuzes maken en krijg je beweging op de vastgeroeste arbeidsmarkt en wordt veel talent meer talent benut.

    • Wat helemaal niet aan de orde komt is de betrokkenheid van de werknemer bij zijn job c.q. bij het bedrijf.Als mensen voelen dat ze nodig zijn en dat daar ook waardering op volgt dan is de weg naar verandering en aanpassing een stuk eenvoudiger te bewandelen
      de rol werkgever-werknemer-bedrijf heeft ook te maken met de manier waarop het een gezamenlijk streven is om het leuk en genietbaar te maken.,salaris en status zijn daar ook onderdeel van maar niet meer dan dat.
      Vrij vertaald als we praten over ONS bedrijf , en mijn BEROEP/VAK dan zijn er genoeg raakvlakken om ook bij transitie met elkaar verbonden te blijven ook als het moeilijk wordt.