Niets is zo meerduidig als cijfers over zzp’ers

De definitie van een zzp’er verschilt per onderzoek en dat is verwarrend. Bovendien maakt het discussies over zelfstandig ondernemers alleen maar moeilijker. Lisette van Rossum, Platform zzp-dienstverleners: ‘Ik vermoed dat het probleem rondom de Wet DBA te groot gemaakt wordt.’

‘Het aantal schijnzelfstandigen ligt tussen 10-15 procent’, bent u het eens of oneens met deze stelling?

Die vraag stelde Platform zzp-dienstverleners tijdens het webinar Wat weten we van de ZZP’ers? En wat nog niet? Op het eerste gezicht een hele rare vraag, want over feiten en cijfers valt meestal niet te discussiëren.

Maar als het gaat om zzp’ers ligt het net even anders. De definitie van ‘een zzp’er’ is namelijk niet in elk onderzoek hetzelfde. Terwijl het ene onderzoek iedereen telt die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, nemen andere onderzoekers ook niet-ingeschreven flexwerkers mee in de berekening.

Overzicht van onderzoek

“Verschillende bronnen en onderzoeken hanteren hun eigen definitie afhankelijk van het doel of de vraag”, vertelt Ellen van Wijk, zelfstandig onderzoeker op het gebied van arbeidsmarktvraagstukken. Zij maakte voor het Platform zzp-dienstverleners een overzicht geeft van bestaand onderzoek en deelt haar inzichten tijdens het webinar.

Een belangrijke conclusie: cijfers over het aantal zzp’ers zijn niet eenduidig. “En dat maakt de discussie over zzp’ers er niet eenvoudiger op”, zegt ze.

Zoveel definities

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert bijvoorbeeld cijfers over ‘flexwerk’ en daarmee bedoelt het CBS lang niet alleen zzp’ers. Het gaat ook om uitzendkrachten, nuluren-contracten en medewerkers in loondienst met een jaarcontract. Als je een contract voor onbepaalde tijd hebt of ondernemer bent met personeel, val je niet onder de definitie.

De Kamer van Koophandel publiceert cijfers over zzp’ers die staan ingeschreven als fulltime of parttime zelfstandige. Of zij daadwerkelijk opdrachten hebben of bijklussen naast een vaste baan is niet duidelijk. En dan zijn er nog de onderzoeken die over de ‘zelfstandig professional’ gaan. Dan gaat het specifiek over de zzp’er in de zakelijke dienstverlening, maar niet over kappers, bakkers en monteurs met een eigen zaak.

Onlangs publiceerde SEO Economisch Onderzoek voor het eerst cijfers over de uurtarieven van zzp’ers. Die studie ging over de tarieven van zzp’ers die werken voor zakelijke opdrachtgevers per sector. Cijfers over uurtarieven van zzp’ers die werken voor particuliere opdrachtgevers ontbreken.

Moeilijk te vergelijken

“Al met al is onderzoek lastig te vergelijken”, zegt Van Wijk. Ze begrijpt het wel een beetje, want zzp’ers zijn een zeer diverse groep. “Denk aan de bakker, de interim-manager, de kunstenaar. Ze verschillen in leeftijd, opleidingsniveau en geslacht. Daarnaast zijn er voltijd zzp’ers en mensen die het zzp-schap combineren met een vaste baan.”

Met haar whitepaper wil ze meer helderheid scheppen en laten zien welke objectieve cijfers er zijn over zzp’ers. De informatie kan input zijn voor politieke discussies, maar is in eerste instantie bedoeld als objectieve bron voor zzp-dienstverleners.

35 procent van de bezoekers van zzp-dienstverleners.nl was het trouwens een met de stelling ‘het aantal schijnzelfstandigen ligt tussen 10-15 procent’. Hoe zit dat? Van Wijk: “Het ligt eraan wie je meeneemt in je definitie: zijn het alleen zzp’ers in de zakelijke dienstverlening of kies je een bredere groep? En wat is dan schijnzelfstandig? Daarover is het kabinet het ook nog niet eens.”

Onderzoeksbureau Eurostat bedacht een definitie voor schijnzelfstandigheid. Het onderzoeksbureau concludeert 3 procent van de Europese zzp’ers werkt in verkapt dienstverband. Lees hier

‘Probleem rondom de Wet DBA is misschien kleiner dan het lijkt’

Platformmanager en jurist Lisette van Rossum van het Platform zzp-dienstverleners vult aan: “Het moet echt duidelijk worden over wie we het nou hebben. Ik vermoed dat het probleem rondom de Wet DBA te groot gemaakt wordt. De groep voor wie de nieuwe regels duidelijkheid moet bieden, is veel kleiner dan de discussies hierover doen vermoeden.”

Het zou fijn zijn als het CBS de groep zou uitsplitsen, vindt zij. “Je hebt er veel meer aan als je weet of het gaat over alle zzp’ers, alle zzp’ers die arbeid aanbieden of bijvoorbeeld alleen hoogopgeleide specialisten”, zegt Van Rossum. “In elk geval moeten politici zich meer bewust worden van waar ze naar kijken. Gaat het over alle zzp’ers, of alleen zelfstandigen met zakelijke opdrachtgevers?”

(het webinar start op ongeveer 05:00 min)

2 reacties op dit bericht

  1. We zouden moeten stoppen met het gebruik van het woord ZZP in dergelijke onderzoeken / statistieken. Het begrip ZZP komt immers niet voor in wetgeving. Wel eenmanszaken, VOF, BV etc.

    • Het is slechts een verzamelnaam voor Zelfstandigen Zonder Personeel, dat praat en leest makkelijker, iedereen weet wel wie er bedoelt worden.
      Het gaat dan over de eenpittters die gebruik maken van faciliteiten voor zelfstandigen en staan ingeschreven bij de KvK. Een VOF lijkt me daar niet bij horen.