Tango op de werkvloer Geplaatst 19 augustus 2013 door Bas van de Haterd Gedurende mijn reis heb ik, eindelijk Tango op de werkvloer van Aukje Nauta gelezen. Een (gratis) (e) boek over veranderende arbeidsrelaties van een wetenschapper, en SER kroonlid, wiens visies ik doorgaans deel. Iemand die, net als mij, gelooft dat inzetbaarheid de oplossing is voor veel problemen die we hebben en dat de huidige heilige huisjes een probleem vormen. (meer…) Geplaatst in Boeken | 1 Reactie
Eenvoud op vrijdag: Veranderen wordt nooit gemakkelijk, maar eenvoud helpt: van intenties naar interventies. Geplaatst 16 augustus 2013 door Alles draait om Eenvoud Veel verandertrajecten stranden in goede intenties. Eén van de oorzaken is dat er te weinig rekening wordt gehouden met natuurlijk en onbewust gedrag. Gewoontegedrag wint het namelijk bijna altijd van (zelfs bewuste) voornemens. Gedrag is de link tussen doel en resultaat, en is vaak een bepalende factor tussen falen of slagen. Maar hoe ziet zo’n verandertraject er dan uit? En wat hebben interventies met veranderend gedrag te maken? Waarom werken eenvoudige middelen? En waarom kunnen we ‘de grote cultuuromslag’ maar beter vergeten? Onderstaand artikel helpt je op weg. Stranden in intenties Ik werk als adviseur bij een overheidsorganisatie. Deze organisatie wil graag resultaatgericht werken invoeren. In essentie het meten van werk tegen afgesproken doelstellingen. Een verschuiving van focus op inhoud naar focus op resultaat. Alhoewel niet iedereen volledige vrijheid heeft binnen zijn of haar functie, kunnen ze toch keuzes maken. Denk bijvoorbeeld aan de volgorde van taken, de plaats waar de taak gedaan wordt, of het zelf bepalen van de acties binnen een taak. Het idee er achter is dat als medewerkers (deels) zelf mogen bepalen waar hun energie heen gaat, dit een hogere interne arbeidsmotivatie, hogere kwaliteit van het werk, hogere algemene arbeidstevredenheid en een lager verzuim oplevert. Tot nu toe stranden verandertrajecten in deze organisatie vaak in goede intenties. De voorbereiding gaat over het algemeen goed, maar in de uitvoering loopt het vaak niet zoals verwacht. Dit komt mede omdat de organisatie nog vaak geneigd is denken en doen te scheiden. Participatie is niet altijd vanzelfsprekend. Maar hoe voorkomt de organisatie dat ze weer in dezelfde valkuilen stappen? Ik ben in mijn werk als bedrijfskundige gefascineerd geraakt in natuurlijk en onbewust gedrag. Iets waar, naar mijn ervaring, tijdens verandertrajecten weinig tot geen rekening mee wordt gehouden. In deze bijdrage beschrijf ik een verandertraject waarin ik een aantal interventies heb toegepast die helpen bij het veranderen van (gewoonte)gedrag. Bij mijn organisatie richting resultaatgericht werken, maar rekening houden met gedrag helpt bij elk verandertraject. Het traject loopt nog, maar de eerste leerervaringen wil ik jullie niet onthouden. Om de interventies beter te begrijpen, eerst een kort intermezzo over gedrag. Gewoontegedrag, groepsgedrag en leiderschap Stel dat we in Nederland nieuwe verkeersregels krijgen. Netjes op papier, onder andere dat voortaan links voorrang heeft. Je krijgt een week om ze te lezen en dan: de weg op! Wat denk je dat er gaat gebeuren? Durf je meteen voorrang te nemen als je van links komt? Vertrouw je er op dat die ander de nieuwe regels ook kent, en niet – zoals gewoon was – doorrijdt? Iedereen voelt wel aan dat er meer voor nodig is om zo’n verandering te laten slagen. Helaas gebeurt dit in organisaties vaak niet, omdat we vaak vergeten dat de mens een gewoontedier is. Aan de ene kant is het handig dat het lichaam al ‘weet’ dat rechts normaal voorrang heeft, en automatisch afremt. Ook als je met je gedachten er niet bij bent. Aan de andere kant is dit ook hetgene wat veranderen zo lastig maakt. Gewoontegedrag wint het bijna altijd van (zelfs bewuste) voornemens. Gedrag is echter wel de bepalende factor tussen doel en resultaat. De basis van gedrag is de energie die je ervoor nodig hebt. Ons lichaam heeft door de eeuwen heen geleerd zeer zuinig met energie om te gaan. Het geeft alleen energie aan dingen die nuttig zijn. In de basis: alles is gericht op het voortbestaan van de eigen soort. Energie gaat dus in de basis naar overleven (eten, vechten of verdedigen, reproduceren). In tweede instantie gaat er energie naar de sociale groep. De mens heeft geleerd dat samenwerken meer kans op overleven bood. Het lichaam houdt van gewoontes, routine scheelt energie. Dat het lichaam hier goed in is geslaagd, blijkt wel uit het gegeven dat 95% van ons gedrag onbewust is. Dit automatisch gedrag verklaart een aantal zaken. Zo zijn we gevoeliger zijn voor negatieve informatie (want: dreiging) dan positieve informatie (kans). Een kans moet 2,5x zo groot zijn voor dezelfde actiebereidheid. Ook kunnen we erg vasthoudend zijn als we ergens energie in hebben gestoken. Het vasthouden aan een eerder gekozen overtuiging kost nu eenmaal minder energie dan het bewust heroverwegen. Energie is schaars, het kan volgens jezelf natuurlijk niet zo zijn dat je het hebt verspild! En zoeken we dus voortdurend naar bevestiging. En: we willen best veranderen, maar niet veranderd worden. Als iemand bepaalt waar onze energie in moet gaat zitten, voelt dat onbewust onprettig. Zoals gezegd speelt energie ook een rol in onze sociale relaties. De basis in groepen is wederkerigheid. Je geeft aan de groep (steek er energie in) in de hoop dat je er wat voor terugkrijgt. Dit leidt tot vertrouwen, en tot samenwerking. Vaak is er een langdurig contact nodig zodat geven en nemen bijgehouden kan worden. Zo ontstaat cultuur, je leert van elkaar hoe het hoort. Cultuurveranderingen zijn daarom ook zo moeilijk, omdat een gedeelte van iemands leerproces overgedaan moet worden. En dat kost energie. (Bij het voorbeeld van de verkeersregels: het kost energie om te wennen aan het feit dat links nu voorrang krijgt). Het bij de groep horen was altijd van cruciaal belang. Zelfs als de mening van de meerderheid botst met die van onszelf, volgen we nog steeds omdat we de groepscohesie niet willen ondermijnen. Uitsluiting betekende vroeger een zekere dood. Dit groepsgedrag verklaart bijvoorbeeld het bystander effect: er verdrinkt iemand en kijkt de groep toe. De groepsdruk laat amper toe dat er individuele mensen toch hulp gaan bieden. In groepen heeft leiderschap zich ontwikkeld om sociale coördinatieproblemen op te lossen. Omdat niet iedereen kan leiden is ‘volgen’ de standaard instelling in onze hersenen. Als mensen macht krijgen worden ze als vanzelf assertiever en zekerder. Ze gaan in een meer directe lijn op hun doel af. In vroegere omstandigheden heel adequaat, maar daar zit nu juist het addertje onder het gras bij het hedendaags veranderen! Als mensen onderdeel zijn van een verandering willen ze inspraak en bottom-up veranderen. We willen zelf bepalen waar onze energie heen gaat. Als dezelfde mensen echter leiding geven aan verandertrajecten kiezen ze door de macht die ze gekregen hebben onbewust voor top-down plannen en implementeren. En houden hierdoor minder rekening met anderen. Iets waar ze als volger tegen waren… Werken met interventies Hoe kunnen we nu deze kennis gebruiken in verandertrajecten? Door gebruik te maken van een aantal bewuste interventies. Een interventie is een gebeurtenis die een verandering in gedrag veroorzaakt. Niet meer en niet minder. Met als doel: meer gewenst gedrag. Interventies zij als grensrechters bij voetbal, ze geven de vrije ruimte aan op het veld, maar zijn onverbiddelijk zodra de bal over de lijn gaat. Over het algemeen werken interventies het best als ze de 5% bewustzijn prikkelen, want dan zijn ze eenvoudig genoeg om te proberen. Een kleine stap daagt uit, een grote stap schrikt vaak af. De praktijk Bij mijn organisatie heb ik in het verandertraject interventies toegepast bij het verandertraject naar resultaatgericht werken. Alhoewel het traject nog loopt, zijn er al wel een aantal interventies die hebben gewerkt. In deze bijdrage noem ik er vijf. Twee werden toegepast vóór de start, en drie tijdens het traject. De eerste interventie noem ik “zoek de balans”. We hebben medewerkers zelf een plan laten ontwikkelen hoe ze weer evenwicht kunnen aanbrengen tussen wat ze bijdragen aan de organisatie en wat ze er uit krijgen. Bij veranderingen verandert deze balans. Door hier vooraf goed bij stil te staan groeit het besef dat het anders gaat worden. Bij resultaatgericht werken krijgen de medewerkers onder andere meer vrijheid van handelen, maar hier hoort nu ook verantwoording afleggen bij. Dit was men niet gewend, dit was niet de bestaande cultuur. Door de medewerkers hier zelf over na te laten denken (“energie in steken”) werd het een stukje van henzelf. Door deze interventie zagen ze zichzelf als het ware in de nieuwe situatie. Een tweede interventie was het “openbaar maken”. We weten dat groepsdruk beter werkt dan regels. Door aan anderen te vertellen wat je gaat doen, creëer je verwachtingen. De kans op succes stijgt hierdoor, omdat je dan meer geneigd bent je er aan te houden. De acties die de medewerkers hadden afgesproken werden met iedereen gedeeld. Alhoewel we dit niet met cijfers konden onderbouwen, had iedereen het gevoel dat er significant meer acties waren uitgevoerd dan in eerdere verandertrajecten. Niet alleen werd er uit eigen initiatief meer op de acties gelet, er werd ook meer over gesproken. Collega’s waren bijvoorbeeld benieuwd hoe anderen het er vanaf gebracht hadden. Ook werd meer kennis gedeeld. Omdat de acties openbaar waren, werd de samenwerking gezocht bij gelijksoortige acties. Niet alleen de medewerkers kregen interventies. Ook de managers moesten aan de bak met een interventie die we “vragen stellen” hebben genoemd. Managers hebben vaak een denkvoorsprong en zijn geneigd uit te gaan leggen. Dit wordt door medewerkers vaak opgevat als kritiek. Door juist vragen te stellen wordt het bewustwordingsproces bij medewerkers op gang gebracht. Hierdoor wordt de energiebesteding bij de juiste groep neergelegd. Daar waar uitleggen vaak de nadruk legt op wat niet goed gaat (waarom moet je het anders uitleggen), gaat vragen stellen juist over progressie richting het doel. Bijkomend voordeel is dat je bij vragen stellen het denkproces bij de ander legt. Het resultaat? Door de interventie “Zoek de balans” hadden medewerkers al wel meer begrip gekregen voor de verandering, maar er in de praktijk naar handelen bleef lastig. Door de kritische, maar opbouwende vragen van de managers werden medewerkers gedwongen goed na te denken over wat ze beloofd hadden, en wat ze in de praktijk lieten zien. Het ging over de te nemen stappen naar het gewenste gedrag. Er werden meer eigen initiatieven genomen, en medewerkers kwamen met goede voorstellen die aansloten bij hun eigen verandertraject. De vierde, en één van de belangrijkste interventies zijn de “geheugensteuntjes”. Geheugensteuntjes helpen als je in een stressmoment terug dreigt te vallen in oud gewoontegedrag. Een voorbeeld van een geheugensteuntje is om even bewust een time out te nemen om te voorkomen dat je te snel (onbewust) reageert. De geheugensteuntje hielpen om ingesleten routines te doorbreken. Een mooi voorbeeld van een resultaat is de volgende situatie. Een manager had vaak te maken met een slecht lopend afdelingsoverleg. Hij merkte dat hij dit vaak ‘liet gebeuren’, en zocht een resultaatgerichte verbetering. Een eerste stap was de beschrijving van de moeilijke situatie. Wat maakte het lastig en wat zijn de eventuele gevolgen? Hij maakte samen met de afdeling onderstaand overzicht: Op basis hiervan hebben ze vanuit het gewenste gedrag (resultaat) de geheugensteuntjes beschreven die hen moesten helpen het gewenst gedrag te blijven vertonen. Dit is wat ze opschreven: Er werd voor gezorgd dat de geheugensteuntjes (de tweede en vierde kolom) beschikbaar waren op de moeilijke momenten. Ze stonden op de agenda, bij de manager op het whiteboard (openbaar maken!), en lagen als checklist op de vergadertafel. Na drie maanden is de groep op kosten van de organisatie uit eten geweest, om te vieren dat de overleggen structureel waren verbeterd. De vijfde en laatste interventie is “terugkoppelen” van de gemaakte voortgang. Terugkoppelen is één van de communicatiemomenten in een verandertraject. Ik heb ervaren dat je beter veel kunt terugkoppelen over weinig dan te weinig terugkoppelen over veel. Door terug te koppelen blijven betrokkenen op de hoogte, en hou je het verandertraject in de aandacht (continu de 5% bewustzijn prikkelen). Interventies werken het beste als ze klein zijn en vaker herhaald worden. Terugkoppelen is zo’n interventie. In het verandertraject is er op verschillende manieren terug gekoppeld. Denk hierbij aan voortgangsrapportages, nieuwsbrieven, meldingen bij de koffie automaat, en projectleden die aan afdelingsoverleggen deelnamen. Wat veel gewaardeerd werd was de “projectmuur”. Op één van de afdelingen is op een tussenwand alle relevante informatie van het verandertraject te vinden. Statussen en afgeronde acties werden gedeeld. De projectmuur werd een centrale plaats waar er veel over het traject werd gesproken. Tips voor de lezer De belangrijkste tip: neem natuurlijk gedrag en groepsgedrag serieus. Het is hoe we als mens zijn, en het verklaart waarom verandertrajecten vaak zo moeizaam verlopen. Een andere tip is dat niet alle interventies werken. Probeer van de volgende interventies weg te blijven: Intenties. Werk niet met voornemens. Heisessies werken daarom ook niet voor gedragsverandering. Als een interventie te veel tijd kost. Straffen. Stimuleer nieuw gedrag, in plaats van het afleren van oud gedrag. Straffen voelt stoer voor de straffer, maar dat wil nog niet zeggen dat het effectief is. Dicteren. Levert alleen maar weerstand op. De grote omslag. Cultuur is een leerproces en heeft zijn eigen tempo. Stapje voor stapje. Literatuur Bij het schrijven van deze bijdrage heb ik me laten inspireren door de volgende auteurs: Boeken: • Busscher, J. (2007), “Pimp je afdeling!”, Den Haag: Sdu Uitgevers. • Buunk, B. (2010), “Oerdriften op de werkvloer”, Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker. • Darwin, C. (1859), vert.: R. Rook (2010), “Het ontstaan van soorten”, Olympus. • Tiggelaar, B. (2004), “Doen!”, Utrecht: Uitgeverij Het Spectrum. • Veen, P. van (2008), “Help mijn baas is een aap! Een biologische kijk op sociaal gedrag in organisaties”, Amsterdam: Uitgeverij Business Contact. • Vugt, M. van, Ahuja, A. (2010), “De natuurlijke leider”, Utrecht: A.W. Bruna Uitgevers. Artikelen: • Tiggelaar (2011), “Changemanagement: tijd voor verandering”, In: Kluwer in bedrijf, juli 2011, blz 22-25. • Wierdsma, A. (2004), “Balanceren tussen broosheid en maakbaarheid, Co-creatie van verandering”, In: Filosofie in bedrijf, jaargang 15, nr 3, blz 1-12. Internet: • Visser (2006), “Het testen-en-leren model van verandering” • Visser (2011), “Veranderen door in actie te komen” Gerben Feddes is bedrijfskundige met een technische achtergrond. Ooit begonnen met de LTS, MTS en HTS, en naast een full time baan heeft hij de universiteit en later de MBA opleiding gedaan. Hij kan hierdoor goed schakelen tussen diverse niveaus. Hij heeft zowel voor profit als non-profit bedrijven gewerkt. Hij werkt nu als adviseur bij een non-profit organisatie. Zijn specifieke deskundigheid heeft betrekking op veranderkunde, leiderschap, gedrag en leren. Zijn drijfveer is om mensen samen te brengen. Vanuit verschillende afdelingen, achtergronden of standpunten toch werken aan een gezamenlijk belang. Zie ook zijn Linkedinprofiel. (Dit is de vijftiende bijdrage in de reeks ‘Eenvoud op Vrijdag’ waarin elke vrijdag een auteur laat zien welke persoonlijke aanpak hij/zij heeft ontwikkeld. Alle artikelen uit deze reeks zijn hier te vinden. Het bovenstaande artikel is hier ook als pdf te downloaden). Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags eenvoud op vrijdag, verandermanagement | Laat een reactie achter
Operational exellence. Een kwestie van leiderschap. (interview) Geplaatst 15 augustus 2013 door Pierre Spaninks De operationele organisatie van je bedrijf zo inrichten dat die zowel doeltreffend is als doelmatig. Om op die manier de juiste klantwaarde voort te brengen tegen de laagste kosten. Een mooi streven voor iedere manager – maar in de praktijk lastig om te realiseren. Hoe komt dat toch, en wat is eraan te doen? Daarover spraken we met Marcel F. van Assen, auteur van Operational Excellence. ‘Meestal is het een kwestie van leiderschap.’ Bijna verontschuldigend waarschuwt hij dat de informatiedichtheid van zijn boek ‘nogal hoog’ is. Is hij soms bang om potentieel geïnteresseerde lezers af te schrikken? ‘Een beetje wel ja,’ zegt Marcel F. Van Assen, auteur van Operational Excellence, van industrie tot dienstverlening. Niet helemaal ten onrechte, opper ik. Het getuigt van lef om in een managementboek al op pagina 24 met de formule L=λW te komen: de wet van Little, die het verband aangeeft tussen de bezettingsgraad van een proces en de gemiddelde doorlooptijd. Aan de andere kant: het gaat hier om een serieus onderwerp, een belangrijke opgave voor iedere manager, en dan moet je lezers ook niet op het verkeerde been zetten door daar geforceerd luchtig over te doen. Gelukkig blijkt het uiteindelijk wel mee te vallen met de moeilijkheidsgraad. Van Assen toont zich een begaafd docent die graag en veel uit eigen ervaring put. Daarmee geeft hij zijn lezers ook echt wat in handen waar ze wat mee kunnen – en vooral ook: wat hen de ogen opent voor het probleem en voor de mogelijke oplossingen. Zodat ik zelf na ons gesprek in een wegrestaurant ineens zie hoe knullig de routing van de bezoekers er is geregeld: straal langs de buffetten meteen de zaal in. Wie hier iets wil nuttigen moet zich terug worstelen tegen de stroom. En wie alleen maar goedkoop wil confereren wordt geen moment verleid om alsnog iets te gebruiken. De directie laat hier kansen op omzet liggen, zo veel is wel duidelijk. Utopie Van Assen moet grinniken om de observatie van deze leunstoelmanager, en concludeert dat er dan misschien toch nog hoop is. ‘Mijn vorige boek Operational Excellence nieuwe stijl wordt veel gebruikt op hogescholen en universiteiten. Dat was echt een basisboek over begrippen als kostprijs, flexibiliteit, snelheid en innovatie. Nu ga ik veel meer in op het toepassen, het implementeren en het realiseren van Operational Excellence in de praktijk. Het zou mooi zijn als dit boek ook zo zijn weg vond.’ Operational Excellence dus oftewel OpX, zoals Van Assen het graag afkort. Dat gaat over het doelmatig en doeltreffend inrichten en managen van de operationele organisatie, zodat die steeds weer in staat is de juiste klantwaarde te realiseren tegen de laagste kosten. Daar zijn allerlei theorieën over, maar waar Van Assen het nu over wil hebben is de vertaling van die modellen naar de praktijk. Hoe doe je dat: de operationele organisatie van je bedrijf verbeteren voor wat betreft de processen, de besturing, de organisatie en de informatievoorziening? ‘Als ik het over Operational Excellence gaat, hoor ik vaak: Honderd procent kwaliteit, dat gaat nooit lukken, dat is toch een utopie? Dat klopt, het kan altijd beter. Want welke organisatie is nu echt over de hele linie operationeel excellent? Maar dat is geen excuus om er niet naar te streven.’ Een voorbeeld dat Van Assen graag aanhaalt is Scania, dat in Zwolle vrachtwagens produceert. ‘Ik denk dat die heel ver zijn, net als DAF Trucks overigens. Maar als je daar rondloopt – ze ontvangen graag andere bedrijven – dan zie je toch ook dingen waarvan je denkt: Dat moet toch beter kunnen? Vooral in het primaire proces is Scania heel goed, in de productie en in de logistiek. Maar op andere aspecten van de operationele organisatie valt er nog best wat te verbeteren, met name bij de interne serviceafdelingen. Dat zie je wel vaker in de maakindustrie, dat ze de productie heel goed op orde hebben maar dat er op kantoor nog sprake is van verspilling.’ Complexiteit Blijkbaar is het nog best lastig om een heel bedrijf in al zijn functies excellent te organiseren. Waar ligt dat aan? ‘Meestal is het een kwestie van leiderschap,’ denkt Van Assen. ‘Men kiest binnen Operational Excellence vaak voor een subconcept en richt zich daar helemaal op. Als je alle kaarten zet op Lean Management slaag je er vast wel in om de verspilling flink te reduceren maar dan lever je waarschijnlijk aan de andere kant in aan flexibiliteit. Lean gaat namelijk uit van standaardisatie, van verbeteren in kleine stappen en het vasthouden aan de best practices. De Standard Operating Procedure is heilig in een Lean-organisatie. Als dan de markt verandert en je kunt niet meebewegen, is je oplossing het probleem geworden. In zekere zin speelt dat ook Scania parten. Die hebben hun productie heel lean georganiseerd. Maar om op order vrachtwagens te kunnen leveren – wat zij graag willen – moet je heel flexibel zijn. Dat kun je doen door met tijdelijk personeel te werken, maar dat maakt je bedrijfsvoering weer complexer. Die complexiteit geeft een hogere kans op fouten, die moet je tijdig ontdekken en herstellen, en dat jaagt je op kosten.’ Dat doet denken aan Renco Bakker, die in het juninummer van Managementboek Magazine een pleidooi hield voor Horizontaal organiseren als middel om de alsmaar toenemende complexiteit te bestrijden die managers ongewild creëren door de manier waarop ze bepaalde problemen in hun organisatie oplossen. Hoe verhouden zijn werk en dat van Van Assen zich tot elkaar? ‘Ik ken Renco goed doordat hij vroeger ook bij Berenschot heeft gezeten. We hebben daar allebei met dezelfde modellen gewerkt, en dat zie je terug in wat we nu doen. In zijn laatste boek neemt hij ook aspecten mee van Lean Management en Six Sigma. Werken aan een resultaatgerichte cultuur, sturen op kpi’s – dat past daar helemaal in. Maar er zijn ook verschillen tussen ons. Ik leg veel meer dan hij de nadruk op variabiliteit en ik ben meer bezig met de implementatie.’ Peters en Waterman Waar komt zijn fascinatie voor Operational Excellence eigenlijk vandaan? Van Assen vertelt over zijn werktuigbouwkundige achtergrond – ook iets wat hij deelt met Renco Bakker. ‘Aan de Universiteit Twente was destijds een vakgroep die zich bezighield met operations management in productieomgevingen. Dat deden ze op een heel wetenschappelijke, wiskundige manier. Daar heb je aan de ene kant heel veel aan en aan de andere kant ook helemaal niks.’ Dat komt door de paradoxen die wij hebben in ons leven, legt hij uit. De basisparadox, vanuit het Taylorisme, is die van standaardisatie en beheersing versus creativiteit en vrijheid. ‘Managementmodellen slingeren eigenlijk altijd tussen die twee polen. Je hebt in organisaties niet alleen de harde elementen nodig maar ook de zachte. Het analyseren van je procesorganisatie is net zo belangrijk als een cultuur van leiderschap en continu verbeteren. Excellente organisaties zijn excellent omdat ze met zulke paradoxen kunnen omgaan. Ze slagen erin steeds de juiste balans te vinden en te blijven mee ademen met hun omgeving.’ ‘Peters en Waterman hadden dat begin jaren tachtig al in de gaten. Helaas zijn in de praktijk excellente organisaties vaak maar een tijdje excellent, op een aantal aspecten. Daarna slaat ook daar de zelfgenoegzaamheid toe. De marktomstandigheden veranderen en de concurrentie streeft hen voorbij. Dat is ook gebeurd met veel van de bedrijven die Peters en Waterman ons ten voorbeeld stelden in Excellente ondernemingen.’ Terug in de tijd Als consultant en hoogleraar heeft Van Assen een dubbele opgave. Aan de ene kant helpt hij organisaties te creëren die minder verspillend zijn, die blijven innoveren en die daardoor steeds de beste klantwaarde leveren. Aan de andere kant wil hij de academische discipline verder brengen die zich daarmee bezighoudt. Jeuken zijn handen niet om zelf eens een bedrijf te runnen en het spel te spelen met die paradoxen? ‘Nee,’ zegt hij, ‘tenminste niet echt als manager. Ik heb in het verleden wel een aantal keren als interim-manager gewerkt in productiebedrijven. Maar daar komen dan ook heel veel uitvoerende operationele taken bij, die nu voor mij niet meer zo aantrekkelijk zijn.’ Wel is Van Assen als commissaris betrokken bij Gorenje, een beursgenoteerde producent van huishoudelijke apparatuur in Slovenië. Een heel leerzame ervaring, vindt hij dat. ‘In sommige opzichten is het een stapje terug in de tijd. Ondanks alle veranderingen die er al hebben plaatsgevonden, vertoont het management op de Balkan nog steeds invloeden van de centraal geleide economie uit de vorige eeuw. Je ziet de mensen worstelen met die cultuur die ze hebben geërfd. Daar moet je terdege rekening mee houden als je daar westerse managementinzichten wilt introduceren.’ Leiderschap is dus een belangrijke factor in het wel of niet slagen van Operational Excellence, volgens Van Assen. En daar schort het vaak aan, naar zijn oordeel. Niet alleen in Slovenië maar ook in Nederland. Hoe komt dat toch? Van Assen: ‘Organisatieproblemen zijn vaak managementproblemen. Eigenlijk altijd zelfs: het management is immers eindverantwoordelijk. Zeker aan de top mist men vaak de inhoudelijke kennis van het product en van het productieproces. En minstens zo vaak ontbreekt het hen aan de juiste instelling die nodig is om mensen mee te krijgen, dus om daadwerkelijk leiding te geven.’ Niet sexy Managers moeten zowel beschikken over technische vaardigheden als over sociale, communicatieve vaardigheden. Ze moeten competent zijn aan de harde kant en aan de zachte kant. Maar ook hier gaat het Peter Principle op, stelt Van Assen vast: mensen worden gepromoveerd tot het niveau waarop ze eigenlijk incapabel zijn. ‘Als het over Operational Excellence gaat zie je dat er zeker in grote beursgenoteerde organisaties bij secties als Strategie, Finance en HRM weinig mensen werken met operationele ervaring. Daar is men niet zo geïnteresseerd in de productie en het supply chain management, want dat is niet sexy. Terwijl daar wel het geld wordt verdiend.’ De implementatie van Operational Excellence gaat ook vaak mank aan wat Van Assen definitieproblemen noemt. ‘De top besluit: We gaan Lean Management invoeren. HRM denkt dan: Ha, we gaan investeren in de ontwikkeling van mensen, laten we alvast cursussen gaan inkopen. Finance denkt: Ha, we gaan bezuinigen, laten we alvast de opbrengst inboeken. Dan komt er dus niks van terecht. Als je op dit vlak echt wat wilt bereiken zul je samen moeten bedenken wàt precies. Waar willen we heen, hoe staan we er nu voor, wat gaan we daaraan doen, wat zal daarvan de impact zijn en hoe gaan we die hanteren? Dat is bij uitstek iets wat je samen doet met medewerkers uit alle lagen van de organisatie, want die moeten er door hun gedragsverandering inhoud aan geven.’ Dat besef ontbreekt nog vaak, stelt Van Assen met leedwezen vast. ‘Te veel managers houden zich bezig met leuke hypes terwijl ze de basis niet op orde hebben. Nieuwe modes kennen ze beter dan de fundamentele wetten van het vak.’ Variabiliteit Als het besluit eenmaal is genomen om aan Operational Excellence te gaan werken, zijn er allerlei technieken die je daarvoor kunt gebruiken. De belangrijkste daarvan behandelt Van Assen in zijn boek. Min of meer bekend zijn methoden als Lean Management en Six Sigma. Ook de Theory of Constraints komt aan de orde. Wat was dat ook alweer? ‘Bij Lean-denken mensen vooral aan het elimineren van verspilling. Maar eigenlijk gaat het erom dat je het werk laat stromen door je organisatie en dat je een cultuur van perfectie ontwikkelt. In het kader daarvan probeer je vervolgens activiteiten te achterhalen die geen waarde toevoegen, en die schrap je dan.’ ‘Vanuit de Theory of Constraints probeer je ook het werk te laten stromen, maar dan door naar de knelpunten te zoeken die de stroom ophouden. Als de totale output onvoldoende blijft zelfs wanneer de bottleneck maximaal presteert, zet je extra capaciteit in. Het nadeel daarvan is wel – net als bij het verkeer op de weg – dat als je op de ene plek meer asfalt legt er verderop alsnog files ontstaan. Six Sigma is dan weer specifiek gericht op variabiliteit als knelpunt. Elke variatie betekent een verstoring van je proces. Er moeten tien vliegtuigen landen, het grondpersoneel maakt bij het tweede vliegtuig een foutje, en er komen er negen te laat aan en er vertrekken er tien te laat. Dus die variabiliteit ga je proberen terug te dringen.’ Het nieuwe werken Van Assen ziet potentieel interessante alternatieven in Agility en misschien zelfs ook in het nieuwe werken. Maar daarbij houdt hij wel een flinke slag om de arm. ‘De klassieke benaderingen van Operational Excellence zitten allemaal aan de technische kant en zijn tot in de details uitgewerkt. Agility en het nieuwe werken zitten aan de kant van de vrijheid, de autonomie. Wendbaar organiseren is op dit moment hot maar het moet nog vorm en inhoud krijgen.’ ‘Bij het nieuwe werken denken mensen vooral aan thuiswerken en onderweg, in plaats van met zijn allen op kantoor. Dat klinkt leuk maar je ziet nu de tegenbeweging al, met name in de kennisintensieve organisaties die zich er eerst zo goed voor leken te lenen. Hoogopgeleide creatieve professionals hebben behoefte aan dagelijks intensief onderling contact om te blijven leren. Voor de innovatie en de productontwikkeling is het beter dat ze ‘s avonds samen een pizza eten en ervaringen uitwisselen dan dat ze thuis achter hun notebook zitten.’ Draagvlak In Operational Excellence staat Van Assen uitvoerig stil bij de implementatie, en dan met name bij het creëren van draagvlak daarvoor. Aan de hand van de case van een assemblagebedrijf laat hij zien dat een uitgekiende combinatie van top down en bottom up het beste werkt. ‘De ontwerpgerichte expertbenadering heb je nodig om de richting aan te geven, om coördinatie en afstemming met de strategie te houden, om snel een grote stap te maken. Maar het risico is dat je de medewerkers er te weinig bij betrekt, dat je hun input mist, dat zij het nut er niet van inzien en dat zij dus niet gemotiveerd zijn om eraan mee te werken. Daarom moet je zorgen dat top down zo snel mogelijk overvloeit in ontwikkelen, wat per definitie bottom up is. Voor verbeteren is ruimte nodig, en als het topmanagement alle beslissingen neemt is die ruimte nul.’ Ergens halverwege zijn boek, als het gaat over Lean Management, komt Van Assen met een opmerkelijke voetnoot. Hij heeft dan net uitgelegd dat een belangrijke bron van verspilling in administratieve organisaties de onjuiste frequentie is: te vaak vergaderen, te veel bijeenkomsten, te veel publicaties, en het vaker verspreiden van managementrapportages dan nodig. ‘Hier treedt de wet van de afnemende meeropbrengst in werking.’ Aan die constatering koppelt hij dan onderaan de pagina de verzuchting dat eigenlijk elk proces daaraan onderhevig is. Ook het plegen van investeringen in het verder optimaliseren van processen en systemen wordt daardoor steeds minder interessant. Haalt Van Assen daar nu zijn eigen levenswerk onderuit? ‘Nee hoor,’ lacht hij. ‘Er zijn maar weinig bedrijven zo ver met Operational Excellence dat er niks meer te doen valt. Voorlopig kan ik nog vooruit.’ Dit interview van Pierre Spaninks met Marcel F. van Assen is eerder verschenen op Managementboek.nl. Het besproken boek kunt u hier bestellen. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags boekenkast, interview | 1 Reactie
Zelfstandig ondernemerschap verheerlijkt! Geplaatst 13 augustus 2013 door Gastblogger Waarom zou je net als al die andere zelfstandig ondernemers, ZZPers en DGA’s in Nederland eigenlijk ook moeten gaan ondernemen? Als je jarenlang voor een baas hebt gewerkt en daar de nodige kennis en ervaring hebt opgebouwd lonkt op een gegeven moment het voor je zelf beginnen. Maar is het voor eigen kosten en risico werken wel zo heerlijk en zo mooi als dat de zelfstandig ondernemer het doorgaans doet voorkomen? Wordt het niet teveel verheerlijkt? Patrick Terranea – zelfstandig ondernemer en initiatiefnemer van ondernemersplatform ZIP | zorgeloos en vrij ondernemen – kijkt vier artikelen lang door de ogen van de zelfstandig ondernemer en geeft ons zijn beeld van ondernemerschap, de groeiende onvrede, idealen en tenslotte de wensen en eisen van deze eigenzinnige heterogene en maar moeilijk te vangen groep. Verrassende stellingen en rebelse statements zullen uiteindelijk samenkomen tot een logisch antwoord waarom zelfstandig ondernemers in Nederland in actie moeten komen! Na het eerste blog uit deze serie “Zelfstandig ondernemerschap rules!” en het tweede blog “Zelfstandig onderschap verketterd” nu het derde blog “Zelfstandig ondernemerschap verheerlijkt!” “People always say what we are looking for is a meaning for life…I don’t think that’s what we’re looking for. I think what we’re looking for is the experience of being alive. Follow your bliss!” Joseph John Campbell Is dat zelfstandig ondernemerschap en voor jezelf werken nou werkelijk zo mooi? In de ogen van werknemers wel! ‘Jij hebt tenminste vrijheid en jij kan jouw eigen tijd indelen, jij bent van niemand afhankelijk en jij kan beginnen wanneer je wilt! Nou, ik kan je na jaren van ondernemerschap wel vertellen dat dat allemaal klopt, maar er moet wel wat gebeuren om dat ook aantrekkelijk te houden voor de BV Nederland! Maar daarover later meer in dit blog. Laten we eerst eens kijken naar wat de ontwikkelingen zijn. Trends achter het ondernemerschap Het ondernemerschap is de laatste tien jaar steeds populairder geworden en in maatschappelijk aanzien gestegen. Een grote groeiende groep, veelal oudere werknemers is het werken in loondienst om verschillende redenen zat en begint voor zichzelf. De redenering is dat wat ze in loondienst doen, ze ook als zelfstandige kunnen doen, alleen dan beter en voor eigen rekening. Een tweede ontwikkeling is de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt. Vast personeel brengt hoge vaste kosten met zich mee, zeker in tijden van economische tegenwind. Werkgevers huren liever flexibel personeel in, zodat ze in mindere tijden geen extra loonkosten hebben. Ook hoeven ze geen ontslagvergoedingen te betalen aan flexibel personeel. Het aantal werknemers met een vast contract is de afgelopen tien jaar dan ook sterk afgenomen, al blijft het nog altijd veruit de grootste groep werknemers. Door de economische crisis zijn veel werknemers de afgelopen jaren ontslagen. Velen daarvan zijn vrijwillig voor zichzelf begonnen, maar er is ook een groep werknemers die noodgedwongen als zelfstandig ondernemer aan de slag is gegaan. Omdat de kansen op de arbeidsmarkt miniem zijn, proberen ze het maar als zelfstandige terwijl ze geen echte ondernemers zijn. Inhoudelijke motivatie voor ondernemerschap Zakelijk wil een zelfstandig ondernemer op basis van zijn vakkennis en opgebouwde ervaring een eigen business en daarmee (financiële) zekerheid bouwen voor de toekomst. Ze willen buiten detacheerders om rechtstreeks contact met aantrekkelijke potentiële opdrachtgevers. Ze willen hun netwerk en vakkennis vergroten en hun horizon verbreden, in contact komen met andere zelfstandig ondernemers met vergelijkbare ideeën, samenwerken en vorm geven aan hun ideeën, een onderneming starten, funding, partners en/of opdrachtgevers vinden voor opdrachten en om een eigen bedrijf te kunnen beginnen en daarmee een toekomst te bouwen Persoonlijke redenen om zelfstandig te gaan ondernemen zijn vooral dat je werk doet wat je leuk vindt en financieel onafhankelijk bent. En de werknemers hebben gelijk, je kunt doen wat je wilt, jouw eigen tijd indelen en ideeën vorm geven. Zelfstandigheid betekent dus vooral werk doen wat je leuk vindt. Als zelfstandige ondernemer bouw je niet alleen je eigen product of dienst, je bouwt ook continu aan jezelf. Je staat op scherp om jezelf, je product of dienst te verbeteren. Die zelfreflectie verdiept ook je leven. Je ontdekt wat je krachten zijn en je sterke en zwakke kanten. De betrokkenheid van een zelfstandig ondernemer met zijn werk is groter dan dat van een willekeurige werknemer bij een bedrijf. Je zit in je werk, je bent je werk. Alles wat je ontdekt kun je weer gebruiken in volgende opdrachten. Opdrachten selecteer je op grond van vragen die jou boeien. Het is van jou. Jouw naam staat eronder. Van elk project leer je en word je alsmaar beter. Het verrijkt je! De routine en noodzaak van een vaste baan leiden tot slaafsheid en stilstand. Ondernemerschap: heerlijk, en onzeker Als zelfstandig ondernemer neem je de dingen zoals ze komen, met heel veel zorg, maar minder serieus. Je bent niet bang voor onvoorspelbare uitkomsten, koerst niet af op vastliggende conclusies. De liefde voor je vak straalt over op anderen. Ook al is niet alles wat je maakt even geslaagd. Je geeft je wel helemaal, stelt je kwetsbaar op. Dat raakt mensen. Het is beter nieuwe paden in te durven slaan, vol verrassingen, voor jezelf zowel als voor anderen. Je speel niet op veilig uit angst te mislukken. Echtheid wordt altijd gewaardeerd. Zelfstandig ondernemerschap is heerlijk en wordt terecht verheerlijkt, maar heeft ook veel onzekere kanten! Politiek, maatschappij en industrie hebben vrijwel geen oog voor de steeds groter groeiende groep eenpitters. Als het economisch even tegenzit gaan zij er meestal als eerste uit en dan heb je meteen geen inkomen en zekerheden meer. De risico’s zijn groot en veelal te duur om te verzekeren zoals in het geval van arbeidsongeschiktheid. En als je dan als ondernemer eindelijk op gang bent en voor de groei van jouw florerende onderneming financiering nodig hebt of de overwaarde van jouw hypotheek wilt aanspreken kan je bij geen bank terecht, maar als je na hard sparen wat op zij kan zetten, voor bijv. jouw oude dag, zien ze je graag komen. In plaats van ondernemerschap te stimuleren om de economie op gang te krijgen, gaat onze regering keihard bezuinigen en pakken ze de ondernemer aan door het belastingvoordeel af te bouwen… Wie komt op voor ons belang? Kortom, zelfstandig ondernemerschap is heerlijk, maar er mist wat! Een centrale en vertrouwde plek waar je als zelfstandig ondernemer gehoord wordt, waar je samen met andere ondernemers een vuist kan maken tegen de politiek en de overheid, een plek waar je terecht kan voor actualiteit, zekerheid, eerlijk advies en (financiering van) jouw ideeën en zakelijke en persoonlijke groei. Waar krijg je de heterogene groep zelfstandig ondernemers van Nederland nou warm voor? Politiek, commercieel of eigen belang? Ik zal daar in mijn volgende blog een antwoord op proberen te geven, maar wat denk jij? Moeten we een politieke partij oprichten om betere omstandigheden af te dwingen, wil je op basis van collectiviteit voordelige en beter passende producten en diensten of geen van beide en ga je het allemaal zelf regelen? Volgende blog: Zelfstandig ondernemers verenig! Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ondernemerschap, zzp | Laat een reactie achter
Eenvoud op Vrijdag. Van informatiechaos naar eenvoud: een beproefde methode. Geplaatst 9 augustus 2013 door Alles draait om Eenvoud Doordat we steeds meer online en dus bereikbaar zijn, worden we overstelpt met data die geen informatie bevatten totdat we ze kunnen duiden. En als dat lukt, dan nog kunnen we al die informatie vaak niet overzien. Het gevolg daarvan is dat de complexiteit van ons leven, de samenleving en het bedrijfsleven toenemen. Maar de meeste mensen hebben juist eenvoud nodig om iets te begrijpen of een probleem aan te pakken. Hoe kan je uit de veelheid van data informatie destilleren en vervolgens uit al die informatie de essentie halen? Eenvoud is het kenmerk van het ware, want eigenlijk is alles eenvoudig als het wordt terug gebracht tot de kern. In deze bijdrage aan de serie ‘Alles is Eenvoud‘ wordt een in de praktijk bewezen vereenvoudigingsmethode besproken, die helpt om een veelheid van data en informatie te reduceren tot een hanteerbaar geheel. Informatiechaos We dreigen bedolven te worden onder alle informatie die ons bereikt via mail, sms, social media zoals Facebook, LinkedIn en Twitter, telefoon, internet, tv, kranten, tijdschriften en boeken. Vaak gaat het niet eens om echte informatie, want het is pas informatie als we er iets mee kunnen. De meeste mensen lukt het niet die enorme brij goed te hanteren; ze verliezen uit het oog wat werkelijk van belang is. Ze zien door de bomen (denk aan de bergen papier die miljoenen printers produceren) het bos niet meer. En het lukt ze niet om het kaf van het koren te scheiden. Daardoor hoopt alles zich maar op, zowel fysiek als digitaal. Bureaus liggen vol met stapels papier, waarvan het meeste nooit wordt gelezen. Mailboxen lopen over en harde schijven bevatten voor het grootste deel documenten die nooit meer worden geopend. En als er bepaalde informatie nodig is, dan is die onvindbaar. Internet helpt hierbij vaak ook niet. Met één druk op de knop, krijgt je honderdduizenden of zelfs miljoenen resultaten, maar daarvan is 99,99% onbruikbaar. En hoe vind je die 0,01% die je zoekt? In bedrijven is het niet anders. Ook daar groeit de complexiteit als ‘zelfrijzend bakmeel’. Het merendeel van de kantoorwerkers produceert de hele dag papier: miljoenen vaak ellenlange en vrijwel structuurloze documenten over van alles en nog wat. Er wordt continu vergaderd over die documenten, terwijl de helft van de aanwezigen waarschijnlijk niet eens weet dan wel begrijpt waar ze over gaan, of waar de bespreking toe moeten leiden. De overheid voegt het hare toe aan de eindeloze informatielawine met een onophoudelijke stroom van meestal onleesbare regelgeving. Die door vrijwel niemand wordt gelezen of die na lezing niet wordt begrepen of toegepast. Dit alles leidt tot de volgende vraag: hoe kan worden gezorgd dat we efficiënt en effectief met data en vervolgens informatie kunnen omgaan? Want als dat niet lukt, zullen we meer-en-meer worden bedolven onder een brij van gegevens, waardoor het zicht op werkelijke informatie verder afneemt. Van data > informatie > essentie: de vereenvoudigingsmethode Als je orde op informatiezaken wilt stellen, dan is dit de belangrijkste regel: Stop met verzamelen, en gooi zoveel mogelijk weg! Van data > informatie Hierna wordt stapsgewijs uitgelegd hoe je deze regel in de praktijk zodanig kan toepassen dat je niet langer bedolven wordt door betekenisloze data en dat je de resterende informatie verder beperkt tot wat je werkelijk nodig hebt om je doelen te bereiken. Bovenstaande regel geldt als eerste voor alle data die je binnenkrijgt. Omdat je online zo oneindig veel data kunt ontvangen, is beperking daarvan de enige manier om tot informatie te komen. Het ontbreekt je eenvoudig aan tijd en bevattingsvermogen om alle data te interpreteren. Zorg dat je filtert, dat je de bronnen afsluit die data leveren waar je in de praktijk niets mee doet. Bijvoorbeeld: abonneer je op zo weinig mogelijk nieuwsbriefmails; registreer je niet bij alle social media; lees niet alles wat je binnenkrijgt, beperk het aantal tijdschriften dat je leest; print niet alles wat je binnenkrijgt (print bij voorkeur zelfs niets). Bepaal eerst of je echt iets aan bepaalde data kunt hebben voordat je er meer tijd aan besteedt. Door de data die je ontvangt te filteren, creëer je ruimte voor informatie die er werkelijk toe doet. Welke filters je daarbij gebruikt hangt af van wat je echt interesseert en van het werk dat je moet doen. Van informatie > essentie Zelfs als je dat allemaal hebt gedaan, dan nog is er zoveel informatie dat verdere beperking nodig is om efficiënt en effectief te kunnen werken. Stel dat je bureau nog steeds vol ligt met stapels papier en dat je kasten uitpuilen van de ordners, hangmappen, plastic mapjes met papier en losse papieren, over allerlei onderwerpen, oud en nieuw, gelezen en ongelezen, informatief en actie-vragend. En dat je computer een soortgelijke chaos van mail en documenten bevat. Hoe beperk en orden je dat allemaal zodanig dat je belangrijke informatie behoudt? Dat doe je via de volgende vijf stappen: 1. Sorteren: zorgen voor overzicht in de verschillende onderdelen en aspecten. Je neemt eerst alle beschikbare informatie zeer globaal door: je scant per document inhoudsopgave, samenvatting, conclusie, eerste en laatste alinea (daarin staat vaak de essentie), en je bladert elk document even door. Daarna sorteer je de documenten op (sub)onderwerp. 2.Selecteren: waarderen, vaststellen wat van belang is voor het desbetreffende onderwerp. Vervolgens neem je de informatie per (sub)onderwerp meer gedetailleerd door, en selecteer je wat werkelijk van belang is om je doel te bereiken. NB: Je selecteert dus niet alles wat interessant is, maar alleen de voor dat specifieke doel benodigde informatie. Uiteraard zorg je er daarbij voor dat je de informatie ontdubbelt. 3.Saneren: verwijderen van alle zaken die een proces of een oplossing belemmeren. Alle andere informatie is non-informatie die alleen maar ‘ruis’ geeft. Die gooi je dus weg. Ik herhaal: die gooi je weg. Want anders verlies je tijd, energie, focus en overzicht doordat je telkens, als je die non-informatie weer tegen komt, opnieuw moet nagaan of je die nu wel of niet nodig hebt.Wanneer kun je – meer in het algemeen – iets weggooien? Dat kan als: – je er het afgelopen jaar geen gebruik van hebt gemaakt, – je niet verwacht dat je er het komende jaar gebruik van maakt, – en je het altijd nog ergens anders kunt vinden (bijvoorbeeld via internet). 4. Opslaan: geordend en goed toegankelijk onderbrengen van informatie. Daarna sla je de bruikbare informatie geordend op, bij voorkeur digitaal (in mappen en sub-mappen), want dan kun je de informatie makkelijker terugvinden, doorzoeken, en verspreiden. Desgewenst kun je digitale informatie opslaan in ‘the cloud’ (servers op internet); dat heeft wel als nadeel dat je online moet zijn om erbij de te kunnen. 5.Onderhouden: zorgen dat de informatie actueel blijft. Gaandeweg komt er voortdurend informatie bij. Daarop pas je telkens de stappen 1 tot en met 4 toe, zodat je altijd een actueel overzicht hebt van alle relevante informatie. Het resultaat van deze stappen – gemakkelijk te onthouden als ‘SSSOO’ – is een overzichtelijk geheel van informatie die per onderwerp of probleem relevant, actueel en goed toegankelijk is. Als je die informatie bovendien alleen digitaal bewaart, dan heb je ook nog een leeg bureau en heb je zelfs geen kasten meer nodig. Zorg dan wel altijd voor een actuele en veilig bewaarde backup. Toepassingen vereenvoudigingsmethode: persoonlijk en in organisaties Deze vereenvoudigingsmethode is een manier om jezelf qua informatie te organiseren. Je kunt die methode in allerlei situaties toepassen: – bij het uitvoeren van een opdracht of taak, – bij het voorbereiden van een vergadering of te schrijven memo, artikel of boek, – bij het opruimen van mail, digitale documenten, een archief of een bureau, – bij het organiseren van je administratie, – kortom: overal waar iets vereenvoudigd moet worden. Ook organisaties waar een overmaat aan data dan wel informatie een cultuur issue is, kunnen dat probleem met deze methode aanpakken, maar dan gecombineerd met een aantal maatregelen: Bottom-up maatregel: – Het trainen van medewerkers in hun persoonlijke informatieorganisatie. Als een aantal medewerkers beter met data en informatie omgaat, bijvoorbeeld door gebruik te maken van bovenstaande methode, dan werkt dit door in de organisatie. Anderen zien dat hun bureaus en kasten overzichtelijk of zelfs leeg zijn. Dat ze niet met overvolle tassen op hun werk of in vergaderingen verschijnen. Dat ze niet de hele tijd naar informatie moeten zoeken en dat ze vragen sneller beantwoorden. Kortom: dat ze hun werk efficiënter, effectiever, met minder moeite en daardoor met meer plezier doen. En dan willen anderen dat ook. Maar alleen deze maatregel is wellicht onvoldoende. Top-down maatregelen: – Directie en leidinggevenden geven het goede voorbeeld door hun persoonlijke informatieorganisatie. Net als bij de eerste maatregel doet goed voorbeeld goed volgen. Maar het effect is meestal sterker als dit voorbeeld komt van de top van de organisatie. – Informatie die in de organisatie wordt verspreid duidelijker en korter formuleren. Het toepassen van deze maatregel zorgt ervoor dat medewerkers geen tijd hoeven te besteden aan het vertalen van data naar informatie. Daarnaast verbetert de communicatie en worden medewerkers gestimuleerd om zelf ook op deze manier te communiceren. – Clean desk, clean office, clean company beleid. Informatie wordt beter toegankelijk en communiceerbaar als het digitaal is opgeslagen. Het is ook een voorwaarde voor Het Nieuwe Werken: werken op afstand waar en wanneer je wilt. En als je wilt vergaderen zonder papieren stukken, maar met behulp van iPads of laptops. Door als organisatie voor te schrijven dat alle informatie digitaal moet worden opgeslagen, kan je vervolgens makkelijker eisen dat bureaus en kasten leeg zijn, of alleen datgene bevatten wat een medewerker op dat moment onderhanden heeft. Dit gedrag kan verdere worden gestimuleerd door medewerkers met een leeg bureau en lege kasten te belonen. Nog effectiever is natuurlijk om kasten gewoon te verwijderen uit de kantoren. – Beperken en organiseren van digitaal opgeslagen informatie. Als alle informatie (alleen) digitaal beschikbaar is, dan wil dat nog niet zeggen dat alleen relevante informatie is opgeslagen. Op al die informatie dient regelmatig onderhoud gepleegd te worden zoals eerder beschreven: sorteren, selecteren, saneren en (geordend) opslaan. Het helpt daarbij als iedere medewerkers slechts een beperkte hoeveelheid ruimte krijgt om mail en documenten op te slaan, want dat dwingt hen om van tijd tot tijd opruiming te houden. Ook kan informatie van bijvoorbeeld een afdeling of projectgroep op een aparte ‘schijf’ worden bewaard, die alleen voor de betrokkenen toegankelijk is; dit voorkomt dubbele opslag en kan versiebeheer verbeteren. Op centraal niveau zou bepaald kunnen worden welke standaard namen er op de servers voor mappen en eventueel sub-mappen gebruikt moeten worden, zodat iemand makkelijker in gegevens van anderen kan zoeken. Bovenstaande maatregelen vergen in eerste instantie extra inspanning en tijd. Maar al snel zorgen ze juist voor tijdsbesparing, meer efficiëntie en slagkracht. Relevante informatie is eerder beschikbaar, waardoor beter ingespeeld kan worden op ontwikkelingen in de markt. Juist in een wereld die steeds sneller verandert, wordt informatie belangrijker voor de bedrijfsvoering. Daarom dient alle overbodige data- en informatieballast continu opgeruimd te worden, zodat er goed zicht blijft op datgene waar het echt om draait. Des te complexer de wereld wordt gemaakt, des te meer geldt dat eenvoud het kenmerk van het ware is. In de praktijk getoetst Reeds vele jaren pas ik de geschetste, zelf ontwikkelde vereenvoudigingsmethode toe, voor werk- en opdrachtgevers maar ook privé: bijvoorbeeld bij het automatiseren van bibliotheken en betalingssystemen (PIN), het reorganiseren van de medezeggenschap, het regelen van een bedrijfsovername, en het inrichten van mijn administratie. Eigenlijk bij alles dus. Ik heb altijd een goed en actueel overzicht van wat er speelt en wat er nog moet gebeuren, waardoor ik snel kan ingrijpen en rapporteren over de stand van zaken. Het komt vrijwel nooit voor dat ik informatie niet kan vinden, of dat ik relevante informatie heb weggegooid. En als dat laatste wel is gebeurd, dan is die informatie altijd nog elders te vinden, bijvoorbeeld via internet, of bij mensen die ik de desbetreffende informatie heb gemaild. Kortom: deze vereenvoudigingsmethode werkt in de praktijk, en vrijwel alles is ermee te vereenvoudigen. Arie Klootwijk Arie Klootwijk voert sinds vijf jaar vanuit zijn eigen bedrijf (Bureau Bloemers BV) opdrachten uit als Directieadviseur, Juridisch schrijver en Project-/procesmanager. Daarvoor was hij Consultant bij de invoering van PINnen in Nederland en vervolgens Senior Directieadviseur/-secretaris bij Interpay (nu: Equens), waar hij 18 jaar werkzaam was. Door de jaren heen heeft hij ervaren dat je niet alleen efficiënter, maar ook effectiever en bovendien plezieriger kunt werken en leven als je zaken vereenvoudigt. Op zijn visitiekaartjes staat dan ook ‘Vereenvoudiger’. (Dit is de veertiende bijdrage in de reeks ‘Eenvoud op Vrijdag’ waarin elke vrijdag een auteur laat zien welke persoonlijke aanpak hij/zij heeft ontwikkeld. Alle artikelen uit deze reeks zijn hier te vinden. Het bovenstaande artikel is hier ook als pfd te downloaden). Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags eenvoud op vrijdag | 1 Reactie
Coalitie zal vizier moeten bijstellen bij fiscale plannen ZZP’ers Geplaatst 7 augustus 2013 door PZO Binnen de coalitie gaan stemmen op om paal en perk te stellen aan de fiscale voordelen voor zzp’ers en hun opdrachtgevers. Dat blijkt uit een artikel in het Financieel Dagblad. “Werkgevers zouden momenteel te veel worden verleid om werknemers te ontslaan en ze vervolgens als zzp’er in dienst te nemen. Dit zou werkgevers al gauw 30% loonkosten schelen. Ook voor werknemers met een inkomen van zo’n €20.000 per jaar kan een overstap naar een zzp-bestaan gunstig zijn. Als zij zzp’er worden, hoeven ze duizenden euro’s minder belasting af te dragen. Vaak komen ze vervolgens in aanmerking voor toeslagen voor huur of zorg. Een werknemer die € 20.000 verdient, zou er als zzp’er bijna € 7.000 op vooruit gaan, zo blijkt uit berekeningen van het Financieel Dagblad. Het forse verschil wil het kabinet voor een deel corrigeren door lasten voor zzp’ers te verzwaren. Deze zomer is overwogen de € 0,5 miljard aan extra belasting voor de ongeveer 800.000 zelfstandigen zonder personeel naar voren te halen en daarmee het begrotingstekort over 2014 terug te dringen. Naar verluidt was dat echter te ingewikkeld en zijn er alternatieven gevonden. Voor 2015 staat de extra belasting wel op stapel. En volgens ingewijden wil de coalitie nog een stap verder gaan door ook voordelen voor werkgevers aan te pakken. Werkgevers besparen ook aanzienlijk op secundaire arbeidsvoorwaarden als hun werknemers verder gaan als zzp’er. En het levert flexibiliteit op: bij overtolligheid hoeven werkgevers geen ontslagpremies meer te betalen.” Plannen al langer bekend PZO is verbaasd over de berichtgeving in het Financieel Dagblad. De nieuwe plannen van de Commissie van Dijkhuizen zijn in juni reeds gepresenteerd. PZO heeft toen al in een reactie aangegeven geen voorstander te zijn van de invoering van een winstbox: invoering zal de positie van zelfstandige ondernemers verslechteren zowel direct (minder besteedbaar inkomen/vermindering werkkapitaal) alsook op termijn aantasten (pensioen/sparen/vangnet). De Commissie van Dijkhuizen presenteert verder maatregelen die ondernemers uit zouden moeten dagen om te groeien en te vernieuwen. Inbreuk maken op de ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, staat echter haaks op het standpunt om het zelfstandig ondernemerschap te stimuleren. Opnieuw geeft men nu aan de rekening van het begrotingstekort neer te willen leggen bij zelfstandige ondernemers. Dit vanwege het feit dat men onterecht teveel geleid zou worden door de voordelen die het zelfstandig ondernemerschap zou bieden. Men gaat hier echter geheel voorbij aan de bewust economisch zelfstandige ondernemers. Ondernemers die doelbewust voor het ondernemerschap hebben gekozen met alle risico’s van dien. Zich niet laten dwingen door een ex-werkgever of een opdrachtgever, zelf verantwoordelijk zijn voor de bedrijfsvoering en in hun eigen arbeidsongeschiktheid en pensioen voorzien en investeringen doen ten behoeve van hun onderneming. Ook als het even minder gaat, zijn het bij uitstek deze ondernemers die doorpakken en in een eigen inkomen blijven voorzien. Allerminst zijn het belastingprofiteurs en juist deze groep ondernemers zou verder gestimuleerd mogen worden nu het bij uitstek zelfstandige ondernemers zijn die de economie uit het slop kunnen trekken. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags belastingen, zzp | 1 Reactie