Wet DBA en intermediairs. Hoogstraten (Belastingdienst) en Koops (ABU) over kansen en knelpunten.

De Wet DBA biedt intermediairs zowel kansen en knelpunten. Zoveel werd wel duidelijk op een ABU bijeenkomst over de wet. Een verslag met o.a. een interview met Jurriën Koops (ABU) en verhelderende uitspraken van Peter Hoogstraten van de Belastingdienst.

Het grootste deel van intermediairs van zzp’ers hanteert een modelovereenkomst Wet DBA. Voor intermediairs wordt het steeds duidelijker wat nog wel en wat er niet meer kan. Zo bleek op een drukke bijeenkomst van brancheorganisatie ABU.

Hoogstraten (Belastingdienst): Het wordt niet leuker en niet makkelijk.

Peter Hoogstraten – vakgroepcoördinator Belastingdienst en daarmee inhoudelijk verantwoordelijk voor de implementatie van de Wet DBA – was eerlijk tegen de zaal vol intermediairs: “Het wordt niet leuker en niet makkelijk. Je zal met de Wet moeten leren leven. We moeten allemaal door de wasstraat over wat nu wel en niet een dienstbetrekking is. Daarna verwacht ik een fase van gewenning.” Sommige intermediairs zullen tot de conclusie komen dat een deel van wat onder de VAR nog gedoogd werd, nu niet meer kan. Maar met een juist gebruik van de modelovereenkomsten en goede afspraken met opdrachtgevers over beheersmaatregelen blijft volgens Hoogstraten bemiddeling van zzp’ers nog heel goed mogelijk.

Hoogstraten ging in op een aantal misverstanden. Een zelfstandige inzetten voor een zwangerschapsvervanging kan volgens hem prima, tenzij de aard van de werkzaamheden en manier van aansturing hetzelfde blijft. “Kijk kritisch naar het totaalpakket aan taken. Laat een deel van de werkzaamheden door anderen overnemen”. Omschrijf duidelijk de opdracht voor de zzp’er en laat die alleen aan overleggen meedoen die nodig zijn voor de opdracht. En leg vast dat ze zzp’er de vrijheid heeft om de opdracht naar eigen inzicht uit te voeren”.

Over de ‘vrije vervanging’ – waarbij een zzp’er zich mag laten vervangen en er dus geen sprake is van een gezagsverhouding – stelde Hoogstraten dat dit een reële optie kan zijn. De intentie van vrije vervanging is volgens Hoogstraten cruciaal. “Het is niet zo dat je je moet laten vervangen. De optie dat je je kan laten vervangen moet wel reëel zijn, bijvoorbeeld door duidelijk te maken hoe je dat zou doen.”

Koops: Wet DBA is een tussenfase

Ook ABU directeur Koops stelt dat de Wet DBA een fact of life is voor de intermediairs:  “Ze moeten er mee leren omgaan”. Koops denkt wel dat de Wet DBA een tussenfase is. Hij roept de politiek op om door te gaan met de discussie de positie van de zelfstandigen in het fiscaal stelsel en in de arbeidsmarkt: “De zelfstandige is er en blijft er. De zelfstandigen moet een eigen plek in het stelsel krijgen. Dan kan je aantal zaken regelen, ook voor zelfstandigen die bescherming nodig hebben. Wat ons betreft moet de arbeidsmarkt in de verkiezingstijd met stip op één. De discussie moet gaan over meer werk, meer inclusiviteit en meer ontwikkeling.”

Naast Peter Hoogstraten en Jurriën Koops spraken ook Roos Wouters, Maarten Tanja en Archana Mahabiersing (Köster Advocaten) en Lisette van Rossum (ABU) op de bijeenkomst. Een verslag van de bijeenkomst kunt u via een serie tweets onder het videointerview met Jurriën Koops teruglezen.

Interview met Jurriën Koops

Verslag bijeenkomst in 50 tweets

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

10 reacties op dit bericht

  1. Wiebes in beantwoording Kamervragen: “Alles wat ten tijde van de VAR mocht, mag onder de Wet DBA ook. Alles wat onder de Wet DBA niet kan, kon onder de VAR ook al niet.”

    Nu spreekt de belastingdienst weer over “gedogen ten tijde van de VAR”

    Essentie is dat werken onder beperkt gezag gewoon kon ten tijde van de VAR, en nu niet meer. De woordkeus van Wiebes is dan ook een beetje demagogisch.

    Essentie (in ieder geval voor mij) is dat ik jarenlang een VAR heb gekregen waarbij het gezagscriterium slechts werd bepaald op basis van de vraag: Moet u ELKE instructie van uw opdrachtgever opvolgen”
    Antwoord daarop was heel helder en overtuigd : Nee !

    Mijns inziens is er niet gedoogd. De belastingdienst heeft de arbeidsmarkt juist zelf in een bepaalde richting geduwd. Ten gunste van de flexibele ZZP-schil in de arbeidsmarkt.

    De wijziging van beleid is een heel grote verandering. De effecten zijn voor bepaalde groepen zijn onevenredig groot ten opzichte van het voordeel voor de belastingdienst (betere handhaving). Betere handhaving had op talloze andere manieren bereikt kunnen worden.

    De wet (wetswijziging) voldoet niet aan de beginselen van behoorlijk bestuur, met name niet aan het evenredigheidsbeginsel. Het is wachten op de rechter die dit ook gaat oordelen. En het is belachelijk dat de eerste kamer dit niet heeft ingezien.

    • @Eddy, even voor de zuiverheid. Het woord ‘gedogen’ staat niet als een quote maar zijn mijn woorden.

  2. Hugo Jan,

    Zo lees ik dat nu ook inderdaad.

    Maar voor de essentie van mijn betoog maakt het niet zoveel uit. Ten tijde van de VAR was men heel soepel voor wat betreft het gezagscriterium. Zie de vraagstelling in de VAR aanvraag.

  3. @Eddy
    “De juridische kwalificatie van de arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer is dermate complex dat opdrachtgevers hun risico niet kunnen inschatten. Hiervan gaat een remmende werking uit op het inhuren van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en andere opdrachtnemers.”

    Dit komt uit de memorie van toelichting bij de invoering van de wer rechtsgevolgen van VAR. Door het wegvallen van de VAR komt dus dat probleem weer naar voren.

    Wat je ook leest is dat de meeste verwachte negatieve effecten van de VAR ook in de praktijk naar voren zijn gekomen. Zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/29677/kst-29677-3?resultIndex=27&sorttype=1&sortorder=4

    Je zou dus ook kunnen stellen dat de VAR ook niet alle gewensde resultaten heeft gehad. Het kan dus voelen als onbehoorlijk bestuur, naar dat wil nog niet zeggen dat een rechter ook oordeelt dat dat zo is. Het doel can de VAR was om duidelijkheid aan de opdrachtgever te geven, niet om de arbeidsrelatie juridisch te classificeren.

  4. @Paul,

    Ik bedoel niet dat het onbehoorlijk bestuur is dat de VAR wordt vervangen door een ander systeem, maar wel dat binnen dat andere systeem de gezagsverhouding opeens veel strenger wordt beoordeeld. Daarbij komt ook nog dat het doel van de Wet DBA (zie memorie van toelichting) enkel gericht was op het aspect handhavingsmogelijkheden. Daarbij hoeft de wijze van beoordeling van het ondernemerschap niet gewijzigd te worden.

    Ondernemers die eerlijk hun VAR invulden en er na leefden worden nu onevenredig de dupe van de wijze van beoordeling.

    Wat betreft de doel van de Wet DBA, efficiëntere handhaving en handhaving bij opdrachtgever, is het van belang te zien er ook ten tijde van de VAR gehandhaafd kon worden. Door de regels van alle stukken rondom de Wet DBA heen proef je dat handhaving bij de opdrachtnemer als ongewenst is beschouwd. Omdat men de opdrachtnemer (die de vragen in de VAR aanvraag niet naar werkelijkheid beantwoordde) als slachtoffer is gaan zien, terwijl hij/zij juiste (mede-)dader is.

  5. Artikel 2.4 (in huidige algemene modelovereenkomst)
    Opdrachtnemer is bij het uitvoeren van de overeengekomen werkzaamheden geheel zelfstandig. Hij/zij verricht de overeengekomen werkzaamheden naar eigen inzicht en zonder toezicht of leiding van Opdrachtgever. Opdrachtgever kan wel aanwijzingen en instructies geven omtrent het resultaat van de opdracht.

    Artikel 2.4 (zoals die zou moeten zijn / zoals die ook goedgekeurd zou moeten worden)
    Opdrachtnemer kan onder zekere leiding of zeker toezicht van opdrachtgever werken, maar is nadrukkelijk niet verplicht gehoor te geven aan elke aanwijzing of instructie van opdrachtgever. Opdrachtgever kan in ieder geval wel aanwijzingen en instructies geven omtrent het resultaat van de opdracht.

  6. @Eddy
    Jouw bepaling zou kunnen werken, maar dat kan niet vooraf vastgesteld worden.in de praktijk kunnen immers instructies gegeven worden die niets met de opdracht te maken hebben.

    De essentie van dit artikel 2.4 is dat er wel iets gezegd mag worden over het doel, maar niet de weg er naar toe. Dat is nu het essentiele verschil met een werknemer.

    • @Paul

      Wat een onzin zeg. Ben nu Zzp’er. Als ik in dienst zou gaan zou ik nog precies hetzelfde doen als nu namelijk; zoveel mogelijk zelf bepalen HOE ik naar het doel toe werk. Ik zou zelfs meehelpen om het doel te bepalen.

      Je snapt het verschil niet tussen vakmensen die vaak heel goed weten HOE zet het doel moeten bereiken, zelfs nadenken of DAT doel wel het juiste doel is, en de mindere goden die dat minder goed in de vingers hebben en coaching nodig hebben.

      Je hebt werknemers van beide groepen (echte vakmensen en de mindere goden). ZZP’ers zijn vaak (niet altijd natuurlijk) echte vakmensen.

      Instructies opvolgen over HOE heeft meer te maken met capaciteit en niet over of je een echte onderner bent of niet.

      • Juistem Murat,

        Heel veel professionals in loondienst vallen ook niet onder gezag en bepalen zelf het hoe. Zullen we voortaan elke professional in loondienst een zelfstandige maken?

  7. @Paul

    Essentie is dat mijn bepaling ten tijde van de VAR juist wel had gewerkt. Ik adviseer iedereen om een modelovereenkomst met mijn bepaling te laten beoordelen. De (waarschijnlijke) afwijzing ervan heeft dan een persoonlijk rechtsgevolg. En de afwijzing kan in de toekomst nog van waarde zijn.

    Ten tijde van de VAR was de vraag in de aanvraag: Moet u ELKE instructie van uw opdrachtgever opvolgen?”
    Er hoefde dus maar één (vorm van) of enkele (vormen van) instructie uitgesloten te worden om gewoon volgens de VAR te werken.

    Nu, ten tijde van de wet DBA en in het kader van gezag/toezicht/leiding is bovenstaande niet meer voldoende.

    Het effect is dat dit verschil van beoordelen voor een grote groep ZP-ers een grote impact heeft. Vooral voor die ZP-ers die hun diensten aanbieden aan bedrijven die tijdelijk extra capaciteit hebben. ZP-ers konden gewoon meedoen in projectteams; op het kantoor van de opdrachtgever. En dit kon , met de VAR in de hand, voor wel15 jaar lang. Nu kan dit niet meer.

    Nogmaals, het afschaffen van de VAR had als doel om de mogelijkheden en de efficiëntie van de handhaving van de BD te verbeteren. Niet om (na 15 jaar) de beoordeling van de relatie ten aanzien van gezag/toezicht/leiding radicaal te veranderen.

    Hierin zit dus de demagogie van Wiebes in de manier hoe hij het uitlegt.
    Maar belangrijker nog hieruit volgt de onbehoorlijkhied van bestuur; met name en zeker tot uiting komend in het evenredigheidsbeginsel. Het voordeel van de BD (handhaving) staat niet in verhouding tot het effect/nadeel van de ZP-er die nu belemmerd worden in het werken onder een zekere leiding of zeker toezicht.

    Ter info.
    Evenredigheidsbeginsel; het te dienen belang en het nadeel daarvan
    Ingevolge het evenredigheidsbeginsel dient de overheid de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af te wegen. De nadelige gevolgen van een besluit mogen voor één of meer belanghebbenden niet onevenredig zijn in de verhouding met de tot het besluit te dienen doelen. Indien één of meer belanghebbenden wel onevenredig nadeel ondervinden van het besluit, dan dient dit door middel van nadeelcompensatie gecompenseerd te worden.