Photo by rawpixel.com from Pexels

Platform Helpling geen werkgever, maar wel bemiddelaar.

Uitspraak rechtbank met mogelijke forse gevolgen voor platformeconomie.

Het platform voor schoonmaakhulpen Helpling is geen werkgever. Het moet zich wel gaan houden aan de regels rond arbeidsmiddeling. Dat heeft de kantonrechter geoordeeld in een uitspraak die nieuwe piketpaaltjes slaat in de discussie rond de platformeconomie. De uitspraak kan flinke gevolgen hebben voor andere platformen.

Vakbond FNV en een vrouw die via Helpling schoonmaakwerk verricht, hadden de rechter gevraagd te bepalen dat er tussen het online platform en de schoonmakers sprake is van een arbeids- of uitzendovereenkomst, inclusief alle daarbij horende rechten en plichten. Helpling verzette zich: het bedrijf stelt dat het niet meer is dan een online prikbord waar schoonmakers en particulieren elkaar kunnen vinden. Het bedrijf zou verder zelf geen arbeidsrechtelijke rol spelen.

Helpling wel bemiddelaar…

De kantonrechter komt tot de conclusie dat Helpling wel degelijk meer is dan enkel een online prikbord. Daarvoor speelt het bedrijf een te actieve rol in het proces. Zo hanteert Helpling regels met betrekking tot het accepteren, wijzigen of weigeren van een klus en de consequenties die kleven aan een (te late) wijziging of annulering. Ook bemoeit het bedrijf zich actief met de beoordeling van schoonmakers en de afhandeling van klachten, en kan het accounts van schoonmakers pauzeren of blokkeren.


Lees ook analyse vooraf door Martijn Arets : FNV begint rechtszaak tegen schoonmaakplatform Helpling – en snijdt zichzelf uiteindelijk in de vingers


Er is hier volgens de rechter sprake van arbeidsbemiddeling in de zin van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Helpling handelt in strijd met deze wet door schoonmakers een vergoeding te vragen voor het gebruik van de site. Onder de Waadi mag een intermediair geen vergoeding voor bemiddeling in rekening brengen bij de werkenden, alleen bij de klant. Het bedrijf brengt nu aan de schoonmakers tussen de 23 en 32 procent aan commissie in rekening. Hiermee dient het platform per 1 augustus 2019 te stoppen, op straffe van een dwangsom van 2500 euro per dag.

De rechter stelt de FNV ook in het gelijk op het punt dat er – door de actieve rol van Helpling – tussen de partijen sprake is van een zogenaamde overeenkomst van opdracht. Dit leidt echter niet tot extra rechten of aanspraken bij de schoonmakers.

… maar geen werkgever

De rechter bepaalt echter ook dat dit allemaal onvoldoende is om te kunnen spreken van een gezagsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker. Hiervoor heeft de schoonmaker te veel vrijheid om het werk naar eigen inzicht te verrichten. Als gevolg daarvan kan de relatie tussen de twee partijen niet worden bestempeld als arbeids- of uitzendovereenkomst. Daarmee is Helpling dus ook niet verplicht om de cao voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf toe te passen, of om schoonmakers hetzelfde loon te betalen als werknemers met een vergelijkbare functie, wat bij uitzendwerk wel het geval is.

Reacties

Tegenover journalist en auteur van het boek ‘Uber boven alles’ Rens Lieman reageert Helpling opgewekt. Hepling denkt met “wat operationele aanpassingen doen, waaronder aan commissiestructuur” aan de eisen van de rechter te kunnen voldoen.

FNV zegt tegen Lieman nog na te denken of ze in hoger beroep gaan.

Bron: Rechtspraak.nl

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts