Maandelijkse archieven: oktober 2021

Hyperschaarste slaat ook toe op flexibele arbeidsmarkt, zelfstandigenvijver bijna leeggevist

Organisaties hebben zich een tijd lang de luxe kunnen veroorloven om het tekort aan vaste krachten op te vullen met tijdelijke, externe professionals. Die tijd is voorbij: ook op de flexibele arbeidsmarkt heerst op alle fronten schaarste, signaleren HeadFirst Group en Intelligence Group. De ontwikkeling van de eerste twee kwartalen van 2021 zet zich daarbij voort: de arbeidsmarktactiviteit is laag, waardoor het aanbod van arbeid afneemt. Zowel voor vast als flex.

Deze hyperschaarste op de flexmarkt is nieuw in Nederland, zegt Han Kolff, CEO HeadFirst Group. “Het vraagt om creativiteit en dwingt organisaties op een integrale manier te kijken naar de gehele arbeidspopulatie. De contractvorm is minder relevant, het juiste talent binnenhalen staat voorop.”

Flexibele arbeidskrachten: aanbiedingen gekelderd

Het aantal aanbiedingen op opdrachten voor hoogopgeleid werk is in één jaar gekelderd. Na een piek in de ‘corona-kwartalen’ in 2020, zijn er nu vijf keer minder aanbiedingen dan in het tweede kwartaal vorig jaar. “We kunnen niet stellen dat er vijf keer minder aanbod aan professionals is, aangezien één professional – zelfstandige of gedetacheerd – zich in een korte periode doorgaans op verschillende opdrachten aanbiedt. Als de beschikbaarheid van zp’ers terugloopt en de banken van detacheerders leeg raken, loopt het aantal aanbiedingen van professionals exponentieel terug.”

Arbeidsmarktactiviteit laag

Terwijl de vraag naar talent nog nooit zo groot is geweest, is de noodzaak en bereidheid om zelf een opdracht te zoeken laag. In Figuur 2 is te zien dat het aandeel actieve opdrachtzoekers onder zzp’ers de laatste twee kwartalen 26% en 30% is, wat betekent dat gemiddeld bijna driekwart niet tot nauwelijks op zoek is naar een nieuwe opdracht. Het kwartaal waarin corona zijn intrede deed, kwartaal 1 van 2020, was de activiteit 42%. Daarna normaliseerde het snel.

Vooral onder laagopgeleide zzp’ers

Als het werk binnenstroomt, is de noodzaak om zelf in actie te komen kleiner. Dat geldt vooral voor laagopgeleide zzp’ers, zo blijkt uit figuur 3. In het derde kwartaal van 2021 is 16% van de laagopgeleiden actief op zoek naar opdrachten, ten opzichte van 30% onder de hoogopgeleiden.

Veel te kiezen voor zzp’ers

Ten opzichte van het eerste kwartaal van 2021 is het aandeel betaalde opdrachten onder zzp’ers toegenomen. De boodschap van figuur 4 luidt dan ook: op het gebied van opdrachten is de flexibele arbeidsmarkt hersteld na corona. Waar in kwartaal 2 nog 71% van de hoogopgeleide en 58% van de laagopgeleide zzp’ers minder betaalde opdrachten had door corona, is dat in het derde kwartaal van 2021 nog maar 27% (hoogopgeleid) en 47% (laagopgeleid).

De markt voor hoogopgeleide zzp’ers trekt het snelst aan. Laagopgeleiden hebben in kwartaal 3 van 2021 minder betaalde opdrachten dan hoogopgeleiden. 63% van de hoogopgeleide zzp’ers heeft evenveel of meer betaalde opdrachten, ten opzichte van 53% van de laagopgeleiden.

Sourcingsdruk toegenomen

De sourcingsdruk is een belangrijke indicator van schaarste op de arbeidsmarkt. Ruim één op de drie personen uit de Nederlandse beroepsbevolking werd minimaal één keer per kwartaal door een werkgever of bureau benaderd voor een nieuwe baan. Deze ontwikkeling is ook te zien bij zzp’ers, vooral bij de hoogopgeleide. Bijna 7 van de tien wordt minimaal een keer per kwartaal benaderd voor een opdracht.

In de maanden juli tot en met september 2021 zijn zelfstandig professionals significant vaker benaderd in één kwartaal in vergelijking met het vierde kwartaal van 2020. Het gaat om een stijging van maar liefst 12%. Ten opzichte van laagopgeleide zzp’ers is dat een verschil van 17%, waar binnen deze groep net iets meer dan de helft (52%) vaker dan één keer per kwartaal werd benaderd.

De Talent Monitor ‘Hyperschaarste op de arbeidsmarkt’ is gratis te downloaden op headfirst.group.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Spaanse zzp’ers en hun collectieve sociale zekerheid: zo werkt dat en dit kost het

Terwijl een sociaal basisstelsel voor alle werkenden in Nederland voorlopig een toekomstdroom is, bestaat zo’n soort systeem al lang in Spanje. Alle werknemers en ondernemers in Spanje zijn verplicht deelnemer aan het sociaal zekerheidsstelsel.

Basisbedrag of maximumverzekering

Wie in loondienst werkt is automatisch verzekerd via zijn werkgever, een zzp’er moet zich eerst aanmelden bij de Seguridad Social (de sociale zekerheid). Vervolgens betalen zzp’ers maandelijks minimaal 289 euro aan sociale premies (2021), ongeacht wat zij verdienen. Starters krijgen korting: het eerste jaar betalen ze 60 euro per maand. Binnen twee jaar loopt dat bedrag stapsgewijs op.

Deze maandelijkse inleg verzekert werkenden voor een basisinkomen van 944 euro bij ziekte, arbeidsongeschiktheid of pensioen. Dit is ongeveer het minimumloon in Spanje.

Als ze willen, kunnen ze zich voor een hoger inkomen verzekeren. Wie het maximumbedrag van 1245 euro per maand betaalt, is voor een inkomen van 4070 euro per maand verzekerd. Weinig zzp’ers doen dit: uit data van het Spaanse Ministerie van Werkgelegenheid blijkt dat 85,5% het basisbedrag betaalt.

Ziekenfonds, doorbetaling bij ziekte, aov en pensioen

Wat krijgen ze daarvoor terug? Wie meebetaalt aan het sociaal stelsel krijgt een ziekenfondsverzekering (zonder eigen risico en ook voor je partner en kinderen), een uitkering bij ziekte (maximaal anderhalf jaar), ouderschapsverlof, een arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen.

Dat heb je ook wel nodig in Spanje, er zijn weinig algemene voorzieningen zoals in Nederland. Het bedrag dat je ontvangt bij ziekte, pensioen of arbeidsongeschiktheid is afhankelijk van allerlei voorwaarden. Hoe lang draag je bij aan het systeem? In hoeverre ben je arbeidsongeschikt? Heb je een partner of kinderen? Waar ben je ziek geworden?

Hieronder een beknopt overzicht en vergelijking met het Nederlandse systeem. Daarbij is het belangrijk om te onthouden dat het leven in Spanje gemiddeld goedkoper is en de lonen flink lager zijn dan in Nederland. Het minimumloon is in Spanje 950 euro, in Nederland is het 1701 euro (2021). Het modaal inkomen in Nederland was 36.500 euro in 2020, terwijl de gemiddelde Spanjaard zo’n 23.000 euro verdiende.


 

In het rapport Zelfstandigheid, flexibiliteit en sociale zekerheid. Een kijkje over de grens’ zette ZiPconomy eerder als eens uitvoerig op een rij het hoe het sociaal en fiscaal stelsel voor freelancers werkt in onder meer België, de VS en Scandinavië. En dat in de context van het Nederlandse debat daarover.

 

 


Ziekenfondsverzekering

Wie meebetaalt, heeft toegang tot de publieke gezondheidszorg in Spanje zonder eigen risico. De Spaanse gezondheidszorg staat in principe goed bekend, maar heeft wel wat beperkingen. Door bezuinigingen in de zorg kunnen wachttijden lang zijn en niet alles wordt vergoed (bijvoorbeeld tandzorg). Zo’n 18% van alle Spanjaarden verzekert zich daarom particulier bij.

Vergelijking met Nederland: De allergoedkoopste basiszorgverzekering in Nederland kost zo’n 1270 euro per jaar met 385 euro eigen risico. Daarnaast betalen alle Nederlanders – ook zzp’ers – via hun aangifte inkomstenbelasting ook een bijdrage voor de zorgverzekeringswet (Zvw). Deze is inkomensafhankelijk.

Daarnaast kunnen zzp’ers in Nederland zorgtoeslag aanvragen als zij een laag inkomen hebben. Voor de laagste inkomens is de toeslag ongeveer gelijk aan de premie en dat maakt een zorgverzekering gratis, los van het eigen risico.

Vergoeding bij ziekte

Als een zzp’er bijvoorbeeld in zijn vrije tijd ziek wordt, krijgt hij een uitkering vanaf de vierde dag dat hij niet kan werken. Van de vierde tot en met de twintigste dag bedraagt de uitkering 60% van het verzekerde bedrag, en vanaf de eenentwintigste dag 75%. Bij een minimuminleg (289 euro per maand voor 944 euro) betekent dat een uitkering van 588 euro voor vier weken zonder werk.

Wordt de zzp’er ziek of gewond tijdens het werk? Dan krijgt hij vanaf de tweede dag een vergoeding van 75%.

Vergelijking met Nederland: Nederlandse zzp’ers krijgen niet doorbetaald als ze ziek zijn, tenzij ze zich privaat verzekerd hebben. Ze kunnen dat ook doen via de vrijwillige verzekering Ziektewet van het UWV voor een maximaal dagloon van 223,40 euro (2021). Voor dit maximale bedrag betalen ze 446 euro per maand. Willen ze het Nederlandse minimumloon ontvangen bij ziekte, dan kost dat ongeveer 150 euro per maand.

Ouderschapsverlof

Zowel moeders als hun partners hebben recht op 16 weken ouderschapsverlof. Ze krijgen dan 100% van het verzekerde bedrag. Voor 85,5% van de zzp’ers is dat dus 944 euro, ongeveer het minimumloon.

Vergelijking met Nederland: Als vrouwelijke zelfstandig ondernemer heb je recht op een uitkering van ten minste 16 weken tijdens en na je zwangerschap. Hier hoef je niet apart voor te betalen. Als je in het jaar voor je bevalling tenminste 1.225 uur als zelfstandige hebt gewerkt, ontvang je de maximale uitkering. Die is gelijk aan het minimumloon.

Partners moeten het zelf regelen: Nederlandse zzp’ers hebben geen recht op geboorteverlof.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering

Na 545 dagen uitkering bij ziekte moet een medisch specialist bepalen in hoeverre iemand arbeidsongeschikt is. Er zijn vier mogelijkheden:

  1. De zzp’er kan zijn werk 33% minder goed uitvoeren, maar hij kan nog steeds fulltime werken. In dit geval krijgt hij 24 maanden extra uitkering bij ziekte.
  2. De zzp’er kan zijn beroep niet meer uitoefenen, maar hij kan nog wel ander werk doen. In dit geval krijgt hij een levenslange uitkering van 55%.
  3. Als een zzp’er helemaal niet meer kan werken, krijgt hij 100% van het verzekerde bedrag.
  4. Als een zzp’er niet meer kan werken en extra hulp nodig heeft in zijn dagelijks leven, krijgt hij nog een bedrag bovenop de uitkering.

Vergelijking met Nederland: De Nederlandse zzp’er is niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, maar wij hebben wel de bijstand (in 2021 afgerond 1080 euro inclusief vakantiegeld voor alleenstaanden). Een bijstandsuitkering wordt alleen verstrekt als de zzp’er geen vermogen heeft en niet kan terugvallen op een inkomen van zijn partner.

Wat een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering kost voor zzp’ers, hangt af van allerlei factoren: beroep, leeftijd, medische achtergrond, hoogte van de uitkering en wanneer je wilt dat de uitkering ingaat. Voor een verzekerd bedrag van 25.000 euro per jaar betaalt een 40-jarige accountant gemiddeld 100 euro premie, terwijl een 40-jarige hovenier meer dan 200 euro betaalt.

Pensioen

Pensioen krijgt een werkende als hij minstens 15 jaar meebetaald heeft aan het systeem. De minimumuitkering is ruim 8000 euro per jaar, het maximumbedrag is zo’n 35.000 euro per jaar. Heb je als Spaanse inwoner minder dan 15 jaar bijgedragen aan het stelsel, dan krijg je een staatspensioentje van krap 5000 euro per jaar.

Uit cijfers van de Seguridad Social blijkt dat een gemiddelde Spaanse zzp’er 781 euro pensioen per maand krijgt. Dat is minder dan het minimumloon van 950 euro per maand.

Het is ook zo’n 40% lager dan de uitkering van een gemiddelde Spaanse werknemer, dat is namelijk 1315 euro. Dit heeft meerdere oorzaken en één van de belangrijkste is dat 85,5% van de zzp’ers voor de laagste inleg kiest. Werknemers zijn vaker voor hogere bedragen verzekerd via de werkgever.

Vergelijking met Nederland: In Nederland krijgt iedereen AOW, ook als je nooit of weinig gewerkt hebt. In juli 2021 bedraagt de Nederlandse AOW 1226,60 euro netto (alleenstaande, met heffingskorting). Nederlandse zzp’ers betalen via hun premies volksverzekeringen mee aan dit basispensioen.

Conclusie

Een exacte vergelijking maken is ingewikkeld, want de ene zzp’er is de andere niet. Bovendien is in Nederland veel meer geregeld voor alle inwoners. Zo heeft iedereen recht op de volksverzekeringen Algemene Ouderdomswet (AOW), Algemene nabestaandenwet (Anw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Zzp’ers betalen daar ook aan mee via de premie voor de volksverzekeringen. Verder krijgt elke Nederlandse ouder kinderbijslag en kan in principe iedereen met een laag inkomen aanspraak maken op toeslagen.

Wat een vergelijking ook ingewikkeld maakt, is dat de premies voor aov, pensioen en ziektekosten in Nederland sterk verschillen per leeftijd, gezondheidssituatie en inkomen. Bovendien verschillen de voorwaarden om een uitkering te ontvangen per aanbieder.

Als een gezonde, 30-jarige communicatiespecialist met een belastbare winst van 40.000 euro zich op soortgelijke manier (dus een Nederlands minimumloon) wil verzekeren als een Spaanse collega, betaalt hij 498 tot 598 euro:

  • 106 euro aan zorgverzekering, 192 euro bijdrage voor de zorgverzekeringswet (Zvw)
  • 150 euro aan ziekenfondsverzekering
  • 50 tot 150 euro aan aov, afhankelijk van soort aanbieder (broodfonds en crowdsurance zijn goedkoper, maar hebben andere voorwaarden dan een reguliere aov), gewenste looptijd, etc.

Hij betaalt dus meer dan zijn Spaanse collega, al krijgt hij daar ook een hoger bedrag voor terug als hij het nodig heeft. Maar als hij bijvoorbeeld aannemer, paardrijd-instructeur of ambulanceverpleegkundige is, loopt zijn aov-premie vaak flink op. Hetzelfde geldt als hij ouder of ziek is. Zijn Spaanse collega heeft daar geen last van: iedere ondernemer betaalt hetzelfde.

Kritiek

Lang niet iedereen is blij met het Spaanse systeem, ook de regering niet. Ten eerste omdat het oneerlijk is dat iedere zzp’er dezelfde bijdrage betaalt aan sociale zekerheid. Zelfstandigen met een laag inkomen dragen onevenredig veel bij, soms zelfs meer dan er binnenkomt. Ten tweede komt er momenteel te weinig geld binnen om de pensioenen op lange termijn te kunnen blijven betalen.

De regering stelt daarom voor om de bijdrage voor ziekte, pensioen en aov inkomensafhankelijk te maken. Of dit doorgaat is de vraag, want zzp-organisaties vinden de bedragen veel te hoog. In het huidige voorstel staat namelijk dat zzp’ers met een hoog inkomen (meer dan 48.841 euro per jaar) fors meer gaan betalen: 1.220 euro per maand. De zzp’er die minder verdient is dan wel beter af, maar wie echt weinig omzet heeft draagt nog steeds relatief veel bij. Zelfstandigen die minder dan 3.000 euro per jaar verdienen zouden in het voorstel 90 euro per maand afdragen, grofweg een derde van hun omzet.


Wie is de Spaanse zzp’er?

In 2018 waren er zo’n 3,3 miljoen zelfstandig ondernemers in Spanje, waarvan 60% zelfstandigen zonder personeel. Net als in Nederland, groeit het aantal zelfstandigen jaarlijks. En net zoals bij ons, komen er meer vrouwen dan mannen bij. Tussen 2017 en 2018 was 62% van de starters vrouw.

De Spaanse zzp’er is ongeveer even oud als de Nederlandse. Bijna 50% is tussen de 40 en 54 jaar, 26,8% is ouder dan 55 jaar. Slechts 2% van alle zzp’ers is jonger dan 25 jaar. De helft van de Spaanse zelfstandig ondernemers werkt in de handel, bouw of agricultuur.


 

Lees ook:  

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | Laat een reactie achter

“Data kan je helpen de War for Talent te winnen”

Hoe kun je als organisatie slimmer worden met inhuurdata? Daarover ging de webinar ‘Next step externe inhuur’ van Paul Oldenburg, verantwoordelijk voor Business Development bij Staffing MS, onderdeel van HeadFirst Group.

Belang van data

In zijn inleiding ging hij in op het belang van data: “Als je in gezamenlijk overleg argumenten uitwisselt om te bepalen of je linksaf of rechtsaf wil en de meest charismatische of charmante persoon wint altijd, dan heb je niet per se het juiste kompas om op te varen. Als je die beslissingen baseert op data, dan heb je in ieder geval een gezamenlijk vertrekpunt waarop je vervolgens ook weer kunt terugvallen. Data is dus heel belangrijk om gesprekken te objectiveren en om te voorspellen wat gaat werken.”

Data is heel belangrijk om gesprekken te objectiveren en om te voorspellen wat gaat werken

Stappen van datavolwassenheid

Voor wie meteen in de startblokken stond, had hij wel een waarschuwing. “Geef eerst antwoord op de vraag hoe datavolwassen je organisatie is, voordat je actief met data aan de slag gaat.” Het is immers belangrijk dat je de verschillende stappen naar volwassenheid één voor één maakt: “Zorg dat je eerst in staat bent om je data netjes op te slaan; pas daarna kun je volgende stappen zetten. Voordat je in gesprek gaat en wilde ideeën in de organisatie brengt, moet je goed weten waar je staat qua datavolwassenheid en vervolgens insteken op dat niveau.”

Vier typen inhuurdata

Er zijn diverse soorten inhuurdata waar je als organisatie gebruik van kunt maken, legde Paul Oldenburg vervolgens uit. Hij definieerde vier typen. Ten eerste kun je gebruikmaken van data over de inhuur zelf: Wat betaal ik, wat zijn de doorlooptijden, et cetera. Kennis van deze data is belangrijk om goed grip te krijgen op je inhuur.

Ten tweede zijn er data omtrent de vraag wat kandidaten motiveert. Het gaat hier vooral om kwalitatieve data, die bijvoorbeeld te ontlenen zijn aan de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA). Door je eigen data te verrijken met zulke data kun je bijvoorbeeld kijken hoe je vacatureteksten en opdrachten insteekt. Op die manier kunnen deze databronnen je echt helpen om de War for Talent te winnen, aldus Oldenburg.

De derde en vierde soorten data hebben betrekking op respectievelijk de efficiency van het inhuurproces en de effectiviteit. “Met name op dat laatste gebied kun je enorme klappen maken”, aldus Oldenburg: “Je kunt die data bijvoorbeeld gebruiken om je interne mobiliteit goed te laten aansluiten op je inhuurproces.”

Total Talent Acquisition

Aan het eind van zijn webinar ging Oldenburg in op de ontwikkelingen op het gebied van Total Talent Acquisition. Op de vraag of je data tussen vast en flex kunt uitwisselen, antwoordde hij: “Het zijn twee verschillende werelden en die data zijn niet echt uitwisselbaar. Je kunt ze natuurlijk wel met elkaar combineren en daar zit de uitdaging. In de praktijk bieden wij die mogelijkheid bijvoorbeeld met de Talent Monitor, een kwartaalrapport van HeadFirst Group en Intelligence Group. Intelligence Group levert recruitmentdata van vast en HeadFirst Group inhuurdata van flex, zodat je beide kunt vergelijken.”

Data en kracht van flexmarkt

In de discussie met de kijkers van het webinar kwam een aantal vragen naar boven. Een van de deelnemers vroeg zich af: “Het zit in het DNA van de flexmarkt om heel snel en ad hoc te reageren. Een probleem moet direct opgelost worden. Dat is ook de kracht van de flexmarkt. Haal je met data niet juist de kracht van dat snelle ad hoc reageren weg?” Oldenburg: “Ik denk dat we die kracht om snel te reageren zeker vast moeten houden. Als je dat kunt koppelen aan weten wat je doet op basis van data, dan handel je niet alleen snel, maar ga je ook meteen in de goede richting. Dat is wat je wil.”

Bekijk hieronder het webinar ‘Next step externe inhuur’ van Paul Oldenburg (HeadFirst Group).

Kijk voor een terugblik op de hele Webinar Week 2021 op deze overzichtspagina.

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Werken in 2030: vier toekomstscenario’s

“We zien allemaal om ons heen dat er grote veranderingen plaatsvinden,” zegt Dimitri Yocarini, CEO van Olympia en vanuit het ABU-bestuur betrokken bij het onderzoek. “Denk bijvoorbeeld aan trends als demografie, de evaluatie van de waarde van werk en technologisering. Die veranderingen hebben niet alleen een grote impact op werk. Het raakt ook onze maatschappij en het raakt mensen. Met dit onderzoek wilden we laten verkennen hoe het werken in 2030 eruit zou kunnen zien, om daarmee het debat te voeden over de toekomst van werk. Tegelijkertijd kunnen wij daardoor als ABU nadenken over onze rol als uitzendbranche en hoe wij een bijdrage kunnen leveren aan een evenwichtige en vitale arbeidsmarkt.”

Drie deelvragen onderzoek toekomst van werk

“Onder dit onderzoek lagen drie deelvragen,” vertelt Pieter Hemels van strategiebureau Futureproof dat het onderzoek verrichtte. “Hoe ontwikkelt het welzijn van werk zich? Hoe draagt de arbeidsmarkt bij aan het competitieve vermogen van de economie? En hoe ziet deelname aan werk er in 2030 uit? Die vragen vormden het uitgangspunt.”

In de voorbije jaren is er volgens Hemels veel onderzoek gedaan naar de toekomst van werk in Nederland. “Met een team van tien analisten hebben wij meer dan duizend onderzoeken en publicaties samengevat en naar onderlinge verbanden gezocht. Daarnaast hebben we vijf rondetafelgesprekken georganiseerd met wetenschappers, deskundigen en betrokkenen uit het veld van de arbeidsmarkt.”

Twintig trends van invloed op toekomst van werk

Op basis van de analyse van de onderzoeken en publicaties kwamen we tot een overzicht van twintig onderwerpen die van invloed zijn op het werk in 2030, vertelt Hemels. “Onder die twintig ‘beïnvloeders’ vallen onder meer zaken als vergrijzing, kennisontwikkeling, groene groei en het nieuwe werken. Maar uiteraard ook trends als globalisering, technologisering en flexibilisering.”

Regelmatig hoorde Hemels tijdens het onderzoek geluiden dat ‘het allemaal niet zo’n vaart zal lopen met al die veranderingen’. “Na het analyseren van alle onderzoeken hebben wij de stellige overtuiging dat het wél zo’n vaart zal lopen. Ik denk dat we de komende tien jaar grotere veranderingen gaan meemaken dan we in de afgelopen vijftig jaar hebben gezien.”

We willen als uitzendbranche een bijdrage kunnen leveren aan een evenwichtige en vitale arbeidsmarkt. – Dimitri Yocarini, ABU-bestuurslid en CEO van Olympia –

Invloed op onzekerheden arbeidsmarkt

Bij een aantal van die veranderingen is het een zekerheid dat ze gaan plaatsvinden, zo analyseren de onderzoekers. Yocarini: “Nederland vergrijst, verkleurt en de beroepsbevolking krimpt. Daarnaast zorgt de verduurzaming voor verandering. En tot slot zien we dat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in onbalans raken. Maar het meest interessant zijn de veranderingen die nog onzeker zijn. Want dat zijn de veranderingen waar wij als samenleving nog invloed op kunnen hebben.”

Wij hebben de stellige overtuiging dat we de komende tien jaar grotere veranderingen gaan meemaken dan we in de afgelopen vijftig jaar hebben gezien. – Pieter Hemels van strategiebureau Futureproof –

De twee grote onzekerheden zitten volgens Hemels vooral in de wijze waarop de toegang tot welvaart zich ontwikkelt en welke impact technologie op werk zal hebben. “Is toegang tot welvaart ieders individuele verantwoordelijkheid, of kiezen we voor het model waarbij toegang tot welvaart collectief geregeld is? En staat technologie slechts ten dienste van efficiency en meer rendement? Of zorgt technologie voor een herverdeling en herwaardering van werk, waardoor mensen ook makkelijker kunnen meedoen?”

Deze twee grote onzekerheden zijn leidend in vier toekomstscenario’s die in het onderzoek uiteindelijk zijn uitgewerkt, vertelt Hemels. “In die scenario’s (zie kader) draait het om de vraag naar welke samenleving we onderweg zijn.”

“Ik ben enthousiast over het onderzoek,” constateert Yocarini. “Wat mij positief verrast heeft? Eigenlijk hoe snel de vier scenario’s – in elk gesprek dat we er in uiteenlopende samenstellingen over hebben – de vraag oproept wat de bijdrage aan de toekomst van werk kan zijn. Dat is ook precies wat het effect van een dergelijk onderzoek moet zijn: dat je uitgedaagd wordt tot nadenken. De komende maanden willen we over het onderzoek in gesprek gaan met onze leden en stakeholders. Dat gaat ons helpen bij het maken van de juiste strategische keuzes over de toekomst van werk.”


Werken in 2030, vier scenario’s

    1. Individuele efficiëntie, voor wie wil en kan

Ruimte voor individuele keuze en eigen koers staan centraal in een samenleving waarin technologie een grote impact heeft op de efficiency van werk. In een competitieve economie met weinig regelgeving, zijn er volop mogelijkheden voor individuele ontwikkeling. Het individu organiseert het eigen sociale vangnet. Sociale verschillen nemen toe.

    1. Individuele participatie en nieuwe functionaliteit

Technologie neemt al het zware en overbodige werk over, zorgt voor ‘extra mogelijkheden’ voor en staat ten dienste van het individu. Iedereen die wil meedoen, kan meedoen, waarbij technologie de mogelijkheden van deelname vergroot. Individuele keuzes en gedrag zijn bepalend voor de eigen rol en bepalen de individuele sociale zekerheid.

    1. Collectieve efficiëntie en nieuwe welvaart

Collectieve zekerheden staan centraal. In een samenleving waarin technologie een grote impact heeft op de efficiency van werk. Wet- en regelgeving zorgen voor collectief gedrag en betaalde sociale zekerheid, in een competitieve economie.

    1. Collectieve participatie met waardevol werk voor iedereen

Collectieve zekerheden staan centraal, in een samenleving waarin technologie er mede voor zorgt dat iedereen mee kan doen. Er is een collectief gedragen sociaal zekerheidsstelsel, in een samenleving waarin werk voor iedereen mogelijk is.


 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , | 1 Reactie

Aanhoudende storing aanvragen VOG dupeert zzp’ers

Zelfstandigen kunnen in aan aantal sectoren niet starten met een nieuwe opdracht omdat ze momenteel geen Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen aanvragen. De systemen van Screeningsautoriteit Justis liggen al twee weken plat. Personen kunnen zo geen online aanvraag voor een VOG doen, ook aanvragen van Gemeenten worden niet afgehandeld.

De verwachting is dat de storing ook deze week nog niet wordt verholpen. Zicht op een oplossing is er niet. Justis – onderdeel van het Ministerie van Jusitie en Veiligheid – neemt ook geen papieren aanvragen in behandeling, omdat daarvoor deels dezelfde systemen nodig zijn. Een andere mogelijkheid om een VOG aan te vragen is er niet.

Op haar website zegt Justis dat de storing het gevolg is van een softwarefout en er geen sprake is van een hackaanval of cybercriminaliteit. Door de fout in de software zijn verschillende systemen geraakt. “Samen met de externe leverancier wordt met man en macht gewerkt aan een oplossing. Helaas is nog niet duidelijk wanneer de storing helemaal verholpen is.”

VOG verplicht in aantal sectoren

Een VOG is een verklaring waaruit blijkt dat het justitiële verleden van iemand geen bezwaar vormt voor een opdracht. Werkgevers zijn in een aantal sectoren verplicht om naar een VOG te vragen, voordat iemand kan starten bij een opdracht. Zo wordt een VOG vaak verplicht gesteld in sectoren als zorg, onderwijs en kinderopvang. Maar ook bijvoorbeeld ook voor bepaalde sectoren in het bankwezen.

Organisaties die strikt de (interne) regels handhaven zullen een zelfstandige niet laten starten voordat de VOG afgegeven is. De angst is ook dat wanneer Justis haar systemen weer aan de praat krijgt, de wachttijd voor het afgeven flink kan oplopen. Ook de onduidelijkheid van de duur van de storing zorgt voor onrust. De storing kan zo mogelijk weken inkomensverlies veroorzaken voor zelfstandigen die afhankelijk zijn van het hebben van een VOG.

De storing raakt ook mensen die met een nieuwe baan willen starten en vrijwilligers. Ook die laatste groep heeft een VOG nodig indien ze werken met bijvoorbeeld vertrouwelijke gegevens of met kwetsbare mensen. Justis is overigens ook niet in staat haar andere producten, waaronder het afgeven van boa-aktes, uit te voeren.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 1 Reactie

Arbeidsmarktdebat: praktijk wrikt zich los uit ‘gijzeling’ politiek en polder

Vier jaar ministerschap van Wouter Koolmees heeft nauwelijks concrete doorbraken opgeleverd om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken. Ondanks een fraaie stapel rapporten en goede intenties.

Het uitblijven van concreet beleid of nieuwe wetgeving, wil niet zeggen dat het hele arbeidsmarktdebat op slot zit, zegt Stef Witteveen van Uniforce. Dat was de rode draad in het gesprek dat Hugo-Jan Ruts met hem had tijdens de WebinarWeek. Witteveen schetste wat er rond de arbeidsmarkt gaande is in politiek, polder en de praktijk.

Volgens Witteveen houden ministers, ambtenaren, polder en politiek elkaar al heel lang in een beleefde gijzeling. “Pierre Spaninks noemde dat ooit het ‘arbeidsmarktconservatisme’. Maar dat betekent niet dat de arbeidsmarkt zelf stilstaat. Integendeel, het is duidelijk dat de spelers in dit veld andere rollen innemen”.

Belastingdienst en Wet DBA

In het bespreken van die spelers begint Witteveen met het breken van een lans voor de Belastingdienst. “Het is verleidelijk om de Belastingdienst de schuld te geven van de stilstand rond het Wet DBA dossier. Daarin neemt de Belastingdienst nu een andere rol in, door te zeggen: we kunnen geen zekerheid meer vooraf geven. Maar misschien maakt deze terugtrekking van de fiscus wel duidelijk dat ze zelf inzien voor bepaalde taken niet geschikt of toegerust te zijn. Een dergelijk zelfinzicht is helaas zeldzaam.”

Daarmee schuift de Belastingdienst de hete aardappel ook weer door naar politiek en polder. En terecht, vindt Witteveen.

Doelstelling ‘Brede welvaart’

Qua polder kijkt Witteveen vooral positief naar de nieuwe rol die VNO-NCW inneemt “Soms zijn er ook nieuwe kopvrouwen nodig om veranderingen in gang te zetten. Sinds het aantreden van Ingrid Thijssen heeft deze organisatie een forse nieuwe stap gezet. Plotseling kreeg ‘de brede welvaart’ als doelstelling alle nadruk. Als winstgroei en waardegroei van het bedrijfsleven niet leiden tot een toename van de brede welvaart, waar doen we het dan voor? Dan kom je veel meer op gemeenschappelijke belangen tussen werkgevers en werknemers, in plaats van het uitvergroten van tegenstellingen.” Een SER-advies over arbeidsmarkt, een uitwerking van het advies van de Commissie Borstlap is daar een goed voorbeeld van.

Ik heb de indruk dat Koolmees teveel heeft geprobeerd om het iedereen naar zijn zin te maken.

Politieke besluitvorming arbeidsmarktdossier

Met betrekking tot de politiek hoopt Witteveen dat een nieuwe minister het nodige lef heeft om besluiten te nemen. Ook als dat betekent dat je op tenen gaat staan. “ik heb de indruk dat Koolmees teveel heeft geprobeerd om het iedereen naar zijn zin te maken.”.

Al ziet Witteveen bewegingen en al constateert hij dat de grote meningsverschillen over bijvoorbeeld een gelijk(er) sociaal stelsel voor alle werkenden de afgelopen vier jaar aanzienlijk kleiner zijn geworden, toch tempert hij de verwachtingen dat politiek en polder in de komende vier jaar alle heikele punten uit het arbeidsmarktdossier weten op te lossen.

Nieuwe initiatieven op de arbeidsmarkt

Dat geeft de ruimte voor de praktijk. Waar gaten vallen, ontstaan nieuwe initiatieven. Zo is het Uniforce-concept ontstaan, maar Witteveen wijst ook op de activiteiten van de Werkvereniging, op de Werkcode waarin grote werkgevers in de financiële sector afspraken over flexwerk en zzp-inzet gemaakt hebben met onder meer vakbonden en op de initiatieven van Edward Belgraver.

Kijk het volledige interview met Stef Witteveen hier terug 

Het vaste contract 2.0

Edward Belgraver springt inderdaad met veel passie in de hiaten die wetgever en polder creëren. Hij baarde eerder opzien door een twee pagina’s lange alternatieve Troonrede die hij in een aantal grote landelijk dagblad liet afdrukken (zie hier). Daarin stelt hij dat iedereen recht heeft op een vast contract.

In het interview met hem maakt hij een stuk concreter hoe dat vaste contract 2.0 eruit zou kunnen zien. “De hele sociale zekerheid draait nu rond de arbeidsovereenkomst die iemand heeft met de werkgever. Het primaire doel van een werkgever is het creëren van aandeelhouderswaarde, niet de zekerheid van werknemers” aldus Belgraver.

Die tegenstelling kan je alleen maar oplossen door het los te knippen. Een sociaal stelsel moet daarom ook contractonafhankelijk zijn. “De focus moet ook verschuiven van baanzekerheid naar inkomenszekerheid. Dat geeft veel meer rust.” Een nieuw stelsel moet ook veel minder gericht zijn op het afdekken van risico’s en meer op preventie en belonen.

Belgraver ziet een individueel stelsel voor zich met meer, maar wel beperkte eigen risico’s bij werkgevers en werkenden. Collectieve fondsen voor ziekte en inkomensverlies, en bovenal loopbaanontwikkeling.

Het blijft zeker niet alleen bij dromen. Belgraver legt uit dat hij al stevig in gesprek is met opleiders, verzekeraars, ministeries.

Bekijk hier het interview met Edward Belgraver

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | Laat een reactie achter