Josien van Breda (FNV Zelfstandigen): geef hoogte tarief plek in beoordeling zelfstandigheid

Geïnspireerd naar Vlaams voorbeeld lanceert Josien van Breda (FNV Zelfstandigen) een idee voor sommige type opdrachten tarief en opdrachtformulering mee te nemen in de beoordeling arbeidsrelatie.

“Kameraden” zo verwelkomde de algemeen secretaris van de Vlaamse vakbeweging ABVV de aanwezigen vorige week tijdens een bijeenkomst over freelancers. Ik was daar te gast om te vertellen over de situatie in Nederland. Dat was anders dan hoe ik normaal begroet wordt, maar gaandeweg werd duidelijk dat de overeenkomsten tussen Vlaanderen en Nederland groter zijn dan de verschillen als het gaat om de positie van zp’ers op de arbeidsmarkt. Ik ging met een idee en een kilo Belgische bonbons rijker terug.

Vlaams onderscheid tussen type zelfstandigen

Wat mij het meest is bijgebleven is de presentatie van de tussentijdse resultaten van een onderzoek van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen naar zelfstandigen. In dat onderzoek maken ze een handig onderscheid van verschillende soorten zp’ers. Allereerst het onderscheid tussen zp’ers met particuliere opdrachtgevers of zakelijke opdrachtgevers.

De eerste groep valt buiten de scope van het onderzoek. Dat brengt helderheid. Vervolgens worden de zp’ers met zakelijke opdrachtgevers onderverdeeld in drie groepen, op basis van de aard van hen opdracht. Er zijn kennisintensieve opdrachten (projectleider ICT, adviseur), creatieve opdrachten (webdesign, vormgeving, tekstschrijvers) en uitvoerende opdrachten (repeterend ICT werk, enveloppen plooien, feestmanden vullen).

Gedifferentieerde aanpak: goed idee

We kunnen hier in Nederland voortborduren op deze Vlaamse benadering om hier de broodnodige duidelijkheid te vergroten.

In het beoordelingskader dat de Belastingdienst hier heeft gepubliceerd wordt naar mijn mening onvoldoende onderscheid gemaakt naar de aard van de opdracht. De pakketbezorger wordt langs dezelfde meetlat gelegd als een ICT projectleider. Voor beide groepen geldt dat zij alleen DBA proof kunnen werken als ofwel de gezagsrelatie ontbreekt ofwel iemand vrij vervangbaar is.

Dit leidt tot de ongewenste uitkomst dat de pakketbezorger (uitvoerend) via vrije vervanging veel gemakkelijker overeenkomstig de Wet DBA kan werken dan de ICT projectleider (kennisintensief). Die projectleider kan zich immers niet vrij kan laten vervangen, hij/zij werkt in een organisatorisch kader waarbij het een hele kluif is om aan te tonen dat er geen gezagsrelatie ontstaat.

Dit is ongewenst. Het ontstaan van schijnconstructies wordt niet tegengegaan bij uitvoerend werk zoals pakketbezorging en thuiszorg. Sterker nog, de deur wordt verder opengezet. Juist voor de mensen met een zwakke arbeidsmarktpositie, die vaak afhankelijk zijn van één opdrachtgever en niet in staat zijn om een goed tarief uit te onderhandelen. Tegelijkertijd zitten zp’ers met kennisintensieve opdrachten in de knel. Dit zijn meestal mensen die vanwege hun expertise ingehuurd worden en zelf goed in staat zijn om een redelijk tarief uit te onderhandelen, niet de zwakkeren dus.

Verschillende type opdrachten, verschillende maatregelen

Daarom pleit ik ervoor om in het beoordelingskader een onderscheid te maken tussen opdrachten van uitvoerend, creatief en kennisintensieve aard. En dan niet op het niveau van de modelovereenkomst, maar eerder. Bijvoorbeeld in het beoordelingskader of in een beheersmaatregel.

Aan een kennisintensieve opdracht zoals die van de ICT projectleider kun je als voorwaarden stellen dat het tarief zodanig moet zijn dat de werkgeverslasten en risico’s erin verdisconteerd zijn en dat er een duidelijke en gedetailleerde opdrachtbeschrijving is. Als daarin is voldaan, is opdrachtgever niet inhoudingsplichtig, tenzij… Een soort omkering van bewijslast.

Neem tarief mee in beoordeling wel/niet dienstverband

Het betrekken van de hoogte van het tarief en de inhoud van een opdrachtbeschrijving schep je veel meer duidelijkheid. Je dicht gelijk ook de kloof tussen het contractenrecht en het belastingrecht.

Het contractenrecht kent een holistische benadering waarbij alle feiten en omstandigheden een rol spelen om vast te stellen of er sprake is van een overeenkomst van opdracht of arbeidsovereenkomst. Anders dan bij het belastingrecht is bij het contractrecht wel relevant wat partijen beoogden. Ook de hoogte van het tarief speelt een rol. Anders gezegd, wanneer je als zp’er een klus doet tegen een tarief dat twee keer zo hoog is als het cao loon, dan heeft het geen zin om achteraf te stellen dat je je vergist hebt en je toch liever een arbeidsovereenkomst had gewild.

Bij een overeenkomst van opdracht bespreek je vooraf wat je gaat doen en welk resultaat je wilt bereiken. Het gaat dan om een afgebakend geheel met een begin en een eind en een resultaats- of inspanningsverplichting. Het moet daarom niet al te moeilijk zijn om gedetailleerd vast te leggen wat je gaat doen en wat begin en eind van de opdracht zijn. Dit is wezenlijk anders dan bij een arbeidsovereenkomst waarbij je in een bepaalde functie wordt aangenomen en tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst blijkt wat je precies gaat doen.

Kortom: een opdrachtformulering die duidelijk afwijkt van een functieomschrijving en een beloning die duidelijk afwijkt van een cao-loon is duidelijk geen arbeidsovereenkomst.

Recht doen aan Wet DBA

Natuurlijk kun je niet voor iedereen alle problemen oplossen. Ik denk wel dat een groot deel van zp’ers gebaat is bij een beoordeling door de Belastingdienst waarbij niet alleen naar gezag en vervanging wordt gekeken, maar waar ook de hoogte van het tarief en een voldoende gedetailleerde opdrachtbeschrijving een rol spelen. Dat doet gelijk ook meer recht aan de intentie van de Wet DBA, namelijk het aanpakken van ongewenst schijnconstructies.

Josien van Breda is voorzitter van het Platform zzp-dienstverleners. Daarnaast is ze onder andere arbeidsmarkt adviseur en voorzitter van Stichting Fairwork. Tot eind 2017 was zij directeur van FNV Zelfstandigen en Raadslid (plv) van de SER. Bekijk alle berichten van Josien van Breda-Hoekstra

5 reacties op dit bericht

  1. Poe, op zich een sympathieke gedachte, maar vraag me toch af of dit in de praktijk haalbaar is. Dat komt je toch weer op een beoordeling (vooraf?) per opdracht.

  2. Zoals Josien het schrijft, is voor mij altijd de praktijk geweest. Ik sluit een overeenkomst van opdracht. Daarin geef ik aan met welk doel ik ben ingehuurd en welk resultaat ik ga opleveren, i.c. wanneer de opdracht ophoudt. Anders dan bij een werknemer heeft de opdrachtgever niet het gezag om mij van de opdracht af te halen en mij een andere te opdracht geven.

    • Begrijp ik het goed, Carmen, dat je op die manier zo veel duidelijkheid geeft zodat je ook niet met een modelovereenkomst hoeft te werken?

  3. Een onderscheid tussen opdrachten van uitvoerend, creatief en kennisintensieve aard lijkt me een beetje lastig. Bijvoorbeeld een hovenier die de tuin van een ziekenhuis ontwerpt en aanlegt, voldoet doet wellicht alle drie; zeker aan twee.

    Maar de hoogte van het tarief kan wel bepalend zijn. Het percentage van CAO loon (of evt gebruikelijk loon) zal arbitrair blijven. Vanaf 200% lijkt het me overduidelijk, tussen 160% en 200% arbitrair. Daaronder lijkt het me niet realistisch dat er voldoende ruimte is voor het afdragen van diverse premies.

    Hopelijk krijgt de 2de kamer zoiets (een uitspraak van minister of staatssecretaris) afgedwongen bij de verdere behandeling volgende maand.

    De gezagsverhouding en/of het vrije vervangingsprincipe is van ondergeschikt belang indien het tarief meer dan ….. ( 180% ?? ) bedraagt van het gebruikelijke of CAO loon.

    Maar wat ook nog steeds kan (concrete invulling begrip tijdelijkheid):

    De gezagsverhouding en/of het vrije vervangingsprincipe is van ondergeschikt belang indien direct of indirect minder dan …. ( 6? ) maanden per periode van 12 maanden voor één opdrachtgever wordt gewerkt.

  4. @Carmen, de opdrachtgever kan je in principe op ieder moment van de opdracht afhalen, terwijl jij in principe de opdracht altijd dient uit te voeren. Dat is de basis bij een overeenkomst van opdracht.

    @Josien, goed verhaal. Je kunt daarnaast nog voor de verschillende groepen bepaalde eisen stellen om (achteraf) Het ondernemerschap vast te stellen. Voor de interim managers is er ooit het besluit vaststelling arbeidsrelatie geweest. Deze geeft zeer goede handvatten. Een denkfout die je wel maakt is dat de werkgeverlasten en sociale premies zo niet geind kunnen worden.