Rood licht voor zzp’ers in cao.

Linde Gonggrijp (FNV Zelfstandigen) over waarom het een denkfout is om via CAO’s afspraken te maken over ZZP-tarieven.

10802304_sWaarom een minimumtarief in een cao niet kan

De Nederlandse arbeidsmarkt functioneert niet optimaal. Onze economie hapert al jaren en als er één groep is die daar de wrange vruchten van plukt, dan zijn dit de zelfstandig ondernemers.

Begrijpelijke reflex

FNV Zelfstandigen kent als geen ander de verhalen van zzp’ers die hun tarief zien kelderen of zelfs langdurig zonder opdracht zitten. Sommigen, ook binnen FNV Zelfstandigen, denken de tariefdaling een halt toe te roepen door minimum tarieven in cao’s af te spreken. Simpel toch? We willen niet dat de tarieven verder dalen, dus moet er in de cao een minimumtarief komen. Het is een begrijpelijke, maar zeer onwenselijke reflex. En ook niet nodig.

Argumenten tegen minimumtarieven

De werkelijkheid is oneindig genuanceerder dan de verhalen van zzp’ers die moeite hebben om het hoofd boven water te houden.

Tegenover deze verhalen staan evenzoveel verhalen van ondernemers die het goed doen. Zelfstandigen met lef, die creatief en innovatief zijn, samenwerken en de niches in de markt weten te vinden. Deze bewuste zzp’ers, zijn de echte ondernemers, de voorhoede van de nieuwe arbeidsmarkt. Zij horen niet thuis onder de vleugels van een cao. Dat willen ze niet, omdat het hen belemmert in het drijven van hun onderneming.

Feit is dat een minimum tarief al snel de norm zal worden. Het water zal altijd stromen naar het laagste punt. Daarmee wordt de druk op de onderkant juist groter. Ook de groep die net boven dat minimumtarief zit komt extra in de verdrukking. Een groep die al flink onderdruk staat.

Stel dat het minimum tarief op € 30,- wordt gezet, dan zal de zzp’er die nu nog € 35,- of € 40,- per uur kan rekenen, zijn tarief zien dalen naar € 30,-. Met een minimumtarief marginaliseren de gebruikelijke onderhandelingen tussen opdrachtnemer en opdrachtgever. Er kan dan geen rekening gehouden worden met branche, expertise en ervaring. Een ander argument is dat het mededingingsrechtelijk onmogelijk is om minimumtarieven in cao’s af te spreken.

De denkfout

De grote denkfout die wordt gemaakt door voorstanders van minimumtarieven in cao’s is, dat zij ervan uitgaan dat iedereen die belastingaangifte doet op basis van Winst uit Onderneming, ook een ondernemer is. Maar dat hoeft helemaal niet het geval te zijn. Als iemand alle aanwijzingen van de opdrachtgever moet opvolgen, zelf niet zijn tarief en andere voorwaarden vaststelt, langdurig voor dezelfde opdrachtgever werkt en zich naar buiten toe niet presenteert als eigen bedrijf en geen acquisitie pleegt, dan is er sprake van een fictief dienstverband. Deze groep hoort in ieder geval al onder een cao te vallen. Niet op basis van een minimumtarief, maar omdat het werknemers zijn. Daar zijn geen extra regels voor nodig en zeker geen afspraken over een minimumtarief.

De oplossing

Het ene doel dat we willen bereiken is het voorkomen van oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden, omdat sommige bedrijven cao’s ontduiken. Het andere doel is om bewust ondernemerschap te stimuleren. Deze groep moet zoveel mogelijk ondernemersvrijheid behouden met zo min mogelijk regels en administratieve lasten.

Dit doel kan eenvoudig bereikt worden door het bruto uurtarief van de zzp’er te vergelijken met het bruto uurloon dat een werknemer met vergelijkbare functie en ervaring zou verdienen. Omdat een zelfstandig ondernemer alles zelf moet regelen, zaken die bij werknemers door hun werkgevers worden geregeld, is het nodig om een opslag te doen bovenop het cao-uurloon. Denk aan opleiding, aanschaf gereedschap en andere bedrijfsmiddelen, ontslagbescherming, reserveringen voor ziekte, oudedag en vakantie et cetera. De hoogte van deze opslag is afhankelijk van de branche, maar een opslag van 30-75% lijkt alleszins redelijk. In de cao zou een bepaling moeten komen waarin staat dat aan een werknemer in de zin van de cao wordt gelijkgesteld. Een ieder die minder verdient, dan het gebruikelijke cao-loon vermeerderd met een opslag van XX%.

Deze pseudo-zelfstandige kan zich rechtsgeldig beroepen op het feit dat hij werknemer is in de zin van de cao, omdat hij minder verdient dan het gebruikelijke cao-loon plus de opslag. De eventuele vrijwaring die de opdrachtgever/werkgever vanuit een VAR heeft gekregen, doet hier niets aan af.

Op deze manier slaat men twee vliegen in één klap: Verdere tariefdaling, ontduiking van cao’s en schijnzelfstandigheid wordt voorkomen, terwijl bewuste ondernemers niet tegen hun zin in onder een cao komen te vallen.

De boer op

Met dit idee is FNV Zelfstandigen in gesprek met allerlei personen en organisaties binnen en buiten de FNV. Wij blijven op het standpunt dat minimumtarieven voor zelfstandigen in cao’s uit den boze zijn en hebben een veel beter alternatief. De inzet van onze lobby is dus geen zzp-bepalingen in cao’s, maar wel het gericht voorkomen en uitbannen van schijnzelfstandigheid. Schijnzelfstanigen komen daardoor onder het contract te vallen waar zij thuis horen, namelijk de arbeidsovereenkomst.

Een schijnzelfstandige is iemand die niet kan onderhandelen over zijn tarief, dat vaak lager is dan het vergelijkbaar cao-loon. Een schijnzelfstandige kan niet kiezen voor wie hij werkt en hoe hij werkt. Hij voert soms niet eens een eigen administratie, heeft geen bedrijfsnaam, maakt geen reclame en heeft geen geld over om verzekeringen te betalen of buffers aan te leggen voor vakantie, ziekte en pensioen. Deze groep kun je echt geen zelfstandig ondernemer noemen.

We moeten ervoor zorgen dat deze probleemgroep schijnzelfstandigen die feitelijk werknemers zijn, onder een cao komt te vallen. De gevolgen hiervan zijn voor rekening van de bedrijven die op deze manier werken. Je mag de schijnzelfstandige niet straffen omdat hij of zij hard werkt om helemaal op eigen kracht het hoofd financieel boven water te houden en geen beroep doet op overheidsgeld.

Linde Gonggrijp was tussen mei 2008 en maart 2014 directeur van FNV Zelfstandigen. In die functie gaf ze leiding aan deze organisatie die de belangen behartigt van ruim 14.000 zzp’ers in de sectoren Diensten, Groen, Handel, ICT, Industrie, Vervoer en Zorg en was ze lid van de SER. Bekijk alle berichten van Linde Gonggrijp

Eén reactie op dit bericht