"Exploring the future of work & the freelance economy"

Waarom de marktkoopman gaat betalen voor het falend overheidsbeleid schijnzelfstandigen

De zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd. Het tegengaan van concurrentie tussen werknemers en zzp’ers lijkt het belangrijkste argument. Maar waarom moet de zelfstandige marktkoopman daaraan meebetalen?

Vanmiddag maakt het kabinet haar plannen voor 2021 bekend. Zoals vorige week al uitlekte is een onderdeel van die plannen de verdere versobering van de zelfstandigenaftrek. Voor de derde keer in drie jaar tijd draait het kabinet dit fiscale kraantje verder dicht. Het kabinet speelt daarmee in op de arbeidsmarktadviezen van de Commissie Borstlap en voelt zich gesteund door VNO/NCW.

Dat het kabinet deze groep werkenden zo apart ‘aanpakt’ valt op.Net zoals het feit dat de uitgelekte maatregel nauwelijks tot ophef heeft geleid. En dat terwijl er best het nodige af te dingen valt op de motieven van het kabinet.

Verdere afbouw hoogte aftrek

De maximale zelfstandigenaftrek wordt in tien jaar tijd afgebouwd van 7.240 euro naar 3.200 euro. Indien een zelfstandige aan de voorwaarden voor de zelfstandigenaftrek voldoet (onder andere: werken met een eenmanszaak en minimaal 1225 uur per jaar werken als zelfstandige), dan hoeft hij over dat bedrag geen inkomensbelasting te betalen. Bij de start van dit kabinet werd al besloten dat de aftrek gedaan kan worden op het niveau van het basis belastingtarief. Vorig jaar besloot het kabinet dat deze aftrek jaarlijks met 250 euro wordt verlaagd tot een maximale aftrek van 5.000 euro in 2030. Het kabinet wil dat nu dus verder afbouwen naar een maximale aftrek van 3.200 euro.

De afbouw wordt in de eerste twee jaar wel gecompenseerd met een verhoging van de arbeidskorting die alle werkenden krijgen. Het koopkrachtvoordeeltje van die verhoging gaat dus aan de zelfstandigen voorbij.

Arbeidsmarktbeleid

Het kabinet lijkt met deze verdere versobering van de zelfstandigenaftrek in te spelen op de adviezen van de Commissie Borstlap. Daarin staat een stevig pleidooi om de fiscale verschillen tussen ‘werkenden’ op te heffen. Een gelijk speelveld moet ervoor zorgen dat opdrachtgevers of zelfstandigen geen fiscale prikkels meer hebben ten opzichte van het reguliere arbeidscontract.

In een reactie op dat rapport verklaarde VNO/NCW voorman Hans de Boer al dat hij ‘bereid was te praten over een verdere versobering van de fiscale voorzieningen voor zelfstandig ondernemers’.

De Boer wilde wel uitleggen waarom hij vond dat zzp’ers soms ten onrechte fiscaal voordeel krijgen. Op BNR noemde hij het voorbeeld dat er steeds meer onderwijzers zijn die op vrijdag ontslag nemen, om op maandag weer als zzp’ers voor de klas te staan. Dat type zzp’er behoort geen fiscale ondernemersfaciliteiten te krijgen.

Hier begint het te wringen.

Om te beginnen groeit het aantal zzp’ers in het onderwijs helemaal niet, zoals de onderstaande cijfers van het CBS laten zien.

Daarnaast groeit het totaal aantal zzp’ers als percentage van de totale werkzame beroepsbevolking ook al vier jaar niet meer. De urgentie om voor de derde keer in drie jaar tijd de fiscale voordelen voor zzp’ers af te bouwen is daarmee niet aanwezig. Daarbij zijn de totale ‘kosten’ van de zelfstandigenaftrek (ongeveer 1,7 mrd) in 2020 gelijk aan die van 2010 (bron: Rapport Commissie Borstlap, figuur 8), ondanks de groei van het aantal zelfstandigen in dezelfde periode (+15% in absolute aantallen).

Wat in deze discussie  relevant is, zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek.  Je moet  wel ‘ondernemer voor de inkomstenbelastingen’ zijn. Daarvoor heeft de Belastingdienst deze online check  (niet te verwarren met de webmodule). Wanneer de onderwijzer waar De Boer het over had bij dezelfde werkgever hetzelfde werk gaat doen en niets anders, dan voldoet hij/zij duidelijk niet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de zelfstandigenaftrek.

Het handhaven van de bestaande fiscale regelgeving is dus voldoende om ongewenst gebruik van de zelfstandigenaftrek tegen te gaan.

Zij-aan-zij zelfstandigen

Hans Borstlap gebruikt graag hetzelfde argument – “vrijdag werknemer, maandag zzp’er” – als De Boer als onderbouwing voor het advies van zijn commissie om de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen te doen verdwijnen (waarbij opgemerkt dat de commissie Borstlap fiscale voordelen voor bepaalde groepen zelfstandigen wel intact wil houden). In een bijeenkomst bij VNO/NCW Noord gebruikte hij onlangs nog een ander argument, namelijk dat een ‘zzp-bouwvakker veel minder belasting betaalt’.

Ook op dat argument valt veel af te dingen. Alhoewel het nooit echt is uitgezocht, zou het best eens zo kunnen zijn dan de gemiddelde zelfstandige minder belasting betaalt dan de gemiddelde werknemer. De inkomens van zelfstandigen liggen immers  lager. Echter, de verschillen in inkomens onder zelfstandigen zijn groot.

De ‘zij-aan-zij’ zelfstandigen – waar De Boer en Borstlap het over hebben en waar het in deze arbeidsmarkt-discussie steeds over gaat, de zelfstandige die ongeveer hetzelfde werk doet als iemand in loondienst – hebben in de regel juist een hoger inkomen dan een werknemer. En betalen dus ook meer belasting, ondanks de fiscale voordelen. Dit komt door het verschil in cao-loon en uurtarief. Een timmerman heeft zo ongeveer een bruto salaris van 2.400 euro per maand. Een zzp’er krijgt voor dat werk zo rond de 35 euro per uur. Omgerekend betaalt de zelfstandige timmerman dan ongeveer 3.500 euro méér aan belastingen en premies dan zijn ‘collega’ in loondienst. (zie hier voor verdere uitwerking van deze berekening)

Als al deze zij-aan-zij zelfstandigen overstappen naar een loondienstverband, en dus minder gaan verdienen, dan zou dat wel eens meer gemiste inkomstenbelasting kunnen betekenen dan wat deze bezuinigingsmaatregel oplevert.

En dan de marktkoopman

We kunnen het probleem groot of klein maken, uiteindelijk hebben we het hier steeds over een specifieke groep zelfstandigen: zij die ongeveer hetzelfde werk doen als werknemers, vaak voor een aaneengesloten periode bij één opdrachtgever. Naar schatting werkt ongeveer 30% van de zelfstandigen zo.

Maar er zijn natuurlijk ook tal van andere zelfstandigen die niets met deze discussie te maken hebben en die ook recht hebben op de zelfstandigenaftrek. Ook zij raken nu een deel van hun  fiscale voordeel kwijt. De marktkoopman, de kleine winkelier en andere zelfstandigen die producten verkopen, of de zelfstandigen die voor particulieren werken. Samen toch bijna de helft van alle zelfstandigen en de groep voor wie de zelfstandigenaftrek – als inkomensondersteuning – juist ooit bedoeld was. Groepen met een vaak substantieel lager inkomen dan de ‘zij-aan-zij’ zelfstandigen. Groepen die door de Covid-19 crisis het hardst zijn geraakt. Zij gaan allemaal meebetalen omdat het ‘Den Haag’ maar niet lukt om het ‘schijnzelfstandige’ spook te vangen.

 

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

6 reacties op dit bericht

  1. ‘Den Haag’ neemt gewoon de tijd niet, op geen enkel front trouwens, om te handhaven. Dan hebben ze die ‘schijnzelfstandige’ spoken zo te pakken.

  2. Kwam zelfs de Boer al met dat vreemde voorbeeld van die leraar die op vrijdag weggaat en op maandag als zelfstandige terugkomt? Ze kakelen elkaar allemaal na in de polder. De Boer zit daar ook al decennialang professioneel te kletsen over wat ondernemen wel of niet is. Levert namens grote werkgevers zo onze aftrek in, kost zijn achterban niks.

    Krijgt die Zzp leraar in de zomervakantie en alle schoolvakanties ook doorbetaald? Hoeveel declarabele uren kan je al leraar uberhaupt hebben? En alle bijscholing moet ook uit eigen zak. Plus de eigen pensioen en arbeidsongeschiktheid en leegloop voorzieningen die je moet treffen. Hoeveel leraren lopen hier dagelijks warm voor? Staan ze in drommen bij de KvK?

  3. En inderdaad. Als je een consultant met uurtarief in een loondienst duwt dan weet ik zeker dat de schatkist er op achteruit gaat.

    Procentueel gezien kan het zijn dat die zij-aan-zij zelfstandigen minder belasting betalen (zij hebben ook andere lasten en andere risico’s dus je moet het niet willen vergelijken) maar nominaal gezien betalen ze meer.

    Deze hele grap gaat de schatkist niks opleveren. Het neemt alleen wat jaloezie weg bij de zij-aan-zij werknemer.

  4. Ik ben ook ondernemer met eenmanszaak: eigen bedrijfsruimte buitenshuis, particuliere klanten, geen opdrachtgevers, geen concurrent voor werknemers . Verbazend dat niemand voor onze belangen opkomt. Bij wie moet je zijn? Enig idee?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *