Individuele vrijheid is mooi, maar heeft ook een prijs

Vrijheid om te ondernemen is mooi, maar vaak gaat dit ten koste van de rechtsgelijkheid en solidariteit op de arbeidsmarkt. Bij ieder voorstel voor verandering moet hiermee rekening worden gehouden, stelt Stef Witteveen.

Ons huidige sociale stelsel is gebaseerd op verplichte solidariteit. Dat betekent dat je als individu niet volledig vrij bent. Zodra je als werknemer gaat werken, móét je aan dat stelsel meedoen.

In de huidige Arbeidswet bepaalt je werksituatie of je werknemer bent of ondernemer. Je kunt er niet voor kiezen om ondernemer te worden en tegelijk als werknemer te blijven werken. Als we die vrijheid wel willen, moet de wetgeving fundamenteel worden aangepast – of voorlopig buiten werking worden gesteld, door zoiets als een VAR.

Vrijheid heeft een prijs

Omdat zo’n fundamentele aanpassing langer zal duren dan één kabinetsperiode, is het waarschijnlijker dat er eerst een voorlopige oplossing komt. We hopen dan natuurlijk dat er meer vrijheden komen om te ondernemen, maar we moeten ook beseffen dat dit vaak ten koste zal gaan van de rechtsgelijkheid en solidariteit op de arbeidsmarkt. Het is maar de vraag of de overheid een dergelijke prijs – al dan niet voorlopig – voor de individuele vrijheid zal willen betalen. Het is misschien een idee om daar bij het doen van voorstellen enigszins rekening mee te houden.

Sociale premies betalen? Waarom zou ik?

Nu hoor ik regelmatig zzp’ers die plotseling in een loondienstverband worden gedwongen en sociale lasten moeten gaan afdragen. Zij zeggen dan zoiets als: ‘Sociale premies betalen? Waarom zou ik? Ik maak toch ook geen gebruik van die sociale zekerheid?’ Ze denken dan dat ze onder de verplichting om bijvoorbeeld WW-premie te betalen kunnen uitkomen door af te zien van het recht op een WW-uitkering. Maar zo werkt de huidige wetgeving  niet. Rechten en plichten zijn op die manier niet uitwisselbaar.

Omslagstelsel, geen verzekering

Het staat je als individu natuurlijk vrij om een bepaalde werksituatie wel of niet te accepteren. Maar als je deze eenmaal hebt geaccepteerd, bepaalt die feitelijke werksituatie welke sociale en fiscale status je hebt; werknemer of ondernemer. Die keuze kun je volgens onze huidige wetgeving vervolgens niet meer zelf maken.

En zodra je een werknemer bent, ben je verplicht om sociale premies te betalen. Het sociale stelsel werkt overigens niet als een normale verzekering, maar als een zogeheten omslagstelsel. Uit de pot die alle premiebetalers samen creëren, worden de mensen betaald die op dat moment een uitkering ontvangen. Ontvang je een uitkering, dan wordt deze dus in feite opgebracht door de mensen die dan premies betalen en niet vanuit een soort potje dat je zelf hebt opgebouwd. Je betaalt dus premies voor anderen en anderen betalen premie voor jou, mocht je het ooit nodig hebben. Premies betalen is verplicht voor alle werknemers, wat voor een arbeidscontract ze ook hebben. En het maakt ook niets uit of ze nou wel of geen gebruik maken van het recht op een uitkering.

Verplichte solidariteit

De verplichting tot premiebetaling komt voort uit het eenvoudige feit dat je de sociale status van werknemer hebt. Als je overigens een werknemer bent, dan moet er dus ook altijd een werkgever zijn die de werkgeversverplichtingen invult. Dat kan degene zijn waarbij je het werk verricht, maar het kan ook heel goed een ander zijn. Denk aan een interimpartij of de door Uniforce geregistreerde term Declarabele Uren-BV (DUBV). Zowel de werknemer als de werkgever zijn verplicht bij te dragen aan het door de overheid gecreëerde stelsel van solidariteit, beide moeten dus ook premies betalen.

Rechtsongelijkheid ligt op de loer

Opdrachtnemers en -gevers hoeven niet aan deze premieplichten te voldoen. Zij gaan immers geen arbeidsovereenkomst met elkaar aan, maar een ondernemersovereenkomst (een overeenkomst van opdracht of een aannemingsovereenkomst). Het is dan wel zaak dat de feitelijke werksituatie genoeg afwijkt van die van een werknemer. Anders kunnen twee mensen hetzelfde werk, op dezelfde manier en soms zelfs op dezelfde plaats doen, en toch fiscaal en arbeidsrechtelijk heel anders behandeld worden.

Dan ontstaat er rechtsongelijkheid op de werkvloer en dat kan een overheid niet laten bestaan, zelfs niet als het voor iedere betrokkene een vrijwillige keuze is. Daarnaast zouden werkgevers dan aan hun premieplicht kunnen ontkomen door zelfstandigen toch gewoon als werknemers te laten werken, maar als zelfstandige uit te betalen. Dat kan een unfair concurrentiemiddel creëren tussen organisaties die wel en organisaties  die niet aan hun premieplicht voldoen. Een overheid die dat laat bestaan doet gewoonweg aan uitlokking van belastingontduiking.

Stop met verlangen naar vroeger en kies voor een haalbare toekomst

De zelfstandig professional is echt niet meer weg te denken van de Nederlandse arbeidsmarkt. We zien die ontwikkeling in alle landen om ons heen en in andere, vergelijkbare arbeidsmarkten ook. In het VAR-tijdperk was hoe dan ook het aantal zzp’ers wel toegenomen, ook als de overheid  in die tijd geen schijnzelfstandigheid had gedoogd en gesubsidieerd.

Als de overheid werkelijk nog zou hechten aan die verplichte solidariteit en rechtsgelijkheid, dan moet ze zich daarop richten en vooral stoppen met het verlangen naar de oude, achterhaalde arbeidsverhoudingen. Oftewel: omarm de moderne ontwikkelingen, maar bescherm tegelijk de onderliggende principes van rechtsgelijkheid en solidariteit.

De meest praktisch haalbare en snelst uitvoerbare weg om dit te doen is door de aloude Arbeidswet aan te vullen met enkele handhaafbare interpretaties van deze Wet, zoals die zijn voorgesteld door de commissie-Boot. En dan eens echt gaan handhaven natuurlijk. Want de mens lijdt het meest door de handhaving die hij vreest. Werk ondertussen rustig toe naar een fundamentelere verandering van het arbeidsrecht en de sociale zekerheid. Volgens enkele goed ingevoerde Kamerleden zal dat onze polder vermoedelijk wel eens 7 tot 10 jaar kunnen bezighouden.

Stef Witteveen adviseert organisaties bij het ontwikkelen van duurzame en flexibele Human Capital Strategieën. De carrière van Stef is begonnen bij IKEA en Allied Breweries, daarna heeft hij als CEO bij o.a. Randstad België/Luxemburg, Randstad USA en CED Europe jarenlang ervaring opgedaan in de uitzend- en outsourcingssector. Momenteel is Stef als strategisch adviseur betrokken bij Uniforce Professionals (www.uniforce.nl ). Bekijk alle berichten van Stef Witteveen

4 reacties op dit bericht

  1. Jouw verhaal heeft ook een keerzijde. Als je geruime tijd als zzp-er gewerkt heb en een loondienst aangaat, betaal je wel premie maar krijg je geruime tijd geen (ww) uitkering. Je betaalt dus premie voor anderen.

    • Helemaal juist. je betaalt (verplicht) premie voor een ander. En anderen betalen op den duur premie voor jou.

      • Haha, en zo is het, net zoals bij de WAO.
        Bovendien heb je in de ZZP periode al een buffetje aangelegd ter vervanging van ging van de WW toch.

  2. Als de overheid (of eventueel de werk/opdrachtgever) solidariteit op de arbeidsmarkt zou moeten nastreven dan zou een DUBV-constructie toch geen bestaansrecht meer hebben?

    Want een DUBV-er en een gewone werknemer zouden onder de streep dan netto evenveel moeten overhouden. En dan is een DUBV-constructie alleen maar een onnodige administratieve last. Zo snel mogelijk afschaffen dus !