Minder arbeidsproductiviteit door meer zelfstandigen. So What?

Hebben zelfstandigen een lagere arbeidsproductiviteit dan mensen in loondienst? En zo ja, hoe komt dat en moeten we ons hierover zorgen maken?

De arbeidsproductiviteit in Nederland is afgenomen. En dat hangt samen met de groei van het aantal zelfstandigen. Daar heeft het CBS een rapport over gepubliceerd en u zult nieuwsberichten daarover ongetwijfeld her en der terugvinden in de media.

Een interessant gegeven ook te midden van de discussie over nieuwe zzp-wetgeving en andere regulering van werk.

Maar wat zegt die conclusie nu eigenlijk en in hoeverre moeten we dit een probleem vinden? Want voor je het weet is dit voer voor adviezen om het aantal zelfstandigen toch maar eens flink terug te dringen.

Cijfers

Eerst maar even de cijfers van het CBS en hun eigen duiding.

Het CBS ziet dat de groei van de arbeidsproductiviteit (de toegevoegde waarde per gewerkt uur) het afgelopen decennium een stuk lager was dan in de tien jaar daarvoor. Tussen 1998 en 2008 groeide de arbeidsproductiviteit in de commerciële sector met 20,7 procent. In de periode 2008 tot en met 2018 was deze groei 3,9 procent. Fors minder dus. Naast de afgenomen investering in kapitaalgoederen ziet het CBS de groei van het aantal zelfstandigen als een van de oorzaken.

In rapport is CBS stuk minder stelling dat kop persbericht doet vermoeden

Het CBS stelt dat er een significant negatief verband is tussen het aandeel gewerkte uren door zelfstandigen en de productiviteitsgroei per bedrijfstak: hoe groter het aandeel zelfstandigen in een bedrijfstak, hoe lager de productiviteitsgroei.

In het persbericht en rapport staat ook te lezen dat de samenhang daartussen al iets minder stellig is dan de kop doet vermoeden. Zo schrijft het CBS: “Een causale relatie tussen de opkomst van zelfstandigen en de lage productiviteitsgroei van de laatste jaren is niet op een directe manier vast te stellen; hiervoor is het aantal benodigde datapunten te klein. Uit eerder onderzoek voor de Staat van het MKB bleek dat zelfstandigen gemiddeld minder productief zijn dan grotere bedrijven. De combinatie van beide onderzoeksresultaten maakt het aannemelijk dat de lagere productiviteit van zelfstandigen doorwerkt in een lagere productiviteit van de bedrijfstak waarin zij werkzaam zijn.” Verder verwijst het CBS ook naar andere mogelijke factoren, namelijk de terugval van de productiviteitsbijdrage van kapitaalgoederen en de vergrijzing.

Het CBS veronderstelt dat de lagere productiviteit van zelfstandigen mogelijk veroorzaakt wordt doordat ze minder investeren in kapitaalgoederen, doordat ze minder schaalvoordeel hebben en doordat ze minder aan opleiding doen dan werknemers (hoe hoger de opleiding hoe hoger de arbeidsproductiviteit). Overigens is het zo dat zelfstandigen in de regel hoger opgeleid zijn dan werknemers.

De cijfers gaan verder ook niet in op verschillen tussen groepen zelfstandigen. Duidelijk is dat twee factoren van grote invloed zijn op de productiviteit: aantal uren per jaar en het uurtarief.

Verklaringen

Het CBS verwijst naar de OESO die eerder concludeerde dat er geen significant verband is tussen een grote inzet van niet-standaard werk (lees ‘zzp’) en een lagere productiviteitsgroei op sector- of bedrijfsniveau. De literatuur wijst – aldus het CBS  – op een lagere productiviteit van de zelfstandige en flexwerknemer zelf, maar vindt geen verband tussen productiviteitsgroei en de hoeveelheid niet-standaard werk op macro-niveau.

Dat is een interessant zinnetje. De arbeidsproductiviteit van individuele zelfstandigen is wellicht minder dan van vergelijkbare werknemers. Maar bedrijven kunnen dus mogelijk wel degelijk productiever worden omdat ze zelfstandigen inzetten.

“Deze schijnbare tegenstelling zou verklaard kunnen worden door de mogelijkheid dat bedrijven productiever zijn als ze gebruikmaken van zelfstandigen en flexwerknemers.” zo schrijft het CBS.

Dat twee mensen samen productiever zijn dan twee losse mensen, dat is basis economie. Dus, ja, mogelijk is het zo dat éénpitters minder productief zijn dan veelpitters. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze als éénpitter niet veel waarde kunnen toevoegen aan een opdrachtgever.

Wat nu maakt dat de arbeidsproductiviteit van een bedrijf groeit, dankzij de inzet van zelfstandigen, of daalt vanwege de inzet van zelfstandigen, is nog een onbekend onderzoeksterrein. Dat geldt ook voor de vraag hoe je een win/win kan creëren met zowel meer arbeidsproductiviteit bij het bedrijf, als bij de zelfstandige.

Het onderzoek Goed Opdrachtgeverschap van professor Arjan van den Bron in samenwerking met ZiPconomy liet in ieder geval zien dat er iets is als een relatie tussen goed opdrachtgeverschap, hogere tevredenheid én hogere productiviteit.

Keuze

En dan nog. So what als blijkt dat een zelfstandige minder productiviteit oplevert dan een werknemer?

Als ik om mij heen kijk in de wereld van zelfstandigen dan zie ik zeker voorbeelden van mensen die in macro-economische termen minder toegevoegde waarde opleveren dan in de tijden dat ze in loondienst waren. Of ze nu op dit moment netto minder overhouden, dat is vaak zeker niet zo. Dus hun eigen micro-economie draait prima. En, niet onbelangrijk, ze zijn – zonder uitzondering – een stuk gelukkiger.

Als er al een relatie is tussen arbeidsproductiviteit en het aantal zelfstandigen, dan zou een afnemende totale arbeidsproductiviteit wat mij betreft nog niet een reden moeten zijn om de individuele keuzevrijheid hierin te beperken.

Terechte zorgen

Met alle reserves, er is op zich best reden om eens dieper na te denken over dit soort cijfers.

Zelfstandig werken levert in ieder geval niet direct ook meer productiviteit op. Waar werkgevers een rol hebben om de productiviteit van werknemers op peil te houden, bijvoorbeeld door scholing en het bieden van carrièrestappen, moet dat bij de zelfstandige bij hem of haar zelf vandaan komen. Logisch, als ondernemer. Maar ontwikkeling, opleiding, het oog hebben voor je eigen productiviteit en employablity:  het blijft een achilleshiel voor een deel van de zelfstandigen.

Dat geldt ook voor de relatie met opdrachtgevers. Als goed opdrachtgeverschap een positief effect heeft op de wederzijdse productiviteit, dan geldt dat ook voor goed opdrachtnemerschap.

Randvoorwaarden

En dan nog de maatschappelijke component. Natuurlijk draait het bij de beslissing om zp’er te worden om een individuele afweging. Maar ook ‘de maatschappij’ mag hier iets van vinden, als er collectieve zaken als belastingvoordelen een rol gaan spelen. Zelfstandigen krijgen immers fiscale voordelen die als stimulans werken voor ondernemerschap. Maar hoe gericht is dat instrument eigenlijk en in hoeverre bevordert het ook werkelijk goed ondernemerschap? Die fiscale instrumenten iets meer inzetten voor bijvoorbeeld persoonlijke ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid, het zou zo maar eens een voorstel kunnen zijn waar de Commissie Borstlap mee gaat komen.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

4 reacties op dit bericht

  1. Op LinkedIn heb ik het CBS-bericht “Tendentieus #flex-nieuws, deel 2” genoemd (deel 1 is het CBS-verhaal eerder deze week over de dure flex in de Zorg) . “Lagere productiviteit hangt samen met groei zelfstandigen,” volgens het CBS. Dan volgt er flink wat tekst met uitleg waarom dat dan zo zou zijn. Maar elke data-vorser of statisticus weet: correlatie is nog geen causaliteit. Mijn redenering was en is (zie b.v. http://dzjeng.nl/files/2020_Onvermijdelijk%20meer%20flex.pdf): dienstensectoren vinden het nog steeds moeilijk om te standaardiseren, mechaniseren en automatiseren, en dus groeit de productiviteit daar niet. Zie ook de Wet van Baumol. ‘Gelukkig’ geeft het CBS ook nog de schuld aan 1) zelfstandigen die minder productief zijn dan het grootbedrijf, 2) lagere investeringen (hoewel de lagere rente e.d. daar meer de oorzaak van is…) en 3) de vergrijzing.
    Mijn stelling d.d. jan 2017: Automatisering in de dienstensectoren is nog steeds relatief moeilijk. Dan dus maar flexwerkers inzetten om eventuele up & downs in de bedrijfsdrukte zo goed mogelijk op te kunnen vangen en daarmee de capaciteit van de belangrijke kostenpost ‘Medewerkers’ zo goed mogelijk te benutten, en al doende de productiviteit zo hoog mogelijk te krijgen. Dus: de continue behoefte van organisaties – profit én not for profit – om de productiviteit te verhogen, en daar onvoldoende succesvolle automatisering voor kunnen vinden – de automatiseringsimpasse – zit achter de Flexplosie in de dienstensectoren. Het NL arbeids- en fiscaal recht heeft deze eeuw e.e.a. flink bevorderd.
    Maar nog even over die productiviteitsgroei – het belang daarvan is evident: de NL bevolking blijft groeien, terwijl de potentiële beroepsbevolking gaat krimpen (en het aantal 75plussers gaat de komende 30 jaar verdubbelen van 1,5 naar 3 miljoen). Dus met minder mensen moeten we er meer gaan verzorgen; onze economie, met andere woorden, moet blijven groeien, met minder mensen. Remedies: arbeidsparticipatie verder verhogen, en dat kan best nog wel een beetje, maar is geen appeltje-eitje, want de laatste jaren ging dat al niet meer zo hard; en bovendien de arbeidsproductiviteit weer laten groeien, en dat wordt écht een uitdaging.

  2. In de bedrijfstakken waar arbeid snel specialiseert. Waar afdelingen veranderen in projecten, waar tijdelijke rollen de plaats innemen van functies, zal de productiviteit van het vaste werknemersbestand dalen. De noodzakelijke veranderingen kunnen door vaste werknemers niet zo gemakkelijk/snel worden ingevuld. Juist daarom maken dit soort organisaties graag gebruik van veel flexibele specialisten. Zelfstandigen en andere flex werknemers. Zodoende blijft de productiviteit in deze tijd van verandering nog enigszins op niveau. Voorbeelden van organisaties waar dit speelt zijn te vinden onder de grote werkgevers bijvoorbeeld in de financiële sector maar ook bij de overheid. Daar werken honderden tot duizenden freelance specialisten om de productiviteit nog enigszins te redden. Daarom ook worden bijna al die grote werkgevers ook kleiner als werkgever en zal de WAB vooral faciliterend werken bij de uitgang van die werkgevers. Dus ja, in organisatie waar veel freelancers werken, staat de productiviteit onder druk maar denk wel na over de kip en het ei.

  3. Er is denk ik ook een andere (en vrij eenvoudige) zienswijze mogelijk. In een krappe arbeidsmarkt en een toenemende klussen economie, kies je als werkgever soms noodgedwongen voor een freelancer, waar je veel liever een eigen medewerker had gehad. Resultaat: toenemende arbeidskosten t.o.v. eigen medewerkers en dus minder toegevoegde waarde over houdend. Als ik naar mijn eigen high tech micro bedrijf kijk, zie ik het aan de cijfers voor me gewoon gebeuren.

  4. Geldt deze smadelijke conclusie van het CBS voor alle sectoren, of worden de zelfstandigen weer eens over één kam geschoren? Ik herken mijn sector (ICT) in ieder geval niet in dit beeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *