De meeste zelfstandigen worden helemaal niet ingehuurd. En ze zijn ook al geen flexwerker.

Wie van alle zelfstandigen wordt er nu ‘ingehuurd’? En wie kun je nu wel en niet onder het kopje ‘flexwerker’ scharen?  Hugo-Jan Ruts zet het op een rij. Die groep is namelijk aanzienlijk kleiner dan – vaak  onbewust – wordt gesuggereerd.

Welke zelfstandigen worden door organisaties ingehuurd? En welke niet? Welke groepen vallen er – met een beetje creativiteit – onder de termen ‘flexibele arbeid’ te plaatsen? Een schema hierover, met begeleidende tekst, publiceerde ik twee jaar geleden al eens.

Er zijn twee aanleidingen om de cijfers uit in dat schema te actualiseren en nog een keer onder de aandacht te brengen.

  1. Op 4 november buigen zich “vier vooraanstaande hoogleraren en vier gerenommeerde theatermakers” (eigenlijk zijn het er drie) over de vraag: Flexwerken; welvaartsbrenger of sociale armoe? En in de inleiding worden alle zelfstandigen voor het gemak onder die groep ‘flexwerkers’ geschaard.
  2. Staatssecretaris Menno Snel van Financiën maakte vorige week maandag in het Wet DBD overleg met het werkveld een foutje. In reactie op een vraag of de vervanger voor de Wet DBA voor alle zelfstandigen geldt stelde hij dat ‘de meeste zelfstandigen ingehuurd worden door organisaties’.

Kan gebeuren, bewindslieden kunnen ook niet alle details weten. Maar in het kader van de beeldvorming rond die groep zelfstandigen is het toch goed om even uit elkaar te halen wie nu wie is. Wie wordt er nu ‘ingehuurd’? En wie kun je nu wel en niet onder het kopje ‘flexwerker’ scharen?  Die groep is namelijk aanzienlijk kleiner dan – vaak  onbewust – wordt gesuggereerd.

Twee angsten

Ook in het kader van de vervanging van de Wet DBA is dat relevant. Het wordt steeds explicieter wat nu het doel is van de Wet DBA, en zijn opvolger. Onder Wiebes werd dat nooit echt duidelijk gemaakt. Maar het gaat dus ten eerste om bescherming aan de onderkant van de arbeidsmarkt, leren we nu. Dat gaat dus om die groep die geen onderhandelingsmacht heeft op het moment dat opdrachtgevers hen ‘inhuren’. (En dan is het natuurlijk wel handig om te weten welke zelfstandigen daadwerkelijk ‘ingehuurd’ worden).

Ten tweede hebben veel beleidsmakers de angst dat er een steeds grotere groep zelfstandigen is die geen onderdeel uitmaakt van ons collectief sociaal stelsel maar wél gebruik maakt van fiscale voordelen als de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling.

Soorten en maten zelfstandigen

Gelukkig maakt minister Koolmees vorige week maandag expliciet duidelijk dat het bij de Wet DBA en bij de vervanger daarvan ‘primair’ gaat om het wel of niet moeten inhouden van de ‘loonheffing’. Dat moeten werkgevers bij werknemers doen. Of iemand nu wel of niet een werknemer is en of je dus wel of niet loonheffing moet inhouden, hangt af van een mix van fiscale en arbeidsrechtelijke criteria (om het maar even simpel te houden).

De Wet DBA-discussie draait dus om die groep zelfstandigen die ingehuurd wordt door organisaties. Het gaat dus in elk geval níet om zzp’ers die diensten verlenen aan particulieren (= ongeveer 17% van alle zelfstandigen: van de huisschilder tot de personal coach, van de glazenwasser tot sommige zorgverleners). Het gaat ook níet om zzp’ers die producten verkopen (=15%, zelfstandige winkeliers, webwinkels etc.).  En – veelal – ook niet om zelfstandigen mét personeel (=25%, veel klein MKB, inclusief boerenbedrijven, winkeliers met personeel. DGA’s zitten niet in de zelfstandigen statistieken). Bij elkaar opgeteld heb je het dan dus wel over een meerderheid van alle zelfstandigen die helemaal niet door organisaties ‘ingehuurd’ wordt.

Welke groep blijft dan over?

Welke groep houden we dan over? De groep zelfstandigen zonder personeel die zijn of haar diensten aanbiedt aan organisaties. Dat gebeurt nog steeds veel op ‘uurtje-factuurtje’ basis, maar dat kan natuurlijk ook anders. Maar hoe dan ook: ze worden dus ingehuurd.

Deze groep is weer onder te verdelen in twee grote groepen:

  1. De groep die voor (heel) veel verschillende opdrachtgevers werkt en dus veel korte opdrachten doet (van een uurtje tot hooguit paar weken). Ze werken meestal niet op de locatie van de opdrachtgever. Denk aan freelance journalisten, advocaten, accountants, de kunstensector. Het gaat waarschijnlijk om zo’n 15% van alle zelfstandigen.
  2. De groep die het vooral moet hebben van langdurige opdrachten (van een paar weken tot meer dan een jaar) en die dus ook maar een paar opdrachtgevers per jaar heeft (of nog minder). Ze werken meestal wel (grotendeels) op de locatie van de opdrachtgever. Waarschijnlijk gaat het hierbij om zo’n 25% van álle zelfstandigen. Denk aan zelfstandige interim professionals (interim managers, interim IT/HR/FIN/enzovoort), maar ook zzp’ers in de bouw, vervoer, schoonmaak of zorg die langdurig voor één opdrachtgever werken.

Ik zeg ‘waarschijnlijk’, omdat exacte cijfers hierover ontbreken. Het CBS maakt wel een onderscheid tussen zelfstandigen mét personeel en zonder. En tussen zzp’ers ‘diensten’ en ‘producten’. Maar dan weer niet tussen werken voor particulieren of voor bedrijven.

Die uitsplitsing staat dan weer wel in de grote Zelfstandige Enquête Arbeid 2016 (ZEA). Daarin wordt gevraagd of de zelfstandige ‘in hoofdzaak voor particulieren of bedrijven’ werkt en ‘hoeveel opdrachtgevers’ hij of zij heeft.

Als je die uitsplitsing van de ZEA mixt met actuele CBS-cijfers kom je op deze inschatting:

Over welke groepen gaat de Wet DBA nu wel en niet?

Terug naar de Wet DBA. Volgens minister Koolmees gaat het daarbij dus ‘primair’ om de discussie of er wel of geen loonheffing ingehouden moet worden.

Laten we daarvoor even kijken naar de verschillende groepen. Te beginnen bij groep 6 uit het schema. Je kunt je er iets bij voorstellen dat bij de opdrachten van dit type zelfstandige (die dus wat langer bij één opdrachtgevers een opdracht doet) een beoordeling gemaakt moet worden of er nu wel of geen arbeidsrelatie is (in eerst instantie trouwens door de opdrachtgever). Dit is het domein van de Wet DBA, en de vervanger daarvan dus. Waarbij zal blijken dat – alles overwegende – die beoordeling dus vaak prima te maken is.

Bij het type opdracht uit groep 5, de korte opdrachten, is het waarschijnlijk wat lastiger. Vanuit een fiscale beoordeling van de zelfstandige (= veel verschillende opdrachtgevers) denk je al snel aan een ‘evidente ondernemer’ (wat dat precies is doet voor de beoordeling arbeidsrelatie niet ter zake). Maar het kan ook zo zijn dat er – ook voor een heel korte opdracht – enige twijfel over de gezagsrelatie is. Het bracht professor Evert Verhulp ooit ertoe om te stellen dat ‘de helft van alle zelfstandigen werknemer is’. Of aanpassing van het arbeidsrecht deze groep meer duidelijkheid biedt, is de vraag. Vandaar de suggestie om voor echt korte opdrachten ook een opt-out variant te maken.

Wordt onderkant zzp- markt beschermd met Wet DBA?

De doelstellingen van de Wet DBA zijn – zoals nu duidelijk is – bescherming van de onderkant van de zzp-markt en inperking van de ‘uitgaven’ aan zelfstandigenaftrek en MKB-vrijstelling. Worden die doelstellingen nu met de Wet DBA en deze indeling gehaald?

Hoeveel zelfstandigen een tarief hanteren van onder de 15 tot 18 euro per uur weet niemand. Hoeveel opdrachtgevers zelfstandigen inhuren tegen zo’n tarief, weet ook niemand. Hier heeft het kabinet onderzoek naar laten doen, een onderzoek dat tegelijk uitkomt met de hoofdlijnenbrief over de vervanging van de Wet DBA. Ik vrees dat in dat onderzoek niet het onderscheid wordt gemaakt naar deze groepen.

Een flinke groep zelfstandigen heeft een inkomen dat duidelijk lager is dan dat van de gemiddelde werknemer (een andere flinke groep verdient juist gemiddeld (veel) meer). De CBS-cijfers daarover zijn niet gerelateerd aan het aantal gewerkte uren en al helemaal niet aan het aantal gedeclareerde uren. Het ministerie van SZW wil eigenlijk nog een zuivere vergelijking maken tussen de arbeidskosten van een werknemer en dat deel van het zzp-tarief dat te maken heeft met ‘arbeid’,  dus minus bedrijfskosten als afschrijving. Ik wens ze veel succes.

Het is koffiedik kijken, maar ik vermoed dat het grootste deel van de zelfstandigen met lage inkomens juist zit in de groep ‘producten’ (webwinkeltjes, de kleine winkeliers)  en particulieren (schoonmaak, oppas, kunstenaars). Dus niet in de groepen die onder de Wet DBA vallen. In de schoonmaak en vervoer zullen er inderdaad wel wat bedrijven blijken die zzp’ers inhuren – ook over langere tijd – onder dat tarief.

Door (nieuwe) Wet DBA minder zelfstandigenaftrek?

Bron: IBO ZZP rapport (2015)

Dan de fiscale argumenten. De uitgaven aan zelfstandigenaftrek. En vooral de MKB-winstvrijstelling, want juist die ‘post’ is de afgelopen 15 jaar gestegen, zo laat het plaatje hier rechts uit het IBO-ZZP rapport zien.

Datzelfde rapport toont overigens ook aan dat hooguit de helft van alle zzp’ers gebruik maakt van deze fiscale voorzieningen. Dat wordt nog wel eens vergeten. Als je dus minder kwijt wil aan deze aftrekposten, dan moet je wel weten wie ze wel en niet krijgen.

De helft van de zzp’ers heeft dus géén aftrek. Ze maken te weinig uren, hebben een te laag inkomen (betalen dus sowieso al geen belasting) of hebben een BV. (De aanpak van de BV-constructie van Uniforce heeft in die zin ook weinig nut, deze mensen krijgen de fiscale zzp-voorzieningen namelijk toch al niet.)

Zelfstandigen mét personeel krijgen dan weer wel de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling, iets wat de bewindslieden zich vorige week niet realiseerden (tenzij ze een BV hebben, een maatschap mag dat weer wel). Net als een deel van de grote groep vrij gevestigde professionals (denk aan advocaten, artsen). Groepen die dus buiten de reikwijdte van de Wet DBA vallen.

De helft van de zzp’ers heeft dus helemaal geen fiscale voordelen. En een flinke groep van de zelfstandigen die wel die voordelen krijgt, valt niet onder de Wet DBA. Met andere woorden: voor deze doelstelling is de Wet DBA niet het meest geëigende instrument.

Flexwerkers of niet?

Dan nog even over de vraag of zelfstandigen nu flexwerkers zijn of niet.

Toen ik de bakker hier op de hoek vroeg of hij tevreden is met zijn status als flexwerker keek hij mij glazig aan. Ik denk dat dat ook zou gelden voor mijn boekhouder, mijn accountant, mijn webbouwer, fysiotherapeut, huisarts, mijn logomaker, glazenwasser, de boer verderop in de polder. Het zijn wel allemaal zelfstandigen. Vaak zonder personeel.

In de discussie over flexwerkers, die zeker relevant is, gaat het in de regel over zaken als de arbeidsrechtelijke verschillen tussen een werknemer en een zelfstandige die (ongeveer) hetzelfde werk doet. Over de fiscale verschillen tussen die twee. Over eventuele verdringing, oneigenlijke concurrentie. Schijnzelfstandigheid. Allemaal prima en relevant. Maar in deze context gaat het dus om zelfstandigen als een substitutie van werknemers. Dan kun je misschien praten over zelfstandige professionals als ‘flexwerkers’ (maar laat het hen niet horen, want ze vinden het meestal een vreselijke term). Die groep 6 dus, en wellicht groep 5. Een beperkte groep, met andere woorden.

Tot slot

Dit hele relaas gaat minimaal op één vlak mis. Zelfstandigen laten zich nu eenmaal niet zo eenvoudig in een hokje stoppen. Ja, er zijn zzp-schilders die huizen schilderen voor particulieren (groep 3) en zich soms een paar maanden laten inhuren door een aannemer (groep 6). Zo is er ook de boekhouder die voor veel kleine bedrijven werkt (groep 5), maar ook ergens ‘invalt’ bij een zwangerschapsverlof (groep 6). En er is de journalist die veel losse opdrachten doet, maar ook een dag in de week als freelancer op de redactie van een krant werkt. Je zult er maar beleid voor moeten maken…

Tijdens de Webinar Week van Werf& en ZiPconomy gaan onder andere Hendarin Mouselli (namens TCP) en experts van Brainnet op 25 september dieper in op de politieke actualiteiten en juridische aspecten rond het dossier ‘zzp & inhuur’.  Zie hier voor meer informatie 

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

5 reacties op dit bericht

  1. Ik sluit bij Jos aan!

    Zonde dat we op dit gebied nog niet beter naar elkaar luisterden en alle kwaliteiten van betrokkenen inzetten. De punten, die jij noemt, die nu pas duidelijk worden, waren al jaren helder, in elk geval tussen de regels als je goed luisterde en las 🙂
    Dat is waarom wij als IIIde kamer ook onze denktank inzetten om mee te denken en een nieuwe denkrichting introduceerden, omdat het een beetje appels en peren verhaal bleef waar niet werd uitgekomen. Het vroeg duidelijk om een oplossing op overstijgend niveau. Fijn dat dat nu duidelijk is bij alle betrokken, zodat vanuit dit nieuwe perspectief kan worden verder gepraat, nagedacht en gehandeld.

    Troost trouwens, dit is gewoon het groeiproces waar elk domein in zit op dit moment, dus laten we vooral de blik op de toekomst houden!

    Wellicht wel handig dat we de betrokken partijen uitbreiden met mensen die ook dit soort fiscale, boekhoudkundige en beleidszaken in hun uitwerking kennen en overzien in groter verband tot elkaar.
    Tevens goed om een ander proces qua aanvliegen van dit soort vraagstukken te gaan toepassen waarin we gebruik maken van de collectieve wijsheid, zodat we gedegen en sneller tot de kern komen. Waarin we de groep betrokkenen weer beperken tot een kerngroep, die iedereen vertegenwoordigt en kan handelen in een groter belang dan hun eigen belang, de kwaliteiten heeft om in zo’n proces sociaal vaardig mee te doen en elkaar ruimte te gunnen voor inbreng van ieders talent en waarin wetenschap- en praktijkkennis- en ervaring werkbaar wordt verbonden met elkaar. Die kerngroep kan dan actief schakelen met alle betrokken partijen, daar waar dat nodig is.

    Ik wens ons binnen afzienbare tijd een wet EERA, Eigentijdse en Eenvoudige Regeling Arbeidsrelaties 🙂

    Hartelijke groet,
    Marjolein

  2. In feite is dus een een deel van de zzp’ers helemaal geen zelfstandige, het deel wat enkel leeft van langdurige inhuur opdrachten. Dat zijn dus flexwerkers en vallen in feite gewoon onder de loonbelasting, of je nou een eenmanszaak of een bv gebruikt, één pot nat.
    Die groep kan bij de IB aangifte hun inkomsten opgeven bij “overige inkomsten” of hun inkomsten laten verlonen en zo vooraf loonheffing en premies betalen. Daarmee worden ze dan werknemers, flexibele werknemers.

  3. Hehe Hugo-Jan, eindelijk eens goed op een rij dat die hele discussie en zelfs een Wet alleen geldt voor een kleine groep zelfstandige professionals (geen ondernemers), die, als ze zich niet als ondernemer gedragen (met meerdere klanten) werknemers zijn. Klip en klaar. De beeldvorming gaat een eigen leven leiden met een hoop werk-, tijds- en geldverspilling van dien. Net als mensen van rond de vijftig en vijftig-plus, die nu nog zeggen dat ze te oud zijn om nog een baan te vinden….. Ook die tijd is passé, vind ik. De markt schreeuwt om allerlei soorten arbeidskrachten. Iemand die kiest voor zelfstandigheid is een ondernemer en zorgt er voor dat hij/zij meerdere klanten heeft en dat er continuïteit is qua acquisitie.

    • Helemaal eens.
      Ook in de troonrede werd weer nadrukkelijk het woord “ondernemerschap” gebruikt en niet “KvK inschrijving’.
      Om ondernemers faciliteiten te mogen gebruiken moet je ondernemer zijn.
      Wat dat precies is en hoe je dat controleert is wat lastiger, maar wat het iig geval niet is, is wanneer je enkel leeft van langdurige inhuur door dezelfde werkgever, je volledig naar die wetgever voegt, werktijden, vakanties, werkplek, enz.
      Goed dat we dat nu eindelijk helder hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *