Q4 2025: krimpende zzp-markt ondanks groeiende economie Geplaatst 4 februari 2026 door Wim Davidse De economie heeft het in 2025 verrassend goed gedaan: de totale jaargroei kwam uit op 1,9%, na een niet minder verrassende 1,8% in het laatste kwartaal van vorig jaar. De werkgelegenheid gemeten in personen tussen 15 en 75 jaar die in Nederland werken en wonen (de zogenoemde werkzame beroepsbevolking) groeide net als in het derde kwartaal met 0,6%, dus harder dan de 0,1% van het eerste halfjaar. Hoewel er dus iets meer mensen werkten, werkten zij in totaal iets minder uren: min 0,6% ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit de cijfers die het CBS op 30 januari en 2 februari publiceerde. Lees ook: CBS : 100.000 minder zzp’ers in een jaar tijd Nadat de urenkrimp van de flexbranche in de eerste twee kwartalen van 2025 langzaam kleiner werd en in het derde kwartaal zelfs verbeterde naar een kleine groei (+0,5%), was er toch weer krimp in het vierde kwartaal: 1,9% ten opzichte van een jaar eerder. De totale jaarkrimp is daarmee uitgekomen op 1,0%. Het aantal flexbranche-uren kwam in het laatste kwartaal van vorig jaar uit op 203 miljoen, het laagste aantal sinds begin 2016. Het totale aantal uren in 2025 kwam daarmee op 828 miljoen, na 836 miljoen in 2024. De absolute kwartaal-piek lag ooit in Q3 2018, dus ruim 7 jaar geleden, op 251 miljoen uren. Het aandeel van de flexbranche-uren in de totaal gewerkte uren kwam in Q4 uit op 5,5%, het laagste aandeel sinds Q3 2014. Sterkste krimp zelfstandigen-uren in vijf jaar Het aantal door zelfstandigen gewerkte uren is in Q4 zelfs met 5,4% gekrompen, de sterkste krimp in vijf jaar, toen de corona-lockdowns grote delen van onze economie plat legden. Om te zien wie dan wél heeft geprofiteerd van de enorme krimp van de zelfstandigen-uren, moeten we afstappen van de gewerkte uren en gaan kijken naar het aantal personen. Dan zien we grofweg dezelfde veranderingen als in het vorige kwartaal, maar dan nog wat sterker. Het aantal zzp’ers (eigen arbeid) kromp met een heel stevige 8,0%, en ook dat is het sterkste jaar-op-jaar zzp-krimppercentage van deze eeuw. Hun aandeel in de werkzame beroepsbevolking beslaat nu nog 10,2% (dat aandeel piekte in Q4 2024 nog op 11,1%). De externe flexschil omvatte daarmee in Q4 13,6% van de werkzame beroepsbevolking, een behoorlijk tuimeling sinds de 14,8% van Q4 2024, die bijna volledig voor rekening van de zzp’ers komt. (Piek: 14,9% in Q4 2022.) Het aantal werknemers met een vast contract groeide met 2,1% veel harder dan de 0,6% van de totale werkzame beroepsbevolking. Hun aandeel in die groep groeide dan ook van 56,2% een jaar geleden naar 57,1% nu, het op één hoogste aandeel in meer dan 12 jaar (Q3 had met 57,3% het hoogste aandeel). Het aantal werknemers in de interne flexschil (vooral tijdelijke werknemers en oproepkrachten) groeide met 3,2% nog harder (dat was nog +1,8% in Q3), naar een aandeel van 24,1%; dat was een jaar eerder nog 23,5%. Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden werd maar liefst 5,8% kleiner, dat is weer wat sterker dan het gemiddelde van de afgelopen vier jaar (-5,0%), en omvat nu nog 3,4% van alle werkenden, dat is één van de laagste percentages van deze eeuw (de piek lag in Q4 2016 op 5,4%). Al met al omvatte de totale flexschil in Q4 nog 37,7% van de werkzame beroepsbevolking, wat minder dan de 38,3% van een jaar eerder. (Piek: 40,4% in Q2 2017.) Wet DBA drukt zichtbaar op aantal zelfstandigen Als de veranderingen van de aantallen personen per arbeidscontractvorm per kwartaal ten opzichte van een jaar eerder in een grafiek worden samengevat, wordt nog eens duidelijk wat de impact van de handhaving van de Wet DBA op het aantal zzp’ers eigen arbeid is geweest. En dat die zich niet heeft vertaald naar groei van het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden, en zelfs niet echt in een sterke stijging van het aantal vaste contracten, maar vooral in groei van de interne flexschil. Het aantal zzp’ers eigen arbeid is sinds de piek van eind 2024 gezakt van toen 1,091 miljoen naar 1,004 miljoen in Q4, een krimp van 87.000 zzp’ers eigen arbeid (-8,0%). Het aantal door zelfstandigen gewerkte uren piekte al in het tweede kwartaal van 2024, op 827 miljoen. Daar waren er nog 768 miljoen van over in Q4 van 2025, ofwel een krimp van 7,1%. Toch lijken werkgevers sterk te hechten aan de flexibiliteit en wendbaarheid van hun personeelsbestanden, en hebben die in Q4 nog meer dan in de voorgaande kwartalen in hun interne flexschil gezocht, met de nadruk op meer oproepkrachten. Met alle voortdurende turbulentie en onzekerheid in de externe omgeving, is dat goed te begrijpen. Lees ook: CBS ziet verdere daling aantal zzp’ers. En dat komt niet alleen door handhaving Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags arbeidsmarktcijfers, CBS, Wim Davidse | Laat een reactie achter
Marktwerking: waarom het in sommige sectoren hapert voor zzp’ers Geplaatst 3 februari 2026 door Wilmar Dik De recente cijfers van het CBS laten pijnlijk zien dat zzp’ers in 2026 gemiddeld achterblijven in koopkracht, terwijl werknemers er financieel op vooruitgaan. In veel sectoren is het verdienvermogen van zelfstandigen prima, maar tegelijk behoren zzp’ers tot de meest kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. In markten waar het aanbod van diensten structureel groter is dan de vraag, wordt het voor zelfstandigen lastig om gezonde tarieven te bedingen. Waar bedrijven bij structurele tekorten failliet gaan en de markt verlaten, blijven individuele zzp’ers vaak doorwerken, soms onder de eigen kostprijs. Dat beeld wordt bevestigd door de NVJ Arbeidsmarktmonitor 2025, die op 28 januari in Nieuwspoort werd gepresenteerd. Marktwerking en zzp’ers Journalistieke zzp’ers werken gemiddeld ruim 34 uur per week, waarvan ongeveer een derde niet declarabel is. Ruim één op de drie freelance journalisten komt onder het minimumloon uit en in 2024 daalde hun koopkracht doordat de inkomensgroei de inflatie niet bijhield. Het belastbaar inkomen van freelance journalisten lag in 2024 gemiddeld 2,7 procent hoger dan in 2023. Maar de inflatie lag in dat jaar op 3,3 procent. Sectoraal rechtsvermoeden in nieuw coalitieakkoord. In sectoren waar schijnzelfstandigheid en prijsdruk structureel voorkomen, kunnen strengere maatstaven gaan gelden om te bepalen of iemand werkelijk zelfstandig is. Juist daar kan het rechtsvermoeden helpen om scheve machtsverhoudingen te corrigeren en te voorkomen dat tarieven structureel onder een leefbaar niveau zakken. Het invoeren van sectorale rechtsvermoedens is een erkenning dat marktwerking grenzen heeft. De logische vervolgvraag is dan: wat is goede marktwerking eigenlijk, en wanneer werkt die voor zelfstandigen wel en niet? Wat is goede marktwerking? Marktwerking is het idee dat prijzen ontstaan door vraag en aanbod. Als er veel vraag is en weinig aanbod, stijgen prijzen. Is er veel aanbod en weinig vraag, dan dalen prijzen. In theorie zorgt dat voor een efficiënt evenwicht. Dat werkt vooral goed in markten waar vraag en aanbod in balans zijn en partijen vergelijkbare onderhandelingsmacht hebben. Voor een goede marktwerking zijn bepaalde condities nodig. Goede marktwerking betekent dat een markt duurzaam functioneert en dat prijzen iets zeggen over waarde, niet alleen over macht. In grote lijnen is er voor een ideale marktwerking het volgende nodig: Evenwicht tussen vraag en aanbod Een markt werkt goed wanneer vraag en aanbod elkaar ongeveer in balans houden. Vergelijkbare onderhandelingsmacht Partijen moeten echt kunnen onderhandelen. Als één kant structureel sterker staat, wordt de prijs bepaald door machtsverhoudingen in plaats van door waarde. Prijzen boven kostprijs In een gezonde markt dekt de prijs minimaal de kosten en laat zij ruimte voor continuïteit. Transparantie Goede marktwerking vraagt inzicht in tarieven en voorwaarden. Zonder transparantie ontstaat eerder onderbetaling en kunnen aanbieders hun positie niet goed inschatten. Mogelijkheid om te stoppen In een goed functionerende markt verlaten aanbieders de markt als het niet loont. Waarom marktwerking niet altijd voor iedereen goed werkt Ik begrijp het geloof in marktwerking. Maar een zelfstandig ondernemer functioneert anders dan een bedrijf. Als een bedrijf structureel te weinig omzet heeft, gaat het failliet en verlaat het de markt. Zo herstelt het evenwicht tussen vraag en aanbod. Voor sommige zzp’ers werkt dat anders.Een zelfstandige kan bij te lage inkomsten blijven doorwerken en (bewust of onbewust) meedoen aan prijsconcurrentie, zelfs als het inkomen richting armoede gaat. Marktwerking werkt niet goed in markten met structureel overaanbod, omdat zelfstandigen kunnen blijven werken tegen lage tarieven corrigeert de markt zichzelf niet. Vooral zzp’ers zijn kwetsbaar en hebben van alle werkenden de meeste kans op armoede. Lees ook: In 5 stappen naar een eerlijke en duurzame zzp-markt Zelfstandigen verlaten de markt lang niet altijd Bij goede marktwerking is het van belang dat partijen die failliet zijn, de markt verlaten en niet blijven hangen en de markt verstoren. Zelfstandigen beginnen nog weleens vanuit een hobby of passie. Dan is het risico reëel dat zzp’ers blijven werken, zelfs voor een uurtarief dat al lang niet meer rendabel is. Ook is het berekenen van een uurtarief voor zelfstandigen vaak lastig en minder inzichtelijk dan voor bedrijven met duidelijke cijfers en professionele ondersteuning. In sectoren waar vraag en aanbod structureel uit balans zijn, ligt het risico van te lage tarieven grotendeels bij de zelfstandige. Er bestaat geen toetsingskader dat beoordeelt of tarieven, gegeven realistische declarabele uren in een specifieke sector, kunnen leiden tot een leefbaar inkomen. Daardoor kunnen sterke opdrachtgevers prijzen drukken tot onder een economisch houdbaar niveau. Zzp’ers mogen prijsafspraken maken met elkaar De Autoriteit Consument en Markt (ACM) biedt ruimte voor afspraken tussen zzp’ers en opdrachtgevers over tarieven en voorwaarden. In theorie zou dat de onderhandelingspositie van zelfstandigen moeten versterken. Maar die afspraken mogen al een paar jaar worden gemaakt, en toch is de armoede onder zzp’ers toegenomen. Opdrachtgevers zijn geconcentreerd en de concurrentie onder bedrijven neemt af. Dit geeft veel macht aan bedrijven, terwijl het aanbod aan zzp’ers groot en versnipperd is. Individuele zelfstandigen hebben daardoor weinig ruimte om collectieve afspraken daadwerkelijk af te dwingen. Ingrijpen bij marktfalen Bedrijven hebben op zichzelf weinig belang bij een leefbaar inkomen voor zelfstandigen. Dat belang ontstaat pas wanneer marktomstandigheden of beleid hen daartoe dwingen. Als een markt zichzelf niet in balans kan houden, is ingrijpen door de Rijksoverheid wenselijk. Met de huidige wetgeving zullen steeds meer zelfstandigen leven in armoede. Door de komst van AI zal deze discussie alleen maar relevanter worden. Want mensen zullen meer werk verliezen, waardoor er nog meer klappen te verwachten zijn. In eerste instantie met name onder zelfstandigen. Werken zou moeten lonen en de waarde van werk zou minimaal moeten leiden tot een leefbaar inkomen voor zelfstandigen.. Maar inmiddels zijn we op een punt gekomen waarop dit niet altijd het geval is. Het idee dat de vrije markt door middel van marktwerking vanzelf bepaalt wat iets waard is, gaat niet altijd meer op. Zolang we daar niet goed naar kijken, ben ik bang dat dalende tarieven, koopkrachtverlies en groeiende armoede onder freelancers structureel blijft bestaan. Want het is een voorspelbaar gevolg van een marktmodel dat hier en daar zijn grenzen heeft bereikt. Realistische declarabele uren per sector Ik denk niet dat er één oplossing is die voor alle zelfstandigen werkt. Bovendien is het handig dat dit oplossingen zijn die niet elke zelfstandige lastigvallen, want niet iedereen heeft een probleem. Een mogelijke oplossing is om wettelijk vast te leggen dat werk voor zelfstandigen in redelijkheid moet kunnen leiden tot een leefbaar inkomen. Dat kan door minimumtarieven niet abstract vast te stellen, maar te koppelen aan realistische declarabele uren per sector, zodat de rekensom tot een gezond freelance uurtarief daadwerkelijk uitkomt op een leefbaar jaarinkomen. Op die manier garandeer je geen inkomen. Want een zzp-er moet nog steeds goed zijn en waarde toevoegen. Maar je kunt wel voorkomen dat arbeid structureel onder economisch houdbare voorwaarden wordt ingekocht. Want uiteindelijk moet een rekensom als deze kloppen en houdbaar zijn: Ook zou het minimumtarief dat op dit moment in de VBAR staat beter uitgewerkt kunnen worden. Door deze rekening te laten houden met realistische declarabele uren per sector kun je een ondergrens berekenen. Werk je voor een lager bedrag, dan loop je te veel risico. Als Rijksoverheid kun je bijdragen aan het in balans brengen van vraag en aanbod van diensten. Als sectoren zo erg uit balans zijn dat er geen leefbare tarieven uit onderhandelingen resulteren dan is het naar mijn idee tijd om bij te sturen. Ook zou de balans tussen opleidingen en de behoeften van de arbeidsmarkt beter kunnen. Leid mensen op voor banen waar vraag naar is. In Nederland is ‘werken moet lonen’’ al decennialang een uitgangspunt van overheidsbeleid. Ook de Commissie Borstlap benoemde dit in 2020 al expliciet: werken moet lonen, ongeacht contractvorm. Nu alleen de uitvoering nog. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags minimumtarief, wet minimumbeloning zzp | 8s Reacties
Meeste zelfstandigenorganisaties positief over coalitieplannen. ‘Fundamentele koerswijziging in het zzp-beleid’ Geplaatst 2 februari 2026 door Claartje Vogel Zelfstandigenorganisaties zijn overwegend enthousiast over de plannen van de nieuwe coalitie. D66, VVD en CDA presenteerden vrijdag hun concept-regeerakkoord met daarin ook een visie voor de flexibele arbeidsmarkt. Het nieuwe kabinet begint met het invoeren van een rechtsvermoeden van werknemerschap, waarmee zzp’ers met een laag uurtarief gemakkelijker rechten als werknemer kunnen opeisen. Vervolgens kiest het kabinet voor de Zelfstandigenwet in plaats van de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) om het onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen te verduidelijken. Ook gaan de partijen door met de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ). Die verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) moet zo snel mogelijk worden ingevoerd, met uitzonderingsmogelijkheden voor wie een private verzekering heeft. Lees ook: Nieuw kabinet zet in op gefaseerde nieuwe zzp-wetgeving ABU: ‘Rechtsvermoeden heeft meer effect als de Belastingdienst er iets mee kan’ Margreet Drijvers van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) had al verwacht dat dit aanstaande kabinet zou kiezen voor de Zelfstandigenwet. “VVD, D66 en CDA kwamen tenslotte zelf met dit voorstel als alternatief voor de wet VBAR.” Het enige wat overblijft van VBAR, is het R-gedeelte: het rechtsvermoeden. Daarmee kunnen werkenden met een tarief lager dan 36-37 euro per uur bij de rechter aanspraak maken op werknemersrechten zoals ontslagbescherming en sociale verzekeringen. Deze maatregel knippen de coalitiepartijen als het ware los van de rest van de VBAR. Ze voeren het rechtsvermoeden zo snel mogelijk in. “Wij vinden dit een heel fijne maatregel”, zegt Drijvers (ABU). “Wij hopen wel dat dit rechtsvermoeden straks ook publiekrechtelijk gehandhaafd wordt. Kortom, de Belastingdienst moet er ook iets mee kunnen. Als het initiatief altijd bij het individu ligt, vrees ik dat het te weinig effect heeft. Een individuele werkende zal namelijk niet snel zelf naar de rechter stappen.” ABU is blij met de keuze voor de Zelfstandigenwet. “Maar er is nog werk aan de winkel”, zegt Drijvers. “Ondernemerschap moet nadrukkelijk het uitgangspunt zijn van de toets.” VZN: ‘Blij met deze fundamentele koerswijziging’ Connie Maathuis van Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) noemt de plannen een ‘fundamentele, principiële koerswijziging in het beleid voor zelfstandigen’. Maathuis denkt dat dit het einde betekent van de huidige juridische onzekerheid en maatschappelijke discussie. “De politiek erkent eindelijk dat schijnzelfstandigheid moet worden bestreden zonder zelfstandig ondernemerschap kapot te reguleren.” De afspraken in het akkoord sluiten nauw aan bij voorstellen die VZN de afgelopen jaren heeft gedaan. Maathuis: “Wij hebben steeds gezegd: breng structuur aan door de ‘R’ los te koppelen van de beoordeling van ondernemerschap. Nu ontstaat er eindelijk ruimte voor helder en uitvoerbaar beleid.” Ze noemt de Zelfstandigenwet ‘een structurele oplossing met toetsbare criteria en praktische instrumenten’. Net zoals ABU benadrukt ze dat de exacte invulling nog uitwerking behoeft. “Maar de erkenning dat zelfstandigen een eigen positie in het recht verdienen is grote winst.” Bovib: ‘VBAR opknippen is verstandig’ Lobbygroep-voorzitter Sem Overduin van Bovib reageert direct enthousiast op het coalitieakkoord. “Het is een duidelijke keuze voor de Zelfstandigenwet en wij zijn daar enthousiast over als intermediairs en brokers.” De Bovib vindt het opknippen van de VBAR een verstandige keuze. “Er was altijd kritiek op het verduidelijkingsdeel van de VBAR, ook vanuit ons. Maar voor het rechtsvermoeden was altijd al veel draagvlak onder politici, de markt en het maatschappelijk middenveld. We zien het als een goede manier om werkenden aan de basis van de arbeidsmarkt te beschermen. Laten we het zo snel mogelijk invoeren.” RIM: Uitdaging om steun te krijgen De Raad voor Interim Management (RIM) noemt de plannen ‘een stap in de goede richting’ om meer duidelijkheid te creëren over werken met zelfstandigen. “Toetsing vooraf, meer verantwoordelijkheid bij de zelfstandige en helderheid voor iedereen, inclusief de Belastingdienst, juichen we van harte toe”, zegt directeur Bob van Berkel. “De RIM steunt het voorstel van de coalitie van harte. Net als de afgelopen jaren blijven we constructief mee- en soms tegendenken.” Van Berkel denkt dat het nog een flinke uitdaging wordt voor de coalitie om voldoende draagvlak te krijgen in de Eerste en Tweede Kamer. Tijdens het Groot Arbeidsmarktdebat in oktober bleek namelijk dat GroenLinks-PvdA de Zelfstandigenwet niet steunt. De RIM betreurt dit, want de vereniging heeft veel vertrouwen in het voorstel. “Het is geïnspireerd op de Belgische Arbeidsrelatiewet, die al een hele poos goed functioneert.” VvDN: ‘Arbeidsmarkt moet hoger op de agenda’ Voorzitter Edwin van den Elst van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) ziet de zzp-plannen als ‘een stap vooruit’. “Met de snellere invoering van het rechtsvermoeden en de keuze voor de Zelfstandigenwet biedt de coalitie bescherming voor de onderkant van de markt en ruimte voor ondernemerschap aan de bovenkant.” Tegelijkertijd had Van den Elst gehoopt op meer ambitie van de nieuwe coalitie. “Tijdens de onderhandelingen werd duidelijk dat de arbeidsmarkt geen topprioriteit heeft voor dit kabinet”, zegt hij. “Ik hoop dat dit gaat veranderen, want we hebben behoefte aan een positieve, progressieve blik op de flexmarkt.” FNV: ‘Uiterst sceptisch over de Zelfstandigenwet’ FNV Zelfstandigen is ‘content’ dat het rechtsvermoeden en de BAZ snel worden ingevoerd, maar ‘uiterst sceptisch’ over de Zelfstandigenwet. “Het is beter om de wetgeving die klaarligt vlot te behandelen, zoals de wetsvoorstellen VBAR en BAZ”, zegt Gery de Boer van FNV Zelfstandigen. “We zien geen toegevoegde waarde in de Zelfstandigenwet.” Ze vindt dat de wet niet past bij de opdracht uit het SER-MLT advies. “Dit voorstel beoogt het arbeidsrecht wat betreft de arbeidskwalificatie fundamenteel aan te passen, maar dit was geen doel”, zegt De Boer. “Verder is de Zelfstandigenwet onduidelijk over zowel pensioen als arbeidsongeschiktheid.” Vervolg De nieuwe coalitie debatteert dinsdag voor het eerst over de regeerplannen met de Tweede Kamer. Dan zal duidelijk worden in hoeverre dit nieuwe minderheidskabinet op steun van de oppositie kan rekenen. Dinsdag begint ook de laatste formatiefase, waarbij de formateur de opdracht krijgt nieuwe bewindspersonen te zoeken die deze plannen in de praktijk moeten brengen. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags regeerakkoord, wet dba, Wet VBAR, zelfstandigenwet, zzp-beleid | 5s Reacties