"Exploring the future of work & the freelance economy"

3 procent van de Europese zzp’ers is schijnzelfstandig

Ongeveer een miljoen zelfstandigen zonder personeel in Europa zijn afhankelijk van een dominante opdrachtgever. Schijnzelfstandigheid geldt soms ook voor mkb’ers, blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Eurostat.

Hoe zelfstandig zijn ondernemers in Europa nou echt? Om dat te weten te komen onderzocht bureau Eurostat hoeveel opdrachtgevers zij hebben en in hoeverre ze afhankelijk zijn van één klant. Verder vroegen de onderzoekers hoeveel invloed klanten hebben op de werktijden van zelfstandig ondernemers.

Ook ondernemers met personeel

Eurostat ondervroeg ondernemers met en zonder personeel. De onderzoekers maken niet altijd onderscheid tussen deze groepen. Onder zelfstandigen zonder personeel vallen ook boeren, kappers en leveranciers van producten. Van alle Europese zelfstandigen werkt 18,7 procent in de agrarische sector of visserij.

In 2017 had 18,2 procent van alle Europese ondernemers (met en zonder personeel) één opdrachtgever of dominante opdrachtgever. Vooral in Hongarije (32,9 procent) en Slovenië (31,9 procent) zijn zelfstandigen vaker afhankelijk van een dominante opdrachtgever.

In Nederland was is dit percentage lager dan gemiddeld: 16 procent was de afgelopen twaalf maanden financieel afhankelijk van één klant. Bijna 60 procent van de Nederlandse ondernemers had zelfs negen opdrachtgevers of meer.

Aanwijzingen voor schijnzelfstandigheid

Voor 31,3 procent van alle Nederlandse ondernemers bepaalt de klant zijn werktijden. Dat percentage is hoger dan in de rest van Europa: het gemiddelde ligt rond de 12 procent. Volgens de onderzoekers kan er sprake zijn van schijnzelfstandigheid als klanten de werktijden bepalen.

Een andere aanwijzing voor schijnzelfstandigheid volgens Eurostat is dat een opdrachtgever bepaalt hoe de ondernemer zijn werk moet doen. Het percentage ondernemers in Europa dat niet zelf de inhoud van zijn werk kan bepalen was 14,7 procent in 2017. In Nederland ligt dat percentage iets lager: 9 procent.

Schijnzelfstandigheid in het midden- en kleinbedrijf?

Let wel: hieronder vallen ook ondernemers met personeel. 10 procent van alle ondernemers met personeel had in 2017 één klant of een dominante opdrachtgever. Bij 100.000 ondernemers beslist de opdrachtgever op welk moment hij zijn werk doet. Volgens Eurostat zou je dit ook een vorm van schijnzelfstandigheid kunnen noemen.


Meer weten? Volg op 14 februari deze webinars:


 

Zelfstandig ondernemers

Van alle zzp’ers in Europa is slechts 3 procent afhankelijk van één dominante klant. Er zijn wel verschillen tussen landen. Het grootste percentage zelfstandig ondernemers die sterk afhankelijk zijn van één opdrachtgever is het grootst in Slowakije (12,8 procent). In Griekenland, Bulgarije, Estland, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg en Malta is het percentage bijna nul.

Hoe zit dat met Nederland? Dat is niet helemaal duidelijk. Uit de grafiek is af te lezen dat ongeveer 7 procent van de zzp’ers schijnzelfstandig is, dus net iets boven het Europees gemiddelde. Maar wie de tabel opzoekt ziet dat de cijfers volgens Eurostat niet helemaal betrouwbaar zijn.

Verschil met eerder onderzoek

Het percentage is in elk geval een stuk lager dan de uitkomsten van het SEO economisch onderzoek dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid liet uitvoeren. Uit die studie bleek dat 10 tot 13 procent van de zzp’ers in Nederland schijnzelfstandig is.

De SEO-onderzoekers gebruiken ook een andere definitie. Zij keken niet alleen naar het aantal opdrachtgevers en hun invloed op het werk, maar ook naar het uurtarief. Als iemand een laag uurtarief verdient, is dat volgens SEO een aanwijzing voor schijnzelfstandigheid. Bij Eurostat was het tarief geen factor.

2 reacties op dit bericht

  1. Het hebben van 1 klant gedurende bijvoorbeeld 12 maanden is iets heel anders dan afhankelijk zijn van 1 klant. Als interim IT-er heb ik 1 klant gedurende langere tijd, maar ik ben absoluut niet afhankelijk van die klant. Als hij het contract per direct op zou zeggen, regel ik een andere opdracht, kortom geen enkele afhankelijkheid.
    Ik vind de conclusies gebaseerd op het hebben van 1 klant dan ook veel te kort door de bocht en zelfs foutief.

    • @Frans, ik kan je standpunt begrijpen. Een vaste definitie van (schijn)zelfstandigheid is er niet. Die hangt ook af van de visie. Zo zijn er ook beleidsmakers die vinden dat interimmers die langdurig bij een opdrachtgever een opdracht doen geen ondernemer zijn (denk aan de fiscale criteria ondernemers), terwijl de rechter aantal gevallen zo iemand toch niet als werknemers zag.