Rechter beoordeelt ingehuurde contrabassist als werknemer: ‘Tijd voor handhaving’

Een contrabassist die werkte als schijnzelfstandige voor Het Balletorkest heeft haar gelijk gehaald bij de rechter: zij had een arbeidscontract moeten krijgen. Toch verwacht de Kunstenbond niet dat schijnzelfstandigen nu massaal naar de rechter stappen. ‘Een rechtszaak is een enorme stap waar je weinig zekerheid voor terugkrijgt.’

Een werknemer in loondienst ontslaan, inhuren als zzp’er en vervolgens op dezelfde manier blijven samenwerken: dat mag niet. Toch komen dit soort situaties nog heel vaak voor binnen de kunstensector, vertelt Peter van den Bunder van de Kunstenbond. “Er wordt heel weinig geprocedeerd.”

Een contrabassist van Het Balletorkest stapte wel naar de rechter. Zij werd jaren geleden aangenomen in loondienst, maar door bezuinigingen in de culturele sector werd haar contract in 2013 omgezet in een zzp-overeenkomst. Onterecht, vond zij. Zeker toen ze na een meningsverschil in 2018 te horen kreeg dat ze niet meer zou worden ingehuurd.

Vaste dienst

De contrabassist vroeg de rechtbank te verklaren dat zij sinds 2017 werkte voor Het Balletorkest op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. En dat heeft de rechter gedaan. Volgens de rechtbank Amsterdam had de muzikant niet de vrijheid en flexibiliteit had om haar werk zelf in te delen.

Ze moest zich houden aan nauwkeurige voorschriften en aanwijzingen, zoals de vaste tijdstippen voor repetities, optredens en concerten, kledingvoorschriften en de stoelenindeling binnen de groep contrabassisten. De manier waarop zij moest musiceren werd bepaald door de dirigent. En ze kreeg een vast loon volgens de cao.

Dit alles duidt volgens de rechter niet op zelfstandig ondernemerschap, maar een dienstverband. Het vonnis: Het Balletorkest moet de contrabassist een contract geven. Hoe die overeenkomst eruit moet zien, daarover zijn het orkest en de advocaat van de muzikant nog in gesprek.

Niet de eerste keer

“Het is een duidelijke uitspraak: de hele manier van samenwerken wijst op een dienstverband”, zegt Van den Bunder namens de Kunstenbond. “Het is goed dat er nu een oordeel ligt, dit schept duidelijkheid. Dat kunnen wij gebruiken in gesprekken met werkgevers.”

Het is niet de eerste keer dat de rechter een oordeelt velt over zzp’ers in de kunstensector. In 2015 besloot het Hof in Den Haag al dat gastspelers in een orkest schijnzelfstandigen zijn. Toch wordt er maar weinig geprocedeerd als je ziet hoeveel schijnzelfstandige muzikanten er zijn, zegt Van den Bunder. Volgens hem durven zij dat niet.

Musici zijn kwetsbaar

“Je bent als schijnzelfstandige namelijk erg kwetsbaar. Als jij gaat procederen, leg je jezelf indirect een beroepsverbod op. Wie wil jou nog inhuren na zo’n zaak? Een rechtszaak is een enorme stap waar je weinig zekerheid voor terugkrijgt.”

Wat is dan wel de oplossing? “Procedures scheppen duidelijkheid, maar wat we echt nodig hebben is handhaving van de regels”, zegt Van den Bunder.Veel partijen maken misbruik van het uitstel van de wet DBA.”

Tijd voor handhaving

Aan het eind van het vorig kabinet kwam een handhavingsmoratorium van de Wet DBA. Per 1 oktober 2019 wordt die weer wat strenger gehandhaafd. Maar vooralsnog krijgen bedrijven, als de Belastingdienst of Arbeidsinspectie constateert dat  zzp’ers op een onjuiste manier ingehuurd worden, niet meer dan een ‘gele kaart’. Ze hebben dan 3 maanden om aanpassingen te doen.

Van den Bunder: “Natuurlijk is het onderscheid tussen zzp’ers en werknemers vaak genuanceerd, maar in dit soort situaties is het heel duidelijk. De Belastingdienst moet dus gewoon in actie komen.”

Lees ook: Hoe zit het ook alweer met de vervanging van de Wet DBA? 12 vragen en halve antwoorden.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie