Hugo-Jan Ruts 12 april 2026 Eén reactie Print Veel steun voor wetgeving zzp met laag tarief. Maar niet onder zzp’ers over wie het gaat.De Tweede Kamer behandelt aankomende week al het wetsvoorstel Rechtsvermoeden bij laag tarief. Daar lijkt veel steun voor. Ook onder zzp’ers. Alleen… die steun is een stuk kleiner onder de groep waar het over gaat. Veel steun bij zzp’ers voor wetsvoorstel bescherming bij laag tarief. Maar die steun is een stuk kleiner onder de groep waar het over gaat. Woensdag behandelt de Tweede Kamer de Wet Rechtsvermoeden bij laag tarief. Een opvallend gegeven: de wet geniet brede steun onder zzp’ers — maar juist onder de groep voor wie hij bedoeld is, is het enthousiasme het kleinst. Wat houdt het wetsvoorstel in? Zelfstandigen met een uurtarief onder de 38 à 39 euro kunnen straks eenvoudig bij de rechter claimen dat zij werknemer zijn en daarmee recht hebben op werknemersbescherming. Denk aan ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte en pensioenopbouw. Is de opdrachtgever het er niet mee eens, dan moet hij bewijzen dat er toch sprake is van zelfstandig ondernemerschap — de bewijslast wordt omgedraaid. Dat is de kern van een wetsvoorstel dat minister Aartsen in rap tempo door de Tweede en Eerste Kamer wil krijgen. Belangrijk: het rechtsvermoeden is een facultatief instrument. De werkende mag er gebruik van maken, maar dat hoeft niet. Het drempeltarief is geen minimumtarief. Ook is het nadrukkelijk geen verbod om onder dat tarief te werken. Alleen de werkenden zelf — niet de Belastingdienst of de Arbeidsinspectie — kunnen er een beroep op doen. De tariefgrens is afgeleid van het minimumloon en stijgt automatisch mee als het minimumloon omhooggaat. Breed draagvlak — maar niet bij de doelgroep Uit het grootschalige ZZPKiest-verkiezingsonderzoek van ZiPconomy (2025) blijkt iets opvallends. De steun onder zzp’ers voor dit voorstel is vrij groot. Maar die steun neemt flink af naarmate het inkomen daalt. Oftewel: zzp’ers met hogere tarieven steunen het voorstel. Maar juist de groep voor wie de wet is bedoeld — de laagverdieners — zit er minder op te wachten. Zzp’ers met een jaarinkomen van boven de 80 duizend euro is 69% het eens met de wet; onder zzp’ers met een inkomen van onder de 40 duizend euro is 44% voor. Dat is wel meer dan het percentage dat het ‘oneens’ is (28%), maar toch een belangrijk verschil. Mogelijk zijn zij bang dat opdrachtgevers zzp’ers met lage tarieven niet meer inhuren, omdat zij het juridische en financiële risico te groot vinden. Ook onder zzp’ers met een laag inkomen en tarief wil het merendeel graag zzp’er blijven. Politieke verdeeldheid In de politiek hebben zowel links als rechts bezwaren. GroenLinks-PvdA vreest dat de wet een papieren tijger wordt zonder publiekrechtelijke handhaving — de Belastingdienst en Arbeidsinspectie kunnen er immers niets mee. Partijen als JA21 en BBB worstelen met het feit dat de wet een inbreuk op de markt kan betekenen, ook al is het formeel geen minimumtarief. Ook bij zzp’ers is deze verdeeldheid te zien, zoals blijkt uit de onderstaande tabel. JA21 stemmers onder zzp’ers zijn in meerderheid wel voor het voorstel, maar de meerderheid is minder groot dan bij de drie coalitiepartijen en GroenLinks/PvdA. Onder PVV stemmers zijn is de tegenstand voor dit voorstel het grootst. Minister Aartsen hoopt de wet nog dit jaar door de Kamer te loodsen, zodat deze begin 2027 in werking kan treden. Meer over dit wetsvoorstel: Meer informatie over de inhoud van die wet dit artikel. In dit artikel meer over de omvang en beroepsgroepen die werken onder de 40 euro. Hoe het Rechtsvermoeden werkt bij stuksprijs, lees je hier Kritische kanttekeningen bij zowel de aanleiding als het verwachte effect, in deze analyse door Joost van Ladesteijn Uitleg over de berekening van het uurtarief: rechtsvermoeden Print Over de auteur Over Hugo-Jan Ruts Hugo-Jan Ruts is de oprichter van ZiPconomy. Hij is de algemeen directeur/uitgever van ZiPmedia en politiek verslaggever voor ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts
column - Waarom het rechtsvermoeden de economische prikkel achter schijnzelfstandigheid niet wegneemt