Maandelijkse archieven: januari 2025

Van ongewenst naar onmisbaar: de blijvende rol van zzp’ers in de zorg

Flexibilisering: waarom zorgverleners kiezen voor zelfstandigheid

De afgelopen jaren is de flexibilisering in de zorgsector fors toegenomen, met een verdubbeling van het aantal zzp’ers in de zorg naar ongeveer 180.000 zelfstandigen. Deze trend wordt voornamelijk gedreven door factoren zoals hoge werkdruk, onvoldoende inkomen en een verstoorde werk-privé balans binnen het vaste dienstverband. Uit onderzoek blijkt dat 69% van de startende zzp’ers in de zorg kiest voor het zelfstandig ondernemerschap om werk en privé beter te kunnen combineren, terwijl 57% aangeeft dit te doen om financieel beter rond te kunnen komen. Daarnaast houdt 80% van de zorgverleners hun huidige werk niet vol onder de bestaande omstandigheden en ligt uitstroom op de loer. Als gevolg van het knellende dienstverband en schaarste op de arbeidsmarkt maken steeds meer zorgmedewerkers gebruik van marktwerking: zij verlaten het vaste dienstverband. Het leeuwendeel van de uitstroom verlaat de sector; slechts 6% wordt zzp’er in de zorg. Onderzoek door pensioenfonds PFZW bracht aan het licht dat de animo voor een nieuw vast dienstverband steeds verder onder druk staat.

Randvoorwaarden voor goed werkgeverschap ontbreken

Werkgevers in de zorg geven aan dat zij belemmerd worden bij het bieden van goed werkgeverschap. Een groot probleem is ontoereikende financiering, waardoor zorgorganisaties niet in staat zijn om zorgmedewerkers passend te belonen en te behouden. Zo blijft de loonkloof in de zorgsector ook dit jaar bestaan onder zowel minister Helder als minister Agema, met een geschat tekort van € 2,5 miljard om salarissen op een passend niveau te brengen. Vooral de middeninkomens – de grootste groep professionals – zien sinds 1999 hun salaris structureel 8% achterlopen. Dat te lage loon heeft de groei van zzp’ers in de zorg verder gestuwd. Daarnaast leidt de hoge werkdruk en beperkte autonomie tot ontevredenheid onder zorgmedewerkers. Beslissingen worden vaak top-down genomen zonder voldoende inspraak van het personeel, wat resulteert in een gevoel van machteloosheid en gebrek aan betrokkenheid. De kwaliteit van leidinggevenden werd de afgelopen jaren flink bekritiseerd. Ook worden investeringen in opleiding en professionele ontwikkeling belemmerd door financiële beperkingen, waardoor zorgmedewerkers onvoldoende mogelijkheden hebben voor bijscholing en carrièreontwikkeling. Dit draagt bij aan de uitstroom van personeel en de groeiende voorkeur voor zzp-schap. Juist binnen het zzp-schap ervaren zelfstandigen meer vrijheid in het vormgeven van hun professionele groei.

Desondanks bleef er regionale zzp rancune onder zorgbestuurders

Tot zover kent het ontstaan van zzp’ers in de zorg en de relatie met vaste dienst een logische opbouw. Vaste zorgmedewerkers zijn ontevreden over hun werkomstandigheden en missen waardering. Werkgevers kunnen daar deels niets aan veranderen en zien vaste medewerkers in grote aantallen uitstromen. Die zorgmedewerkers blijven deels beschikbaar voor de sector, maar via zzp in plaats van een dienstverband. Daar zouden zorgbestuurders de logica van kunnen beamen, maar niets is minder waar. Toen in de tweede helft van 2024 de naderende handhaving op schijnzelfstandigheid actueel werd, zagen nogal wat bestuurders hun kans schoon. Ein-de-lijk was er een legitieme reden om helemaal met zzp inhuur te stoppen. Dat zzp “niet meer mogelijk zou zijn” was één van de zes misvattingen over schijnzelfstandigheid, maar werd wel voortdurend herhaald. Bestuurders struikelden over elkaar heen om in de media te vertellen dat zij met zzp inhuur zouden stoppen. Libertas Leiden werd zelfs in de Tweede Kamer aangehaald als goed voorbeeld, ondanks dat de organisatie dagelijks zzp’ers inzet. De chaos werd groter. In Oost-Nederland kwam het erop neer dat zorgorganisaties tegelijkertijd startten met zzp bemiddelen én stopten met zzp inzet. Ook – landelijk voorbeeld – FAIR kon de handen niet op elkaar krijgen. Terwijl FAIR Noord expliciet aangaf alleen door te willen met een regionale arbeidsovereenkomst en zzp’ers uit te sluiten, gaven FAIR Brabant en Utrecht aan zzp bemiddeling  op te schalen naar tientallen zorgorganisaties. De ACM had er een dagtaak aan om alle samenwerkende zorgorganisaties te waarschuwen: nee, je mag zzp’ers niet regionaal uitsluiten.

Ondertussen pakten landelijke koepels door met een ZZP Kompas

Terwijl regionale werkgevers de Belastingdienst via een webinar inzetten om zzp’ers terug naar een dienstverband te lokken, deden de landelijke zorgkoepels juist geen zaken meer met de Belastingdienst. Het Fiscaal Kader struikelde in de eerste helft van 2024 en de landelijke koepels zetten het traject om in een eigen Fiscaal Kompas ZZP Zorg. Ja, inhuur van zzp’ers is mogelijk, mits je dit professioneel vorm geeft. Tijdens de voorlichting en webinars van de Belastingdienst wordt met geen woord gerept over het Kompas of het Kader. De rol van de controlerende instantie blijft lang schimmig dit jaar, totdat werkgevers bevestigen wat al vermoed werd. De Belastingdienst handelt vooringenomen en wijst iedere vorm van zzp inhuur in de zorg af. Intramurale en extramurale modelovereenkomsten worden niet gerespecteerd en de Belastingdienst gaat zelfs over tot het terugdraaien van data van goedkeuring. Landelijk hopen zorgorganisaties op de Tweede Kamer met een unieke boodschap: zzp inzet is ook in 2025 noodzakelijk. Over de hele zorgsector bekeken zijn er voorbeelden van “afschaling, leegstand of sluiting van afdelingen en diensten” door het belemmeren van zzp’ers. De zzp’er is vanaf dat moment ‘onmisbaar’. Maar de politiek negeert zorgorganisaties en de onzekerheid rondom naheffingen blijft. Met die onduidelijkheid en onzekerheid gaan zorgorganisaties 2025 in. Dat zij gevangen zitten tussen continuïteit van zorg en het risico op naheffingen blijkt hun eigen probleem.

Van ongewenst naar onmisbaar: de blijvende rol van zzp’ers in de zorg

De afgelopen jaren hebben zorgorganisaties geprobeerd om het groeiende aantal zzp’ers in de zorgsector in te dammen, maar zonder succes. Ook het Toekomstgerichte Arbeidsmarktprogramma Zorg (TAZ) wilde het aandeel zzp’ers zien stabiliseren, maar dat programma werd dit jaar doorgestreept. Het bleek te duur en te weinig nut te hebben. De stijging van het aantal zelfstandigen blijkt een symptoom van structurele problemen binnen de sector, zoals hoge werkdruk, beperkte autonomie en ontoereikende financiering. Werkgevers worstelen met het bieden van goed werkgeverschap door onder andere salarisachterstanden en top-down besluitvorming, wat de uitstroom naar het zzp-schap vergroot. Regionale rancune tegen zzp’ers leidde tot een tegenstrijdige aanpak, zoals gelijktijdig bemiddelen en uitsluiten van zelfstandigen. Tegelijkertijd werken landelijke koepels met een ZZP Kompas naar de professionalisering van inhuur. De Belastingdienst vergrootte de chaos door onduidelijke voorlichting en vooringenomen handhaving. Ondanks al deze uitdagingen blijft de zzp’er onmisbaar, maar de onzekerheid over de gevolgen van zzp-inzet zet zorgorganisaties onder druk bij de start van 2025.

Hoe je daar als zzp’er het beste mee omgaat bespreken we in ons jaaroverzicht; vanaf 1 januari 2025 beschikbaar via onze maandupdate.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 8s Reacties

Maximum tarieven interim-managers in publieke sector 2025 bekend

Zoals elk jaar zijn maximale tarieven voor interim-managers in de (semi)publieke sector weer vastgesteld. De maximum tarieven liggen in 2025 6,3% hoger dan in 2024. De indexatie volgt de gemiddelde stijging van de salarissen bij de overheid.

Wet Normering Topinkomens

In 2016 werd de Wet normering topinkomens (WNT) van kracht. De WNT, in de volksmond ook wel de Balkenendenorm genoemd, bepaalt wat het ‘bezoldigingsmaxium’. Dit geldt zowel voor topfunctionarissen in loondienst, als voor ‘topfunctionarissen zonder dienstbetrekking’, zoals interim-managers. Voor zo ver ze tenminste actief zijn in sectoren die onder de WNT vallen zoals overheden en (semi)publieke sectoren als de zorg, het onderwijs en woningcorporaties.

Nieuwe maxima vanaf 1 januari 2025

Het algemeen bezoldigingsmaximum voor het jaar 2025 is vastgesteld op € 246.000,- (inclusief belaste kostenvergoedingen en de pensioenbijdrage van de werkgever).

Voor ‘topfunctionarissen zonder dienstbetrekking’ (zoals interim-managers) is de hoogte van het bezoldigingsmaximum afhankelijk van de duur van de functievervulling in kalendermaanden.

Voor 2025 geldt het volgende:

  • Voor de eerste zes maanden wordt gerekend met een maximum van € 32.700,- per gewerkte kalendermaand (2024: € 30.800,-);
  • Voor de tweede zes maanden wordt gerekend met een maximum van € 24.900,- per gewerkte kalendermaand (2024: € 23.400,-); en
  • Voor de eerste twaalf gewerkte kalendermaanden geldt een maximum uurtarief van € 235,- (2024: € 221,-).

In 2025 bedraagt de bezoldigingsnorm voor een topfunctionaris zonder dienstbetrekking in de eerste twaalf gewerkte kalendermaanden dus maximaal € 345.600,-. Na twaalf maanden geldt voor ‘functionarissen zonder dienstbetrekking’ hetzelfde maximum dat geldt voor functionarissen in loondienst.

Meer uitleg over de WNT voor interim-managers en een rekenvoorbeeld vindt u op deze  kennispagina van de RIM.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter