"Exploring the future of work & the freelance economy"

CBS blijft alle zzp’ers halsstarrig als flexwerker zien

In cijfers over groeiend flexwerk telt CBS nog steeds alle zzp’ers mee.

Het aantal werknemers met een flexibele contractvorm is in de afgelopen vijftien jaar toegenomen van 1,1 miljoen naar bijna 2 miljoen. In diezelfde periode groeide het aantal zzp’ers van ruim 630 duizend in 2003 naar 1,1 miljoen in 2018. Dat melden CBS en TNO op basis van een gezamenlijke analyse van de nieuwste gegevens over flexibel werk in Nederland.

‘Het aantal flexwerkers is in 15 jaar met driekwart gegroeid’,  schrijft het CBS in een persbericht.

Uitsplitsing

Het CBS splitst dat totaal in het onderstaande overzicht op in negen verschillende vormen van ‘flexwerk’. Sinds enkele jaren maakt het CBS voor zzp’ers het onderscheid tussen ‘Zzp-eigen arbeid’ (dus de eigen uren) en ‘Zzp-producten’ (verkoop spullen).

Het bovenstaand overzicht is een nuttige uitsplitsing. Dat geldt ook voor de splitsing van zzp ‘eigen arbeid’ (ongeveer 80% van alle zzp’ers) en ‘zzp-producten’ (20%).

Helaas blijft het CBS vasthouden aan het idee dat alle zzp’ers flexwerkers zijn. Ook op het idee dat zelfstandigen met personeel per definitie geen flexwerkers zijn, valt het nodige af te dingen.

Arbeidsrelatie

Het CBS heeft het over een overzicht van ‘arbeidsrelaties’. In de discussie rond het dalend aantal mensen met een vast arbeidscontract en de politieke wens meer ‘balans’ te krijgen in aantal vaste contracten en flexibele arbeidscontracten is het wel van groot belang om te werken met duidelijk vergelijkbare termen.

De flexibele arbeidscontracten zijn alternatieve contractvormen voor vaste contracten. Voor een bepaald deel van de werkzaamheden die zzp’ers uitvoeren geldt dat ook. Opdrachten ter aanvulling van bestaande teams, inhuur van specifieke expertise, tijdelijke projecten. Het zijn werkzaamheden die mogelijk ook door werknemers met een vast arbeidscontract uitgevoerd zouden kunnen worden. Best nuttig om die groep, al zitten ze er waarschijnlijk zelf niet op te wachten, te bestempelen als ‘flexwerker’ en ze dus mee te nemen in de cijfers over flexwerk.

Ik zie echter nog steeds niet het nut en de noodzaak om ‘zzp-er producten’ mee te nemen in de ‘flex-cijfers’. En neem het onderstaande staatje van het CBS dat in hetzelfde persbericht staat. De top vijf beroepen waar het hoogste percentage zzp’er is. Een beeldend kunstenaar als ‘flexwerker’. Ik kan me daar niets bij voorstellen. Een deel van de fotografen doen, bijvoorbeeld bij kranten, nu werk dat voorheen gedaan werd door fotografen in loondienst. Maar tal van fotografen verrichten puur specialistische opdrachten of werken puur voor particulieren (17% van alle zzp’ers werken alleen voor particulieren). Zij horen dus – mijns inziens – niet in de statistiek van flexwerk thuis.

In een eerder artikel (zie hier, ik verval inderdaad in herhaling) stelde ik dat van die groep van 1,1 miljoen zelfstandigen een kwart tot een derde met enige fantasie als flexwerker te zien valt. Gezien het gewicht dat dit soort cijfers van het CBS heeft in het debat over de toekomst van de arbeidsmarkt zijn we hard toe aan een modernere indeling van deze cijfers. En tot die er zijn is het belangrijk om meer nuance aan te brengen in de berichten over de huidige cijfers.

 

 

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *