Fiscus keurt nog veel te veel modelovereenkomsten Wet-DBA goed

Hugo-Jan Ruts door
5 reacties
Fiscus keurt nog veel te veel modelovereenkomsten Wet-DBA goed

Het nieuws dat maar 1 op de 5 modelovereenkomsten Wet DBA is goedgekeurd, leidde de afgelopen dagen tot veel ophef. Maar het probleem is eerder dat de Belastingdienst er nog zo ontzettend veel goedkeurt.

De afgelopen dagen ontstond vooral op Twitter een boel misbaar over het nieuws (in Trouw) dat de Belastingdienst slechts 20 procent (!) van alle ingediende modelovereenkomsten goedgekeurd heeft.

Nu is het niet aan mijn om de Belastingdienst te gaan verdedigen, maar op dit zogenaamde ‘nieuws’ valt wel wat af te dingen. Net als op al die negatieve commentaren waarin het lijkt alsof dit lage percentage het zoveelste bewijs is van zzp’ertje pesten.

Wat moeten we met 7.500 verschillende modelovereenkomsten?

Wat is er wél gebeurd? Nou, er zijn bijvoorbeeld 7.500 verschillende modelovereenkomsten ingediend. Het gros is afkomstig van opdrachtgevers van zelfstandigen. Dat is overigens geen nieuws, noch het feit dat er maar een beperkt percentage wordt goedgekeurd. Dat staat namelijk ook gewoon in de voortgangsrapportages van staatssecretaris Wiebes.

Belangrijker: kan iemand mij uitleggen wat we in vredesnaam met 7.500 verschillende modelovereenkomsten zouden moeten? Of met 1.500, wat het geval zou zijn als inderdaad 20 procent van alle ingediende overeenkomsten wordt goedgekeurd?

Zelfstandigen zijn bijzondere mensen, maar hun werk is nu ook weer niet zó bijzonder dat er zoveel verschillende omstandigheden zijn die elk een eigen modelovereenkomst vereisen.

Oerwoud aan modelovereenkomsten

Het is ook nooit de bedoeling geweest dat er zo veel modelovereenkomsten zouden komen. Een stuk of 40 sectorale overeenkomsten met her en der nog eentje voor heel bijzondere gevallen, dat was oorspronkelijk het idee.

Het zijn de opdrachtgevers zelf, vaak niet gehinderd door al te veel inzicht en mogelijk opgejaagd voor adviseurs voor wie dit een gouden handel is, die vervolgens en masse modelovereenkomsten hebben ingediend. Die overigens in veel gevallen als twee druppels water op elkaar lijken.

Gelukkig lijken opdrachtgevers zich daar ook van bewust. Een kwart van alle ingediende modelovereenkomsten is immers door de opdrachtgever zelf weer ingetrokken.

Gaat de fiscus dan vrijuit in dezen?

Overigens valt de Belastingdienst hierin natuurlijk wel degelijk wat te verwijten. En dat is: een gebrek aan regie. De die hard-volgers van het DBA-dossier weten nog wel dat de allereerste gepubliceerde goedgekeurde modelovereenkomst er eentje was van… de ‘coördineerde stralingsdeskundige’.

Dat zette in de tijd erna de toon. Juist over het goedkeuringsproces voor de grotere sectorale modelovereenkomsten werd veel langer gedaan. Het was natuurlijk veel beter geweest als de Belastingdienst eerst nog veel meer overeenkomsten had afgewezen – en daar duidelijk over was geweest – of in ieder geval voorrang had gegeven aan sectorale overeenkomsten. Individuele gevallen zouden alleen in behandeling moeten zijn genomen als aantoonbaar een sectorale overeenkomst niet passend was. Dat had een boel onduidelijkheid en een boel werk gescheeld.

Straks allemaal de prullenbak in

Tot slot: een leuke exercitie zo, al die modelovereenkomsten. Een boel mensen zijn er aardig druk mee geweest. Ondertussen is het niet onwaarschijnlijk dat ze binnen afzienbare tijd allemaal de prullenbak in kunnen.

De commissie Boot was immers mild-kritisch over de Wet DBA, maar ronduit vernietigend op de opzet van de modelovereenkomsten. De ambtelijke commissie die aan het werk is gezet over de Wet DBA kwam met 10 beleidsopties, waarvan er negen (en misschien wel alle 10) erop neerkomen dat de modelovereenkomsten dan wel geheel verdwijnen, dan wel drastisch herschreven moeten worden. Het is lastig voor te stellen hoe de politiek deze twee zwaarwegende adviezen naast zich neer kan leggen.

Hugo-Jan Ruts

Over Hugo-Jan Ruts

Hugo-Jan Ruts is ‘editor-in-chief’ en uitgever van ZiPconomy.

Bekijk meer artikelen van Hugo-Jan Ruts >

Reacties

  1. 3500 ingediende modelovereenkomsten. Hopelijk hebben de zelfstandige advocaten er aan verdiend. Als de fiscus de bedrijven met afgekeurde contracten dan ook goed gaat opvolgen en controleren om te zien of men toch niet blijft zondigen, dan krijgen we hopelijk toch nog een grote groep van freelancers die echte freelancers zijn, zonder dat het gaat om verdoken schijnzelfstandigen die spontaan afstand doen van sociale rechten.

    Hoedje af voor de fiscus als die ook nog elke keer uitlegt waarom de modelovereenkomst voor freelancers niet voldoet.

  2. Het feit dat zoveel modelovereenkomsten afgekeurd worden geeft wel aan dat veel ZZP constructies niet voldoen aan de huidige wetgeving.

      • Ik ga er vanuit dat men vaak die modelovereenkomsten opstelt conform de wijze waarop men nu werkt, gewoon opschrijven zoals de werkelijkheid is (is ook logisch). En die manier lijkt dus in heel veel gevallen niet aan de wet te voldoen…
        En dat verbaast me ook niks, want heel vaak zijn het gewoon “normale” vacatures die men invult met een zzper en dat kan dus eigenlijk nu niet meer.

        Zoals hieronder ook al door Paul wordt gezegd, ligt dat misschien wel vaak aan de opdrachtgever, die wel lekker makkelijk een zzper wil inschakelen zonder verplichtingen, maar hem/haar dan wel in een loondienst keurslijf wil persen en niet de vrijheid wil(durft) te geven die bij een zelfstandige hoort.
        Sommige zelfstandigen werken daar ook gewoon aan mee en willen vaak die zelfstandigheid ook helemaal niet. Een opdracht fixed price aannemen met resultaat verplichting durven velen niet eens.

  3. Ik heb aan de wieg gestaan van twee van die goedgekeurde overeenkomsten voor een branche vereniging van zzp-adviseurs. Essentie van deze overeenkomsten was dat er spraken is van een inspanningsverplichting ten opzichte van de gebruikelijke resultaatverplichting. Daarbij heb ik met twee verschillende onderdelen van de Belastingdienst het proces doorlopen.

    Vanuit deze ervaring ben ik als niet jurist tot de volgende slotsom gekomen. Feitenlijk gaat het maar om een paar (minder dan een handvol) bepalingen die het verschil tussen loondienst en zzp-schap omschrijven. Daarnaast zit het venijn in de overige bepalingen, die mogen die kernbedingen niet onderuit halen. In essentie komt het er vaak op neer dat de zzp-er zelf de weg naar het (beoogd) resultaat mag bepalen (kern beding), maar vervolgens de opdrachtgever vele bepalingen laat opnemen die die weg wel heel precies afbakenen (werktijden, rapportage, verantwoording, volgen van procedures, etc.). Op dat laatste worden de overeenkomsten afgekeurd.

    Om terug te komen op de discussie, daar heeft Gerrit wel een punt. Vele feitelijke constructies voldoen gewoonweg niet aan de huidige wetgeving. Kan aan de wetgeving liggen, maar mijn ervaring is dat het meestal aan de opdrachtgever, tussenpersoon of opdrachtnemer ligt. Er wordt gekozen voor de lusten van het loondienstverband, zonder de lasten.

    Hugo heeft ook een punt. Zijn die overeenkomsten nu allemaal zo anders. Nee dus. Het zijn standaardbepalingen met een vaak overbodig sausje om de rechten van de opdrachtgever of eigenlijk meestal de tussenpersoon uit te breiden. Leg ze allemaal maar eens naast elkaar, en je komt tot een handvol bepalingen (per variant) die het verschil maken. Echter opdrachtgevers en tussenpersonen hebben er baat bij een eigen goedgekeurde overeenkomst te hebben. Onder het mom van de goedkeuring worden die keurig door de strot van de zzp-er geduwd.

    In dat punt mag het wel eens duidelijk worden dat de BD alleen toetst in fiscale zin op de kernbepalingen en of andere bepalingen niet strijdig hiermee zijn. De grote afkeur wil dus alleen maar zeggen dat deze niet voldoen aan de huidige wetgeving (interpretatieverschillen van de wet daargelaten). Goedkeur wil ook niet zeggen dat de overeenkomst voor beide partijen acceptabel en evenwichtig is.

    Hugo stelt: “Het was natuurlijk veel beter geweest als de Belastingdienst eerst nog veel meer overeenkomsten had afgewezen – en daar duidelijk over was geweest – of in ieder geval voorrang had gegeven aan sectorale overeenkomsten. Individuele gevallen zouden alleen in behandeling moeten zijn genomen als aantoonbaar een sectorale overeenkomst niet passend was.”

    Die richting steun ik helemaal. Kom tot basis modellen per sector. En vul die in individuele gevallen aan. Dan weten beiden partijen ook wat ze als aanvulling afspreken (en dus onderhandelbaar is). Gezien het handvol essentiële kernbepalingen en de het vrij algemene raamwerk van een overeenkomst van opdracht is moet het mogelijk zijn om tot die basismodellen te komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *