"Exploring the future of work & the freelance economy"

Na corona: ruim baan voor goed werk én goede flex

Wim Davidse geeft 16 ingrijpende voorstellen voor een sociaal en sterk groeivermogen van Nederland 4.0.

Wéér niet opgelet

Ik kan mezelf wel voor m’n kop slaan – al jaren heb ik het over de 4 grote golven van de 4e Industriële Revolutie én over ‘de’ zwarte zwanen en de ruiters van de apocalyps. Die zwarte zwanen komen van Nassim Nicholas Taleb, de ruiters van Ian Morris. Talebs gelijknamige boek las ik in de zomer van 2008, in Californië, waar ik het aantal borden met Foreclosure erop met de dag zag groeien, gelijk op met het aantal dichtgetimmerde en verlaten woningen. Hij beschreef onder andere, en profetisch, hoe onverwachte, over het hoofd geziene gebeurtenissen de wereld eens in de zoveel tijd flink op z’n grondvesten laten schudden. Morris’ boek ‘Why the West rules for now’ las ik 3 jaar later. In zijn fascinerende mondiale en regionale economische geschiedschrijving van de afgelopen 3 millennia beschreef hij hoe steeds weer oorlog, ziekte, honger, migratie en een imploderende staat voor de val van rijken (en de opkomst van nieuwe) zorgen – je kunt er zeg maar vergif op innemen. ‘The rise & fall’ van rijken, samenlevingen en bedrijven fascineert mij enorm en al lang. Als strateeg en helaas langzame lezer kom ik tijd te kort om alles uit de geschiedenis te leren, vol lessen voor de toekomst.


  • Dit is deel 4 uit een serie artikelen over de arbeidsmarkt in het post-corona tijdperk. Zie voor overige afleveringen dit overzicht: post-corona

Psychologie

Uit de psychologie, die mij ook mateloos boeit, ken ik onder andere de emotiecurve, je weet wel, die grofweg van optimisme via ontkenning en bagatellisering naar paniek en weer terug verloopt. Die cyclus lijkt sterk op de indrukwekkende, bijna esoterische Theory U van Otto Scharmer – wiens boek daarover ik in de zomer van 2010 heb gelezen. Als econoom ben ik natuurlijk goed bekend met de conjunctuurgolf en creatieve destructie. Als Zeeuw met eb en vloed. Met andere woorden: ik geloof niet in lineariteit en stabiliteit. Stilstand is zeker weten achteruitgang. Al meer dan 20 jaar vertel ik onderbouwde verhalen over ups en downs en ups, en doe ik niet-lineaire voorspellingen.

Zwarte zwanen

Afgelopen jaar ben ik expliciet scenario-analyses in bijna al mijn presentaties mee gaan nemen, met op de ene as de ingrijpende impact van de overheid (de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) en dergelijke) en op de andere … zwarte zwanen. Ik voorspelde al lang een op z’n best stagnerende economie in 2020-2021, met een licht krimpende arbeidsmarkt en een wat sterker krimpende flexmarkt. Maar in al mijn U-negerende rationaliteit (Scharmer heeft daar óók een woord voor: absencing) had ik te weinig oog voor de ruiters van Morris. Dus toen ik in de eerste dagen van dit jaar een klein berichtje in Elsevier las over een nieuw, nog onbenoemd virus in de voor ons onbekende Chinese miljoenenstad Wuhan, ging er geen scenario-zwaailicht flitsen. Ik was veel te druk met me opwinden over de gebeurtenissen op die ene as, met het op til staande rapport van de Commissie Borstlap (waarvoor ik een position paper schreef, “Werk en flex in de radicale jaren ’20. 16 ideeën voor een sterk en sociaal groeivermogen”), en veel te nieuwsgierig naar de impact van de in werking getreden WAB.

Dat was niet gek of verkeerd, natuurlijk, gegeven de omstandigheden. Maar ook niet slim. Ik kan mezelf dus wel voor m’n kop slaan.

Flex en het vingertje

Dat inmiddels maar al te bekende virus houdt ons hier al meer dan een maand in een intelligente lockdown, en heeft al heel wat verdriet, pijn, onrust en ook financieel leed bezorgd. Inmiddels zijn er vele horrorscenario’s door banken en economische instanties over ons uitgestort. De Rabobank en de ING haalden in de eerste week van april onze Nederlandse flexschil erbij. Die is zó groot (dat klopt, in Europees verband), dat móét er wel toe leiden dan Nederland nog harder geraakt gaat worden dan de ons omringende landen.

Ik reageerde op LinkedIn:“Beetje tendentieus van #FD en ook van #ING: “#Coronaklap voor Nederlandse #economie harder door #flexschil“, om 2 redenen:

  1. De titel benadrukt het mogelijke nadeel (sterkere #recessie), maar niet de positieve consequentie daarvan, beschreven aan het einde: een aanzienlijk sterker econ #herstel. De vergelijking met de VS is dan logisch – in de VS werkt het inderdaad zo, zo wijst de geschiedenis uit: snel relatief veel ontslagen & econ krimp bij recessie, snel herstel – veel sneller dan in Europa.
  2. Maar: ook in 2008/2009 had Nederland een in Europees verband gezien grote flexschil, nr 6 of 7 in de EU, maar toch was onze economische krimp toen relatief klein. Er ligt denk ik toch eerder een verband met gevoeligheid voor de wereldhandel (Duitsland is voor z’n industrie daar nóg gevoeliger voor, en kromp toen veel meer, met een veel kleinere flexschil) + de financiële posities van bedrijven en consumenten + de kwaliteit van de financiële positie van de overheid en haar reactie. Ook dán scoort Nederland hoog, maar dat zou betekenen dat de econ krimp in NL juist relatief láág gaat worden.”

En in reactie op de Rabobank-post dat baanverlies door de coronacrisis vooral degenen in de flexibele schil raakt:  “En straks, bij herstel van de arbeidsmarkt, zijn de flexwerkers degenen die het eerst en het sterkst daarvan profiteren, zo kunnen we van onze geschiedenis leren […]. (Ook geschiedenis: vaste contracten zijn voor NL werkgevers steeds onaantrekkelijker geworden.)”

En dan komt op woensdag 15 april het Financieel Dagblad met het artikel “Coronacrisis als lakmoesproef voor de flexibele arbeidsmarkt”. Mijn reactie op LinkedIn: “Commissie #Borstlap beleeft lakmoesproef met #coronacrisis. Interessant maar vooral verward artikel van het #FD over de #flexschil, waarin allerlei experts best wel ware, onware en onvolledige dingen zeggen. Lees en huiver. Brrrrrr.”

Ken je dat verhaal van die olifant die door 10 blinden wordt beschreven? Het is allemaal niet fout, maar het is ook allemaal niet goed. Want. Het totaalplaatje en de samenhang ontbreken.

Het gaat er niet om dat het niet fout is. Het moet echt goed zijn. Anders is het niet fout, maar alsnog fout. Eerder had ik al op ZiPconomy geschreven, in reactie op het definitieve Borstlap-rapport: “Een belangrijk probleem v h Borstlap-rapport is dat het niet onredelijk is. De analyse, bepaalde uitgangspunten en sommige voorstellen zijn niet onredelijk. Links & rechts vinden verschillende elementen die ze aanspreken, en dat geldt ook voor conservatief & progressief. Meer of minder OK, met een soort van balans. Wellicht wat krampachtig technocratisch, en dus best wel redelijk. Je kunt het rapport niet écht lek schieten.

Best verantwoord. Maar wat mij betreft deugt het fundamenteel niet. Het moet opnieuw.

De commissie heeft de kans die deze strategic window biedt voor echt anders (be)denken laten liggen. Het is geen ‘deep dive‘ in de zin van écht loslaten à la de Theory U – Open Mind, Open Heart en Open Will ontbreken. Geen focus op De Grote Vraag: Hoe krijgen we zoveel mogelijk mensen zo veel en zo lang mogelijk en bovendien zo productief mogelijk aan de slag? Die strategische psychologisch-economische benadering ontbreekt. En dus: geen transformatieve (ongemakkelijke?) inzichten & ideeën, geen bezielde noch bezielende visie voor een nieuwe, energiegevende toekomst. Geen eureka.

Enorm jammer. Het is niet slecht, maar er deugt helaas ook niets van. Het rapport kan daarom het best helemaal worden genegeerd. En totaal opnieuw.”

Nederlands groeivermogen onder druk

In mijn position paper vat ik op pagina 7 samen: “Is een vast contract nou dus wel of niet het ultieme walhalla? Daar denken verschillende segmenten dus verschillend over. En nog even dit: van de mensen met een vast contract dacht volgens een onderzoek van ADP (begin 2017) ruim twee derde geregeld aan de stap naar zelfstandigheid. Inmiddels hebben zeker in het onderwijs en in de zorg steeds meer professionals die stap daadwerkelijk gezet. De enorme flexgroei (de flexplosie van 2004-2017) en flexschil in Nederland lijken dus een gecombineerd gevolg van de beklemmende arbeidswet- en regelgeving, de automatiseringsimpasse in dienstverlening en kenniswerk én een signaal van werkenden dat ze hun vaste baan te star, belastend en niet-motiverend vinden. En er zijn trouwens nog wel meer verbeterpunten die werkenden willen meegeven aan Nederlandse werkgevers, zo blijkt uit onderzoek waarvan Per4mance in 2019 de resultaten presenteerde. [En] [d]it recente onderzoek is […] bepaald niet uniek en juist de zoveelste bevestiging van de bloedarmoede bij werkgevend Nederland.”

Op allerlei internationale lijstjes, waarnaar premier Rutte altijd graag verwijst, scoort Nederland hoog tot zeer hoog, zoals concurrentiekracht, productiviteit en ja, helaas (?) ook op flexibiliteit. Mooi hoor, al die hoge noteringen op positieve lijstjes, maar “What got you here, won’t get you there.” En in mijn positon paper maak ik aannemelijk dat ons groeivermogen steeds meer onder druk zal komen te staan. Dat moesten we al aanpakken zónder coronacrisis, en wordt nu alleen maar belangrijker. Wat betekent dat voor werken, werkgeven, bemiddelen en arbeidswet- en -regelgeving? Voor werk, flex, werkenden, werkgevers, flexbureaus en de overheid?

16 ingrijpende voorstellen

Een olifant van 16 ingrijpende voorstellen voor een sterk en sociaal groeivermogen na de coronacrisis, voor nieuw succes in de 4e Industriële Revolutie, te beginnen in de radicale jaren ‘20;

  1. De regering, de overheid, werkgevers, de polder, de samenleving en alle werkenden gaan voor Nederland 4.0, gekenmerkt door een sterk én sociaal groeivermogen. Sterk betekent: relevant, onderscheidend, ontwikkeld, stimulerend, open, vooruitstrevend, gretig, mondiaal vooraanstaand, … en daartoe ingrijpend vernieuwd. Sociaal betekent: iedereen deelt mee en iedereen die kan doet mee, en daarvoor wordt iedereen betrokken, geïnspireerd, gefaciliteerd, gestimuleerd en beloond. Dat is het land waarin we samen willen leven en waaraan we samen willen werken. De benadering van alle individuen wordt: nadruk op je potentieel en je socio-maatschappelijke bijdrage, niet op wat je niet (meer) kunt; vrijwilligerswerk wordt nadrukkelijk in de beeldbepaling en verwachtingen betrokken.
  2. De overheid gaat fundamenteel ingrijpen in haar regulering en belasting van arbeid – die wordt (veel) minder ingewikkeld, beklemmend en duur voor werkgevers (en werkenden). De belastingdruk wordt (gedeeltelijk) verlegd naar bijvoorbeeld consumptie en vererving.
  3. De belastingdruk kan worden verlaagd omdat de overheid de benodigde belastinginkomsten gaat verlagen dankzij het realiseren van een veel effectievere en efficiëntere, kleinere overheid én een hogere arbeidsparticipatie.
  4. De overheid gaat – na de te weinig succesvolle poging met het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (NCSI) – weer inzetten op het inspireren, overtuigen, faciliteren, stimuleren en belonen van sociale innovatie en aanstekelijk werkgeverschap.
  5. De polder gaat de mindset van het Akkoord van Wassenaar (loonmatiging ten behoeve van sterke export met het oog op groot groeivermogen) vervangen door een symbiotische mindset van aanstekelijk werkgeverschap en innovatie, in een Verbond voor Vooraanstaande producten, diensten en werkrelaties.
  6. Werkgevers gaan hun Strategie upgraden en daartoe streven naar een (mondiaal) vooraanstaande rol in hun sector op basis van vernieuwing en onderscheidend vermogen, met aanzienlijk meer ‘sophisticated’ producten en diensten, en daarvoor inzetten op de fundamenteel ingrijpende trends van de 4e Industriële Revolutie – digitalisering, vergrijzing, zorg, mondiale bevolkingsgroei, duurzaamheid, circulaire en biobased economie, klimaatveranderingsconsequenties etcetera. De [lage] Nederlandse score op de Economic Complexity Index gaat daardoor substantieel omhoog.
  7. Werkgevers gaan hun Peoplemanagement herzien en inzetten op inclusief en aanstekelijk werkgeverschap. Daartoe gaan zij hun doelgroepenscope verbreden en bovendien gaan zij expliciet en structureel inzetten op de psychosociaal-economische verlanglijstjes van werkzoekenden en werkenden […]. De Nederlandse score op arbeidssatisfactie / bevlogenheid / werkenergie gaat daardoor substantieel omhoog – en daarmee de productiviteit en innovatiekracht.
  8. Ook gaan werkgevers hun interne functionele flexibiliteit (o.a. multi-inzetbaarheid) versterken. Deze laatste ingreep heeft bewezen positieve effecten op de werkwaardering én de organisatieprestaties (zie Zeynep Ton (2014), ‘The good jobs strategy’).
  9. De Nederlandse bevolking moet beter opgeleid worden – door een beter, stimulerender systeem naar hogere opleidingsniveaus gebracht worden, zodat er minder mensen laagopgeleid blijven en een betere plek zullen kunnen vinden op de arbeidsmarkt en in de personeelsbestanden van de 4e Industriële Revolutie.
  10. Werkenden gaan zich een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) – zij zetten zich daarvoor in, en worden daarbij gefaciliteerd door werkgevers, bemiddelaars en de overheid. Duurzame inzetbaarheid is daar integraal onderdeel van. LLO zal leiden tot blijvende relevantie en werkwaardering.
  11. Sociale verzekeringen voor en door iedereen, dus er komen werkendenverzekeringen. Zzp’ers gaan bijdragen aan en ‘profiteren’ van ‘de’ sociale en pensioenverzekeringen.
  12. Flexwerkers zullen natuurlijk betaald worden volgens het principe gelijk werk, gelijk loon.
  13. Vakbonden zullen de belangen van alle werkenden constructief behartigen, dat wil zeggen altijd ook met het oog op de versterking van het extern en het intern groeivermogen.
  14. Als gevolg van de bovenstaande voorstellen zal de contractuele flexschil relatief weer wat kleiner worden, mogelijk 25% van de werkenden. Waarschijnlijk zal dat vooral vorm krijgen door een kleinere schil van interne contractuele flex en minder (schijn-) zzp’ers. Het aantal flexwerkers ‘by force’ zal afnemen, het aantal flexwerkers ‘by choice’ zal minimaal gelijk blijven. Aversieve flex wordt tot een minimum beperkt:   
  15. Flexbureaus gaan werkgevers en werk(zoek)enden helpen in de realisatie van hun moderne, veeleisende doelen respectievelijk behoeften. Flexbureau 4.0 wordt de sm@rt regisseur van het optimale personeelsbestand en de optimale loopbaan.
  16. Als gevolg van de bovenstaande voorstellen zal zowel de kwaliteit als de motivatie van de populatie toenemen, en (dientengevolge) ook de participatie (inclusief de pensioenleeftijd) en de productiviteit; aldus resulteert een (aanzienlijk) groter intern groeivermogen. De nieuwe productportfolio zal tot een groter extern groeivermogen leiden. Op naar Nederland 4.0!
Drs Wim Davidse is toekomstverteller en strategisch prestatie-adviseur. Hij gelooft heilig in de vitale mix van energiek ondernemen en aanstekelijk werkgeverschap en de essentiële rol van flexibiliteit (zonder flexibiliteit geen zekerheid!). Wim geeft flexbureaus en werkgevers daarom graag en met volle overtuiging inzicht & inspiratie en advies & coaching om onmisbare, energieke, succesvolle werkmerken te kunnen zijn in de Nieuwe Toekomst. Hij vertelt daarover ook vaak op congressen en seminars en in inspiratieshops. Bekijk alle berichten van Wim Davidse