Belastingplan verkleint fiscaal verschil werknemers en zelfstandigen, vooral bij hogere inkomens

Analyse van het Belastingplan 2020: De zelfstandigenaftrek wordt in 10 stappen tot 2028 afgebouwd; de verschillen in belastingdruk tussen werknemers en zelfstandigen worden fors kleiner. Ook ontstaat meer inzicht in de vraag hoe de marginale belastingdruk voor zp’ers uitpakt.

Zoals verwacht is de Tweede Kamer gisteren akkoord gegaan met het Belastingplan 2020. Het plan omvat onder andere invoering van het tweeschijvenstelsel, de hogere algemene heffingskorting en de hogere arbeidskorting. “Nederlanders gaan over het algemeen meer overhouden van iedere euro die binnenkomt en (meer) werken wordt lonender. Hier staat een lastenverzwaring voor bedrijven tegenover”, schrijft het Kabinet.

Dat roept dan natuurlijk de vraag op hoe dat zit met de zelfstandigen, die immers zowel werkende zijn, als een eenmansbedrijf.

In de bijlage van het Belastingplan heeft staatssecretaris Snel van Financiën (D66) een aantal rekenvoorbeelden gegeven, waarbij werknemers en zelfstandigen (met eenmanszaak en met BV) met elkaar vergeleken worden. Dat geeft inzicht. Met daarbij de opmerking dat werknemers en zelfstandigen vergelijken altijd reuze ingewikkeld is. Immers: waar lonen in de regel een stabiele groei laten zien, schommelen omzetten natuurlijk flink. Daarbij is het voor een deel van de zelfstandigen zo dat de bruto omzet die ze als zelfstandigen kunnen vragen flink hoger ligt dan het inkomen dat ze in een vergelijkbare functie hadden. Door dat hogere inkomen betalen ze, ondanks de extra aftrekposten voor ondernemers, uiteindelijk toch meer inkomstenbelasting.

Zelfstandigenaftrek

Maar dat gezegd hebbende, laten de cijfers van Snel een aantal zaken zien, bijvoorbeeld dat het Kabinet vindt dat de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen kleiner moeten worden. De zelfstandigenaftrek wordt beperkt tot de eerste schijf en hij wordt in 10 stapjes naar 2028 afgebouwd. De eerste twee jaar wordt dat gecompenseerd door verhoging van de heffingskorting, maar daarna niet meer.

In de rekenvoorbeelden vergelijkt de staatssecretaris onder andere de totale werkgeverslasten van iemand met tweemaal modaal inkomen (bruto is dat ongeveer € 71.000 per jaar en neemt toe) en de winst (omzet min kosten) van zelfstandigen met een eenmanszaak (IB-ondernemer, met recht op zelfstandigenaftrek) of BV.

Dat levert dan dit tabelletje op:

 2 x modaal   netto 
 wglast of winst  werknemer  eenmanszaak  BV
2019  €              90.415  €         43.599  €         49.738  €          44.114
2020  €              93.093  €         45.138  €         50.669  €          45.976
2021  €              95.970  €         46.448  €         51.459  €          47.621
2028  €            100.967  €         49.012  €         52.316  €          50.108

 

Hoe de bruto/netto berekening voor deze drie categorieën er uit ziet voor het jaar 2020 is hier te zien

In een grafiek wordt iets duidelijker dat de verschillen in belastingdruk tussen werknemer met een inkomen van twee keer modaal en zelfstandige met een eenmanszaak met een vergelijkbare omzet, in de komende jaren aardig wat kleiner wordt.

Er zit nog wel een addertje onder het gras van dit plaatje en deze cijfers. De rekenaars van het ministerie gaan er vanuit dat het ‘twee keer modaal’ inkomen zo’n € 10.000 gestegen is in 2028. Dat zal vast zo zijn. Om die stijgende lijn waar te maken moet ook een zelfstandige dus € 10.000 extra omzetten ten opzichte nu. Daar houdt hij/zij dan € 2.500 van over. Een stuk minder dan iemand met een BV (+ € 6.000) of een baan (€ 5.500).

Voor modale inkomens is dat effect wat kleiner omdat door deze zelfstandigen de zelfstandigenaftrek al gedaan wordt over het laagste tarief. Tot 2021 wordt de verlaging van de zelfstandigenaftrek gecompenseerd, daarna niet meer. En bij een minimumloon niveau worden de verschillen nauwelijks kleiner.

 

 

 

 

 

 

 

De fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen worden dus kleiner bij de hogere zzp-inkomens en niet bij de lagere inkomens. Dat klinkt wellicht logisch, maar is ook vreemd omdat de fiscale verschillen tussen werknemers en zzp’ers vanwege het feit dat de zelfstandigenaftrek een vast bedrag is, juist zwaar doorwerken bij lagere inkomens. Dat wordt duidelijk als we naar de marginale belastingdruk kijken.

Marginale belastingdruk

Die marginale belastingdruk is een favoriet onderwerp bij belastingplannen: het percentage dat aangeeft hoeveel procent er wordt betaald over de laatstverdiende euro.

Met name door de effecten van alle kortingen en toeslagen pakt die voor met name de middeninkomens soms absurd hoog uit. Een paar duizend euro per jaar meer verdienden kan voor 80-90% verdampen door het verlies aan bijvoorbeeld zorg- en huurtoeslag.

Hoe die marginale belastingdruk nu voor de zelfstandigen uitpakt, was – voor zover ik weet – nooit echt uitgerekend. Maar nu wel. Het plaatje voor 2019 ziet er vrij bizar uit. Als je rond de 34.000 euro winst maakt, kan je beter maar een beetje minder omzet maken, of wat meer kosten.

Let wel: deze situatie is voor ‘een alleenstaande zelfstandige’ met huurtoeslag en met recht op de zelfstandigenaftrek (dus de IB-ondernemers [meestal eensmanszaak] en niet de dga’s van een [eenmans] BV).  Voor de liefhebbers: zie voor de onderliggende cijfers pagina 140 van dit document. De marginale belastingdruk blijft boven de € 50.000 stabiel, omdat er dan geen effect meer is op het (wegvallen) van toeslagen.

In het nieuwe belastingplan wordt deze piek flink gerepareerd:

Wanneer we de marginale belastingdruk voor een ‘alleenstaande’ werknemer en IB-ondernemer vergelijken, dan zien we dat die nogal uiteenlopen. Dan wordt zichtbaar hoe groot die verschillen zijn bij de lagere inkomens/omzetten. Een situatie die, zoals we eerder zagen, zo blijft. Rond de € 35.000 per jaar (modaal) ligt de marginale druk voor zzp’ers flink hoger. Boven de € 40.000 per jaar zijn de verschillen beperkt.

 

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

Eén reactie op dit bericht

  1. Uit de bruto/netto berekening voor deze drie categorieën uit het jaar 2020, is dus duidelijk te zien hoe krom eea is. Werkloosheid en ziekte wordt bij een ZZP-er voor maar 50% rekening gehouden 2315(zzp) tov 4630, en ik betwijfel of een verzekering je dit gaat aanbieden met een korting van 50%.
    Een AOV voor dezelfde prijs als een collectieve verzekering voor werknemers zal ook niet lukken.