Maandelijkse archieven: oktober 2016

Wet DBA en ondernemerschap. Snapt Wiebes zijn eigen wet niet?

“Zijn zzp’ers nu iets opgeschoten met dit debat” vroeg Carola Schouten (ChristenUnie) afgelopen donderdagavond aan Staatssecretaris Wiebes  tijdens het debat over de Wet DBA. Nou nee, was al snel de reactie op twitter van die zzp’ers. Veel duidelijkheid is er niet gekomen.

Sterker nog, door voorbeelden en het gebruik van de term ‘ondernemerschap’ leek de Staatssecretaris het eerder ingewikkelder dan duidelijker te maken.  Speelt het feit of iemand  een ondernemer is nu wel of geen rol in de beoordeling of iemand in een opdracht als zelfstandige kan werken? Je zou bijna denken van wel, het tegendeel is echter het geval.

De goedwillende ondernemer

Wiebes haalde een door hem vaak gebruikt voorbeeld naar boven. De geschiedenisleraar die les geeft op een middelbare school is voor Wiebes geen ondernemer. Net zo min als de verpleegster in het ziekenhuis en de ict’er die jarenlang bij een opdrachtgever zit, zo vulde hij aan. Goed, dat valt te begrijpen. Die groepen zzp’ers weten in ieder geval waar ze aan toe zijn.

Opvallend hierbij is wel dat hij het over het ondernemerschap van de zzp’er heeft. En niet over de manier van werken tussen de docent en de school. Ook in zijn voortgangsrapportage aan de kamer heeft hij het over ‘vanzelfsprekend ondernemers’, die helemaal niet met een modelovereenkomst moeten werken. Het centraal stellen van het ondernemerschap (in het debat werd het woord ondernemerschap 98 keer genoemd; de woorden dienstverband of arbeidsrelatie samen 25 keer) is raar, verwarrend en in tegenspraak met wat de Belastingdienst zegt. Het gaat ook voorbij aan de kern van de huidige onrust, namelijk het feit dat voor een veel grotere groep dan verwacht er onduidelijkheid is wat er nu nog wel en niet kan.

Beoordeling arbeidsrelatie staan nu los van beoordeling ondernemerschap

Om te beginnen even terug naar het eerste webinar van de Belastingdienst over de Wet DBA (zie hier, vanaf minuut 31:44). “Als de zzp’er ondernemer is voor de inkomstenbelasting, ben ik dan als opdrachtgever er zeker van dat ik geen loonheffing hoef te betalen?” vroeg Annemarie van Gaal in dat webinar aan een expert van de Belastingdienst. “Nee. Nee, nee, nee” was het letterlijke en duidelijk antwoord.  “Belangrijk is om je te realiseren dat voor het beoordelen van de relatie opdrachtgever – opdrachtnemer we een switch maken. We maken een switch van de inkomstenbelasting naar het loonbelastingoordeel. We kijken niet de inkomstenbelastingpositie van de zzp’er . We kijken puur en alleen door de bril van de loonheffingen naar de relatie tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer. Alleen die relatie kwalificeren we.”

Kortom: het feit dat iemand ondernemer is staat helemaal los van de beoordeling of er nu wel of geen dienstbetrekking is. Er wordt gekeken naar hoe de relatie is in een opdracht. De Wet heet ook niet voor niets wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie.

Bij de beoordeling wel/niet  loonbetrekking gaat het om termen als ‘gezag’ of ‘vrije vervanging’. Bij de beoordeling wel/niet ondernemer gaat het om zaken als ‘meerdere opdrachtgevers, investeringen,  omvang bedrijf, eigen acquisitie’. De beoordeling of iemand ondernemer is, vindt plaats bij de aangifte inkomstenbelasting en is puur een zaak tussen de zzp’er en de Belastingdienst. In de VAR zat beide beoordelingen. Bij de Wet DBA is dat dus gesplitst.

Mix opdrachten normaal

Terug naar Wiebes.

Hij wil de ‘echte’ ondernemer niet dwars zitten. Ga gewoon aan het werk, riep hij donderdagavond nog.

Graag, zullen veel zzp’ers denken. Maar hier zit nu juist de crux van veel onduidelijkheid in de markt. Het feit dat je ondernemer bent   – inclusief wanneer dan ook door Belastingdienst bevestigd is door goedkeuring van je aangifte  – geeft geen enkele houvast met betrekking tot je opdrachten. Je hebt simpelweg niets aan die status onder de huidige Wet DBA.  En je opdrachtgever ook niets.

Denk even aan de Geschiedenisleraar. Wat nu als dat iemand is die bijvoorbeeld organisatieadviseur is met een eenmanszaak en veel opdrachten. Hij is dus ondernemer. En dat wil hij graag ook een paar uur regulier les geven op een middelbare school, omdat hij dat bijvoorbeeld leuk vindt. Dat kan dus niet als zelfstandige, ook als hij – en de opdrachtgever  – dat zou willen.

Raar voorbeeld? Niet echt. In Nieuwsuur was onlangs Daan Westerink te zien. Ze is journalist, ondernemer met jaarlijks 50 verschillende opdrachtgevers.  Een daarvan is de Hogeschool Utrecht waar ze les geeft, of gaf beter gezegd. Omdat ze daar een onderdeel van het vaste lesprogramma geeft (met ‘gezag’ en ‘geen vrije vervanging’) kan dat niet meer als zelfstandige doen, maar alleen in loondienst. (Overigens kan je als zzp’er het fiscale nadeel van zo’n klein dienstverband met de absorptieregeling prima vereffenen.) Dus – nogmaals – niet je ondernemerstatus maar de aard van de opdracht bepaald of je een opdracht wel of niet als zelfstandige kan uitvoeren.

Er zijn legio van dit soort voorbeelden. Gelukkig hebben steeds meer ondernemende zelfstandigen geleerd de afgelopen jaren een diverse klantenkring op te bouwen. Een aantal korte adviesopdrachten, wat schrijfwerk, paar coachklanten en een vaste dag in de week een MKB organisatie ondersteunen op dat kantoor.  Een echte ondernemers, en toch kan je tot de conclusie komen dat zo’n laatste opdracht niet meer kan. Een dergelijke mix is wat er bijvoorbeeld in de veel besproken media wereld momenteel spaak loopt.

Echte ondernemers geen modelovereenkomst nodig?

Wiebes wil dat ‘echte ondernemers’ helemaal niet met modelovereenkomsten werken. Maar zijn eigen regels zorgen er dus voor dat dat ondernemerschap helemaal geen rol speelt in de beoordeling wel/geen dienstverband.  In het debat zei Wiebes tegen de Kamer  “Ik constateer dat de discussie niet gaat over DBA, maar over de maatschappelijke opvatting over wat een ondernemer is. De Belastingdienst werkt niet met opvattingen of meningen, maar met de wet. (…) De Belastingdienst is hierin gewoon de uitvoerder van de wet. “

Hij probeert hier de vinger op de zere plek te leggen, het is alleen de verkeerde zere plek. De discussie gaat binnen de wet DBA niet over wie wel of geen ondernemer is, het gaat om wat wel of geen dienstverband is. Was het maar zo simpel.

Dus gaat het in de praktijk om die vermaledijde termen als ‘gezag’ en ‘vrije vervanging’ – die juist bij de white-collar interim professionals zo lastig te hanteren zijn, althans als het om iets langere opdrachten gaat.

Duidelijkheid nodig

Staatssecretaris Wiebes gaf donderdagavond toe dat de impact van de Wet DBA groter is dan verwacht. Vast ook groter dan wat de Kamerleden hadden verwacht. Dat komt omdat de complexiteit en diversiteit van de zzp-markt ook veel groter is dan men zich gerealiseerd heeft.  Die laat zich niet zo gemakkelijk vatten in een overzichtelijk rijtje.

Wiebes wilde donderdagavond vooral debatteren over de voortgang van de Wet DBA. De Kamer wilde vooral debatteren over de principes van de wet en meer duidelijkheid hoe nu termen als gezag en persoonlijke arbeid te hanteren of wat nu de rol van de status van ondernemer is. Immers dat levert de onduidelijkheid op, niet of er nu 300 of 800 goedgekeurde modelovereenkomsten zijn. Met zo veel overeenkomsten schiet niemand wat op, maar dat terzijde.

Dat langs elkaar heen praten leverde niet de door de markt zo gewenste duidelijkheid. Het onzorgvuldig gebruiken van de term ondernemerschap maakt de onduidelijkheid alleen maar groter.

Met moties probeerden Kamerleden die duidelijkheid wel te verkrijgen. Deze moties komen morgen in stemming.

Wiebes raadde de ingediende moties om meer duidelijkheid te geven over wat nu ‘persoonlijke arbeid’ is af. ‘Dan halen we 100 jaar arbeidsrecht overhoop’.

Steven van Weyenberg (D66) diende een motie in waarin staat “dat echte ondernemers geen belemmering mogen ervaren om te ondernemen verzoekt de regering, te verkennen hoe echte ondernemers via een toets op ondernemerschap zekerheid vooraf kunnen krijgen zonder het gebruik van modelovereenkomsten, en de Kamer hierover voor het kerstreces te informeren”.

Woorden die aansluiten bij wat Wiebes zei over ondernemerschap. Toch raadt hij ook deze motie ten stelligste af. Nee, ondernemerschap kan geen criterium zijn om zonder modelovereenkomst te kunnen werken. Ik concludeer dan maar dat Wiebes zijn eigen wet dus toch wel begrepen heeft. Ondernemerschap een rol geven is een fundamentele koerswijziging. Zijn woorden ‘echte ondernemers’ zijn allen wel tamelijk loos en vooral verwarrend, zo niet feitelijk onjuist.

En meer duidelijkheid dan wat er nu is, gaan we dus niet krijgen. Tenzij de PvdA of VVD het de echte, vrijwillige ondernemer toch een stukje makkelijk wil maken en met Van Weyenberg en de rest van de oppositie mee stemt.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags | 21s Reacties