samenwerken flexkrachten

Overheid, werk samen met de flexsector (in plaats van hem dwars te zitten)

Oproep aan de politiek: omarm de uitzend- en payrollsector nu eens, en laat hen doen waar ze goed in zijn: flexkrachten begeleiden. In plaats van flexwerk steeds duurder te maken.

Het arbeidsmarktbeleid van de huidige regering is erop gericht om vast en flex dichter bij elkaar te brengen: vast iets minder vast, en flex iets minder flex. Dit is op zichzelf een goed verdedigbaar politiek standpunt. Maar dan is het wel zaak dat de voorgestelde wet- en regelgeving niet averechts werkt.

Helaas hebben we daarvan de afgelopen jaren iets te veel voorbeelden gezien. Vaak lijkt de regering ervoor te kiezen om flex voor de inleners duurder te maken, zonder dat de flexkrachten daarmee iets opschieten, in de hoop dat werkgevers dan aan deze flexkrachten een vaste baan aanbieden.

Vaak maakt de regering flex voor de inleners duurder, zonder dat de flexkrachten daarmee iets opschieten

Het zou mijn advies zijn om daarmee op te houden, en samen met de flexbranche iets te bedenken dat ook van belang is voor de flexkrachten om wie het gaat. Iets waaraan zij echt iets hebben. En dan mag dat van mij best ertoe leiden dat flexibele arbeid daardoor iets duurder wordt voor de inlener. Samenwerking mét de flexsector leidt tot veel betere resultaten dan ze tegenwerken.

Achterhaalde schijnzekerheid

Flexibiliteit is een van de factoren die de arbeidsproductiviteit bevordert. Niet omdat flexibele krachten per se meer waarde produceren, maar omdat ze alleen geld kosten als ze produceren. Dragen ze niet bij, heb je ook geen kosten aan ze.

Werknemers (tijdelijk of vast) hebben – zoals iedereen weet – altijd een zekere ‘leeglooptijd’: de tijd dat ze niet produceren, maar wel betaald moeten worden. De vakbonden zeggen ongetwijfeld dat vaste werknemers door hun loyaliteit en kennis meer kunnen opleveren. En voor een deel van de beroepen en functies gaat dat ook vast wel op. Maar voor een groeiend deel van de beroepsbevolking is het onzin.

Werknemers hebben een zekere ‘leeglooptijd’: de tijd dat ze niet produceren, maar je ze wel moet betalen

Een belangrijker argument tegen flexibilisering is dat niet alle groepen zelf ervoor kunnen kiezen en dat ‘gedwongen flexibiliteit’ kan leiden tot onzekerheid en zelfs stress. Het betreft dan meestal praktisch of ongeschoold werk. Professionele ondersteuning, werkzekerheid en toegang tot bijvoorbeeld een hypotheek of verzekeringen lijken mij voor deze groep veel belangrijker dan de achterhaalde schijnzekerheid van de vaste baan.

Help de uitzend- en payrollkrachten; prijs ze niet de markt uit

Natuurlijk mag die ondersteuning van de overheid komen. Maar het zijn nu juist de uitzend- en ook de payrollsector die hiervoor verreweg het beste geplaatst zijn. Zij ontlenen hun bestaansrecht aan die flexibiliteit en hebben dus ook veel ervoor over om ‘hun’ deel van de beroepsbevolking te helpen de onzekerheid te reduceren.

De politiek droomt nog steeds over het terugdringen van flexibiliteit. Dream on!

De beide sectoren creëren niet alleen werkgelegenheid, maar moeten daarnaast ook de eerste partner van vakbonden en overheden zijn als het gaat om doelgroepenbeleid. Dat het vaak nog lijkt dat de overheid met nieuwe wetgeving deze sectoren allerlei beperkingen wil opleggen, kan alleen maar betekenen dat de politiek nog steeds droomt over het terugdringen van flexibiliteit. Dream on!

Wie draait op voor duurdere flexkrachten?

Mijn oproep aan de politiek: omarm deze sectoren en stel wat mij betreft strenge eisen aan de manier waarop de bureaus flexkrachten begeleiden en zekerheden bieden. Ontken alleen de veranderingen in de wereld niet.

Schieten de uitzendkrachten en gepayrollden nu werkelijk wat ermee op als de overheid hen duurder maakt zonder dat ze daar zelf een cent van terugzien? Zullen ze dan ineens een vaste baan aangeboden krijgen? Of krijgen ze dan alleen nog maar minder goede begeleiding, meer onzekerheden en meer stress?

Schieten de uitzendkrachten en gepayrollden er echt iets mee op als de overheid hen duurder maakt?

Het zou onze economische groei en de sociale cohesie veel beter helpen als er samen met de sector gewerkt wordt aan een steeds betere en geëmancipeerde positie voor de uitzend- en payrollkracht. Ik weet dat de sector graag daaraan bijdraagt en bovendien goed ertoe in staat is.

Kijk eens naar de detacheringssector

Hoger en theoretisch geschoolde flexkrachten worden vaak bemiddeld door een detacheringsbedrijf. Deze detacheerders onderscheiden zich van de uitzendbureaus doordat ze zich veel meer opstellen als goed en betrokken werkgever. Ze helpen de flexibele professional bij diens persoonlijke en professionele ontwikkeling en creëren zodoende betere werkzekerheid en loopbaankansen.

De gedetacheerde professional is vaak allesbehalve zielig

Dit deel van de beroepsbevolking is allesbehalve zielig en beschikt vaak al over de meest professionele ondersteuning. Ook voert ze meer eigen regie als het gaat om werk en werk-gerelateerde zaken. Bij besprekingen over de flexbranche wordt deze groep zelden als aparte categorie erkend. Daardoor dreigt deze sector in één beweging met de uitzendsector te worden benadeeld.

De best beschikbare werkgevers

En dit terwijl voor veel professionals de detacheringsbureaus de best beschikbare werkgevers zijn. De professionele detacheerders in Nederland stellen zich over het algemeen op als zéér betrokken werkgevers.

Zo heeft bijvoorbeeld elke Uniforce Professional een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd. Hij of zij wordt vanuit dat dienstverband (al dan niet nog eens via een bemiddelaar) gedetacheerd naar diens opdrachtgever. In een tijdperk dat life-time employment niet meer bestaat, moeten we erkennen dat er arbeidsrechtelijk bijna geen betere positie denkbaar is voor een specialistisch professional.

Lees ook:

Stef Witteveen adviseert organisaties bij het ontwikkelen van duurzame en flexibele Human Capital Strategieën. De carrière van Stef is begonnen bij IKEA en Allied Breweries, daarna heeft hij als CEO bij o.a. Randstad België/Luxemburg, Randstad USA en CED Europe jarenlang ervaring opgedaan in de uitzend- en outsourcingssector. Momenteel is Stef als strategisch adviseur betrokken bij Uniforce Professionals (www.uniforce.nl ). Bekijk alle berichten van Stef Witteveen

5 reacties op dit bericht

  1. Duurder maken? Niet duidelijk wordt mij wat u bedoelt. Flexibele arbeid moet immers heel gewoon de juiste sectorpremie betalen: dus de premie voor de WerknemersVerzekering, die hoort bij dat risico. En risico’s van flexibele arbeid zijn nu eenmaal hoger.

    De uitleenbranche kent overigens al bijna 60 jaar fikse risico’s, waarvoor de overheid antimisbruik-wetgeving in stelling heeft gebracht, o.a. de inlenersaansprakelijkheid. En diverse andere wetgeving: Waadi, Wet aanpak schijnconstructies, Fraudewet, Wet Arbeidsmarkt in Balans (concept).

    Lljkt me logisch dat de rijksoverheid al ruim 100 jaar de zwakste partij, de arbeidskracht (m/v) beschermt. Zij wil de balans tussen werkgever en werknemer beheren. En dat is m.i. een overheidstaak, nu de markt dat zelf kennelijk nog niet kan.
    Je krijgt – als het goed is – de vrijheid die past bij de verantwoordelijkheid en feitelijke daadkracht.

    • Dank voor je inbreng Terry,
      De voorstellen van Koolmees houden nu juist in dat de premies voor flexarbeid hoger worden dan die van ‘vast werk’. Daarmee wordt flexwerk (ook relatief)duurder gemaakt zonder dat dit ook maar het minste bijdraagt aan de positie van de flexwerker. Dat is een gemiste kans want ik ben het met je eens dat de positie van sommige groepen flexwerkers verbeterd zouden kunnen worden. De overheid doet daar helemaal niets aan.

      Flexwerk stimuleert de arbeidsproductiviteit en daarmee de economische groei en daarmee de werkgelegenheid. En daarom levert de inzet van flexwerk ons vooral veel welvaart op in plaats van risico.Voor de mensen die zelf niet kunnen kiezen voor hun werkvorm, zouden we dan, vind ik, meer moeten doen aan welvaart en welzijn. Ik zie daar inderdaad een taak voor de overheid. In samenwerking met de flexsector.

  2. In dit artikel wordt een zeer terecht punt gemaakt. Even los van wat duurder is en voor wie (een ‘echte’ ZZP’er is geen werknemer, dus geen werknemersverzekeringen…?) is de oproep om als overheid, samen te werken met de flexsector zeer terecht. Daarbij dient inderdaad gefocust te worden op de verschillende belangen en eigenschappen van de diverse groepen als uitzendkrachten, ‘gedwongen’ ZZP’ers, gedetacheerden en vrijwillige ZZP’ers en hun opdrachtgevers, zonder deze groepen inderdaad allemaal op een hoop te gooien. Tot op heden wordt ‘de baby met het badwater weggegooid’.

  3. Inderdaad werk samen met de flexwerkers. Wel een puntje van aandacht, DE zzp’er bestaat niet. Er zijn gewoonweg teveel verschillen om ze allen samen te willen vatten onder 1 wet.

    De oplossing echter kan heel simpel zijn ook vanwege het genoemde punt van het niet betalen vd werknemersverzekeringen. Bij het aangaan ve contract met ‘de zzp’er’ draagt de werkgever de laster voor het afgesproken loon en premies per direct af en krijgt de zzp’er zijn overige verdienste.
    Hierbij de win/win situatie dat de overheid zijn graag zo directe gelden heeft en er verder geen wetgevingen nodig zijn. Kun je gelijk ook alle payrollers/detacherings bureaus opheffen die veelal veel geld innen als bemiddeling.
    Wel dient het ‘loon’ cq uurtarief goed besproken te worden want uiteraard moet de zzp’er nog wel extra’s betalen zoals aov,ziekteverzuim, opleiding, auto (wellicht) etc. Dus het gestelde loon moet ‘gebruikelijk’ zijn zoals onze fiscus dit noemt.