"Exploring the future of work & the freelance economy"

Gemeentes gaven iets minder uit aan externe inhuur, maar door de coronacrisis betekent dit niet per se een keerpunt

Gemeentes hebben in 2019 gemiddeld minder van hun totale loonsom besteed aan externe inhuur. Zij huurden vooral minder payroll in. Het A&O fonds Gemeenten spreekt nog niet van een trend: ‘In het licht van de coronacrisis kan in 2020 de flexibele bezetting weer toenemen.’

De stijging van uitgaven aan externe inhuur bij gemeentes lijkt af te vlakken. In 2019 besteedden gemeenten gemiddeld 18 procent van de totale loonsom aan externe inhuur, blijkt uit de Personeelsmonitor Gemeenten 2019 van de stichting Arbeidsmarkt & Opleidingsfonds Gemeenten (A&O fonds Gemeenten).

In 2018 gaven gemeentes nog 20 procent van hun totale loonsom uit aan externe inhuur. Het A&O fonds Gemeenten brengt jaarlijks verslag uit van de personeelsuitgaven van Nederlandse gemeenten en zag dat het aandeel dat naar externe inhuur gaat sinds 2014 steeg.

‘Flexibele bezetting kan weer toenemen’

Het percentage is dus voor het eerst in vijf jaar tijd gedaald. Volgens de onderzoekers betekent deze daling niet per se een keerpunt. In het rapport staat: “In het licht van de huidige coronacrisis en de daarmee gepaard gaande uitdagingen voor gemeenten kan het zijn dat in 2020 externe inhuur en flexibele bezetting toch weer toenemen.”

Bovendien proberen niet alle gemeenten hun externe inhuur te verminderen. Zo’n 28 procent van alle gemeentes wil het flexibele deel van de bezetting gelijk houden en 5 procent wil het aandeel externe inhuur juist vergroten.

In 68 procent van de gemeenten proberen ambtenaren de inhuur wel terug te dringen. Dat doen ze bijvoorbeeld door flexibele inzet van werknemers (42 procent), het omzetten van flexibele in vaste banen (40 procent) en het aanbieden van tijdelijke dienstverbanden (36 procent). Ook proberen ze de kosten van raamcontracten voor externe inhuur te verlagen (24 procent) en nemen ze bestuurlijke maatregelen (17 procent).

Grootste dalers

Bij de kleinste gemeentes (minder dan 20.000 inwoners) is de externe inhuur met 19 procent gelijk gebleven aan 2018. In de andere gemeentegrootteklassen daalden de externe inhuur vergeleken met 2018, het meest in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. In deze vier grootste gemeentes van Nederland daalde het percentage van 21 naar 18 procent van de loonsom.

De onderzoekers zien verder een opvallende afname van de uitgaven aan payroll-medewerkers. In 2018 was payroll nog de meest gebruikte flexibele contractvorm, toen was 30 procent van alle externe inhuur nog een payrollcontract. In 2019 is dat gedaald naar 19 procent. Eén op de tien gemeentes is zelfs helemaal gestopt met de inzet van payroll.

Payrolltoeslag nauwelijks van belang

Opmerkelijk hierbij is dat ruim driekwart van de gemeenten in de enquête aangeeft dat de ‘payrolltoeslag’ niet van invloed is op de inzet van payrolling.

De payrolltoeslag is een afspraak in de CAO Gemeenten. Het houdt in dat medewerkers die op basis van payrolling werkzaam zijn, een beloning moeten ontvangen die vergelijkbaar is met de beloning van een ambtenaar. Daarnaast hebben payrollers recht op een eindejaarsuitkering, een werkgeversbijdrage levensloop en een met de ABP-pensioenregeling vergelijkbaar pensioen. Als ze die extra’s niet of niet helemaal krijgen, dan betaalt de gemeente in plaats hiervan een zogenaamde payrolltoeslag.

Uitzend, detachering en zzp

Gemeentes hebben naar verhouding ook iets minder uitzendkrachten ingezet. In 2018 was 28 procent van de flexibele contractvormen een uitzendovereenkomst, in 2019 nog 26 procent.

Op dit moment is detachering de meest gebruikte contractvorm. Een derde van de gemeentes maakte vorig jaar gebruik van detacheringsovereenkomsten, in 2018 was dat nog 26 procent. Ook het percentage zzp’ers is hoger. Dat steeg van 4 naar 9 procent.

Tot slot vallen ook dienstverbanden voor bepaalde tijd onder flexibele contractvormen. Dat percentage daalde licht van 10 procent in 2018 naar 9 procent in 2019.

SP wil Roemernorm wettelijk vastleggen, ook voor gemeentes

De SP vindt al tijden dat de overheid te veel geld uitgeeft aan externe inhuur. Tweede Kamerlid Ronald van Raak wil de Roemernorm van maximaal 10% externe inhuur daarom wettelijk vastleggen, ook voor gemeentes en provincies.

Het kabinet hanteert sinds 2010 de zogenaamde ‘Roemernorm’, naar een voorstel van oud SP-leider Emile Roemer. Dat houdt in dat de overheid ernaar streeft maximaal 10% van de personeelskosten te besteden aan inhuur van externen. Die norm wordt al jaren niet gehaald.

Verder hoeven gemeentes en ministeries zich niet te houden aan de Roemernorm. Kamerlid Ronald van Raak overwoog in 2018 al een intiatiefwet om daar iets tegen te doen. Hij komt na het zomerreces met een wetsvoorstel, vertelde hij vorige maand aan ZiPconomy.

3 reacties op dit bericht

  1. Belangrijk bij het beoordelen van de uitgaven aan externe inhuur is de strategie omtrent zelf doen versus uitbesteding en het aantal projecten. Jammer dat artikelen vaak gaan over het stellen van een absolute norm (zoals SP voorstaat), die onvoldoende genuanceerd is en geen of weinig rekening houdt met de strategie en context van de organisatie op het gebied van externe inhuur.

  2. Beste Hugo-Jan, helemaal eens met je opmerking dat het aantal gemeenten met een sterke visie op make or buy en bewuste keuzes hierin maakt schaars is. Met Mark Bassie van Flex-Beheer hebben we gezocht naar voorbeelden op dit gebied maar deze zijn zeer beperkt. Het onderwerp heeft verschillende dimensies en raakt verschillende ondersteunende afdelingen (HRM/Inkoop/Financien). Op gebied van strategie is er daarom mi daarom voor HRM ism Inkoop en Financiën nog veel meerwaarde te leveren aan de business.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *