"Exploring the future of work & the freelance economy"

Externe inhuur gemeenten blijft maar stijgen

Externe inhuur bij grote gemeenten stijgt het hardst.

Grote gemeenten zijn kampioenen externe inhuur. In 2017 waren de uitgaven aan inhuur bij de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners 20 procent van de totale loonsom, zo blijkt uit cijfers uit de Personeelsmonitor van A+O fonds Gemeenten, het Arbeidsmarkt en Opleidingenfonds van de sociale partners in de gemeentesector.

Gemiddeld besteedden gemeenten 17 procent van de totale loonsom aan externe inhuur, een stijging van 1 procentpunt ten opzichte van 2016.

Bron: Personeelsmonitor 2017

In 2013 was de externe inhuur nog 11 procent van de totale loonsom. Sindsdien is het percentage dat gemeenten besteden aan externe inhuur almaar gestegen. Dit terwijl iets meer dan de helft (52 %) van de gemeenten actief de uitgaven hieraan wil terugdringen. De gemeenten gaven aan dat vooral te doen door het nemen van bestuurlijke maatregelen en het bevorderen van interne mobiliteit.

Opvallend groot was de stijging bij de middelgrote gemeenten (20.000 tot 50.000 inwoners), daar stegen de uitgaven in 2017 met 4 procentpunt ten opzichte van 2016. Bij de kleine gemeenten bleef het percentage inhuur nagenoeg gelijk.

Het aandeel van flexibel personeel bij gemeenten is verder gestegen, van 17 naar 20 procent. Volgens het rapport zet hiermee al een langer lopende trend zich voort; in 2015 bestond nog 11 procent van de bezetting uit flexibel personeel. Desondanks wil 49 procent van de gemeenten echter het flexibele deel van de bezetting verkleinen, 29 procent wil dat deel juist gelijk houden.

Maar 16 procent van de gemeenten wil het flexibele deel van de bezetting vergroten door meer medewerkers in vaste dienst op flexibele basis in te zetten. 14 procent wil meer mensen op flexibele basis aanstellen.

Zzp’ers maken maar 7 procent uit van de meest voorkomende en gebruikte contractvormen bij de gemeenten. De meeste flexibele krachten komen via payroll, uitzendbureau’s of detachering.

Gemeenten hebben overigens geen algemeen geldende ‘Roemernorm’ van 10 procent, zoals die geldt voor de Rijksoverheid. Daar is het streven dat niet meer dat tien procent van de totale loonsom worden uitgegeven aan externe inhuur. Een norm die een aantal departementen het afgelopen jaar niet haalde (zie laatste cijfers) . De gemeenten hanteren wel dezelfde definitie voor externe inhuur als de Rijksoverheid. “Het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de gemeente in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen de gemeente en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt.”